Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
seniorennet.beseniorennet.be

Winterhulp. - Secours d'hiver.

Affiche "Loterij Winterhulp".
40 cm / 57 cm.
Links onder: " ET. GEN. d' IMP. 14 rue d'OR. Bruxelles."

Na de capitulatie van het Belgisch leger op 28 mei 1940 werd ons land naar Duits model georganiseerd. Tijdens de eerste oorlogswinter was Winterhulp al actief. Op 29 oktober 1941 ging de vereniging officieel van start. Voorzitter werd Paul Heymans, tevens voorzitter van de Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid. Koning Leopold III en kardinaal Van Roey stortten beiden 25 000 frank. De hoofdsponsor was de Koloniale Loterij, voorloper van de Nationale Loterij. In de moeilijke meidagen van '40 dreigde de Koloniale Loterij ter ziele te gaan. Om het voortbestaan veilig te stellen, dacht men een originele formule uit, die de naoorlogse wederoprichting vlekkeloos zou doen verlopen. Op 20 december 1940 verschenen de statuten van de " Loterij van  Winterhulp" in het Staatsblad. ( Tijdens de bevrijding verliep de overgang geruisloos. Het sluimerend "Comité" van de Koloniale Loterij werd weer actief.)
De organisatie " Winterhulp" werd opgericht om aan kinderen en armen versterkende middelen als soep, melk, vitaminen en kledingstukken te geven.
Hoewel Winterhulp niet altijd op evenveel sympathie van de bevolking kon rekenen, vanwege steun die de Duitse bezetter aan de organisatie gaf, zorgden de verschillende posten van waaruit de verdeling gebeurde steeds voor een grote opkomst.( In Duitsland bestond "Winterhilfswerk".)
Door middel van de verkoop van lucifers, postzegels, tombola biljetten en boeken konden de nodige fondsen bijeen gebracht worden om de uitdelingen te organiseren. Op plaatselijk niveau werden allerlei activiteiten aangewend om geld bijeen te krijgen.
De steeds wederkerende afbeelding van sint-Maarten als symbool van Winterhulp is zeker geen toeval. Hij is toch niet voor niets de patroonheilige van armen, bedelaars en ... soldaten. Men had geen beter zinnebeeld voor "liefdadigheid" kunnen bedenken!

Vanaf december 1940 organiseert Winterhulp loterijen voor het goede doel. De eerste prijs is voor die tijd een enorm bedrag: Eén miljoen frank!
De volledige opbrengst gaat helemaal naar noodlijdende landgenoten.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Bidprentjes.

Vóór 1850 laat alleen de gegoede burgerij en de adel prentjes drukken om een gebed te vragen voor een overledene. Deze beeldekens waren voor de gewone man te duur. ( Vergeet ook niet dat een groot percentage van de lagere klasse analfabeet was. ) Dikwijls waren het kopergravuurtjes op perkament, op velijn of op stevig papier. Men gebruikte inderdaad zestiende en zeventiende eeuwse devotieprentjes als drager van een overlijdensbericht. Wat er op de voorkant stond afgebeeld speelde geen rol, er was immers geen relatie met de tekst op de keerzijde. Zeldzaam zijn de prentjes met sint-Maarten op de voorkant. 
Door de intrede van de lithografie en goedkoop papier is in de tweede helft van de negentiende eeuw het bidprentje ( of doodsprentje ) binnen ieders bereik. Zeker als de mechanisch geproduceerde massaprent op de markt verschijnt.
 In Retie vinden we maar weinig doodsprentjes terug van vóór 1830.(gestorven) De zeldzame die ik heb gevonden zijn inderdaad Antwerpse santjes uit de 17de eeuw, die in de 19de eeuw dienst hebben gedaan als drager van een overlijdensbericht. De meeste zijn gedrukt in Turnhout bij de welbekende drukkerijen: Glenisson en Van Genechten, Brepols en Dierckx, Splichal - Roosen, Beersman - Pleek, e.a. Ook in Mol drukten N. Havermans en K. Raeymaekers doodsprentjes voor Retienaren.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

Suffragie. Sint-Martinus ontmoet de duivel.

Franse suffragie.

11 November.
Gebed.
Grote heilige, die altijd in't strijdgewoel stond, bewaar de liefdadigheid en de liefde voor J.C. Gelieve ons voor te spreken bij onze Heer en Meester, omdat we de kracht zouden krijgen het kwaad te vermijden en door onze inspanningen de eeuwige zaligheid te verdienen.
Zo weze het.

"In zijn pogingen om de heilige man te bedriegen met duizend schadelijke listen, heeft de duivel zich vaak aan hem laten zien in de meest diverse gedaanten."

Een ongewoon prentje, omdat de bedelaar hier geen "arme" is, de behoeftige is hier duidelijk de duivel, incarnatie van het slechte, het kwaad. Zijn vermomming is echter pover. De horens op zijn kop, de klauwachtige handen, het sikje en de grote kromme neus verraden hem. Betekenis? Zal sint-Maarten ook hen helpen die niet zo vroom leven? De duivel test hier onze heilige, maar het is duidelijk dat de demon geholpen wordt. De manteldeling is reeds begonnen. Sint-Martinus, liefdadigheid voor iedereen.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Suffragie.

Suffragiën zijn dag- of maandprentjes, de kerkelijke kalender volgend. Ze werden als los "beeldeken" uitgedeeld. ( Er bestaan ook zeldzame suffragie-boeken.) Naast de afbeelding van de heilige is meestal een korte levensbeschrijving, een toepasselijke tekst of een gebed toegevoegd. Vaak ook de datum van zijn feestdag. We vinden ze in verschillende talen.
Het woord "suffragie" is afgeleid van " suffragari" (kiezen.). Leden van een kerkelijke vereniging mochten maandelijks een prentje kiezen. ( of uitloten.)

Hier een mooie suffragie van Sintemetten.

"S. Marten Bischop.
Kleynachtig van 't tydelyk leven,
Heer, om wiens liefde S. MARTINUS, verwecker van dry dooden, niet geschroomt en heeft te wagen het tydelyk leven, maekt dat we na zyn exempel 't zelve kleyn achtende, het eeuwig alleen in weerde houden.
Bid voor die de dood te zeer vreezen."

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Zaventem III. St.-Martin dividing his cloak.

Het meesterwerk van Zaventem werd door Antoon van Dijck geschilderd in 1618. Het doek meet 171,6 x 158 cm. Meestal wordt het " De liefdadigheid van sint-Martinus." genoemd.
Een summiere beschrijving: Bij een stenen kolom, weelderig begroeid met planten, liggen twee bedelaars op bussels stro. De ene, bijna gans naakt, zit met zijn fors gespierde rug naar de toeschouwer. Hij houdt met zijn linker hand de rode, half doorgesneden mantel van de edelknaap vast. De andere, duidelijk een kreupele, steunt op een T-kruk. In lichtgrijze lompen gehuld, net als zijn kompagnon het hoofd omwonden met een witte doek. Hij heeft een sikje en kijkt met een gretig oog naar de felle mantel. De jonge Martinus zit hoog op zijn wit paard. Stevig in beugels en zadel. Zijn zwaard op borsthoogte, klaar om de kostbare mantel helemaal te delen. Hij draagt een zwartfluwelen hoed, met een lange grijze pluim, een glimmende metalen borstkuras, een maliënkolder die armen en dijen dekt, lichtgrijze laarzen. De forse schimmel, van ongeduld stampend, met sierlijk gebogen nek. Achter onze heilige, een gebaarde metgezel in donkere wambuis op een bruin paard, met witte opvallende vlek op de kop. Hij staart Martinus ongelovig aan. Een derde ruiter, nauwelijks zichtbaar onder de opgeheven arm van jeugdige Maarten. Een typisch Vlaamse blauwe lucht, met grijze wolken, werpt een zomers licht over het hele tafereel.
De invloed van Rubens is nog duidelijk merkbaar, b.v. in de voorstelling van de atletische bedelaar. Ook het monumentale doet aan de leermeester denken.

Het is vreemd dat, enkele jaren later, Sir Anthony van Dyck ( zo noemen de Engelsen hem ) een bijna identiek doek schildert. Inderdaad, in 1620-1621 ontstaat: " St.- Martin dividing his cloak." Het doek hangt nu in Windsor Castle en maakt deel uit van de wereldberoemde "Royal Collection".
Er zijn toch een paar opvallende verschillen met het Zaventemse doek. De met planten begroeide kolom is verdwenen, in de plaats staat een bedelende, donker harige vrouw met twee kinderen. Martinus, hier iets ouder, heeft zijn zwaard nu op zadelhoogte i.p.v. op schouderhoogte. De "Engelse" lucht is grijzer. Beide meesterwerken lijken sterk op elkaar en worden wel eens met elkaar verward.
Waarom schilderde Antoon dit "duplikaat"? Opdracht van de Engelse koning, of ... omdat hij zo'n enorme fan van Sintemetten was?

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Reageer op dit bericht

Zaventem II. De legende van het schilderij.

Antoon van Dijcks vader was pas overleden. Dat maakte op de jongeling zo'n diepe indruk dat grootmeester Rubens hem aanried een reis naar het zonnige Italië te maken.
Te Zaventem afgestapt, kreeg de jonge schilder er een mooie, slanke freule in het oog. Zodra hij wist dat het de dochter was van Maarten van Ophem, de drossaard aldaar, meldde hij zich bij haar vader. Deze leek met het bezoek van de begaafde kunstschilder bijzonder ingenomen. Onmiddellijk stelde hij van Dijck voor, een altaartafereel voor de kerk van de gemeente te ontwerpen. Het doek zou in het huis van de opdrachtgever geschilderd worden en er zou royaal voor betaald worden. Antoon stemde gretig toe, niet voor het geld, maar voor de aanwezigheid van de mooie Isabella. Hij borstelde een " Sint-Maarten zijn mantel delend met de armen." Zodra het schilderij af was, kon Antoon nog niet besluiten om te vertrekken. Hij stelde zelf voor, een tweede doek te schilderen. Een "Heilige Familie." Wanneer nu ook dit meesterstuk voltooid was, deed van Dijck een aanzoek bij de drossaard om de hand van zijn dochter. Onder voorwendsel dat zijn dochter nog veel te jong was, werd Antoons verzoek afgewezen. Van Dijcks teleurstelling was groot. Gelukkig kon Rubens zijn mistroostige leerling opbeuren en hem overtuigen zijn geplande reis verder te zetten.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

Zaventem I. Antoon van Dijck en sint-Maarten.

Er bestaat waarschijnlijk geen enkel schilderij in ons land dat zo vaak is gekopieerd als het prachtige werk van Antoon van Dijck: " Sint-Maarten, zijn mantel delend met de armen." Het 17de eeuwse doek hangt in de parochiale kerk te Zaventem, bij Brussel. Hoe dikwijls zou het zijn nageschilderd, negetekend, nageëtst, gefotokopieerd, gefotografeerd? Bij benadering niet te schatten. Het tafereel van de manteldeling sierde: Kopjes, luciferdoosjes, loten, stempels, kalenders, sigarenbanden, vlaggen, vaantjes, wimpels, muntstukken, penningen, bankbiljetten, koekjesdozen, te veel om op te noemen. Iedereen heeft een kopie van het schilderij al wel eens ergens gezien. Op een voddenmarkt of op een kunsttentoonstelling. Het doek en zijn schilder zijn wereldbekend. Duizende kunstminners en vooral kunstkenners komen dit trotse kunstwerk bewonderen. Van overal ter wereld komen ze naar Zaventem. Natuurlijk ook veel eigen volk. Ik was één van hen ... ongelooflijk, gewoon subliem!
Wie was nu die grote schilder Antoon van Dijck? Hij werd  geboren in Antwerpen in 1599 in het huis "Den Berendans" op de Grote Markt. Hij was het zevende kind van Frans en Marie Cuypers, een zeer godsdienstige, welgestelde familie. Het schilderen zat hem al heel vroeg in het bloed. Al heel jong werd hij leerling van de grote P.P.Rubens. Die noemde hem wel eens zijn beste leerling. Dat hij inderdaad goede contacten had met de "meester" blijkt uit het feit dat Rubens het portret van van Dijck schilderde. (1613) In 1618, slechts 19 jaar oud werd hij meester in de beroemde sint-Lucasgilde. Hij was geniaal en bovendien een mooie man, elegant, verfijnd tot in de toppen van zijn vingers.
Hij vertrok voor de eerste maal naar Engeland. Werd hofschilder van James VI van Schotland en van Karel I van Engeland. Maar hij hield het er na 5 maanden al voor bekeken. Trok om zogezegde gezondheidsredenen naar Italië. Daar ontdekte hij de mediterrane kleuren van o.a. Titiaan en Veronese. Keerde in 1627 naar Antwerpen terug en richtte er een eigen atelier op en werd hofschilder van infante Isabella. (1628-1630) Zijn succes en weelde bereikten ongekende hoogtes. Karel I van Engeland riep hem terug. Daar schilderde hij een groot aantal portretten van hooggeplaatste personen. Zijn beste werken. Schilderde ook religieuze kunst die uitblonk door de kleurenpracht en de levensechtheid van de taferelen.
Antoon van Dijck overleed te Londen in 1641, en ligt begraven in de "st. Paul's Cathedral." 

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

Manteldeling te voet.

Antwerps santje , rond 1700. Kopergravure op stevig papier. Met de hand ingekleurd. Afmetingen: 11,5 cm breed en 14,5 cm hoog.
Prachtig uitgevoerd Antwerps devotieprentje. Wij zien hier onze sint-Maarten als een rijkelijk uitgedoste edelman. Met pluimhoed, kniebroek, fijne schoentjes en een wijde mantel. Opvallend is dat onze heilige te voet is. Op het achterplan zie je zijn paard, vastgebonden aan een boom. Sintemetten deelt zijn dure mantel met een geknielde bedelaar met een T-kruk. De arme zit helemaal naakt, rechts voor hem op de grond. Het is niet te zien dat we hier te doen hebben met een kreupele, de man heeft meer het lichaam van een atleet dan van een hongerlijder.
Het tafereel speelt zich af in een heuvelachtig landschap, met hier en daar een boom, ver buiten de stadsmuren. Merkwaardig is ook dat we wel de stralen van de Heilige Geest zien, maar niet "de duif". De naam van sint-Martinus in een sierlijke banderol midden onder geplaatst.
De naam van de uitgever rechts onder, op de rand van de afdruk: Michiel Cabbaye.(1660-1722) Toch is het duidelijk dat de oorspronkelijke graveur A. Goetiers is.(1637-1686) De uitgever heeft zijn eigen naam boven op die van de graveur gezet, maar onzorgvuldig. Pronken met andermans veren? Het santje is wel met veel zorg en oog voor detail met de hand ingekleurd. Mooi voorbeeld van de Antwerpse prentkunst.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer ...

Als we de kerkelijke geschiedenisboeken doorpluizen, vinden we onder het hoofdstuk "Heiligen" wel een tiental sinte-Mettes. Erg bekende en "nooit-van-gehoorde". Een paar die nooit tot de grote massa zijn doorgedrongen: Martinus van Praga, Martinus van China, Martinus van Herentals, Martinus van Tongeren, Martinus van Kortrijk, Martinus van Léon, Martinus van Auvergne en Martinus Loynas. De allerbelangrijkste is natuurlijk onze Martinus van Tours, door iedereen gekend.
Wij, Retienaren, kennen ook sint-Martinus I, paus. Velen echter zonder het misschien te beseffen.
Als jonge snaken zongen we lang geleden toch, tot onze kelen er schor van werden:

                                                        "Vandoag is't sintemetten,
                                                          en meregen is't de kruk!"

Eigenlijk betekende dat: Vandaag, 11 november, is het de feestdag van sint-Martinus van Tours en morgen, 12 november, is het de feestdag van de paus sint-Martinus I.
Deze Martinus werd in 649 opvolger van paus Theodorus I. Hij verklaarde op het eerste Lateraans concilie de maagdelijkheid van Maria tot dogma. Veroordeelde de monotheletisten ( zij menen dat Christus slechts één wil had ), waartoe ook de regerende keizer Constans II behoorde. Werd daarom in 653 verbannen naar Naxos. Het jaar daarop kreeg hij de doodstraf. ( Later omgezet in verbanning.) Stierf op de Krim. De vroegere feestdag van Martinus I viel op 12 november, één dag na die van onze sinte-Metten. Om hem van deze te onderscheiden, noemde men de paus in onze streken: " Sinte-Kruk." (De kruk is zijn bisschopsstaf.)

                                                         

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Reageer op dit bericht

Nog een bekende... Martinus van Porres.

Hij werd geboren in Lima (Peru) en stierf er. ( 1569 - 1639 )
Martinico, een buitenechtelijk kind van de adelijke Juan de Porres en een indiaanse ( of een bevrijde negerslavin ) uit Panama. Daardoor zijn donkere huidskleur. Hij werd barbier, apotheker, arts en dominicaanse lekenbroeder. Hij verpleegde de zieken en was de vriend van de noodlijders in de stad. Hij werd al bij zijn dood, als gevolg van de tyfus, als bijzonder man vereerd die vele wonderen verrichtte, op goede voet stond met de muizen in zijn cel en bijna nooit sliep. Aangeroepen bij muizen- en rattenplagen. Vooral ook bij de strijd tegen rassengelijkheid. Patroonheilige van zieke huisdieren en verplegend personeel. Hij wordt vooral vereerd in Latijns-Amerika en in Zuid-Europa. (Bv. Spanje.)
Deze Martinus de Porres wordt voorgesteld in het witte habijt van de dominicanen met wit scapulier en zwarte mantel met kap. Als attributen heeft hij een kruisbeeld, een bezem, een rozenkrans, een mand met brood, een kat en muizen.
Hij is natuurlijk het gemakkelijkste herkenbaar aan zijn donkere huidskleur.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

Antwerps santje. Linkshandige Martinus.

Antwerps santje op perkament. Kopergavure. Verkocht door Suzanne Verbruggen. ( 1685 - 1752 ) Met de hand ingekleurd. Afmetingen; 11,5 cm hoog en 9cm breed.
We zien hier de heilige Martinus op een wit paard. Gekleed in een burgerpak als jonge edelman. Muts op het hoofd. Uitzonderlijk genoeg hebben we hier te doen met een linkshandige weldoener. Hij snijdt inderdaad zijn mantel door met zijn linker hand. De halfnaakte bedelaar zit rechts van hem op een verhoging. Ook deze is linkshandig, hij neemt met zijn linker hand de hem toegestoken mantelhelft aan. De Heilige Geest in de vorm van een duif, hangt in de linker bovenhoek. Het hele gebeuren speelt zich niet af aan een stadspoort, maar in een open natuurlandschap. De naam van de heilige Martinus in een grillige banderol gezet onder het tafereel.
De graveur is niet gekend, Suzanne Verbruggen was een " beeldekens -verkoopster", die zelf nooit één prentje stak. Het santje is verzorgd met de hand ingekleurd. Op zijn minst een merkwaardig gravuurtje!
Naar mijn mening hebben we hier te doen met het klakkeloos nasnijden van een reeds bestaande gravure. Mindere anonieme kunstenaars deden dat meer, er bestond immers nog geen wet die eigen ontwerpen beschermde. Zo kreeg je natuurlijk bij het afdrukken van de koperplaat het spiegelbeeld van het originele prentje.( Daarom zijn beide figuren linkshandig.) Mijn mening wordt nog versterkt door de foutief gesneden "N" in " Martinus." De tekst kon men niet overnemen, anders zou die ook in spiegelschrift staan en onleesbaar zijn.

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinus in de numismatiek.

Zilveren sint-Martinusdaalder. Horne, graafschap, Filips van Montmorency. ( 1540 - 1568 ) Stuk geslagen te Weert ca. 1560.
Links: Sint-Maarten te paard, zijn mantel delend met een bedelaar die tussen de poten van zijn ros zit. Inscripties: " Patronus Wierten Sanctus Martin ."
Rechts: Gehelmde wapenschilden van Montmorency en Horne. Inscripties: ( Moeilijk leesbaar.) "Horn D. D. Wiert Ph... Bar D. Monim (?) Cab."
Grootte: 4 cm. Gewicht 27,08 g.

In de loop der eeuwen zijn er heel wat munten en penningen uitgegeven waarop sint-Martinus staat afgebeeld. Ze zijn om meer dan één reden fascinerend! Ze getuigen immers van ons rijk verleden en weerspiegelen de belangrijkste historische, culturele en artistieke gebeurtenissen. Meestal zijn het ook geen alledaagse stukken. Het is dan ook niet te verwonderen dat deze oude munten erg gezocht zijn en reeds van oudsher worden verzameld. De meeste van deze munten zijn dan ook erg duur, als je ze al kan vinden. De overgrote meerderheid werd geslagen in zilver, de meest gegeerde stukken echter in goud. De oudste exemplaren dateren uit de late middeleeuwen, omstreeks 1400. Deze prachtige stukken variëren vooral in grootte. Er staat zelden een nominale waarde op. Hun echte waarde werd immers gewogen! We vinden de sint-Martinusmunten terug in vele Europese landen: Vlaanderen, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Italië, enz.
Het is mij niet te doen om de zeldzaamheid of de buitensporige waarde, maar in de eerste plaats om het artistieke. Hoe heeft de ontwerper de Retiese patroonheilige voorgesteld? Als bisschop, als ruiter ( manteldeling ) of alleen zijn torso? Hoe fraai is dat gedaan?
Natuurlijk vraag ik me ook af waarom men nu precies de heilige van Tours gebruikte. Misschien was het wel omdat men met deze kostbaarheden echt aan " liefdadigheid " kon doen.
Nogmaals blijkt dat " Sintemetten " een heilige is voor vele doeleinden. 

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

Retiese sint-Martinus-parochiestempel.

De oude parochiestempel hier al gebruikt door pastoor A. Raeymaekers ( 1912 - 1928 ) in een " Parochieboekje. " Het boekje behoorde toe aan de familie Vos. Latere pastoors gebruiken dezelfde stempel. Hij wordt gezet op veel parochiaal papier. In parochieboekjes, op kerkelijke rekeningen allerhande, bv. op rekeningen van begrafenismissen, enz.
De stempel heeft een doormeter van 3,5 cm. We lezen in oude spelling:  "Parochie van den H. Martinus. Rethy." In het midden een zeer mooie voorstelling van de gekende manteldeling.

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

Attributen.

Antwerps papieren santje.
Uit de 17de eeuw.
Graveur: F Huberti.( 1630-1687 )
S. Nicolaus.
Kopergravure met de hand ingekleurd.
Afm. 8,5 cm breed en 13 cm hoog.

Er zijn in de loop van de geschiedenis duizende verschillende godsvruchtige en leerrijke prentjes gedrukt. Een zeer belangrijke categorie in de productie van "beeldekens" vormen zonder twijfel de afbeeldingen met heiligen. Indien de "santen" niet met een naam werden aangeduid, kan men ze herkennen aan hun attributen ( kentekenen ) die in relatie staan met gebeurtenissen uit hun leven of lijden. Zo kennen we algemene attributen ,bv. een witte lelie als teken van zuiverheid of maagdelijkheid, naast specifieke, zoals bv. de drie kinderen in een kuip aan de voeten van sint-Niklaas.

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint - Martinus met als attribuut de gans.

De heilige Martinus wordt meestal afgebeeld als Romeins ruiter die zijn zware mantel ( capa ) deelt met een bedelaar. Sint - Maarten als bisschop van Tours komt minder voor. Toch zien we hem soms in volledig bisschopsornaat, met mijter en staf, zijn beurs ledigen in de handen van een behoeftige. Zelden vinden we hem als bisschop met een gans aan zijn voeten.
Waarschijnlijk komt deze voorstelling voort uit een legende die vertelt dat sinte - Metten, toen hij hoorde hoe de inwoners van Tours hem zochten om bisschop te worden, zich ging verschuilen in een ganzenhok. De vogels gingen echter zo te keer, dat de heilige binnen de kortste keren gevonden was.
Martinus gold dan ook als schutspatroon van de ganzen, dit was niet in het voordeel van deze vogels. Want in sommige streken placht men op zijn feestdag, 11 november, de sint-maartensgans te slachten. Die dag valt in het begin van de winter, als de ganzen warmere oorden opzoeken. In de Germaanse traditie van het oogst-en vreugdefeest was de gans aan Wodan gewijd. Dit gebruik werd gekerstend. Op 11.11 begint traditioneel de slachtmaand. Vandaar ook het gezegde:" Op sint - Martijn slacht de arme het zwijn! "
Het volksgeloof heeft aan de sint-Maartengans een legendarische betekenis gehecht. Het is één der talrijke voorspellingsmiddelen die de bijgelovige mensen aan het dierenrijk, vooral aan de vogels, hebben ontleend. De beenderen, indien ze rood waren, voorspelden steeds een strenge winter. Was het borstbeen bevlekt, dan was er veel sneeuw en ijs te verwachten. Men bewaarde ook de beenderen tegen allerlei onheil, ziektes en kwalen.

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint - Job.

 Heilige uit het Oude Testament, die op de proef werd gesteld door als welgesteld man op de mestvaalt te eindigen. Dat weerhield hem er niet van om zijn vertrouwen in God te behouden. Deze beloonde hem daarvoor door hem het dubbele terug te geven van wat hij bezat. Ook schonk God hem zeven dochters en drie zonen. Hij leefde nog honderdveertig jaar en zag zijn kinderen tot in het vierde geslacht.
Men plaatst hem in de tijd tussen Abraham en Esau, maar vóór Mozes. Het boek "Job" verhaalt over het lijden van de gewone en vrome man. Er bestaat ook een apocrief ( niet als echt erkend ) bijbelboek: "Testament van Job." Geschreven in de eerste eeuw vóór of na Christus.
Sint - Job werd in de vijftiende eeuw als patroon tegen besmettelijke ziekten en zweren, op grote schaal verdrongen door sint - Rochus. Hij wordt meestal afgebeeld als een oude, bijna naakte man met baard, gezeten op een mesthoop, met zweren op heel zijn lichaam. In zijn hand heeft hij een potscherf om zich te "krabben". Zo arm als Job, is een bekende uitdrukking!
Tussen 1347 en 1720 was de bij vlagen optredende  pest ( de "zwarte dood" ) er de oorzaak van dat een derde van de bevolking van Europa stierf. Christenen zochten hun heil in een groep heiligen die op de één of andere manier in verband werden gebracht met de verschrikkelijke pest. Men noemde hen :" De pestheiligen." De namen en hun aantal zijn niet overal gelijk. Meestal worden genoemd: Adrianus, Antonius de Grote, Christophorus, Rochus, Rosalia en Sebastianus.

Hoe vind je dit bericht? 12 stemmen
Reageer op dit bericht

Retie - Schoonbroek - sint-Jobsretabel.

Een retabel is een achterbouw van een altaar, versierd met voorstellingen in houtsnij- of schilderwerk. Vlaanderen stond bekend voor zijn retabels, met een hoogtepunt in de 15de en 16de eeuw in de stijl van de laatgotiek.
Ons retabeltype dateert uit de laatste periode van de bloei van de Antwerpse retabelproductie in de eerste helft van de 16de eeuw. We weten zeker dat het Antwerps is, want we vinden het merkteken ( handje ) van de Antwerpse beeldsnijders op vele plaatsen in het retabel terug. Het is in eik, gepolychromeerd en met geschilderde luiken. De afmetingen zijn 273 x 208 x 16 cm. In de jaren 1863-64 werden nodige retauraties uitgevoerd.
Het sint-Jobretabel van Schoonbroek is tot nog toe het enige bekend Antwerps retabel met scènes uit het leven van sint-Job. Het verhaal van de Man Job is uitgesneden in retabelreliëfs en geschilderd op de binnenpanelen van de luiken. Door het eenmalige van de sint-Jobafbeelding vermoeden kenners dat het retabel op bestelling is gemaakt.
Reeds in de 12de eeuw was het gehucht Schoonbroek afhankelijk van de sint-Martinusparochie te Retie. Deze laatste werd bediend door de norbertijnen van Tongerlo. De geschiedenis van de parochie Schoonbroek gaat zeer ver terug. De iconografie van het retabel laat vermoeden dat het prachtige kunstwerk gemaakt is op een plaats waar veel aandacht voor pestlijders bestond. Sint-Job werd in de eerste plaats tegen de pest aangeroepen. De gruwelijke gevolgen van de zwarte dood in de middeleeuwen zijn mogelijk de aanleiding geweest. Of spelen de augustijnen van Corsendonk, die in 1548 een ziekenhuis hadden en herhaaldelijk te maken hadden met de pest , een bijzondere rol? In het midden van de 16de eeuw was er veel aandacht voor de "haestige siekte".
Andere historici menen dat het antieke retabel uit Nederland, Schijndel of 's Hertogenbosch, zou zijn gekomen tijdens de godsdiensttroebelen. Wie heeft gelijk?
Op de linker buitenluik is de manteldeling van sint-Martinus van Tours geschilderd. Is dat het teken dat het retabel oorspronkelijk toch voor Schoonbroek, de afhankelijkheid van Retie, is besteld?
In ieder geval hebben we hier te doen met een kunstwerk van onschatbare historisch-culturele waarde. Het wordt bewaard in de prachtige kerk van sint- Job te Schoonbroek.
Hebben de "kortoren" efkens geluk gehad dat bij de fusie in 1977 Schoonbroek opnieuw bij Retie werd gevoegd!

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Reageer op dit bericht

Blazoentje.

Antwerps santje op papier uit de 18de eeuw. Graveur: L. Fruytiers ( 1713-1782 ) Kopergravure. Afmetingen: 91 x 66 mm.

Een toch wel zeer speciaal devotieprentje van sint-Martinus, omdat het zo verschillend van vorm is. De kunstenaars ( of verkopers - uitgevers ) brachten zulke " verminkte " prentjes in de 18de eeuw op de markt. Oorspronkelijk was het een gewoon rechthoekig santje, bij het verluchten echter in deze kunstloze vorm geknipt. Eerst en vooral omdat de plaatjes beschikbaar waren. Maar ook omdat men op een zeer goedkope manier iets nieuws op de markt kon brengen, die op dat moment verzadigd was. Met zulke goedkope en smaakloze oplossingen was de teloorgang van de Antwerpse devotieprentkunst onvermijdelijk! Het is echt een voorbeeld van het " woekeren " met beschikbare koperplaatjes. Men noemde dit speciaal type beeldeken een blazoentje.

Een bijna zelfde prentje staat afgebeeld in het boek van Alfons K. L. Thys. " Antwerpen - Internationaal uitgeverscentrum van de devotieprenten. 17de - en 18de eeuw. Blz. 62.

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinus parochies.

Beschermheilige, patroonheilige of schutspatroon is in de katholieke kerk een heilige of een engel die beschouwd en vereerd wordt als beschermer van een stad, dorp of land, kerk, parochie, gilde of enkeling. De beschermheilige kan in geval van ziekte of andere noden worden aanroepen. Het is niet erg duidelijk of parochies hun patroonheilige mochten kiezen of kregen toegewezen.
Wie een lijst met patroonheiligen van kerken en parochies bestudeert zal het opvallen, dat onder de grote verscheidenheid van heiligen, sint-Maarten veelvuldig voorkomt. Om na te gaan hoe dat komt, moeten we zeer ver in de tijd teruggaan. De heilige Martinus was de nationale heilige van de Franken. De dag van zijn begrafenis, 11 november, werd volgens het kapitularium van Karel de Grote, rond 810 als feestdag voorgeschreven. Op grond hiervan wordt algemeen aangenomen dat de stichtingsdatum van vele sint-Martinuskerken rond 800 kan gesteld worden. Het is mogelijk dat de wijding van enkele kerken in Engeland aan Martinus, heeft plaatsgevonden nog voor zijn dood. Zeker is dat de spiritualiteit van Martinus op de Britse eilanden grote invloed kreeg en tot bloei kwam in de vijfde en zesde eeuw. Op het vasteland kreeg de christelijke kerk al vroeg in de vijfde eeuw te kampen met de horden barbaren uit het oosten. Desondanks ontwikkelde zich op het continent een wijdverspreide verering voor relieken. In Tours ontstond al in 397, vlak na zijn dood, een cultus rond zijn graf. De Franken die rond 450 de Romeinen verdreven, zullen dus al vroeg met de verering van Martinus in aanraking zijn geweest. Na 450 Flash plaatsenvestigden de Franken zich hier en introduceerden later de verering van de heilige Martinus.
De verdere aanwijzing van de hoge ouderdom van de Martinuskerken vormt de ligging van vele van hen. Ze liggen meestal langs het tracé van de Romeinse heirbanen dicht bij de Schelde of zijn bijrivieren. Dit is niet zo verwonderlijk omdat het verkeer, en dus ook de verspreiding van het christendom in de Frankische periode langs deze waterwegen en oude routes zijn gegaan. Eén en ander kan dus wijzen op de zeer oude stichtingen in ons land. Men kan dus stellen dat er al parochies van sint-Martinus voorkwamen rond 700.
Omdat in een ver verleden de Retiese parochie afhing van het kapitel van de sint-Martinuskerk van Luik, kreeg ze ook ( waarschijnlijk ) sint-Martinus als patroonheilige.

Hoe vind je dit bericht? 12 stemmen
Reageer op dit bericht

Martinus van Tours.

Ook sint-Martinus, sint-Maarten. Volkser: sint-Mette of sinte-Metten, sint-Marten of zelfs sint-Martijn.
Werd in ca. 316 in Sabaria ( nu: Szombathely, Hongarije.) geboren. Zoon van een belangrijke Romein. Kwam als ruiter naar Gallië. Beroemd is het verhaal van de manteldeling. De legende vertelt dat hij , nog voor zijn bekering, te paard Amiens binnenreed. Hij gaf aan de stadspoort een schamel geklede bedelaar de helft van zijn zware mantel. 's Nachts verscheen Christus aan hem, gekleed in dat stuk mantel. Onder meer door dit voorval werd Martinus het symbool van naastenliefde. Hij bekeerde zich en werd als achttienjarige gedoopt, verliet in 356 het Romeinse leger. Hij werd leerling van sint-Hilarius van Poitiers en kluizenaar. In 371 werd hij tot bisschop van Tours gekozen, als opvolger van Litorius, en stichtte ca. 375 bij Tours een klooster. De strengheid van zijn leer leidde tot jaloezie. Martinus, een volksheilige die armoede verkoos boven de luxe van een bisschoppelijk paleis, is zeker één van de populairste heiligen. Hij wordt samen met sint-Antonius Abt beschouwd als de eerste heilige niet-martelaar. Hij stierf op 8 november ca. 397 te Candes ( bij Tours.)
Hij wordt meestal voorgesteld als ruiter op een wit paard terwijl hij met zijn zwaard zijn mantel in tweeën snijdt om een deel aan een bedelaar te geven. Ook als bisschop, met mijter en staf, die een arme een aalmoes geeft. Zelden met een gans aan zijn voeten.
De priester Sulpicius Severus beschreef zijn leven in zijn boek: " Vita S. Martini."

Hoe vind je dit bericht? 20 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten