Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
akke.beakke.be

Archief

ooit

ooit
ja ooit
val ik u nog eens lastig met een geschrift
zal de geur tussen mijn duim en wijsvinger inspireren
zoete woorden proklameren
wie weet Tek en War activeren
of men weet nooit zal ik over onmogelijke liefde spreken
over ontucht en verval
de toekomst zal dat wel bepalen
laten we nu slapen gaan
en wellustig dromen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:45 Reageer op dit bericht

11 augustus 2004

Ik ben vroeg thuis. Tijd om te beschrijven want ze komt pas om halfacht thuis.
Onderweg had ik regendruppels gevoeld. Het was voorspeld en ik had er de ganse dag naar uitgekeken.
Nu ik thuis ben gutst de regen over de koer. Ik probeer het beeld ervan te vangen voor het verleden want niets komt nog terug.

"Telkens opnieuw jouw licht in 't voorschijn" , een gedachte geschreven op een stuk papier uit mijn broekzak, onderweg bij opkomende zon in gekoelde velden.
Het doet er niet toe te zijn wie ik zou willen zijn. Alles is gelijk.
Een begin van een dag met toevalligheden gevangen in vooropgestelde zekerheden. 's Mens onrust spuwt lawaai over dit landschap.

De vooravond is begonnen en je danst onbezorgd door de huiskamer. Oh wijf, ik hou van je. Ik hou van jouw door ouderdom getekend lichaam bewegend in schemerlicht, van je stem, je ogen die dovemansoren beroeren.

Windstil, kaarslicht aan tafel. Ik aan tafel. Zij verder van mij, lezend in een boek. Lispelend spreeksel vanuit de buik. Geen wind. Het is stil. We gaan door het lint.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:19 3 reacties Reageer op dit bericht

ergens in augustus 2004

Het heeft vannacht geregend. Op het nat wegdek weerkaatst ochtendgloed. Het is nog vroeg met onverschrikt wild. Fazanten sputteren wanordelijk voor me heen. Pas als ik dichtbij kom gaan ze als logge overbeladen vliegers weg.
In de dalen heeft de regenval het slijk over de weg gespoeld. Ik moest stoppen en voorzichtig met mijn fiets zijwaarts over het gras gaan.
De ochtendwind is zacht. Straks gaat de zon door de nevel priemen, sijpelt haar godenvuur in mijn ogen, voel ik de macht van een kansloos spel.
Dan breekt alles, jankt en echoot het om me heen. Het verschil met gisteren is niet zo groot.
Ook als het boek is verbrand zal een schriftuur blijven klinken. Dan zijn het bomen die ademloos genieten van vrede en oneindige zinnen.
Een orkest van een engelenkoor klint nu in mijn oren. Het wordt tijd dat ik ga zwijgen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:51 Reageer op dit bericht

12 september 2004

Ze waagt zich iets na het middaguur tussen de duizenden fietsers onder een zinderende zon ergens tussen D en G. Wat haar meteen opvalt is de gejaagdheid waarmee iedereen haar voorbij fietst. Ze rijden nochthans in dezelfde richting en ze is een geoefend fietster, ja, zelfs een straatkrijger. Het ligt mischien aan haarzelf, die traagheid. Ze kijkt om zich heen en schrikt van de massahysterie die democratie al zolang bepaalt. Bier, pensen, hamburgers en zweterige lijven, men schreeuwt het gejoel voorbij. Haar schreeuw houd ze voor zichzelf, die jankt door alles heen.

Eenzame fietsers horen er niet bij en worden van de weg geduwd, de weg die vandaag aan het peleton behoort. Ik zei het al, wellicht ligt het aan haarzelf of komt het door de zon die als een gloedheet zwaard haar vel aanslaat.
Haar geliefkoosde plek is de buitentafel s'nachts met dansend kaarslicht beschenen, zonder lawaai, een bewegende lichtkring om helemaal alleen te zijn. Het wordt dan zo stil dat ze het bloed in haar oren hoort suizen. Suizend bloed, zo zal ze in een volgend leven heten. Who knows.

 

Halverwege heb ik besloten om te spijbelen. Mijn gevoelens zijn even diffuus als de lucht. Uit het oosten waait een zachte luchtstroom om me heen. Het zal niet lang meer duren voordat de zon licht en warmte gaat verspreiden. Ik vertoef in veld- en boswegen. Het hemd dat ik vanmorgen aangetrokken heb riekt nog naar nieuw. De dag is vroeg begonnen en is voor mij alleen. De wereld is vandaag zoals ik hem me zal voorstellen: sereen, vluchtig en onwaarschijnlijk. Halfdoof en met een troebel zicht beleefd, observerend in en buiten mij want God bestaat. Ik wil ernaar kijken en beleven.

 

           “ We hebben mekaar onverwacht gezien. Ik keek naar die         katachtige blik in je ogen. Onze ontmoeting was even schuchter   als een eeuwigheid geleden” .

 

Hoe is het met jou?

           Goed, en hoe is het met jou?

Ook goed.

           En met de kunst?

Ik werk aan een tentoonstelling. Wanneer ga jij publiceren?

           Het zal er nooit van komen.

Waarom niet?

           Ik heb de ambitie niet.

 

De omstandigheden onderbraken ons gesprek dat geen gesprek was, maar een reden voor samenzijn, vluchtig en schuchter maar zo intens dat de breuk een definitief afscheid leek. Deze dag is begonnen met een gedachte aan haar.

Ik kijk naar de in haar bochten kolkende rivier en sta in de schaduw van haar begroeïng. Ze stroomt steeds in dezelfde richting, elke dag is nieuw. Ze heeft al zoveel seizoenen ongemoeid meegemaakt en  de tijd verslonden in haar loop. Diep in haar draagt ze leven mee, altijd in beweging. Het water blijft niet in mijn handen staan als ik haar aanraak .

Een reiger scheert langszij met een trage, zelfzekere vleugelslag. Ik zou willen voelen hoe het is om een reiger te zijn, of een boom waarin je de stilte hoort.

Weer verder zie ik de peripherie rond Leuven. Torenspitsen rijzen uit dorpen, bedolven in bebouwing, ze bestaan.

Zonovergoten Brabants landschap, met maïs- en aardappelvelden. Het koren is pas geoogst. De rand van een bos, veld en dan de stad die mateloos moeilijk te onderscheiden grenzen inpalmt. Ik koester haar bevolking, de begangkenis, de geur van frietkoten, zweet, bier-en tabaksgeur die uit cafedeuren walmt.

De troebelheid in vergezichten slokt me op. Mijn rede blijft bestaan als een relekwie. Door verblindend licht zie ik mijn pad niet meer. Ik smeek te beschikken over mijn leven zolang ik het nodig acht, en  erover te beslissen. Steek je hand op. Kom op, steek je hand op, niemand kan je zien! Schreeuw jouw schreeuw, al is het regelrechte onzin. Ik heb de kennis van een onwetende.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door warket om 10:46 Reageer op dit bericht

11 september 2003

Ze schraapt haar keel en spuwt in het vuur.
Vandaag is het mijn verjaardag. Vijftig jaar later na zoveel levensvlijt. Zelfs aan voortplantingsdrang heb ik meegedaan. Iemand zal, wanneer loslippigheid troef wordt, een paar fragmenten uit mijn leven voorlezen in een discourt, speciaal vandaag.
Mijn beleving van deze wereld is zodanig dat ik erover wil vertellen als een nalatenschap voor het moment dat hij ophoud te bestaan omdat ik hem niet meer beleef.
Ik keek vanuit het Noorden naar een boom die in het Zuiden stond, ging dan in een halve cirkel rond de boom heen en keek vanuit het Zuiden naar diezelfde boom die nu in het Noorden stond, diezelfde boom waarvan ik niet eens wist of hij in het Noorden of het Zuiden stond. Het was zwaar bewolkt en ik was de tijd vergeten. Ik was het Noorden kwijt.
Het hing ervan af vanuit welke windstreek ik ernaar keek. Alles verandert voortdurend met de beweging.
"Kanibaal eet zichzelf op" is de titel van een ongeschreven boek. Een donkerbruin lederen kaft met een titel en ongeschonden ingebonden papier, onbesmeurd met gedachten. Er staat geen woord in geschreven.
Daarom, wie dit leest: ga plassen tegen een eik, was je handen schoon en rust uit.
Vandaag speciaal op mijn verjaardag ben ik zo blij dat ons leven niet door tragiek verslonden is, dat alles nog bestaat. Laten we toosten op ons bestaan. Eerst wil ik nog naar Afrika fietsen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:03 Reageer op dit bericht

eke

Kijk niet achterom, om je heen

niets is voorbedacht

zelfs geen beschreven blad
weggewaaid uit onuitgesproken gedachten

Als gevoelens verdwijnen in gemoedsrust,

de wind stilstaat als hij zijn beweging volgt,

een gebeurtenis het toeval overleeft,

dan ben ik gebleven in een verleden,

als een deur op een kier blijven staan.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 19:16 Reageer op dit bericht

slaap slaapt

Toen hij belde moest hij langer wachten dan hij dacht vooraleer een man, een generatiegenoot  van zijn vader, de voordeur open deed.
Goeie avond mijnheer. Ik maak een wandeling met mijn hond. Die heeft per ongeluk haar behoefte in uw voortuin gedaan. Geef mij een vuilblik en ik kuis het op.
Laat maar, ik regel dat morgen wel, antwoordde de man.
Bedankt mijnheer.
Drie straten verder dacht hij, moest het nodig zijn iemand te bestelen om te overleven, hij zich met die brave man gemakkelijk zou kunnen verrijken. Hij schaamde zich voor die gedachte.
Niets meer dan een gedachte als een verzinsel voor wat lijkt te zou kunnen zijn.
Slapende slaap slaapt slapend, voorspelde hij veel later diep in de nacht nadat hij een zoete haring gebakken had.
Slaap slaapt, schreef hij op een blad papier.
Na de nachtslaap klemt hij  uit gewoonte een zelfgedraaide sigaret tussen twee bruine vingers, net zoals de ochtend voordien. Geboren dagen overleven met een goed begin.
Mag ik u hierbij mijn medeleven betonen mevrouw? Ik weet het, we worden onvermijdelijk oud. Een voor een. Het is een kwestie van tijd. Alleen de sneeuw, regen en wind verouderen niet.
Op zeventien december tweeduizend en vijf heeft hij het licht uitgedaan om de sneeuwstorm langs het venster beter te kunnen zien. Het verleden welde in hem op door naar die opgejaagde sneeuwvlokken te kijken. Hij zou er haast de geschiedenis door herschrijven maar daarvoor zat er te veel chaos in zijn kop. Liever nog het schrift twintig keer herlezen dan een lettergreep veranderen. Opwelling in plattelandstaal schrijft hij niet voor iedereen.
De telefoon rinkelt twee keer. Het is zij die vraagt naar hem. Of hij weggeweest  en thuis gekomen is. Ja, zegt hij nog half in slaap.
Een kuch, een zucht, een snuffel in de keukenkast. Wakker worden als een scheet in een fles.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:21 Reageer op dit bericht

marktrock

Ik heb mijn fiets in een vervallen kerk achtergelaten. Het stadscentrum is nu verplicht fietsvrij. Alleen de bussen grommen nog door de straten. Geroezemoes van voetgangers op de stoep. Gefluister is er niet. Alles is luidruchtig. Als ik me in het publiek begeef kijk ik afwisselend naar het gebeuren en sproeten op vrouwenschouders. Soms is er de geur van een heerlijk parfum dat zo bekoorlijk is dat het na mijn terugkeer bij het inslapen in mijn gedachten blijft hangen.
Nu slenter ik langs de periphérie. Op het trottoir staan een paar onversleten schoenen. Alleen de bezitter ontbreekt. De stad zoemt.
War, ga ergens een croque-monsieur eten en drink desnoods een trappist.
Ja Tek, dat zal ik doen.
In het café leg ik mijn zonnebril op tafel. Ik kijk naar paardenstaartjes, permenaden en in een spiegel. Gladgeschoren kin en heldere ogen. Zelfs mijn lippen beven niet als ik lach.
Ik duik in het schemer op de dool naar een nachtelijk uur. Dan ga ik met mijn handen in mijn broekzak lopen, kijkend naar dansend plezier. Als ik thuis kom spoel ik de insecten uit mijn gezicht. Het is genoeg geweest vandaag.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:46 Reageer op dit bericht

iemand

In de vooravond van vorige vrijdag ben ik langs de Achterstraat geweest. Het waaide krachtig en de regen sloeg in mijn gezicht. Ze deed voorzichtig de voordeur open op een kier. Je kon nauwelijks zien of het zij of haar dochter was.
Ik heb iets beschreven op een vod papier.
Kom binnen.
Ik blijf niet lang.
Ga zitten en drink iets...koffie of zo?
Heb je niets anders voor het einde van een laatste werkdag in de week?
Eet je straks mee?
Neen, ik blijf niet lang.
Haar oudste dochter vertrekt zaterdagavond naar zuid Afrika en de jongste zegt dat ze b en s nog eens wilt terug zien. Het is al zolang geleden. Ik stel voor om iets bij ons te komen eten.
We drinken een scheut Cubaanse rum en sterke koffie. De wind jaagt de regen tegen het vensterglas. Er zit iets zangerigs in, de wind, de regen en die drie vrouwen in dit huis aan de Achterstraat. Terwijl ik een sigaret draai gaat ze in de keuken het eten verwarmen.
Eet je echt niet mee?
Een proevertje en dan ben ik weg.
Ontkurk dan een fles wijn. Ik breng glazen.
Kom ik niet ongelegen?
Neen. Voor een keer dat je komt. Ik heb vanavond niks anders te doen.
Ik bel L om te zeggen dat ik hier blijf.
Ik heb geen telefoon. Neem de gsm maar trek het niet te lang, het is duur.
Waarom eet je geen pasta bij de saus?
Omdat ik geen honger heb maar de saus lekker vind.
We eten zwijgzaam. Ik eet zonder gebit. Er ontbreken twee snijtanden . Al drie weken. Ik heb geen voltandige mond nodig om hier binnen te komen. We kennen mekaar vijfendertig jaar. Zij was pas vijftien en de beste vriendin van mijn beste vriend. Daarna heb ik L leren kennen. En nu zit ze hier een nieuw leven op te bouwen. Mekaar vijftien jaar uit het oog verloren, en nu eet ik op een winderige regenachtige vrijdagvooravond tomatensaus met een stuk brood aan tafel bij haar met haar twee dochters. Even maar. Ik blijf niet lang.
Trek je nog een fles wijn af?
Waar is de aftrekker?
Voor uw neus!
Wat vind je van de muziek? Het is Ierse muziek.
Zou je niet zeggen.
Heeft het gesmaakt?
Heerlijk.
Nog een tas koffie?
Ja, en een scheut rum. Drink er ook een. En we roken een sigaret na het eten.
Het regent niet meer. De wind is ook gaan liggen. Het weer is in slaap gevallen. Misschien is het maar een indruk. Loomheid in de oren. Hoor je mij Warket?
Ik heb mijn hoorapparaten aan en hou op met me Warket te noemen. Je weet dat ik daar een hekel aan heb.
Nog een koffie?
Neen. Nog een scheut Cubaanse rum.
Warket, we worden zat.
Hou op met me Warket te noemen!
Ik vind die naam mooi. Je voorouders waren wellicht Kelten.
Onze voorouders waren gelijk. Geloof jij in de schepping?
Hou op met dat gefilosofeer. Dan begin je te fluisteren. Ik hoor je liever schreeuwen. Knor desnoods als een varken maar filosofeer niet tegen mij.
Laten we dansen.
Op afstand dan. Ik wil niet dat je me aanraakt. Laten we eerst nog iets drinken.
En dan dansen we zoals indianen.
De hond blaft. Hij-zij blaft. De kat, zo verwend dat monster! Ze pist in de bloembakken. Echt, echt waar. Het is woestijnachtig.
Ik ga plassen.
Ge komt nog terug?
Wil jij ondertussen nog een sigaret voor me rollen?
Er zat iets damesachtig in haar stap. Ze kwam terug en zei: ik heb zin om te wenen.
Ween maar. Je hoeft je voor mij niet te schamen. Het is maar een omgekeerde lach. Het zal goed doen.
We zaten aan tafel. Ze weende alsof het een eeuwigheid geleden was. Ik luisterde naar haar pijn, haar onzekerheden, haar eenzaamheid en wou iets doen. Meer dan alleen maar toekijken. Ik kuste haar hand als een dame en we deden een belofte aan de eeuwigheid. Zolang de slaap ons niet aanraakt zullen we niet slapen gaan.
Zo heb ik haar in dit half mensenleven nooit gekend. Nooit op die manier samen geweest. Ik zei: je kan me vertrouwen. Ze weende en ik weende. Zij uit een zekere wanhoop, ik uit tederheid en het heeft haar goed gedaan. Daar ben ik zeker van.
Later, veel later in de ochtend heeft ze in de zetel een deken over me heen gelegd en heeft ze me onzichtbaar een kus gegeven. Ik heb het gevoeld in mijn slaap.

Enkele uren later ben ik opgestaan en heb op een blad papier mijn dank betuigd aan de gastvrijheid die me toegekomen is. De wind is opnieuw komen aanzetten en halverwege zweeft de gedachte in mijn houten kop: “ Ik ben content geen azijnpisser te zijn, noch een parasiet van menselijk tekort. God-zij-dank weet ik nog altijd hoe merels de winter uitfluiten. Ik sterf wellicht aan een jeneverlach.”
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door warket om 15:47 2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten