Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
seniorennet.beseniorennet.be

Van waar:

Zoals bij zoveel gebruiken, heeft men in de kinderoptochten met lichtjes in uitgeholde bieten of rapen, resten willen zien van oeroude heidense rituelen. Die zouden later met een christelijk sausje zijn overgoten.
In populaire publicaties wordt vaak verwezen naar een oude "legende" over het paard van sint-Martinus. Het rijdier zou op een herfstavond zijn weggelopen. Behulpzame dorpelingen gingen toen, met lichtjes, de verdwaalde viervoeter voor de heilige zoeken. In meer betrouwbare boeken heb ik nooit iets over deze zoveelste sint-Maartenlegende gelezen!
Een originele verklaring voor het lopen met lichtjes op Sintemettenavond door kinderen, werd gegeven door de Duitse volkskundige Dietz-Rüdiger Moser. Hij is van oordeel dat de oorsprong van de meeste gebruiken ligt in de liturgie van de katholieke kerk. Gedurende het kerkelijk jaar werden telkens bepaalde teksten uit de bijbel voorgelezen. Vele eeuwen las men op 11 november: "Niemand steekt een lamp aan en zet die in de kelder of onder de korenmaat, maar op de standaard, opdat wie binnentreden het licht zien." (Lucas 11:33 e.v.) Deze tekst gaf volgens de zeer geleerde Moser een duidelijke "voorzet" om op die dag met lichtjes rond te gaan.
Wat de oorsprong ook moge zijn, het rondgaan met die "spooklichtjes" in de vallende, geheimzinnige duisternis van Sintemettenavond, moet in de eerste plaats bedoeld zijn om kinderen een paar spannende uren buiten te bezorgen! Ook het urenlang geboeid bezig zijn, tijdens de voorbereiding, met het uithollen en versieren van de rapen of de bieten, draagt zeker bij tot de ontplooing van elk kind.
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Sint-Martinus, de grote kindervriend.

Sint-Martinus en sint-Niklaas zijn onze populairste heiligen, beiden grote kindervrienden. Ook op 11 november krijgen veel kinderen weer speelgoed en veel lekkers. Sint-Maarten heeft wel minder aanhangers dan zijn collega st.-Nicolaas. Toch is in feite Sintemetten een veel interessanter figuur, omdat zijn naam verbonden is aan vele volksverhalen en volksgebruiken. Al is hij misschien de minst populaire van de twee, hij is minstens even heilig, zoniet heiliger. Samen met sint-Niklaas en de Graaf van Halfvasten brengen ze allerlei speelgoed en snoep. Sint-Martinus is echter niet zo rijk als de twee anderen, vandaar dat hij alleen snoepgoed brengt. Vooral in de "Vlaanders" is het Sintemettenfeest nog een echt kinderfeest. In de provincie Antwerpen is het bijna uitsluitend de heilige van 6 december die speelgoed en lekkers voor de kinderen brengt.
Vroeger holden de kinderen een dikke raap of een beetwortel uit, om er een kaarsje in te kunnen plaatsen. Op de korst van de raap, beetwortel of zelfs pompoen, werden dan versieringen gesneden, zodat de raap de vorm kreeg van een gelaat, met ogen, neus en mond. Met die zonderlinge lichtjes trokken de kinderen zingend door de straten. ( De liedjes verschillen van streek tot streek.) Natuurlijk maakte dat in de duisternis een griezelige, spookachtige indruk. Precies wat kinderen zo geweldig vinden.
Zo ging het ook in Retie. Ik lees in "De Lieve Heimat" ( door dr. A. Mathé ): "De vuren werden in't dorp vervangen door lantarens die wij zelf vervaardigden met uitgeholde beten of pronkappels. Daarin brandde een kaars. Al zingend liepen de kleuters daarmee over de straat.
Terloops kunnen we hier aanstippen dat we St. Niklaas ook vierden met een liedje evenals de Greef van halfvasten."
In ieder Sintemettendorp werd op 11 november gevierd, geen enkele viering was dezelfde. Er waren altijd kleine verschillen, men legde er de eigen aard van het dorp in!
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Warme en koude Metten.

Al snuffelend in stoffige, oude Retiese kerkarchieven vind ik iets merkwaardig. Een beetje sceptisch begin ik opnieuw de moeilijk leesbare kerkelijke documenten te ontcijferen. Ik heb me niet vergist. Het staat er zwart op wit, meermaals zelfs. Retie zou in vroegere tijden ( einde 16de eeuw) Sintemetten tweemaal per jaar gevierd hebben. Eénmaal in de zomer, op 4 juli en éénmaal in de winter, op 11 november. Men sprak toen van de "warme Metten" en van de "koude Metten". Dat is helemaal nieuw voor me. Bewijzen? Uit de opbrengst van het offergeld op die dagen, 16 stuivers op 4 juli en 28 stuivers op 11 november 1595, mogen we besluiten dat de voornaamste viering die in november was. Een andere bron: "Inkomsten van offermissen", vertelt me dat er inderdaad twee sint-Maartenvieringen waren geweest in 1547. De rekeningen van dat jaar vermelden zestien offermissen. "Sinte Mertensdach in den somer" was de vierde offermis. "Sinte Mertensdach in den winter" de achtste. Mijn verbazing werd met de minuut groter. Onmiddellijk ben ik op zoek gegaan naar die vreemde 4de juli. Ik deed zelfs een beroep op mijn goede vriend Fons Claes, de "heiligenspecialist" bij uitstek. Ook hij hoorde het in Keulen donderen. Maar niet voor lang. Oude boeken werden van onder het stof gehaald. En met succes. In een zeer oud suffragiënboekje "Le jardin mystique des saints." (1661) zie ik dat de heilige Elisabeth op 4 juli haar feestdag heeft. Hoe komt sint-Martinus dan op die dag terecht? In een ander Frans boek "Les fleurs des vies des Saints." (1707) lees ik dat 4 juli niet alleen de feestdag was van de heilige Elisabeth, maar ook van st.-Lauriaan, (Laurentius) aartsbisschop van Sevilla. Hij zou gedood zijn op het graf van de heilige Martinus van Tours, door soldaten van Totila. (Overl. 552.) Een stukje van de puzzel? Zou dat de "zomerfeestdag" van st.-Maarten kunnen verklaren? In het naslagwerk "Heiligen" van Stijn van der Linden staat: "Laurentius van Sevilla, feestdag 4 juli, aartsbisschop van Sevilla. Stierf op de terugweg van Rome de marteldood, hij werd onthoofd door beulen van Totila. (Koning van de Ostrogoten.) Niets over het graf van st.-Martinus. Een dood spoor?
In nog een ander Frans boek: " La vie des saints." (1685) vind ik een zeer korte, maar toch zeer belangrijke melding, dat in het bisdom Tours, ook de "verheffing" van Sintemetten wordt herdacht! Het zou de verjaardag van zijn bisschopswijding zijn. Meer dan waarschijnlijk was er dan ook nog de herdenking van zijn dood.
Zou men in Retie, naar het historische voorbeeld van het bisdom Tours, onze Sintemetten ook tweemaal hebben gevierd? Op zijn minst merkwaardig ...
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Een zeer oude sint-Martinus te Genk.

Zoekend tussen een massa oude, vergeelde documenten vond ik tot mijn niet geringe verbazing een "oud" krantenknipsel met een wazige foto van een sint-Maartenbeeld. Gretig begon ik te lezen. Het deed me plezier een geschreven stukje te vinden  over de Sintemetten-verering in onze buren-provincie Limburg. Graag geef ik het weer zoals ik het op die rommelige zolder ontdekte. Uit welke krant dit stukje komt weet ik niet. Zelfs geen datum ... Het krantenknipsel was wel erg nipt "geknipt"!

"Te Genk werd de St.-Maartenfolklore van oudsher levendig gehouden. Destijds bestond ook de Malbroek-folklore en werd ieder jaar in november de beruchte Malbroek met veel sier verbrand. Voor de laatste keer gebeurde dit echter te Genk op het einde van de novemberkermis in 1913.
De St.-Maartenfolklore bleef echter steeds voortleven, maar hoe kon het anders want de gemeente heeft St.-Martinus als patroonheilige en bovendien bestaat de St.-Maartenkermis reeds van oudsher. Te Genk, waar het St.-Maartenfeest steeds in zijn volle waardigheid werd gevierd, stond trouwens reeds in 1607 in het schepenzegel de St.-Martinusafbeelding volgens de klassieke uitbeelding, nl. St.-Martinus te paard, zijn mantel delend met een arme bedelaar die tegen de grond zit.
Het oudste St.-Martinusbeeld, in hout, dat dagtekend uit de 17de eeuw, prijkt momenteel nog steeds in de raadszaal van het Genkse gemeentehuis. Enkele toebehoren van het beeld zijn evenwel mettertijd verdwenen. In het begin van de 17de eeuw werd de kerk van Genk door een brand verwoest. Ze werd in 1638 hersteld en het is heel waarschijnlijk dat toen het patroonsbeeld van St.-Martinus werd vervaardigd. Om het te betalen kregen de toenmalige gemeenteambtenaren toelating om een strook gemeentegrond te Bokrijk te verkopen aan graaf Swaertenbergh. Dit was waarschijnlijk de drossard van Stokkem en hoge officier van Genk. Deze verkoop gebeurde op 16 mei 1646." (Gv)






Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Sint-Martinusvuren.

Bij het feesten of "vieren", het woord zegt het zelf al, komt er steeds vuur bij te pas. Hetzij als vreugdevuren, hetzij als verwarming of verlichting. Vuur is het zinnebeeld van zonnewarmte, die men tijdens de lange winter moet ontberen. Het is ook het beschermings- en zuiveringsmiddel bij uitstek tegen de demonen en de boze geesten ( wind, regen, vriesweer, koude ... ) in het algemeen.
Volgens de Bollandisten, ( zij publiceerden een kritische uitgave van de oude heiligenlevens met commentaar ) stelde sint-Martinus zelf het aansteken van de vuren in, opdat de bekeerde heidenen er hun afgodsbeelden in zouden verbranden.
De folklorische gebruiken die zich hebben vastgehecht aan de viering van sint-Maarten hebben veel gemeen met de heidense Wodandienst, het geloof in de "Wilde Jager" en in de "Aanvoerder van het Zielenheir". Op 11 november waren de herfst- en oogstfeesten in volle gang bij de Germanen. De schuren waren volgepropt met wintergraan, de nieuwe wijn lag in de kelder, het vette vee werd geslacht. Daarbij stroomde de jonge most. Lofliederen weergalmden ter ere van de schenker van deze zegeningen. Overal laaiden vreugdevuren voor de goede Wodan. Maar Wodan mocht niet meer genoemd worden ( door de christenen ). 't Bleven dezelfde "heidense" feesten, geen enkel oud gebruik werd afgeschaft, alleen Wodan werd vervangen door onze Sintemetten. En zo bleef het sint-Martinusfeest al die eeuwen door, eigenlijk een feest met heidense gewoonten.
Je weet nog wel dat de bisschop van Tours eens de toegang tot keizer Valentianus geweigerd werd en hoe later de stoel van de keizer in brand vloog. Ook met deze gebeurtenis werden de sint-Mettenvuren in verband gebracht. Maar het is wel waarschijnlijk dat de andere herfstfeesten van de heidenen werden voortgezet.
Bij feesten hoort licht! In vroegere tijden kwam niet alleen het meeste licht van het vuur, maar werd het vuur zelfs beschouwd als iets mirakuleus, iets goddelijks. Sommige volkeren vereerden het vuur als de godheid zelf. Vandaar dat feesten zonder vuur niet volmaakt zijn:

"Stookt vier,
maakt vier,
sint-Maarten komt alhier,
met zijn blote armen,
hij zou hen geerne warmen!"

Ook het verhaal van de ganzen, stamt uit de heidense tradities. De gans was een aan Wodan gewijde vogel, die meevloog in de wilde jacht. Bij de oogstfeesten van de Germanen werd steeds een gans geofferd.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinus in stripvorm.

De manteldeling in vier vakken:

- "Heb medelijden! Ik heb honger, ik heb kou!"
- "Ik heb geen geld meer in mijn beurs, ik heb alles weggegeven aan de armen. Maar ik kan nog wel  iets voor je doen!"
- "Nee, nee, dat niet! Spaar me!"
- "Neem een deel van mijn mantel. Ik kan hem niet helemaal geven, want de stukken metaal van mijn wapenuitrusting zijn ijskoud!"

Sint-Maarten is gekend als geweldige kindervriend. In vele dorpen en steden doorstaat hij de vergelijking met sint-Niklaas. Het is dan ook niet verwonderlijk dat slimme zakenlui een boekje voor onze kleintjes op de markt brachten. Een lees- en kijkboekje. Een stripverhaal.
In 1994 uitgegeven door "Editions du Signe" te "Strasbourg". Raymond Maric schreef de teksten. Voor de tekeningen stonden Pierre Frisano en Marie-Paule Alluard in. Het werd gedrukt in Frankrijk bij "Finkmatt Impression, La Wantzenau".
Het is in een handig en kindvriendelijk formaat gemaakt. (15 cm x 21 cm) Het oogt modern dank zij de vlotte tekenstijl en de natuurlijkheid van de figuren en situaties. Men heeft veel aandacht besteed aan de "lay-out", een weldoordachte bladindeling met hier en daar smalle, lange prentkaders die het geheel ook daardoor een eigentijdse "look" geven. Het in beeld brengen van gedetailleerde close-ups, afgewisseld met bijna panoramische taferelen, zorgen voor diepte in het gekende verhaal. Het felle zuiderse kleurenpalet en de eenvoudige gesproken taal moeten zeker onze kinderen aanspreken.
Het geheel geeft een verzorgde indruk.
Spijtig genoeg, tot nu toe, alleen maar verkrijgbaar in het Frans.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinusrelieken.

Sint-Martinusrelieken, stoffelijke resten van het lichaam van Sintemetten en voorwerpen die hij zou aangeraakt hebben, zijn altijd zeer zeldzaam en derhalve ook zeer gezocht geweest. Reeds in de zesde eeuw lezen we bij Gregorius van Tours, ( Een Frankische bisschop van Tours, van 573 tot 594.) dat een beetje stof van het graf van de Retiese heilige meer deed tegen leepogen (druipende of tranende ogen) dan alle waarzeggers met hun absurde middeltjes!
Er zijn maar weinig sint-Maartenrelieken, omdat het kapittel van Tours haar relieken zeer goed bewaakte en zeer zuinig was met het uitdelen ervan. Niet alle kerken of kathedralen, die ooit aan de kerk van Tours om relieken vroegen, kregen die ook. Men moest al een bijzondere kerk zijn in Europa om een beetje stof van het graf of een deeltje van de kleding van sint-Martinus te krijgen.
Zo'n "gelukkige" kathedraal was die van Utrecht. In 1175 kreeg ze relieken toegestuurd. In een begeleidend schrijven werd duidelijk gesteld, dat Utrecht zich zeer "gelukkig" mocht tonen met dit gebaar, want naar iedere andere kerk had men helemaal niets gezonden.
Martinusrelieken zijn zeer schaars, natuurlijk zeer moeilijk te vinden, en ... enorm duur. De meeste reliekhouders dateren uit de negentiende eeuw. De oudere zijn bijna onbetaalbaar geworden.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Sintemetten, patroon van de wijnbouwers.

"De Germanen zijn bij dorst niet zeer matig!" Dat beweerde Tacitus, de Romeinse geschiedschrijver. Bij de oogstfeesten stroomde de nieuwe wijn ter ere van Wodan, de schenker van al het goede. Toen het christendom kwam, werd sint-Martinus de schutspatroon van de wijnbouwers. Hij nam de plaats van Wodan in. De Wodandronk werd de Martinusdronk!

" Doet dan een dronk,
een goede dronk,
een Maartendronk,
negen teugen en beide bakken vol!"

Zo zong men als de eerste nieuwe wijn op tafel kwam. Sint-Martinus moest ook de most ( sap van de druiven) in wijn veranderen.

"Sinte Martyn, sinte Martyn,
t' avond most en morgen wijn!"

De eerste dronk was ter ere van Sintemetten en dan werden er nog negen teugen gedaan. Men beschouwde het als een schande, op 11 november niet dronken te zijn.
De plaats waar hij vereerd werd, Tours, was jaarlijks het eindpunt van een grote schare bedevaarders. Dat zette de wijnhandelaars en aanverwante neringen aan hem tot hun beschermheilige te kiezen. De wijnboeren hadden immers geregeld contact met de stad Tours en de omliggende wijnstreek.
Zoveel eeuwen later zien we nog steeds wijnverkopers die "sint-Martinus" als merk- of specialiteitsnaam gebruiken. En niet alleen wijnen worden naar hem genoemd, maar ook: Bier, sterke dranken, cider, ja, zelfs champagne!
Er zit een beetje "contradictie" in zijn vele patroonschappen. Hij is niet alleen schutspatroon van de wijnbouwers, maar ook van alcoholbestrijders, bekeerde dronkaards,  herbergiers en hotelhouders.
In ieder dorp of stad met Sintemetten als patroonheilige is (of was) er wel een restaurant of café dat zijn naam draagt.
In Rethy was dat niet anders. Edward Sneyers schrijft in zijn "Bijdrage tot de geschiedenis van Retie" (blz. 83): "Het oude marktplein zag er vroeger eeuwen wel ànders, ook heel wat mooier uit dan nu. Het zat toen nog vol kleur en klank. Achter het groene scherm van de lindebomen lagen de woningen der dorpskom veilig geborgen. 't Waren allemaal boerderijen, waaronder verschillende afspanningen: "De Swaene, Antwerpen, De Keizer, De Dry Coninghen, Den Swertten Leeuw, Sinte Martten en de Moriaen."
Onze voorouders zouden de markt nu niet meer herkennen. Mooier, lelijker? In ieder geval "anders". We leven nu dan ook in een "andere" tijd.
 Alleen dromers weten nog van "Sinte Martten" af.
Gelukkig ben ik één van hen!

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

1716, een rampjaar voor een Retiese Sintemetten.

Vóór 1716 was in de oude sint-Martinuskerk van Retie, het hoogkoor afgesloten door een prachtig stenen hoogzaal. Opgetrokken in arduin en witte mergelsteen. Drie bogen gericht naar het schip van de kerk en een halve boog naar ieder van de zijkanten. Twee zware eiken deuren, met koperen traliewerk, gaven toegang tot het koor. Langs een trap kwam men op het hoogzaal met het 16de eeuwse orgel. ( Gekocht te Lier in 1553.) De voorzijde van het hoogzaal was verder versierd met acht beelden: Jezus in de hof van Olijven, de geseling, de kroning, de kruisdraging, de kruisafdoening, de graflegging, de verrijzenis en de hemelvaart. In elf nissen prijkten beelden in witte mergel, waaronder een bruin geschilderd ruiterbeeld van Sintemetten. In 1716 werd dit hoogzaal afgebroken. Slechts twee voetstukken van kolommen is al wat rest. En onze liefdadige sint? Samen met alle andere beelden voor eeuwig ...
In een bundeltje van het Reties kerkarchief  i.v.m. deze afbraak: " Protocollen van notaris Van den Brouck, jaar 1715-16", lezen we dat de toenmalige Retiese pastoor Gybels, samen met andere priesters vonden "dat de kerk nu veel schoner was"!
 
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Postkaart als ontwerp voor een grote affiche?

De liefdadigheidsfoor, georganiseerd door het Algemeen Katholiek Kleedingswerk en de Katholieke Schoolkolonie van Mechelen, vond plaats van 19 tot 26 september 1909, ten voordele van de katholieke werken in Mechelen. Voor het caritatieve aspect greep Alfred Ost terug naar de iconografie van sint-Martinus. Voor de feestelijke dimensie beeldde hij dansende koppeltjes voor de "lachende" kathedraaltoren en Grote-Markt-gevels af. Opmerkelijk hoe de afbeelding van de heilige het overwicht heeft gekregen op het volkse tafereel. De postkaart lijkt sterk op de prachtige grote affiche die Ost realiseerde. Een soort voorontwerp?

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Reageer op dit bericht

Alfred Ost. Voorontwerp II.

Dit tweede voorontwerp voor de grote liefdadigheidsaffiche van Mechelen in 1909, is door Ost noch gedateerd, noch ondertekend. Met potlood, penseel en waterverf op papier. ( 30,2 x 16,8 cm )
De manteldeling van sint-Maarten beslaat slechts één derde van de volledige studie. Het gekleurde wapenschild van de stad "ondersteunt" de allegorische voorstelling. Het is een zeer symetrisch opgebouwd ontwerp. Bovenaan, aan weerskanten van de heilige, dansen de vrolijke koppeltjes. Links pronkt de sint-Romboutstoren en rechts het huidige stadhuis. Ost voorziet alleen Vlaamse tekst: "Liefdadigheid. Kleedingswerk." De voorstelling van de manteldeling, nochtans het symbool van liefdadigheid, heeft in dit ontwerp geen overwicht. Dat kan de reden geweest zijn waarom de kunstenaar voor een ander ontwerp koos, of ... moest kiezen!
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
1 reactie Reageer op dit bericht

Alfred Ost. Voorontwerp I.

Alfred Ost maakte een paar voorstudies voor de opdracht in Mechelen.
Eerste voorontwerp in potlood, pen en penseel, Oost-Indische inkt, waterverf op papier. ( 25,2 x 21,7 cm )
Centraal staat hier ook de voorstelling van Sintemettens manteldeling. Doch dat gebeuren overheerst niet over de ganse breedte van de prent. Links en rechts heeft Ost hier plaats gelaten voor het decor van de stad Mechelen, met iets meer op de voorgrond de dansende koppeltjes. De kunstenaar heeft een volledig Vlaams ontwerp getekend. Vreemd genoeg met een andere titel. Hij noemt het hier "Kermis" in plaats van "Foor". Het wapenschild van Mechelen is verwerkt in de titel. Het grootste verschil met de uiteindelijke affiche is echter dat de figuren in de andere richting zijn gezet. Sint-Martinus moet daarom zijn romp draaien om de mantel te kunnen delen. Toch blijft hij met een groot gedeelte van zijn rug naar de toeschouwer gekeerd. Misschien wel één van de redenen waarom Ost dit ontwerp niet weerhouden heeft. Wie weet ...
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinusaffiche: Liefdadigheidsfoor. Mechelen.

Het oeuvre van Alfred Ost is in vele boeken uitvoerig besproken. Zijn onstuitbare gedrevenheid en engagement sprak uit zijn werk met een persoonlijke stijl en signatuur. Minder bekend bij het grote publiek zijn de vele geweldige affiches die A. Ost ontworpen en uitgevoerd heeft. Dat is spijtig, want vele werken van zijn "plakaatkunst" behoren tot de top van de Belgische affichekunst. Het zijn nu, wereldwijd, gegeerde verzamelobjecten. Deze "Sint-Martinus-plakaat" is zeker één van zijn zeldzaamste (overgebleven) affiches.
In het prachtige boek van Karl Scheerlinck: "Alfred Ost 1884-1945. Affiches/Posters. Oeuvrecatalogus, Pandora 1997", toont men het exemplaar van A.M.V.C., " als enig exemplaar dat nog de aanzet van het tekstgedeelte bevat."
Onze affiche is volledig. Voor het eerst (?) kennen we nu de volledige tekst, de volledige afmetingen en de naam van de drukkerij. Gegevens die in het boek van K. Scheerlinck ontbreken.

Voorstelling van de manteldeling zoals bij de briefkaart hierboven vermeld.
Malines - Mechelen. ( In het wapperende vaandel boven de heilige.)
Tekstgedeelte onder de voorstelling. In twee verdeeld. Links de Vlaamse tekst, rechts de Franse.

Liefdadigheids Foor.                  Foire de Charité.
Ingericht door het                      Organisée par
Katholiek Kleedingswerk            l' Oeuvre Catholique du
                                                         Vetêment
op de H. Speeckvest                    sur le boulevard H. Speeck
van 19 tot 26 september             du 19 au 26 septembre
           1909                                            1909

Monogram van de kunstenaar, de O met een A erin, rechts onder de voorstelling. Niet gedateerd.
Gedrukt bij: " Boek - en Steendrukk. Vve Geo. Köhler, 14 Vleminckxstraat, Antwerpen."
Links onder het tekstgedeelte.
Lithografie in vijf kleuren: Oranje, lichtgrijs, zandkleur, donkergrijs en zwart, met pen en penseel.
Typografie in zwart en rood. Vrij grote affiche: 170 cm x 110 cm.
Drie stenen, drie vellen. ( Twee voor de voorstelling en één voor de tekst.)
Er kleven drie "affiche-takszegels" op deze aanplakprent, twee van 12 cent en één van 10 cent. Elke zegel is afgestempeld met een ronde stempel van de drukkerij en we kunnen lezen in rode inkt: "Vve Geo. Köhler * srevnA *" 

            Een echt belangrijk kunstwerk, Sintemetten waardig!

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Sintemetten op bedevaartvaantjes.

Gedeelte van het sint-Martinusvaantje van Peutie.
Kopergravure uit de XVIIde eeuw.
Een mooie voorstelling van de manteldeling voor een kapel.
Onder de afbeelding:
"O, Heyligen patroon martine tot peuty verheven wilt ons door u gebedt tot godt begeven. wiens belt daer wort om gedragen den lesten sondach van septembris en wordt daer oock gehouden en geviert di kerckwydinge kermis."

Bij ons, Vlamingen, zat het "op bedevaart gaan" in ons bloed. Aan het bedevaren was meestal een vorm van boetedoening verbonden. De oudste bedevaarten naar Rome, Jeruzalem, St.-Jacob van Compostella, enz. werden dikwijls als straf opgelegd bij zware misdrijven of grove zonden. Men bezocht en bezoekt natuurlijk ook bedevaartoorden in eigen land. Vooral om te bidden bij een bepaalde heilige, om zijn voorspraak of gunsten af te dwingen. Men gaf vaak giften in geld. Een andere vorm om de bedevaartplaats te steunen was het kopen van een bedevaartvaantje. ( Geleerde schrijvers beweren echter dat de vaantjes nooit "verkocht" werden, omdat zij "gewijde voorwerpen" waren.) Men nam ze mee naar huis als herinnering. Dikwijls ook als een soort "huiszegen", om mensen en dieren, have en goed, tegen ongemakken en ongelukken te beschermen. Men heeft lang gedacht  dat men bedevaartvaantjes mee bracht om te tonen dat men inderdaad in het bedevaartoord geweest was. ( Vooral van plaatsen in het buitenland. )
De Martinus-bedevaartvaantjes waren papieren rechthoekige driehoekjes, aan één of aan beide kanten "bedrukt" met een voorstelling die betrekking had met de plaatselijke aanbidding van de Retiese patroonheilige. Op de alleroudste bedevaartvlagjes zien we nog afdrukken van hout- en kopergravures. We vinden er terug in zwart-wit en enkele zeldzame exemplaren met de hand ingekleurd. Ook in grootte waren er heel wat verschillen. Dikwijls ondersteunde een passende tekst de afbeelding. Met de kortste kant van het driehoekje werden ze bevestigd aan een houten stokje.
De meeste sint-Martinusvaantjes zijn werkelijk prachtige voorbeelden van onze rijke Vlaamse volkskunst
.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

De unieke sint-Martinuspreekstoel van Olen.

Niet alleen zijn er veel dorpen en steden met sint-Maarten als patroonheilige, soms liggen deze parochies ook nog erg dicht bij elkaar.
Olen, op nauwelijks een twintig km. van Retie, heeft ook Sintemetten als beschermheilige. Iedereen kent Olen door de legende: "Keizer Karel en de pot met drie oren". Maar, weet je ook dat dit Kempendorp één van de mooiste preekstoelen bezit van heel Belgenland?
Dit uitzonderlijk "kerkmeubel" in rococostijl werd in 1766 door Jacob van der Neer uit Antwerpen gemaakt, op vraag van de toenmalige Olense pastoor Felix de Pape. Hij is gebouwd rond een kerkpilaar, met aan beide kanten een trap waarvan de leuning bestaat uit krullend gebeeldhouwd loofwerk. Vreemd genoeg geeft alleen de oostelijke trap toegang tot het preekgedeelte. Daarboven werd het klankbord in de vorm van een driehoekige draperie, afgezoomd met franjes, bevestigd. Het geheel wordt omhoog gehouden door naakte, gevleugelde engeltjes. Onder de schelp staat een duif afgebeeld die de Heilige Geest voorstelt en van waaruit een reeks vergulde stralenbundels vertrekken. Op de kuip van de preekstoel is het "Laatste Oordeel" afgebeeld met eigenaardig genoeg, de gelukzaligen aan de linkerkant en de verdoemden aan de rechterkant.
Onder de preekstoel staat, volledig los van de rest, een eikenhouten ruiterbeeld van sint-Martinus.
De manteldeling in al zijn pracht en glorie! Over een oneffen pad stapt het paard met Sintemetten, met opgeheven linker voorpoot, voorbij een op de grond zittende, bijna naakte bedelaar. Een "besnorde" Martinus deelt met een zwierige beweging zijn wijdse mantel. De heilige van Tours zit slechts op een rijdeken en niet zoals meestal, in een zadel. Hij draagt een opvallende ronde soepele hoed met opgeslagen boord en wuivende pluim. Het leidsel is los rond de rechter arm van de heilige geslagen. Met dezelfde arm hanteert hij zijn relatief kort zwaard. Opvallend zijn ook het plooikleed met opgerolde mouwen en de lederen sandalen met gesp. Zijn edel dier kijkt met gedraaide kop naar de schaars geklede bedelaar.
Echt een "droombeeld"! Een prachtig staaltje van Vlaams rococo-houtsnijwerk. Eén van de mooiste preekstoelen van ons land, zeker als je een Sintemetten-fan bent.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Ons schoon Reties sint-Mettenliedje.

Eén van de mooiste
sint-Martinushoofden.
Eiken gepolychromeerd
ruiterbeeld.
Vlaams. 
Eerste kwartaal 16de eeuw.

Het is waar. Ons sinte-Mettenliedje moet ge horen in " os schoewen Ré-ies " dialect. Anders klinkt dat niet.
Midden de moeilijke jaren '50. Ons dorp likt nog zijn oorlogswonden na de Duitse verschrikking. ( Wisten wij veel ...) Wij waren net tien. Mijn leefwereld was niet groter dan de Kapellepad (  de enige verbindingsweg met de oude sint-Pieterskapel. ) en de heerlijke straten en karrensporen rondom. Naar een ver gehucht gaan voetballen leek een halve reis. Eén nachtje op de sinte-Mettenberg mogen slapen was hemels, maar daar gingen thuis hele discussies aan vooraf. De Kapelstraat ( dat was de echte naam ) was een stukje slechte kasseiweg tussen het dorp en de gehuchten: "Watermolen", "Geenend" en "Duinberg". Deze straat was en is nog steeds slechts driehonderd meter lang. Het einde ervan, leek ook het einde van de beschaving. Verder waren er alleen mulle, zanderige karrensporen, die bij regenweer herschapen werden tot echte modderpoelen. Het was een arme buurt, waar warme mensen dicht bijeen woonden in kleine werkmanshuisjes. " De rij" of "de tien geboden" waren tien piepkleine woningen die tegen elkaar aan leunden. ( Gebouwd door baron Du Four voor zijn werkvolk. ) Als men er echt niet moest zijn werd de straat door de betere klasse gemeden. Voor ons was het het aards paradijs. De vele tuinen en braakliggende gronden waren ons speelterrein. Het was ons avonturen-land. Hier waren we ridders, indianen, cow-boys, Tarzan of Winnetou. ( Al naargelang de film die ze die week bij "de Klomp" speelden.) Kinderen van wroeters, allemaal graag gezien door hun zwoegende ouders. We kregen voldoende ruimte om al "doende" op te groeien en te ontwikkelen. Retie was toen nog een stil dorp. Geen (of zeer weinig) lawaaierige auto's of moto's, alleen enkele fietsen en enkele boerenkarren. T.V., C.D., G.S.M., mini-disk, computer, de ringweg, een rond punt, verkeersboetes, verkeerslichten, parkeerproblemen, het moest allemaal nog uitgevonden worden.
's Avonds zaten wij, snotapen, op de bonkige kasseien met open mond te luisteren naar de sterke vertelsels van de volwassenen. Aangedikte verhalen over "de aachturen moejer" en vooral over de verschrikkelijke oorlog. We hoorden over "witte" en "zwarte", over kaalgeschoren vrouwen, over de Russen die gingen komen en die mensen aten en alle vrouwen "pakten". De meegemaakte onmenselijke toestanden in Duitsland, de Joden. Om het half uur moesten we eens opstaan om een paard met ratelende kar door te laten. En net als we gingen horen wat die Russen allemaal met onze meisjes zouden doen: "Naar bed!" Toen moest een vader dat maar één keer zeggen.
In deze volkse sfeer vierden we onze Sintemetten. Je moest ons zien. Groepjes van vijf of zes ravotters die van deur tot deur gingen. Iedereen op "blokken" (klompen zeggen ze in de stad), lage met een leren band of hoge, in een meestal van kleur verschoten korte broek en daarop een blauwe "keel". Een versleten washandje deed dienst als beurs. Wie ons het liedje aangeleerd heeft weet ik niet. "Ons moeder heeft me dat aangeleerd als ik nog in haar buik zat!" vertelde één van mijn beste vrienden. En ik geloof hem.
Zingen deden we eigenlijk niet. Het was meer ... roepen. We dachten dat hoe luider we zongen hoe meer centen we zouden krijgen. Dat viel soms dik tegen, omdat er 's avonds bij het tellen nogal wat centen in het washandje zaten met vier gaatjes! De meeste mensen hadden niks te veel, ze konden dan ook niet veel missen. Alleen op "de mèt" woonden de mensen met poen. ( Volgens mijn vader.) Daar schreeuwden we natuuurlijk nog harder.
Ik probeer het liedje nu te schrijven in ons Reties dialect, naar best vermogen, zoals wij het toen brulden, het klonk ongeveer zo:

"Vendoag is't sinte mette
en merregen is't de kruk.
We komen uit goeien hèèrten
en helpt os uit d'n druk.
Boeren we wullen van hier nie goan
of we hemmen wa op gedoan.
Iejen turfken of wa heit
sinte mette is ziejverkeit.
'k Weet nog wel een goeie vrauw
die nog wel wa geven zauw.
Laank mag ze lèven
hondert joar en ienen dag
zoelaank as ze brokken in de paap mag.
Geft wa, en heit wa
tu den nuste joaren.
Wemmen gezoengen en wemmen niks gat,
geft e stuk van 't verrekesgat.
Is et verreken nog nie doewet;
sloagt-em tegen z'nnen aachterste poewet.
Is os lieken nog nie uit
geft e stuk van de verrekessnuit!
Uit, uit, uit!"

Werd de deur niet open gedaan, of werden we weggestuurd zonder iets, dan klonk het van:

"Hoe-eg huis, lie-eg huis,
d'r zit een gierege pln in huis!"

Bij 't tellen van de omgekeerde beurs, trilden onze vingers van de spanning. Hoe weinig er ook maar in zat, het viel altijd mee. Hoeveel "pikken" konden we voor die centen wel niet kopen bij " tant Johanneken uit de Klok"?
Die nacht vielen er veel in slaap met een rode blos op hun wangen. Van 't zingen, van vermoeidheid of gewoon van "kontentement"!
Voor ons was toen geluk nog heel gewoon.

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Reageer op dit bericht

Weerspreuken en gezegden.

Het feest van sint-Maarten. Door Pieter Breugel de Oude.
Wenen. Kunsthistorisch Museum.

Sintemetten heeft zijn persoonlijke attributen. Als ridder op een wit paard, de manteldeling, als bisschop met mijter, met kruis, met boek, met gans, met aardbol of met hostie van vuur, zieken genezend of doden opwekkend. Maar hij heeft ook zijn eigen ziektes, waartegen hij aanroepen wordt: Dronkenschap, huiduitslag, koorts, roos en wolf, tegen slangen en wormen. Vooral tegen bedplassen. (Kwade tongen beweren zelfs dat Sintemetten zelf de vuren instelde om zijn kleed, als patroon van de bedplassers, te drogen.) Hij is de patroonheilige van veel landen, steden en dorpen: Frankrijk, Hongarije, Kassel, Düren, Genk, Tours, Beveren, Retie, Duffel, enz. Te veel om op te noemen. Hij is ook schutsheilige van beroepen. Bedelaars, bezembinders, herbergiers, militairen, hoefsmeden, molenaars, ruiters, wijnbouwers, enz, kunnen altijd op zijn steun rekenen. Hij is de beschermer van ganzen, paarden, huisdieren en vee.
Is het dan te verwonderen dat onze heilige ook zijn eigen weerspreuken en gezegden heeft?
Zo spreekt men van een "sint-Maartenzonnetje". De legende vertelt immers dat sint-Maarten naakt aan een boom werd gebonden om hem dood te martelen en dat God zijn zonnestralen stuurde om hem te verwarmen. Volgens weerkundigen kan men rond die tijd altijd rekenen op enkele warmere dagen.
Staan er op elf november nog bladeren aan de bomen dan zegt men: "Is op sint-Maarten nog loof aan de bomen, zo moogt ge van een strenge winter dromen."
Wie kent niet volgende spreuken:
"De misse van sint-Merten, brengt ons de winter in't herte." 
"Sint-Martinus warm en regen, brengt het zaad geen grote zegen!"
"Als op sint-Metten de ganzen op 't ijs staan, moeten ze met Kerstmis door 't slijk gaan!"
"Is 't donker lucht op sint-Martijn, zo zal het een zachte winter zijn. Maar is die dag het weder helder, de vorst dringt door, door menig kelder!"
Als laatste:
 "Heere sint-Merten, heyligh Sant, goede platte mispelen wassen in u lant. Kyrieleis!"

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Retie loopt warm voor Sinte Mette.

Letterlijk overgenomen uit een krant van woensdag 10, donderdag 11 november 1993. Streeknieuws.
Wijken ontsteken donderdag grote houtvuren en eten krentekoeken voor een Hongaarse heilige.

Retie. - "Vandaag is't Sinte Metten en morgen is't de kruk. We komen uit goede herten en helpt ons uit de druk ..." In het echt Reties komt dat Sint-Maartenliedje natuurlijk pas goed tot zijn recht. Ontelbare generaties hebben het afgedreund in de ochtend van 11 november. Meestal gebeurde dat in mist en motregen, want dat is Sint-Maartensweer. 's Namiddags leggen de jongeren de laatste hand aan de grote houtstapels. Bij valavond gaat de brand erin. In enkele uren verdwijnt het resultaat van maanden zwoegen in een laaiende gloed.
Althans zo was het. Tegenwoordig haalt Retie de "sintemettes" soms op een halve dag bijeen, met de inzet van tractoren en volwassen mankracht.
"Wij begonnen er destijds al op 1 juli aan", herinnert meester Vanhove zich. "De kloeksten durfden bij de konkurrentie wel eens hout gaan pikken. Of , erger nog, hun sinte mette twee dagen op voorhand in de fik steken. Maar dat was uitzonderlijk. Meestal bleef de rivaliteit beperkt tot wedijver in hoogte en omvang van de stapel. Zodat je 's anderendaags kon zeggen: den onze hebben ze zien branden tot in Arendonk."
Jef Vanhove (62) is in meer dan 30 jaar VVV-dienst nauw betrokken geweest bij dit stukje Retiese folklore. "Het gebruik is in wezen onveranderd gebleven. Het aantal houtvuren is wel sterk afgenomen. Vijftien tot twintig jaar geleden brandden er nog veertig vuren. Nu zijn het er minder dan vijftien. Het is immers moeilijker geworden om een geschikte plaats te vinden. Het politie-reglement gebiedt de stapels op minstens 100 meter van huis of bos verwijderd te houden. Bovendien willen veel boeren niet met de rommel blijven zitten die 's anderendaags nog al eens overbleef, zelfs na het stoken van "de kruk". In de tijd dat er nog autobanden mochten verbrand worden, bleef de boer trouwens met een onvruchtbare plaats op zijn land achter."
Toch is er de jongste jaren meer belangstelling dan ooit voor het jaarlijks gebeuren. Wijken en gehuchten bundelen de krachten en maken er een gezellig buurtfeest van. "Vroeger zag je betrekkelijk weinig volwassenen bij de vuren. Die kropen liever bij de kachel, met een borrel. Zodat wij, snotneuzen, onze gang konden gaan. De eerste sigaretten roken, tot je er misselijk van werd. En de meisjes zwart maken met roet en asse, daar was het vooral om te doen. Aan de sinte mette deed je je eerste lief op. En als de avond ten einde liep, werden de afspraakjes gemaakt: 's anderendaags onder de lindeboom. Als ze niet kwam opdagen, was 't af."
Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Reageer op dit bericht

Achterglasschilderingen. (Verre églomisé.)

S. Martin.
Achterglasschildering. Waterverf.
Oberammergau.
Derde kwartaal van de 19de eeuw.
Sint-Maarten in een cirkel geplaatst.
Mooie bloemmotieven als randversiering.

Deze term wordt gebruikt voor een schilderij dat op glas is gemaakt. Kunst of kitsch? Misschien een kunstvorm uit een bepaalde tijd in een beperkt gebied. Het is in ieder geval volkse kunst! Bijzonder in Zuid-Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland is het een echte "thuiskunst" geweest, die een goede eeuw geduurd heeft. Bloeitijd van het einde van de achttiende eeuw tot ca. 1880. Ondermeer door de industrialisatie ging ook deze volkse kunst ten onder.
De schilderstechniek om met koude verf op glas te schilderen was reeds in de oudheid bekend. Vooral in Byzantium en Alexandria werd er veel met glas gewerkt, meest maakte men emailschilderingen, maar ook achterglasschilderingen.
Deze manier van schilderen laat geen grote correcties toe, iedere penseeltrek moet dus juist zijn. Dat wil zeggen dat de kunstenaar tot in het kleinste detail de voorstelling in zijn hoofd moet hebben. (Of op een voorbeeld.) Door deze moeilijkheid zien we enorme kwaliteitsverschillen.
Hoe ging zo'n artiest te werk? Het glas werd op een voorbeeld-tekening (in spiegelbeeld?) gelegd. De contouren konden zo nagetekend worden, meestal in 't zwart of rood, soms ook in sepia, zelden in goud. Dan de voorgronddetails kleuren, daarna de kleurnuances aanbrengen om het beeld naar "achteren" te ontwikkelen. Als laatst de lucht of een grondtoon schilderen. Men zou kunnen zeggen dat in vergelijking met een gewone schilder, een achterglasschilder in omgekeerde volgorde werkt.
De grootte van de schilderijen hing af van het formaat van de beschikbare glasplaten. Men gebruikte meestal waterverf. ( Er zijn er ook in olieverf.)
Men schilderde heel wat heiligen of heilige taferelen, maar ook profane voorstellingen vielen in de smaak.
De achterglasschildering werd ingekaderd met de niet-beschilderde kant naar voor. De kwetsbare achterkant schermde men af met een houten plankje.
De kaders waren meestal uit zacht hout en zeer eenvoudig van profiel. Geschilderd in donker-bruin, donker-blauw of zwart.
Een oude "églomisé" is moeilijk te vinden en dus ... kostbaar. Zelfs gescheurde exemplaren worden nog met veel zorg verzameld.
"Sintemettes"  zijn bijna onvindbaar!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

De mirakelen der goedheid. IV.

 De geest van wederzijds hulpbetoon en goedheid is meer dan ooit een noodzakelijkheid. Hierom heeft Winterhulp de daad van St. Maarten als symbool voor zijn actie van nationale solidariteit gekozen. Steun Winterhulp, met al wat gij te veel en met een beetje van wat gij noodig hebt. Ook gij zult dan een soort van mirakel doen, door het vereenigen van ál de harten in éénzelfden wil, om, tijdens de gure wintermaanden, de ellende uit ál de Belgische huisgezinnen te weren.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten