Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
akke.beakke.be

Archief

Liber chronicarum.

Eén van de oudste voorstellingen van Sintemetten.
 De prachtig met de hand ingekleurde houtsnede is van uitzonderlijke kwaliteit en toont ons sint-Martinus in gewone kledij met een bedelaar. Deze prent komt uit "Liber chronicarum" van de Duitser Hartmann Schedel. (1440-1514) Dit boek, een incunabel of wiegendruk, werd gedrukt te Nuremberg in 1493. ( Het is dus een gedrukt boek, niet handgeschreven, van vóór 1501. Boeken gedrukt na 1 januari 1501 noemt men "postincunabelen".) Het werd gedrukt door Anton Koberger (1445-1513), één van de grootste drukkers uit de 15de en 16de eeuw. Hij drukte ook de beroemde Gutenberg-bijbel (1455).
De "Liber chronicarum" is één van de meest populaire incunabels. De eerste editie werd gedrukt in het Latijn, een herdruk in het Duits volgde al in december van hetzelfde jaar. Niet minder dan 800 Latijnse en 400 Duitse copies werden reeds opgespoord.
Het boek bevat meer dan 1800 houtsnedes van ongeziene kwaliteit. Zichten van steden en landen. Unieke voorstellingen van heiligen. Tekst en illustraties vullen elkaar wonderwel aan. Michael Wolgemuth en William Pleydenwurff, (vader en schoonzoon) maakten de houtsnedes. Ze behoorden tot de grootste kunstenaars van hun tijd, zelfs de grote A. Dürer was bij hen in de leer.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Onlangs kreeg ik van een goede vriend deze merkwaardige fantasie-kaart, met de opmerking:
" Waar ze uwen Sintemetten al wel niet voor gebruiken!"

"Gebed ten gebruike der Jonge meisjes die wenschen te trouwen."

"Te herhalen des 's morgens en 's avonds, de handen gevouwen, de oogen ten hemel geslagen."

"Ik verzoek U, o, H. Mauricius, U Sint Martijn en H. Sulpicius
De heiligen in 's hemelszaal en die er nog komen altemaal:
Zoo rap het kan
Schenk mij nen man ...
Ik bid U, o, H. Hyacint, zeg mij waar ik hem vind ...
Bidt voor mij, H. Leander, ook gij H. Alexander
Op mijne knieën, bid ik U zoet, wees allen toch zo goed,
Verheft gezamentlijk Uwe stem, met den H. Ephraiëm
Opdat ik, nog voor Sint Niklaas, hebbe eenen braven baas ...
Met hart en ziel en zinnen, zal ik hem eeuwig trouw beminnen
Ik zal hem beminnen, hoe langer hoe meer ...
En ... o groote heiligen, ik ... ik kan niet meer ..."

Sintemetten, bewijst deze kaart dat in het begin van de twintigste eeuw heel wat "jonge meisjes" het moeilijk hadden om aan een "braven baas" te geraken? Dat ze zelfs U inschakelden om toch maar een man te kunnen strikken? En ... grote heilige ... dat ze schreven tot ze niet meer konden?

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Aan de rand. Het werk der daklozen.

Om de drie maanden krijg ik het tijdschrift "Aan de rand", een uitgave van het "Werk der daklozen", in mijn brievenbus. Ooit had ik over hun liefdadigheidswerk gelezen en een kleine bijdrage op hun rekening overgeschreven. In hun prachtige kerstnummer van 2007, Nr. 136, las ik met heel veel belangstelling het artikel "Van Amiens naar Antwerpen". Ik wou het jullie niet onthouden.

"In mijn beduimelde agenda zit reeds jarenlang een verkreukte prentkaart. Het is een reproductie van een meesterwerk van Antoon Van Dijck, dat te pronken hangt boven het rechter zijaltaar van de st.-Martinuskerk te Zaventem. Het stelt de befaamde st.-Martinus voor, die gezeten boven op zijn ros de helft van zijn mantel deelt met de naakte man aan de stadspoorten van Amiens.
Sinds de oprichting van het "Werk der Daklozen" op 21 september 1939 is deze legendarische figuur de patroonheilige van het onthaalcentrum geworden. En reeds jaren prijkt zijn nobele figuur op een halfverheven beeldhouwerk boven de ontmoetingszaal.
Martinus was een Hongaarse soldaat, die gedurende 2 jaar tegen wil en dank zijn "dienstplicht" diende te vervullen in het Romeinse legioen. Bij de verovering van Gallië in 332 ontmoette hij deze hulpbehoevende man. Heel merkwaardig is de vaststelling, dat hij slechts een gedeelte van zijn rode mantel aan deze schamele man bezorgde. Waarom niet gans zijn tuniek? Het resterende van zijn kostbare mantel behoorde immers toe aan het Romeinse legioen en mocht niet weggegeven worden. Kortom alles wat hij kon en mocht weggeven gaf hij zonder dralen af.
Martinus is dan ook niet zonder reden de patroonheilige van het "Werk der Daklozen". Ook wij pogen dag-in, dag-uit de beschadigde thuislozen "opnieuw te bekleden met waardigheid".
En zo is de "A" van Amiens ook de "A" van Antwerpen geworden!
Reeds 68 jaar wordt de figuur van sint-Martinus de nodige luister bijgebracht op zijn feestdag: 11 november. Doch bovenal worden alle bewoners en ex-bewoners van het "Werk der Daklozen" met de nodige zorg omgeven."

www.daklozen.be                   werkderdaklozen@hotmail.com

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Uit: "Geestelijken altytduerenden
Almanach.
By maniere van eene korte Legende
der Heylighen.
Door H. P. M. tot Brussel.
By P. J. Lemmens, Boeck-drucker en
Boeck-verkooper in de Bisschop-straet."
1727.
"Met het kleet dat Sinte Merten
Gaf aen d'arme uytter herten
Heeft hem Christum snachts vertoont,
Peyst eens hoe hij is geloont!"

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Sintemetten en de Winterhulploterij.

Geheel biljet van de eerste schijf van 1944.
De elfde schijf van 1944, trekking van 29 december, zou de laatste schijf zijn.
Lithografie E. G. I., naar R. Warnotte.
Eigen archief.

Zoals vroeger al gezegd: Winterhulp was een Duits en geen Belgisch initiatief. Het was opgericht om aan kinderen en behoeftigen soep, melk, vitaminen, versterkende middelen, steenkolen en kledingsstukken te bezorgen. Op 20 december 1940 gaat de Winterhulploterij van start met de verkoop van de eerste schijf. Het plan voorzag voorzichtig slechts 10 miljoen frank als objectief en een maandelijkse trekking. De verkoop viel zwaar tegen. Door een meer agressieve verkoopspolitiek, die in 1942 al zijn vruchten begon af te werpen, werd het plan verhoogd tot 20 miljoen, het ritme van de trekkingen werd opgedreven tot drie per maand en het aantal kleine loten ( vijfden ) werd aanzienlijk opgevoerd. Om het negatief (Duits) beeld van de Winterhulploterij om te buigen werden behendig vaderlandslievende en humanitaire organismen onder de arm genomen. Nieuwe groepen werden bij de verkoop van vijfden betrokken: Nationaal Werk der Oorlogsinvaliden, het Nationaal Werk voor Oudstrijders, de stichting "Pakket van de krijgsgevangene - Colis du prisonnier", het Nationaal Werk voor Tuberculose, het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, het Rode Kruis en het Vlaamse Kruis. De winst vergrootte met één derde. Deze opgaande trend zou zich blijvend doorzetten.
Van het midden 1944 werd België opnieuw rechtstreeks in het krijgsgewoel betrokken. De mensen hadden geen geld meer voor enig gokspel. (Sommige postkantoren werden overvallen en de dieven gingen er bij voorkeur met biljetten van de loterij aan de haal.)
Het eind van de bezetting kwam in zicht. Door een besluitwet van 5 mei 1944 werd het Nationaal Comité Winterhulp ontbonden. De elfde trekking op 29 december 1944 was de laatste schijf.
Daarmee werd de Winterhulploterij afgesloten. Het bestuur diende niet te blozen om de balans die zij na vier jaar bezetting kon voorleggen.
Op alle loten was de manteldeling van sint-Martinus te zien geweest. Sintemetten had zijn werk voortreffelijk volbracht!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Martinus Nijhoff.

Martinus Nijhoff (1894-1953), Nederlands dichter, toneelschrijver en essayist. Hij komt uit een familie van boekhandelaars, uitgevers en bibliografen. Studeerde rechten en Nederlands. Weet aangrijpende emoties in eenvoudige taal weer te geven. Kenmerkende motieven in zijn werk zijn het terugverlangen naar het ongerept kind-zijn, het zoeken naar intimiteit, de godsdienst, het met eerbied en liefde terugzien op zijn moeder. De vier dichtbundels die hij schreef: "De Wandelaar", "Vormen", "Nieuwe gedichten "  en "Het uur U" behoren tot het beste wat er in de Nedrlandse poëzie verschenen is.

"Als ik uw snijdend beeld zie, denk ik schamper:
Ook gij waart klein, want aan uw naaste in nood
Gaaft gij een helft, geen ganschen mantel.
Gij steegt niet af als goed Samaritaan,
Gij bleeft te paard boven den man verheven,
Toen gij uw zwaard greept, hebt gij willen slaan,
Naar 't creatuur dat zat te beven."


Dit zijn de twee eerste coupletten uit het gedicht: "Martinus." van Martinus Nijhoff. De schrijver steekt hier op ironische wijze de draak met het beeld van Sintemetten, de barmhartige soldaat en met de manteldeling, de beroemste episode uit het heilige leven van sint-Martinus in het bijzonder.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

De papenspiegel.

"De papenspiegel. Het masker afgerukt, het ware gelaat van de rooms-katholieke kerk." door Corvin Wierbitsky. Libertas uitgeverij. Tweede druk: 1990.

"Dit boek wed in 1848 geschreven, maar heeft niets van zijn kracht ingeboet. Het is één lang polemisch schotschrift, gebald, trefzeker. De stijl is onverwacht modern, vlijmend scherp, met een bijtende humor. De inhoud is na bijna anderhalve eeuw meer dan ooit actueel."

Op blz. 31 schrijft Wierbitsky over Sintemetten:

"Gauw schoten er ook in Europa heiligen en kloosters op als paddestoelen. De heilige Martin stichtte het eerste klooster in Frankrijk. Hij zag het levenslicht in 316 in Panonië, en werd krijgsman van beroep. Hij was een brave borst want op een goede keer gaf hij de helft van zijn mantel aan een arme sloeber. Toen hoorde hij Christus zelf luidkeels roepen: "Wat ge anderen hebt gedaan, hebt gij mij gedaan." Op slag besloot hij zijn regiment in de steek te laten en als heilige door het leven te gaan. Hij bracht het tot aartsbisschop van Tours. Hij was niet van het nederige type. Integendeel, hij was zich bewust van zijn uitzonderlijke waardigheid. Toen hij bij keizer Valentianus op visite kwam, wilde die niet van zijn troon opstaan om st.-Martin te groeten. Slecht bekwam hem deze hoogmoed. Martin begon te bidden dat het kraakte, en op hetzelfde ogenblik sprongen knetterende vlammen uit de troonzetel op. En de keizerlijke majesteit moest bliksemsnel opwippen om te verhinderen dat zijn achterste geroosterd werd."

Johan Anthierens schreef ooit over dit boek: "Een boek waarin de religieus ingestelde en dweper met Jezus Christus Wierbitsky de tempelvloer aanveegt met pausen, monniken, celibaat, de complete rooms-katholieke handel." (uit "Gaandeweg", dec. 1986.)

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

De naakten kleden.

"Op deze plaat wordt Sint Martinus' edelmoedigheid in beeld gebracht.
Martinus, Romeinsch soldaat, reed op zekeren dag langs den weg, toen een arme halfnaakte bedelaar hem een aalmoes vroeg. Martinus ontdeed zich van zijn mantel en sneed dezen met z'n zwaard in twee stukken. De eene helft gaf hij aan den bedelaar. Den nacht daarop had Martinus een droom, waarin Christus hem verscheen, zeggend, dat Hijzelf de bedelaar was geweest, aan wie Martinus die weldaad had bewezen.
Martinus is later priester gewijd en bisschop geworden. In de vorige eeuw was het een volksheilige, zooals nu Sint Antonius van Padua. Vele kerken in het Zuiden van ons land zijn hem nog toegewijd."

Uit een leesboekje uit de jaren dertig.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Het oude koordoksaal van Rethy. Deel II.

Is dit de Sintemetten op het paard met drie poten?

Overgenomen uit Oudheid en Kunst.
 Algemeen tijdschrift voor Kempische geschiedenis, uitgegeven door de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Brecht en Omstreken.
39e jaargang, 1956, aflevering 2 en 3. Blz. 88 schrijft E. Sneyers:

"Over dit doksaal moet men te Retie, een halve eeuw geleden, niets meer geweten hebben. Immers, waar in "de inventaris der Kunstvoorwerpen in de Openbare Gestichten der Provincie Antwerpen, 1902" genoteerd werd: "Rethy: .... in den tuin der pastorij verscheidene gedeelten beeldhouwwerk, zuilen en voetstukken, die uit den grond werden opgedolven" - kon niemand de experten mededelen dat dit alles voortkwam van het in 1716 afgebroken doksaal.
Dat we dit "nu" weten hebben we te danken aan een betwisting tussen de wethouders van Retie en de toenmalige pastoor van de parochie, waarbij alles zwart op wit werd gezet. We kennen thans niet alleen het verloop der gebeurtenissen op de dagen van 16, 17 en 18 juli 1716, doch ook de nauwkeurige beschrijving van de materialen der afbraak, bij zover dat het een man van 't vak mogelijk is het kunstwerk in zijn grote lijnen in tekening te brengen.
Het doksaal dat in onze kerk het koor scheidde van de beuk, was opgebouwd uit arduin en witte mergelsteen en had drie bogen gericht naar het schip van de kerk en een halve boog naar ieder der zijbeuken. Twee koordeuren, ieder 12 voet hoog en 3 1/2 voet breed, met traliewerk in gegoten koper, sloten het hoogkoor af van het schip. Op de kroonlijst stonden dertien grote kandelaars in gegoten koper. Een houten wenteltrap leidde naar het hoogzaal. Onder het stenen beeldhouwwerk vermeldt de inventaris tien posturen in witte steen, ieder omtrent 2 voet hoog, één postuur in witte mergel van Sinte Marten te paard, zijnde bruin geschilderd. Verder acht stukken beeldhouwwerk in witte steen, voorstellende het Lijden van Christus, n.l. het Hofken, de Geseling, de Kroning, de Kruisdraging, de Afdoening van het kruis, de Begrafenis, de Verrijzenis en de Hemelvaart.
De nog bestaande overblijfselen van het doksaal zijn: de twee voetstukken van kolommen waarop thans de Lievenheer-op-de-koude-steen in het kerkportaal rust, verder enkele voetstukken en pilaren voor de pastorie en in de aanpalende tuin. En - wie weet - is de gammele Sinte Merten op een paard met drie poten, in de schemer van de raadzaal op ons gemeentehuis, niet de postuur die beschreven wordt in de opgave van de afbraak."
( Dit beeld van Sint Marten is niet vermeld in de Inventaris van de Provincie.)

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Tentoonstelling 9, 10 en 11 november 2008.

Zondag 9, maandag 10 en dinsdag 11 november 2008.
Telkens van 13 h tot 18h.
Op de bovenverdieping van de eeuwenoude Retiese watermolen.


Tentoonstelling.

Naar aanleiding van de feestdag van onze Retiese patroonheilige Sint-Martinus, "Sintemetten" zeggen ze bij ons, stellen enkele grafische kunstenaars hun schilderijen, tekeningen, gravures en affiches tentoon, alle met het gemeenschappelijke thema:

"De liefdadigheid van Sintemetten."

De legende is bekend: "Aan de stadspoorten van Amiens (Frankrijk) deelde Martinus, een jonge legerofficier, zijn grote mantel (capa) met een schaars geklede bedelaar.
's Nachts ziet de Romein in een droom Christus die zijn halve mantel om heeft ... "

Vele kunstenaars hebben in de loop der tijden deze "manteldeling" uitgebeeld. Denken we maar aan het wereldberoemde schilderij in de parochiekerk van Zaventem door van Dyck. (Waarschijnlijk het meest gekopieerde doek van België.) Toch kennen we geen enkele voorstelling, (schilderij, tekening of beeldhouwerk) die indentiek is aan een andere.
Deze kleine, pretentieloze tentoonstelling met werk van eigen Vlaamse kunstenaars illustreert duidelijk deze verscheidenheid. Zowel in voorstelling, gebruikte technieken en afmetingen. Zo zien we op zijn minst "merkwaardige" kunstwerkjes over onze Retiese beschermheilige. En ... betaalbaar voor ieders beurs!

Met originele werken van Riet Anthonissen, Rik Peeters, Tine Spruyt en Chris Tackaert.
Gratis inkom.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten