Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
akke.beakke.be

Archief

Sint-Martinusvuur.

Maerten van Cleef. (1527 Antwerpen 1581).
Olieverf op paneel. 77 x 108 cm.
Duinkerken.
Musée de Beaux-Arts de Dunkerque.

Het sint-martinusfeest bood de behoeftigen onder de bevolking op 11 november de gelegenheid de ontberingen van de komende winter uitbundig te lijf te gaan.
Op een dorpsplein dansen bewoners om het traditionele vreugdevuur van sint-Maarten. Rechts proberen enkele mannen een vlag, met de beeltenis van Sintemetten, te veroveren. Ook hier dient de wimpel, met de manteldeling, om aan te geven dat het wel degelijk over het feest van sint-Maarten gaat.
Op de achtergrond rechts zien we nog een groepje zingende kinderen die van een gulle vrouw in een deuropening iets krijgen toegestoken.
Links zien we een vrouw met witte hoofddoek die een deugniet een ferme oorvijg wil geven. Op de voorgrond een moeder met kind op haar schoot, gezeten op een tenen mand. Voor zich een mand noten. Ze geeft de bedelaar met de hoed enkele vruchten. Helemaal in de benedenhoek verkoopt een man appels, een aapje houdt hem gezelschap. Achter hem trekt een bedelkind met schoteltje aan de mouw van een oudere patricïer.
Opvallend de vele schakeringen rood die de schilder heeft gebruikt. Of hij de gloed van het vuur wilde weergeven.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Sint-Maarten.

Jan of Lucas van Duetecum.
Deventer (?) ca.1530-1608.
Naar Hieronymus Bosch.
Gravure en ets, 33,3 x 42,3 cm.

Bij de poort van een middeleeuwse stad waarvan de muren gedeeltelijk in zee staan, deelt Sintemetten, staande op een boot, zijn mantel met een groepje vreemde bedelaars.
Op een bootje wat hoger in de gravure zien we weer een wijnvat met de gekende vlag met twee krukken. Duidende op het sint-martinusfeest. Met de wijnstraal uit het midden van het vat vullen enkele drinkebroers hun glazen.
De ondankbaarheid van het "creupel vuyl arm gespuijs" wordt zowel in het Vlaamse onderschrift als in de voorstelling benadrukt.
Terwijl Sintemetten zijn mantel gaat delen trachten andere bedelaars zich meester te maken van zijn paard dat even zonder berijder is.

Onder de gravure lezen we duidelijk:
 "De goede Sint Martenis hier gestelt; onder al dit Cruepel Vuyl arm gespuijs haer deylende fijnen mantele inde stede Va gelt; nou Vechtese om de proije dit quaet gedruijs.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Binnen en buiten.

Binnen en buiten.
Nr. 7. Dertiende uitgave. Blz. 34.
Leesmethode Van Hoof en Vermeulen.
De Sikkel Antwerpen. 1955.
Geïllustreerd door Elsa van Hagendoren.
Spelling volgens de Woordenlijst van de Nederlandse Taal 1954.

7. Sint-Maarten.

"Stookt vier, maakt vier,
Sint-Maarten komt alhier.
Met zijn blote armen,
Hij zou zich geerne warmen;
Hij kroop al in het hoekske,
En daar kreeg hij een koekske;
Hij kroop al onder de tafel,
En daar kreeg hij een wafel;
Hij kroop al onder de zoldertrap,
En wij gaven hem een schotel pap."

1. Eeuwen geleden leefde er een volk, dat meester was over bijna de gehele aarde, voor zover men die toen kende. Dat volk heette de Romeinen.
Die Romeinen lagen ook met een groot leger in Frankrijk. Eén van de kapiteins heette Martinus.
Martinus was zeer braaf, dapper en jonkman, die ook geen heiden meer was. Zonder dat zijn vader het wist, was hij christen geworden.

2. Eens beval zijn bevelhebber hem, zo spoedig mogelijk een boodschap naar een ver verwijderde stad over te brengen. Martinus sprong te paard en reed weg. Het was vinnig koud en de wind sneed in zijn gezicht. Zijn medelijdend hart deed hem telkens in de zak tasten om aan de armen, die hij ontmoette, wat geld te geven. Spoedig was al zijn geld op, en hij kon niet eens voor zichzelf een stuk brood meer kopen.

3. Bij de poort van de stad, waar hij wezen moest, zag hij een oude man half naakt aan de weg zitten. Martinus tastte in zijn zak, doch die was leeg. "Een aalmoes, edele heer!" smeekte de arme. Wat deed hij nu? Hij sprong van zijn paard, nam zijn zwaard, sneed zijn mantel in tweeën en gaf de ene helft aan de oude man, die het kleed dankbaar aannam.

4. In de stad werd Martinus uitgelachen om het korte manteltje, dat hij nog droeg. Het stond ook zo bespottelijk. Maar Martinus was zó gelukkig een half naakte te hebben gekleed, dat hij deed alsof hij die spotternijen niet hoorde.
Later werd hij bisschop, en als je nu eens over "Sint-Maarten" hoort spreken, dan weet je, dat die heilige niemand anders was dan de brave Romein, die vol liefde alles aan de armen gaf, tot
zelfs de helft van zijn mantel.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Folkloristische sprokkelingen uit de kinderwereld.

Olie op doek.
Von Marees Hans. 1869.
" Saint Martin et le mendiant."
Winterthour, Fondation Reinhart.


Rijmkes en Liedjes uit Kinderspelen.
Te Turnhout verzameld door E. H. J. Nuyts.
Turnhout. Drukkerij "Lumen" N. V.  1930.

Blz. 24. Hoofdstuk 3. Gelegenheidsliedjes.

"Bepaalde tijdstippen in het jaar hebben voor kinderen hun bijzondere vermakelijkheden met soms spel en lied. Buiten die gelegenheden hoort men die kinderen nooit."

Punt 7. "Op Sint-Maartensdag worden er 's avonds op den buiten vuurkens gestookt. De jongens van heel de wijk gaan dan samen op den bedel om bij elken boer brandmateriaal te vragen, en al wat branden kan, sleuren ze mee, soms op een hondenkar of op een stootwagentje dat ze zelf voortstooten: mutsaards, knuppels, spaanders, turf, enz... Ze bedelen al zingend en ... krijgen ze, dan zingen ze den lof van de goedhartige geefster, maar, krijgen ze niets: dan zingen ze bedreigingen en verwenschingen, en zullen toch wel zorgen dat ze er aan de mutsaardmijt of in't houtkot geraken."

"Vandaag is't Sintre Merten, en morge is't de kruk.
Wij komen uit goeder herten. En helpt ons uit den druk.
Wij zullen van ze leven van hier nie gaan, of wij hebben wat opgedaan:
hout, hout, turven hout, kloere, kloeren haantje, een turfken of een spaantje.
Hoe wijd zal da vliegen? Over de markt en over den dijk.
't Zal ne goeie Sintre Merte zijn. Krijg ik wat asteblieft?
Daar is nog wel een goei vrouw, die ons nog wel wa geven zal.
Hoe lank zal ze leven? Honderd jaar en eenen dag,
zoo lank als ze 'n korstje brood mag."

Ofwel: "Ginder achter aan dat hoog huis, daar hangt ne zak me zemelen uit.
Hoe menige zemel, hoe menige luis. Daar zit een gierige pin in huis."

Als het een boer is die nietgeven wil; dan verandert het laatste rijmke:
"Schup den boer in 't schijthuis!"

Een gierige pin: iemand die heel gierig is, wordt soms wel een "pin" genoemd: daar is 't pinneken-dun, d.i. daar wordt niet veel opgeschept.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Historia.

Verzameling: "Het Europees Erfgoed." Rome.
Album II. Reeks 15. Nr. 72.

"Het leven van Sint-Martinus van Tours heeft
de christelijke ikonografie sterk geïnspireerd."

Uitgegeven door HISTORIA N.V.
G. Brugmannlaan 297a.
Brussel 18.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

De teervoeteisen.

In dit boekje van de scouts: "De teervoeteisen." (v.v.k.s.- Uitgeverij st-Joris. Brussel.) zag ik op blz. 60, een afbeelding van de manteldeling van sint-Martinus.
Onder het beeld een gedicht (gedeelte) van Alice Nahon.

"En vind ik in het huis mijns harten,
de troost dat ik een wee genas,
dat ik mijn armen heb gewonden
rondom één hoofd dat eenzaam was.
Dan voel ik op mijn jonge lippen
die goedheid als een avondzoen.
't Is goed in't eigen hart te kijken
en zo zijn ogen toe te doen."

Als geen ander kon A. Nahon het zalige gevoel verwoorden dat je krijgt als je een goede daad hebt gesteld.
Ook Sintemetten moet zich na de manteldeling zo hebben gevoeld!

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Sintemetten in koper gedreven .

Deze koperen sierplaten met Sintemetten als onderwerp, voorstelling meestal naar het beroemde schilderij van van Dyck, komen nog veelvuldig voor in verschillende vormen en groottes, in geel of rood koper.
Ze zijn ontstaan wanneer de koperslager een koperen plaat in een houten mal ( of vorm ) slaat ( of drijft) en die daarmee omvormt tot een echt siervoorwerp. Op deze manier konden deze grote sierplaten betrekkelijk snel in serie worden gefabriceerd, zonder gebruik te maken van speciale ovens.
Tijdens de industriële revolutie is het ambacht van koperslager in onbruik geraakt door de opkomst van de persen. Die voerden het werk, waar een ervaren koperslager enkele uren over deed, uit in luttele seconden.
Volledig machinale productie van deze koperen "Sintemettenplaten" vond vooral plaats door persen en stampen. Hierbij wordt een koperen plaat onder hoge druk tussen twee stalen modellen tot een sierplaat geperst. Sommige borden dragen de naam van de ontwerper, andere een merkteken van de werkplaats.
Ben al lang op zoek naar informatie over fabrieken die deze sierborden hebben gemaakt.
Wie kan me daarbij helpen?

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

De H. Martinus.

In een eenvoudig boekje "Sint-Niklaas gevolgd door andere lezingen." door "Eenen priester", uit 1898, vond ik volgend stukje over Sintemetten:

"De H. Martinus, nog jong zijnde, diende in het Fransche leger, en was reeds alom bekend door zijne groote liefde voor de ongelukkigen.
Op eenen kouden winterdag, door een woud rijdende, ontmoette hij eenen armen man die bijna naakt was, en hem om eene aalmoes smeekte. Martinus had reeds al zijn geld uitgedeeld, zoodat hij niets meer bij zich had, tenzij zijne kleederen en de wapens die hij droeg. Wat doet hij? Hij neemt zijnen sabel en snijdt zijnen mantel in twee stukken, waarvan hij het eene aan den bedelaar geeft, terwijl hij de andere helft zoo goed mogelijk rond zich draait.
Eenigen, die getuige waren dezer edelmoedige daad, hielden er den spot mede, maar anderen, door dit schoon voorbeeld getroffen, waren beschaamd den noodwendige niet te hebben bijgestaan, en maakten goede voornemens voor de toekomst.
Den volgenden nacht zag de H. Martinus in eenen droom, den Zaligmaker, bedekt met den halven mantel, terwijl hij zegde tot eene menigte hemelsche geesten die hem omringden:   " Martinus heeft mij met dit kleed bedekt."
Het goed, dat wij aan de armen doen, zal ons aangerekend worden als ware het aan God zelf gedaan: hebben wij dus altijd medelijden met de ongelukkigen."

Dit boekje van 48 blz. werd uitgegeven te Brugge, door A. J. Witteryck-Delplace, Nieuwe Wandeling 4.
Ook de levens van andere heiligen worden summier in deze uitgave besproken. Zo komen sint-Niklaas, de heilige Antonius van Padua en de heilige Joseph aan bod.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Rond het feest van sint-Maarten.

Uit "Ons land" 1912.

"11 November! Sint-Maarten!
Sint-Maarten, de patroon  der ganzen en der drinkebroers! Hoe komt het dat Sint-Maarten, waarvan de eenvoudigheid legendarisch en de matigheid spreekwoordelijk is, de uitverkorene is der volgelingen van Coveces en van Bacchus?
Luistert. Ziehier wat de overoude kronieken vertellen: Wanneer in 383, na zijn opstand tegen Gratiaan, Maximus, een Romeins generaal, Gallië, Engeland en Spanje bemachtigde, vestigde hij de hoofdstad van zijn keizerrijk te Trier.
Sint -Maarten begaf zich er naartoe om er eenige gunsten te verkrijgen. Maximus ontving hem schitterend. Hij liet hem aan zijne eigen tafel mede eten, hem de eereplaats gevende tusschen de voornaamste en beroemdste mannen van zijn hof. Wanneer bij het einde van het eetmaal, de officier den wijnbeker aan Maximus bood, beval deze hem aan den bisschop van Tours te geven opdat hij hem daarna uit dezes handen zou kunnen ontvangen; maar de beroemde prelaat deed den beker doorgeven aan den priester die hem vergezelde. En dit gebaar voldeed om sint Maarten aan het hoofd der drinkebroers te plaatsen!
Over sint Maarten als patroon der ganzen, vertelt de legende dat de duivel om sint Maarten te bekoren, hem eene fabelachtige gedekte tafel voorzette, maar sint Maarten keurde geen enkel gerecht waardig buiten de gans!
Moet het bestaan der talrijke Sint-Maartensmaatschappijen in de omringende gemeenten van Brussel, zooals Molenbeek, Jette, Laeken, Koekelberg, Ganshoren, daaraan toegewezen worden?
Te Ganshoren bestaat er eene kerk genoemd de St.-Maartenskerk. Zij werd gebouwd in 1369. Nu, volgens de waarschijnlijke gevolgtrekking van MM. de Graaf de Villegas en Van Leeuw, zou Ganshoren betekenen, een plaats gelegen in den vorm van een horen, waar het kweeken der ganzen op groote schaal plaats had in de oudere tijden. Vandaar de kerk van den omtrek (Ganshoren) toegewijd aan sint Maarten. Het dorp Ganshoren is ook nog steeds de bedevaartplaats gebleven der "chocheteiten" van St.-Maarten. Alle jaren op den Maandag volgende op 11 November, geven zij er elkaar afspraak en wonen er de mis bij die gezongen wordt aan het altaar van St.-Maarten.
De St.-Maartensmannen zijn te paard evenals hunnen generalen staf, voor de gelegenheid, mannen gekleed in militaire uniformen, met de gestreepte broek der gidsen en de berenmuts der grenadiers van voor den oorlog. Over een vijftiental jaren geleden kwam sint Maarten en zijn gevolg nog te paard de kerk binnen, maar daar er dikwijls ongelukken voorvielen, zo is de gewoonte om met de paarden binnen te komen langzaam verdwenen. Na de mis gehoord te hebben, scheidde de stoet zich uit elkaar en ieder sint Maarten, gevolgd van zijne mannen, trok naar zijne eigene gemeente terug.
En hier beginnen de omgangen en de ... drinkpartijen. Nochtans beoefent sint Maarten  ook de weldadigheid. Hij snijdt wel zijn mantel niet in twee, maar werpt met volle handsvollen vijgen of noten tusschen de talrijke groepen die den stoet vergezellen.
Bij het eindigen van den dag, heeft men het banket van sint Maarten. Ganzen worden er niet opgediend, maar uitmuntend vleesch wordt er gesmuld en buitengewoon veel gedronken, zoodat deze feesten soms in bloedige vechtpartijen uitlopen.
Te Mechelen wordt sint Maarten gevierd door de kinderen. Men heeft het klein Sint-Maartensfeest op 11 November, en het groot Sint-Maartensfeest den daaropvolgenden Zondag.Jonge bengels gaan dan zingend van deur tot deur:

"Hij heeft zijnen mantel doorgesneden
Om aan de armen te geven,
Jufvrouw wil ons kabaske vullen
En laat ons nie lang meer staan."

Op den Zondag van het Sint-Maartensfeest zijn de rondgaande kinderen-zangers gekostumeerd op de zotste wijze. Ze hebben dan kleine schoone papieren vlaggetjes en wandelen rond op een soort draagbaar, een St.-Maarten die getooid is met een mijter en gekleed in rok, met de eene hand houdt hij een staf en met de andere een scheel of bakje dienende om geldstukken te ontvangen.
Deze met den schoonsten sint-Maarten komen dan zingen in de groote straten van het midden der stad, zij gaan ermede de koffiehuizen binnen en keeren terug naar huis, voorzien van lekkernijen en geld.
In de omstreken van Hasselt en in zekere gemeenten van Vlaanderen, bestaat het St.-Maartensvuur. Van af den morgend van 11 November gaan de jonge lieden rond en bedelen droog hout, strooi en eikentoppen. Dit alles wordt dan op eene kar geladen welke geledigd wordt te midden een veld, waar het vuur aangestoken wordt.
De jonkheid van het dorp voert daar rond dan de drolligste dansen en sprongen uit die er maar mogelijk zijn. Daarna houdt men eetmalen en drinkgelagen ter eere van St.-Maarten, patroon der drinkebroers en der ganzen."  J.L.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Oud gedicht van de heilige Martinus.

Rijmgedicht over de H. Martinus in het maandschrift van de Engelbewaarder. 1897.

't Is snerpend koud, de winter zwaait
Zijn staf meedoogloos rond;
De noordenwind snijdt door de leën,
De sneeuwjacht stuift verwoed doorheen
En dekt den killen grond.

Een arme, naakt, verkleumd van kou,
Ter poort van Amiensstad,
Smeekt biddend om een bete brood;
Maar niemand, die zich in zijn nood
Erbarmde, hoe hij bad.

Martinus reed ter stadspoort uit;
Ook hem vroeg de arme teër
Erbarming, met gebroken stem,
Erbarming in zijn nood met hem;
Ter liefde van den Heer.

De krijgsman wierp een liefdeblik
op d'arme bedelaar,
Met schaam'le lompen nauw bedekt,
Die biddend hem de handen strekt,
Ter liefdegifte klaar.

Martinus' hart verteedert zich
Bij de armoede in de nood;
Zijn liefde had reeds al verdeeld,
Niets had hij, wat hij bood.

Niets had Martinus, wat hij bood
Den armen bedelaar;
Zijn mantel, kleeding en zwaard
Is 't enigst, wat hem rest op aard
Ter gifte op 't liefdealtaar.

De krijgsman grijpt zijn glimmend zwaard,
Wijl hij zijn mantel strekt;
Hij houwt dien middendoor in  twee,
Deelt 't eene stuk den arme mêe,
Wijl hem het andre dekt.

Nauw sliep dien nacht, ter ruste gevlijd,
Martinus, of hij zag
Den Heer, omringd door englenschaar,
In 't kleed, dat hij den bedelaar
Gegeven had dien dag.

"Martinus", sprak tot de englenschaar
De Heer, en wees op 't kleed,
"Martinus, nog katechumeen,
Sloeg mij deez kleeding om de lêen,
Toen ik in armoê leed".

De krijgsman door dit droomgezicht
Vloeide over van genot;
Met meerder vuur nog dan weleer
Beminde hij zijn God en Heer
En de armen om zijn God.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten