Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
akke.beakke.be

Archief

foert

Donderdag 12 april 2007

Ik ben onderweg naar mijn werk. De zon is pas opgekomen. Het is nog fris.
Ik fiets met handschoenen en een wintermuts aan.
Op de veldweg ligt een dode kat.
Al vijf dagen fiets ik haar ontbindend lijf heen en weer voorbij.
Halfweg blijf ik staan om naar dit zonovergoten landschap te kijken. Er scharrelt een fazant in het pas omgeploegde veld.
Ik voel stilte in mijn binnenste. Ik neem vandaag verlof.
Deze keer heb ik op dit uur het zonlicht in mijn rug. Geen wolk in de lucht.
Thuis gekomen (het is dan kwart na acht) zie ik haar zitten in de fautuille met een tas koffie in haar hand.
    Ik heb te lang naar het zonlicht gekeken, zeg ik. Vandaag neem ik vrijaf.
Zie dat ge nog genoeg dagen op overschot houdt voor onze grote vakantie, antwoord ze enigzins bezorgd.
Na vandaag heb ik nog drieëntwintig dagen tegoed.
Nu breek ik met blote handen in ontbloot bovenlijf takken uit de hof en kijk ik verbaasd naar het bloeisel om me heen.
Ondertussen ligt de hond vanop de koer mij te beloeren.
Het is heerlijk heet vandaag. Precies zoals in de Provence.
Zullen we een fles wijn ontkurken met een stukje kaas?
Door de wijn ruist de zee in mijn oren.
Ik was tien toen ik ze voor de eerste keer zag. Met mijn ouders met de trein naar Blankenberge. Ik was toen rood verbrand.
Hmm...die schapenkaas is lekker en die rooie 'Oltesse' vanuit tweeduizendenvier is als een schaamlip vol wellust.
Ik heb zin om zomaar wat voor me uit te turen. Daarna doe ik opnieuw mijn klompen aan. Zalig, die houten klompen.
In deze instandhoudende woelige wereld zit ik op deze plaats op een blad papier bedrukt met goudkorrels en gele gedroogde
bloemen te schrijven.
Op de tafel in de schaduw ligt een woordenboek, staat een inktpot, een fles wijn en een asbak.
Gras kan je het moeilijk noemen wat daar achteraan groeit. Het is een mengsel van boterbloemen, netels, paardebloemen
en konijnenvraatsel. Daarom maai ik het met de sikkel in de hand en laat ik de mooiste exemplaren staan.
Gespreide struiken bind ik met een hennepkoord bij elkaar om het onkruid ertussen te wieden.
De zon verhit mijn rug. De fruitvliegen plagen.
Het is zeventien uur geworden. De tijd wordt. Ik zie het door mijn bezigheden.
Mijn zoon komt thuis en loopt op zijn kousen door de tuin met een bananenschil in zijn hand. Het dient de mesthoop.
Ik heb koffie gemaakt met een more heet water. Een sterke jat die ik in een paar teugen leeg drink.
Dan ga ik terug tussen de struiken met mijn klompen aan.
Anderhalf uur nadien zindert mijn lichaam nog van de koffie die ik gedronken heb. Mijn maag is dichtgeklapt.
Tijd om eten klaar te maken. Sla, tomaten, abrikozen, pepers en zalmsla.
Vandaag heb ik weeral geluk gehad. Mijn hele leven al heb ik geluk ook al zat geluk in mijn kindertijd achter tralies.
Tot een kwade dronk is het nooit gekomen.
Mijn mentale voettocht stuit op ongerijmdheden en spanningen in een niet aflatende wellust naar iets anders.
Steeds opnieuw dat verlangen dat telkens verdwijnt wanneer het ingevuld wordt.
Nu is het bijna donker. Ik kan de inkt waarmee ik deze woorden schrijf moeilijk van de omgeving onderscheiden.
De rest van dit schriftuur dient het restant van leegte op dit blad papier.
Schilderen met woorden zonder betekenis.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:27 Reageer op dit bericht

kerk

Ik voel me zo gelukkig door dat zomerweer! Terwijl ze dat zegt maakt ze een zwaaibeweging met haar armen.
Ik ook, zeg ik.  Het maakt iedereen blij, zelfs binnenshuis. De zonsopgang is indrukwekkend. Het wordt zomer.
In mijn tuin fluit een bruine merel en ik heb eergisteren al bijen en vliegen gezien.
   Ik heb koffie opgezet...als je wil, zet uw jat onder het koffiemachien...ik weet dat je graag sterke koffie drinkt.
Heb jij de sleutels van de kerk? Ik ga er straks naartoe.
   Wil je dat ik mee ga?
Hoeft niet.
   Ik ga mee. Het is daar bouwvallig, men weet nooit wat er gebeurt. Daar moet je met twee zijn.
We gaan te voet. Onderweg toont ze me de bakker waar ze de lekkerste taarten verkopen en de bloemist waar ze de mooiste bloemen verkopen.
De achterpoort van de kerk staat op een kier. Wat overblijft van de vloer is bedekt met duivenstront en kadavers. Op de wenteltrap naar de toren ligt het geraamte van een kat. Er staan nog wat beelden in de kerk. Het blaaspijporgel is nog intact. De biechtstoel en de preekstoel liggen verspreid over de grond. Er ligt een afgebroken hand van een heilige tussen het puin.
We gaan tot boven en als ik op de gewelven kruip schreeuwt ze: doe dat niet, dat is te gevaarlijk....maar ik wil de dakgebinten zien, het is mijn stiel. Als we beneden zijn zitten we onder het stof. Ze kuist haar zwarte rok aan de voorkant, draait de achterkant naar voor en kuist de achterkant voorwaarts. Daarna draait ze de voorkant terug naar achteren. Ze klopt de spinnewebben van mijn rug. We bekijken de buitenkant van de kerk.
Op de terugweg koopt ze twee taartjes bij die beste bakker en eet die wandelend op.
   Zullen we een terrasje doen, vraag ik.
Mag dat tijdens de werkuren?
   Neen.
In de schuit dan. Ik moet plassen.
   En ik heb stof in mijn keel.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 09:56 Reageer op dit bericht

jeke

het begin ligt in een verleden
en het einde wacht in de toekomst
dan nog zullen de wolken verder trekken
nog duizenden jaren bekenden blijven
valt er af en toe een naar beneden
en lopen we in de mist
ondertussen drink ik mijn beker leeg tot op de fond
want morgen kan het anders zijn
schrijven tussen natte vlekken
door mistdruppels gebroken zinnen
een zinloos gedicht met vier regels
die één zouden kunnen zijn
er komen mensen voorbij
ik zie het van op een bank onder een reusachtige boom
ze komen fietsend, lopend, communicerend zij aan zij voorbij

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:47 Reageer op dit bericht

paaszondag 8 april

We waren met de fiets gekomen. Eerst door het bos en dan langs de avenue Louise. We twijfelden of dit wel de juiste voordeur was.
Net voor we wilden aanbellen stond ze in de hall. Hoe ze wist dat we aan de voordeur stonden blijft een raadsel tenzij ze bij toeval net
de trap afkwam.
We zijn een half uur te vroeg.
De tafel staat gedekt in de tuin.
Zonovergoten daktuin in de stad. Een oase voor gevleugelden. Er nestelt zelfs een bosduif in een naaldboom.
       Zie dat ge die champagne die we meegebracht hebben nu niet ontkurkt want die heeft achtien kilometer in mijn fietszak gestoken.
Ik heb hem opzij gezet, zegt ze terwijl ze me een glas van haar champagne aanreikt.
Ondertussen heb ik mijn hemd, schoenen en kousen uitgedaan. Het gras is mals onder mijn voeten.
De anderen komen een half uur later.
Zij ( ik noem haar volle maan op nieuwjaarsdag ) komt als eerste in mijn buurt.
       Hmmm...mooi...heerlijk. Wat voel ik me gelukkig, prevelt ze welgemeend. En de zon, en die tafel...moet je zien!
Ze heeft de hele week geschilderd. Vandaag niets doen doet deugd.
Een voor een komen ze. We zijn met zeven.
Laten we een toefje en een toetje proeven.
De gastvrouw heeft meer dan haar best gedaan.
       Je haar is zo grijs, zegt die andere tegen mij.
Dat komt omdat zijn kop verbrand is door de zon, zegt een ander.
Schuin voor mij zit hij te grijnzen. Een grijsaard met kruintje rozig kaal. Net zoals ik heeft hij zich ter gelegenheid geschoren.
Hij naast mij heeft zich net voor hij haar leerde kennen kaal geschoren. Om beginnende kaalheid te verdoezelen, vertrouwt hij me toe.
Twee vrouwen hebben hun haar gekleurd. De ene iets donkerder dan de ander. In het zonlicht krijgt het een goudkleurige schijn.
De andere twee laten hun tooi de taal van de leeftijd spreken. Grijs met zwart, blond met grijs vermengd.
Met profijtige vingers neem ik een stukje toast. Het begint met de dingen die je alleen in het verkleinwoord mag schrijven (drankje,
toastje, proevertje...).
      Ik voel me zo gelukkig, zegt ze nogmaals terwijl ze haar blouse uittrekt. Het is hier zo warm in de zon.
We vragen ons af of de zomer nu begonnen is. Alles staat in bloei. Het is de schuld van het broeikaseffect.
      Niet zeuren, zegt iemand. Laten we ervan genieten.
We heffen het glas op...'zijn begrafenis ' schatert hij met een verimpelde vinger naar mij wijzend.
Volgens hem zal ik de eerste zijn in dit gezelschap die zijn toekomst zal verbruiken.
Wie denkt dat mannetje wel dat hij is? Ik die in het diepst van mijn gedachten beschik over een godengestel.
Zelfs een dood paard in een wijnglas zou nog hinniken in mijn geval.
En zelfs, ja, je weet maar nooit, moest een van hen mij overleven, wil ik dat het die dag een feest wordt met de beste chocoladetaart
en drank in overvloed.
Spijtig genoeg zal niemand onder hen deze wilsbeschikking indachtig zijn want ze lezen mijn schrijfsels niet.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 13:44 Reageer op dit bericht

onvoltooid

De woorden die ge leest  betekenen  mijn werkelijkheid. Het is mijn spraak.

Ze zeggen dat ik nooit over haar schrijf, en dat is waar. Het is moeilijk te beschrijven hoe het is om mekaar al die tijd onvoorwaardelijk te dulden. 

Ik ben alleen achtergebleven in deze avond, in de hoek waar ik zit te schrijven met gedempt licht. Ik spreek naar de lucht tot iemand mijn woorden leest  Twee woorden zoals wijnrood en fluweel.

Ik heb zo het gevoel dat ik dingen ga moeten voltooien. Tijd en ruimte, dat beweegt. Daar kan je niet omheen. Er blijft niet zoveel tijd meer over.

Meer en meer denk ik aan onze sterfelijkheid. Vreemd genoeg bedroeft mij dat niet. Wat mij nieuwsgierig maakt is of er iets onthullend zal zijn bij onze dood, of zal het zijn zoals voor onze geboorte: niets.

Hoe kan ik dit tijdelijk bestaan erkentelijk zijn?

Ik dacht dat ouderdom wijsheid schonk maar ik heb meer vragen dan voordien. In die nietigheid oordelen, dat maakt onszelf.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:34 1 reactie Reageer op dit bericht

vogel

zo verblijf ik hier als een ongevleugeld dier
met de gedachte van:  ik zou een vogel willen zijn
glijden op de wind
op en neer
tot boven wolken
en de zon zien
zelfs
toevallig sterven in mijn lot

ze bestaan
bij het krieken van de dag en voor zonsondergang
vliegen ze met honderden
met duizenden
weg van hier nu het winter wordt
vrijheid zonder keuze
ik zou een vogel willen zijn

vliegen zoals in dromen
nog beter dan vogels
met traagheid
en mensengedachten
vliegen zonder vleugels
toevallig in een droom
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:20 1 reactie Reageer op dit bericht

parfum

eerst riek ik aan mijn linker pols
dan laat ik mijn neus glijden naar een nicotinevinger
en daarnaast riek ik aan het goud van een ring
dan vouw ik mijn duim en wijsvinger in een kromming
en riek ik in de holte van mijn hand
het is een bezigheid die me op dit moment zint


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:29 Reageer op dit bericht

koers

Nummer eenentwintig gaat winnen.
Neen, nummer een.
Eenentwintig klinkt beter. Nummer een maakt geen kans.

Ik heb net gekozen voor nummer een omdat het zo kansloos is. Dat maakt de keuze spannend.
Ik kies voor eenentwintig omdat het zo kansig is.
Dan barst hij in lachen uit. Het verwondert de vrouwen niet eens. Ze zijn gewoon dat we af en toe
in alle ernst tegen elkaar zeveren.
Een van hen gaat uit de bol en drukt haar vrouwelijkheid onachtzaam tegen mijn verouderd lijf.
Vegetarische Lasagne is haar specialiteit. Ze luistert niet eens als ik iets zeg.
Het is hem niet alleen om het eten te doen maar om de bijeenkomst, het samenzijn. Onze gedachten
snuffelen met elkaar.
Buiten koersen wielrenners om te winnen. Er is volk op straat. Een chanse dat het zonnig is.
Ze spurten de laatste ronde. Wie wil nog champagne en chocoladetaart?

 Je schrijft altijd over datzelfde.
   Ja, ik kan het me niet laten. Vandaag heeft het geregend, gestormd, en uiteindelijk staan de sterren nu aan de hemel. Wat anders bewoog  komt nu samen in een stilstaand moment.
Ik zit er buiten naar te kijken samen met een onbestaande.
   Geloof jij in God, vraagt hij.
Door de ernst van het onbekende gegrepen antwoordde ik: ik geloof in de uitdeining  die ik in de verste verte niet kan zien. Wat daaraan voorafging is een mysterie.
Ik dacht uit het niets te komen en naar het niets terug te keren. Niet zomaar niets  maar
het "niets" als een vormloze ongestalte,
maar iets komt niet uit het niets, want moest dat zo zijn zou het niets zijn.
Dat we uit het niets in een bestaan terechtkomen heet dan ook een halve waarheid te zijn. We herinneren ons het voorgaande niet, dus noemen we het niets. Dat we naar het niets terugkeren is ook een zinsbegoocheling, want wat aan zijn einde komt sluit zich slechts in onze ogen en stapt door de duisternis  opnieuw tot in het licht. Als het leven breekt ontluikt het nieuwe op eigen kracht.
De onbestaande had tot nu toe gezwegen. Dan vroeg hij: wat bedoel je daarmee?
   Wel, antwoordde ik: wanneer de wind gaat liggen in mijn gedachten houd ik me bezig met daadwerkelijkheden. Eergisteren heb ik me uitgesloofd met bezigheden waarvan je achteraf niets merkt, alsof die bezigheden nooit hebben plaatsgevonden.
Moesten die bezigheden er niet geweest zijn, zou je merken dat ze niet hadden plaatsgevonden.
Ik wachtte tot de onbestaande me nog iets zou vragen maar hij was alweer verdwenen.
Ben jij God misschien, mompelde ik vooraleer in een zoete zorgeloosheid naar binnen te gaan.

Zijn die dagen van ons die voorbij zijn volledig verdwenen en is er niets van overgebleven?

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:41 Reageer op dit bericht

maandag 26 februari 2007

Twee kompanen hadden me gevraagd om mee te helpen met een overval op een geldtransport.
Zij bij mij en ikzelf hadden aanvankelijk toegezegd maar uiteindelijk haakte ik af omdat
een van hen een vuurwapen zou meenemen. Zij bij mij wou meedoen. Ze hadden een
bestuurder voor de vluchtwagen nodig.
Ik probeerde haar te overtuigen om af te zien van het voornemen maar er was geen houden aan.
Elke dag ging ze weg om met die twee te oefenen voor die fatale dag.
Ik voelde me bedrogen en in de steek gelaten.
In een ultieme poging om haar te overtuigen niet mee te doen, zei ze dat ze haar vrienden
niet in de steek kon laten. Ze hadden een chauffeur nodig.
Zoveel bereidwilligheid voor twee gangsters was me te veel. Ik besloot haar te verlaten.
De bus die ik genomen had zat stampensvol. Bovendien reed de chauffeur roekeloos.
Ik stapte drie haltes verder uit en ging te voet verder naar de plaats waar de overval zou gebeuren.
Naar de avond toe ging ik schuilen in een overdekt hondentoilet. Er kwamen mensen binnen met een kat.
Het duurde niet lang of het stonk er naar kattenpis. Ik ging verder tot in de straat waar het geldtransport
morgen zou overvallen worden. Er was een buurtfeest met bejaarden waarvan ik de meeste kende.
Ze lachten en klampten me aan. Blijf bij ons want vannacht gaat het onweren, riepen ze.
Aan tafel vertelden ze me dat morgen in de straat een hold-up zou gebeuren. Iedereen wist ervan.
De politie zou massaal aanwezig zijn.
Ik stond aan de grond genageld. Ik hield nog van haar. Ik moest haar zien te bereiken maar
niemand had een telefoon op zak.
Dringend terug nam ik de kortste weg langs onverlichte veldwegen en klauterde ik langs heuvels
door het slijk.
Thuisgekomen zag ik dat ze weg was. Ondertussen begon het al in de ochtend te schemeren.
In mijn wanhoop klopte ik bij de buren aan. Die wisten me te vertellen dat ze met twee rare venten
net vertrokken was. Zelfs met de fiets zou ik nooit op tijd ter plaatse zijn.
En dan, toen ik op instorten stond, kwam ze binnen. Ze had zich bedacht.
Opgelucht ging ik het huis uit.
                Waar ga je naartoe, vroeg ze.
Ik weet het niet, maar ik kom niet meer terug.
Ik had gehoopt dat ze mij zou vragen om te blijven.
                Neem dan ook de hond mee, zei ze.
Ik hoor opnieuw krekelgeluiden; een concert van Carlos Santana.
Het ritme van de tabla’s doet me denken aan het klauwen van een spinnende kat.
Kijk hoe de klanken dansen, ze hebben een doel.
Godenmuziek. Het paradijs komt in beweging. Stilstand komt tot leven in dit muziekstuk.
De onzichtbare beweging van geluid dat mijn lastige oren streelt.
Hoe meer ik me laat gaan, hoe zinniger worden mijn woorden.
Ik wou voor een ogenblik in een woordenboek begrijpen wat "zinnigheid" is, en
of ik dat dan ook correct geschreven heb op dit ogenblik.
Zinnigheid is: ik heb geprobeerd het na te gaan maar het heeft waarschijnlijk
zoveel betekenissen dat het misschien onbestaand moet blijven.

Naar aanleiding van een schrijver die schreef over geboorte welt er iets in me op.
Ik schrijf het als ik, maar ik was het niet.
Het was dat uit een vorig leven waaruit ik geboren werd.
Plots voelde ik dat er iets gebeurde. Onder luid gebonk zweefde ik langzaam weg van die ene
vertrouwde plaats. Het gebonk versnelde en het werd steeds moeilijker. Ik had geen
herinneringen, je weet niet eens dat je bestaat. Je weet ook niet wat je te wachten staat.
Je kan niets weten. Alles wat je meemaakt is gevoel dat intenser
wordt tot je voor de eerste keer angstig wordt wanneer het gebonk heviger en sneller klinkt.
Je wordt onttrokken vanwaar je komt.
Voor het eerst kreeg ik het benauwd. Ik had geen keuze.
Ik kon niet meer terug.
Een mens sterft twee keer: eerst bij de geboorte en dan na het leven.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 18:07 Reageer op dit bericht

gegrom

ze gromde als een roofdier haar woede weg, ook al had ze geen gelijk.
de omstaanders waren verbaasd en een van hen zij: 'mevrouw, dit is niet normaal'
zo had ik haar ook nooit bezig gezien met die wanhoop in haar ogen
die woordenloze grom als een uitdrukking van het onbeschrijfbare
het was fair om zo te zijn
gegrom als innige taal,  zo begrijpbaar zonder een litanie van onbegrepen uitspraken te moeten ondergaan
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:38 Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten