Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
akke.beakke.be

Sint-Martinusrelieken.

Sint-Martinusrelieken, stoffelijke resten van het lichaam van Sintemetten en voorwerpen die hij zou aangeraakt hebben, zijn altijd zeer zeldzaam en derhalve ook zeer gezocht geweest. Reeds in de zesde eeuw lezen we bij Gregorius van Tours, ( Een Frankische bisschop van Tours, van 573 tot 594.) dat een beetje stof van het graf van de Retiese heilige meer deed tegen leepogen (druipende of tranende ogen) dan alle waarzeggers met hun absurde middeltjes!
Er zijn maar weinig sint-Maartenrelieken, omdat het kapittel van Tours haar relieken zeer goed bewaakte en zeer zuinig was met het uitdelen ervan. Niet alle kerken of kathedralen, die ooit aan de kerk van Tours om relieken vroegen, kregen die ook. Men moest al een bijzondere kerk zijn in Europa om een beetje stof van het graf of een deeltje van de kleding van sint-Martinus te krijgen.
Zo'n "gelukkige" kathedraal was die van Utrecht. In 1175 kreeg ze relieken toegestuurd. In een begeleidend schrijven werd duidelijk gesteld, dat Utrecht zich zeer "gelukkig" mocht tonen met dit gebaar, want naar iedere andere kerk had men helemaal niets gezonden.
Martinusrelieken zijn zeer schaars, natuurlijk zeer moeilijk te vinden, en ... enorm duur. De meeste reliekhouders dateren uit de negentiende eeuw. De oudere zijn bijna onbetaalbaar geworden.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Sintemetten, patroon van de wijnbouwers.

"De Germanen zijn bij dorst niet zeer matig!" Dat beweerde Tacitus, de Romeinse geschiedschrijver. Bij de oogstfeesten stroomde de nieuwe wijn ter ere van Wodan, de schenker van al het goede. Toen het christendom kwam, werd sint-Martinus de schutspatroon van de wijnbouwers. Hij nam de plaats van Wodan in. De Wodandronk werd de Martinusdronk!

" Doet dan een dronk,
een goede dronk,
een Maartendronk,
negen teugen en beide bakken vol!"

Zo zong men als de eerste nieuwe wijn op tafel kwam. Sint-Martinus moest ook de most ( sap van de druiven) in wijn veranderen.

"Sinte Martyn, sinte Martyn,
t' avond most en morgen wijn!"

De eerste dronk was ter ere van Sintemetten en dan werden er nog negen teugen gedaan. Men beschouwde het als een schande, op 11 november niet dronken te zijn.
De plaats waar hij vereerd werd, Tours, was jaarlijks het eindpunt van een grote schare bedevaarders. Dat zette de wijnhandelaars en aanverwante neringen aan hem tot hun beschermheilige te kiezen. De wijnboeren hadden immers geregeld contact met de stad Tours en de omliggende wijnstreek.
Zoveel eeuwen later zien we nog steeds wijnverkopers die "sint-Martinus" als merk- of specialiteitsnaam gebruiken. En niet alleen wijnen worden naar hem genoemd, maar ook: Bier, sterke dranken, cider, ja, zelfs champagne!
Er zit een beetje "contradictie" in zijn vele patroonschappen. Hij is niet alleen schutspatroon van de wijnbouwers, maar ook van alcoholbestrijders, bekeerde dronkaards,  herbergiers en hotelhouders.
In ieder dorp of stad met Sintemetten als patroonheilige is (of was) er wel een restaurant of café dat zijn naam draagt.
In Rethy was dat niet anders. Edward Sneyers schrijft in zijn "Bijdrage tot de geschiedenis van Retie" (blz. 83): "Het oude marktplein zag er vroeger eeuwen wel ànders, ook heel wat mooier uit dan nu. Het zat toen nog vol kleur en klank. Achter het groene scherm van de lindebomen lagen de woningen der dorpskom veilig geborgen. 't Waren allemaal boerderijen, waaronder verschillende afspanningen: "De Swaene, Antwerpen, De Keizer, De Dry Coninghen, Den Swertten Leeuw, Sinte Martten en de Moriaen."
Onze voorouders zouden de markt nu niet meer herkennen. Mooier, lelijker? In ieder geval "anders". We leven nu dan ook in een "andere" tijd.
 Alleen dromers weten nog van "Sinte Martten" af.
Gelukkig ben ik één van hen!

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

1716, een rampjaar voor een Retiese Sintemetten.

Vóór 1716 was in de oude sint-Martinuskerk van Retie, het hoogkoor afgesloten door een prachtig stenen hoogzaal. Opgetrokken in arduin en witte mergelsteen. Drie bogen gericht naar het schip van de kerk en een halve boog naar ieder van de zijkanten. Twee zware eiken deuren, met koperen traliewerk, gaven toegang tot het koor. Langs een trap kwam men op het hoogzaal met het 16de eeuwse orgel. ( Gekocht te Lier in 1553.) De voorzijde van het hoogzaal was verder versierd met acht beelden: Jezus in de hof van Olijven, de geseling, de kroning, de kruisdraging, de kruisafdoening, de graflegging, de verrijzenis en de hemelvaart. In elf nissen prijkten beelden in witte mergel, waaronder een bruin geschilderd ruiterbeeld van Sintemetten. In 1716 werd dit hoogzaal afgebroken. Slechts twee voetstukken van kolommen is al wat rest. En onze liefdadige sint? Samen met alle andere beelden voor eeuwig ...
In een bundeltje van het Reties kerkarchief  i.v.m. deze afbraak: " Protocollen van notaris Van den Brouck, jaar 1715-16", lezen we dat de toenmalige Retiese pastoor Gybels, samen met andere priesters vonden "dat de kerk nu veel schoner was"!
 
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Postkaart als ontwerp voor een grote affiche?

De liefdadigheidsfoor, georganiseerd door het Algemeen Katholiek Kleedingswerk en de Katholieke Schoolkolonie van Mechelen, vond plaats van 19 tot 26 september 1909, ten voordele van de katholieke werken in Mechelen. Voor het caritatieve aspect greep Alfred Ost terug naar de iconografie van sint-Martinus. Voor de feestelijke dimensie beeldde hij dansende koppeltjes voor de "lachende" kathedraaltoren en Grote-Markt-gevels af. Opmerkelijk hoe de afbeelding van de heilige het overwicht heeft gekregen op het volkse tafereel. De postkaart lijkt sterk op de prachtige grote affiche die Ost realiseerde. Een soort voorontwerp?

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Reageer op dit bericht

Alfred Ost. Voorontwerp II.

Dit tweede voorontwerp voor de grote liefdadigheidsaffiche van Mechelen in 1909, is door Ost noch gedateerd, noch ondertekend. Met potlood, penseel en waterverf op papier. ( 30,2 x 16,8 cm )
De manteldeling van sint-Maarten beslaat slechts één derde van de volledige studie. Het gekleurde wapenschild van de stad "ondersteunt" de allegorische voorstelling. Het is een zeer symetrisch opgebouwd ontwerp. Bovenaan, aan weerskanten van de heilige, dansen de vrolijke koppeltjes. Links pronkt de sint-Romboutstoren en rechts het huidige stadhuis. Ost voorziet alleen Vlaamse tekst: "Liefdadigheid. Kleedingswerk." De voorstelling van de manteldeling, nochtans het symbool van liefdadigheid, heeft in dit ontwerp geen overwicht. Dat kan de reden geweest zijn waarom de kunstenaar voor een ander ontwerp koos, of ... moest kiezen!
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
1 reactie Reageer op dit bericht

Alfred Ost. Voorontwerp I.

Alfred Ost maakte een paar voorstudies voor de opdracht in Mechelen.
Eerste voorontwerp in potlood, pen en penseel, Oost-Indische inkt, waterverf op papier. ( 25,2 x 21,7 cm )
Centraal staat hier ook de voorstelling van Sintemettens manteldeling. Doch dat gebeuren overheerst niet over de ganse breedte van de prent. Links en rechts heeft Ost hier plaats gelaten voor het decor van de stad Mechelen, met iets meer op de voorgrond de dansende koppeltjes. De kunstenaar heeft een volledig Vlaams ontwerp getekend. Vreemd genoeg met een andere titel. Hij noemt het hier "Kermis" in plaats van "Foor". Het wapenschild van Mechelen is verwerkt in de titel. Het grootste verschil met de uiteindelijke affiche is echter dat de figuren in de andere richting zijn gezet. Sint-Martinus moet daarom zijn romp draaien om de mantel te kunnen delen. Toch blijft hij met een groot gedeelte van zijn rug naar de toeschouwer gekeerd. Misschien wel één van de redenen waarom Ost dit ontwerp niet weerhouden heeft. Wie weet ...
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinusaffiche: Liefdadigheidsfoor. Mechelen.

Het oeuvre van Alfred Ost is in vele boeken uitvoerig besproken. Zijn onstuitbare gedrevenheid en engagement sprak uit zijn werk met een persoonlijke stijl en signatuur. Minder bekend bij het grote publiek zijn de vele geweldige affiches die A. Ost ontworpen en uitgevoerd heeft. Dat is spijtig, want vele werken van zijn "plakaatkunst" behoren tot de top van de Belgische affichekunst. Het zijn nu, wereldwijd, gegeerde verzamelobjecten. Deze "Sint-Martinus-plakaat" is zeker één van zijn zeldzaamste (overgebleven) affiches.
In het prachtige boek van Karl Scheerlinck: "Alfred Ost 1884-1945. Affiches/Posters. Oeuvrecatalogus, Pandora 1997", toont men het exemplaar van A.M.V.C., " als enig exemplaar dat nog de aanzet van het tekstgedeelte bevat."
Onze affiche is volledig. Voor het eerst (?) kennen we nu de volledige tekst, de volledige afmetingen en de naam van de drukkerij. Gegevens die in het boek van K. Scheerlinck ontbreken.

Voorstelling van de manteldeling zoals bij de briefkaart hierboven vermeld.
Malines - Mechelen. ( In het wapperende vaandel boven de heilige.)
Tekstgedeelte onder de voorstelling. In twee verdeeld. Links de Vlaamse tekst, rechts de Franse.

Liefdadigheids Foor.                  Foire de Charité.
Ingericht door het                      Organisée par
Katholiek Kleedingswerk            l' Oeuvre Catholique du
                                                         Vetêment
op de H. Speeckvest                    sur le boulevard H. Speeck
van 19 tot 26 september             du 19 au 26 septembre
           1909                                            1909

Monogram van de kunstenaar, de O met een A erin, rechts onder de voorstelling. Niet gedateerd.
Gedrukt bij: " Boek - en Steendrukk. Vve Geo. Köhler, 14 Vleminckxstraat, Antwerpen."
Links onder het tekstgedeelte.
Lithografie in vijf kleuren: Oranje, lichtgrijs, zandkleur, donkergrijs en zwart, met pen en penseel.
Typografie in zwart en rood. Vrij grote affiche: 170 cm x 110 cm.
Drie stenen, drie vellen. ( Twee voor de voorstelling en één voor de tekst.)
Er kleven drie "affiche-takszegels" op deze aanplakprent, twee van 12 cent en één van 10 cent. Elke zegel is afgestempeld met een ronde stempel van de drukkerij en we kunnen lezen in rode inkt: "Vve Geo. Köhler * srevnA *" 

            Een echt belangrijk kunstwerk, Sintemetten waardig!

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Sintemetten op bedevaartvaantjes.

Gedeelte van het sint-Martinusvaantje van Peutie.
Kopergravure uit de XVIIde eeuw.
Een mooie voorstelling van de manteldeling voor een kapel.
Onder de afbeelding:
"O, Heyligen patroon martine tot peuty verheven wilt ons door u gebedt tot godt begeven. wiens belt daer wort om gedragen den lesten sondach van septembris en wordt daer oock gehouden en geviert di kerckwydinge kermis."

Bij ons, Vlamingen, zat het "op bedevaart gaan" in ons bloed. Aan het bedevaren was meestal een vorm van boetedoening verbonden. De oudste bedevaarten naar Rome, Jeruzalem, St.-Jacob van Compostella, enz. werden dikwijls als straf opgelegd bij zware misdrijven of grove zonden. Men bezocht en bezoekt natuurlijk ook bedevaartoorden in eigen land. Vooral om te bidden bij een bepaalde heilige, om zijn voorspraak of gunsten af te dwingen. Men gaf vaak giften in geld. Een andere vorm om de bedevaartplaats te steunen was het kopen van een bedevaartvaantje. ( Geleerde schrijvers beweren echter dat de vaantjes nooit "verkocht" werden, omdat zij "gewijde voorwerpen" waren.) Men nam ze mee naar huis als herinnering. Dikwijls ook als een soort "huiszegen", om mensen en dieren, have en goed, tegen ongemakken en ongelukken te beschermen. Men heeft lang gedacht  dat men bedevaartvaantjes mee bracht om te tonen dat men inderdaad in het bedevaartoord geweest was. ( Vooral van plaatsen in het buitenland. )
De Martinus-bedevaartvaantjes waren papieren rechthoekige driehoekjes, aan één of aan beide kanten "bedrukt" met een voorstelling die betrekking had met de plaatselijke aanbidding van de Retiese patroonheilige. Op de alleroudste bedevaartvlagjes zien we nog afdrukken van hout- en kopergravures. We vinden er terug in zwart-wit en enkele zeldzame exemplaren met de hand ingekleurd. Ook in grootte waren er heel wat verschillen. Dikwijls ondersteunde een passende tekst de afbeelding. Met de kortste kant van het driehoekje werden ze bevestigd aan een houten stokje.
De meeste sint-Martinusvaantjes zijn werkelijk prachtige voorbeelden van onze rijke Vlaamse volkskunst
.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

De unieke sint-Martinuspreekstoel van Olen.

Niet alleen zijn er veel dorpen en steden met sint-Maarten als patroonheilige, soms liggen deze parochies ook nog erg dicht bij elkaar.
Olen, op nauwelijks een twintig km. van Retie, heeft ook Sintemetten als beschermheilige. Iedereen kent Olen door de legende: "Keizer Karel en de pot met drie oren". Maar, weet je ook dat dit Kempendorp één van de mooiste preekstoelen bezit van heel Belgenland?
Dit uitzonderlijk "kerkmeubel" in rococostijl werd in 1766 door Jacob van der Neer uit Antwerpen gemaakt, op vraag van de toenmalige Olense pastoor Felix de Pape. Hij is gebouwd rond een kerkpilaar, met aan beide kanten een trap waarvan de leuning bestaat uit krullend gebeeldhouwd loofwerk. Vreemd genoeg geeft alleen de oostelijke trap toegang tot het preekgedeelte. Daarboven werd het klankbord in de vorm van een driehoekige draperie, afgezoomd met franjes, bevestigd. Het geheel wordt omhoog gehouden door naakte, gevleugelde engeltjes. Onder de schelp staat een duif afgebeeld die de Heilige Geest voorstelt en van waaruit een reeks vergulde stralenbundels vertrekken. Op de kuip van de preekstoel is het "Laatste Oordeel" afgebeeld met eigenaardig genoeg, de gelukzaligen aan de linkerkant en de verdoemden aan de rechterkant.
Onder de preekstoel staat, volledig los van de rest, een eikenhouten ruiterbeeld van sint-Martinus.
De manteldeling in al zijn pracht en glorie! Over een oneffen pad stapt het paard met Sintemetten, met opgeheven linker voorpoot, voorbij een op de grond zittende, bijna naakte bedelaar. Een "besnorde" Martinus deelt met een zwierige beweging zijn wijdse mantel. De heilige van Tours zit slechts op een rijdeken en niet zoals meestal, in een zadel. Hij draagt een opvallende ronde soepele hoed met opgeslagen boord en wuivende pluim. Het leidsel is los rond de rechter arm van de heilige geslagen. Met dezelfde arm hanteert hij zijn relatief kort zwaard. Opvallend zijn ook het plooikleed met opgerolde mouwen en de lederen sandalen met gesp. Zijn edel dier kijkt met gedraaide kop naar de schaars geklede bedelaar.
Echt een "droombeeld"! Een prachtig staaltje van Vlaams rococo-houtsnijwerk. Eén van de mooiste preekstoelen van ons land, zeker als je een Sintemetten-fan bent.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Ons schoon Reties sint-Mettenliedje.

Eén van de mooiste
sint-Martinushoofden.
Eiken gepolychromeerd
ruiterbeeld.
Vlaams. 
Eerste kwartaal 16de eeuw.

Het is waar. Ons sinte-Mettenliedje moet ge horen in " os schoewen Ré-ies " dialect. Anders klinkt dat niet.
Midden de moeilijke jaren '50. Ons dorp likt nog zijn oorlogswonden na de Duitse verschrikking. ( Wisten wij veel ...) Wij waren net tien. Mijn leefwereld was niet groter dan de Kapellepad (  de enige verbindingsweg met de oude sint-Pieterskapel. ) en de heerlijke straten en karrensporen rondom. Naar een ver gehucht gaan voetballen leek een halve reis. Eén nachtje op de sinte-Mettenberg mogen slapen was hemels, maar daar gingen thuis hele discussies aan vooraf. De Kapelstraat ( dat was de echte naam ) was een stukje slechte kasseiweg tussen het dorp en de gehuchten: "Watermolen", "Geenend" en "Duinberg". Deze straat was en is nog steeds slechts driehonderd meter lang. Het einde ervan, leek ook het einde van de beschaving. Verder waren er alleen mulle, zanderige karrensporen, die bij regenweer herschapen werden tot echte modderpoelen. Het was een arme buurt, waar warme mensen dicht bijeen woonden in kleine werkmanshuisjes. " De rij" of "de tien geboden" waren tien piepkleine woningen die tegen elkaar aan leunden. ( Gebouwd door baron Du Four voor zijn werkvolk. ) Als men er echt niet moest zijn werd de straat door de betere klasse gemeden. Voor ons was het het aards paradijs. De vele tuinen en braakliggende gronden waren ons speelterrein. Het was ons avonturen-land. Hier waren we ridders, indianen, cow-boys, Tarzan of Winnetou. ( Al naargelang de film die ze die week bij "de Klomp" speelden.) Kinderen van wroeters, allemaal graag gezien door hun zwoegende ouders. We kregen voldoende ruimte om al "doende" op te groeien en te ontwikkelen. Retie was toen nog een stil dorp. Geen (of zeer weinig) lawaaierige auto's of moto's, alleen enkele fietsen en enkele boerenkarren. T.V., C.D., G.S.M., mini-disk, computer, de ringweg, een rond punt, verkeersboetes, verkeerslichten, parkeerproblemen, het moest allemaal nog uitgevonden worden.
's Avonds zaten wij, snotapen, op de bonkige kasseien met open mond te luisteren naar de sterke vertelsels van de volwassenen. Aangedikte verhalen over "de aachturen moejer" en vooral over de verschrikkelijke oorlog. We hoorden over "witte" en "zwarte", over kaalgeschoren vrouwen, over de Russen die gingen komen en die mensen aten en alle vrouwen "pakten". De meegemaakte onmenselijke toestanden in Duitsland, de Joden. Om het half uur moesten we eens opstaan om een paard met ratelende kar door te laten. En net als we gingen horen wat die Russen allemaal met onze meisjes zouden doen: "Naar bed!" Toen moest een vader dat maar één keer zeggen.
In deze volkse sfeer vierden we onze Sintemetten. Je moest ons zien. Groepjes van vijf of zes ravotters die van deur tot deur gingen. Iedereen op "blokken" (klompen zeggen ze in de stad), lage met een leren band of hoge, in een meestal van kleur verschoten korte broek en daarop een blauwe "keel". Een versleten washandje deed dienst als beurs. Wie ons het liedje aangeleerd heeft weet ik niet. "Ons moeder heeft me dat aangeleerd als ik nog in haar buik zat!" vertelde één van mijn beste vrienden. En ik geloof hem.
Zingen deden we eigenlijk niet. Het was meer ... roepen. We dachten dat hoe luider we zongen hoe meer centen we zouden krijgen. Dat viel soms dik tegen, omdat er 's avonds bij het tellen nogal wat centen in het washandje zaten met vier gaatjes! De meeste mensen hadden niks te veel, ze konden dan ook niet veel missen. Alleen op "de mèt" woonden de mensen met poen. ( Volgens mijn vader.) Daar schreeuwden we natuuurlijk nog harder.
Ik probeer het liedje nu te schrijven in ons Reties dialect, naar best vermogen, zoals wij het toen brulden, het klonk ongeveer zo:

"Vendoag is't sinte mette
en merregen is't de kruk.
We komen uit goeien hèèrten
en helpt os uit d'n druk.
Boeren we wullen van hier nie goan
of we hemmen wa op gedoan.
Iejen turfken of wa heit
sinte mette is ziejverkeit.
'k Weet nog wel een goeie vrauw
die nog wel wa geven zauw.
Laank mag ze lèven
hondert joar en ienen dag
zoelaank as ze brokken in de paap mag.
Geft wa, en heit wa
tu den nuste joaren.
Wemmen gezoengen en wemmen niks gat,
geft e stuk van 't verrekesgat.
Is et verreken nog nie doewet;
sloagt-em tegen z'nnen aachterste poewet.
Is os lieken nog nie uit
geft e stuk van de verrekessnuit!
Uit, uit, uit!"

Werd de deur niet open gedaan, of werden we weggestuurd zonder iets, dan klonk het van:

"Hoe-eg huis, lie-eg huis,
d'r zit een gierege pln in huis!"

Bij 't tellen van de omgekeerde beurs, trilden onze vingers van de spanning. Hoe weinig er ook maar in zat, het viel altijd mee. Hoeveel "pikken" konden we voor die centen wel niet kopen bij " tant Johanneken uit de Klok"?
Die nacht vielen er veel in slaap met een rode blos op hun wangen. Van 't zingen, van vermoeidheid of gewoon van "kontentement"!
Voor ons was toen geluk nog heel gewoon.

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Reageer op dit bericht

Weerspreuken en gezegden.

Het feest van sint-Maarten. Door Pieter Breugel de Oude.
Wenen. Kunsthistorisch Museum.

Sintemetten heeft zijn persoonlijke attributen. Als ridder op een wit paard, de manteldeling, als bisschop met mijter, met kruis, met boek, met gans, met aardbol of met hostie van vuur, zieken genezend of doden opwekkend. Maar hij heeft ook zijn eigen ziektes, waartegen hij aanroepen wordt: Dronkenschap, huiduitslag, koorts, roos en wolf, tegen slangen en wormen. Vooral tegen bedplassen. (Kwade tongen beweren zelfs dat Sintemetten zelf de vuren instelde om zijn kleed, als patroon van de bedplassers, te drogen.) Hij is de patroonheilige van veel landen, steden en dorpen: Frankrijk, Hongarije, Kassel, Düren, Genk, Tours, Beveren, Retie, Duffel, enz. Te veel om op te noemen. Hij is ook schutsheilige van beroepen. Bedelaars, bezembinders, herbergiers, militairen, hoefsmeden, molenaars, ruiters, wijnbouwers, enz, kunnen altijd op zijn steun rekenen. Hij is de beschermer van ganzen, paarden, huisdieren en vee.
Is het dan te verwonderen dat onze heilige ook zijn eigen weerspreuken en gezegden heeft?
Zo spreekt men van een "sint-Maartenzonnetje". De legende vertelt immers dat sint-Maarten naakt aan een boom werd gebonden om hem dood te martelen en dat God zijn zonnestralen stuurde om hem te verwarmen. Volgens weerkundigen kan men rond die tijd altijd rekenen op enkele warmere dagen.
Staan er op elf november nog bladeren aan de bomen dan zegt men: "Is op sint-Maarten nog loof aan de bomen, zo moogt ge van een strenge winter dromen."
Wie kent niet volgende spreuken:
"De misse van sint-Merten, brengt ons de winter in't herte." 
"Sint-Martinus warm en regen, brengt het zaad geen grote zegen!"
"Als op sint-Metten de ganzen op 't ijs staan, moeten ze met Kerstmis door 't slijk gaan!"
"Is 't donker lucht op sint-Martijn, zo zal het een zachte winter zijn. Maar is die dag het weder helder, de vorst dringt door, door menig kelder!"
Als laatste:
 "Heere sint-Merten, heyligh Sant, goede platte mispelen wassen in u lant. Kyrieleis!"

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Retie loopt warm voor Sinte Mette.

Letterlijk overgenomen uit een krant van woensdag 10, donderdag 11 november 1993. Streeknieuws.
Wijken ontsteken donderdag grote houtvuren en eten krentekoeken voor een Hongaarse heilige.

Retie. - "Vandaag is't Sinte Metten en morgen is't de kruk. We komen uit goede herten en helpt ons uit de druk ..." In het echt Reties komt dat Sint-Maartenliedje natuurlijk pas goed tot zijn recht. Ontelbare generaties hebben het afgedreund in de ochtend van 11 november. Meestal gebeurde dat in mist en motregen, want dat is Sint-Maartensweer. 's Namiddags leggen de jongeren de laatste hand aan de grote houtstapels. Bij valavond gaat de brand erin. In enkele uren verdwijnt het resultaat van maanden zwoegen in een laaiende gloed.
Althans zo was het. Tegenwoordig haalt Retie de "sintemettes" soms op een halve dag bijeen, met de inzet van tractoren en volwassen mankracht.
"Wij begonnen er destijds al op 1 juli aan", herinnert meester Vanhove zich. "De kloeksten durfden bij de konkurrentie wel eens hout gaan pikken. Of , erger nog, hun sinte mette twee dagen op voorhand in de fik steken. Maar dat was uitzonderlijk. Meestal bleef de rivaliteit beperkt tot wedijver in hoogte en omvang van de stapel. Zodat je 's anderendaags kon zeggen: den onze hebben ze zien branden tot in Arendonk."
Jef Vanhove (62) is in meer dan 30 jaar VVV-dienst nauw betrokken geweest bij dit stukje Retiese folklore. "Het gebruik is in wezen onveranderd gebleven. Het aantal houtvuren is wel sterk afgenomen. Vijftien tot twintig jaar geleden brandden er nog veertig vuren. Nu zijn het er minder dan vijftien. Het is immers moeilijker geworden om een geschikte plaats te vinden. Het politie-reglement gebiedt de stapels op minstens 100 meter van huis of bos verwijderd te houden. Bovendien willen veel boeren niet met de rommel blijven zitten die 's anderendaags nog al eens overbleef, zelfs na het stoken van "de kruk". In de tijd dat er nog autobanden mochten verbrand worden, bleef de boer trouwens met een onvruchtbare plaats op zijn land achter."
Toch is er de jongste jaren meer belangstelling dan ooit voor het jaarlijks gebeuren. Wijken en gehuchten bundelen de krachten en maken er een gezellig buurtfeest van. "Vroeger zag je betrekkelijk weinig volwassenen bij de vuren. Die kropen liever bij de kachel, met een borrel. Zodat wij, snotneuzen, onze gang konden gaan. De eerste sigaretten roken, tot je er misselijk van werd. En de meisjes zwart maken met roet en asse, daar was het vooral om te doen. Aan de sinte mette deed je je eerste lief op. En als de avond ten einde liep, werden de afspraakjes gemaakt: 's anderendaags onder de lindeboom. Als ze niet kwam opdagen, was 't af."
Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Reageer op dit bericht

Achterglasschilderingen. (Verre églomisé.)

S. Martin.
Achterglasschildering. Waterverf.
Oberammergau.
Derde kwartaal van de 19de eeuw.
Sint-Maarten in een cirkel geplaatst.
Mooie bloemmotieven als randversiering.

Deze term wordt gebruikt voor een schilderij dat op glas is gemaakt. Kunst of kitsch? Misschien een kunstvorm uit een bepaalde tijd in een beperkt gebied. Het is in ieder geval volkse kunst! Bijzonder in Zuid-Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland is het een echte "thuiskunst" geweest, die een goede eeuw geduurd heeft. Bloeitijd van het einde van de achttiende eeuw tot ca. 1880. Ondermeer door de industrialisatie ging ook deze volkse kunst ten onder.
De schilderstechniek om met koude verf op glas te schilderen was reeds in de oudheid bekend. Vooral in Byzantium en Alexandria werd er veel met glas gewerkt, meest maakte men emailschilderingen, maar ook achterglasschilderingen.
Deze manier van schilderen laat geen grote correcties toe, iedere penseeltrek moet dus juist zijn. Dat wil zeggen dat de kunstenaar tot in het kleinste detail de voorstelling in zijn hoofd moet hebben. (Of op een voorbeeld.) Door deze moeilijkheid zien we enorme kwaliteitsverschillen.
Hoe ging zo'n artiest te werk? Het glas werd op een voorbeeld-tekening (in spiegelbeeld?) gelegd. De contouren konden zo nagetekend worden, meestal in 't zwart of rood, soms ook in sepia, zelden in goud. Dan de voorgronddetails kleuren, daarna de kleurnuances aanbrengen om het beeld naar "achteren" te ontwikkelen. Als laatst de lucht of een grondtoon schilderen. Men zou kunnen zeggen dat in vergelijking met een gewone schilder, een achterglasschilder in omgekeerde volgorde werkt.
De grootte van de schilderijen hing af van het formaat van de beschikbare glasplaten. Men gebruikte meestal waterverf. ( Er zijn er ook in olieverf.)
Men schilderde heel wat heiligen of heilige taferelen, maar ook profane voorstellingen vielen in de smaak.
De achterglasschildering werd ingekaderd met de niet-beschilderde kant naar voor. De kwetsbare achterkant schermde men af met een houten plankje.
De kaders waren meestal uit zacht hout en zeer eenvoudig van profiel. Geschilderd in donker-bruin, donker-blauw of zwart.
Een oude "églomisé" is moeilijk te vinden en dus ... kostbaar. Zelfs gescheurde exemplaren worden nog met veel zorg verzameld.
"Sintemettes"  zijn bijna onvindbaar!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

De mirakelen der goedheid. IV.

 De geest van wederzijds hulpbetoon en goedheid is meer dan ooit een noodzakelijkheid. Hierom heeft Winterhulp de daad van St. Maarten als symbool voor zijn actie van nationale solidariteit gekozen. Steun Winterhulp, met al wat gij te veel en met een beetje van wat gij noodig hebt. Ook gij zult dan een soort van mirakel doen, door het vereenigen van ál de harten in éénzelfden wil, om, tijdens de gure wintermaanden, de ellende uit ál de Belgische huisgezinnen te weren.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

De mirakelen der goedheid. III.

Maar het is een veel menschelijker, veel eenvoudiger gebeurtenis, die de populariteit van St. Maarten vereeuwigd heeft. Op een kouden Winterdag, toen hij nog soldaat was, ontmoette hij aan de poort van een zekere stad, een verkleumden armen man. St. Maarten aarzelde geen oogenblik, sneed zijn eigen mantel middendoor, en gaf de helft aan den ongelukkige. 's Nachts had hij een visioen: Jezus, omringd van heerlijk zingende engelen, verscheen glimlachend voor hem, de aan de ongelukkige geschonken mantel-helft, op den arm dragend.
Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Reageer op dit bericht

Mirakelen der goedheid. II

Tijdens zijn zwerftochten, wist hij heel wat mirakelen te doen. Eens toen hij vernam dat een barbaar die het besluit genomen had zich te bekeeren, gestorven was vóór hij het doopsel had kunnen ontvangen, begaf hij zich naar de plaats waar het lichaam lag. Door de kracht van zijn gebeden, slaagde hij er in den afgestorvene tot het leven terug te roepen.

Op zekeren dag begaf hij zich naar het Paleis om genade af te smeeken voor ongelukkigen die onschuldig veroordeeld werden. De keizer weigerde hem te ontvangen en ontstak in hevige woede toen Sint Maarten ondanks het verbod het paleis betrad; hij gaf het bevel den heiligen aan te houden, maar op hetzelfde oogenblik vatte de troon van den tyran vuur! De keizer werd zoodanig door de angst aangegrepen dat hij de gevraagde genade verleende.

In een Gallisch woud, waar Sint Maarten aan de ongeloovigen het evangelie predikte, deed hij een reusachtigen denneboom, dien de barbaren als God aanbaden, omverhakken. Op het oogenblik dat de boom neerviel, ging Sint Maarten plots vóór hem staan, de den rees onmiddellijk weer overeind, en viel langs den tegenovergestelden kant op de barbaren die verschrikt de vlucht namen
.
Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

Stripverhaal.

Stripverhaal over het leven van sint-Martinus en over het waarom Winterhulp koos voor het symbool "Sintemetten" voor zijn acties van nationale solidariteit.
Gedrukt bij Gordinne te Luik. Tekeningen : Jaques Van Melkebeke. (1940) Oude spelling overgenomen.

Maarten was de zoon van een groot Romeinsch veldheer. Ofschoon hij zich geroepen voelde om God te dienen en de ongelukkigen bij te staan, moest hij het zwaard omgorden; hij deed dan ook moedig zijn plicht.

Maar het was met afschuw dat hij zijn wapens tegen zijn medemenschen gebruikte. Toen het Romeinsche Rijk door de barbaren aangevallen werd, bekwam Maarten van zijn overste de toelating den vijand tegemoet te gaan. Door zijn heerlijke godsvrucht en zijn groote goedheid kwam hij er toe, de barbaren de wapens te doen neerleggen.

Hierop zei hij het soldatenleven vaarwel en stelde voortaan al zijn krachten ten diensten van God. Zoo trok hij de wijde wereld in. Eens werd hij door roovers gevangen genomen; hij sprak den man die hem moest bewaken met zooveel vuur over de goedheid en de edelmoedigheid, dat deze Sint Maarten de vrijheid schok, en van dit oogenblik af zelf een eerlijk leven leidde.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

Duitse

Hier een zeldzame voorstelling van de manteldeling. Sint-Martinus als krijgsman met bevederde helm en vreemd genoeg, een gebogen zwaard. De bedelaar met stok en een houten onderbeen. Geheel in een bergachtig landschap. Merkwaardig de palmboom op het voorplan. Vreemde combinatie van bergen en palmboom.

Een mooi voorbeeld van Duitse aangeklede prenten. Deze werden meestal door begijnen of kloosterzusters gemaakt. Uit de afbeelding werden fragmenten weggesneden. Achter de ontstane openingen werden strips van gekleurd metaalfolie gekleefd. Altijd zijn het "dubbel-papier" prentjes. Aan de voorkant de afbeelding met de wegsnijdingen, aan de achterkant een steunpapier om alles op zijn plaats te houden. De metaalfoliestrips zitten dus als het ware er netjes tussen geklemd. In Duitsland gebruikte men meestal Klauberprenten voor deze toch wel ongewone vorm van prenten aan te kleden.( Bij ons beplakte men de prenten met alle mogelijke materialen: Damast, stof, zijde, hout, stro, koperdraad en bladgoud.
Om hun delicate structuur en samenstelling te beschermen, werden deze (kostbare) prenten meestal ingelijst.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

Felix Timmermans tekent sint-Martinus.

Sint-Maarten en de bedelaar.
Originele tekening van de "Fé"
in Oost-Indische inkt.
Met waterverf ingekleurd.
Monogram in de linker benedenhoek.
Tafereel getekend op papier dat zijn
"Ex-libris" draagt.
Uit privé bezit.

Felix Timmermans werd geboren te Lier op 5 juli 1886. Hij was het dertiende kind uit een gezin van veertien. Zijn vader handelde in kant, zijn moeder was de dochter van een smid. Deze autodidact volgde tot zijn vijftiende jaar de lagere school en ging naar de tekenacademie. Inspiratie voor zijn boeken en vertelsels vond hij in de verhalen die zijn vader hem vertelde.
Zijn bekenste boeken:" Schemeringen van de dood", "Pallieter", "Anne-Marie", "Het kindeken Jezus in Vlaanderen", "De zeer schone uren van juffrouw Symforosa, begijntje", "Adriaan Brouwer" en "Boerenpsalm"." Pallieter" en "Boerenpsalm" werden verfilmd. De "Fé" overleed te Lier op 24 januari 1947, slechts 60 jaar oud. Hij was niet alleen schrijver, maar ook tekenaar en schilder. Schrijven was zijn beroep, het kostte hem veel moeite en inspanning. Tekenen en schilderen was voor hem ontspanning. In "Van nieuwjaar tot oudejaars-avond" vinden we een tekening van Sintemetten, één van de vele die hij maakte, telkens verschillend. "Elke schets is anders, zoals het menselijk hart zoveel keren anders is." Waarschijnlijk zette de eenvoud van de volksprent hem op weg, de illustraties uit ergens een volksbijbel, waarin alles afgestemd was op het onmiddellijk bevattelijke, op wat de gewone man zonder veel inspanning diende te zien en te snappen.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Winterhulp. - Postzegels.

Op zijn zoektocht naar middelen om aan liefdadigheid te kunnen doen kreeg Winterhulp de steun van "De Post". Door de regie van Posterijen werden inderdaad postzegels uitgegeven met een toeslag. De volledige opbrengst van deze toeslag ging naar de liefdadigheidsorganisatie.
Voor het eerst werden op 23 december 1940 een reeks van negen zegels verkocht met de wapenschilden van de negen provincie-hoofdplaatsen. In de Officiële Catalogus van België (O.C.B.) staan ze vermeld onder de nummers 538 tot 546. De zegels werden gedrukt bij het "Bestuur der Postchecks" en in de "Algemene Werkplaats van het Zegel".
In mei 1941 worden voornoemde zegels heruitgegeven in de vorm van velletjes. Negen zegels op één blad. Zowel in getande als in ongetande vorm.(O.C.B. nrs. 547/555 en 547A / 555A) In tegenstelling met de eerste uitgifte werden deze zegels gedrukt in één kleur.
Op 3 november 1941 verscheen een sint-Martinusreeks van tien waarden met oude sint-Maartenbeelden. Volgende Belgische plaatsen verleenden hun medewerking: Onhaye-Lez-Dinant, St. Maartens-Lennik, Beek, Dave-sur-Meuse, Halle en St.-Truiden.( O.C.B. 583/592 )
Twee vellen vormden op 12 maart 1942 weer een andere sint-Martinusreeks. Telkens één zegel per vel 5fr. + 20 fr. toeslag. Getand en ongetand.
In datzelfde jaar, op 12 november, gaf men een reeks postzegels uit van tien waarden. Weer werden het antieke beelden van Sintemetten, nu echter oude kunstwerken uit private verzamelingen te Tienen, Houtain-le-Val en uit het Gruuthuse museum te Brugge. ( O.C.B. 603/612 )
Een andere prachtige sint-Maartenreeks werd te koop aangeboden op 15 november 1943. Acht zegels met zeldzame beelden van onze heilige.Op de achtergrond telkens de sint-Martinuskerken waaruit de beelden kwamen. Zo herkennen we de parochiekerken van: Zoutleeuw, Dion-le-Val, Aalst, Luik, Kortrijk, Angre, Loppem en Halle. (O.C.B. 631/638)
Op 3 april 1943 en 6 maart 1944 verschenen er telkens twee grootformaatzegels met beeldjes van sint-Martinus. (O.C.B. 613/614 en 639/640)
Voor het "Europees Congres voor Opvoeding" werd op 7-12 mei 1956 een zegel uitgegeven met het sint-Martinusbeeld van St.-Truiden, getand en ongetand en in beide landstalen. Merkwaardig genoeg werd "Winterhulp-Secours d'hiver" met een zwarte streep onleesbaar gemaakt.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten