Het interview met Omsk Van Togenbirger (Negende deel)
Het interview met Omsk Van Togenbirger (Negende deel)
– Omsk Van Togenbirger, je vertelt dat de mens wegvlucht in
wanen omdat hij niet bij zichzelf kan blijven. Pascal zei dat
trouwens ook al: de ergste kwaal van een mens is dat hij niet op
zijn kamer kan blijven. Maar worden de zaken in deze voorstelling
niet op hun kop gezet? En is het niet veeleer zo dat de mens niet
bij zichzelf kan blijven precies omdat hij zoekt naar... neen, niet
naar waanzin maar naar zin? Met andere woorden: laat de mens
zich met allerlei zaken in omdat hij geen rust vindt in zichzelf of
vindt hij geen rust in zichzelf vanwege die drang naar anders en
naar meer? Jij spreekt dan over waanzin, maar kan je het voor
hetzelfde geld ook niet hebben over zin? Zoekt de mens zin omdat
hij onrustig is of is hij onrustig omdat hij naar zin zoekt?
OVT: Het is een feit dat de mens onrustig is en dat hij daarom
hetzij vlucht hetzij zoekt. Waar hij van zichzelf wegvlucht, is
sprake van waanzin; waar hij zoekt, zoekt hij uiteraard naar zin.
En dat wil zeggen dat hij die zin niet in zich heeft. Of tenminste,
dat hij gelooft dat hij die zin niet in zich heeft.
– En wat van de twee is dan het geval?
OVT: Dat is een zeer goede vraag. En misschien is het wel
wezenlijk voor de mens dat hij door zijn natuur wordt aangezet
om te gaan zoeken. Kijk, kinderen voelen zich nog goed in hun
vel, zij zijn als het ware nog altijd tentakels van hun moeder. Maar
eenmaal de puberteit is ingezet, voelen mensen zich niet langer
tevreden bij zichzelf: zij worden onrustig vanwege een ingeboren
verlangen, een verlangen naar... een wederhelft. De Oud-Griekse
wijsgeer Plato verklaarde dat verlangen vanuit de mythe dat de
koppels die zich vormen, in de oertijd ooit één en dezelfde mens
waren. Het verlangen van geliefden naar elkaar is in feite de
heimwee naar een verloren eenheid. De menselijke onrust wordt
althans aangevoeld op een vergelijkbare manier, namelijk als het
besef iets kostbaars verloren te hebben. En niet zomaar iets
waardevols, zoals een geldbeugel, maar wel het meest waardevolle
dat men zich maar bedenken kan: zichzelf! De mens kan niet in
zichzelf rusten totdat hij zijn wederhelft gevonden heeft en dan
lijkt het voor hem alsof hij zichzelf gevonden heeft.
– Dat is alvast een mooie uitleg...
OVT: Iedereen kan bij zichzelf nagaan dat die gevoelens van
heimwee, verliefdheid en het terugvinden van zichzelf of het
herstel van een verloren geluk, waarachtig zijn.
– Ontegenzeggelijk.
OVT: De mythe van Orpheus en Euridicè zoals verhaald door
Vergilius en door Ovidius heeft het over de noodlottigheid in die
werkelijkheid: wanneer Orpheus' geliefde Euridicè na een
adderbeet sterft en in het dodenrijk belandt, is Orpheus danig
ongelukkig dat hij naar haar op zoek gaat in de Hades zelf: liever
is hij dood dan zonder zijn wederhelft te moeten verder leven. Zijn
smeekbede maakt de harten van de meest hartelozen, de heersers
van de onderwereld, week en zij staan Orpheus uiteindelijk toe dat
hij zijn Euridicè terughaalt. De voorwaarde is wel dat hij
gedurende de terugweg naar het leven, zijn ogen van haar af
houdt. Edoch, dezelfde begeerte die hem naar haar doet verlangen,
maakt dat hij haar weer verliest en dit keer voor immer: hij kijkt
om. Hij wordt verscheurd en zijn geluk is definitief voorbij.
– Ik las het verhaal in een boek dat de Griekse mythologie vertelt
in honderdzesendertig verhalen. (*)
OVT: Met zijn verhaal over de oorspronkelijke oertijd-mensen
waarvan wij in feite slechts helften zijn, verklaart Plato overigens
evenzeer dat sommige koppels bestaan uit mensen van hetzelfde
geslacht: niet een mogelijk gemeenschappelijk doel, zoals
kinderen krijgen, brengt mensen samen maar een
gemeenschappelijke oorsprong. Mensen vinden elkaar niet vanuit
een verlangen naar kinderen maar vanuit een terugverlangen naar
zichzelf. Het verlangen naar kinderen dat het verlangen is naar het
vereeuwigen van die eenheid, komt gebeurlijk later. Dat laatste is
natuurlijk, het eerste heeft iets dat het louter natuurlijke te boven
gaat.
– Inderdaad...
OVT: Uiteraard gaat de onrust waarvan sprake niet over de
menselijke wederhelft maar wellicht is er geen betere vergelijking
mogelijk om het aangeboren gemis dat ons doet zoeken aan te
duiden, dan de vergelijking met het zoeken naar zijn wederhelft.
– Het zoeken naar zin is geen waanzin?
OVT: Niet te vlug hier! Sommigen hebben het over de mens als
zingever en dat zou ik ten stelligste willen tegenspreken. Ik geloof
niet dat mensen in staat zijn om geheel uit zichzelf zin toe te
voegen aan de dingen, het lijkt mij op zijn zachtst gezegd een
beetje aanmatigend om zoiets te geloven. We kunnen uiteraard wel
zin ontdekken en dat is iets helemaal anders.
– Wat is dan het verschil?
OVT: Hun zin ligt reeds in de dingen zelf besloten: wij kunnen er
niet iets uit halen wat er niet al in zit, begrijp je?
– Toch niet...
OVT: Wel, kijk jij soms televisie?
– Dat gebeurt, ja.
OVT: Rij je met de auto?
– Soms.
OVT: Heb je lampen hangen thuis?
– Jazeker... Jij wil het hebben over elektriciteit.
OVT: Bijvoorbeeld! En is elektriciteit een uitvinding of is het een
ontdekking?
– De bliksem was altijd al in de natuur aanwezig en in 1752 heeft
Benjamin Franklin de bliksemafleider... uitgevonden en de
elektriciteit... ontdekt.
OVT: Eigenlijk kenden de Oude Grieken dat al, ze wekten
statische elektriciteit op door met wol over barnsteen te wrijven en
dat noemden ze dan barnsteenkracht. Elektron is trouwens het
Griekse woord voor barnsteen. Sommige vissen, zoals de
sidderaal, kunnen elektrische vonken opwekken en zelfs
bombardeerkevers kunnen vuur maken. De vuurspuwende draken
lijken in die context helemaal geen verzinsels meer te zijn: net
zoals de kabouter en de reuzen blijken heel wat werkelijkheden uit
de sprookjes alles behalve verzonnen. Het is opnieuw
aanmatigend om zomaar te gaan veronderstellen dat de dingen die
wij niet kennen, ook niet bestaan, alsof ze bestonden omdat we ze
kenden. Alsof wij het natuurrecht hadden om alles te kennen.
Alsof het de dingen verboden was om te bestaan totdat wij er
kennis van namen. Maar wat ik wilde zeggen, is dit:
televisiekijken, stofzuigen, het huis verlichten: het zijn dingen die
als mogelijkheden sinds het begin der tijden in de natuur besloten
lagen en ons aandeel erin bestaat enkel uit het vinden van die
dingen, het ontdekken ervan. Het gaat om een zin die wij
gevonden hebben, niet om een zin die zijn oorsprong vindt bij ons.
Wij hebben de elektriciteit ontdekt, dat wil zeggen: wij hebben
hem gevonden maar hij was er al, het is alsof hij lag te wachten
om ontdekt te worden. Die vindingsdrang ligt wellicht in de
menselijke natuur besloten, zoals ook de plant het voedsel zoekt
en vindt dat zij dan omzet in haar levensvormen. Wat dan ook niet
betekent dat bijvoorbeeld het paard geschapen is om de kar te
trekken, zoals sommigen geloven. Wijzelf kunnen bedoelingen
hebben maar we moeten ons ervoor hoeden om ze in de dingen
buiten ons te projecteren want ook dat is waanzin.
Zijn degenen die geloven dat er een pandemie aan de gang is,
waanzinnig?
OVT: In geen geval: er zijn ontelbare pandemieën aan de gang en
dat is ook altijd al het geval geweest: alle wezens strijden
onderling om een zo groot mogelijk stuk van de koek. Waanzinnig
is wel het fenomeen waarvoor Ivan Illich waarschuwt in een van
zijn laatste teksten: mensen die gaan denken dat het normaal is om
te verlangen naar een perfecte gezondheid. Het is volstrekt
uitgesloten dat iemand altijd 'gezond' is omdat het leven een
voortdurend gevecht is tegen ziekte, aftakeling en dood, waarbij
het niet alleen normaal is maar tevens onvermijdelijk dat wij dit
gevecht vroeg of laat zullen verliezen. Wie zich daar niet kunnen
bij neerleggen, zijn waanzinnig en aan die waanzin lijden ook
steeds meer mensen omdat zij van de realiteit vervreemd zijn.
Verregaande vervreemding is ook wat maakt dat men tegen corona
aankijkt zoals men dat nu kennelijk wereldwijd doet. De actuele
visie op de mens, de wereld en de toekomst is een constructie van
een aantal potentaten die van de werkelijkheid vervreemd zijn
door het aanhangen van een wereldbeeld waarin zij zichzelf zien
als goden en waarin zij de mensen behandelen als hun vee.
(Wordt vervolgd)
(J.B., 2 mei 2021)
Verwijzingen:
(*) Zie: Kris Vansteenbrugge, Uit het schuim van de zee. De
Griekse mythologie in 136 verhalen. Zie ook:
https://www.bloggen.be/dzeus/archief.php?ID=3168481


