Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
seniorennet.beseniorennet.be

ontmoeting

Laten we nog eens bijpraten, had ze gezegd. We hadden mekaar al lang niet meer gezien. Die ochtend was ik vroeg vertrokken. Ik zou bij haar langs komen. Dat hadden we afgesproken. Ja, heel graag, had ze gezegd.

De ochtend was blauw. Voor ik vertrok nam ik een slok absint om de kilte te verdrijven. Dan dacht ik aan haar, of ze eruit zou zien als het beeld dat ik me nog herinnerde, hoe haar stem zou klinken en hoe ze woonde op het adres dat ik opgeschreven had.

Toen ik aanbelde kon ik nog net een glimp opvangen van haar nieuwe vriend die vertrok.

       Ik eet en slaap niet meer van verliefdheid zei ze meteen en ik krijg rimpels in mijn gelaat.

Ik had champagne meegebracht.

       Je bent vermagerd maar van die rimpels zie ik niks, antwoordde ik terwijl ze een champagne- en limonadeglas uit de kast nam. Je ziet er verrukkelijk uit.

Ze had van die mooie ogen als een verdwaalde ster. Nu herkende ik het weer,  die glimlach die nooit voluit ging alsof een mysterie haar tegenhield. Misschien kwam het door haar minnaars die ze een voor een als bloedende ridders achterliet op het slagveld van de sleur.

Ik mocht haar gratie verdienen door geen minnaar te zijn.

       Ik hou nog steeds van jou, zei ik in een opwelling.

Je zou mijn vader kunnen zijn, antwoordde ze onverbaasd.

       Weet ik wel, maar toch is het zo. Nog wat champagne voor het ontbijt?

Ik stond naast haar toen ze zich opfriste voor de spiegel. Ik wou weten hoe ze dat deed.

Daarna ontbeten we  aan een hoog taboeret en  keken we achteraf vanop een bank naar het water. Het had wel iets meer dan alledaagsheid.

       Heb je nog tijd om te winkelen?

Ik heb dagen tijd.

Ze wou een short dat ze in een vitrine had gezien. Toen ze uit het pashokje kwam zag ik voor het eerst haar blote benen. Het short was een maat te groot.

       Ik ben niet graag alleen, zei ze.

Ik wel. Als ik alleen ben kan ik de wereld absorberen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:34 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

zomerblues

Op een grasveld opbenbaar liggen twee ontblote lichamen van een man en een vrouw zomaar in een namiddagzon naast elkaar. Hij op de buik, zij op de rug zonder zonnebril aan.

Hoe doet ze het?

Zelfs halfschaduws is het licht verblindend.

Halfschaduws, bestaat dat wel?

Ja, het bestaat. Het is…als je vanuit een schaduw over zijn begrenzing kijkt…

Aan elk stoplicht zie ik fietsende schouders schaars gestrengd in pastelkleurige lintjes.

Je ziet ze verschijnen met het zomerlicht, sommigen als een firnament vol sproeten, anderen egaal als een sneeuwlandschap of als een stilstaand oppervlak van koffie verkeerd.

Dan ga ik langs zonovergoten terrassen,  nokvol versierd met korte rokjes net niet het mysterie van donkere spelonken onthullend. De vijftig voorbij heb ik daar meer aandacht voor.

Neuriënd begeef ik me door deze diversiteit. De wereld is het bekijken waard. Het gebeurt in een schijnbeweging van noodzaak en luiheid.

 

de stad smeult naar de vooravond…

leuren, gluren in straten

langs open pleinen

toevallig raken ogen elkaar

op de grens van het onuitstaanbare

 

parfums in de straat

jonge meisjes rieken fruitig,

hun moeders iets meer genuanceerd

en de oudere dames laten nog altijd met dit zomerweer

die onverwoestbare zweem van gedegenheid na

 

diep uitgesneden decoltés

ze doen alsof het hun niet kan schelen…

al zijn ze gladiatoren in een overbevolkte stad

en etaleren ze het beste van zichzelf

in een gratuit spektakel van vleesgeworden schoonheid

 

ik denk aan de sterfelijkheid ervan,

al die schoonheid die zal veranderen

als een roestig stuk oud ijzer

dan kijken ze net zoals ik naar al die beweging

terwijl het kruid rond mijn grafsteen bloeit

 

voor het zover is ga ik naar huis

met de ondergaande zon als gesmolten goud in mijn ogen

langs een zingend landschap in een heidens hooglied

een onzichtbaar geluid,

onzichtbaarder dan de ziel

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 14:33 1 reactie Reageer op dit bericht

foert

Donderdag 12 april 2007

Ik ben onderweg naar mijn werk. De zon is pas opgekomen. Het is nog fris.
Ik fiets met handschoenen en een wintermuts aan.
Op de veldweg ligt een dode kat.
Al vijf dagen fiets ik haar ontbindend lijf heen en weer voorbij.
Halfweg blijf ik staan om naar dit zonovergoten landschap te kijken. Er scharrelt een fazant in het pas omgeploegde veld.
Ik voel stilte in mijn binnenste. Ik neem vandaag verlof.
Deze keer heb ik op dit uur het zonlicht in mijn rug. Geen wolk in de lucht.
Thuis gekomen (het is dan kwart na acht) zie ik haar zitten in de fautuille met een tas koffie in haar hand.
    Ik heb te lang naar het zonlicht gekeken, zeg ik. Vandaag neem ik vrijaf.
Zie dat ge nog genoeg dagen op overschot houdt voor onze grote vakantie, antwoord ze enigzins bezorgd.
Na vandaag heb ik nog drieëntwintig dagen tegoed.
Nu breek ik met blote handen in ontbloot bovenlijf takken uit de hof en kijk ik verbaasd naar het bloeisel om me heen.
Ondertussen ligt de hond vanop de koer mij te beloeren.
Het is heerlijk heet vandaag. Precies zoals in de Provence.
Zullen we een fles wijn ontkurken met een stukje kaas?
Door de wijn ruist de zee in mijn oren.
Ik was tien toen ik ze voor de eerste keer zag. Met mijn ouders met de trein naar Blankenberge. Ik was toen rood verbrand.
Hmm...die schapenkaas is lekker en die rooie 'Oltesse' vanuit tweeduizendenvier is als een schaamlip vol wellust.
Ik heb zin om zomaar wat voor me uit te turen. Daarna doe ik opnieuw mijn klompen aan. Zalig, die houten klompen.
In deze instandhoudende woelige wereld zit ik op deze plaats op een blad papier bedrukt met goudkorrels en gele gedroogde
bloemen te schrijven.
Op de tafel in de schaduw ligt een woordenboek, staat een inktpot, een fles wijn en een asbak.
Gras kan je het moeilijk noemen wat daar achteraan groeit. Het is een mengsel van boterbloemen, netels, paardebloemen
en konijnenvraatsel. Daarom maai ik het met de sikkel in de hand en laat ik de mooiste exemplaren staan.
Gespreide struiken bind ik met een hennepkoord bij elkaar om het onkruid ertussen te wieden.
De zon verhit mijn rug. De fruitvliegen plagen.
Het is zeventien uur geworden. De tijd wordt. Ik zie het door mijn bezigheden.
Mijn zoon komt thuis en loopt op zijn kousen door de tuin met een bananenschil in zijn hand. Het dient de mesthoop.
Ik heb koffie gemaakt met een more heet water. Een sterke jat die ik in een paar teugen leeg drink.
Dan ga ik terug tussen de struiken met mijn klompen aan.
Anderhalf uur nadien zindert mijn lichaam nog van de koffie die ik gedronken heb. Mijn maag is dichtgeklapt.
Tijd om eten klaar te maken. Sla, tomaten, abrikozen, pepers en zalmsla.
Vandaag heb ik weeral geluk gehad. Mijn hele leven al heb ik geluk ook al zat geluk in mijn kindertijd achter tralies.
Tot een kwade dronk is het nooit gekomen.
Mijn mentale voettocht stuit op ongerijmdheden en spanningen in een niet aflatende wellust naar iets anders.
Steeds opnieuw dat verlangen dat telkens verdwijnt wanneer het ingevuld wordt.
Nu is het bijna donker. Ik kan de inkt waarmee ik deze woorden schrijf moeilijk van de omgeving onderscheiden.
De rest van dit schriftuur dient het restant van leegte op dit blad papier.
Schilderen met woorden zonder betekenis.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:27 Reageer op dit bericht

kerk

Ik voel me zo gelukkig door dat zomerweer! Terwijl ze dat zegt maakt ze een zwaaibeweging met haar armen.
Ik ook, zeg ik.  Het maakt iedereen blij, zelfs binnenshuis. De zonsopgang is indrukwekkend. Het wordt zomer.
In mijn tuin fluit een bruine merel en ik heb eergisteren al bijen en vliegen gezien.
   Ik heb koffie opgezet...als je wil, zet uw jat onder het koffiemachien...ik weet dat je graag sterke koffie drinkt.
Heb jij de sleutels van de kerk? Ik ga er straks naartoe.
   Wil je dat ik mee ga?
Hoeft niet.
   Ik ga mee. Het is daar bouwvallig, men weet nooit wat er gebeurt. Daar moet je met twee zijn.
We gaan te voet. Onderweg toont ze me de bakker waar ze de lekkerste taarten verkopen en de bloemist waar ze de mooiste bloemen verkopen.
De achterpoort van de kerk staat op een kier. Wat overblijft van de vloer is bedekt met duivenstront en kadavers. Op de wenteltrap naar de toren ligt het geraamte van een kat. Er staan nog wat beelden in de kerk. Het blaaspijporgel is nog intact. De biechtstoel en de preekstoel liggen verspreid over de grond. Er ligt een afgebroken hand van een heilige tussen het puin.
We gaan tot boven en als ik op de gewelven kruip schreeuwt ze: doe dat niet, dat is te gevaarlijk....maar ik wil de dakgebinten zien, het is mijn stiel. Als we beneden zijn zitten we onder het stof. Ze kuist haar zwarte rok aan de voorkant, draait de achterkant naar voor en kuist de achterkant voorwaarts. Daarna draait ze de voorkant terug naar achteren. Ze klopt de spinnewebben van mijn rug. We bekijken de buitenkant van de kerk.
Op de terugweg koopt ze twee taartjes bij die beste bakker en eet die wandelend op.
   Zullen we een terrasje doen, vraag ik.
Mag dat tijdens de werkuren?
   Neen.
In de schuit dan. Ik moet plassen.
   En ik heb stof in mijn keel.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 09:56 Reageer op dit bericht

jeke

het begin ligt in een verleden
en het einde wacht in de toekomst
dan nog zullen de wolken verder trekken
nog duizenden jaren bekenden blijven
valt er af en toe een naar beneden
en lopen we in de mist
ondertussen drink ik mijn beker leeg tot op de fond
want morgen kan het anders zijn
schrijven tussen natte vlekken
door mistdruppels gebroken zinnen
een zinloos gedicht met vier regels
die één zouden kunnen zijn
er komen mensen voorbij
ik zie het van op een bank onder een reusachtige boom
ze komen fietsend, lopend, communicerend zij aan zij voorbij

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:47 Reageer op dit bericht

paaszondag 8 april

We waren met de fiets gekomen. Eerst door het bos en dan langs de avenue Louise. We twijfelden of dit wel de juiste voordeur was.
Net voor we wilden aanbellen stond ze in de hall. Hoe ze wist dat we aan de voordeur stonden blijft een raadsel tenzij ze bij toeval net
de trap afkwam.
We zijn een half uur te vroeg.
De tafel staat gedekt in de tuin.
Zonovergoten daktuin in de stad. Een oase voor gevleugelden. Er nestelt zelfs een bosduif in een naaldboom.
       Zie dat ge die champagne die we meegebracht hebben nu niet ontkurkt want die heeft achtien kilometer in mijn fietszak gestoken.
Ik heb hem opzij gezet, zegt ze terwijl ze me een glas van haar champagne aanreikt.
Ondertussen heb ik mijn hemd, schoenen en kousen uitgedaan. Het gras is mals onder mijn voeten.
De anderen komen een half uur later.
Zij ( ik noem haar volle maan op nieuwjaarsdag ) komt als eerste in mijn buurt.
       Hmmm...mooi...heerlijk. Wat voel ik me gelukkig, prevelt ze welgemeend. En de zon, en die tafel...moet je zien!
Ze heeft de hele week geschilderd. Vandaag niets doen doet deugd.
Een voor een komen ze. We zijn met zeven.
Laten we een toefje en een toetje proeven.
De gastvrouw heeft meer dan haar best gedaan.
       Je haar is zo grijs, zegt die andere tegen mij.
Dat komt omdat zijn kop verbrand is door de zon, zegt een ander.
Schuin voor mij zit hij te grijnzen. Een grijsaard met kruintje rozig kaal. Net zoals ik heeft hij zich ter gelegenheid geschoren.
Hij naast mij heeft zich net voor hij haar leerde kennen kaal geschoren. Om beginnende kaalheid te verdoezelen, vertrouwt hij me toe.
Twee vrouwen hebben hun haar gekleurd. De ene iets donkerder dan de ander. In het zonlicht krijgt het een goudkleurige schijn.
De andere twee laten hun tooi de taal van de leeftijd spreken. Grijs met zwart, blond met grijs vermengd.
Met profijtige vingers neem ik een stukje toast. Het begint met de dingen die je alleen in het verkleinwoord mag schrijven (drankje,
toastje, proevertje...).
      Ik voel me zo gelukkig, zegt ze nogmaals terwijl ze haar blouse uittrekt. Het is hier zo warm in de zon.
We vragen ons af of de zomer nu begonnen is. Alles staat in bloei. Het is de schuld van het broeikaseffect.
      Niet zeuren, zegt iemand. Laten we ervan genieten.
We heffen het glas op...'zijn begrafenis ' schatert hij met een verimpelde vinger naar mij wijzend.
Volgens hem zal ik de eerste zijn in dit gezelschap die zijn toekomst zal verbruiken.
Wie denkt dat mannetje wel dat hij is? Ik die in het diepst van mijn gedachten beschik over een godengestel.
Zelfs een dood paard in een wijnglas zou nog hinniken in mijn geval.
En zelfs, ja, je weet maar nooit, moest een van hen mij overleven, wil ik dat het die dag een feest wordt met de beste chocoladetaart
en drank in overvloed.
Spijtig genoeg zal niemand onder hen deze wilsbeschikking indachtig zijn want ze lezen mijn schrijfsels niet.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 13:44 Reageer op dit bericht

onvoltooid

De woorden die ge leest  betekenen  mijn werkelijkheid. Het is mijn spraak.

Ze zeggen dat ik nooit over haar schrijf, en dat is waar. Het is moeilijk te beschrijven hoe het is om mekaar al die tijd onvoorwaardelijk te dulden. 

Ik ben alleen achtergebleven in deze avond, in de hoek waar ik zit te schrijven met gedempt licht. Ik spreek naar de lucht tot iemand mijn woorden leest  Twee woorden zoals wijnrood en fluweel.

Ik heb zo het gevoel dat ik dingen ga moeten voltooien. Tijd en ruimte, dat beweegt. Daar kan je niet omheen. Er blijft niet zoveel tijd meer over.

Meer en meer denk ik aan onze sterfelijkheid. Vreemd genoeg bedroeft mij dat niet. Wat mij nieuwsgierig maakt is of er iets onthullend zal zijn bij onze dood, of zal het zijn zoals voor onze geboorte: niets.

Hoe kan ik dit tijdelijk bestaan erkentelijk zijn?

Ik dacht dat ouderdom wijsheid schonk maar ik heb meer vragen dan voordien. In die nietigheid oordelen, dat maakt onszelf.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:34 1 reactie Reageer op dit bericht

vogel

zo verblijf ik hier als een ongevleugeld dier
met de gedachte van:  ik zou een vogel willen zijn
glijden op de wind
op en neer
tot boven wolken
en de zon zien
zelfs
toevallig sterven in mijn lot

ze bestaan
bij het krieken van de dag en voor zonsondergang
vliegen ze met honderden
met duizenden
weg van hier nu het winter wordt
vrijheid zonder keuze
ik zou een vogel willen zijn

vliegen zoals in dromen
nog beter dan vogels
met traagheid
en mensengedachten
vliegen zonder vleugels
toevallig in een droom
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:20 1 reactie Reageer op dit bericht

parfum

eerst riek ik aan mijn linker pols
dan laat ik mijn neus glijden naar een nicotinevinger
en daarnaast riek ik aan het goud van een ring
dan vouw ik mijn duim en wijsvinger in een kromming
en riek ik in de holte van mijn hand
het is een bezigheid die me op dit moment zint


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:29 Reageer op dit bericht

koers

Nummer eenentwintig gaat winnen.
Neen, nummer een.
Eenentwintig klinkt beter. Nummer een maakt geen kans.

Ik heb net gekozen voor nummer een omdat het zo kansloos is. Dat maakt de keuze spannend.
Ik kies voor eenentwintig omdat het zo kansig is.
Dan barst hij in lachen uit. Het verwondert de vrouwen niet eens. Ze zijn gewoon dat we af en toe
in alle ernst tegen elkaar zeveren.
Een van hen gaat uit de bol en drukt haar vrouwelijkheid onachtzaam tegen mijn verouderd lijf.
Vegetarische Lasagne is haar specialiteit. Ze luistert niet eens als ik iets zeg.
Het is hem niet alleen om het eten te doen maar om de bijeenkomst, het samenzijn. Onze gedachten
snuffelen met elkaar.
Buiten koersen wielrenners om te winnen. Er is volk op straat. Een chanse dat het zonnig is.
Ze spurten de laatste ronde. Wie wil nog champagne en chocoladetaart?

 Je schrijft altijd over datzelfde.
   Ja, ik kan het me niet laten. Vandaag heeft het geregend, gestormd, en uiteindelijk staan de sterren nu aan de hemel. Wat anders bewoog  komt nu samen in een stilstaand moment.
Ik zit er buiten naar te kijken samen met een onbestaande.
   Geloof jij in God, vraagt hij.
Door de ernst van het onbekende gegrepen antwoordde ik: ik geloof in de uitdeining  die ik in de verste verte niet kan zien. Wat daaraan voorafging is een mysterie.
Ik dacht uit het niets te komen en naar het niets terug te keren. Niet zomaar niets  maar
het "niets" als een vormloze ongestalte,
maar iets komt niet uit het niets, want moest dat zo zijn zou het niets zijn.
Dat we uit het niets in een bestaan terechtkomen heet dan ook een halve waarheid te zijn. We herinneren ons het voorgaande niet, dus noemen we het niets. Dat we naar het niets terugkeren is ook een zinsbegoocheling, want wat aan zijn einde komt sluit zich slechts in onze ogen en stapt door de duisternis  opnieuw tot in het licht. Als het leven breekt ontluikt het nieuwe op eigen kracht.
De onbestaande had tot nu toe gezwegen. Dan vroeg hij: wat bedoel je daarmee?
   Wel, antwoordde ik: wanneer de wind gaat liggen in mijn gedachten houd ik me bezig met daadwerkelijkheden. Eergisteren heb ik me uitgesloofd met bezigheden waarvan je achteraf niets merkt, alsof die bezigheden nooit hebben plaatsgevonden.
Moesten die bezigheden er niet geweest zijn, zou je merken dat ze niet hadden plaatsgevonden.
Ik wachtte tot de onbestaande me nog iets zou vragen maar hij was alweer verdwenen.
Ben jij God misschien, mompelde ik vooraleer in een zoete zorgeloosheid naar binnen te gaan.

Zijn die dagen van ons die voorbij zijn volledig verdwenen en is er niets van overgebleven?

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:41 Reageer op dit bericht

maandag 26 februari 2007

Twee kompanen hadden me gevraagd om mee te helpen met een overval op een geldtransport.
Zij bij mij en ikzelf hadden aanvankelijk toegezegd maar uiteindelijk haakte ik af omdat
een van hen een vuurwapen zou meenemen. Zij bij mij wou meedoen. Ze hadden een
bestuurder voor de vluchtwagen nodig.
Ik probeerde haar te overtuigen om af te zien van het voornemen maar er was geen houden aan.
Elke dag ging ze weg om met die twee te oefenen voor die fatale dag.
Ik voelde me bedrogen en in de steek gelaten.
In een ultieme poging om haar te overtuigen niet mee te doen, zei ze dat ze haar vrienden
niet in de steek kon laten. Ze hadden een chauffeur nodig.
Zoveel bereidwilligheid voor twee gangsters was me te veel. Ik besloot haar te verlaten.
De bus die ik genomen had zat stampensvol. Bovendien reed de chauffeur roekeloos.
Ik stapte drie haltes verder uit en ging te voet verder naar de plaats waar de overval zou gebeuren.
Naar de avond toe ging ik schuilen in een overdekt hondentoilet. Er kwamen mensen binnen met een kat.
Het duurde niet lang of het stonk er naar kattenpis. Ik ging verder tot in de straat waar het geldtransport
morgen zou overvallen worden. Er was een buurtfeest met bejaarden waarvan ik de meeste kende.
Ze lachten en klampten me aan. Blijf bij ons want vannacht gaat het onweren, riepen ze.
Aan tafel vertelden ze me dat morgen in de straat een hold-up zou gebeuren. Iedereen wist ervan.
De politie zou massaal aanwezig zijn.
Ik stond aan de grond genageld. Ik hield nog van haar. Ik moest haar zien te bereiken maar
niemand had een telefoon op zak.
Dringend terug nam ik de kortste weg langs onverlichte veldwegen en klauterde ik langs heuvels
door het slijk.
Thuisgekomen zag ik dat ze weg was. Ondertussen begon het al in de ochtend te schemeren.
In mijn wanhoop klopte ik bij de buren aan. Die wisten me te vertellen dat ze met twee rare venten
net vertrokken was. Zelfs met de fiets zou ik nooit op tijd ter plaatse zijn.
En dan, toen ik op instorten stond, kwam ze binnen. Ze had zich bedacht.
Opgelucht ging ik het huis uit.
                Waar ga je naartoe, vroeg ze.
Ik weet het niet, maar ik kom niet meer terug.
Ik had gehoopt dat ze mij zou vragen om te blijven.
                Neem dan ook de hond mee, zei ze.
Ik hoor opnieuw krekelgeluiden; een concert van Carlos Santana.
Het ritme van de tabla’s doet me denken aan het klauwen van een spinnende kat.
Kijk hoe de klanken dansen, ze hebben een doel.
Godenmuziek. Het paradijs komt in beweging. Stilstand komt tot leven in dit muziekstuk.
De onzichtbare beweging van geluid dat mijn lastige oren streelt.
Hoe meer ik me laat gaan, hoe zinniger worden mijn woorden.
Ik wou voor een ogenblik in een woordenboek begrijpen wat "zinnigheid" is, en
of ik dat dan ook correct geschreven heb op dit ogenblik.
Zinnigheid is: ik heb geprobeerd het na te gaan maar het heeft waarschijnlijk
zoveel betekenissen dat het misschien onbestaand moet blijven.

Naar aanleiding van een schrijver die schreef over geboorte welt er iets in me op.
Ik schrijf het als ik, maar ik was het niet.
Het was dat uit een vorig leven waaruit ik geboren werd.
Plots voelde ik dat er iets gebeurde. Onder luid gebonk zweefde ik langzaam weg van die ene
vertrouwde plaats. Het gebonk versnelde en het werd steeds moeilijker. Ik had geen
herinneringen, je weet niet eens dat je bestaat. Je weet ook niet wat je te wachten staat.
Je kan niets weten. Alles wat je meemaakt is gevoel dat intenser
wordt tot je voor de eerste keer angstig wordt wanneer het gebonk heviger en sneller klinkt.
Je wordt onttrokken vanwaar je komt.
Voor het eerst kreeg ik het benauwd. Ik had geen keuze.
Ik kon niet meer terug.
Een mens sterft twee keer: eerst bij de geboorte en dan na het leven.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 18:07 Reageer op dit bericht

gegrom

ze gromde als een roofdier haar woede weg, ook al had ze geen gelijk.
de omstaanders waren verbaasd en een van hen zij: 'mevrouw, dit is niet normaal'
zo had ik haar ook nooit bezig gezien met die wanhoop in haar ogen
die woordenloze grom als een uitdrukking van het onbeschrijfbare
het was fair om zo te zijn
gegrom als innige taal,  zo begrijpbaar zonder een litanie van onbegrepen uitspraken te moeten ondergaan
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:38 Reageer op dit bericht

poez

nacht zonder wolken
een kamer met halve akkoorden
een open deur die tabaksgeur verdrijft
en demonen verjaagt uit mijn gemoed
tussentijds een waarloos kind in sprankelend water
onbekwaam acteur die een toneelstuk speelt
de regiseur en de spelers zijn er ook

van poezie heb ik geen verstand
toch stamel ik deze woorden

mijn moeder was nog jong
wij waren jong nu met jonksjaren in een verleden
raar om dat nog te beleven
een toneelstuk met tussendoor een waarloos kind in sprankelend water
met een borrel in gezelschap zit ik daar in die ijle wereld

het is mijn beurt zegt de regisseur
de klokken luiden het uur in de tijd
de zonsval beweegt en de berk ritselt
en daarachter purperen en roze bergen

van poëzie heb ik geen verstand
toch stamel ik deze woorden
ik weet niet eens waarom
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:15 Reageer op dit bericht

verjaard

Ik moest van mijn moeder opnieuw trouwen voor de kerk. Zij droeg een versleten trouwkleed.
Ik had mijn werkbroek en houten klompen aan. Het schemerde in de kerk.
De pastoor stond op een balkon in de gewelven. Hij zei geen woord.
Uit het publiek, dat niet alleen uit familieleden bestond, klonk geroezemoes. Ik hoorde
mijn moeder huilen en mijn vader schreeuwen: we komen niet naar het feest!
Onderweg vroeg een verloosd kind op een driewieler de weg. Ik was bang dat het in het
verkeer zou overreden worden en nam het mee, samen met een schurftige hond langs een kronkelende aarden weg.
We kwamen mijn broer tegen maar die wou niet mee omdat verderop een slang lag te slapen. Afkerig
ging hij verder.
In het huis was een bouwvallige ruimte waar ik met haar en tien vrouwen matig
in drankzucht vierde. In de deuropening was een linteel losgekomen en begon het metselwerk
uit te kavelen. Er sijpelde water door.
Terwijl de vrouwen verder vierden begon ik met een truweel te metsen.
'Het is allicht roekeloos om aan de geschiedenis eigentijdse pretenties te ontlenen' zegt Hugo.
Vandaag is het vierentwig jaar  en een voormiddag geleden dat mijn oudste zoon geboren werd.
Ik denk dat het op een dinsdag was. Wat ik zeker weet is dat het die nacht vroor.
Gisteren, vierentwig jaar later, stond ik als een passant in de tijd  met innerlijke vrolijkheid naar drie eenden te kijken.
Ik heb onlangs bij toeval met voorbedachte rade ook twee vrouwen ontmoet,
vrouwen uit een verleden. Ze zijn me in de tijd niet vergeten. Ik hen ook niet.
Ze hebben iets gemeen:  geen man kan hen enige tijd overleven. Ze hebben ongewild krassen op hun ziel.
Ook al vlechten ze hun vingers biddend opdat liefde niet luwen zal, hun handen branden en de ondeugd glimlacht constant.
Mannenhaters. Dat maakt hen zo aantrekkelijk. Heldhaftige vrouwelijkheid tegenover zelfvernietigende mannelijkheid. Hun diepte blijft me inspireren.
Nog maar één keer vertel ik in een schrijven dat zich afspeelt in het grensgebied tussen de straat en een zeer beperkt publiek.
De limiet tussen leven en verbeelding is daarbij flinterdun.
En dan is er nog die andere. We kennen mekaar al meer dan vijfendertig jaar  zonder een intiem lichaamsdeel aan te raken.
Ik ben zo nalatig  om de uitdrukking van mijn schrijven in deze spraak niet te verliezen. Denk ik toch, of is mijn gedachte
zo nietig  in mijn eigen onzekerheid?
En dan zij van ik bij haar. Ongelooflijke vrouwelijkheid met verstand. We delen al langer dan onze verzuchtingen dit leven.
Ik weet het, ik ben een geile vijftiger, een naieve dromer en ik mors  koffie  over mijn kleren terwijl ik in zonlicht kijk naar een dame op een terras.
'De groeiende tolerantie tegenover de excessen van rijkdom gaat hand in hand met een toenemende aanvaarding van armoede', schrijft Paul Goossens in 'De Morgen' op 31 maart 2007.

De lucht wordt roze. Ik sta als eerste op en begin de tafel af te ruimen.
Dan komt A. Ze maakt koffie. Dan komt de zon. Daarna komt hij en nog later zij van mij.
Vlakbij is een struik die op citroenkruid lijkt.
In dit openbloeien van de dag verspreidt ze haar bedwelmende geur als een onevenaarbaar
parfum. De nectar glinstert in haar groene blaadjes. Het is alsof deze struik
ons wil verblijden.
Dankbaar streel ik haar opdat mijn hand haar geur moge dragen.
Dankbaar kijk ik naar mijn evennaasten omdat we onze aanwezigheid kunnen verdragen.
Dat de hemel onbewolkt moge blijven. Verstijfd door de nacht zitten we met
onze blik naar het Oosten gericht.
Ik ga te voet langs een grove asfaltweg naar beneden. De weg stopt in
een klein dorp. Twee in het zwart geklede vrouwen lammeren tussen de olijfbomen.
Het zijn de enige dorpelingen die ik tegen kom.
Dan begint de klim langs dezelfde weg naar boven. Mijn lichaam verhit. Het zweet
druipt. Toch doet het geen pijn. Integendeel, het schept een vermoedelijk welbehagen.
Net over het middaguur ben ik terug. We brunchen met hesp, tomaten, eiersla,
geroosterd brood met gepureerde tomaat en look, champagne...en push-café.
Vandaag is het heter dan voordien. Straks gaan we ergens naartoe. Ze hebben
me een Romeinse heirbaan en een oude vestiging van de Arabieren beloofd.
Hij slaapt voor een half uur. Ik weet dat ik hem dan niet mag storen in
zijn zalige rust. Hij zal straks rijden.
Zij en zij zijn op het laagst gelegen terras. Af en toe ga ik er langs om
hun vrouwelijkheid te voelen. Ze vervullen mijn decadente ziel met vreugde, en besef ik
hoe hopeloos en eenzaam dit leven zonder hen zou kunnen zijn.
Zonder hen zou ik misschien een zwerver zijn die de societeit zou bavereren. Nu is het
alleen mijn ongeschorenheid en af en toe drankzucht die ze moeten tolereren. Dat is
de prijs die ze er voor betalen. Ik ben het lot er dankbaar voor.
Welriekende dames denken dat ze naar het zweet rieken. Zij van mij zegt: ik doe
een andere blouse aan.
Zij van hem slaakt een gelukzalige zucht, en vraag ik: hoe moet ik dit nu beschrijven?
Meer kunt ge daar niet van zeggen, antwoord ze
Zij, waarvan hij het kan aanvaarden, maakt hem wakker. Nog een sigaret en dan vertrekken wij.

In dit prachtig dorp hebben we vijgen en boerejongensdrank gekocht. Nu aperitieven we
terwijl we het avondmaal bespreken. Ik zit buiten net zoals eergisteren voor een witgekalkte
muur te schrijven. De avond koelt de buitenlucht maar het wordt niet koud.
Ik hoor hun spraak als een melodie zonder het te verstaan. De borden kletteren als simbalen.
Hij doet de afwas.
En de maan, die is nu volwassen. Ik kijk ernaar. Even maar kan ik haar gloed bekijken.
Zij van mij komt buiten en legt haar hand op mijn schouder. De hemel is mooi, zegt ze.
Ik weet dat ze geluk voelt.
Scheer U, barbaar!
Hij heeft zich ook geschoren. Een vent met een grijze stoppelbaard en zonder tanden
brengt geen jolijt bij gesoigneerde dames. Ik wil mijn krediet in baldadigheid niet
verliezen. Het scheermes schraapt mijn kaken en kin glad. Zelfs mijn opkomende
snor gaat eraan. Ik wrijf mijn gelaat ter goedkeuring tegen hun ongeschoren vrouwengezicht.
Hij zegt: ik doe dat ook tegen mijn goesting.
De nacht voorbij. Dit wordt complete anarchie. Alleen kinderen en ezels schreeuwen nu
niet meer. Het is genoeg geweest.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

getuigenis

Er sluipen gestoorde poezen met jongen in half gesloopte huizen aan de rand van
braak liggende grond bevolkt met muizen. Om daar te geraken moet je door een lange slecht verlichte
gang met veel portalen. De kattenjongen gedragen zich agressief.
In regenweer vertrekken we ongeduldig met vertraging. Hij, zij, zij en ik. Waar we binnen komen is het te warm.
Hij rijdt. We nemen een slok. We roken een sigaret. We rijden langs bergen waar olijfbomen groeien.
In een dorp zegt hij: 'kijk, appelsienbomen'.
    Blijf er af. Dat zijn sierappelsienen!
Als het avond wordt eten we. We hebben het eten zelf klaar gemaakt. De houtkachel verwarmt het huis.
Daarna ga ik met haar van hem op het hoogst gelegen terras kijken naar de valleien. Het is donker, maar de
bijna volle maan werpt al schaduwen op de grond. Woensdag zal ze volwassen zijn.
Terwijl we in dit gebergte ons geluk degusteren  beginnen honden te huilen en roept ze: 'helaba'.
Dan zegt ze:  ik vind dat gehuil zo triestig.
Daarna zwijgen de honden en speel ik binnen op een gitaar bij hem, haar, haar en ik. We hebben een pyjama
aan gedaan. Hij niet.  Hij ligt nog met zijn schoenen aan in de zetel. Hij ligt daar goed.
Dan gaan ze slapen en blijf ik aan de keukentafel zitten om dit getuigenis op te schrijven.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:44 Reageer op dit bericht

zieda

Jawel, dit is de eerste ochtend van een nieuw jaar dat ik in mijn bloot lijf op dakniveau in
een gebergte met een bromhommel in de buurt en met een schaduw van mijn pen zit te beschrijven.
Mijn hand trilt nog van de voorbije nacht. De dames liggen getwee op het laagst gelegen terras
lectuur te lezen. Ik ga hen begroeten.
    Oh, breng je mij een asbak, vraagt ze.
Zie dat de zon u niet verbrand, zegt de andere wanneer ze mijn winters bloot bovenlijf ziet.
Ondertussen zit hij te kakken.
    Komack, hebben we nog een vierde fles wisky?
Ja, ik denk het wel.
    Dan drink ik de derde fles verder leeg.
Het is feest, schrijft de schaduw van mijn pen.
Mijn blik is dertig graden celsius rechts van Mekka gekeerd. Het middaguur komt eraan en mijn
scheten stinken.
Gisteren hebben we zeven arenden zien zweven in een thermiek. Terwijl ik ernaar keek kwam mijn
vogelverlangen weer naar boven.
Het deksel dat voordien een illusie van een pot bleek te zijn, ligt onbewogen op een pilaar.
Deze keer vliegt er een bij voorbij.
Ik riep: schrijft men b... met een korte of een lange ij.
    Met een lange ij, antwoordde hij.
Ik had maar één vraag, dus zweeg ik daarna.
Fantastisch is dit moment, omdat het geen pauze maar een afwisseling is.
Ik wroet met mijn vinger diep in mijn neus want de lucht is hier droog.
Zij leest en hij gluurt in het landschap. Op die manier heb ik hem nooit zien kijken.
Ik denk: hij kijkt naar het onzichtbare. Hij breekt iets in zichzelf. Ik zal hem er niet
over bevragen. Misschien zal hij het ooit vertellen.
Zij van hem leest een boek. We zitten zwijgzaam vanboven. De wind in mijn rug scheert geur
van verbrand hout met zich mee. Iemand heeft de houtkachel aangestoken. Zij van mij.
Ik kijk naar zij van hem in een neergaande zon. Mijn schaduw bedekt halvelings haar lijf.
Zie ze daar zijn, zij en hem. En zij van mij, en ik van haar. Waar is ze nu?
Ze hoest en drinkt een glas wijn. Ze kijkt in de verte en dan gaat ze weg.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

feest

Ik wordt wakker in haar schoot. Op het dichts bijzijnd terras zit hij met haar van hem in pyjama
reeds koffie te drinken. Zij van mij blijft nog even liggen.
"Ik heb slecht geslapen", zegt ze.
We worden overgoten met ochtendzon, badend in stilte. Alleen onze stem bepaalt hier het geluid.
We ontbijten op het achterliggend terras. Van hieruit zien we de vallei.
Ze heeft een pot gefotografeerd die ze niet meer terug vind. Achteraf bleek het een deksel te zijn.
18h: We zijn de hele namiddag weg geweest. We aperitieven. De houtkachel is aangestoken.
Het dal wordt nog half beschenen door de ondergaande zon. De honden blaffen.
Zij, hij en zij zijn binnenshuis. Ik zit te schrijven op het dakterras.
We hebben het menu besproken: inktvis, ajuinsoep, paëlla en veel drank. Traditiegetrouw zuipen we ons
eenmalig per jaar te pletter.
Nu scheert het licht nog net over de hoogste bergtoppen.
De maan begint te gloeien. Ik voel intens geluk. We zijn blij om hier tezamen te zijn. Zij hebben
het wat koud om bij valavond hier buiten te zijn.
Niet ver hier vandaan klinken knallen, gevolgd door hondengeblaf. Het is de voorbode van
een feest.
Ondertussen is het veel half uren later en zit ik buiten dicht bij de deur zodat ik hen kan horen.
We hebben ajuinsoep en scampisch gegeten. De honden blaffen weer ver weg terwijl wij hier feesten
onder ons vieren. Dat hebben we altijd gedaan op een andere plaats. De honden huilen opnieuw,
net zoals eerder.
Ik zeg: de honden huilen.
Ze zegt: ik vind dat niet mooi.
De wereld viert.
Ik heb een indringende looksmaak in mijn mond, in mijn keel, in mijn blinde darm.
Hier zit ik in het schijnsel op een wit gekalkte muur onze wellust te beschrijven.
Hij, zij, zij en ik. We zijn met vieren.
Ik ga binnen en zij van hem zegt: hij van zij gaat met mij uit een vliegtuig springen. Het kost
maar hondervijftig euro. Daarna schudt ze de paëlla door elkaar.
Echt waar, zo intens is dit feest nog nooit geweest.
En hij, hij valt niet in zijn diepe slaap.
En ik, ik wordt niet stomdronken.
En zij en zij, ik hou van hen allebei, en ook van hem.
Och ja, wat zit ik hier maar voor mezelf te vertellen. Misschien heeft er iemand anders nog iets aan.
Ze lacht, ze zegt: het is nieuwjaarsnacht.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

maandag 26 maart 07

Slenteren door een zonnige lenteavond. Daarna prutsen aan wat niet voltooid werd. Niet vandaag en evenmin morgen. Onvoltooid verleden tijd...ik heb het nooit begrepen maar het heeft iets van "ik had iets moeten doen".
Misschien was dat iets wel veel, maar geef toe, we hebben nog een zee van tijd.
Die vogels boven het meer en de muggen in tegenlicht zitten toch ook van het leven te profiteren.
Ik wil het nadoen met veel genoegen en ook meisjes van vijftig kunnen blijkbaar tijd maken. Je kunt natuurlijk niet alles tegelijk doen.
'Papa, is dat rap klaar' vraagt mijn zoon terwijl hij een portie gehakt toont in zijn rechterhand.
'Ja' zeg ik. Ge moet het alleen wat pletten en doe er peper bij.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:33 Reageer op dit bericht

iemand zegt

Het is mistig hier. de lucht lijkt op mat glas (koepel van opaal acriliet).
Het is vochtig en als je binnen het licht niet aandoet blijft het donker.
Het is ook fris. Geen lentegeur in de lucht. Een geur van smog zelfs op de boerenbuiten.
Ik sta buiten moeilijke boomstronken te ontwrichten met een kliefijzer, een bijl en mijn
"dikke hamer".
Mijn schouder doet pijn. De steel van mijn hamer is nu afgebroken.
In de haag zit een merel te broeden en in de klimop een mus. Ze zijn niet schichtig als ik buiten kom.
Ik heb ook een krant gekocht maar die ga ik nu niet lezen. Dat is voor vanavond na het eten.
Vanmorgen heb ik vier schapenkotteletten gekocht...een kleine bloemkool, wat gehakt en tomaten. Er is nog een courget en een paprika in huis.

aan de overweg van verkeer
schuurt  lawaai de tijd
gewetenloos stilte doorbrekend
...komaan Warket, hou nu op met dat gelul en beschrijf wat ge ziet.
Bekijk dat zagemeel in dat roze lichtschijnsel en zie die verroeste kachel daar buiten staan.
Het is hier verdomme stil. Niks beweegt. Zelfs de tijd neemt een pauze. Dat kan een mens niet ontgaan.

We wonen in een dorp dat verschroeit in moderniteit. Het begon toen ze die ouwe boerderij sloopten en er een appartementsgebouw bouwden. Daarna nog meer. Het dorpsplein werd geplaveid en er kwam een vijver met een fontein. Meerwaarde voor vastgoed en commercianten. Nog een paar cafés en een verkaveling erbij. De leeuwerik hoor je niet meer met al dat lawaai. Dit dorp raakt overbevolkt. 

Komaan, zeg dan gewoon dat je dit dorp klote vind in plaats van tweehonderddertig letters hieraan te spenderen. Wees nu eens eerlijk: is dat echt de moeite waard?
    Wie ben jij, dat ge mijn schrijfsel zomaar doorbreekt?
Ik ben wat jij geschapen hebt in uw waanzin.

In mijn pyjama kijk ik buiten naar die verroest kachel. Het is niet koud en niets beweegt. Ze heeft gelijk. Ik kan er beter naar kijken.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:57 Reageer op dit bericht

tussen 5 juni en 10 juni 2005

 

Dit is het beste moment om nieuwe woorden, zinnen, uitdrukkingen te verzamelen. Mijn geest is nog helder na de slaap, geprikkeld door koffie en een sigaret.

Ik lees recensies van woordkunstenaars in de weekendkrant.

 

krantenlezer op zondagochtend

in versneld tempo de wereld vernemen

 

ik lees:

om een vrouwtje het hof te maken bespaart de mannelijke fruitvlieg zich kosten noch moeite. Er komt een ingewikkeld spel bij kijken, waarbij hij haar zachtjes aantikt met zijn pootje, zingt met zijn vleugels, die laat trillen en het vrouwtje uiteindelijk likt.

 

zenuwslopende vertedering

 

ik lees:

als de euforie van de revolte langzaam wegebt, als de vernielzucht en de baldadigheid geconsumeerd zijn, resten nog het puin en de scherven

 

ik lees:

autisten noemen ons “ neurotypical “. Ze vinden goedendag zeggen tegen de mensen onzinnig omdat je ook geen slechte dag zegt. Dat geldt ook voor hoe gaat het?

Ze vinden dat andere mensen zich te veel verliezen in verbale zinloosheid. Ze kijken naar hoe andere mensen hun eigen gevecht leveren

 

de verlichting tegen romantiek

 

Ik wou dat ik even veel geld had als levenslust

miljardair en onsterfelijk

alhoewel

mensen hebben niet alleen het recht om te leven

maar ook de plicht om te sterven

zich onderwerpen aan het genadeloos sloopwerk van de natuur

hooguit het recht om hun lijk te laten bewaren in vloeibare stikstof

misschien maken ze het wel met het gemak van een vingerknip

wakker binnen duizend jaar in een totalitaire staat zo onbewoonbaar als de hel

 

wakker worden met onvrijwillige herinneringen

willekeurig en ongrijpbaar als beelden voortgebracht door de verbeelding en tenietgedaan door de werkelijkheid

als een droom die vervaagt in het verloop van de dag

tot zijn denkbeeld helemaal verdwenen is.

 

We hebben een vernissage gemist. We zouden een uitnodiging gekregen hebben, blijkt achteraf.

Uitnodiging uit brievenbus gewaaid of achteloos op schouw blijven liggen

weet ik veel

nooit gezien

slordig in het leven

met dag vertraging er naartoe

 

Op de trap dacht ik: het is hier warm voor een zomerse dag

ik voel me onwennig zo dicht bij een kunstenares

gelukkig is L. erbij om het ijs te breken

 

Het heeft iets, kunst

die sublimatie van gevoelens

om het dagelijkse te doorbreken

de toeschouwer te overtuigen en te laten herkennen

wat al aanwezig is

die onmatige bezieling

 

Mijn portret hangt ook aan de muur

ik, met ontbloot bovenlijf

en verder, gekleed in een vervallen kerk

hij heeft het beste van mezelf verbeeld

dat komt doordat we tezamen ‘s nachts sprakeloos een eiland

onbewoond en omringd door water bewoond hebben

 

en zij

ze toont haar diepste gevoelens met haar kunst

majestueus

het ongekende kenbaar maken

 

Ik zei: ik kan je grillige vindsels bezorgen

ze zei: ja, doe dat maar

ze zei nog zoiets van die e-mails

ik verstond het niet

en antwoordde: ja, waarom niet

 

Nu we weer thuis zijn is de berk goud gekleurd

hij beweegt met de wind

 

Ik begrijp nog altijd niet waarom dit geschreven wordt. Ik heb geen mening. Dat is voorbehouden aan populisten en makelaars in angst om het publieke debat met druktemakers in stand te houden.

voor de spiegel, ja, dat wel

voor een spiegel zonder mening

Misschien ben ik de laatste, maar ik weiger om aan die trend van meningen mee te doen

 

dan nog liever een zinloze kreet als uiting van anarchistische vrijheid

in een zoektocht naar genot

genot in een kasteel van kuisheid in zonde

 

woorden schikken als bloemen

het komt altijd ergens terecht

zonder einde

oefening in de vorm van klinkers

medeklinkers en er lettergrepen van maken

een woord in schepping

nu nog een zin

en dan een betekenis zonder vervaldatum

leuteren en rochelen

in een stinkende brij met veel vliegen

betekenis zonder mening

 

Als je goed kijkt in tegenlicht

zie je het leven krioelen

het leven overleven

onvoorbedacht

als een ouwe kater die over een kasseiweg loopt

in windstil

niets beweegt in deze vooravond

 

Waarom ben je zo goed gekleed?

overschot van gisteren

hij vind het grappig

maar dat is het niet

omdat het gewoon overschot van gisteren is

 

  

Ik ga met mijn wijsvinger diep in mijn neusgat op zoek naar een kabbisch

met opengevallen mond en gesloten ogen

het is een vorm van bidden

god bestaat in mijn neus

zij, hij, ze, men

in mijn neus

ik begrijp nog altijd niet waarom dit geschreven wordt

ik heb geen mening

voor een spiegel, ja, dat wel

voor een spiegel zonder mening

en dan een kreet

in een zoektocht naar genot

het komt altijd ergens terecht

betekenis zonder mening

 

Het is normaal dat vandaag gisteren niet was

de dag was onvoorspelbaar

toeval

gecontroleerde dwaasheid

het gaat op en neer

tussen paars, wit en geel

en een wolkenloze hemel

staar ik naar al die schoonheid die deze wereld siert

ik heb geen mening

wel een kreet

in een zoektocht naar genot

 

Ik knip het haar

bijna bij middernacht

van een volwassen zoon

verwekt

zij heeft hem gebaard

en nu, zoveel later

knip ik zijn haar het middernachtuur voorbij

ik heb geen mening

wel een kreet

en een schaduw

en de zon

en de maan

schaduw in maanlicht

ik, geen mening, een kreet, een schaduw in zon en volle maan

 

Twee tienermeisjes

zo natuurlijk liggen ze daar

met blote billen in het gras

op de weg komen mensen voorbij

ze kijken naar me, denk ik

of ze gluren naar die jonksheid in het gras

en twee japanners recht voor mij op een bank

een man en een vrouw

ze heeft een mooie decolté

ook ik gluur naar hun samenzijn

al die menselijkheid toevallig hier

om en rond een bank

 

Hier lag ik

was ik

een afdruk in het graan

met een schaduw

tussen passanten

in de naam van mezelf  

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:26 Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten