Retie loopt warm voor Sinte Mette.
Wijken ontsteken donderdag grote houtvuren en eten krentekoeken voor een Hongaarse heilige.
Retie. - "Vandaag is't Sinte Metten en morgen is't de kruk. We komen uit goede herten en helpt ons uit de druk ..." In het echt Reties komt dat Sint-Maartenliedje natuurlijk pas goed tot zijn recht. Ontelbare generaties hebben het afgedreund in de ochtend van 11 november. Meestal gebeurde dat in mist en motregen, want dat is Sint-Maartensweer. 's Namiddags leggen de jongeren de laatste hand aan de grote houtstapels. Bij valavond gaat de brand erin. In enkele uren verdwijnt het resultaat van maanden zwoegen in een laaiende gloed.
Althans zo was het. Tegenwoordig haalt Retie de "sintemettes" soms op een halve dag bijeen, met de inzet van tractoren en volwassen mankracht.
"Wij begonnen er destijds al op 1 juli aan", herinnert meester Vanhove zich. "De kloeksten durfden bij de konkurrentie wel eens hout gaan pikken. Of , erger nog, hun sinte mette twee dagen op voorhand in de fik steken. Maar dat was uitzonderlijk. Meestal bleef de rivaliteit beperkt tot wedijver in hoogte en omvang van de stapel. Zodat je 's anderendaags kon zeggen: den onze hebben ze zien branden tot in Arendonk."
Jef Vanhove (62) is in meer dan 30 jaar VVV-dienst nauw betrokken geweest bij dit stukje Retiese folklore. "Het gebruik is in wezen onveranderd gebleven. Het aantal houtvuren is wel sterk afgenomen. Vijftien tot twintig jaar geleden brandden er nog veertig vuren. Nu zijn het er minder dan vijftien. Het is immers moeilijker geworden om een geschikte plaats te vinden. Het politie-reglement gebiedt de stapels op minstens 100 meter van huis of bos verwijderd te houden. Bovendien willen veel boeren niet met de rommel blijven zitten die 's anderendaags nog al eens overbleef, zelfs na het stoken van "de kruk". In de tijd dat er nog autobanden mochten verbrand worden, bleef de boer trouwens met een onvruchtbare plaats op zijn land achter."
Toch is er de jongste jaren meer belangstelling dan ooit voor het jaarlijks gebeuren. Wijken en gehuchten bundelen de krachten en maken er een gezellig buurtfeest van. "Vroeger zag je betrekkelijk weinig volwassenen bij de vuren. Die kropen liever bij de kachel, met een borrel. Zodat wij, snotneuzen, onze gang konden gaan. De eerste sigaretten roken, tot je er misselijk van werd. En de meisjes zwart maken met roet en asse, daar was het vooral om te doen. Aan de sinte mette deed je je eerste lief op. En als de avond ten einde liep, werden de afspraakjes gemaakt: 's anderendaags onder de lindeboom. Als ze niet kwam opdagen, was 't af."


