Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
akke.beakke.be

Archief

Achterglasschilderingen. (Verre églomisé.)

S. Martin.
Achterglasschildering. Waterverf.
Oberammergau.
Derde kwartaal van de 19de eeuw.
Sint-Maarten in een cirkel geplaatst.
Mooie bloemmotieven als randversiering.

Deze term wordt gebruikt voor een schilderij dat op glas is gemaakt. Kunst of kitsch? Misschien een kunstvorm uit een bepaalde tijd in een beperkt gebied. Het is in ieder geval volkse kunst! Bijzonder in Zuid-Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland is het een echte "thuiskunst" geweest, die een goede eeuw geduurd heeft. Bloeitijd van het einde van de achttiende eeuw tot ca. 1880. Ondermeer door de industrialisatie ging ook deze volkse kunst ten onder.
De schilderstechniek om met koude verf op glas te schilderen was reeds in de oudheid bekend. Vooral in Byzantium en Alexandria werd er veel met glas gewerkt, meest maakte men emailschilderingen, maar ook achterglasschilderingen.
Deze manier van schilderen laat geen grote correcties toe, iedere penseeltrek moet dus juist zijn. Dat wil zeggen dat de kunstenaar tot in het kleinste detail de voorstelling in zijn hoofd moet hebben. (Of op een voorbeeld.) Door deze moeilijkheid zien we enorme kwaliteitsverschillen.
Hoe ging zo'n artiest te werk? Het glas werd op een voorbeeld-tekening (in spiegelbeeld?) gelegd. De contouren konden zo nagetekend worden, meestal in 't zwart of rood, soms ook in sepia, zelden in goud. Dan de voorgronddetails kleuren, daarna de kleurnuances aanbrengen om het beeld naar "achteren" te ontwikkelen. Als laatst de lucht of een grondtoon schilderen. Men zou kunnen zeggen dat in vergelijking met een gewone schilder, een achterglasschilder in omgekeerde volgorde werkt.
De grootte van de schilderijen hing af van het formaat van de beschikbare glasplaten. Men gebruikte meestal waterverf. ( Er zijn er ook in olieverf.)
Men schilderde heel wat heiligen of heilige taferelen, maar ook profane voorstellingen vielen in de smaak.
De achterglasschildering werd ingekaderd met de niet-beschilderde kant naar voor. De kwetsbare achterkant schermde men af met een houten plankje.
De kaders waren meestal uit zacht hout en zeer eenvoudig van profiel. Geschilderd in donker-bruin, donker-blauw of zwart.
Een oude "églomisé" is moeilijk te vinden en dus ... kostbaar. Zelfs gescheurde exemplaren worden nog met veel zorg verzameld.
"Sintemettes"  zijn bijna onvindbaar!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Retie loopt warm voor Sinte Mette.

Letterlijk overgenomen uit een krant van woensdag 10, donderdag 11 november 1993. Streeknieuws.
Wijken ontsteken donderdag grote houtvuren en eten krentekoeken voor een Hongaarse heilige.

Retie. - "Vandaag is't Sinte Metten en morgen is't de kruk. We komen uit goede herten en helpt ons uit de druk ..." In het echt Reties komt dat Sint-Maartenliedje natuurlijk pas goed tot zijn recht. Ontelbare generaties hebben het afgedreund in de ochtend van 11 november. Meestal gebeurde dat in mist en motregen, want dat is Sint-Maartensweer. 's Namiddags leggen de jongeren de laatste hand aan de grote houtstapels. Bij valavond gaat de brand erin. In enkele uren verdwijnt het resultaat van maanden zwoegen in een laaiende gloed.
Althans zo was het. Tegenwoordig haalt Retie de "sintemettes" soms op een halve dag bijeen, met de inzet van tractoren en volwassen mankracht.
"Wij begonnen er destijds al op 1 juli aan", herinnert meester Vanhove zich. "De kloeksten durfden bij de konkurrentie wel eens hout gaan pikken. Of , erger nog, hun sinte mette twee dagen op voorhand in de fik steken. Maar dat was uitzonderlijk. Meestal bleef de rivaliteit beperkt tot wedijver in hoogte en omvang van de stapel. Zodat je 's anderendaags kon zeggen: den onze hebben ze zien branden tot in Arendonk."
Jef Vanhove (62) is in meer dan 30 jaar VVV-dienst nauw betrokken geweest bij dit stukje Retiese folklore. "Het gebruik is in wezen onveranderd gebleven. Het aantal houtvuren is wel sterk afgenomen. Vijftien tot twintig jaar geleden brandden er nog veertig vuren. Nu zijn het er minder dan vijftien. Het is immers moeilijker geworden om een geschikte plaats te vinden. Het politie-reglement gebiedt de stapels op minstens 100 meter van huis of bos verwijderd te houden. Bovendien willen veel boeren niet met de rommel blijven zitten die 's anderendaags nog al eens overbleef, zelfs na het stoken van "de kruk". In de tijd dat er nog autobanden mochten verbrand worden, bleef de boer trouwens met een onvruchtbare plaats op zijn land achter."
Toch is er de jongste jaren meer belangstelling dan ooit voor het jaarlijks gebeuren. Wijken en gehuchten bundelen de krachten en maken er een gezellig buurtfeest van. "Vroeger zag je betrekkelijk weinig volwassenen bij de vuren. Die kropen liever bij de kachel, met een borrel. Zodat wij, snotneuzen, onze gang konden gaan. De eerste sigaretten roken, tot je er misselijk van werd. En de meisjes zwart maken met roet en asse, daar was het vooral om te doen. Aan de sinte mette deed je je eerste lief op. En als de avond ten einde liep, werden de afspraakjes gemaakt: 's anderendaags onder de lindeboom. Als ze niet kwam opdagen, was 't af."
Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Reageer op dit bericht

Weerspreuken en gezegden.

Het feest van sint-Maarten. Door Pieter Breugel de Oude.
Wenen. Kunsthistorisch Museum.

Sintemetten heeft zijn persoonlijke attributen. Als ridder op een wit paard, de manteldeling, als bisschop met mijter, met kruis, met boek, met gans, met aardbol of met hostie van vuur, zieken genezend of doden opwekkend. Maar hij heeft ook zijn eigen ziektes, waartegen hij aanroepen wordt: Dronkenschap, huiduitslag, koorts, roos en wolf, tegen slangen en wormen. Vooral tegen bedplassen. (Kwade tongen beweren zelfs dat Sintemetten zelf de vuren instelde om zijn kleed, als patroon van de bedplassers, te drogen.) Hij is de patroonheilige van veel landen, steden en dorpen: Frankrijk, Hongarije, Kassel, Düren, Genk, Tours, Beveren, Retie, Duffel, enz. Te veel om op te noemen. Hij is ook schutsheilige van beroepen. Bedelaars, bezembinders, herbergiers, militairen, hoefsmeden, molenaars, ruiters, wijnbouwers, enz, kunnen altijd op zijn steun rekenen. Hij is de beschermer van ganzen, paarden, huisdieren en vee.
Is het dan te verwonderen dat onze heilige ook zijn eigen weerspreuken en gezegden heeft?
Zo spreekt men van een "sint-Maartenzonnetje". De legende vertelt immers dat sint-Maarten naakt aan een boom werd gebonden om hem dood te martelen en dat God zijn zonnestralen stuurde om hem te verwarmen. Volgens weerkundigen kan men rond die tijd altijd rekenen op enkele warmere dagen.
Staan er op elf november nog bladeren aan de bomen dan zegt men: "Is op sint-Maarten nog loof aan de bomen, zo moogt ge van een strenge winter dromen."
Wie kent niet volgende spreuken:
"De misse van sint-Merten, brengt ons de winter in't herte." 
"Sint-Martinus warm en regen, brengt het zaad geen grote zegen!"
"Als op sint-Metten de ganzen op 't ijs staan, moeten ze met Kerstmis door 't slijk gaan!"
"Is 't donker lucht op sint-Martijn, zo zal het een zachte winter zijn. Maar is die dag het weder helder, de vorst dringt door, door menig kelder!"
Als laatste:
 "Heere sint-Merten, heyligh Sant, goede platte mispelen wassen in u lant. Kyrieleis!"

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Ons schoon Reties sint-Mettenliedje.

Eén van de mooiste
sint-Martinushoofden.
Eiken gepolychromeerd
ruiterbeeld.
Vlaams. 
Eerste kwartaal 16de eeuw.

Het is waar. Ons sinte-Mettenliedje moet ge horen in " os schoewen Ré-ies " dialect. Anders klinkt dat niet.
Midden de moeilijke jaren '50. Ons dorp likt nog zijn oorlogswonden na de Duitse verschrikking. ( Wisten wij veel ...) Wij waren net tien. Mijn leefwereld was niet groter dan de Kapellepad (  de enige verbindingsweg met de oude sint-Pieterskapel. ) en de heerlijke straten en karrensporen rondom. Naar een ver gehucht gaan voetballen leek een halve reis. Eén nachtje op de sinte-Mettenberg mogen slapen was hemels, maar daar gingen thuis hele discussies aan vooraf. De Kapelstraat ( dat was de echte naam ) was een stukje slechte kasseiweg tussen het dorp en de gehuchten: "Watermolen", "Geenend" en "Duinberg". Deze straat was en is nog steeds slechts driehonderd meter lang. Het einde ervan, leek ook het einde van de beschaving. Verder waren er alleen mulle, zanderige karrensporen, die bij regenweer herschapen werden tot echte modderpoelen. Het was een arme buurt, waar warme mensen dicht bijeen woonden in kleine werkmanshuisjes. " De rij" of "de tien geboden" waren tien piepkleine woningen die tegen elkaar aan leunden. ( Gebouwd door baron Du Four voor zijn werkvolk. ) Als men er echt niet moest zijn werd de straat door de betere klasse gemeden. Voor ons was het het aards paradijs. De vele tuinen en braakliggende gronden waren ons speelterrein. Het was ons avonturen-land. Hier waren we ridders, indianen, cow-boys, Tarzan of Winnetou. ( Al naargelang de film die ze die week bij "de Klomp" speelden.) Kinderen van wroeters, allemaal graag gezien door hun zwoegende ouders. We kregen voldoende ruimte om al "doende" op te groeien en te ontwikkelen. Retie was toen nog een stil dorp. Geen (of zeer weinig) lawaaierige auto's of moto's, alleen enkele fietsen en enkele boerenkarren. T.V., C.D., G.S.M., mini-disk, computer, de ringweg, een rond punt, verkeersboetes, verkeerslichten, parkeerproblemen, het moest allemaal nog uitgevonden worden.
's Avonds zaten wij, snotapen, op de bonkige kasseien met open mond te luisteren naar de sterke vertelsels van de volwassenen. Aangedikte verhalen over "de aachturen moejer" en vooral over de verschrikkelijke oorlog. We hoorden over "witte" en "zwarte", over kaalgeschoren vrouwen, over de Russen die gingen komen en die mensen aten en alle vrouwen "pakten". De meegemaakte onmenselijke toestanden in Duitsland, de Joden. Om het half uur moesten we eens opstaan om een paard met ratelende kar door te laten. En net als we gingen horen wat die Russen allemaal met onze meisjes zouden doen: "Naar bed!" Toen moest een vader dat maar één keer zeggen.
In deze volkse sfeer vierden we onze Sintemetten. Je moest ons zien. Groepjes van vijf of zes ravotters die van deur tot deur gingen. Iedereen op "blokken" (klompen zeggen ze in de stad), lage met een leren band of hoge, in een meestal van kleur verschoten korte broek en daarop een blauwe "keel". Een versleten washandje deed dienst als beurs. Wie ons het liedje aangeleerd heeft weet ik niet. "Ons moeder heeft me dat aangeleerd als ik nog in haar buik zat!" vertelde één van mijn beste vrienden. En ik geloof hem.
Zingen deden we eigenlijk niet. Het was meer ... roepen. We dachten dat hoe luider we zongen hoe meer centen we zouden krijgen. Dat viel soms dik tegen, omdat er 's avonds bij het tellen nogal wat centen in het washandje zaten met vier gaatjes! De meeste mensen hadden niks te veel, ze konden dan ook niet veel missen. Alleen op "de mèt" woonden de mensen met poen. ( Volgens mijn vader.) Daar schreeuwden we natuuurlijk nog harder.
Ik probeer het liedje nu te schrijven in ons Reties dialect, naar best vermogen, zoals wij het toen brulden, het klonk ongeveer zo:

"Vendoag is't sinte mette
en merregen is't de kruk.
We komen uit goeien hèèrten
en helpt os uit d'n druk.
Boeren we wullen van hier nie goan
of we hemmen wa op gedoan.
Iejen turfken of wa heit
sinte mette is ziejverkeit.
'k Weet nog wel een goeie vrauw
die nog wel wa geven zauw.
Laank mag ze lèven
hondert joar en ienen dag
zoelaank as ze brokken in de paap mag.
Geft wa, en heit wa
tu den nuste joaren.
Wemmen gezoengen en wemmen niks gat,
geft e stuk van 't verrekesgat.
Is et verreken nog nie doewet;
sloagt-em tegen z'nnen aachterste poewet.
Is os lieken nog nie uit
geft e stuk van de verrekessnuit!
Uit, uit, uit!"

Werd de deur niet open gedaan, of werden we weggestuurd zonder iets, dan klonk het van:

"Hoe-eg huis, lie-eg huis,
d'r zit een gierege pln in huis!"

Bij 't tellen van de omgekeerde beurs, trilden onze vingers van de spanning. Hoe weinig er ook maar in zat, het viel altijd mee. Hoeveel "pikken" konden we voor die centen wel niet kopen bij " tant Johanneken uit de Klok"?
Die nacht vielen er veel in slaap met een rode blos op hun wangen. Van 't zingen, van vermoeidheid of gewoon van "kontentement"!
Voor ons was toen geluk nog heel gewoon.

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Reageer op dit bericht

De unieke sint-Martinuspreekstoel van Olen.

Niet alleen zijn er veel dorpen en steden met sint-Maarten als patroonheilige, soms liggen deze parochies ook nog erg dicht bij elkaar.
Olen, op nauwelijks een twintig km. van Retie, heeft ook Sintemetten als beschermheilige. Iedereen kent Olen door de legende: "Keizer Karel en de pot met drie oren". Maar, weet je ook dat dit Kempendorp één van de mooiste preekstoelen bezit van heel Belgenland?
Dit uitzonderlijk "kerkmeubel" in rococostijl werd in 1766 door Jacob van der Neer uit Antwerpen gemaakt, op vraag van de toenmalige Olense pastoor Felix de Pape. Hij is gebouwd rond een kerkpilaar, met aan beide kanten een trap waarvan de leuning bestaat uit krullend gebeeldhouwd loofwerk. Vreemd genoeg geeft alleen de oostelijke trap toegang tot het preekgedeelte. Daarboven werd het klankbord in de vorm van een driehoekige draperie, afgezoomd met franjes, bevestigd. Het geheel wordt omhoog gehouden door naakte, gevleugelde engeltjes. Onder de schelp staat een duif afgebeeld die de Heilige Geest voorstelt en van waaruit een reeks vergulde stralenbundels vertrekken. Op de kuip van de preekstoel is het "Laatste Oordeel" afgebeeld met eigenaardig genoeg, de gelukzaligen aan de linkerkant en de verdoemden aan de rechterkant.
Onder de preekstoel staat, volledig los van de rest, een eikenhouten ruiterbeeld van sint-Martinus.
De manteldeling in al zijn pracht en glorie! Over een oneffen pad stapt het paard met Sintemetten, met opgeheven linker voorpoot, voorbij een op de grond zittende, bijna naakte bedelaar. Een "besnorde" Martinus deelt met een zwierige beweging zijn wijdse mantel. De heilige van Tours zit slechts op een rijdeken en niet zoals meestal, in een zadel. Hij draagt een opvallende ronde soepele hoed met opgeslagen boord en wuivende pluim. Het leidsel is los rond de rechter arm van de heilige geslagen. Met dezelfde arm hanteert hij zijn relatief kort zwaard. Opvallend zijn ook het plooikleed met opgerolde mouwen en de lederen sandalen met gesp. Zijn edel dier kijkt met gedraaide kop naar de schaars geklede bedelaar.
Echt een "droombeeld"! Een prachtig staaltje van Vlaams rococo-houtsnijwerk. Eén van de mooiste preekstoelen van ons land, zeker als je een Sintemetten-fan bent.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Sintemetten op bedevaartvaantjes.

Gedeelte van het sint-Martinusvaantje van Peutie.
Kopergravure uit de XVIIde eeuw.
Een mooie voorstelling van de manteldeling voor een kapel.
Onder de afbeelding:
"O, Heyligen patroon martine tot peuty verheven wilt ons door u gebedt tot godt begeven. wiens belt daer wort om gedragen den lesten sondach van septembris en wordt daer oock gehouden en geviert di kerckwydinge kermis."

Bij ons, Vlamingen, zat het "op bedevaart gaan" in ons bloed. Aan het bedevaren was meestal een vorm van boetedoening verbonden. De oudste bedevaarten naar Rome, Jeruzalem, St.-Jacob van Compostella, enz. werden dikwijls als straf opgelegd bij zware misdrijven of grove zonden. Men bezocht en bezoekt natuurlijk ook bedevaartoorden in eigen land. Vooral om te bidden bij een bepaalde heilige, om zijn voorspraak of gunsten af te dwingen. Men gaf vaak giften in geld. Een andere vorm om de bedevaartplaats te steunen was het kopen van een bedevaartvaantje. ( Geleerde schrijvers beweren echter dat de vaantjes nooit "verkocht" werden, omdat zij "gewijde voorwerpen" waren.) Men nam ze mee naar huis als herinnering. Dikwijls ook als een soort "huiszegen", om mensen en dieren, have en goed, tegen ongemakken en ongelukken te beschermen. Men heeft lang gedacht  dat men bedevaartvaantjes mee bracht om te tonen dat men inderdaad in het bedevaartoord geweest was. ( Vooral van plaatsen in het buitenland. )
De Martinus-bedevaartvaantjes waren papieren rechthoekige driehoekjes, aan één of aan beide kanten "bedrukt" met een voorstelling die betrekking had met de plaatselijke aanbidding van de Retiese patroonheilige. Op de alleroudste bedevaartvlagjes zien we nog afdrukken van hout- en kopergravures. We vinden er terug in zwart-wit en enkele zeldzame exemplaren met de hand ingekleurd. Ook in grootte waren er heel wat verschillen. Dikwijls ondersteunde een passende tekst de afbeelding. Met de kortste kant van het driehoekje werden ze bevestigd aan een houten stokje.
De meeste sint-Martinusvaantjes zijn werkelijk prachtige voorbeelden van onze rijke Vlaamse volkskunst
.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Sint-Martinusaffiche: Liefdadigheidsfoor. Mechelen.

Het oeuvre van Alfred Ost is in vele boeken uitvoerig besproken. Zijn onstuitbare gedrevenheid en engagement sprak uit zijn werk met een persoonlijke stijl en signatuur. Minder bekend bij het grote publiek zijn de vele geweldige affiches die A. Ost ontworpen en uitgevoerd heeft. Dat is spijtig, want vele werken van zijn "plakaatkunst" behoren tot de top van de Belgische affichekunst. Het zijn nu, wereldwijd, gegeerde verzamelobjecten. Deze "Sint-Martinus-plakaat" is zeker één van zijn zeldzaamste (overgebleven) affiches.
In het prachtige boek van Karl Scheerlinck: "Alfred Ost 1884-1945. Affiches/Posters. Oeuvrecatalogus, Pandora 1997", toont men het exemplaar van A.M.V.C., " als enig exemplaar dat nog de aanzet van het tekstgedeelte bevat."
Onze affiche is volledig. Voor het eerst (?) kennen we nu de volledige tekst, de volledige afmetingen en de naam van de drukkerij. Gegevens die in het boek van K. Scheerlinck ontbreken.

Voorstelling van de manteldeling zoals bij de briefkaart hierboven vermeld.
Malines - Mechelen. ( In het wapperende vaandel boven de heilige.)
Tekstgedeelte onder de voorstelling. In twee verdeeld. Links de Vlaamse tekst, rechts de Franse.

Liefdadigheids Foor.                  Foire de Charité.
Ingericht door het                      Organisée par
Katholiek Kleedingswerk            l' Oeuvre Catholique du
                                                         Vetêment
op de H. Speeckvest                    sur le boulevard H. Speeck
van 19 tot 26 september             du 19 au 26 septembre
           1909                                            1909

Monogram van de kunstenaar, de O met een A erin, rechts onder de voorstelling. Niet gedateerd.
Gedrukt bij: " Boek - en Steendrukk. Vve Geo. Köhler, 14 Vleminckxstraat, Antwerpen."
Links onder het tekstgedeelte.
Lithografie in vijf kleuren: Oranje, lichtgrijs, zandkleur, donkergrijs en zwart, met pen en penseel.
Typografie in zwart en rood. Vrij grote affiche: 170 cm x 110 cm.
Drie stenen, drie vellen. ( Twee voor de voorstelling en één voor de tekst.)
Er kleven drie "affiche-takszegels" op deze aanplakprent, twee van 12 cent en één van 10 cent. Elke zegel is afgestempeld met een ronde stempel van de drukkerij en we kunnen lezen in rode inkt: "Vve Geo. Köhler * srevnA *" 

            Een echt belangrijk kunstwerk, Sintemetten waardig!

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Alfred Ost. Voorontwerp I.

Alfred Ost maakte een paar voorstudies voor de opdracht in Mechelen.
Eerste voorontwerp in potlood, pen en penseel, Oost-Indische inkt, waterverf op papier. ( 25,2 x 21,7 cm )
Centraal staat hier ook de voorstelling van Sintemettens manteldeling. Doch dat gebeuren overheerst niet over de ganse breedte van de prent. Links en rechts heeft Ost hier plaats gelaten voor het decor van de stad Mechelen, met iets meer op de voorgrond de dansende koppeltjes. De kunstenaar heeft een volledig Vlaams ontwerp getekend. Vreemd genoeg met een andere titel. Hij noemt het hier "Kermis" in plaats van "Foor". Het wapenschild van Mechelen is verwerkt in de titel. Het grootste verschil met de uiteindelijke affiche is echter dat de figuren in de andere richting zijn gezet. Sint-Martinus moet daarom zijn romp draaien om de mantel te kunnen delen. Toch blijft hij met een groot gedeelte van zijn rug naar de toeschouwer gekeerd. Misschien wel één van de redenen waarom Ost dit ontwerp niet weerhouden heeft. Wie weet ...
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Alfred Ost. Voorontwerp II.

Dit tweede voorontwerp voor de grote liefdadigheidsaffiche van Mechelen in 1909, is door Ost noch gedateerd, noch ondertekend. Met potlood, penseel en waterverf op papier. ( 30,2 x 16,8 cm )
De manteldeling van sint-Maarten beslaat slechts één derde van de volledige studie. Het gekleurde wapenschild van de stad "ondersteunt" de allegorische voorstelling. Het is een zeer symetrisch opgebouwd ontwerp. Bovenaan, aan weerskanten van de heilige, dansen de vrolijke koppeltjes. Links pronkt de sint-Romboutstoren en rechts het huidige stadhuis. Ost voorziet alleen Vlaamse tekst: "Liefdadigheid. Kleedingswerk." De voorstelling van de manteldeling, nochtans het symbool van liefdadigheid, heeft in dit ontwerp geen overwicht. Dat kan de reden geweest zijn waarom de kunstenaar voor een ander ontwerp koos, of ... moest kiezen!
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
1 reactie Reageer op dit bericht

Postkaart als ontwerp voor een grote affiche?

De liefdadigheidsfoor, georganiseerd door het Algemeen Katholiek Kleedingswerk en de Katholieke Schoolkolonie van Mechelen, vond plaats van 19 tot 26 september 1909, ten voordele van de katholieke werken in Mechelen. Voor het caritatieve aspect greep Alfred Ost terug naar de iconografie van sint-Martinus. Voor de feestelijke dimensie beeldde hij dansende koppeltjes voor de "lachende" kathedraaltoren en Grote-Markt-gevels af. Opmerkelijk hoe de afbeelding van de heilige het overwicht heeft gekregen op het volkse tafereel. De postkaart lijkt sterk op de prachtige grote affiche die Ost realiseerde. Een soort voorontwerp?

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten