Brazielhout (Portugees: pau-brasil), ook pernambukhout, pernambuco en voorheen fernambuc genoemd naar de Braziliaanse deelstaat Pernambuco, is een houtsoort die afkomstig is van de in Brazilië inheemse boom Guilandina echinata of de brazielboom.
Het land (Brazilië) dankt vermoedelijk zijn naam aan de kleur van het hout, pau brasil is Portugees voor "hout, zo rood als een gloeiende sintel".
Het hout is oranje van kleur en verkleurt door blootstelling aan lucht en licht tot donkerrood.
Brazielhout is fijn van nerf en behoort tot de zware loofhoutsoorten.
Het is duurzaam en wordt onder andere toegepast voor strijkstokken, knoppen en grepen.
Tot de ontwikkeling van industrieel vervaardigde oxide pigmenten in de eerste helft van de 19e eeuw werd het tevens gebruikt in de verfindustrie.
De gemiddelde volumieke massa is 1100-1270 kg/m3.
Engels : Brazilwood, Pau-Brasil, Pau de Pernambuco, Ibirapitanga Duits : Brasilholz Frans : Le pernambouc, bois de Pernambouc, bois-brésil, pau-brasil
De brazielboom, is de leverancier van het pigment braziel.
Het pigment is veel toegepast als textielverf.
Brazielhout stond vroeger dan ook bekend als 'verfhout'.
Brazielhout is oranje van kleur.
Door blootstelling aan de lucht verandert de kleur in donkerrood.
Bloemen van de brazielboom
auteur : Mauroguanandi - vrije foto
Braziel wordt uit het hout van de brazielboom gewonnen.
Om het pigment eruit te halen wordt het hout geraspt.
Vervolgens vermengt men het geraspte hout met water.
Daarna blijft het mengsel een tijd staan.
Door de invloed van zuurstof verkleurt het mengsel van geel naar rood.
Tenslotte wordt zout aan het mengsel toegevoegd.
Daarna laat men het water verdampen, waarbij de zouten en het pigment uitkristalliseren.
Het pigment braziel werd vroeger veel gebruikt om textiel te verven.
Daarnaast is het toegepast in de miniatuurschilderkunst en bij de fabricage van inkt.
Stam van de brazielboom
auteur : Daderot - vrije foto
In de 16de, 17de en 18de en 19de eeuw (van 1596 tot 1815) moesten in het Rasphuis in Amsterdam jonge mannelijke gevangenen hout van de brazielboom (Caesalpinia echinata) met behulp van een acht- tot twaalfbladige raspzaag tot poeder raspen.
Dit poeder werd aan de verfindustrie geleverd, waar het door vermenging met water, oxidatie en inkoken, werd omgezet in een pigment, braziel geheten.
Dit werd onder meer gebruikt als textielverf.
Het bier wordt sinds 2007 gebrouwen in Brouwerij De Dochter van de Korenaar te Baarle-Hertog.
Bravoure
foto : brouwerij
Bravoure is een amberkleurig bier, type rauchbier (rookbier), met een alcoholpercentage van 6,5%.
Het stamwortgehalte (het aantal opgeloste stoffen zoals bv. gerst) is 15 procent.
Bravoure O.A.S.E. ( Oak And Spice Experiment) .
Het basisbier werd eerst gelagerd met toevoeging van rozemarijn, vervolgens 1,5 maand gerijpt op eiken vaten (whisky, cognac, wijn) en daarna geblend en gebotteld wat resulteerde in dit nieuwe bier.
De brave hendrik is een zeer oude groente, waarvan de geplukte bladeren maar één dag bewaard kunnen worden.
De jonge bladeren kunnen als spinazie gegeten worden en de jonge scheuten kunnen als een soort asperges klaargemaakt worden.
Zaden kunnen in de handel gekocht worden.
Ook heeft de plant een aantal geneeskrachtige werkingen.
In Duitsland worden de zaden van de brave hendrik gebruikt voor het vetmesten van kippen en wordt daar Fette Henne genoemd.
De wortels worden ook wel gebruikt tegen hoest bij schapen.
Chenopodium bonus-henricus
foto : K Andersent
De brave hendrik komt voor op bewerkte, vochtige, zeer stikstofrijke grond rondom boerderijen, mesthopen en plekken waar geürineerd wordt.
De plant wordt 15-60 cm hoog en bloeit van mei tot augustus met een vrij korte, sterk vertakte bloeiwijze.
De groene bloemkluwens zitten op de zij-assen dicht bij elkaar.
De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk in aantal afgenomen.
De soort staat op de Belgische Rode lijst van planten als bedreigd.
Een brassband is een orkestvorm met koperen blaasinstrumenten en een percussiesectie.
De brassband komt oorspronkelijk uit het Verenigd Koninkrijk en wordt gekenmerkt door een strikte bezetting.
Engels : Brass band Duits : Brass Band Frans : Brass band
Hoornse Brassband
auteur : Peter Steur / Erik Baas CC 3.0
Samen met harmonie en fanfare vormt het het trio "harmonie, fanfare en brassband", ook wel genoemd hafabra.
Dit zijn alle bands met een verschillende bezetting, maar zonder strijkers (uitgezonderd de harmonieën, waar vaak een contrabas aanwezig is).
Een brassband bestaat echter enkel uit koperblazers en slagwerk.
Anders dan de twee andere gebruikt de brassband geen trompetten maar kornetten.
De kornet is ontwikkeld uit de posthoorn en ziet eruit als een kortere versie van de trompet, maar heeft een rondere, zachtere klank.
Het traditionele model van de kornet wordt ook wel Shepherd's Crook genoemd.
In een harmonie worden doorgaans Franse hoorns gebruikt, maar in een brassband is de althoorn in gebruik.
De flügelhorn, althoorn, bariton(hoorn), eufonium en bastuba's zijn ontwikkeld door Adolphe Sax en deze familie wordt de saxhoorns genoemd.
Een Caribische brassband is een drumband, geen brassband.
Koperen blaasinstrumenten kunnen deel uit maken van een dergelijke bezetting, maar het slagwerk vervult de hoofdrol.
Brass Band Heist(België) winnaar van prestigieuze wedstrijd in Dover (11/2/2012)
Samen met de flügel zetelen de althoorns in het middenblok van de brassband.
Achter hen zitten de bassen.
Merk op dat de flügelhorn geen 'echte' hoorn is, maar in de brassband wel veelal gebruikt wordt als verlengde van de soloalthoorn.
Tevens vervult de flügel de rol van solist in de brassband.
De eufoniums, baritons en trombones zetelen in het rechtergedeelte van het orkest (vanuit het oogpunt van de dirigent).
Alle partijen worden traditioneel getransponeerd genoteerd.
UItzonderingen hierop vormen de bastrombone en het slagwerk.
Vervolgens zijn er ook nog slagwerkers aanwezig, meestal éán drummer, éán paukenist en éán voor xylofoon/bassdrum/klokkenspel.