Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
akke.beakke.be

Archief

1716, een rampjaar voor een Retiese Sintemetten.

Vóór 1716 was in de oude sint-Martinuskerk van Retie, het hoogkoor afgesloten door een prachtig stenen hoogzaal. Opgetrokken in arduin en witte mergelsteen. Drie bogen gericht naar het schip van de kerk en een halve boog naar ieder van de zijkanten. Twee zware eiken deuren, met koperen traliewerk, gaven toegang tot het koor. Langs een trap kwam men op het hoogzaal met het 16de eeuwse orgel. ( Gekocht te Lier in 1553.) De voorzijde van het hoogzaal was verder versierd met acht beelden: Jezus in de hof van Olijven, de geseling, de kroning, de kruisdraging, de kruisafdoening, de graflegging, de verrijzenis en de hemelvaart. In elf nissen prijkten beelden in witte mergel, waaronder een bruin geschilderd ruiterbeeld van Sintemetten. In 1716 werd dit hoogzaal afgebroken. Slechts twee voetstukken van kolommen is al wat rest. En onze liefdadige sint? Samen met alle andere beelden voor eeuwig ...
In een bundeltje van het Reties kerkarchief  i.v.m. deze afbraak: " Protocollen van notaris Van den Brouck, jaar 1715-16", lezen we dat de toenmalige Retiese pastoor Gybels, samen met andere priesters vonden "dat de kerk nu veel schoner was"!
 
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Sintemetten, patroon van de wijnbouwers.

"De Germanen zijn bij dorst niet zeer matig!" Dat beweerde Tacitus, de Romeinse geschiedschrijver. Bij de oogstfeesten stroomde de nieuwe wijn ter ere van Wodan, de schenker van al het goede. Toen het christendom kwam, werd sint-Martinus de schutspatroon van de wijnbouwers. Hij nam de plaats van Wodan in. De Wodandronk werd de Martinusdronk!

" Doet dan een dronk,
een goede dronk,
een Maartendronk,
negen teugen en beide bakken vol!"

Zo zong men als de eerste nieuwe wijn op tafel kwam. Sint-Martinus moest ook de most ( sap van de druiven) in wijn veranderen.

"Sinte Martyn, sinte Martyn,
t' avond most en morgen wijn!"

De eerste dronk was ter ere van Sintemetten en dan werden er nog negen teugen gedaan. Men beschouwde het als een schande, op 11 november niet dronken te zijn.
De plaats waar hij vereerd werd, Tours, was jaarlijks het eindpunt van een grote schare bedevaarders. Dat zette de wijnhandelaars en aanverwante neringen aan hem tot hun beschermheilige te kiezen. De wijnboeren hadden immers geregeld contact met de stad Tours en de omliggende wijnstreek.
Zoveel eeuwen later zien we nog steeds wijnverkopers die "sint-Martinus" als merk- of specialiteitsnaam gebruiken. En niet alleen wijnen worden naar hem genoemd, maar ook: Bier, sterke dranken, cider, ja, zelfs champagne!
Er zit een beetje "contradictie" in zijn vele patroonschappen. Hij is niet alleen schutspatroon van de wijnbouwers, maar ook van alcoholbestrijders, bekeerde dronkaards,  herbergiers en hotelhouders.
In ieder dorp of stad met Sintemetten als patroonheilige is (of was) er wel een restaurant of café dat zijn naam draagt.
In Rethy was dat niet anders. Edward Sneyers schrijft in zijn "Bijdrage tot de geschiedenis van Retie" (blz. 83): "Het oude marktplein zag er vroeger eeuwen wel ànders, ook heel wat mooier uit dan nu. Het zat toen nog vol kleur en klank. Achter het groene scherm van de lindebomen lagen de woningen der dorpskom veilig geborgen. 't Waren allemaal boerderijen, waaronder verschillende afspanningen: "De Swaene, Antwerpen, De Keizer, De Dry Coninghen, Den Swertten Leeuw, Sinte Martten en de Moriaen."
Onze voorouders zouden de markt nu niet meer herkennen. Mooier, lelijker? In ieder geval "anders". We leven nu dan ook in een "andere" tijd.
 Alleen dromers weten nog van "Sinte Martten" af.
Gelukkig ben ik één van hen!

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinusrelieken.

Sint-Martinusrelieken, stoffelijke resten van het lichaam van Sintemetten en voorwerpen die hij zou aangeraakt hebben, zijn altijd zeer zeldzaam en derhalve ook zeer gezocht geweest. Reeds in de zesde eeuw lezen we bij Gregorius van Tours, ( Een Frankische bisschop van Tours, van 573 tot 594.) dat een beetje stof van het graf van de Retiese heilige meer deed tegen leepogen (druipende of tranende ogen) dan alle waarzeggers met hun absurde middeltjes!
Er zijn maar weinig sint-Maartenrelieken, omdat het kapittel van Tours haar relieken zeer goed bewaakte en zeer zuinig was met het uitdelen ervan. Niet alle kerken of kathedralen, die ooit aan de kerk van Tours om relieken vroegen, kregen die ook. Men moest al een bijzondere kerk zijn in Europa om een beetje stof van het graf of een deeltje van de kleding van sint-Martinus te krijgen.
Zo'n "gelukkige" kathedraal was die van Utrecht. In 1175 kreeg ze relieken toegestuurd. In een begeleidend schrijven werd duidelijk gesteld, dat Utrecht zich zeer "gelukkig" mocht tonen met dit gebaar, want naar iedere andere kerk had men helemaal niets gezonden.
Martinusrelieken zijn zeer schaars, natuurlijk zeer moeilijk te vinden, en ... enorm duur. De meeste reliekhouders dateren uit de negentiende eeuw. De oudere zijn bijna onbetaalbaar geworden.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinus in stripvorm.

De manteldeling in vier vakken:

- "Heb medelijden! Ik heb honger, ik heb kou!"
- "Ik heb geen geld meer in mijn beurs, ik heb alles weggegeven aan de armen. Maar ik kan nog wel  iets voor je doen!"
- "Nee, nee, dat niet! Spaar me!"
- "Neem een deel van mijn mantel. Ik kan hem niet helemaal geven, want de stukken metaal van mijn wapenuitrusting zijn ijskoud!"

Sint-Maarten is gekend als geweldige kindervriend. In vele dorpen en steden doorstaat hij de vergelijking met sint-Niklaas. Het is dan ook niet verwonderlijk dat slimme zakenlui een boekje voor onze kleintjes op de markt brachten. Een lees- en kijkboekje. Een stripverhaal.
In 1994 uitgegeven door "Editions du Signe" te "Strasbourg". Raymond Maric schreef de teksten. Voor de tekeningen stonden Pierre Frisano en Marie-Paule Alluard in. Het werd gedrukt in Frankrijk bij "Finkmatt Impression, La Wantzenau".
Het is in een handig en kindvriendelijk formaat gemaakt. (15 cm x 21 cm) Het oogt modern dank zij de vlotte tekenstijl en de natuurlijkheid van de figuren en situaties. Men heeft veel aandacht besteed aan de "lay-out", een weldoordachte bladindeling met hier en daar smalle, lange prentkaders die het geheel ook daardoor een eigentijdse "look" geven. Het in beeld brengen van gedetailleerde close-ups, afgewisseld met bijna panoramische taferelen, zorgen voor diepte in het gekende verhaal. Het felle zuiderse kleurenpalet en de eenvoudige gesproken taal moeten zeker onze kinderen aanspreken.
Het geheel geeft een verzorgde indruk.
Spijtig genoeg, tot nu toe, alleen maar verkrijgbaar in het Frans.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinusvuren.

Bij het feesten of "vieren", het woord zegt het zelf al, komt er steeds vuur bij te pas. Hetzij als vreugdevuren, hetzij als verwarming of verlichting. Vuur is het zinnebeeld van zonnewarmte, die men tijdens de lange winter moet ontberen. Het is ook het beschermings- en zuiveringsmiddel bij uitstek tegen de demonen en de boze geesten ( wind, regen, vriesweer, koude ... ) in het algemeen.
Volgens de Bollandisten, ( zij publiceerden een kritische uitgave van de oude heiligenlevens met commentaar ) stelde sint-Martinus zelf het aansteken van de vuren in, opdat de bekeerde heidenen er hun afgodsbeelden in zouden verbranden.
De folklorische gebruiken die zich hebben vastgehecht aan de viering van sint-Maarten hebben veel gemeen met de heidense Wodandienst, het geloof in de "Wilde Jager" en in de "Aanvoerder van het Zielenheir". Op 11 november waren de herfst- en oogstfeesten in volle gang bij de Germanen. De schuren waren volgepropt met wintergraan, de nieuwe wijn lag in de kelder, het vette vee werd geslacht. Daarbij stroomde de jonge most. Lofliederen weergalmden ter ere van de schenker van deze zegeningen. Overal laaiden vreugdevuren voor de goede Wodan. Maar Wodan mocht niet meer genoemd worden ( door de christenen ). 't Bleven dezelfde "heidense" feesten, geen enkel oud gebruik werd afgeschaft, alleen Wodan werd vervangen door onze Sintemetten. En zo bleef het sint-Martinusfeest al die eeuwen door, eigenlijk een feest met heidense gewoonten.
Je weet nog wel dat de bisschop van Tours eens de toegang tot keizer Valentianus geweigerd werd en hoe later de stoel van de keizer in brand vloog. Ook met deze gebeurtenis werden de sint-Mettenvuren in verband gebracht. Maar het is wel waarschijnlijk dat de andere herfstfeesten van de heidenen werden voortgezet.
Bij feesten hoort licht! In vroegere tijden kwam niet alleen het meeste licht van het vuur, maar werd het vuur zelfs beschouwd als iets mirakuleus, iets goddelijks. Sommige volkeren vereerden het vuur als de godheid zelf. Vandaar dat feesten zonder vuur niet volmaakt zijn:

"Stookt vier,
maakt vier,
sint-Maarten komt alhier,
met zijn blote armen,
hij zou hen geerne warmen!"

Ook het verhaal van de ganzen, stamt uit de heidense tradities. De gans was een aan Wodan gewijde vogel, die meevloog in de wilde jacht. Bij de oogstfeesten van de Germanen werd steeds een gans geofferd.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Een zeer oude sint-Martinus te Genk.

Zoekend tussen een massa oude, vergeelde documenten vond ik tot mijn niet geringe verbazing een "oud" krantenknipsel met een wazige foto van een sint-Maartenbeeld. Gretig begon ik te lezen. Het deed me plezier een geschreven stukje te vinden  over de Sintemetten-verering in onze buren-provincie Limburg. Graag geef ik het weer zoals ik het op die rommelige zolder ontdekte. Uit welke krant dit stukje komt weet ik niet. Zelfs geen datum ... Het krantenknipsel was wel erg nipt "geknipt"!

"Te Genk werd de St.-Maartenfolklore van oudsher levendig gehouden. Destijds bestond ook de Malbroek-folklore en werd ieder jaar in november de beruchte Malbroek met veel sier verbrand. Voor de laatste keer gebeurde dit echter te Genk op het einde van de novemberkermis in 1913.
De St.-Maartenfolklore bleef echter steeds voortleven, maar hoe kon het anders want de gemeente heeft St.-Martinus als patroonheilige en bovendien bestaat de St.-Maartenkermis reeds van oudsher. Te Genk, waar het St.-Maartenfeest steeds in zijn volle waardigheid werd gevierd, stond trouwens reeds in 1607 in het schepenzegel de St.-Martinusafbeelding volgens de klassieke uitbeelding, nl. St.-Martinus te paard, zijn mantel delend met een arme bedelaar die tegen de grond zit.
Het oudste St.-Martinusbeeld, in hout, dat dagtekend uit de 17de eeuw, prijkt momenteel nog steeds in de raadszaal van het Genkse gemeentehuis. Enkele toebehoren van het beeld zijn evenwel mettertijd verdwenen. In het begin van de 17de eeuw werd de kerk van Genk door een brand verwoest. Ze werd in 1638 hersteld en het is heel waarschijnlijk dat toen het patroonsbeeld van St.-Martinus werd vervaardigd. Om het te betalen kregen de toenmalige gemeenteambtenaren toelating om een strook gemeentegrond te Bokrijk te verkopen aan graaf Swaertenbergh. Dit was waarschijnlijk de drossard van Stokkem en hoge officier van Genk. Deze verkoop gebeurde op 16 mei 1646." (Gv)






Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Warme en koude Metten.

Al snuffelend in stoffige, oude Retiese kerkarchieven vind ik iets merkwaardig. Een beetje sceptisch begin ik opnieuw de moeilijk leesbare kerkelijke documenten te ontcijferen. Ik heb me niet vergist. Het staat er zwart op wit, meermaals zelfs. Retie zou in vroegere tijden ( einde 16de eeuw) Sintemetten tweemaal per jaar gevierd hebben. Eénmaal in de zomer, op 4 juli en éénmaal in de winter, op 11 november. Men sprak toen van de "warme Metten" en van de "koude Metten". Dat is helemaal nieuw voor me. Bewijzen? Uit de opbrengst van het offergeld op die dagen, 16 stuivers op 4 juli en 28 stuivers op 11 november 1595, mogen we besluiten dat de voornaamste viering die in november was. Een andere bron: "Inkomsten van offermissen", vertelt me dat er inderdaad twee sint-Maartenvieringen waren geweest in 1547. De rekeningen van dat jaar vermelden zestien offermissen. "Sinte Mertensdach in den somer" was de vierde offermis. "Sinte Mertensdach in den winter" de achtste. Mijn verbazing werd met de minuut groter. Onmiddellijk ben ik op zoek gegaan naar die vreemde 4de juli. Ik deed zelfs een beroep op mijn goede vriend Fons Claes, de "heiligenspecialist" bij uitstek. Ook hij hoorde het in Keulen donderen. Maar niet voor lang. Oude boeken werden van onder het stof gehaald. En met succes. In een zeer oud suffragiënboekje "Le jardin mystique des saints." (1661) zie ik dat de heilige Elisabeth op 4 juli haar feestdag heeft. Hoe komt sint-Martinus dan op die dag terecht? In een ander Frans boek "Les fleurs des vies des Saints." (1707) lees ik dat 4 juli niet alleen de feestdag was van de heilige Elisabeth, maar ook van st.-Lauriaan, (Laurentius) aartsbisschop van Sevilla. Hij zou gedood zijn op het graf van de heilige Martinus van Tours, door soldaten van Totila. (Overl. 552.) Een stukje van de puzzel? Zou dat de "zomerfeestdag" van st.-Maarten kunnen verklaren? In het naslagwerk "Heiligen" van Stijn van der Linden staat: "Laurentius van Sevilla, feestdag 4 juli, aartsbisschop van Sevilla. Stierf op de terugweg van Rome de marteldood, hij werd onthoofd door beulen van Totila. (Koning van de Ostrogoten.) Niets over het graf van st.-Martinus. Een dood spoor?
In nog een ander Frans boek: " La vie des saints." (1685) vind ik een zeer korte, maar toch zeer belangrijke melding, dat in het bisdom Tours, ook de "verheffing" van Sintemetten wordt herdacht! Het zou de verjaardag van zijn bisschopswijding zijn. Meer dan waarschijnlijk was er dan ook nog de herdenking van zijn dood.
Zou men in Retie, naar het historische voorbeeld van het bisdom Tours, onze Sintemetten ook tweemaal hebben gevierd? Op zijn minst merkwaardig ...
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinus, de grote kindervriend.

Sint-Martinus en sint-Niklaas zijn onze populairste heiligen, beiden grote kindervrienden. Ook op 11 november krijgen veel kinderen weer speelgoed en veel lekkers. Sint-Maarten heeft wel minder aanhangers dan zijn collega st.-Nicolaas. Toch is in feite Sintemetten een veel interessanter figuur, omdat zijn naam verbonden is aan vele volksverhalen en volksgebruiken. Al is hij misschien de minst populaire van de twee, hij is minstens even heilig, zoniet heiliger. Samen met sint-Niklaas en de Graaf van Halfvasten brengen ze allerlei speelgoed en snoep. Sint-Martinus is echter niet zo rijk als de twee anderen, vandaar dat hij alleen snoepgoed brengt. Vooral in de "Vlaanders" is het Sintemettenfeest nog een echt kinderfeest. In de provincie Antwerpen is het bijna uitsluitend de heilige van 6 december die speelgoed en lekkers voor de kinderen brengt.
Vroeger holden de kinderen een dikke raap of een beetwortel uit, om er een kaarsje in te kunnen plaatsen. Op de korst van de raap, beetwortel of zelfs pompoen, werden dan versieringen gesneden, zodat de raap de vorm kreeg van een gelaat, met ogen, neus en mond. Met die zonderlinge lichtjes trokken de kinderen zingend door de straten. ( De liedjes verschillen van streek tot streek.) Natuurlijk maakte dat in de duisternis een griezelige, spookachtige indruk. Precies wat kinderen zo geweldig vinden.
Zo ging het ook in Retie. Ik lees in "De Lieve Heimat" ( door dr. A. Mathé ): "De vuren werden in't dorp vervangen door lantarens die wij zelf vervaardigden met uitgeholde beten of pronkappels. Daarin brandde een kaars. Al zingend liepen de kleuters daarmee over de straat.
Terloops kunnen we hier aanstippen dat we St. Niklaas ook vierden met een liedje evenals de Greef van halfvasten."
In ieder Sintemettendorp werd op 11 november gevierd, geen enkele viering was dezelfde. Er waren altijd kleine verschillen, men legde er de eigen aard van het dorp in!
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Van waar:

Zoals bij zoveel gebruiken, heeft men in de kinderoptochten met lichtjes in uitgeholde bieten of rapen, resten willen zien van oeroude heidense rituelen. Die zouden later met een christelijk sausje zijn overgoten.
In populaire publicaties wordt vaak verwezen naar een oude "legende" over het paard van sint-Martinus. Het rijdier zou op een herfstavond zijn weggelopen. Behulpzame dorpelingen gingen toen, met lichtjes, de verdwaalde viervoeter voor de heilige zoeken. In meer betrouwbare boeken heb ik nooit iets over deze zoveelste sint-Maartenlegende gelezen!
Een originele verklaring voor het lopen met lichtjes op Sintemettenavond door kinderen, werd gegeven door de Duitse volkskundige Dietz-Rüdiger Moser. Hij is van oordeel dat de oorsprong van de meeste gebruiken ligt in de liturgie van de katholieke kerk. Gedurende het kerkelijk jaar werden telkens bepaalde teksten uit de bijbel voorgelezen. Vele eeuwen las men op 11 november: "Niemand steekt een lamp aan en zet die in de kelder of onder de korenmaat, maar op de standaard, opdat wie binnentreden het licht zien." (Lucas 11:33 e.v.) Deze tekst gaf volgens de zeer geleerde Moser een duidelijke "voorzet" om op die dag met lichtjes rond te gaan.
Wat de oorsprong ook moge zijn, het rondgaan met die "spooklichtjes" in de vallende, geheimzinnige duisternis van Sintemettenavond, moet in de eerste plaats bedoeld zijn om kinderen een paar spannende uren buiten te bezorgen! Ook het urenlang geboeid bezig zijn, tijdens de voorbereiding, met het uithollen en versieren van de rapen of de bieten, draagt zeker bij tot de ontplooing van elk kind.
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Sint-Martinus in Nederland.

 Nederland is al eeuwenlang in de ban van de heilige van Tours. Hij is daar ook tot schutspatroon gekozen van heel wat parochies. Het is dan ook niet te verwonderen dat 11 november bij onze noorderburen een grote kinder-feestdag is. Tussen ongeveer 18 uur en 20 uur mogen de kinderen met lampion in de hand langs de deuren lopen. Na het aankloppen of aanbellen zingen ze hun sint-Maartenliedjes en verwachten net zoals de kinderen in Vlaanderen een traktatie. Meestal wat snoep, fruit of een paar centen. Vroeger maakten de kinderen zelf hun lampion. Het oude gebruik om zelf bieten, rapen of pompoenen uit hollen en er een kaarsje in te plaatsen, raakt meer en meer in verval. Meestal worden nu de kleurrijke papieren lampions gekocht in grote feestartikelenwinkels.
Slimme zakenlui hebben handig ingespeeld op de oude volksgebruiken!
De kinderliedjes in Nederland verschillen met de onze. Zij zingen b.v.:

"Sint-Maarten, sint-Maarten,
de koeien hebben staarten,
de meisjes hebben rokjes aan,
daar komt sinte-Maarten aan."

Of:

"Sint-Maarten bisschop
met z'n hoge hoed op
met z'n lange tabbert aan
daar komt sint-Maarten aan."

Kinderen maken geen godsdienstonderscheid, kinderharten kloppen in alle landen hetzelfde, kindervreugde is puur en ... er is toch zo weinig voor nodig, ... het overstijgt landsgrenzen ... kent geen vooroordelen ...
Spijtig dat vele volwassenen van Sintemetten niets geleerd hebben!

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten