Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
akke.beakke.be

Archief

Sint-Maartenviering te Mechelen.

Postkaart Mechelen. O.L.V. over de Dijle.
"Sinte Mette" naar de schilderij van A. Ost.
Drukk. Ed. Van den Bossche, Mechelen.

Te Mechelen vierde men sint-Martinus toch een beetje anders dan in de meeste Kempische Sintemettendorpen. De "Maneblussers" maakten er een heuse verkleedpartij van. Op 11 november gingen de kinderen van deur tot deur om een appeltje, een peer of een paar centen te krijgen. De jongens waren dan een beetje vermomd. Ze droegen een vlassen baard en een hoed van gekleurd papier. Eén van hen was de bisschop van Tours en werd door vier vrienden, op een soort berrie, waarop een stoel was vastgemaakt, triomfantelijk rondgedragen. In één hand hield hij een vergulde staf vast, in de andere, een houten pollepel, om de kleine geschenken mee in ontvangst te nemen. Die werden dan eerlijk opgeborgen in een kleine korf, die aan de draagbaar was vastgebonden. Zo trokken ze dan in kleine groepjes van huis tot huis. Ze zongen uit volle borst:

"Sinte Merten van de ruggenuchte,
hij met zijnen grijzen baard!
Juffrouw, wil ons kabasken wat vullen,
En laat ons niet lang meer staan;
Dan zullen we lustig smullen.
Adieu, juffrouwken, tot de naaste jaar."

En 's avonds laat werd dan de "buit" eerlijk verdeeld!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
1 reactie Reageer op dit bericht

Wie was de Graaf van Halfvasten?

Uit oude boeken en geschriften weten we dat er in Retie drie kindervrienden gevierd werden: Sintemetten, sint-Niklaas en "sinte"-Greef. De twee eerste zijn natuurlijk de bekendste. Maar wie was die fameuze "Graaf van Halfvasten"?
Over de oorsprong is men het niet eens. Halfvasten: het scheiden van de winter en de zomer. Enkelen zien zijn viering als een overblijfsel van het oude godenfeest ter ere van Thor. Anderen zien er de herinnering in aan de Blijde Intrede van Lodewijk van Male (1358) of  Filips de Stoute (1384). Ze deelden bij die gelegenheid geschenken uit aan alle kinderen die hen verwelkomden. Nog anderen menen dat de Graaf van Halfvasten geen fictief iemand is geweest. Uit het "Antwerpsch Chronijkje" blijkt een zekere Hans de Greve hebben bestaan. Hij zou volgens dezelfde bron de Antwerpse beul geweest zijn en aldus in de volksverbeelding als een soort boeman zijn afgeschilderd.
In de 18de eeuw doorkruiste de Graaf (of Greef) van Halfvasten, prachtig uitgedost, soms vergezeld van zijn vrouw, op een mooi opgetuigd paard onze straten. Zo liet hij weten dat hij in aantocht was.
De kleintjes zetten dan een korfje, een klomp of een schoen met wat lekkers in voor het ros van de vrijgevige man. (Net zoals bij het sinterklaasfeest!) In Retie zong men dan:

"De Greef van Halfvasten
Wat heet ie meegebracht?
een haantjen op een stekske
en daar een pluimken op!"

's Anderendaags was de snee brood, de pee of het hooi verdwenen en lag er in de plaats, speelgoed of snoep. (De bakkers bakten een koekje in de vorm van een haantje, een pluimpje diende als staart.)
De Graaf werd gevierd op de vierde zondag van de vasten, het einde van het gure jaargetijde en het begin van de lente.
In Retie noemde men hem wel "sint", maar in werkelijkheid is hij nooit een heilige geweest. Hij was daarom niet minder geliefd.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Martyn-de-visser.

Spijtig dat men in België en Nederland (meestal) slechts één gebeurtenis kent uit het lange, overvolle leven van de heilige Martinus. Iedereen herinnert zich natuurlijk het verhaal van de manteldeling aan de stadspoort van Amiens. Zijn gevulde leven bevat echter zoveel meer.
Wist je dat Sintemetten een speciale band had met de dieren, vooral met vogels?
In Frankrijk is zelfs een roofvogel naar hem genoemd: "l'Oiseau Saint-Martin." (zie afbeelding.)
Een merkwaardige legende vertelt over een ongewone ontmoeting van sint-Martinus met een soort ijsvogel in de streek van de rivier, de Loire. Zelfs de beroemde geschiedschrijver, Sulpicus Severus, schrijft er over in zijn boek "Vitae Martini".
Op zekere dag wandelde de heilige van Tours langs de boorden van de Loire, vergezeld van vele kloosterlingen. Plots zag hij enkele visvangende vogels, die jacht maakten op hun buit. Ze zweefden boven het water en volgden zo hun kleine slachtoffers. Nu en dan doken ze behendig in het water. Telkens verdween een visje in hun bek. Ze schenen maar niet genoeg te kunnen krijgen. Hun schrokkerige gulzigheid mishaagde de heilige, die met de arme visjes medelijden kreeg. "Daar hebt ge nu juist", zo sprak hij tot zijn vele volgelingen, "het echte beeld van de duivel. Hij loert op de onvoorzichtigen, overvalt hen onverwachts en eenmaal gevangen, dan verslindt hij ze dadelijk zonder ooit verzadigd te worden." Met luide stem berispte hij de schrokkerige vogels, verbood hen de wrede jacht voort te zetten en beval hen de oevers van de rivier te verlaten. Aanstonds verzamelden zich de vogels en vlogen, tot voldoening van alle aanwezigen, heen.
Zo kreeg een vogel met een lange spitse bek, blauwe kop en vleugels, die van de visvangst leeft (waarschijnlijk een soort ijsvogel) zijn volkse naam: "Martyn-de-visser".
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinus-boeken.

De meeste informatie die we hebben over onze heiligen putten we uit oude overleveringen, vergeelde sages en legendes, toevallig gevonden losse, antieke geschriften en vooral uit bestofte boeken. Vandaag kennen we natuurlijk het "World Wide Web" dat ons door een eenvoudige klik alle beschikbare informatie geeft van over de ganse wereld!
In mijn niet onaardige boekenverzameling over Sintemetten pronken zeldzame latijnse, zeventiende eeuwse werken, naast eenvoudige moderne kinderboeken. De nieuwste uitgaves zijn meestal vertalingen van oude geschriften van beroemde schrijvers. Eén van deze goede vertalingen is: "Het leven van Sint-Maarten." Geschreven in de vierde eeuw door de Romeinse advocaat Sulpicius Severus. (Tijdgenoot van sint-Martinus.) Vertaald door Patrick Lateur. Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 1997.
In deze levensbeschrijving van Martinus zijn drie delen terug te vinden. Eerst geeft de vertaler achtergrondinformatie over de tijd waarin de heilige leefde, zijn vrienden en de structuur van het volgende levensverhaal. Daarna schetst de biograaf de bijzonderste gebeurtenissen uit het gevulde leven van sint-Maarten. Eerst soldaat van de keizer, de ommekeer, meer ascetisch, dan bisschop van Tours. Uitvoerig weidt hij uit over de deugden en verdiensten, maar vooral over zijn wonderen en goede daden. Denk aan de manteldeling! Dan sluit Severus af met een beeld van leermeester en herder. Deze auteur, een advocaat, heeft een levendige, vlotte schrijfstijl. Hij toont de klassieke achtergrond en maakt gebruik van het literaire genre. In drie brieven geeft hij nog meer informatie. In het laatste deel stelt een Vlaamse leraar aan Martinus veel indringende vragen. Het is zeker een vergelijking van de woelige vierde eeuw met ons hedendaagse, soms zo verwarde tijdsbeeld. Deze biografie is voor iedereen toegankelijk en leesbaar. Met kaartje en aantekeningen, geen foto's, geen kleur, sober. Een handig formaat, redelijke prijs. Een zeer verzorgde uitgave. Eigenlijk een "must" voor iedere Sintemetten-fan.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

De sint-Martinusstraat te Retie.

Op deze, met de hand ingekleurde zichtkaart van J.Meuleman uit 1912, zien we het begin van de Molsebaan. Tussen "Hotel de Keizer" en het huis met de dichtgemetselde ramen van de weduwe Mermans.

Vele dorpen en steden kozen sint-Maarten als schutspatroon. De meeste bezitten een sint-Matinuskerk en dikwijls ook een plein of straat naar hem genoemd. In Retie is dat niet anders. Zo'n katholiek boerendorp kon niet buiten zijn sint-Martinusstraat. Het moest een belangrijke straat zijn, dicht bij de parochiekerk. (of de Markt.) Eigenaardig genoeg vinden we in de oude archieven geen spoor van een sint-Martinusstraat terug.
In't midden van de 19de eeuw werd te "Rethy" de levensnoodzakelijke verkeersader Turnhout-Mol aangelegd. Op 3 april 1849 had de eerste-steenlegging van de baan op het Reties grondgebied plaats door de toenmalige burgervader Karel Gilbert Van den Eynde. (1791-1869). Waar toen op de Markt de nieuwe baan zou beginnen, mondde destijds een smalle voetweg uit, de Werbeekse kerkpad. Die was amper breed genoeg om met een gewone boerenkar door te geraken. Door overlevering weten we dat de toegang daar tot het marktplein onder een overwelfde poort liep, de Desselse Poort. Om de doortocht van de nieuwe weg mogelijk te maken, moest er heel wat onteigend worden. (De oude "Molse baan" liep door de Molenstraat, langs de verdwenen windmolen, door de Molenekkeren naar Brasel en dan via de Boeretang naar Mol.)
Onze fiere linde, die langs de kerkzijde een deel van de straat overlommerde, moest een kwart van zijn gevulde kruin opofferen.
De nieuwe baan was een kasseiweg van ong. 3m breed, met fietspad en karrenspoor. Omzoomd met bomen.
Tot in 1948 noemde men deze weg, vanaf de markt richting Mol: De "Steenweg op Mol" of de "Molsebaan". Pas op 1 januari van dat jaar werd het de "Sint-Martinusstraat". (Vanaf de markt tot aan de wissel.)
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

De hamer van sint-Martinus.

Deze speciale hamer is jarenlang bewaard in Utrecht, als onderdeel van de Domschat. Dit bijzonder instrument zou hebben toebehoord aan de heilige van Tours. De hamer is gemaakt uit een prehistorische stenen strijdbijl. In de dertiende eeuwse vatting staat een Latijnse tekst gegraveerd:

"ydola vanurunt martini cesa securi nemo deos credat qui sic fuerant ruicuri'"

"De afgodsbeelden storten neer, getroffen door de bijl van Martinus. Laat niemand geloven dat zij goden zijn, die zo gemakkelijk neerstorten."

Volgens de overlevering gebruikte Sintemetten bij zijn verwoestingen van de heidense tempels en afgodsbeelden deze hamer. We kunnen bij Sulpicius Severus in zijn hoofdstuk: "Heidense heiligdommen verwoest." lezen, hoe sint-Martinus in het dorp Levroux, een goddeloze tempel verwoestte tot op de fundamenten en alle altaren en beelden herleidde tot gruis. Toen de inwoners dat zagen, begrepen ze dat een goddelijke macht ze verstomd en versteld deed staan, ...
Van het gebruik van deze hamer kan ik in dit "verhaal" geen spoor terug vinden.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Retiese doodsprentjes.

Het is pas in 1899 dat de eerste doodsprentjes opduiken die gedrukt zijn in ons eigen netendorp.
Jan Jozef Meuleman had in zijn winkeltje, eerst op de Markt, later in de Passtraat, een eigen "drukmachien". Hiermee kon hij allerlei klein-drukwerk afleveren: Fakturen, maamkaartjes, communieprentjes, doodsbeeldekens, enz. Hij had steeds een voorraad doodsprentjes met voorgedrukte voorkant en lege achterkant. Bij een sterfgeval kon hij die vlug bedrukken met een overlijdenstekst. Je kon dus verschillende voorkanten hebben voor hetzelfde overlijdensbericht. Hij drukte goedkoop en men moest niet meer naar "de stad". Zijn drukwerk mocht gezien worden. Omdat hij ook een professionele  fotograaf was, kon men zelfs prentjes bestellen met een foto van de overledene.
Het uitdelen van doodsprentjes was in de tweede helft van de negentiende eeuw een algemeen verschijnsel geworden.
Op de voorkant stond meestal Jezus of Maria, eenvoudige kruisen, kerkhoftaferelen, het H.Hart, de H. Familie of de lijdensweg van Christus afgebeeld. Er waren er zelfs al in kleur.
Rond 1900 komen er relatief weinig prentjes voor met heiligen op de voorkant. Die met onze Sintemetten zijn uiterst zeldzaam. Op mijn vele zoektochten kwam ik er gelukkig een paar tegen ...
In het eerste kwartaal van de negentiende eeuw noemden vele Retiese ouders hun zoon Martinus. Misschien geloofden ze wel dat zoonlief het vrome karakter zou krijgen van onze schutspatroon.
Martinus, Maarten, Martin, Marten, waren echt "in". Ik vond er heel wat terug in mijn verzameling. Opmerkelijk, drie Retiese gesneuvelden uit de eerste wereldoorlog waren Martinussen! ( Adriaensen, Cox en Peeters. )
Wat een verschil met vandaag, nu geven we onze kroost namen van Amerikaanse filmfiguren!

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Reageer op dit bericht

De groene stoomtram rijdt door de sint-Martinusstraat!

De belangrijkste stopplaats van de groene stoomtram te Retie was op de Markt tegenover "Hotel de Keizer." Achter de kruiwagen zie je de gietijzeren (geuten) paal met het bordje "Tramhalt.". De logge tram met zijn sliert wagons rijdt richting Turnhout. De ontvanger, met zijn handen in de zijde, en de machinist nemen rustig even de tijd om mee te poseren. Deze met de hand ingekleurde postkaart van J.Meuleman is afgestempeld in 1904.

De sint-Martinusstraat werd nog belangrijker in 1895, toen de eerste groene stoomtram van de N.M.B.S., Turnhout met Meerhout verbond. (Meerhout-Westerlo werd pas in 1896 ingereden.)
Het tramspoor lag links van de kasseiweg, richting Mol. "Hotel de Keizer", van August Crols-Weyts, bijgenaamd "biljarke", was een belangrijke halte. Het hotel beschikte over een wachtplaats voor de reizigers. (Met kunstig beschilderde muren.) Wanneer goederen met de stoomtram van of naar Retie werden verstuurd, zorgden zij daar dat de vrachtbrieven in orde waren. Zij inden ook het geld van het transport en bewaarden de goederen tot ze afgehaald werden.
Getrokken door logge locomotieven, die gestookt werden met vette steenkolen en voortdurend witte of zwarte rookpluimen uitspuwden, vormde de stoomtram soms een lang stel, met een postwagen en twee verschillende reizigersrijtuigen. In de rijtuigen "eerste klasse" met hun rood fluwelen kussens zat de notaris, de dorpsdokter, de kasteelheer en andere notabelen. In "tweede klasse" met harde, houten banken reisden de boeren, de werklieden, de scholieren en de vrouwen die naar een wekelijkse marktdag in de stad trokken. Een rit met de stoomtram was een echte belevenis. Al waren de stoomtrams traag, ze kwamen toch overal tijdig toe!
In 1925 werd de groene stoomtram vervangen door gele spoorauto's, met benzinemotor. Vanaf 1935 werd overgeschakeld op dieselmotoren. De gele tram reed zijn laatste rit door de sint-Martinusstraat in 1955.
Vandaag rijdt de groene stoomtram in de sint-Martinusstraat nog alleen in de herinnering van de Kortoren  die vóór de tweede wereldoorlog geboren zijn. We hebben nu andere verkeersmogelijkheden. We zijn heel mobiel geworden. De auto beheerst nu in ruime mate ons jachtige leven. Files en carjacking zijn nieuwe begrippen.
Waar is de tijd van de groene stoomtram gebleven?
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinusstraat. Beroemde inwoners: Lodewijk De Koninck.

Lodewijk De Koninck op latere leeftijd. Foto gemaakt door zijn goede vriend J.Meuleman. De Kempische dichter gebruikte de keerzijde van deze fotokaart om zijn "geestelijk testament" eigenhandig neer te schrijven. Zijn wilsbeschikking is gericht aan "E. Heer Raeymakers, Pastoor te Rethy".

In het begin van deze belangrijke Retiese sint-Martinusstraat, nu huisnummer 8, woonde omstreeks 1904 de ongehuwde Nathalie Dielis (1857-1948) en de Kempische dichter Lodewijk De Koninck. ( Hoogstraten 1838-Retie 1924) Hij studeerde aan de rijksnormaalschool te Lier, was onderwijzer te Antwerpen en te Meer, schoolopziener te Turnhout, leraar aan de katholieke normaalschool te Mechelen en ten slotte kantonnaal inspecteur lager onderwijs. In de voorgevel prijkte vroeger een gedenksteen met: "Hier leefde en stierf dichter Lodewijk De Koninck 1924".
Een herinnering aan de stokoude dichter uit het "Gedenkboek 1839-1939":
"Door een streek van venen en sparren waarover vluchtige gouden zonneklaarten dreven, voerde de tram ons naar het dorpken Retie. In een net, doch schamel huizeken woonde hier "Mijnheer de Inspekteur" zoals men hem in zijn omgeving noemen bleef. Nathalie, een goede ziel die hem sinds jaren verzorgde, trad schuchter voor ..."
Geen enkel geleerd schrijven, van welke professor ook, geeft beter weer wie Lodewijk De Koninck was, dan zijn eigenhandig geschreven geestelijk testament, op de rug van die Meuleman-fotokaart:
"Geld of goed bezit ik niet, mijn geschriften laat ik aan het nageslacht. Kind van God en van de Kerk en Soldaat van Kristus, heb ik mijne weg gegaan recht door en zonder om te zien, waar eer en plicht mij riep, wat ik geloofd heb, heb ik beleden, en het vaandel van het kruis heb ik hoog gedragen..."
Uit zijn omvangrijk werk herinneren we vooral het veel besproken ( en vergruisde) "Het Menschdom verlost." (1874) Over zijn boeken schrijft Dr. A. Mathé in "De Lieve Heimat":
"Al zijn werken zijn godsdienstig in wezen of toch godsdienstig getint. Vlaams van oorsprong was hij Vlaming in merg en been ..."
"De overheid der Kerk, van Paus en Bisschoppen, was hem heilig, onvoorwaardelijk legde hij er zich bij neer ..."
Lodewijk De Koninck stierf op hoge leeftijd in zijn Retie, waar hij zo had genoten van de eenzame Kempische heide, de hoge blauwe hemels en vooral van de warmte van de eenvoudige Kortoren, die hem in hun hart hadden gesloten. Uit dankbaarheid kreeg hij later zijn monument aan de sint-Martinuskerk, niet ver van het huisje in de sint-Martinusstraat waar hij zijn laatste levensjaren had doorgebracht
.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Lodewijk De Koninck en zijn vriend J. Meuleman.

Deze zichtkaart werd op 23 maart 1924 geschreven en vestuurd door Jan Meuleman aan mijnheer Lambrechts, Minderbroederrui 4, Antwerpen, met de melding:

"Uw vriend L. De Koninck heeft het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Lijkdienst Woensdag 10 uur. Doodsbrief volgt.
Met achting,
Meuleman fotograaf.
Rethy."

In mijn bescheiden Retiese zichtkaartenverzameling vond ik een volledige reeks oude Meuleman-kaarten terug, alle geschreven en ondertekend door L.De Koninck. In zijn eigen "rijmstijl". Met die paar simpele woorden laat hij je voelen hoeveel hij van dit Kempendorp hield.

Links 1. De eeuwenoude linde.
"De linde wijd vermaard. Al is zijn stam gespleten
Al is hij eeuwen oud, hij is nog niet versleten.
Hij draagt nog jaar op jaar zijn kroon van jeudig groen
Des zomers heerlijk frisch een lommerpaviljoen."

Links 2. Een gedeelte van de Peperstraat.
"Hier is de Peperstraat, die zich Noord-Westwaarts richt
Na twee goede uren gaans komt Turnhout in 't gezicht."

Rechts 1. Steenweg op Postel.
"Als gij een uur en half dees weg, zijt opgegaan,
Ziet gij de abdij vermaard van Postel vóór u staan."

Rechts 2. Het klooster.
"De zusters wonen hier gezegd Penitentienen
Die door gebed en boet het hemelrijk verdienen."

Deze kaarten zijn nooit verzonden, ze komen uit zijn nalatenschap.

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten