Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
seniorennet.beseniorennet.be

feest

Ik wordt wakker in haar schoot. Op het dichts bijzijnd terras zit hij met haar van hem in pyjama
reeds koffie te drinken. Zij van mij blijft nog even liggen.
"Ik heb slecht geslapen", zegt ze.
We worden overgoten met ochtendzon, badend in stilte. Alleen onze stem bepaalt hier het geluid.
We ontbijten op het achterliggend terras. Van hieruit zien we de vallei.
Ze heeft een pot gefotografeerd die ze niet meer terug vind. Achteraf bleek het een deksel te zijn.
18h: We zijn de hele namiddag weg geweest. We aperitieven. De houtkachel is aangestoken.
Het dal wordt nog half beschenen door de ondergaande zon. De honden blaffen.
Zij, hij en zij zijn binnenshuis. Ik zit te schrijven op het dakterras.
We hebben het menu besproken: inktvis, ajuinsoep, paëlla en veel drank. Traditiegetrouw zuipen we ons
eenmalig per jaar te pletter.
Nu scheert het licht nog net over de hoogste bergtoppen.
De maan begint te gloeien. Ik voel intens geluk. We zijn blij om hier tezamen te zijn. Zij hebben
het wat koud om bij valavond hier buiten te zijn.
Niet ver hier vandaan klinken knallen, gevolgd door hondengeblaf. Het is de voorbode van
een feest.
Ondertussen is het veel half uren later en zit ik buiten dicht bij de deur zodat ik hen kan horen.
We hebben ajuinsoep en scampisch gegeten. De honden blaffen weer ver weg terwijl wij hier feesten
onder ons vieren. Dat hebben we altijd gedaan op een andere plaats. De honden huilen opnieuw,
net zoals eerder.
Ik zeg: de honden huilen.
Ze zegt: ik vind dat niet mooi.
De wereld viert.
Ik heb een indringende looksmaak in mijn mond, in mijn keel, in mijn blinde darm.
Hier zit ik in het schijnsel op een wit gekalkte muur onze wellust te beschrijven.
Hij, zij, zij en ik. We zijn met vieren.
Ik ga binnen en zij van hem zegt: hij van zij gaat met mij uit een vliegtuig springen. Het kost
maar hondervijftig euro. Daarna schudt ze de paëlla door elkaar.
Echt waar, zo intens is dit feest nog nooit geweest.
En hij, hij valt niet in zijn diepe slaap.
En ik, ik wordt niet stomdronken.
En zij en zij, ik hou van hen allebei, en ook van hem.
Och ja, wat zit ik hier maar voor mezelf te vertellen. Misschien heeft er iemand anders nog iets aan.
Ze lacht, ze zegt: het is nieuwjaarsnacht.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

maandag 26 maart 07

Slenteren door een zonnige lenteavond. Daarna prutsen aan wat niet voltooid werd. Niet vandaag en evenmin morgen. Onvoltooid verleden tijd...ik heb het nooit begrepen maar het heeft iets van "ik had iets moeten doen".
Misschien was dat iets wel veel, maar geef toe, we hebben nog een zee van tijd.
Die vogels boven het meer en de muggen in tegenlicht zitten toch ook van het leven te profiteren.
Ik wil het nadoen met veel genoegen en ook meisjes van vijftig kunnen blijkbaar tijd maken. Je kunt natuurlijk niet alles tegelijk doen.
'Papa, is dat rap klaar' vraagt mijn zoon terwijl hij een portie gehakt toont in zijn rechterhand.
'Ja' zeg ik. Ge moet het alleen wat pletten en doe er peper bij.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:33 Reageer op dit bericht

iemand zegt

Het is mistig hier. de lucht lijkt op mat glas (koepel van opaal acriliet).
Het is vochtig en als je binnen het licht niet aandoet blijft het donker.
Het is ook fris. Geen lentegeur in de lucht. Een geur van smog zelfs op de boerenbuiten.
Ik sta buiten moeilijke boomstronken te ontwrichten met een kliefijzer, een bijl en mijn
"dikke hamer".
Mijn schouder doet pijn. De steel van mijn hamer is nu afgebroken.
In de haag zit een merel te broeden en in de klimop een mus. Ze zijn niet schichtig als ik buiten kom.
Ik heb ook een krant gekocht maar die ga ik nu niet lezen. Dat is voor vanavond na het eten.
Vanmorgen heb ik vier schapenkotteletten gekocht...een kleine bloemkool, wat gehakt en tomaten. Er is nog een courget en een paprika in huis.

aan de overweg van verkeer
schuurt  lawaai de tijd
gewetenloos stilte doorbrekend
...komaan Warket, hou nu op met dat gelul en beschrijf wat ge ziet.
Bekijk dat zagemeel in dat roze lichtschijnsel en zie die verroeste kachel daar buiten staan.
Het is hier verdomme stil. Niks beweegt. Zelfs de tijd neemt een pauze. Dat kan een mens niet ontgaan.

We wonen in een dorp dat verschroeit in moderniteit. Het begon toen ze die ouwe boerderij sloopten en er een appartementsgebouw bouwden. Daarna nog meer. Het dorpsplein werd geplaveid en er kwam een vijver met een fontein. Meerwaarde voor vastgoed en commercianten. Nog een paar cafés en een verkaveling erbij. De leeuwerik hoor je niet meer met al dat lawaai. Dit dorp raakt overbevolkt. 

Komaan, zeg dan gewoon dat je dit dorp klote vind in plaats van tweehonderddertig letters hieraan te spenderen. Wees nu eens eerlijk: is dat echt de moeite waard?
    Wie ben jij, dat ge mijn schrijfsel zomaar doorbreekt?
Ik ben wat jij geschapen hebt in uw waanzin.

In mijn pyjama kijk ik buiten naar die verroest kachel. Het is niet koud en niets beweegt. Ze heeft gelijk. Ik kan er beter naar kijken.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:57 Reageer op dit bericht

tussen 5 juni en 10 juni 2005

 

Dit is het beste moment om nieuwe woorden, zinnen, uitdrukkingen te verzamelen. Mijn geest is nog helder na de slaap, geprikkeld door koffie en een sigaret.

Ik lees recensies van woordkunstenaars in de weekendkrant.

 

krantenlezer op zondagochtend

in versneld tempo de wereld vernemen

 

ik lees:

om een vrouwtje het hof te maken bespaart de mannelijke fruitvlieg zich kosten noch moeite. Er komt een ingewikkeld spel bij kijken, waarbij hij haar zachtjes aantikt met zijn pootje, zingt met zijn vleugels, die laat trillen en het vrouwtje uiteindelijk likt.

 

zenuwslopende vertedering

 

ik lees:

als de euforie van de revolte langzaam wegebt, als de vernielzucht en de baldadigheid geconsumeerd zijn, resten nog het puin en de scherven

 

ik lees:

autisten noemen ons “ neurotypical “. Ze vinden goedendag zeggen tegen de mensen onzinnig omdat je ook geen slechte dag zegt. Dat geldt ook voor hoe gaat het?

Ze vinden dat andere mensen zich te veel verliezen in verbale zinloosheid. Ze kijken naar hoe andere mensen hun eigen gevecht leveren

 

de verlichting tegen romantiek

 

Ik wou dat ik even veel geld had als levenslust

miljardair en onsterfelijk

alhoewel

mensen hebben niet alleen het recht om te leven

maar ook de plicht om te sterven

zich onderwerpen aan het genadeloos sloopwerk van de natuur

hooguit het recht om hun lijk te laten bewaren in vloeibare stikstof

misschien maken ze het wel met het gemak van een vingerknip

wakker binnen duizend jaar in een totalitaire staat zo onbewoonbaar als de hel

 

wakker worden met onvrijwillige herinneringen

willekeurig en ongrijpbaar als beelden voortgebracht door de verbeelding en tenietgedaan door de werkelijkheid

als een droom die vervaagt in het verloop van de dag

tot zijn denkbeeld helemaal verdwenen is.

 

We hebben een vernissage gemist. We zouden een uitnodiging gekregen hebben, blijkt achteraf.

Uitnodiging uit brievenbus gewaaid of achteloos op schouw blijven liggen

weet ik veel

nooit gezien

slordig in het leven

met dag vertraging er naartoe

 

Op de trap dacht ik: het is hier warm voor een zomerse dag

ik voel me onwennig zo dicht bij een kunstenares

gelukkig is L. erbij om het ijs te breken

 

Het heeft iets, kunst

die sublimatie van gevoelens

om het dagelijkse te doorbreken

de toeschouwer te overtuigen en te laten herkennen

wat al aanwezig is

die onmatige bezieling

 

Mijn portret hangt ook aan de muur

ik, met ontbloot bovenlijf

en verder, gekleed in een vervallen kerk

hij heeft het beste van mezelf verbeeld

dat komt doordat we tezamen ‘s nachts sprakeloos een eiland

onbewoond en omringd door water bewoond hebben

 

en zij

ze toont haar diepste gevoelens met haar kunst

majestueus

het ongekende kenbaar maken

 

Ik zei: ik kan je grillige vindsels bezorgen

ze zei: ja, doe dat maar

ze zei nog zoiets van die e-mails

ik verstond het niet

en antwoordde: ja, waarom niet

 

Nu we weer thuis zijn is de berk goud gekleurd

hij beweegt met de wind

 

Ik begrijp nog altijd niet waarom dit geschreven wordt. Ik heb geen mening. Dat is voorbehouden aan populisten en makelaars in angst om het publieke debat met druktemakers in stand te houden.

voor de spiegel, ja, dat wel

voor een spiegel zonder mening

Misschien ben ik de laatste, maar ik weiger om aan die trend van meningen mee te doen

 

dan nog liever een zinloze kreet als uiting van anarchistische vrijheid

in een zoektocht naar genot

genot in een kasteel van kuisheid in zonde

 

woorden schikken als bloemen

het komt altijd ergens terecht

zonder einde

oefening in de vorm van klinkers

medeklinkers en er lettergrepen van maken

een woord in schepping

nu nog een zin

en dan een betekenis zonder vervaldatum

leuteren en rochelen

in een stinkende brij met veel vliegen

betekenis zonder mening

 

Als je goed kijkt in tegenlicht

zie je het leven krioelen

het leven overleven

onvoorbedacht

als een ouwe kater die over een kasseiweg loopt

in windstil

niets beweegt in deze vooravond

 

Waarom ben je zo goed gekleed?

overschot van gisteren

hij vind het grappig

maar dat is het niet

omdat het gewoon overschot van gisteren is

 

  

Ik ga met mijn wijsvinger diep in mijn neusgat op zoek naar een kabbisch

met opengevallen mond en gesloten ogen

het is een vorm van bidden

god bestaat in mijn neus

zij, hij, ze, men

in mijn neus

ik begrijp nog altijd niet waarom dit geschreven wordt

ik heb geen mening

voor een spiegel, ja, dat wel

voor een spiegel zonder mening

en dan een kreet

in een zoektocht naar genot

het komt altijd ergens terecht

betekenis zonder mening

 

Het is normaal dat vandaag gisteren niet was

de dag was onvoorspelbaar

toeval

gecontroleerde dwaasheid

het gaat op en neer

tussen paars, wit en geel

en een wolkenloze hemel

staar ik naar al die schoonheid die deze wereld siert

ik heb geen mening

wel een kreet

in een zoektocht naar genot

 

Ik knip het haar

bijna bij middernacht

van een volwassen zoon

verwekt

zij heeft hem gebaard

en nu, zoveel later

knip ik zijn haar het middernachtuur voorbij

ik heb geen mening

wel een kreet

en een schaduw

en de zon

en de maan

schaduw in maanlicht

ik, geen mening, een kreet, een schaduw in zon en volle maan

 

Twee tienermeisjes

zo natuurlijk liggen ze daar

met blote billen in het gras

op de weg komen mensen voorbij

ze kijken naar me, denk ik

of ze gluren naar die jonksheid in het gras

en twee japanners recht voor mij op een bank

een man en een vrouw

ze heeft een mooie decolté

ook ik gluur naar hun samenzijn

al die menselijkheid toevallig hier

om en rond een bank

 

Hier lag ik

was ik

een afdruk in het graan

met een schaduw

tussen passanten

in de naam van mezelf  

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:26 Reageer op dit bericht

rare vogels

Drie respectabele stadsidioten: een prediker, een muziekant en een zwijger. Ze hebben iets gemeen: je komt ze regelmatig tegen op diverse plaatsen, winter en zomer.
De prediker heeft zich het apostolaat toegeëigend. Niet op pauselijk nivo. Neen, hij is een straatwerker die op ondenkbare uithoeken van het trottoir met een blik op oneindig het woord gods verkondigt. Terwijl hij dat onafgebroken doet, zwaait hij met zijn rechterhand, wijsvinger naar de hemel gericht. Niemand luistert. Ik denk dat het hem weinig kan schelen, dat hij zich richt tot een wereld die alleen voor hem toegankelijk is. Zijn ogen zijn nooit op iemand gericht. Hij kijkt verdwaald.
Zo stond hij op een keer te preken voor een etalagepop, of was het zijn weerspiegeling in de vitrine? Zou hij zichzelf herkennen in een spiegel? Ik heb het hem nooit gevraagd.
De muziekant draagt een te groot verkreukeld grijs kostuum. Zijn grijzend haar tot net over de oren is altijd in de war, net zoals hijzelf, wat voorovergebogen in zigzag van het ene terras naar het andere lopend. Zijn hoofd tikt dan afwisselend links en rechts naar beneden. Hij draagt in zijn linkerhand een oude spaanse gitaar waarop nog vier snaren staan. Op elk terras speelt hij tien seconden een melodie die hij alleen begrijpt. Dan tovert hij uit zijn jaszak een kartonnen beker waarmee hij de tafels afschuimt. Ook dat duurt niet langer dan zijn muziekstuk. Hij is het gewoon dat men niks geeft. Hij heeft geen stem en speelt geen akkoorden. De mensen willen kwaliteit. Anders geen geld.
Je ziet hem alleen bij zomerweer want binnen mag hij niet spelen. Ik wou eens zijn gitaar stemmen maar hij hield ze krampachtig vast alsof zijn voortbestaan bedreigd werd. Hij zwerft hier al jaren rond.
Ook de zwijger blikt naar oneindig. Ik schat hem rond de dertig. Nog te jong. Hij stapt evenwichtig en draagt een volgepropte plastieken zak over zijn schouders, meestal rechts. Zijn gevlochten haar bind hij omhoog. Je komt hem zowat overal tegen in alle jaargetijden. Hij lijkt iemand te zijn weggeblazen uit een gebroken samenleving.
Drie schimmen in de stad. We zijn bang om ze aan te spreken, om ons belachelijk te maken. Iemand anders zal hen wel helpen.
Hoe was hun jeugd, wie zijn ze?
Ik heb het hen niet gevraagd.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:10 Reageer op dit bericht

are jou smoking?

Are jou smoking?
wablieft?
rook je?
neen, lieg ik
niet meer dus?
Ze moet het gezien hebben aan de bruine nicotinevlek op mijn middenvinger
Toen ik buiten ging volgde ze me
Heb je een sigaret voor mij?
neen
Ik keek naar haar blote voeten,
zag een glimp van schoonheid in haar vertekend gelaat
ik vertrok koelbloedig in burgerlijk fatsoen
ik had haar mijn propere sokken en sandalen kunnen geven
en wat tabak voor een halve dag
ik deed het niet
ik heb spijt dat ik het niet gedaan heb
mijn spijt achteraf

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:06 Reageer op dit bericht

nachtfiets

Het nachtelijke uur net overschreden lukt het me nauwelijks om gedachten tot bedaren te brengen. De middernachtstreep die mijn feestcultuur uit eerdere jaren bepaalde is allang naar het onverhevene verbannen. Mischien is het de zure nasmaak van champignons met look en alcohol van vier uur geleden die me toegang tot de eeuwige jachtvelden van de slaap ontzeggen. Kriebelig lustverlangen dat elke meditatieve poging tot verdrijving weerstaat. De nacht slaat op hol.
Ik fiets naar Zoersel.
Ben je gek geworden? Het is nacht. Zoersel ligt op tachtig kilometer van hier.
Ik weet het. Dat wordt zes uur rijden. Net op tijd voor een ochtendwandeling met J.
Ik wil niet dat je gaat.
En toch ga ik.
Neen. Je vertrekt niet. Het is te gevaarlijk.
Ik vertrek wel.
Terwijl ik mijn kousen aantrek knaagt de rede aan het avontuur maar er is geen houden meer aan. Niets kan me nog tegenhouden. Het is de koppigheid van een ezelsstier, de moedige onwetendheid van een soldaat op weg naar het slachtveld, eenzame fietser bekropen door de charme van de nacht. Licht uit, deur dicht, fiets bestegen om er pas af te gaan bij het krieken van de dag. Alleen de weg ligt me slecht in het geheugen. Was het langs het kanaal of de rivier? Ik laat het aan het toeval over. Zoersel ligt in het noorden. Kan niet misgaan. De wegen worden nu nauwelijks bereden. Het is maar tot in Mechelen dat me op straat iets kan overkomen. Van daaruit fiets ik langs het kanaal naar Lier. Geen kat die daar de straat nog oversteekt. En dan verbleekt de zwarte sterrenloze lucht, zijn wolken nog bergschimmen in het noorden, daar ligt Zoersel, ontwakend uit de slaap. Luie zaterdagochtend niet aan mij besteed. De wereld geeuwt.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 16:14 1 reactie Reageer op dit bericht

veldtocht

Wie heeft het nog niet meegemaakt. Je tuttelt je benen vanonder je lijf om 's morgens op tijd te vertrekken naar het werk, je stapt in de wagen en beweegt zich zittend voort, consequent de constant schommelende toegelaten snelheden aanhoudend en dan kom je pardoef voor een wegomlegging te staan.
Nu zijn we het stilaan gewoon dat er altijd wel ergens een opengebroken wegdek ons de weg verspert maar we verwachten daarbij dat  een alternatieve weg ons in goede banen leidt. Ik ben nu niet bepaald een autofanaat met mijn vijftig kilometer per maand maar voor die ene keer dat ik met een wagen reed  overkwam mij nu wat ik niet had verwacht. Ik volgde het bord 'wegomlegging' en even logisch om te geloven  dat Hitler een borstel onder zijn neus had omdat geen enkel haartje op een andere plek wou groeien, stond aan het volgende kruispunt geen richtingaanwijzer meer. In zo een situatie kies ik altijd voor mijn intuitief gevoel, dus rechts of rechtdoor. Ik reed naar rechts omdat dit een T-kruispunt was.
Zo kwam ik in een dorp terecht en dacht ik: ik ga het bij de bakker vragen, maar op dit vroege uur was die nog dicht. Dan maar verder vrolijk verder draven door dit landelijk dorp. En dan zie ik in mijn opwinding verder een oranje bord: ' enkel plaatselijk verkeer, handelszaken bereikbaar'. Nou, daar kan ik wellicht wel door tot ik aan een veldweg kwam met een bord:"alleen voor landbouwvoertuigen".
De waanzin die daarop volgde wil ik in dit schriftuur aan de lezer besparen en enkel mede delen dat ik op mijn werk ben geraakt.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:17 Reageer op dit bericht

donderdag 22 maart

Mijn ouders hadden beslist om het huis op te knappen en de tuin heraan te leggen in de komende vakantie. Mijn broer en ik moesten meehelpen. Ik had er helemaal geen zin in. Ik wou op reis naar Marokko. 'Doe niet zo vervelend' zei mijn broer. Pa was in alle staten. Ma zoals altijd vol zelfbeklag. Ik was de zoon die hun in de steek liet, de afvallige zoals altijd.

's Zaterdags vertrok ik te voet naar een ver afgelegen bushalte. Ik wou naar zee om daar mijn reis te boeken. Mijn broer ging mee.
Ik miste echter de bus en wachtte dan maar aan een verderop gelegen tramhalte. De tram komt eraan. De rit kost vier euro en je moest betalen met twee stukken van twee. Terwijl ik in mijn geldbeugel zocht viel het kleingeld op de vloer. De trambestuurster snelde me te hulp. We stonden gebukt de munten van de vloer te rapen toen haar ogen toevallig in de mijne keken. Ze had mooie ogen. 'Je ziet er lief ouderwets uit met die velouren vest' zei ze.

Halverwege naar de stad waar ik de trein zou nemen, stapte ik af en liep verloren in een overdekte parking. Gelukkig kwam ik bekenden tegen. Het waren oud collega's. Kom mee iets drinken, zeiden ze. Ik hoor er niet meer bij  maar toch ging ik mee naar het cafetaria van hun kantoor. Daar gingen ze  in groepjes van vier zitten. De nieuwe directieleden zaten appart te vergaderen. Vreemd was dat. Ik dronk met de kuisvrouw hete chocomelk met een scheutje Cointreau. Dan ging ik verder.

Buiten stond mijn broer te wachten. L. was er ook bij. Ze had de hond en enkele kennissen meegebracht. Ik heb mijn broek niet meer aan!  Met een deken rond mijn middel ging ik ernaar op zoek  en vond ze algauw terug besmeurd met modder. Gelukkig had ik één in reserve mee. Ik was nu al een halve dag onderweg. Zou ik het werk verwittigen?
Onnozelaar, zei mijn broer. Het is zaterdag.
Uiteindelijk beslis ik om terug naar huis te gaan. Daar hadden pa en ma de tuin in orde gebracht. Pa was ondertussen aan het huis begonnen en ma zei geen woord. Ik zei hen dat ik niet naar Marokko zou gaan. Ze luisterden niet eens.

Plots sta ik in mijn eigen tuin. De haag is pas gesnoeid en de poort staat open. De hond is weggelopen. Ik hoor haar in de verte jankend vechten.
Er komt een ruiter heelhuids op zijn paard voorbij. Oef...ze heeft het paard niet gebeten. Mijn opluchting is maar van korte duur want nu komt er een vrouw aan de poort opdagen, wenend en bebloed door hondebeten. Aarzelend blijft ze staan. Ik breng haar naar de binnenkoer en wil een dokter bellen. 
Ondertussen is L buiten gekomen. 'We kunnen haar zelf wel verzorgen' zegt ze. Ik heb nog een vaccin tegen hondebeten in de schuif.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:45 Reageer op dit bericht

droom

vannacht had ik een droom die nog altijd door mijn gedachten klieft
de oorlog was uitgebroken
een overheersende oorlog met ongelijke kansen
ik was oud en zwak
de hemel had een schaduw die het landschap dreigend overgroeide
ik kon mijn blik niet meer hernieuwen
de wolken hadden geen herinneringen meer
ze smolten als schimmen
in mijn vlucht met anderen waarvan ik de identiteit niet kan achterhalen, verloor ik mijn schoeisel
dat maakte me nog hulpelozer dan ik al was
we kropen door ravijnen in rokend puin
die ooit straten met huizen waren
de angst heeft me zelden zo intens bekropen

dan werd ik wakker met mijn vingers in haar haren gedompeld
ze sliep verder
ik stond op in wakende dagelijksheid
en zit nu het beeld van mijn droom uit lucht te boetseren
zou ik opnieuw willen spelen
mijn jonge schreeuw en ik
met uitgestoken handen
zonder hoofd
in ons lied verzonken
en uiteindelijk het instrument tot zwijgen heffen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 15:37 Reageer op dit bericht

vitrinekast

Er is zilverlicht daarboven dat mijn ogen verblind als ik buiten zit.
Doe iets aan, had ze me gezegd.
Tussen wolken heen zit ik te wachten op een glimp van zonneschijn. Telkens
als de schaduw van mijn pen tevoorschijn komt ben ik dankbaar.
Nu vallen er ijskorrels op dit blad papier. Ik wacht tot de inkt gaat verwateren
zodat dit een getuigenis wordt als een troebel schriftuur.
Nu, veel later, wanneer het vuur van de verbeelding ontvlamt in de diepe avond,
beleef ik genot aan eenzaamheid in stille overpeinzing. Dit is het uur waarop de
raadgevingen van wijsheid niet meer gesmoord worden door het geraas van het buitenleven.
Ik slenter doelloos door het huis met een niet te bevredigen honger naar zintuiglijk genot.
In de vitrinekast ( een ijzeren beglaasde apothekerskast die ik jaren geleden op een
rommelmarkt gekocht had ) liggen drie libellen die in vroegere zomers het huis
waren binnengedrongen, roerloos met gespreide vleugels op een steen. Het is alsof
ze rusten en nog in leven zijn. Ook de mot die drie jaar geleden kamikaze pleegde
tegen een gloeilamp boven tafel, ligt op haar zij in een eeuwige slaap. Ernaast liggen twee
muizengeraamten en een gemummificeerde kikker omringd door edelstenen.
In die kast staan ook prenten van haar te vroeg overleden ouders en een jeugdvriend.
Nou ja, sterven doe je altijd te vroeg.
Het gebeurd regelmatig dat bezoekers ernaar kijken en me vragen waarom ik die dingen
bijhoud. Dat is toch luguber, zeggen ze dan. Voor mij is het de dood in haar stilte bewaard
 gebleven in herinneringen.
Die kast gaat nooit open, tenzij bij speciale gelegenheden wanneer kinderogen
erin graaien uit nieuwsgierigheid.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:44 Reageer op dit bericht

cafébruxelles

Oud-strijders krijgen voortaan gratis gezonheidszorg.  Hallo...gaat het een beetje? Dat zijn tachtigplussers! Waarom dan niet voor zestig- of zeventigplussers? Och ja, dan begint het geld te kosten. Was ik rats vergeten. Je moet eerst stokoud worden om een cadeaubon te krijgen. Velen onder ons halen het toch niet tot aan die eindstreep. Avec ce gouvernement, c'est génial.
Ik verveel me dood. Zo geraak ik in mijn dagboek verzeild waaruit onderstaand citaat geschreven op een zomerdag zeven jaar geleden:



Zit in een café in Brussel voor open raam. Naast mij leest een man een krant. Langs het trottoir stappen vrouwen met waggelende borsten. Mensen gaan op bus. De man met krant is weggegaan en twee vrouwen komen op de plaats waar hij gezeten heeft. Ik riek hun parfum. Bus wacht tot het tijd is om te vertrekken. De chauffeur leest  ook een krant. Ze roken naast mij een sigaret en drinken koffie. Ze spreken frans. Er loopt een dikke Marokkaanse vrouw met drie dochters voorbij. De twee vrouwen naast mij zijn zwijgzaam. De oudste hoest en de jongste staat op om te betalen. Wanneer ze vertrekken heb ik met een van hen een ogenblik oogkontakt. Dat jeukt. Vlak voor het raam is iemand pas gezeten. Ze draagt een flinterdunne gouden ketting rond haar hals. Ik zie alleen maar vrouwen om me heen. Ze overbevolken deze wereld, mijn wereld. Haar oorringen zijn ook van goud en haar acajou gekleurd haar is opgestoken met een witte speld. Iemand zei me ooit dat dat een diadeem is. Ook zij rookt een sigaret. Ik kan haar gelaat niet zien want ze zit met haar rug naar mij gekeerd, ik aan de binnenkant en zij aan de buitenkant van het venster. Wat zou ze vannavond doen, hoe laat gaat ze slapen, heeft ze een minnaar, waarvan houdt ze?
Ze heeft een moedervlek in haar hals. Ik vraag me af hoe ze schreeuwt wanneer ze klaar komt, of ze zich laat penetreren zonder liefde, uit pure nieuwsgierigheid hoe het met een ander is. Het blijft regenen en de bussen blijven vollopen met passanten.








Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:46 Reageer op dit bericht

gesprek


Zal ik pittabroodjes snijden?
Doe maar.
Ondertussen schud hij vakkundig het vlees in de pan. De drie plaatsen in hun huis zijn stampensvol. Ik versta geen woord van wat er gezegd wordt. Dan maar de verf van de muur kijken. Als iemand  me iets wil vertellen krijgt die mijn minst dove oor aangeboden.
Dag oor
Wat zeg je?
Dat het een gezellige avond wordt.
Ik doe dat ook graag.
Hoezo, wat?
Koken.
Dag oor.
Wie zich de moeite getroost om op een rumoerige plaats met mij een gesprek aan te knopen moet dan maar dichterbij komen...close gesprek gegarandeerd.
Er zijn vier pittabroodjes aangebrand ( blijven haperen in de broodrooster ).
Zwart, steenhard tussen de kiezen en verbrande lucht in de neus. Nou moe, keukendeur blijft dicht.

Wat doe jij van beroep, vraag ik aan iemand die dicht bij mij zit.
    Ik ben preventieadviseur, zegt ze. Herken je me niet?
Ja, vanop een trouwfeest. We hebben toen nog lang gefilosofeerd over de zin van het leven terwijl we de afwas deden.
    En wat doe jij van beroep?
Ik ben toezichter.
Wat is dat?
    Toezicht houden.
Ze lacht alsof ik een grap vertel. Daarna graait ze een nieuw pakje sigaretten uit haar handtas.
Ik geef haar vuur.

    Hoe lang kennen julie mekaar?
Ik heb haar leren kennen toen ze vijftien was.

    Hoe doen julie dat?
Toeval.
    Gewoon wachten op het toeval?
Niet op wachten. Het gebeurt vanzelf. Met een beetje geluk valt het mee.
Wie weet vertel ik eens over kamers vol spinnewebben en plaatsen bevolkt met onherkenbare
wezens, iets wat niet van deze wereld is.
Het leven is toch een droom, niet?
  






Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 09:47 Reageer op dit bericht

Marcel

Terwijl het nog schemert sta ik in de deuropening verscholen naar storm met regen te kijken.
Het is lang geleden dat ik Marcel nog gezien heb.
Wie is Marcel?
Wel Marcel is een mens met hart en nieren zoals iedereen en toch heeft hij iets speciaals.
Het speciale van Marcel omschrijven is zo goed als onmogelijk. Dat kan je enkel doen door
de ontmoeting met hem letterlijk te illustreren. Ziehier doe ik dan maar een poging hieromtrent:

Op 16 januari 2006 heb ik hem voor de laatste keer ontmoet, en zei hij:

Wat vind gij het bekoorlijkst: de voor- of achterkant van een vrouwenlijf?
Wat zegt u?
Ik vroeg wat u bekoort: de foef of de billen?
De ogen, antwoord ik.
Hij kijkt beteuterd. Sta hier niet te liegen tegen mij.
Het is vroeg. De rijm is nog niet verdampt. Hij vraagt of ik ook een druppel wil.
Ondertussen wringt hij een fles goedkope wodka uit zijn binnenzak.
Het is Marcel die me stond op te wachten aan de sint-jacobskerk. Puur toeval, zou je zeggen.
De foef en de bilspleet begeer ik al vanuit mijn kindertijd, vervolgt hij na een stevige dronk.
Ze stinken naar kak en pis als ze ongewassen zijn en toch zijn ze geliefkoosd in mijn leven.
Voor mij de ogen, zei ik opnieuw.
Ga je nu de hele tijd blijven liegen, schatert hij. Moet ge echt geen druppel proeven?
Een proevertje maar.
Ik vind het min of meer walgelijk om aan die teut te drinken. Wie weet waar hij met zijn mond vannacht ingezeten heeft.
Ik neem een slok uit respect voor deze wilde die zo afstotend en vertederend kan zijn.
Wat doet ge momenteel voor de kost, vraag ik, ons laatste gesprek indachtig.
Alles in het zwart. Heb je voor mij geen klus die een ander niet wil doen?
Neen, dat kan niet, dat mag niet. Terwijl ik dat zeg bekijkt hij mij onbegrijpend, meewarig aan en  zegt:
het is de moeite waard om mekaar nog eens te zien.
Ja, zeg ik. Het verdient respect.
Ons gesprek dat oerkreten bedwelmt, is onmogelijk te beschrijven in mijn woordenschat.
Voor ik voortga zeg ik nog: het zijn de billen die me het meest intrigeren maar de ogen zijn het bekoorlijkst.
Hij knikt en vraagt: intrigeren, wat betekent dat? Dat is wat jij de waarheid noemt. Verdwijn nu maar uit mijn leven tot de volgende keer.
De gedachte aan Marcel zal me de rest van de dag achtervolgen. Zijn postuur van kleine gestalte met te grote gekloven handen blijft op mijn netvlies gebrand. Telkens als ik iemand tegenkom denk ik: sta hier tegen mij zo niet te liegen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 13:03 1 reactie Reageer op dit bericht

grijze zaterdag

7h30: Het spijt me om julie zo vroeg op een zaterdagochtend wakker te maken maar ik kon
het me niet laten. Ik heb lang genoeg badend in het zweet droomloos onder de dekens
gelegen. Het wordt een grijze dag. Eerst nog de medicijnen doorspoelen tegen de koorts.
Dan ga ik buiten en dat valt mee. Het regent niet.
Is het julie ook al opgevallen dat er terug mussen de tuin bevolken? De laatste jaren waren ze
weggebleven.
De wind waait vanuit de verkeerde richting en jaagt de schouwdamp naar binnen. Dan maar de verwarming afzetten.
Hoe lang denk ik nu al dat ik die schouw moet nakijken? Een jaar? Maar ja, zo gaat dat met plannen, eerst worden ze op de korte baan geschoven vanwaar ze vervolgens op de lange baan
belanden.
Bij mij thuis is het de gewoonte om op vrijdag- en zaterdagavond  min of meer uitgebreid
te feesten en daarna alles onaangeroerd te laten staan tot de volgende ochtend.
Als je dan opstaat is dat het eerste waarmee je geconfronteerd  wordt: een onooglijk stilleven
van wanorde. Vreemd genoeg  stoort mij dat niet.
De boel wordt pas opgeruimd na het ochtendritueel.
Maar vandaag ben ik de verkeerde man op de verkeerde plaats. Ik zou veel liever
een Boeing 747 zonder  passagiers boven het wolkendek besturen naar een verafgelegen plaats.
Toch ruim ik die rotzooi bijna machinaal met verstand op nul  in danspasjes af.
Spinnenwebben die in dit huis een eervolle plaats verdienen, worden daarbij gespaard, ook al wegens moeilijk bereikbaar.
Niks dwangmatig. Heerlijk toch?
Op het toilet kijk ik naar de roze motieven in het toiletpapier, lees ik de samenstelling en gebruiksaanwijzing van mijn medicijnen en begin ik te mediteren tot mijn billen aan de wc-bril blijven
plakken. Nu nog naar de krantenwinkel en de bakker hier twintig meter vandaan.
Ondertussen is het kwart na elf. Waarom dan niet tegelijk naar de beenhouwer gaan?
Oh ja, weeral vergeten; in de krantenwinkel staat op dit uur gegarandeerd die kerel met
naar achter gekamd sluikhaar (vaste klant op zaterdag) zijn sigaar te paffen, wat de klandiezie enorm stoort, maar die brave man achter de kassa durft hierover geen opmerking te maken. Terwijl hij de klanten bedient blijft sluikhaar maar doorratelen met een misselijkmakende gorgelende stem. Hij merkt niet eens dat niemand nog luistert.
Bij de bakker is er maar één klant. Dat komt omdat in dit miezerig dorp twee bakkers zijn:
de goeie en de slechte. Ik ga naar de slechte omdat de bakkersvrouw mooi en vriendelijk is.
Je moet er nooit in een lange rij wachten en bovendien is het stokbrood voortreffelijk.
Daarom koop ik het ook: voor zijn voortreffelijkheid en de vriendelijke bakkersvrouw.
15h30: ik heb geen griepgevoel meer. Nu is het hek van de dam en sta ik op mijn eentje Salsa te dansen (ook al doe je dat gewoonlijk met twee). Omara Portuondo loeit door het huis.
Heerlijk is dat!
Hopelijk komt mijn vader me nu niet onverwachts bezoeken. We hadden een week geleden afgesproken om vandaag brandhout te verzagen. Ik had gisterenavond nog doodziek die afspraak
afgezegd. Ik zou me schamen moest hij me nu dansend in dit huis zou aantreffen.
16h41: ik was mijn handen met heet water vooraleer het gehakt te mengen met gember en paprica om het vervolgens te kneden tot bouletten.
De keukendeur staat open. Binnenwaaiende wind verlucht deze ruimte.
De hond ligt op de koer met haar voorpoten galant over mekaar gespreidt.
Ik hoor merels fluiten. De ajuin is dun versnipperd. De knoflook ook. Ik maak eten klaar in "Flor Damor". Straks komt ze thuis,
en hij ook. Dan eten we tezamen en is het weeral feest.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

De eerste keer

Wauw, zeg. Is me dat even wennen aan die blog.seniorennet. Het is net of ik vanuit een landelijk dorp in een grootstad terecht gekomen ben. Het zijn mijn eerste woorden hier op dit virtueel blad papier. Laten we maar meteen beginnen. Alhoewel, veel heb ik vandaag niet te vertellen want ik heb de godganse dag met griep in bed gelegen. Dat was jaren geleden. Nu ik wakker ben gaat zij slapen. Vandaag was een omgekeerde dag en vannacht zal het niet anders zijn. Mijn oren suizen.
Dan vertel ik maar iets over temps passé:

woensdag 4 mei:
Ik kon niet wachten en ben gisterennamiddag reeds vertrokken. Heb in Zoersel buiten geslapen. Daarna tot bijna in Tilburg gefietst en tent opgezet in bos. De tent is net groot genoeg voor een persoon in foeutushouding. Het is nog niet donker als ik in slaap val.

donderdag 5 mei:
Het was koud vannacht. Bij het krieken van de dag vertrokken naar Tilburg. Niks bijzonders met die stad. Lelijke appartementsgebouwen en geen monumenten.
Van Tilburg naar Waalwijk. Deze kleine stad heeft iets: op een binnenplein is een eetcafé waar ze uitsmijter roastbeef en lekkere koffie serveren. Dat doet deugd. Ondertussen is het elf uur en ben ik op weg naar s'Hertogenbosch. Het loopt langs een breed fietspad doorkruist met kleine waterlopen. De zon heeft de kou verdreven.
20h: ben in Culemborg, zo'n 20 km van Utrecht. Het blijft droog en het is nog niet te koud om te fietsen. Opnieuw uitsmijter op terras met een Duvel. Straks fiets ik verder. Met wat geluk vind ik voor het donker wordt een geschikte plaats om te kamperen.

vrijdag 6 mei;
Het heeft vannacht geregend en behoorlijk gewaaid. De tent bleef min of meer droog. Had net op het einde van de avond nog een toffe plaats gevonden, beschermd tussen bomen. Dat krampachtig inslapen begint te wennen. Ik ga slapen als het daglicht verdwijnt en sta op als het terug opkomt.
Daarna ga ik verder, zoek s'avonds een plaats, slaap en vertrek opnieuw.
Ik wordt s'nachts wakker door de regen, heb het s'morgens koud. Ik ontdek een andere werkelijkheid en voel me bijzonder gelukkig.
De wind blijft waaien. Echt koud is het niet. Ik fiets verder naar Amsterdam ( nog ± 18 km ) .
Amsterdam is niet meer wat het vijfendertig jaar geleden was. De hippies zijn ouwe fatsoenlijke burgers geworden, bedienden, bedrijfsleiders, arbeiders met pensioen, ze zitten in de politiek. Zie ze daar nu wandelen in dat park van toen, met een poedel aan de leiband.
Ik koop schoenen. Door dat buitenleven zijn mijn sandalen iets te koud. Bij dageraad worden mijn voeten nat van de dauw in het gras.
± de middag voorbij: ik eet in een koffieshop drie space-cakes. Drie kwartier later begin ik het te voelen. Het is zo fijn dat ik de nacht doorfiets langs Haarlem tot Leiden voorbij. Daarna komt het daglicht vantussen de wolken, eerst als een purperen schijn, dan roze.

zaterdag 7mei:
Ondertussen is ook de zon opgekomen. Ze ontdooit mijn vingers en verdooft de pijn in mijn gekloofde duimen. Het verkeer komt op gang, mensen komen op straat, winkels gaan open. Het leven herpakt zich. Ik ben niet meer alleen.
In Gouda koop ik bewust geen Goudakaas. Vandaar gaat het naar Rotterdam en wordt ik me ervan bewust dat ik morgen thuis moet zijn. Rondslenteren in deze stad zit er niet meer in. Ik voel me trouwens ondertussen gegeneerd om nog ergens binnen te komen. Ik heb me vier dagen niet geschore,, niet gewassen. Mijn haar plakt tegen mijn schedel. Ik ben zo vuil dat ik eigen stank niet meer riek. De properheid van de passanten riekt naar parfum.
Vanaf nu wordt het fietsen tegen de tijd. Opnieuw fiets ik de nacht door.  Rond een uur of drie s'morgens heb ik langs de ring rond Breda de weg gevonden naar Roosendaal. Nu is het rechtdoor langs Wuustwezel naar Antwerpen.
Achtenveertig uur fietsen zonder slaap verandert mijn wereldbeeld. Wat overblijft is een decor waardoor ik me beweeg. Tussen nacht en dag is er een moment dat de straten verlaten zijn. Dat duurt niet lang maar het is prachtig. Net alsof je in een verlaten wereld bent. Je voelt wanneer alles inslaapt en opnieuw ontwaakt.

Ik weet nu een-duizendse van wat daklozen voelen: schaamte voor de vuiligheid op het lijf, het gevoel van eenzaamheid, de wereld bekijken zonder erbij te horen. Vrijheid is die prijs niet waard. Daar ben ik zeker van.   


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

zaterdag 27 januari


Uitgeslapen, hondestronten opgeruimd, stenen plinten hersteld, leeggoed weg gedaan,
een halve kilo gehakt gekocht, hout gekliefd, een fles sterk wijwater gekocht voor morgen
op de brunch, de vloer gedwijld, de vorm van mijn boek wat bijgewerkt, de vuilbak leeg gemaakt,
tanden gepoetst, oksels en geslachtsdelen gewassen met heet water, haar gekamd, niet geschoren,
eten klaar gemaakt, keukenafval op de mesthoop,...en voor de rest onder de parasol in motregen
gezeten, schreeuw ik zacht: genoeg gewerkt op een zaterdag!
Nu dansen we in een ritme van een-twee-drie-hop. Eerst zacht tot het levenssap uit onze gestrengde
vingers druipt.
Zeg niks men liefste en laat me in een pauze aan mijn vingers rieken. Daarna dansen we wellustig
in schemerlicht verder op dit plaveisel en wil ik een prins zijn die verschijnt in uw mooiste
dromen, uw schouder zacht aanraken zonder dat ge de eelt op mijn vingers voelt.
Omhels me met je ogen tot laat in de nacht.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

vrijdag 26 januari

Het gaat me niet om het geld maar om de verrassing. Eigenlijk is Marjet een levensgenieter.
Die ander is stinkend rijk en blijft bescheiden.
We vragen ons af of...
of neen, laat me verder vertellen.
Vorige nacht sloeg mijn vader een houtstuk uit het dakgebinte. Het achterdeel van het huis stortte in.
Gelukkig bleef het voordeel overeind. Daarin konden we voorlopig overleven.
Ik nam onbetaald verlof om de puinhoop herop te bouwen.
Een ongewone sigaret ligt op tafel. Ze vind het zonde dat ik probeer te vertellen wat ze vertelt.
Men kan niet schrijven wat er gezegd wordt.
of neen, we vragen ons af of...

    Stem die gitaar met uw vingers. Ge zijt het niet anders gewoon.
ça va
Ik ben al blij dat ik zijn instrument mag aanraken. Ondertussen is het al een dag later.
Mijn liefste, probeer ik te schrijven.
Mijn liefste, vraag ik mij af waarom ik dat probeer te schrijven.
Mijn liefste, heb ik nu geschreven.

ik bedoel haar,
haar innige bekoorlijkheid om me heen
kijk ik naar haar
of neen, niet alleen naar haar

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

25 jan

Ik had ter gelegenheid van een verjaardagfeest een tweedimensionaal beeld gemaakt.
Een kennis die van het kunstenaarsschap leeft, stelde me voor om het presentabel te maken.
Eerst was ik achterdochtig, maar door haar gedrevenheid stemde ik toe.
Ze kaderde het beeld in verroeste druivenserrenprofielen en omklemde het met kathedraalglas.
Dan hing ze er een middeleeuws velouren deken over dat verbonden was met een vernuftig mechanisch
systeem van touwen en kanwielen.
De bediening bevond zich op een duizelingwekkende hoogte op een klein wankel platform.
Net voor de genodigden binnen kwamen kon ik het me niet laten om naar boven bij het
raderwerk te klimmen.
Terwijl ik eraan zat te prutsen  viel een draadje en een kanwieltje uit mijn hand naar beneden.
Het doek kon nu niet meer zakken.
Dan kwam mijn zoon binnen gestormd en sabelde hij met een samorouzwaard het doek weg.
Hij klom naar mij en zei: papa, ze vinden het tof.
Prachtige halfheldere dag. De begroeïng danst op het lied van hevige wind.
De haartoppen van het overschietend riet
dansen rock-and-roll.
De hond staat daar met een loodrecht gesteven staart en doorlopen suikerogen.
Mijn blad wappert.
Veel kletst in mijn gezicht.
Moest er niet zoveel te doen zijn
zou ik hier blijven zitten.
Nog een koffiedronk
en dan ga ik overvloed met mijn beitel schrapen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten