Naar de inhoud

Tisallemaiet

Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet) - © J. Bauwens, Serskamp
akke.beakke.be
Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet ) - © J. Bauwens, Serskamp

Het interview met Omsk Van Togenbirger (Negende deel)

Het interview met Omsk Van Togenbirger (Negende deel)

– Omsk Van Togenbirger, je vertelt dat de mens wegvlucht in
wanen omdat hij niet bij zichzelf kan blijven. Pascal zei dat
trouwens ook al: de ergste kwaal van een mens is dat hij niet op
zijn kamer kan blijven. Maar worden de zaken in deze voorstelling
niet op hun kop gezet? En is het niet veeleer zo dat de mens niet
bij zichzelf kan blijven precies omdat hij zoekt naar... neen, niet
naar waanzin maar naar zin? Met andere woorden: laat de mens
zich met allerlei zaken in omdat hij geen rust vindt in zichzelf of
vindt hij geen rust in zichzelf vanwege die drang naar anders en
naar meer? Jij spreekt dan over waanzin, maar kan je het voor
hetzelfde geld ook niet hebben over zin? Zoekt de mens zin omdat
hij onrustig is of is hij onrustig omdat hij naar zin zoekt?
OVT: Het is een feit dat de mens onrustig is en dat hij daarom
hetzij vlucht hetzij zoekt. Waar hij van zichzelf wegvlucht, is
sprake van waanzin; waar hij zoekt, zoekt hij uiteraard naar zin.
En dat wil zeggen dat hij die zin niet in zich heeft. Of tenminste,
dat hij gelooft dat hij die zin niet in zich heeft.
– En wat van de twee is dan het geval?
OVT: Dat is een zeer goede vraag. En misschien is het wel
wezenlijk voor de mens dat hij door zijn natuur wordt aangezet
om te gaan zoeken. Kijk, kinderen voelen zich nog goed in hun
vel, zij zijn als het ware nog altijd tentakels van hun moeder. Maar
eenmaal de puberteit is ingezet, voelen mensen zich niet langer
tevreden bij zichzelf: zij worden onrustig vanwege een ingeboren
verlangen, een verlangen naar... een wederhelft. De Oud-Griekse
wijsgeer Plato verklaarde dat verlangen vanuit de mythe dat de
koppels die zich vormen, in de oertijd ooit één en dezelfde mens
waren. Het verlangen van geliefden naar elkaar is in feite de
heimwee naar een verloren eenheid. De menselijke onrust wordt
althans aangevoeld op een vergelijkbare manier, namelijk als het
besef iets kostbaars verloren te hebben. En niet zomaar iets
waardevols, zoals een geldbeugel, maar wel het meest waardevolle
dat men zich maar bedenken kan: zichzelf! De mens kan niet in
zichzelf rusten totdat hij zijn wederhelft gevonden heeft en dan
lijkt het voor hem alsof hij zichzelf gevonden heeft.
– Dat is alvast een mooie uitleg...
OVT: Iedereen kan bij zichzelf nagaan dat die gevoelens van
heimwee, verliefdheid en het terugvinden van zichzelf of het
herstel van een verloren geluk, waarachtig zijn.
– Ontegenzeggelijk.
OVT: De mythe van Orpheus en Euridicè zoals verhaald door
Vergilius en door Ovidius heeft het over de noodlottigheid in die
werkelijkheid: wanneer Orpheus' geliefde Euridicè na een
adderbeet sterft en in het dodenrijk belandt, is Orpheus danig
ongelukkig dat hij naar haar op zoek gaat in de Hades zelf: liever
is hij dood dan zonder zijn wederhelft te moeten verder leven. Zijn
smeekbede maakt de harten van de meest hartelozen, de heersers
van de onderwereld, week en zij staan Orpheus uiteindelijk toe dat
hij zijn Euridicè terughaalt. De voorwaarde is wel dat hij
gedurende de terugweg naar het leven, zijn ogen van haar af
houdt. Edoch, dezelfde begeerte die hem naar haar doet verlangen,
maakt dat hij haar weer verliest en dit keer voor immer: hij kijkt
om. Hij wordt verscheurd en zijn geluk is definitief voorbij.
– Ik las het verhaal in een boek dat de Griekse mythologie vertelt
in honderdzesendertig verhalen. (*)
OVT: Met zijn verhaal over de oorspronkelijke oertijd-mensen
waarvan wij in feite slechts helften zijn, verklaart Plato overigens
evenzeer dat sommige koppels bestaan uit mensen van hetzelfde
geslacht: niet een mogelijk gemeenschappelijk doel, zoals
kinderen krijgen, brengt mensen samen maar een
gemeenschappelijke oorsprong. Mensen vinden elkaar niet vanuit
een verlangen naar kinderen maar vanuit een terugverlangen naar
zichzelf. Het verlangen naar kinderen dat het verlangen is naar het
vereeuwigen van die eenheid, komt gebeurlijk later. Dat laatste is
natuurlijk, het eerste heeft iets dat het louter natuurlijke te boven
gaat.
– Inderdaad...
OVT: Uiteraard gaat de onrust waarvan sprake niet over de
menselijke wederhelft maar wellicht is er geen betere vergelijking
mogelijk om het aangeboren gemis dat ons doet zoeken aan te
duiden, dan de vergelijking met het zoeken naar zijn wederhelft.
– Het zoeken naar zin is geen waanzin?
OVT: Niet te vlug hier! Sommigen hebben het over de mens als
zingever en dat zou ik ten stelligste willen tegenspreken. Ik geloof
niet dat mensen in staat zijn om geheel uit zichzelf zin toe te
voegen aan de dingen, het lijkt mij op zijn zachtst gezegd een
beetje aanmatigend om zoiets te geloven. We kunnen uiteraard wel
zin ontdekken en dat is iets helemaal anders.
– Wat is dan het verschil?
OVT: Hun zin ligt reeds in de dingen zelf besloten: wij kunnen er
niet iets uit halen wat er niet al in zit, begrijp je?
– Toch niet...
OVT: Wel, kijk jij soms televisie?
– Dat gebeurt, ja.
OVT: Rij je met de auto?
– Soms.
OVT: Heb je lampen hangen thuis?
– Jazeker... Jij wil het hebben over elektriciteit.
OVT: Bijvoorbeeld! En is elektriciteit een uitvinding of is het een
ontdekking?
– De bliksem was altijd al in de natuur aanwezig en in 1752 heeft
Benjamin Franklin de bliksemafleider... uitgevonden en de
elektriciteit... ontdekt.
OVT: Eigenlijk kenden de Oude Grieken dat al, ze wekten
statische elektriciteit op door met wol over barnsteen te wrijven en
dat noemden ze dan barnsteenkracht. Elektron is trouwens het
Griekse woord voor barnsteen. Sommige vissen, zoals de
sidderaal, kunnen elektrische vonken opwekken en zelfs
bombardeerkevers kunnen vuur maken. De vuurspuwende draken
lijken in die context helemaal geen verzinsels meer te zijn: net
zoals de kabouter en de reuzen blijken heel wat werkelijkheden uit
de sprookjes alles behalve verzonnen. Het is opnieuw
aanmatigend om zomaar te gaan veronderstellen dat de dingen die
wij niet kennen, ook niet bestaan, alsof ze bestonden omdat we ze
kenden. Alsof wij het natuurrecht hadden om alles te kennen.
Alsof het de dingen verboden was om te bestaan totdat wij er
kennis van namen. Maar wat ik wilde zeggen, is dit:
televisiekijken, stofzuigen, het huis verlichten: het zijn dingen die
als mogelijkheden sinds het begin der tijden in de natuur besloten
lagen en ons aandeel erin bestaat enkel uit het vinden van die
dingen, het ontdekken ervan. Het gaat om een zin die wij
gevonden hebben, niet om een zin die zijn oorsprong vindt bij ons.
Wij hebben de elektriciteit ontdekt, dat wil zeggen: wij hebben
hem gevonden maar hij was er al, het is alsof hij lag te wachten
om ontdekt te worden. Die vindingsdrang ligt wellicht in de
menselijke natuur besloten, zoals ook de plant het voedsel zoekt
en vindt dat zij dan omzet in haar levensvormen. Wat dan ook niet
betekent dat bijvoorbeeld het paard geschapen is om de kar te
trekken, zoals sommigen geloven. Wijzelf kunnen bedoelingen
hebben maar we moeten ons ervoor hoeden om ze in de dingen
buiten ons te projecteren want ook dat is waanzin.
Zijn degenen die geloven dat er een pandemie aan de gang is,
waanzinnig?
OVT: In geen geval: er zijn ontelbare pandemieën aan de gang en
dat is ook altijd al het geval geweest: alle wezens strijden
onderling om een zo groot mogelijk stuk van de koek. Waanzinnig
is wel het fenomeen waarvoor Ivan Illich waarschuwt in een van
zijn laatste teksten: mensen die gaan denken dat het normaal is om
te verlangen naar een perfecte gezondheid. Het is volstrekt
uitgesloten dat iemand altijd 'gezond' is omdat het leven een
voortdurend gevecht is tegen ziekte, aftakeling en dood, waarbij
het niet alleen normaal is maar tevens onvermijdelijk dat wij dit
gevecht vroeg of laat zullen verliezen. Wie zich daar niet kunnen
bij neerleggen, zijn waanzinnig en aan die waanzin lijden ook
steeds meer mensen omdat zij van de realiteit vervreemd zijn.
Verregaande vervreemding is ook wat maakt dat men tegen corona
aankijkt zoals men dat nu kennelijk wereldwijd doet. De actuele
visie op de mens, de wereld en de toekomst is een constructie van
een aantal potentaten die van de werkelijkheid vervreemd zijn
door het aanhangen van een wereldbeeld waarin zij zichzelf zien
als goden en waarin zij de mensen behandelen als hun vee.
(Wordt vervolgd)
(J.B., 2 mei 2021)
Verwijzingen:
(*) Zie: Kris Vansteenbrugge, Uit het schuim van de zee. De
Griekse mythologie in 136 verhalen. Zie ook:
https://www.bloggen.be/dzeus/archief.php?ID=3168481

Het interview met Omsk Van Togenbirger (Achtste deel)

Het interview met Omsk Van Togenbirger (Achtste deel)

– Omsk Van Togenbirger, als ik na je interessante uitweiding mag
terugkeren naar het onderwerp van ons gesprek, het einde van de
wereld... Moeten wij nu vrezen dat de door corona verkapte
machtsgreep het einde van de mens wordt?
OVT: Er is, zo vrees ik, veel meer aan de hand en de kenteringen
die uiteraard bespoedigd worden door de coronastrategie zijn al
een tijdje aan de gang...
– Je had het over de cultus van de waanzin die ons moet
beschermen tegen de waarheid die anders geheel ondraaglijk
wordt?
OVT: Kijk eens hier, mijn beste... Rome is de hoofdstad van Italië,
nietwaar?
– Jazeker...
OVT: En middenin de stad Rome ligt een staat, genaamd
Vaticaanstad, ja, een heuse staat, geheel ommuurd, met een
staatshoofd, een eigen wetgeving, een quasi uitsluitend mannelijke
bevolking, ambassades alom ter wereld...
– Zo is dat, ja...
OVT: Die staat wordt geregeerd door pausen die tevens regeren
over het verrezen lichaam van Christus waarmee de zogenaamde
kerk samenvalt, nietwaar?
– Dat wordt gezegd, inderdaad...
OVT: Samen met zijn curiekardinalen zit de paus vergaderingen
voor waarin door hooggeleerde geestelijken wordt beslist om
bijvoorbeeld de goudkleurige mijter in het wapenschild van de
regerende paus te vervangen door een meer modieuze en
eenvoudige witte mijter.
– Ja...
OVT: Dat heeft uiteraard allemaal heel wat voeten in de aarde
maar eenmaal men erin geslaagd is om desbetreffend tot een
consensus te komen in de heilige congregatie welke zich het
thema behartigt, en er wordt overgegaan tot het vervangen van de
gouden door de witte mijter, spreekt men over een progressief
pausschap en is dit wereldnieuws, begrijp je?
– Ja...
OVT: Weet je trouwens dat pauselijke mijters bezet zijn met
allerlei edelstenen, zoals opalen, tientallen opalen, zoals men op
recente prentjes kan zien?
– Juist, ja...
OVT: Ken je ook de waarde van zo één opaal?
– Ik heb geen flauw idee...
OVT: Ik heb het onlangs nagekeken: één opaal heeft een waarde
van ongeveer 50.000 euro.
– Dat wist ik helemaal niet.
OVT: Hoeveel mensen kan men met dat bedrag te eten geven?
– Een normale maaltijd?
OVT: Een doordeweeks middagmaal.
– Twee euro besteedt men daaraan in de OCMW-rusthuizen... dat
maakt dan 25.000 maaltijden.
OVT: Goed gerekend. En hoeveel mensen sterven dagelijks door
honger?
– Vijfentwintigduizend ongeveer.
OVT: En is het u al opgevallen dat die opalen in die mijters
blijven staan, ondanks de wereldwijde hongersnood?
– Zo is dat ja.
OVT: Mag men dan niet dat zeggen dat die edelstenen de
schuldbewijzen zijn voor een aanslepende genocide?
– Tja...
OVT: Is genocide een christelijke deugd?
– Niet bepaald...
OVT: Beweert de paus de plaatsvervanger te zijn van Christus?
– Inderdaad...
OVT: Kijk, dat bedoel ik nu juist, begrijp je? Dat is klinkklare
waanzin en niets anders, of vergis ik mij ergens in mijn
redenering, mijn beste?
– Ik denk het niet...
OVT: Als ik mij vergis, zou ik heel graag willen dat je het ook
zegt, ik zal dan met veel plezier mijn visie herzien, het zou al te
jammer zijn mocht een mens door een domme vergissing gek
verklaard worden, vind jij dat ook niet?
– Uiteraard...
OVT: Zie je wel! Want dat gebeurt wel elke dag, weet je dat? Men
zegt dan: die persoon daar lijdt aan grootheidswaanzin, hij gelooft
dat hij de paus de les moet spellen. De paus is namelijk het hoofd
van de katholieke kerk, de plaatsvervanger van God zelf op aarde,
begrijp je? Wie een zo hoogstaand persoon durft aan te vallen,
moet wel niet goed bij zijn hoofd zijn, zo zegt men. Of vergis ik
mij?
– Tja, zo is dat...
OVT: Pausen, presidenten, koningen... kritiek is daar helemaal uit
den boze! Of vergis ik me, mijn beste?
– Welnee, ik zie niet in waar je je zou vergissen...
OVT: De kinderen kwamen vorig jaar op straat voor de gezonde
lucht van morgen maar op de milieutop wees de Amerikaanse
president hen terecht: hebben de kinderen zich dan vergist, mijn
beste? Is het milieu proper en geloven zij alleen maar dat het vuil
is? Worden de mensen er ziek van of is dat allemaal
kwaadsprekerij en achterdocht?
– Toch niet...
OVT: Hoort het niet dat een kind een president aanvalt of is het
heel terecht dat kinderen wantrouwig worden jegens ouderen als
die ouderen gewoon doorgaan met vervuilen omdat dit hun almaar
rijker maakt? Vind jij ook dat kinderen sowieso gehoorzaam
moeten zijn aan ouderen?
– Euh...
OVT: De zaak is dat zij niet ongehoorzaam kunnen zijn, mijn
beste en dat betekent dat het recht van de sterkste het hier haalt op
de redelijkheid en op de deugdzaamheid.
– Ja...
OVT: De waanzin, de onverschilligheid, de stompzinnigheid: het
bestaat allemaal al duizenden jaren, het is er heus niet gekomen
door het virus maar net andersom: het virus is er gekomen door de
waanzin. Als de mensen niets om handen hebben, als ze zich
beginnen te vervelen, vinden ze altijd zo'n dingen uit. De ene keer
is het oorlog, dan fabriceren ze een economische crisis, dan weer
wordt er naar de maan gereisd... Het zijn allemaal waanzinnige
bezigheden en daarin vlucht men weg van zodra men zich begint
te vervelen, begrijp je?
– Niet zo goed, nee.
OVT: Stel eens... een aantal mensen zijn aan het werk in een
fabriek. Er is een elektriciteitspanne en er wordt beslist een pauze
in te lassen. Nu zou men denken: het harde labeur wordt
onderbroken, men heeft de gelegenheid om te rusten en men rust.
Maar wat doet men? Men begint te kaarten! Jawel, mijn beste: gij
hoort het goed: kaarten doet men! En waartoe dient dat spel? Tot
niets, tot twee keer niets en het is nog inspannend ook. Maar liever
dat dan bijvoorbeeld rusten. Men doet ongeacht wat om de tijd te
verdrijven die men anderzijds zegt tekort te hebben, de meest
waanzinnige activiteiten vindt men uit. Kaarten, bidden,
telefoneren, ook als men helemaal niets te zeggen heeft, kletsen,
leugens verzinnen, men kan het zo gek niet bedenken of men doet
het. Wordt de bezigheid onderbroken, dan vlucht men hals over
kop in een andere, het doet er niet toe welke, de meest
waanzinnige is beter dan helemaal niets. Men vlucht. En voor wat
vlucht men dan eigenlijk? Weet je dat?
– Voor de stilte?
OVT: De mens vlucht voor zichzelf, bijna niemand wil met
zichzelf geconfronteerd worden, men vlucht in een personage,
men vlucht achter een masker, heel letterlijk trouwens in deze tijd,
men vlucht in een werk of in een spel, als men maar niet met
zichzelf geconfronteerd wordt. De meeste mensen kunnen niet
alleen zijn en om die reden zijn zij kuddedieren. En zie je hoe men
dan zegt 'kuddedieren' en niet 'kuddemensen'? Want dat is wat er
gebeurt met mensen die vluchten voor zichzelf: zij vluchten voor
hun mens-zijn en zij doen dat door te vluchten in hun dierlijkheid
en dat doen ze door zichzelf te herleiden tot een lid van een kudde.
Het is immers lastig om mens te zijn. Niet het alleen zijn als
zodanig is lastig, ook niet de rust of de stilte maar wel de
confrontatie met zichzelf: het dier dat zijn spel ineens onderbroken
ziet worden, wordt ermee geconfronteerd dat het bovendien mens
is. Mensen willen hoe dan ook hun mens-zijn uit de weg gaan.
– Waarom?
OVT: De kat legt zich in haar mand in een draai en slaapt bijna de
klok rond. De worm knaagt een blad af tot bij de nerf en herbegint
dan met het volgende blad. Alle dieren doen wat voor hen voor de
hand ligt. Alleen de mens is en blijft onrustig: hij wil vooruitgang,
hij wil tijd winnen, hij wil een hogere productie, hij wil records
breken, hij wil naar Mars. Dieren en planten, mijn beste, willen
dat allemaal niet. Zij groeien en bloeien, eten en slapen, en de
kous is af. Ze zijn in vrede. Geen vooruitgang voor de katten, de
koeien, de insecten en de bomen: zij zijn perfect tevreden met het
leven dat ze leiden. De mens wil altijd hoger, sneller en sterker. En
dat maakt hem ongelukkig want ook hij veroudert en verdwijnt.
Zelfs de soort is gedoemd om te verdwijnen, het leven op aarde,
het zonnestelsel: het heeft allemaal een beperkte houdbaarheid, het
einde ervan staat in de sterren geschreven. Maar de mens wil
hiermee niet geconfronteerd worden: hij weigert zich neer te
leggen bij de werkelijkheid. Hij vlucht weg in wanen. En dat is
zijn ongeluk. Daedalus en Icarus en al die andere oeroude
verhalen etaleren de menselijke overmoed, de onrust, het
grenzeloze streven, de wil.
– Is dat dan geen goede zaak?
OVT: Ben jij een fan van Don Quichot?
(Wordt vervolgd)
(J.B., 30 april 2021)

Het interview met Omsk Van Togenbirger (Zevende deel)

Het interview met Omsk Van Togenbirger (Zevende deel)
Plotseling zie ik dat de zuster die de koffie heeft gebracht weer in
het deurgat staat. Van Togenbirger heeft de blik verdroomd gericht
op de toppen van zijn schoenen, de zuster knipoogt, nijgt zich naar
me toe en fluistert me in het oor:
– Het lijkt erop dat hij weer goed op dreef is, eigenlijk is het tijd
voor zijn pillen, ik zal nog een beetje wachten tot het interview
gedaan is...
– O, daar is nog lang geen sprake van, zo antwoord ik haar: tenzij
u daar anders over beslist natuurlijk, u zegt het maar als u vindt
dat dit onderhoud te lang duurt...
– Nee hoor, doen jullie maar rustig verder, zegt ze, en als jullie mij
nodig hebben: hier is de bel!
Zij wijst naar een sinaasappelvormige plastic bol die vast hangt
aan een touw en demonstreert het mechanisme door er eens aan te
trekken. In de verte, elders in het gebouw, is een gerinkel hoorbaar
dat door dit museumstukje voortgebracht wordt en zij lacht, wuift
en verlaat de kamer. Pas nu lijkt Van Togenbirger weer uit zijn
gedachten te ontwaken.
– Als ik het goed begrijp, beste Omsk Van Togenbirger, is er op de
een of andere manier dan toch wel sprake van de door de religies
voorspelde apocalyptische tweestrijd? De lang verwachte
eindstrijd tussen goed en kwaad? En dan zouden, volgens jouw
uitleggingen, de verkondigers van de pandemie, de
wetenschapslui en de politici, in feite de Luciferianen zijn, terwijl
hun tegenstanders, aan wie spreekrecht wordt ontzegd en die
ervan beschuldigd worden complotdenkers te zijn, eigenlijk
moeten worden beschouwd als de redders van de mensheid? Ik
kan mij daarbij echter niet van de indruk ontdoen dat wie de
zaken op die manier voorstellen, zich blootstellen aan de kritiek
dat zij wel bijzonder aanmatigend zijn. Heb je daar al aan
gedacht en heb je daar een antwoord op?
OVT: Mijn beste, luister nu eens hier. De vraag die men zich moet
stellen wanneer men het hele gebeuren in ogenschouw neemt, is
de volgende: wat beogen degenen die onverschrokken de
pandemie verkondigen en wat beogen zij die zich met al hun
hebben en houden tegen hen keren? Wat drijft vooreerst diegenen
die ons komen te vertellen dat wij bedreigd worden door een
welbepaald kwaad en dat zij de oplossing daarvoor in petto
hebben? Je begrijpt toch dat die handelwijze helemaal niet nieuw
is? Dat zij zich alsmaar herhaalt in een ontelbaar aantal vormen?
Op de keper beschouwd gaat het hier om een bijzonder goedkoop
en doortrapt maar even beproefd patroon dat een tactiek verraadt
die zonder uitzondering alle potentaten hanteren om de massa aan
zich te onderwerpen en vervolgens uit te buiten.
– Hoe dan wel?
OVT: Ik maak jou bang voor een zeker kwaad en vervolgens
verkoop ik jou de ultieme oplossing voor een zo dik mogelijk pak
geld! Wel, is dat niet de tactiek waarmee bijvoorbeeld de
katholieke kerk de halve wereldbevolking al tweeduizend jaar lang
aan het lijntje houdt? De katholieke kerk maar ook alle andere
religies? De potentaten in de verschillende religies maar ook de
machtswellustelingen in de politiek en in zowat alle sectoren?
– Tja...
OVT: Mijn beste: waar figuren opduiken die angst zaaien, zijn
gezonde mensen extra op hun hoede want instinctief weten zij heel
goed wat daar op volgen zal. Elke verkoper, of moet ik zeggen:
elke dief, weet dat hij zijn product pas kan slijten als hij bij zijn
potentiële klant een behoefte daaraan kan opwekken. In de huidige
wereld poogt men vooral veiligheid te verkopen, een product dat
goed in de markt ligt na enkele jaren van opgeklopt terreurnieuws
over och arme een paar honderd slachtoffers wereldwijd of waren
het er een paar duizend? Er wordt een kwaad geschapen en een
remedie volgt tegen een prijs die uiteindelijk niemand meer bij
machte is om te betalen omdat, als puntje bij paaltje komt, het om
het eigen leven van de betrokkene gaat. Ja, van niets minder tracht
elke potentaat zijn prooien te beroven dan van hun eigen leven en
als zij het weigeren om hun leven aan hem te schenken, lopen zij
het gevaar bij iedereen voor lafaards door te gaan! Of heb je niet
onthouden wat de leiders rondbazuinen over het volk? “Hebben ze
dan iets nodig om voor te leven?” - zo schreeuwen ze: “Welnee, ze
hebben iets nodig om voor te sterven!”
– We weten pas zeker of we voor een zaak willen leven als we ook
bereid zij er voor te sterven: zijn dat niet de woorden van Erneste
Che Guevara?
OVT: Maar mijn beste: tallozen hebben variaties gemaakt op
datzelfde thema! Martin Luther King, Dag Hammarsjold, Fjodor
Dostojevski, Albert Einstein, Gilbert Chesterton, Arthur
Schopenhauer...
– En spreken zij dan de waarheid niet?
OVT: Mijn beste, ik noem het doen van dergelijke uitspraken een
vorm van de aan mannen eigen drang om te paraderen en sta mij
toe dat ik dit met enkele voorbeelden illustreer. Onlangs zijn
bijzonder betrouwbare getuigenissen vrijgegeven over de
bemanning van de reddingssloepen van de Titanic die in de nacht
van 14 op 15 april van het jaar 1912 tegen een ijsberg aan vaarde
en zonk. Los van het feit dat de opvarenden van tweede of derde
klasse met het neerlaten van hekkens verhinderd werden om het
dek te bereiken waar zich de reddingssloepen bevonden, heeft zich
onder de elite op het dek een nog groter drama, een drama van
eerste klasse afgespeeld. In weerwil van de morele regel dat
vrouwen en kinderen eerst gered moeten worden, bleken de
overlevenden in de schuiten die het schip dat ter hulp kwam,
bereikten, bijna allemaal mannen te zijn.
– Daarvan heb ik inderdaad gehoord, ja...
OVT: Nog een mooi prentje is dit. Er bestaan op televisie
verspreide beelden van een gezin dat in een drive-in natuurpark
niets vermoedend de auto verlaat. Alras wordt het kind belaagd
door een tijger en raad nu eens wat er gebeurt! Terwijl de moeder
haar kind overigens met succes tegen het wilde beest verdedigt,
vlucht de vader snel de auto in.
– Ja, ik heb die beelden ook gezien...
OVT: Ik vermoed niet dat het hier om uitzonderingen gaat en
daarom ook geloof ik dat men hieruit misschien wel met recht en
rede het besluit mag trekken dat ook de gezegdes over de nood aan
een zaak waarvoor men zijn leven veil heeft, berusten op
zelfoverschatting en grootspraak. De befaamde uitspraak over de
nood aan een zaak om voor te sterven dient dus een weinig
aangepast te worden, vind je ook niet?
– Misschien wel, ja...
OVT: Wat dacht je dan van de volgende: “De mensen... of beter:
de mannen... hebben een zaak nodig waarover ze kunnen zéggen
dat ze bereid zijn om er voor te sterven!”
– Klinkt wel cynisch...
OVT: Mannen zijn met andere woorden supporters en dat is iets
heel anders dan helden. Supporters zijn meelopers, massamensen
zo men wil, kuddedieren die een leider volgen.
– Misschien heb je wel gelijk.
OVT: Zeer onlangs las ik in het nieuws dat een burgemeester en
tevens een vooraanstaand lid van een partij met een macho-imago,
nadat hij beschuldigd werd van geldverduistering, zichzelf nu een
slachtoffer van oplichting noemt en luister nu goed, mijn beste:
het was niet een leeuw door wie hij zich liet temmen maar een
vrouw, zij het er een met het kapsel van een leeuw!
– Ha...
OVT: De parade wijkt hier zelfs voor het persoonlijke gewin want
iedereen weet dat een man die door een vrouw geveld werd en dat
ook nog toegeeft, volgens de regelgeving van macho's afgedaan
heeft als leider en dat wie hem dan nog volgen, niet goed snik zijn.
De kerel staat trouwens niet alleen met zijn opportunistische
bekentenis: een partijgenoot van hem zat onlangs in hetzelfde
schuitje en kwam weg met een gelijkaardige uitleg. En zie je nu
wat nog het ergste is?
– Euh...
OVT: Die mannen blijven paraderen op de buis alsof er geen
vuiltje aan de lucht is. Of heb je dan de stoelendans van Ankara
gemist?
– Tja... en wat...
OVT: “Een zaak om voor te sterven”: dat is gewis het aas
waarmee de leider zijn kuddedieren vangt, waarna hij hen prompt
naar het front stuurt om daar met hun leven voor zijn eer te gaan
betalen want zijzelf zijn bittere sukkelaars, zij drentelen achter een
vlag aan die niet eens de hunne is. En dit is exact de manier
waarop vandaag godbetert wereldwijd de massa in het gareel
wordt gehouden door een bende, en ik wik mijn woorden,
gewetenloze megalomane blasé miljardairs.
– Ja?
OVT: Niemand immers, mijn allerbeste, kan de bedoeling hebben
om uitgerekend diegenen bij te staan die hij aan het bestelen is.
Quod erat demonstrandum.
(Wordt vervolgd)
(J.B., 27 april 2021)

Het interview met Omsk Van Togenbirger (Zesde deel)

Het interview met Omsk Van Togenbirger (Zesde deel)
OVT: Op het ogenblik dat je een steen werpt, ligt het al vast waar
hij terecht zal komen: het einde zit vervat in het begin. Dat komt
uiteraard doordat de steen zelf niets in de pap te brokken heeft met
betrekking tot zijn vlucht, die daarom louter een val is. Had de
steen vleugels, dan kon hij zijn vlucht nog sturen maar een steen
kan helemaal niets doen, hij is overgeleverd aan degene die hem
werpt, de werper is de enige die hem stuurt, de steen zelf
ondergaat alles volstrekt passief: hij valt. Begrijp je?
– Jawel.
OVT: Welnu, ons onderhevig zijn aan de tijd is gelijkaardig: de
tijd gaat in één richting, hij verloopt even rap voor iedereen, wij
bevinden ons allen in dezelfde tijd die gelijk een trein op weg is en
niemand is in staat om hem te laten stoppen. Niemand kan de tijd
rapper of trager doen gaan, niemand kan de tijd doen stilstaan,
niemand kan een stukje wegknippen uit de tijd of er een uur aan
toevoegen. Wij zijn onderhevig aan de tijd zoals de steen
onderhevig is aan de val. Precies zoals de steen zijn val niet kan
sturen, kunnen ook wij helemaal niets ondernemen met betrekking
tot de tijd. De tijd is niet de onze; wij zijn van de tijd. We zitten in
de tijd gevangen. We zijn gevangenen van de tijd. Wij belanden
daar waar de tijd ons heen brengt en niemand die daar wat kan aan
verhelpen. Op die manier gaan wij het einde tegemoet dat vastligt
van bij het begin, net zoals de plek waar de steen zal vallen. De
tijd is zoals de steen en wij zitten vast in die steen, ons lot wordt
bepaald door dat van de steen des tijds die op zijn beurt helemaal
geen zeg heeft over zijn bestemming.
– Ik vind dat griezelig!
OVT: Dat is het ook, mijn beste: het is in feite ondraaglijk voor
een mens om dit te moeten ondervinden. Wij kunnen er niet naast
kijken dat wij helemaal niets te zeggen hebben over ons eigenste
lot en dat het vastligt op de meest absurde manier. Uitgerekend om
die reden geven wij dan ook de vrije teugels aan de waanzin, de
leugens en het bedrog. Alleen met de fictie kunnen wij ons bestaan
een beetje draaglijker maken: wij hongeren naar dromen en naar
leugens en wij leven er echt van, ja, de sprookjes en de verzinsels
zijn gewis onze allerheiligste waarheden. Het bedrog is in feite
een pijnstiller. En herinner u nu wat wij eerder zegden: de pijn valt
samen met het bewustzijn en met de waarheid. Derhalve brengt de
pijnstiller die het bedrog is, ons in een droomtoestand, een roes,
ver van de waarheid vandaan.
– Dat klinkt logisch, dat klinkt redelijk... Ik zei bijna... dat klinkt
Luciferiaans... Lucifer, zo vertelde je net, is het meest redelijke
schepsel en zijn tegenstrever, Jezus, is dan... onredelijk!?
OVT: De Jezusfiguur overstijgt de tweespalt van het redelijke en
het redeloze omdat hij helemaal niet rekent, hij is ook geen retor,
de retorica is de kunst van het liegen. Jezus spreekt in parabels of
gelijkenissen, argumenten kent hij niet omdat argumenten behoren
tot het instrumentarium van wie gehoor geven aan de wetten van
de strijd, van de natuur, begrijp je?
– Niet zo goed, neen...
OVT: Lucifer, het jodendom en ook alle andere religies met hun
zonder, schulden en straffen, de retorica, de wiskunde en de
wijsbegeerte met al haar telgen, incluis de Verlichting: zij zijn
opstandelingen die de allereerste wet verworpen hebben, die in
feite helemaal geen wet is, maar we drukken het nu wel zo uit: de
wet van het vertrouwen of de liefde. Lucifer denkt in termen van
recht, maat en orde. Hij verkoopt en koopt en betaalt en ontvangt
een loon overeenkomstig zijn prestaties. Jezus daarentegen betaalt
aan de arbeider van het elfde uur hetzelfde bedrag dat ook de
arbeider van het eerste uur ontvangt. Volgens het principe van de
wraak moet de schuldenaar worden beboet en de zondaar bestraft
maar volgens dat van de liefde kunnen schulden en zonden
vergeven worden, uiteraard mits er berouw over bestaat. De
volgelingen van Lucifer bouwen voort op de natuur waarvan de
wetten deze zijn van een oog voor een oog en een tand voor een
tand en wetenschapslui of Luciferianen aanbidden de natuur en
leren die kennen... om hem op hun beurt te kunnen verschalken.
Zo geloven zij dat zij datgene tot buit kunnen maken wat in feite
hun leven draagt. Zij zagen de tak op waarop zij zitten, mijn
allerbeste! De koffie is niet warm meer, zal ik wat verse laten
zetten?
– Voor mij niet, dank je...
OVT: Je herinnert je beslist de Franse revolutie van 1789? Het
opstandige volk komt aan de macht, de leden van de clerus en de
adel worden allemaal onthoofd en er wordt een nieuwe kalender
opgesteld: het jaar 1 is niet langer dat van de geboorte van Jezus.
In 1792 wordt het koningschap afgeschaft en herbegint de
tijdrekening. De maanden krijgen nieuwe namen. Er is de
instelling van lekenfeestnamen en kerken worden omgedoopt tot
wetstempels. Er komt een burgerlijke liturgie en een heuse cultus
van de Rede! Ja, de godsdienst wordt verboden en in de plaats
komt de dienst aan Lucifer, de drager van de Rede!
– Zo had ik het nog niet bekeken...
OVT: Vandaag, mijn beste, maken wij precies hetzelfde mee.
Corona is een toverwoord dat de ganse wereldbevolking met angst
verlamt. Religieuze praktijken worden verboden voor de bestwil
van het volk, de doop wordt vervangen door de vaccinatie, de
religie door de wetenschap, het hiernamaals maakt plaats voor het
hiernumaals en ziekten komen in de plaats van zonden. De heilige
hostie uit het tabernakel staat haar plaats af aan de pil van bij de
apotheker, de biechtvader is voortaan de huisarts, de nieuwe bijbel
is de encyclopedie, de televisie is de nieuwe preekstoel, de
camera's zijn de nieuwste kettingen, men vloekt nog slechts op
straffe van torenhoge boetes en zij vervangen de beloofde
hellestraffen van weleer, er is omerta of zwijgplicht bij hen die
weten en biechtplicht bij alle anderen die niet beseffen dat zij door
de belijdenis van hun zonden zichzelf beroven van hun diepste
geheimen en derhalve van hun eigen ziel. Het nieuwe
machtsapparaat parasiteert op de kennis en op de structuren van
het oude, alleen de namen zijn veranderd.
– Dat lijkt mij allemaal wel steek te houden...
OVT: De strijd die heden wordt gevoerd, is heel beslist een
wereldoorlog, mijn beste, en onze vijand is allerminst een virus!
Het gaat hier om een strijd tussen dezelfde machten die ook in de
begintijd vochten zoals Vondel het beschreef en zo weze het
herhaald dat wij pas kennis van het einde kunnen hebben als wij
ook weten hoe het er aan toe ging bij de start. Beseft men wel
hoezeer de Rede de wereld in haar wurggreep houdt? Merkt men
het wel, hoe de huidige economie wat schoon en waar en goed is,
corrumpeert en vernietigt zonder mededogen? Is men zich daar
wel terdege van bewust hoe in de stelsels die zich heel diep in de
wereld hebben geworteld, dezelfde Lucifer aan het werk is die ook
in het begin der tijden de mens ten val bracht? Als hij zijn werk
voltooien kan, dan zullen wij niet alleen het eeuwig leven moeten
derven maar ook het leven zonder meer. Er zullen dan alleen nog
enerzijds de dode stof zijn, de sterren in het ijskoude firmament en
de planeten en anderzijds de zuivere geesten die hun banen sturen.
En uiteraard de zielen van wat eens de mensen waren, in de hel.
(Wordt vervolgd)
(J.B., 26 april 2021)

Het interview met Omsk Van Togenbirger (Vijfde deel)

Het interview met Omsk Van Togenbirger (Vijfde deel)

OVT: Dat het einde vervat zit in het begin, is een wijsheid die
reeds voorkomt in het apocriefe evangelie van de apostel Thomas,
ook genoemd 'de ongelovige Thomas'. Twee boeren vonden nabij
de Egyptische stad Nag Hammadi in 1945.
– Daar heb ik over gehoord, ja...
OVT: In feite gaat het om een Griekse vertaling uit de vierde eeuw
van een oudere tekst waarvan reeds eerder fragmenten opdoken,
maar dat is voer voor kenners. Maar wat mij van belang lijkt, is
dit: de overtuiging groeit bij een aantal onderzoekers dat dit
evangelie, dat alleen bestaat uit opgetekende losse, raadselachtige
uitspraken die doen denken aan de zogenaamde 'koans' uit het
Zen-Boeddhisme, behalve het oudste ook het meest betrouwbare
evangelie is. De vier synoptische evangeliën zouden maaksels zijn
van latere datum, aanpassingen als het ware van de feiten aan de
wensen van de kerk.
– Macht corrumpeert...
OVT: Inderdaad. Het Thomasevangelie verwerpt overigens het
Oude Testament en noemt Jezus ook nooit 'zoon van God' maar
wel 'de Levende', 'de Zoon van de Levende', 'het Licht' en 'het Al'.
Het rijk Gods is alleen weggelegd voor aseksuele enkelingen die
verzaken aan de wereld en het is er reeds, men moet het alleen
zien!
– Vreemd...
OVT: Vind je? Welnu, in dat evangelie vragen Jezus' apostelen
hem hun te willen vertellen hoe het einde zal zijn. Zijn antwoord
luidt als volgt...
Omsk Van Togenbirger spreekt nu de woorden van 'de Levende'
traag, luid en op een heel geprononceerde wijze uit:
OVT: “Hebben jullie het begin ontdekt, dat jullie zoeken naar het
einde? Want waar het begin is, daar zal het einde zijn. Gezegend
hij die staat in het begin, hij zal het einde kennen en de dood niet
smaken.”
– Het klinkt belangrijk... maar wat betekent het?
OVT: Het is een koan, mijn beste, en dat wil zeggen dat niemand
de betekenis ervan beter kan uitdrukken dan zoals dat gebeurd is
in de koan zelf. Je moet er dus over nadenken en misschien komt
er een dag waarop je ineens een licht opgaat zodat je zegt: nu snap
ik het!
– Je laat ons nu wel op onze honger zitten met de vraag naar de
toekomst. Op welke manier moeten wij dan eerst het begin
begrijpen teneinde het einde te kunnen kennen?
OVT: Ken je de grote Nederlandse dramaturg Joost van den
Vondel? In feite is hij een Duitser, hij werd immers geboren in
Keulen maar hij leefde en werkte in Mokum...
Omsk Van Togenbirger begint zowaar te zingen:
OVT: “Brand in Mokum! Brand in Mokum! Zie 't is ginder! Zie 't
is ginder! Brand, brand! Brand, brand! En daar is geen water!” Die
canon ken je toch nog, mijn beste?
– Jazeker...
OVT: Maar dat er geen water zou zijn in Amsterdam dat menig
literator vergeleken heeft met de hel vanwege het water van de
wallen die zich naar verluidt concentrisch schikken zoals de
hellekringen in de Comedia van Dante Alighieri: wat een grap!
Maar wat ik wilde vertellen: Vondel schreef heel veel, de man
werd eenennegentig. Een van zijn toneelwerken heet 'Lucifer' en
het handelt over het begin dat meteen het einde in zich heeft. Ken
je het stuk?
– Lang geleden lazen we een fragment ervan op school...
OVT: Sint-Thomas ken je toch? Ik bedoel niet de ongelovige, de
apostel, maar de grote middeleeuwse theoloog, Thomas van
Aquino? Je kent toch de Thomistische wijsbegeerte? In zijn
Summa Theologiae wist hij naast de neoplatonici ook Aristoteles
voor zijn kar te spannen en zelfs de grote Islamitische filosofen
zoals Averroes en Avicenna?
– Dat herinner ik me, ja...
OVT: Thomas beschreef de schepping als een groot en strikt
geordend geheel waarin alles en iedereen zijn vaste stek en
bestemming heeft...
– Ja, inderdaad...
OVT: Welnu, deze orde was er van bij het begin maar toen God de
mens schiep, oordeelde de burgemeester van het heelal, de engel
Lucifer, dat die orde grondig verstoord werd.
– En waarom? Had de Schepper dan een fout gemaakt?
OVT: Volgens Lucifer wel. Lucifer is namelijk de meest redelijke
onder alle schepselen en daaraan dankt hij ook zijn naam. 'Lucifer'
betekent: 'drager van het licht' of 'drager van het verstand'. Je weet
dat God zijn engelen gebood de mens te dienen? Welnu, voor
Lucifer was dat een stap te ver. De mens is immers deels stoffelijk
terwijl de engelen pure geesten zijn: de pure geesten horen boven
de half geestelijke, half stoffelijke mens te staan. Wat de Schepper
gebood, verstoorde de orde! Het was totaal onredelijk! En Lucifer
kwam in opstand. De rest van het verhaal ken je zeker en vast:
Lucifer met zijn volgelingen, zowat een derde deel der engelen,
gaat in de hemel een strijd aan met Michaël en zijn legerschare.
Lucifer verliest en tuimelt naar beneden in de hel waar hij nu nog
altijd zit. Om zich te wreken, heeft hij in de vorm van een slang
Eva verleid door haar ertoe te brengen te eten van de verboden
vrucht en op haar beurt laat zij ook Adam eten, wat de mens ten
val brengt. De mens wordt verjaagd uit het paradijs en zal
voortaan een aards en sterfelijk wezen zijn dat zijn brood eet in het
zweet van zijn aanschijn. Maar God heeft medelijden en belooft
een Verlosser te zullen zenden. Zijn Zoon neemt de zonden van de
mens op zich en boet ze uit aan het kruis waarna wie in Hem
geloven, opnieuw toegang krijgen tot het eeuwig leven.
– Wanneer je dat zo vertelt, Omsk Van Togenbirger... bespeur ik
terecht een verband tussen Lucifer en de grote kerkleraar Thomas
van Aquino?
– Zeer terecht, mijn beste! Dat heb je trouwens goed gezien! De
grote Russische schrijver Fjodor Michajlovitsj Dostojevski merkte
het ook al op. In De grootinquisiteur van Sevilla, een
raamvertelling in zijn beroemde roman De Gebroeders
Karamazov, laat hij de kerkvorst kleur bekennen: ons geheim is
dat wij aan de kant staan van de duivel, zo verklaart daar de
vertegenwoordiger van de paus.
– Een ware mythologie!
OVT: Zeg dat wel, alleen gaat het hier niet om mythen maar om
waarachtige feiten.
– Hoezo!?
Pausen, mijn beste, zijn geen mythologische figuren maar politici
van vlees en bloed, wereldlijke machthebbers die te beslissen
hebben over het leven en de dood van tallozen. Zij tooien zichzelf
met mijter en staf en dure gewaden en zij marcheren niet wanneer
zij zich verplaatsen maar zij schrijden en als zij op draagstoelen
liggen, glijden zij voorbij; zij spreken Latijn in een door gewone
mensen volstrekt onverstaanbaar jargon en dat alles doen zij om
de bedrieglijke indruk te wekken dat zijzelf geen mensen zijn doch
engelen of dan toch semi-engelen. Na hun dood verklaren zij,
zoals onderling afgesproken, elkander zalig.
– Geven zij niet het voorbeeld aan de mensen?
OVT: Over hen kan niemand zeggen dat ze, zoals Jezus die zij
hier zeggen na te volgen en te vertegenwoordigen, geen steen
hebben om daarop het hoofd te laten rusten: zij slapen in
ebbenhouten ledikanten met zijden baldakijnen tussen
kunstwerken waarvan de waarde niet kan uitgedrukt worden in
tonnen goud en hun corpulentie verraadt een leven van alles
behalve onthouding en vasten. De Vaticaanse en hoog ommuurde
luxe waarin zij hun ondermaans bestaan doorbrengen, grenst aan
het fabuleuze. Ja, het lijkt erop dat zij hun hemel hier al zullen
hebben gehad en zo behoren zij waarschijnlijk tot degenen die hun
loon al hebben ontvangen.
– Maar er is godsdienstvrijheid! Niemand hoeft dat toch te
geloven?!
OVT: De christelijke beschaving breidde zich in luttele eeuwen
over zowat de ganse aardbol uit: die sprookjes waren voor het
grootste deel van de wereldbevolking altijd bittere ernst.
– Je denkt dus dat er, zoals voorspeld in het christendom, een
apocalyps komt?
OVT: Helemaal niet! De apocalyps is van alle tijden, zoals ook het
rijk Gods en de hel: het is, zoals door de ongelovige Thomas
wellicht heel correct genoteerd, allemaal hier en nu aanwezig. Je
ziet toch dat de tijden de gestalte hebben van een spiraal? Het
geheim van het leven, het DNA, zit in een dubbele helix maar de
tijden vormen zich in een spiraal, en wel van buiten naar binnen,
naar de kern toe.
– Wat wil je daarmee zeggen?
OVT: Als wij een voorstelling maken van de tijd, doen wij dat met
een lijn, een tijdlijn, nietwaar?
– Ja...
OVT: Maar zo loopt de tijd niet, mijn beste. Sommigen zeggen dat
de toekomst steeds het nieuwe en het onverwachte brengt en dat
alles doorgaat, vandaar de lijn; in de religies van het Boek gaat zij
zelfs van een beginpunt naar een eindpunt toe, een lijnstuk dus, al
moet gezegd dat na het eindpunt voor de mens de eeuwigheid
begint. Anderen geloven dat alles zich herhaalt. Maar geen van de
twee opvattingen strookt met de werkelijkheid: wij moeten kijken
naar de banen der planeten om te verstaan hoe ook de tijd zich
door de nacht ontrolt: de tijd valt, precies zoals de massa's vallen.
De maan valt naar de aarde toe, de aarde naar de zon, vandaar de
schijnbare cirkelgang, die in wezen een spiraal is. Twee spiralen
eigenlijk, van de beide massa's, naar elkaar toe. Een oneindig
aantal spiralen, alle massa's in de kosmos in beschouwing
genomen. En zo ook loopt de tijd: hij lijkt alles te herhalen maar
niets keert op exact dezelfde manier terug; wij gaan altijd een
beetje dieper, gestaag maar zonder weerga, met in het vooruitzicht
niets anders dan de eeuwigdurende verstarring. Ken je Das Lied
von der Erde? De tekst is in feite oorspronkelijk in het Chinees en
de dichter heet Li Tai Po. Gustav Mahler heeft het op toon gezet.
Ken je het, mijn beste?
(Wordt vervolgd)
(J.B., 25 april 2021)

Het interview met Omsk Van Togenbirger (Vierde deel)

Het interview met Omsk Van Togenbirger (Vierde deel)

Na een hoestbui die enkele lange en bange minuten aanhoudt,
neemt Omsk Van Togenbirger een slok van het glas water dat de
dame die eerder ook voor de koffie heeft gezorgd, hem is komen
brengen van zodra zij kennelijk gealarmeerd was door het
luidruchtige voorval en hij zet zijn betoog verder met een ietwat
schorre stem:
OVT: Ik zal mij zo dadelijk nader uitdrukken maar er schiet mij nu
iets te binnen dat ik zopas nog las, het illustreert de
leugenachtigheden en het echt groteske bedrog waaraan wij
geslachtofferd worden in dit niets en niemand meer ontziende
tijdperk van het gouden kalf... Het gaat over de manier waarop
plegers van genocide hun vel alsnog weten te redden wanneer zij
op heterdaad betrapt worden... Misschien heb je er ook over
gehoord, het zogenaamde nepnieuws over een mentor van de
Franse presidenten, een woordvoerder van het World Economic
Forum...
– Je bedoelt Jacques Attali?
OVT: Ik wil geen namen noemen, inderdaad. De zaak is alleen dat
zekere nieuwssites die terecht bekend staan als nep en die er
inderdaad nogal eens met de grove borstel door gaan, de man in
kwestie foutief citeerden uit een boek van hem dat veertig jaar
geleden is verschenen. Attali zou geschreven hebben dat
wereldleiders het plan hebben opgevat om alle economisch
onproductieven te gaan euthanaseren en hij wordt dus 'geciteerd'
waar hij het heeft over de mensen met pensioen, de zieken, de
werklozen, kortom al degenen die alleen maar geld kosten aan de
maatschappij: beter korte metten maken dan alles maar laten
aanmodderen, zo ongeveer worden de woorden hem in de mond
gelegd...
– En klopt het ook?
OVT: Wel, de econoom heeft tegen wie hem al dan niet foutief
citeerden, een proces aangespannen en hij heeft het ook
gewonnen. De rechter oordeelt namelijk dat de econoom de
mensen alleen maar gewaarschuwd heeft dat in een samenleving
waarvan de ultieme maatstaven economisch van aard zijn, de
euthanasie van de onproductieven die ons alleen maar geld kosten,
als oplossing uit de bus zal komen. (1)
– De rechter heeft dan toch gelijk?
OVT: Zie je dan echt niet op welke manier er gelogen wordt?
– Niet echt...
OVT: De econoom in kwestie is een vooraanstaande figuur van
het World Economic Forum, mijn beste: wanneer hij het heeft over
euthanasie om economische redenen op de onproductieve massa,
dan spreekt hij helemaal niet over een bizarre fascistische
economie op de maan of op Mars maar over uitgerekend onze
eigenste wereldeconomie die hij persoonlijk voorzit in Davos,
samen met een congregatie van gelijkgezinden. Het gaat met
andere woorden om het verhaal van de boze wolf en de zeven
geitjes, alleen is het zo dat de rechter de wolf vrijpleit omdat hij
oordeelt dat de boze wolf de geitjes gewaarschuwd heeft voor
boze wolven.
– Vreemd...
OVT: Ik wil slechts zeggen: de hardnekkigheid waarmee gelogen
en bedrogen wordt, lijkt nu wel grenzeloos. De arrogantie en de
onbeschaamdheid van de criminelen die ons met de huidige
wereld hebben opgezadeld overtreft in hoge mate wat figuren
zoals Nero en Hitler presteerden, begrijp je?
– Misschien is daar wel iets van...
OVT: Maar je bent hier om mij te vragen wat er in mijn glazen bol
te lezen staat, nietwaar?
– Dat raad je goed, Omsk Van Togenbirger.
OVT: Ja, maar om het einde van de wereld te kunnen kennen,
moet je eerst het begin begrijpen, zie je? Het einde zit vervat in het
begin en het begin in het einde, ken je dat chiasme?
(Wordt vervolgd)
(J.B., 24 april 2021)
Verwijzingen:
(1) https://factuel.afp.com/attention-cette-fausse-citation-dejacques-
attali-sur-leuthanasie-des-seniors

Het interview met Omsk Van Togenbirger. (Derde deel)

Het interview met Omsk Van Togenbirger. (Derde deel)

OVT: Begrijp mij nu niet verkeerd, zo verbreekt Omsk de stilte:
niemand beweert dat kennis een illusie is. Wel is het zo dat kennis
die niet in betrekking staat tot de werkelijkheid, helemaal geen
kennis is. Als men eerst afspreekt wat getallen zijn en wat
bewerkingen op die getallen zijn, dan doet men eigenlijk niets
anders dan spelregels vastleggen en het spel dat men dan speelt
wanneer men aan het rekenen gaat, kan best leuk zijn maar over
de werkelijkheid buiten het spel zelf, wordt helemaal niets gezegd
of gekend. Wel is het soms mogelijk om een spel met de
werkelijkheid te verbinden en dan lijkt het alsof men orde in de
dingen brengt maar dat blijft allemaal heel relatief. Het
aanbrengen van orde is tenslotte niets anders dan het
vereenvoudigen van zaken die op zich chaotisch zijn: men
verandert de dingen om ze te kunnen inpassen in vaste begrippen
zoals men kleren opvouwt om ze in een kast te kunnen leggen.
Maar zoals men zich met die kleren pas terug kan aankleden als
men ze eerst weer ontvouwt, zo ook verandert onze ordening de
dingen in die mate dat men er eigenlijk nog weinig kan mee
aanvangen.
– Als ik het goed begrijp, zijn er dus twee werelden die eigenlijk
onderling onverenigbaar zijn: enerzijds de werkelijkheid buiten
ons en anderzijds... wat wij er binnen in onszelf over denken?
OVT: Ha, dat is natuurlijk een bijzondere valstrik! Lang heeft men
dat volgehouden, die opvatting over de twee werelden: stof en
geest, lichaam en ziel, aarde en hemel, zelfs de tweedeling van
goed en kwaad had er mee te maken!
– Er zijn geen twee werelden?
OVT: Welnee, beslist niet! Hoe zou dat nu het geval kunnen zijn?
– Is er dan één wereld?
OVT: Dat is wat sommigen beweren, ja. Er zijn er die zeggen dat
alles stof is, materie en energie, en onze gedachten zouden dan
afscheidingen zijn van onze hersenen. Anderen beweren dat alles
geest is: de materiële wereld bestaat vooral in onze geest maar of
hij ook op zichzelf bestaat, valt nog te bezien. En als wij geloven
dat hij wel moet bestaan buiten ons, bijvoorbeeld om het mogelijk
te maken dat wij allen dezelfde buitenwereld beleven, dan is het
de heilige geest die daarvoor borg staat. Zowel de ene als de
andere opvatting is verdedigbaar, zij het met een beperkte
houdbaarheid. Maar alleen al het feit dat twee tegengestelde
uitgangspunten voor mogelijk gehouden worden, ondermijnt hun
geloofwaardigheid. We zitten daar duidelijk in een doodlopend
straatje.
– En wat is dan wel het geval?
OVT: Het hemd is nader dan de rok: die vaststelling moet ons
uitgangspunt wezen. Wij moeten datgene als waarheid erkennen
wat wij onmogelijk kunnen ontkennen, datgene wat noodzakelijk
waar is, wat niet onwaar kan zijn.
– En dat is?
OVT: Dat weet je zelf goed genoeg en wel uit eigen ondervinding.
Wat is het meest nader aan uzelf? Het hemd is nader dan de rok
maar wat is nog nader dan het hemd?
– Het lijf.
OVT: Precies, maar wat dan aan het lijf kan men onmogelijk
negeren?
– De pijn.
OVT: Zie je wel dat je het weet. Niemand is in staat om te
ontkennen dat hij pijn heeft als hij die heeft. Maar wat betekent
dat?
– Geen idee.
OVT: Het wil uiteraard zeggen dat niemand in staat is om zijn
eigen bestaan te ontkennen.
– Dat is niet makkelijk om te vatten...
OVT: Denk dan aan het volgende: waarom grijpen sommigen naar
euthanasie wanneer hun einde nadert en het lijden zich
aankondigt?
– Ze willen dat het lijden ophoudt?
OVT: Ja, maar hoe willen ze dat doel bereiken?
– Door zichzelf van het leven te beroven of te laten beroven...
OVT: Zij geloven dat het lijden zal ophouden van zodra zij zelf
ook ophouden met bestaan, begrijp je?
– Lijkt me logisch, ja.
OVT: Het probleem is wel dat niemand met zekerheid kan weten
of hij of zij inderdaad ophoudt met bestaan op het ogenblik dat hij
ophoudt met leven.
– Dat lijkt moeilijk te bevatten...
OVT: Zeker, maar is het ook moeilijk te bevatten dat de zekerheid
ontbreekt over het feit of men wel ophoudt met bestaan van zodra
men ophoudt met leven?
– Als men ervan uitgaat dat het leven de
mogelijkheidsvoorwaarde is voor het bestaan, dan is het ook
logisch dat men ophoudt met bestaan van zodra men niet langer
leeft.
OVT: Daar zeg je het, mijn beste: als, als, als... je ervan uitgaat
dat! Maar dat is één uitgangspunt en wie zegt dat dit de waarheid
is? Kun je dat weten of kun je het alleen geloven?
– Je kunt dat alleen maar geloven, zo lijkt het mij.
OVT: Inderdaad: wie zich euthanaseren of zelfmoorden, die
hopen dat ze er na die daad niet meer zijn. De kwestie is nu of die
hoop volstaat om te bewerken dat men er dan inderdaad niet
langer is! Is het met andere woorden voldoende om iets te hopen
opdat het ook nog waar zou zijn?
– Beslist niet.
OVT: Welaan dan: dit misverstand moge nu alvast opgeruimd zijn.
Het hemd is nader dan de rok, het lijf is nader dan het hemd, maar
tevens geldt dan ook dat het bestaan nader is dan het leven,
nietwaar?
– Ik weet niet zeker of ik het wel helemaal begrijp...
OVT: Je veronderstelt dat je bestaat bij de gratie van het leven
maar zeker weten doe je dat niet: je veronderstelt dat op grond van
een zekere opvatting over het leven terwijl je niet weet of die
opvatting ook nog de waarheid is.
– Ik zie niet hoe ik dat zou kunnen tegenspreken...
OVT: Maar voel je dan niet dat de ervaring dat je bestaat, nader is
dan de ervaring dat je leeft?
– Ik begrijp niet wat je bedoelt...
OVT: Voel je niet dat het gevoel dat je bestaat en dat je uitdrukt
door te zeggen: “Ik ben”, directer is of dichter bij jezelf staat dan
de opvatting dat je leeft en dat je er bent omdat je leeft?
– Wel...
OVT: Is het niet uitgerekend in de pijn dat je jezelf bent, dat je
niet meer kan negeren dat je bestaat? Val je niet samen met je pijn,
als je pijn hebt? En is het niet uitgerekend dat wat pijn zo erg
maakt? Je kan de pijn niet vluchten omdat je die zelf bent, als je
die hebt.
– Ja...
OVT: De pijn is de kennis die in betrekking staat tot de
werkelijkheid. De pijn is de kennis van de werkelijkheid. De pijn
is de ware kennis. De waarheid is dat de ware werkelijkheid
samenvalt met de pijn én met je eigenste bestaan. Je kunt jezelf
niet bevrijden van je pijn omdat je ermee samenvalt en pas als je
pijn hebt, kun je niet meer betwijfelen dat je bestaat. De pijn wordt
noodzakelijk ervaren door het ik en alleen daar is elke twijfel aan
het feit of dit waar is, uitgesloten. Je twijfelt slechts op straffe van
nog meer pijn en dat wil je niet, dus ben je op dat punt heel zeker.
Volg je nog?
– Maar dan worden wij gedwongen om met de werkelijkheid in
betrekking te staan?
OVT: De pijn dwingt ons daartoe. En dat is een goede zaak.
– Waarom?
OVT: Anders bleven wij in een droom gevangen zitten.
(Wordt vervolgd)
(J.B., 23 april 2021)

Het interview met Omsk Van Togenbirger. (Tweede deel)

Het interview met Omsk Van Togenbirger. (Tweede deel)
Plotseling viel een schaduw in de kamer binnen en stond daar kennelijk op haar kousenvoeten een nogal corpulente vrouw van middelbare leeftijd en in witte schort in het deurgat:
– Kan ik jullie iets te drinken brengen?
– Wat aardig, antwoordde van Togenbirger, en dan wendde hij zich tot mij: best aardige mensen hier. Wil jij ook koffie? Als je zo goed wilt zijn ons een kannetje te brengen, zuster?
Geen minuut later reed zij een karretje op wieltjes naar binnen, kant en klaar gedekt met kopjes, suiker, melk en geurige koffie, ook de koekjes ontbraken niet.
– Dankjewel!
OVT: Ja, dankjewel! Waar waren we gebleven?
– Je stelde mij de vraag om je in alle eerlijkheid te vertellen of ik weet waar je bent.
OVT: Inderdaad, en weet je het?
– Ik heb geen flauw idee, zei ik.
Daarop neeg Omsk Van Togenbirger zich voorover, stootte bijna de kan koffie om en fluisterde: ik zal het je verklappen maar zeg mij eerst eens: waaraan dacht je hierheen gebracht werd?
– Eerlijk gezegd... het is een beetje akelig om zeggen maar... ik dacht aan de Griekse mythologie...
OVT: Je bedoelt Hades!
– Eigenlijk wel, ja, inderdaad, ik dacht: dit is de Styx, dit zijn Charon en de hellehond Cerberus en nu belanden wij in de onderwereld...
OVT: Wel, ik zal het je vertellen, mijn beste: ik bevind me hier exact in het gebied waarin het 'malin génie', de boze geest van René Descartes heerst, het gebied tussen droom en werkelijkheid! Je herinnert je dat toch nog, neem ik aan?
– Misschien wel, als je mij eventjes helpt om het geheugen op te frissen...
OVT: Rudolf Boehm had het erover in zijn Kritik der Grundlagen des Zeitalters. De grote Franse filosoof René Descartes ontdekt een gigantisch geheim, hij komt namelijk tot de vaststelling dat wiskundige waarheden zodanig waar zijn, dat ze zelfs gelden in de droom en dus in de onwerkelijkheid. Immers, ook in de droom is twee plus twee vier en tellen vierkanten vier zijden; ook in de droom is de som van de hoeken van een driehoek altijd honderdtachtig graden; ook in de droom is de kortste afstand tussen twee punten, een rechte. En Descartes weet wat dit betekent: de wiskundige waarheden en de zogenaamd zuiver theoretische of goddelijke kennis in het algemeen trekken zich kennelijk helemaal niks aan van het onderscheid tussen werkelijkheid en droom! Het kan de allerhoogste kennis klaarblijkelijk helemaal niet schelen of de zaken waar zij het over heeft wel echt bestaan! En dat, mijn beste, en luister nu goed: dat wil zeggen dat de allerhoogste kennis het niet aan haar hart laat komen of zij al dan niet betrekking heeft op de werkelijkheid; zij is er helemaal niet mee verbonden, precies zoals de retorica, die daarom de kunst is van het liegen, zoals al bleek uit de colleges van Michel Foucault over het vrijmoedige spreken of de parrhêsia. De kunst van de retorica, de wiskunde, de Euclidische meetkunde, de wijsbegeerte, kortom al datgene wat wij houden voor de abstracte, verheven, goddelijke kennis is in wezen onwaarachtig: het slaat allemaal op niets! Die zogenaamde wetenschap is zonder meer waanzin! Wel, in dat gebied van de waanzin bevinden wij ons hier ter plekke, in dit... instituut!
– Wat vreemd!
OVT: Dit bastion is het bastion van de kennis, mijn allerbeste! En in het bastion van de kennis worden degenen gehuisvest die de kennis dragen. Meteen zijn zij om de door René Descartes ontdekte redenen de dragers van de waanzin en de leugen. En zij worden hier heel goed verzorgd, zoals je zelf kunt zien: wil je nog wat koffie?
– Dank je...
OVT: De dragers van de waanzin worden hier heel goed verzorgd, zoals ik zei, en de reden daarvoor spreekt voor zich: zonder de waanzin is de werkelijkheid ondraaglijk.
– Is dat zo?
OVT: Wel, overdenk maar eens de woorden van de grootinquisiteur van Sevilla in de parabel van Fjodor Michajlovitsj Dostojevski. De paus is wereldheerser in Gods naam maar staat aan de zijde van de duivel.
– Dat is inderdaad de uitleg van de grootinquisiteur: de kerk beliegt de mensen voor hun eigen bestwil.
OVT: De grote geleerden geloven inderdaad dat zonder de waanzin, de werkelijkheid ondraaglijk is. Maar uiteraard hebben wij het nooit over waanzin: wij spreken over kennis alsof er geen vuiltje aan de lucht was! Wij hebben het over de waarheid, ook al weten wij heel goed dat de waarheid gelogen wordt, zie je? De werkelijkheid is dermate ondraaglijk dat wij niet anders kunnen dan liegen dat wij zwart zien. Wij worden geboren en wij gaan weer dood, maar wij zweren bij alles wat ons lief is dat wij niet sterven doch verrijzen naar het eeuwig leven en om die waarheid te kunnen grondvesten, bouwen wij ingewikkelde filosofieën, theologieën, gigantische hoofdstukken die samen een heilsleer vormen... Gigantische leugens! Begrijp je?
– Misschien een heel klein beetje...
OVT: Uiteraard is het geloof in tussentijd in duigen gevallen, leugens hebben nu eenmaal een beperkte houdbaarheid, ook al worden zij gedragen door een heel leger aan geniale kardinalen. Maar kijk: de kerk is nog niet kopje onder of zij heeft reeds een remplaçant. Wat zeg ik? Een opvolgster! De heilige wetenschap! Neen, wij laten ons niet meer dopen, velen laten zich in deze tijden zelfs ont-dopen! Wij laten ons nu vaccineren, wat eigenlijk op hetzelfde neerkomt.
Omsk Van Togenbirger neemt een koekje uit het tinnen schaaltje op het karretje, hij doopt het in zijn hete koffie, er breekt een stuk af en het tuimelt in de zwarte drank. Hij neemt zijn lepeltje en doet een poging om het stukje koek op te vissen maar het is te laat: de structuur van de speculaas heeft het begeven, er rest alleen nog gruis. De oude man roert het gruis onder de koffie en slurpt dan ongestoord luidruchtig van zijn kopje. Wanneer hij het kopje neergeplaatst heeft in het schaaltje, zucht hij diep, zoals mensen doen na het leveren van een zware inspanning. Mijn zijn betoog heeft er kennelijk niet van te lijden.
OVT: “Welkom in het gemeentelijke vaccinatiecentrum!”, zo klinkt de indrukwekkende uitnodiging van hogerhand, op grote borden in zeven haasten in elkaar getimmerd op het dorpsplein voor de kerk. Inderdaad, de kerkgebouwen van weleer werden omgedoopt tot vaccinatiecentra. Nu het hiernamaals plaats gemaakt heeft voor het hiernumaals, heeft het doopsel waarbij met de duivel uit de ziel het kwaad verdreven werd waarmee elkeen geboren wordt, plaatsgemaakt voor de vaccinatie: het exorcisme van het virus uit het lijf. Want ook het woord 'virus' betekent 'duivel', het is namelijk het Latijnse woord voor 'gif' ofwel 'ziekteverwekker'.
– Ik moet bekennen dat ik het allemaal niet zo goed kan vatten...
OVT: Kijk, mijn beste: ik zal een poging doen om het je uit te leggen. Getallen zijn in feite schimmen, evenals meetkundige figuren en al die andere ideeën die de hoofden vullen van dat soort van mensen die hoeden dragen om hun schedelomvang nog wat groter te doen lijken en aldus nog meer te kunnen imponeren met hun leugens. Inzake algebra, meetkunde, wijsbegeerte en wetenschappen spreken wij over zuivere ideeën weliswaar maar in wezen gaat het om zaken die helemaal geen stek hebben in de echte wereld en om die reden moeten wij belijden dat zij zich bevinden in de schimmenwereld of de Hades.
– Is dat dan zo?
OVT: Ongetwijfeld! Denkers, filosofen, theologen, wetenschappers, zij die de welsprekendheid beoefenen en nog vele andere zogenaamde waarheidszoekers en geleerden: zij zijn allen lieden die zich inlaten met niets dan schimmen en zo onttrekken zij tenslotte ook zichzelf aan het werkelijke leven, ja, worden zij zelf schimmen; zij bevolken het bastion van de wetenschappen en van al die andere telgen van de wijsbegeerte; het bastion van de kennis dat het bastion is van de waanzin, de wereld van de mistigheid, de duisternis, de schemering, de nevelen, het ongrijpbare en het transparante: Hades!
Hij wijst in de richting van een raampje dat ik nu voor het eerst opmerk en dat uitgeeft op de donkere wal die het gebouw helemaal in haar greep houdt.
OVT: Het water waar wij ons nu middenin bevinden, in dit eigenste esbattement, drukt deze toestand tussen werkelijkheid en onwerkelijkheid bijzonder goed uit want water is tegelijk echt stoffelijk en ongrijpbaar; wij kunnen het niet grijpen maar het water zelf kan ons wel grijpen, terwijl het tegelijk de bron is van het leven, precies zoals de ijle droom, waaruit nochtans alles voortspruit dat een tastbare gestalte heeft gekregen. En het is die gestalte die nog van de droom getuigt en van het schimmige van de stof, het dodenrijk. Elke stof immers heeft een vorm en de vorm is het geestelijke dat vastzit aan de stof en er toch los van is; de vorm is het ongrijpbare aan de stoffelijke dingen, datgene wat zich voortplant als het stoffelijke waarop het vastzit, zelf vergaat. Het schimmige, begrijp je, is tegelijk het blijvende, dat wat helemaal niet onderhevig is aan de tand des tijds! Uitgerekend om die reden en om geen andere zijn het schimmen die het dodenrijk bevolken: alleen zij ontsnappen aan het lot dat al het vermeend werkelijke is beschoren!
– Vreemd, wat je allemaal zegt...
OVT: Zie je: als de woorden die ik tot je spreek, nu worden neergeschreven, dan zijn dat tekens en tekens zijn onstoffelijke dingen die om zich te manifesteren ongeacht welke materie te baat kunnen nemen: inkt, krijt, lichtpixels, welbepaalde klanken, noem maar op. Tekens zijn schimmen maar het bestaan van schimmen is standvastiger en duurzamer dan dat van de stof waarop de tekens parasiteren. Daarom staat de stoffelijke wereld helemaal ten dienste van het bastion van de waanzin dat de wereld draaglijk maakt, precies zoals de duisternis het licht draaglijk maakt omdat zij het dempt. Begrijp je? De wereld staat ten dienste van het dodenrijk omdat het uitgerekend de schimmen zijn die de wereld leefbaar maken. Het leven en de dood: alle kinderen in de ganse grote kosmos ontspringen aan de liefde van dit niet te temmen koppel. Begrijp je dat, mijn allerbeste? En wil je nog een kopje koffie? En begrijp je nu ook dat de koffie een kopje behoeft zoals het ijle en voorbijgaande, stoffelijke leven nood heeft aan de standvastigheid van het dodenrijk?
Ik begrijp het niet maar ik knik gedwee omdat ik geloof te begrijpen dat dit de zuiverste waanzin is die men maar kan bedenken. Ik geloof dat ik begrijp dat zij past in de kennis zoals de koffie in het kopje en zoals de vorm van het kopje in de steen waaruit het bestaat. En als ik mij afvraag of het nu de vorm is van het kopje die de koffie draagt ofwel de steen, herinner ik mij Plato die Socrates aan iemand de vraag laat stellen of het dan het hoofd is dat ervoor zorgt dat de ene een kop groter is dan de andere, ofwel de benen.
(Wordt vervolgd)
(J.B., 17 april 2021)

Het interview met Omsk Van Togenbirger. (Eerste deel)

Het interview met Omsk Van Togenbirger. (Eerste deel)
Uiteindelijk is het ons gelukt om een bezoek met hem te regelen. Over de details kan hier verder niet veel worden gezegd. De plek waar de heer Van Togenbirger zich bevindt, is afgelegen, geen mens zou er geraken zonder een gedetailleerd plan. Onze gesprekspartner logeert in wat men een instituut zou kunnen noemen. Het gaat om een niet al te groot doch tamelijk indrukwekkend bouwwerk, vermoedelijk daterend uit het begin van de vorige eeuw. Het geheel doet een beetje denken aan een kasteel, vooral vanwege de wal er rond: het gebouw staat in het water. Er is een ophaalbrug maar op het ogenblik van onze aankomst is deze buiten gebruik zodat we moeten overvaren. Het is avond en al donker en koud en het water doet mij een beetje denken aan de beschrijvingen van de Styx uit de Griekse mythologie maar dat heeft dan vooral te maken met de veerman die immers vergezeld is van een grote, zwarte hond. Ik wacht mij er overigens van om daar een toespeling op te maken omdat de man in kwestie niet bijzonder vriendelijk overkomt en nog minder vriendelijk is de hond: hij gromt wanneer ik in het bootje stap, waarop de veerman mompelt dat hij totaal ongevaarlijk is, wat, zoals iedereen weet, alle bazen zeggen over hun geliefde monsters. Het bootje vaart door een open poort het kasteel naar binnen tot in een kleine ruimte die net genoeg verlicht is om daar zonder ongelukken aan te kunnen meren. De veerman helpt mij uit de boot en mompelt andermaal waaruit ik begrijp dat hij wacht op een fooi maar omdat ik dit scenario helemaal niet voorzien heb en slechts beschik over mijn betaalkaartje, moet ik hem teleurstellen. Een bediende wacht mij al op bij een nu hel verlicht portiek en wij komen in een gang terecht waarvan een zijdeur uitgeeft op een klein wachtzaaltje dat slechts wat klaarte vangt door de openstaande deur vanuit de gang. Na ruim een half uur hoor ik naderende voetstappen, niet van schoenen maar van sloffen en ik heb helemaal niet verwacht dat de sukkelachtige gang die ik uit de geluiden wel moet afleiden, deze van Omsk Van Togenbirger is. De verschijning in de deuropening grijpt mij naar de keel: Omsk is niet meer van de jongsten en het is niet bepaald lang geleden dat we elkaar nog gesproken hebben maar indien het niet de man was op wie ik wacht, dan zou ik Omsk Van Togenbirger helemaal niet meer hebben herkend in de fragiele, ineengedoken schaduw die zich nu bewegingsloos aftekent tegen het licht in de gang. Anders dan gewoonlijk wordt de aanvang van ons weerzien vergezeld van een kennelijk wederzijdse emotie die zich verraadt in zijn stem maar die binnen de paar seconden plaatsmaakt voor nuchterheid en rede. Van Togenbirger neemt plaats op de bank tegenover mij en op het ogenblik dat hij teken doet naar mij dat ik mijn mondmasker mag afdoen, merk ik dat hijzelf er helemaal geen draagt, al kan ik in deze halve duisternis van zijn gezicht nauwelijks meer zien dan de contouren. Hij maakt geen aanstalten om een licht op te steken en ten slotte werkt licht alleen maar storend als aandachtig luisteren de boodschap is. En dat moet ik doen, nu ik ineens voel dat dit misschien wel ons allerlaatste gesprek kon zijn, dat tevens een gesprek zal worden over het einde van de wereld.
- Dit lijkt wel het einde van de wereld waar u bent beland, mijn beste Omsk Van Togenbirger, zo probeer ik geheel onhandig en fout het gesprek op gang te brengen maar het is eruit voor ik goed en wel besef wat ik gezegd heb. Hij antwoordt niet meteen doch knikt een hele poos nadenkend en zijn zwakke stem maakt andermaal dat ik met hem te doen heb:
OVT: Het einde van de wereld, ja, zo kun je het wel stellen. Weet je hoe ik hier terecht gekomen ben?
- Euh... neen...
OVT: Met een vloot! Reusachtige zeilschepen! En middenin de nacht! Ik weet heus niet, mijn beste, hoe deze plek er van buiten uit gezien uitziet, ik ken alleen de binnenkant... voor zover ik de binnenkant ken, natuurlijk. Ziet u?
- Zeker, zeker... Verblijven hier veel... mensen?
Het scheelde niet veel of ik had 'patiënten' gezegd en ik vermoed dat Van Togenbirger dit niet op prijs zou stellen.
OVT: De bediening is hier redelijk maar men merkt wel dat het er allemaal niet heel veel meer toe doet, nu de tijd bijna op is, ziet u?
Ik weet niet goed wat hierop te antwoorden. Gelukkig neemt hij weer het woord:
OVT: Aan alles komt een einde, aan alles en aan iedereen, dat weten wij uit ondervinding, maar wij realiseren het ons niet vooraleer het inderdaad zover is en dat maakt dat wij belanden in een waanzin, een collectieve waanzin die de waanzin van de wereld is. De paradox wil nu dat, eenmaal wij uit die waanzin stappen, wij als waanzinnig worden weggezet. En zo bang is men voor diegenen die de schellen van de ogen zijn gevallen, dat men hen wegbrengt naar afgelegen plekken aan de andere kant van de oceaan. O-ce-aan: vind je dat niet een prachtig woord? Van in mijn kindertijd vond ik dit al een prachtig woord, misschien voorvoelde ik wel dat er ooit een dag zou komen... Maar vertel nu eerst eens: wat heeft je hierheen gebracht? Toch niet de vraag wat er nu met de wereld zal gebeuren?
- Je raadt het goed, ja: wij vragen ons wellicht allen af wat er te gebeuren staat, zeker sinds blijkt dat de gesneuvelden steeds jonger worden. En waar zal dat eindigen? Als iemand daar een verklaring voor heeft, dan wel Omsk Van Togenbirger, zo dacht ik, en vandaar...
OVT: En waarom vraag je geen raad aan virologen? Ik ben helemaal geen viroloog!
- Het lijkt mij dat het om veel meer gaat dan alleen maar om virussen. Ik heb het gevoel dat men zich blind kijkt op die dingen...
OVT: Misschien heb je wel gelijk. Maar ikzelf ga te rade bij de viroloog! We hadden het al over Luc Montagnier, nietwaar?
- De nobelprijswinnaar die het virus dat aids veroorzaakt, afzonderde?
OVT: Inderdaad.
- Ik herinner me het interview met de man op televisie, ja.
OVT: Wel, vertelde hij dan niet dat het coronavirus in een lab gemaakt werd en dat er twee fragmenten van het aidsvirus in zitten?
- Dat herinner ik me, ja.
OVT: Mensen die het aidsvirus opgelopen hebben, sterven niet meteen: de zwaksten sterven na relatief korte tijd, de sterksten blijven soms nog jaren in de waan dat hen helemaal niets schort.
- Kennelijk is dat het geval, inderdaad.
OVT: Wel, waarom zou het er dan anders aan toe gaan met het coronavirus dat eigenlijk aidsfragmenten transporteert?
- Wat bedoel je?
OVT: Eerst heeft men verteld dat er alleen ouderlingen aan sterven met onderliggende aandoeningen, nietwaar?
- Ja, dat hebben wij inderdaad vernomen in het nieuws: het virus heeft een voorkeur voor vijfentachtigplussers met onderliggende aandoeningen...
OVT: Juist. En vervolgens vertelde men dat de mensen die medische hulp nodig hebben omwille van besmetting met corona, steeds jonger worden, nietwaar?
- Inderdaad... Het lijkt erop dat het virus het ineens gemunt heeft op een andere leeftijdscategorie, een categorie van wat jongere mensen: zestigers...vijftigers...
OVT: Maar dat kan toch niet!?
- Hoezo?
OVT: Je ziet toch wel direct dat dit gezichtsbedrog is?
- Ik vrees dat ik je niet helemaal begrijp...
OVT: Mijn beste: het virus wordt overgedragen met niesbuien, door aanrakingen, rechtstreeks én onrechtstreeks en via de lucht: het besmet kortom iedereen en wel binnen de kortste keren, laat daarover niet het minste misverstand bestaan!
- Is dat zo?
OVT: Precies! Maar eerst sterven de zwaksten onder ons. Eenmaal die dood zijn, laat ons zeggen na een half jaar, komen diegenen aan de beurt die een klein beetje sterker waren dan de allerzwaksten en dat zijn dan door de band diegenen die een beetje jonger zijn dan de zieke ouderlingen, of vergis ik mij?
- Dat lijkt mij correct, ja...
OVT: Vervolgens, laat ons zeggen na een jaar, komen degenen aan de beurt die sterk genoeg waren om nog een jaar lang gezond te blijven met het virus.
- Lijkt mij logisch, ja.
OVT: Dan volgen na bijvoorbeeld anderhalf jaar diegenen die nog sterk genoeg waren om het anderhalf jaar te overleven.
- Ja...
OVT: Zie je? Het lijkt alsof het virus het gemunt krijgt op steeds jongere mensen maar wat in feite gebeurt, is veel redelijker dan dat: het virus blijft zichzelf en het besmet iedereen maar de zwaksten worden eerst geveld en dan volgen de minder zwakken, totdat op een dag ook de allersterksten aan de beurt zijn.
- Bedoel je nu echt dat je denkt dat het mensdom zal uitsterven?
OVT: Niet noodzakelijk, mijn beste: de allersterksten zullen wellicht oud zijn als zij bezwijken en in tussentijd hebben zij zich al voortgeplant, zie je? Want op die manier is het in feite altijd al gegaan!
- Maar het coronavirus is toch nieuw?!
OVT: Ha, dat zeg jij! Volgens mij bestaat het al millennia. Zoals alle andere virussen trouwens behoort het wellicht tot de alleroudste levensvormen! Want ook hier is gezichtsbedrog in het spel, zie je?
- Neen...
OVT: Zie je dat echt niet?
- Neen...
OVT: Er zijn ontelbare virussen die ons ziek kunnen maken maar uiteraard sterven wij altijd van het kwaadste virus en nooit van het meest goedaardige. Meer zelfs: wij sterven altijd van het allerkwaadste virus en nooit van het virus dat in de rangorde van kwaad naar goedaardig op nummer twee staat. Want hoe kon iemand nu het kwaadste virus overleven en dat wat al was het maar een beetje goedaardiger is, niet? Dat ware toch onzin? Hoe kon een bokser het gevecht winnen tegen de wereldkampioen boksen en verliezen tegen de nummer twee? Als wij moeten opboksen tegen een leger virussen, mijn beste: denk jij dan ook niet dat wij zullen verslagen worden door het kwaadste en niet door de nummers twee, drie of vier? Meer nog: van de nummers twee, drie, vier en al die ontelbare andere, weten wij helemaal niets af zolang de nummer één aan de macht is, om het zo te zeggen. Het is pas nadat de nummer één helemaal verslagen is, dat de nummer twee opduikt als uit het niets en op zijn beurt aan de haal gaat met de zwaksten onder ons. Zolang de nummer één heerst, weten wij zelfs niets af van het bestaan van de ontelbare rij volgelingen. Zolang kijken wij ons gewoon blind op nummer één en geloven wij dat eenmaal wij één hebben bedwongen, wij veilig zijn, ha! Maar dan herbegint het spel natuurlijk! En het is altijd zo geweest!
- Daar zit iets in... Maar wat vinden de medici van die uitleg, of heb je er nog met niemand over gesproken?
OVT: Mijn uitleggingen hebben daarin geresulteerd dat ik hier nu mijn verblijf heb, mijn beste. Maar zeg mij eens in alle eerlijkheid: waar ben ik?
(Wordt vervolgd)
(J.B., 16 april 2021)

Hoe de Oekraïne haar kernarsenaal werd ontfutseld en nu ook haar landbouwgronden

Hoe de Oekraïne haar kernarsenaal werd ontfutseld en nu ook haar landbouwgronden

Als wij ons vanuit België zo'n 1400 km naar het oosten toe verplaatsen, bereiken we de grenzen met Oekraïne, 'de graanschuur van Europa' en sinds 1986 uiteraard bekend vanwege de kernramp in Tsjernobyl dat nabij de hoofdstad Kiev is gelegen.
Oekraïne is na Rusland het grootste Europese land: België kan er twintig keer in en haar zeer vruchtbaar landbouwgebied, de 'zwarte aarde' genoemd, is zo groot als Frankrijk en Duitsland samen.
Duizend jaar geleden stichtten het Scandinavische volk de Varjagen het Kievse Rijk dat Byzantijns Christelijk werd en dat nu nog steeds overwegend christelijk is. In 1240 vielen de Mongolen er binnen, vervolgens viel het onder Litouwen dat met Polen fusioneerde en het raakte verdeeld in een oosters en een westers stuk.
Na de Oktoberrevolutie van 1917 en de Russische burgeroorlog (1917-1922) maakte Oekraïne als SSR deel uit van de USSR. Oekraïne kwam onder het juk van twee volkerenmoordenaars: Stalin brak het verzet van de boeren tegen de toe-eigening van de landbouwgrond door de staat door de Oekraïners uit te hongeren en deze zogenaamde 'holodomor' kostte in 1932-'33 aan tien miljoen mensen het leven. En onder Hitler verloor het land in 1941 een zesde van zijn bevolking. Pas na 1945 werd de Oekraïense SSR opnieuw welvarend. Onder Chroetsjov werd de Krim bij Oekraïne geannexeerd 'als gebaar van vriendschap'.
De recente geschiedenis van de Oekraïne is weer woelig. Na de staatsgreep in Moskou in 1991 waarbij gepoogd werd om de regering Gorbatsjov omver te werpen, riep het parlement van Oekraïne de onafhankelijkheid van het land uit. Die werd bevestigd door een referendum en ook de Krim stemde zich onafhankelijk. Een afschrikwekkend feit was echter dat de Oekraïne naast de Europese graanschuur ook een nucleaire kernmacht was met een gigantisch arsenaal aan kernwapens.
In 1994 bekwamen de VS, Rusland en Engeland dat Oekraïne zijn 1800 kernraketten liet vernietigen in ruil voor zijn soevereiniteitsgarantie... waar de huidige president Zelensky naar verwijst, nu de Russen zijn land lijken binnen te vallen. De gewezen TV-komiek kwam nota bene aan de macht in 2019 waarmee hij zijn Russisch gezinde voorganger van de troon stootte maar niet alle boeren zijn opgezet met zijn komst omdat hij multinationale geldschieters faciliteert om de Oekraïense landbouwgronden op te kopen terwijl een eerdere regeling de grond onder het volk had verdeeld zodat de boeren er konden van leven.
Overigens ook in andere gewezen Oostbloklanden blikken sommigen na een wat overhaaste aansluiting bij het westen met wat heimwee terug naar de 'goede oude tijd' en dat verdeelt uiteraard de gemoederen.
(J.B., 12 april 2021)
Geraadpleegde bronnen:
(*) https://nl.wikipedia.org/wiki/Oekra%C3%AFne
(**) https://www.trouw.nl/nieuws/oekraine-kan-zich-nu-echt-ontwikkelen-tot-europese-graanschuur-tot-woede-van-zelfstandige-boeren~b7608ab4/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

Wordt de westerse vrijheid hoe dan ook bedreigd?

Wordt de westerse vrijheid hoe dan ook bedreigd?

Het door opportunistische potentaten geïnstalleerde panopticum dat ons berooft van privacy is net zoals de geïnstitutionaliseerde religie en de theocratie uit vroegere eeuwen een aanslag op onze vrijheid en derhalve ook een aanslag op de mens als zodanig.
Dezer dagen echter verdubbelt zich de vernietigingskracht van die aan de gang zijnde ramp door een zich aankondigende fysieke geopolitieke oorlog ingevolge een zich herschikkend evenwicht (of onevenwicht) in de wereldpolitiek. Dictaturen moeten het namelijk hebben van volgzame massamensen en gewillige, gemakkelijk programmeerbare soldaten.
In het verleden nam de kerk de programmeerbaarheid van het volk voor haar rekening, in de zogenaamde Verlichting geschiedde conditionering vooral middels geld en een bijkomende derde factor welke de bestuurbaarheid van de massa in de hand werkt, voltrekt zich via de manipulatie middels de nieuwste technologieën. Vandaag echter nemen de potentaten al deze elementen samen te baat waardoor hun effectiviteit zich verveelvoudigt.
Nu de Russen hun troepen naar de grens met Oekraïne sturen, kennelijk met de bedoeling om daar met de tactieken, beproefd bij de annexatie van de Krim, een gelijkaardige slag te slaan die zij dan hopen te herhalen op het grondgebied van de landen die zich na de Tweede Wereldoorlog van het Oostblok hebben losgetrokken om aldus het verloren gebied terug te winnen, dringen de Amerikanen er bij hun Europese NAVO-partners op aan om de Oekraïne militair te gaan verdedigen. Echter, nu Europa daar niet toe in staat blijkt omdat de landen waaruit de Unie samengesteld is, er tegen hun zin deel van uitmaken, bieden plotseling de Turken hun diensten aan.
Of was men dan vergeten dat Turkije met een troepenmacht van 735.000 plus een reserve van 380.000 beschikt over het grootste Europese leger en een van de grootste legers ter wereld? Met een dienstplicht voor alle mannen tussen 20 en 41 jaar, bestaat het Turkse leger uit troepen die, heel anders dan de ondergedisciplineerde en ongeoefende Europese eenheden, dankzij hun semi-theocratie met sterk nationalistische tendensen, nog altijd bereid blijken om gevechten op leven of dood aan te gaan waarin zij trouwens geoefend zijn door hun deelname aan verschillende recente conflicten zoals de nog aan de gang zijnde oorlog met Syrië die eveneens een geschil is aan de grens van de Oosterse met de Westerse invloedssfeer.
Een grondige herschikking van de machtsverhoudingen in het Westen ligt voor de hand nu de Russische dictator de internationale destabilisering van vooral de meest ontwikkelde samenlevingen, die immers ook de meest broze zijn, lijkt te zullen aangrijpen om een slag te kunnen slaan. De pogingen van Amerika om Europa te destabiliseren sinds haar oprichting en vooral sinds de opkomst van de Europese munt die de Amerikaanse dollar als investeringsmunt dreigde voorbij te steken, hebben hun vastberadenheid niet kunnen verhullen waar zij middels verholen activiteiten steun verleenden aan de Europese nationalisten teneinde de verbrokkeling van de EU te kunnen bespoedigen. Het daaruit volgende tanende enthousiasme van het westerse gedeelte van de Europese NAVO-partner blijkt, paradoxaal genoeg, het oosten en met name het vaak als dictatuur weggezette Turkije een mooie kans te bieden om zich als onmisbare toeverlaat van het 'vrije westen' naar het voorplan te werken. Als zich eerlang en dichter bij huis meer grensgeschillen gaan ontrollen naar het model van het conflict in Syrië en van dat over de Krim, zal door zijn bondgenootschap met Amerika, de Turkse staat aan invloed winnen binnen Europa en wellicht valt dan te verwachten dat in het zog daarvan ook culturele en religieuze invloeden zich gaan doen gelden, zodat wat in Europa overblijft van de christelijke cultuur en van de Verlichting, de duimen zal moeten leggen voor de een islamitische theocratie. De weerstand van de massa tegen het acute gevaar van een fatale vrijheidsberoving van de westerse burgers, dreigt echter definitief gebroken te worden als zich het spookbeeld manifesteert waarbij een op religie en nationalisme gebaseerd fascisme een pact zou sluiten met het panopticum van de technocraten.
(J.B., 11 april 2021)

Meer van Tisallemaiet

↑ Terug naar de berichten