280. Een leegte die zowat galmt

Ik vertel. Zinnen. Een verzameling van woorden. Onderwerp, werkwoord en lij-dend voorwerp. Een zin... en nog meer zinnen. Ik vertelde bespottelijke zaken. Ik vertelde van de rouw die er al geen meer is. Ik vertelde van onze uitstap. Ik vertelde. Ik had net zo goed niets kunnen vertellen. Veel verschil had het niet uitgemaakt;Zal het morgen beter gaan? Wie weet.
Ik weet het niet meer.
Ik weet niets meer. Nul. Nada.
De verloren dochter is teruggekeerd. So what? Binnen enkele jaren gaan ze in de buurt wonen van de zoon die mijn hart tot moes trapte.
Ik maak mezelf, zo grappig, nog steeds wijs dat ik er niet meer om geef... alles verdring. Omdat ik het anders niet aankan.
Dat is dus het resultaat van kinderen baren? Kinderen op de wereld zetten die je vervolgens psychisch kunnen vermoorden. Zo voelt het wel. Zo voelt het. Ze verwerpen je... en als je zou vragen waarom lazeren ze wat uit hun nek. Je hebt het vooral over je zoons. De ene promoveerde op zijn werk. En voelt zich nu een heel gewichtig persoon. Daar paste die armzalige mam toch niet meer in?
Hoe moeilijk moet dat voor hem geweest zijn om de minachting steeds te moeten horen die zijn 'chique' schoonouders over mij spuugden...? Zo moeilijk dat hij niet beter wist dan dàt over te nemen...?
Mijn kinderen... zijn sindsdien mijn kinderen niet meer... maar vreemden... mijn zoons werden egoïstische leugenachtige wezens... die de leugens nodig hebben om wat zij deden te vergoelijken... De waarheid zou hen de benen onder de romp maaien... het is een waarheid van lafheid... van zwakte... van verraad en hypocrisie.
Tjonge... dàt zij me de woorden wel.
















.gif)


