patersbeen
België bestaat honderdzeventig jaar, zei hij.
Nu kijk ik ernaar terwijl ik het vasthoud in mijn rechterhand, het gebeente.
Ach zo, schrijf ik in mijn moedertaal. Ik eet een rauwe varkenspens.
Warket wart hoor ik denken
Ik verdun de mast van de parasol met raspend schuurpapier totdat hij tot boven open gaat.
Wat gaan jullie doen vanavond?
We gaan iets koken.
Bij haar of bij ons?
Bij haar.
De klokken luiden of denk ik het maar?
Neen, ik ben er zeker van, de klokken luiden.
Zit ik hier als een ongeschoren bohémien kousloos met sandalen aan.
mijn jonge schreeuw en ik
met uitgestoken armen
een partituur als voetbal met elkaar
tegen mekaar
met twijfelende zekerheid
de eerst helft
met de billen bloot
in ons lied verzonken
de kans is groot dat we beiden oud worden
in een buitenwereld die moeilijk blijft
zonder verloren tijd te moeten inhalen
we wantrouwen beiden de toekomst van het verleden


