286. Niet te veel stil staan bij...

De triminus-neuralgie, de pijn daar waar die zenuwbanen liggen, bleef binnen de perken, steeds zeurend op de achtergrond maar te verdragen al is het vermoeiend en beperkt het je in je normale doen. Misschien daardoor en door de nawerkiing van al die pijnstillers dat het uitje gisteren wat aan me is voorbij gegaan? Alsof ik er nooit was. Ik zorgde voor voldoende rust (meende ik toch) en toch kwam ik met wondvuur aan mijn benen naar huis. Een verkoelende gel erop en rillend van de kou kroop ik erna in mijn bed, bedolven onder zoveel dekens alsof het putje winter was. Ik besef nu dat daar telkens die koude van kwam, van het wondvuur, te maken met de aderonstekingen, zelfs op warme, zelfs snikhete dagen kan die koude opduiken en dan duurt het minstens een half uur eer ik het warm krijg.
Goed het lijkt me duidelijk dat ik opnieuw non-stop aan mijn afweermechanisme moet werken want dat lijkt er belabberd aan toe te zijn. Verder wil ik er niet te veel bij stilstaan, alleen zorgen dat mijn afweer toch wat beter wordt.
Vandaag en morgen maak ik er een rustdag van al wil ik allerlei doen... Het wordt echter een vicieuze cirkel als ik daaraan toegeef... Ik wil namelijk de verloren dagen inhalen, maar als ik dat doe, word ik nog meer getroffen door allerlei mankementen... en resten nog minder dagen om klussen te klaren en uitstappen te maken. Dus... even op mijn tanden bijten (maar niet heus, want dan laat de triminus-neuralgie zich weer voelen).



















