Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
akke.beakke.be

Archief

Sint-Martinusstraat. Beroemde inwoners: Families De Vel.

In onze sint-Martinusstraat pronkt een prachtige, luxueuze herenwoning in Art nouveau-stijl. (Nu sint-Martinusstraat 22.) De prachtige woning werd in 1910 gebouwd naar plans van de bekende architect Jozef Lathouwers. De bouwheer was Aloïs De Vel (1861-1945). Deze was niet alleen notaris, maar ook burgemeester van Retie. (Van 1925 tot 1938.) Al deze gegevens staan in een arduinen steen gebeiteld in de zijgevel. Aloïs huwde in 1891 met Maria Vanderbeuren uit Turnhout. Het gezin kreeg zes kinderen. In 1925 nam Edgard De Vel het notariaat van zijn vader Aloïs over en verhuisde naar het unieke herenhuis op de Molsebaan. Zijn ouders namen hun intrek in de"Santhoef", een mooie villa wat verder in de straat. Edgard volgde later ook zijn vader op als burgervader van het netendorp. (Van 1939 tot 1943.)
Na de families De Vel woonde hier de familie Pelckmans-Croenen, in 1947 overgekomen van Turnhout.
Dit geweldige gebouw met zijn opvallende Jugendstil-friezen staat nu te koop.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

De Katholieke School in de sint-Martinusstraat.

"Inkom van uit Mol." lezen we op de zichtkaart. (1949.)Het grote gebouw met de zes ramen, net voorbij de dubbele houten telefoonpaal is de "Katholieke School". Waar de auto's geparkeerd staan was cinema "Roxy" en herberg van de "Klomp". De volledige baan bestaat uit een fietspad, een kasseiweg en een tramspoor. Aan de linkerkant van de baan staan de meeste huizen.

Samen met de sint-Martinuskerk, het gemeentehuis en de pastorij wist iedere Kortoor tot in de jaren zestig "de Katholieke School" staan in de sint-Martinusstraat. Iedereen had er vroeg of laat mee te maken gehad. Iedereen was er al eens binnen geweest, soms zonder het te beseffen.
Het was een in baksteen opgetrokken vrij eenvoudig gebouw, met zes grote ramen langs de straatkant. Het werd in 1879 gebouwd. Het was verplicht opgericht voor de jongens ten tijde van de liberale regering en de schoolstrijd.(1879-1885) Veel vroeger werden de lessen onderwezen in "de Borcht", in de Burchtstraat.
(Dit oude soliede bouwwerk werd door mijn vader, Gustaaf Breugelmans, afgebroken. Alle waardevolle bouwmaterialen - B.v. eiken balken met de bouwdatum erin, antieke haardplaten - werden aan particulieren verkocht.)
Eerst werd er les gegeven door meester Graulus, (1842-1921) later door meester Verheyen.
Na de verkiezingen van 1885 kwamen de katholieken opnieuw aan de macht en werd de "Katholieke School" een parochiaal lokaal en vergaderzaal. Wij zouden nu zeggen, een multi-functioneel centrum! Wat gebeurde er al die jaren in de bekende school? Lokalen werden verhuurd aan de jongens- en meisjesschool. Het werd een ontspanningszaal met toneel, film, zang en cultuur. Tijdens de laatste jaren van de eerste wereldoorlog werd er aan soepbedeling gedaan. Het "Hulp- en Voedingscomiteit" had er zijn intrek genomen. Het werd het lokaal van de katholieke (een andere was er niet) studentenbond "Willen is kunnen", van de K.A.J., van de V.K.A.J., van het A.C.V., van de K.W.B., van de C.M. en van de K.B.G. Het was zelfs even een bibliotheek (1922-1925). In 1956 vergaderden de Chiroleiders er. Het "Kinderheil" is er in ondergebracht. De K.A.J.-drumband oefende er onder leiding van onderpastoor Van Hoof tot 1960.
Omstreeks die tijd werd de "Katholieke School" verkocht door de vzw Pariochiale Werken Dekenij Mol. De nieuwe eigenaar was meubelmaker Jos Frederickx uit Mol.
Moesten die muren hebben kunnen spreken!
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Sint-Martinusstraat. Beroemde inwoners. A. Luyten.

"A. Luyten "Klompke" Rethy op velo"Bristol".
-Kampioen der Kempen in 1909.-
Onoverwinbaar in 1910 meer dan 50 eerste prijzen behaald."
Postkaart geschreven in 1911.
Let op de warme trui "Bristol", met rolkraag en de zware koersfiets van het zelfde merk, zonder remmen.

In de sint-Martinusstraat woonde destijds deze bekende sportman. Aloysius Andreas Ludovicus Luyten, alias "De Klomp" of "Klompke". (1888-1941) Hij woonde naast de katholieke school en was in 1912 gehuwd met Maria Caroline Dierckx, deze stierf echter op zesentwintig jarige leeftijd. Aloïs hertrouwde in 1915 met Pauline Melis.
Hij was een zeer talentvolle "coureur", die voor het merk Bristol reed. In 1909 werd hij kampioen der Kempen en in 1910 was hij bijna onklopbaar. Hij won in dat jaar meer dan vijftig koersen. Tot omstreeks 1927 was hij ook velomaker. Een beroep dat zeer goed bij zijn wielrennen paste. Ervaren als hij was in het herstellen van lekke banden, het repareren van gebroken kettingen of het plaatsen van nieuwe spaken. Het spaarde hem veel tijd tijdens zijn koersen en het was bovendien goedkoop.
In 1925 opende hij een bioscoop: Cinema Roxy. In glazen "kijkkasten" werden glimmende cinema-foto's met duimspijkers opgehangen.( Aan het aantal gaatjes kon je zien of de film al veel gespeeld was of niet.) Zo kregen we een beeld van de komende film. Er werden steeds twee films gespeeld, één voor de pauze en de belangrijkste erna. Tijdens de onderbreking kon men in de gelagzaal, die vol hing met de gewonnen "palmen", krantenknipsels en foto's van "de Klomp", vlug één (of meerdere) pinten drinken. Velen waren niet tijdig terug voor de hoofdfilm! Ze werden dan met gevloek onthaald, omdat ze door het beeld liepen.
 Met Retie-kermis werd de filmzaal als danszaal gebruikt en was er dus die week "geen cinema".
Met de opkomst van de televisie in 1953 kregen de dorpsbioscopen harde klappen, de toeschouwers bleven weg.
In 1955 sloot cinema Roxy voorgoed zijn deuren.
Wij moesten ons "filmplezier" buiten het dorp gaan zoeken.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
2 reacties Reageer op dit bericht

De zuivelfabriek Sint-Martinus. S.M.

Retie. Een vroege zomerse morgen aan de melkerij. Nog geen verkeer. Enkele fietsers, in losse zomerkledij, staan met elkaar "te buurten". Tijd genoeg. Geen auto's, geen lawaai. Op de voorgrond zien we de tramsporen die hier "splitsen". We staan hier vlak bij de wissel. Men heeft de naam onthouden!
Zichtkaart :Uitgave Gevers-Melis. Afgestempeld in 1954.

Ik kan mijn onvolledig bezoek aan onze mooie sint-Martinusstraat niet afsluiten zonder even de melkerij te bespreken, die de naam van onze patroonheilige kreeg. De officiële naam was: "Zuivelfabriek Sint-Martinus S.M."
(Samenwerkende Maatschappij.)
Boeren-aandeelhouders zorgden voor het beginkapitaal. De firma De Groot uit Heist-op-den-Berg bouwde de fabriek. De B.B. leverde de technische uitrusting. Aloïs Melis, eerste directeur-bedrijfsleider, begon met vier werklieden.
Op 3 december 1933 was de installatie klaar en werd er met water geproefdraaid. Op de melkerij begon men om 8 uur te werken.
Op de boerderij werd de melk in kitten van 25 liter gegoten. Elke boer had een nummer dat in koperen cijfers op de nek van de "melkkit" was aangebracht. De metalen kitten werden dan door "melkkarren" aan de boerderij opgehaald.
Ik weet nog hoe ik als jeugdige knaap mee kon met zo'n "melktoer". Zelfs mocht ik van de voerder al eens de leidsels vasthouden, zo fier als een gieter was ik dan. Wist ik veel dat "Bles" met zijn ogen dicht de weg kende!
In de melkerij goot de melkaanvoerder de melk per bedrijf (per nummer) in de weegbak en plaatste de lege kitten omgekeerd op het uitdrup-apparaat dat langzaam wegdraaide. Men noteerde de hoeveelheid melk,  nam de lege kitten, spoelde ze uit, liet de afgeroomde melk - in verhouding tot de hoeveelheid geleverde melk - erin lopen. De voerder verplaatste zijn wagen naar de andere deur van de ontvangsthal en laadde zijn kitten terug op zijn kar. Hij kreeg de briefjes waarop het gewicht van de melk per bedrijf genoteerd stond en vertrok. Onderweg stak hij die papiertjes tussen deksel en kit van de betreffende veehouder. Hij zette de kitten, in omgekeerde volgorde, af aan de boerderijen.
Dat deel van zijn dagtaak zat er dan al op. In mijn jeugd gebeurde dat nog allemaal met paard en kar, later verving men de paarden door lawaaierige tractoren en nu komt een glimmende tankwagen de melk "opzuigen".
De melkerij werd heel wat meer dan alleen maar een "melkfabriek". De Kortoren waren er fier op, en terecht.
En nu ... " De Melkerij." ... een appartementenkazerne ...
De nieuwe tijd. Net wat u zegt ...
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Martinellum.

De heilige voorgesteld als bisschop van Tours, in vol ornaat, met mijter en staf. Sintemetten legt een geldstuk in een hoed die een jonge bedelaar met twee handen vast heeft. Dit alles speelt zich af in volle natuur. Perkamenten Antwerps santje van Cornelus de Boudt (1660-1735). Kopergravure. Het tafereel is in een ovaaltje gezet. De inkleuring gebeurde met veel zorg. Toch doet de met goud ingekleurde lucht een beetje bizar aan.

Een martinellum is een verzameling teksten rondom de heilige Martinus van Tours, waarin de Vita B. Martini van Sulpicius Severus de belangrijkste plaats inneemt. Het martinellum had een functie binnen de liturgie. Feitelijk was het één van de voorgangers van de missaal, waarin men later onder meer de lessen bundelde die op bepaalde feestdagen gelezen werden. Zo werden uit het martinellum bepaalde gedeelten voorgelezen op de feestdag van Martinus en op de dag waarop zijn gebeente naar Tours werd overgebracht, de zogenaamde "translatio" (14 juli).
Utrecht, waar de Dom aan sint-Martinus is gewijd, bezat zo'n twaalfde-eeuwse martinellum. (Nu in de universiteitsbibliotheek.) Hoewel dit handschrift geen miniaturen bevat, is het met zijn zestien gedecoreerde initialen één van de zeer weinige voorbeelden van codices die in de Noorderlijke Nederlanden in de twaalfde eeuw geschreven en verlucht zijn. Dit handschrift is door vijf verschillende handen geschreven in een schrift dat nog niet gotisch genoemd kan worden. Specialisten noemen dit geschrift "littera pregotica".
Deze 128 perkamenten bladzijden, geschreven in het Latijn, zijn van grote cultuur-historische waarde.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Sint-Martinus en Arendonk.

Antwerps santje op perkament. Michel Cabbay 1660-1722.
Arendonk viert al eeuwenlang de heilige Catharina van Alexandrië op 25 november. Haar leven is één en al legende. Op haar 15de kende ze alle werken van Plato. Ze moest van keizer Maxentius haar geloof in Christus afzweren, maar ze weigerde. Ze werd veroordeeld tot het rad, maar dat werktuig werd vernietigd door de bliksem. Ze werd steeds op miraculeuze wijze gered. Toen ze onthoofd werd, vloeide er melk uit haar wonden die de pest verdreef. Waarschijnlijk heeft ze nooit bestaan. Attributen: Als rijke jonge vrouw met een kroon op het hoofd, zwaard in de hand, boek, gebroken rad, palmtak. In Arendonk werd ze vereerd (waarschijnlijk) omdat ze de patroonheilige is van de kantwerksters.

Als brave Retiese inwijkeling en begaan met het rijke verleden van mijn Sintemetten-dorp, had ik natuurlijk ook belangstelling voor de, voor mij, duistere dorpsgeschiedenis van Arendonk. Hoe kan je je dan beter informeren dan door het lezen van "bekende" heemkundige boeken? " Het vizirgat." van Jan Goris werd mij sterk aanbevolen. "Zo was het", "goed geschreven", "geschiedkundig juist", allemaal positieve commentaren die ik er gratis bij kreeg. Met enorme leeshonger verslond ik de eerste bladzijden. Groot was echter mijn verbazing toen ik op blz. 33 van dit "naslagwerk" las:

"Vroegertijd werd er te Arendonk met SINTE MERTEN aan de huizen gezongen:

Vandaag is't Sinte Merten
En morgen is't z'n kruk
Wij komen van goeder herten
En helpt ons uit den druk.
En wilde ons wat geven
Wij zijn zoo rap content
Wij vragen U z'n zegen
Als gij ons gift 'n cent.

Maar Ste Mertensvuur werd enkel gestookt door Retische inwijkelingen, die hun dorpsche overlevering hier wilden inplanten. Arendonk nu, duldt op dit gebied, geen invoerartikel. Wel hoorde men, op de Beirendonk en Huiskens, een korte wijl:

Sinte Merten, turf en heit
Sinte Merten z'n voeten zijn keit

maar de Retische tongval stond in voor het verdwijnen."

Ik moest even slikken. Da's straffe taal. Wat gedurfde uitspraken! " Arendonk nu, duldt op dit gebied, geen invoerartikel." Ruikt dat niet een beetje naar discriminatie? (Woord en begrip moesten toen natuurlijk nog worden uitgevonden.) Als je zoiets nu zou schrijven, werd je zeker bestempeld als ... De Arendonkse mentaliteit veranderde sindsdien. Nu is men heel wat toleranter geworden voor "inwijkelingen", zelfs al hebben die een heel andere godsdienst en taal. Gelukkig maar!
Arendonk heeft van de liefdadigheid van Sintemetten dan toch iets geleerd.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

De sint-Martinusklokken van Retie.

Een in oud-Vlaams geschreven 16de eeuws (3 maart 1531) document, waarin de gezaghebbers van Rethy toestemmen in het kopen van een nieuwe torenklok.
Govert van der Vliet, kerkmeester (Telkenjare vernieuwd, beëdigd door de drossaard en deeluitmakend van de Wet van Rethy.) en Jan van Santvoert hebben bij Peter Wagevens, te Mechelen een klok, "weegende omtrent XXVI oft XXVII hondert ponden" gekocht voor 12 rijngulden en 5 stuivers de honderd pond.
Origineel document ondertekend door Jan van der Vliet, Jan van Santvoert en Peter Wagevens.

Klokken waren door de eeuwen heen onmisbaar.
1507 is de eerste oorlogsdatum die we tot nu toe vonden in de geschiedenis van ons dorp. Een legertje Geldersen en Fransen rukten van uit Roermond op naar onze gewesten en hebben Rethy, samen met nog andere Kempische dorpen, platgebrand.
Bij het nieuws dat de bendes in aantocht waren, holde een man naar de klok en luidde "storm" over het dorp.
Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Reageer op dit bericht

De sint-Martinusklok hergoten.

In 1843 bezat "Rethy" drie klokken: De sint-Martinusklok, ook tiendenklok geheten en gegoten door Van Der Gheyn in 1742 (2726 kg.), de Lievevrouwklok (1410 kg.) en de kleine sint-Jozefklok (723 kg.) Daar de Lievevrouwklok gebarsten was en de sint-Martinusklok nauwelijks maar de helft van haar klank gaf, besloten de Retiese raadsleden hun twee grootste klokken te laten hergieten. Vader en zoon Gaulard, klokkengieters te Tongeren, kregen de opdracht toegewezen. Op 12 juni 1843 begonnen de gieters hun moeilijk werk op het oude kerkhof, langs de noorder-zijdeur van de oude kerk. Geen werk voor amateurs! Eerst bouwde men de smeltoven in steen, dan boetseerde men in leem het model (of valse klok). Vervolgens: Het vervaardigen in leem en kempvezels van de mantel, het breken van de valse klok die onder de mantel verborgen zat, het aanleggen van de gietkuil met daarin de klokkenvormen. Na zeven weken, op 3 augustus, was het voorbreidende werk klaar. De oude klokken waren intussen al uit de sint-Martinustoren gehaald en stukgeslagen, wat niet zonder slag of stoot gegaan was, vooral de grote Sintemettenklok had felle weerstand geboden! Dan begon pas het eigenlijke klokkengieten. Eerst werd de "spijs" voor de grote klok bereid. Op 5 augustus 1843 zag een nieuwsgierige menigte hoe de vorm van de sint-Martinusklok in twee minuten vol liep met het gloeiende klokkenspijs. De volgende dag werd de klok voorzichtig uitgegraven om ze vlugger te laten afkoelen. Een dag later werd ze uit de kuil gelicht en voor de kerkdeur gezet. Met stalen borstels kuisten de gieters de klok, ze schuurden ze glad tot ze blonk en er echt "nieuw" uit zag! Op de sint-Martinusklok kon men duidelijk het opschrift lezen:

"Joan. Bap. Verbist pastor ab anno 1819 - Car. Gil. Van Den Eynde praetor - Patrinus Lud. Dom. Van den Eynde notarius - Matrina  Mar. Jon. Van Ganzewinkel - Glyck gy door myn geluyd somtyds van schrik zult beven. Zoo zal ook myn geluyd u somtyds vreugde geven. - In hororem S.Martini. (Afbeelding van "Sinte Marten") Gaulard père fils fondeurs 1843."

Op 10 augustus werden de klokken feestelijk ingezegend door de deken van Geel. Ze werden gewogen ( S.M. 2526 kg. en O.L.V. 1823 kg.) en in de toren gehangen.
De nieuwe sint-Martinusklok luidde voor de eerst over mijn mooi Kempisch dorpje op 27 augustus 1843.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

De sint-Martinusklok geroofd door de Duitse bezetter.

Wijlen "Zefa" Breugelmans (Echtgenote van Frans Geuens.), volle nicht van mijn vader, tussen de twee "geroofde" klokken. Van haar kreeg ik deze unieke fotoreeks.

Precies honderd jaar lang galmden de drie klokken vrij over mijn Neten-dorp. De sint-Martinusklok luidde men bij feesten en processies, de Lievevrouwklok bij kerkelijke diensten en de kleine sint-Jozefklok (het schelleken) klepte drie maal per dag het angelus. Bij dood en begrafenis werden de twee grote klokken samen gebruikt, bij brand en ander onheil de drie klokken tegelijk.
Op 5 augustus 1943 kwam daar een abrupt einde aan. Die dag begonnen de "klokkenpikkers" (de Duitse bezetter) de dikke oude muren rond de galmgaten in de voorkant van de sint-Martinustoren weg te kappen. De twee grote klokken werden naar beneden gelaten. (De Duitsers eisten de klokken op bij een verordening van 10 maart 1943. Het herderlijk protest van 15 mei haalde niets uit.) De kleine sint-Jozefklok mocht blijven hangen. Op 19 augustus 1943 werden de klokken op een wagen geladen en naar Duitsland vervoerd om daar gesmolten te worden voor het gieten van kanonnen. Dat alles gebeurde onder ruime belangstelling van de Kortoren. De haat tegen de bezetter werd er niet minder op. Toch moest men lijdzaam toezien ...
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

De nieuwste sint-Martinusklok.

De nieuwe sint-Martinusklok weegt 2607 kg.
Opschrift: A.D.1962 (anno domini)
Petit & Fritsen Aarle - Rixtel Holland.
"Sint Martinus bronzen stem
Wenkt uw harte
In vreugd en smarte
Keer tot God u, kom tot Hem.
Ik werd gegoten te Aarle-Rixtel
Gedoopt in't jaar onzes Heren 1962.
Mijn peter: Louis Smets, voorzitter Kerkfabriek
Mijn meter: Maria Hulselmans
Z.E.Heer Carolus Josephus Govaerts, pastoor ab anno 1946"
Langs de andere zijde staat de beeltenis van sint-Martinus en op de kroon:
"Frans Schepens, burgemeester."

De grauwe oorlogsjaren gingen voorbij zonder dat er over nieuwe klokken gesproken werd. Pas in 1946 lezen we in de notulen van de kerkvergadering er iets over. Het vervangen van de geroofde klokken werd een echte lijdensweg. Er waren te veel organisaties die allemaal hun zeg moesten doen. Men maakte van alles een discussiepunt. Zijn de klokken wel gesmolten? Is er een attest betreffende de weggevoerde klokken, hoeveel bedraagt de financiële staatssteun? Moeten er geen twee dossiers gemaakt worden, één voor de klokken en een ander voor de torenrestauratie? ... Jarenlang probeerde men tot een goede oplossing te komen. In 1953 is er nog steeds geen schadeloosvergoeding uitbetaald en heeft men nog altijd geen toestemming om nieuwe klokken te gieten, want door de oorlog in Korea is de prijs van het koper veel te hoog!
Het is uiteindelijk pas in 1962 dat de firma Petit en Fritsen, klokkengieters uit Aarle-Rixtel in Nederland, de nieuwe klokken mag gieten. Veel schoon volk was daarbij aanwezig: Pastoor Karel Govaerts, burgemeester Frans Schepens en al de leden van de kerkfabriek.
De wijding van de klokken gebeurde op 1 juli 1962 om 14.30 uur, met een optocht door de belangrijkste straten van Retie. In de stoet mocht natuurlijk sint-Martinus met zijn Romeinse soldaten niet ontbreken. De klokken opgesteld in de sint-Martinuskerk, werden gewijd door de deken Franken uit Mol.
De notulen van 7 oktober 1962 vermelden dat de installatie van de twee klokken is voltrokken...
Sindsdien galmen de klokken weer vrij over mijn prachtig Sintemettendorp, zijn neten, zijn velden en zijn Kortoren! Precies alsof het nooit anders is geweest ...
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten