Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
akke.beakke.be

Archief

poez

nacht zonder wolken
een kamer met halve akkoorden
een open deur die tabaksgeur verdrijft
en demonen verjaagt uit mijn gemoed
tussentijds een waarloos kind in sprankelend water
onbekwaam acteur die een toneelstuk speelt
de regiseur en de spelers zijn er ook

van poezie heb ik geen verstand
toch stamel ik deze woorden

mijn moeder was nog jong
wij waren jong nu met jonksjaren in een verleden
raar om dat nog te beleven
een toneelstuk met tussendoor een waarloos kind in sprankelend water
met een borrel in gezelschap zit ik daar in die ijle wereld

het is mijn beurt zegt de regisseur
de klokken luiden het uur in de tijd
de zonsval beweegt en de berk ritselt
en daarachter purperen en roze bergen

van poëzie heb ik geen verstand
toch stamel ik deze woorden
ik weet niet eens waarom
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:15 Reageer op dit bericht

verjaard

Ik moest van mijn moeder opnieuw trouwen voor de kerk. Zij droeg een versleten trouwkleed.
Ik had mijn werkbroek en houten klompen aan. Het schemerde in de kerk.
De pastoor stond op een balkon in de gewelven. Hij zei geen woord.
Uit het publiek, dat niet alleen uit familieleden bestond, klonk geroezemoes. Ik hoorde
mijn moeder huilen en mijn vader schreeuwen: we komen niet naar het feest!
Onderweg vroeg een verloosd kind op een driewieler de weg. Ik was bang dat het in het
verkeer zou overreden worden en nam het mee, samen met een schurftige hond langs een kronkelende aarden weg.
We kwamen mijn broer tegen maar die wou niet mee omdat verderop een slang lag te slapen. Afkerig
ging hij verder.
In het huis was een bouwvallige ruimte waar ik met haar en tien vrouwen matig
in drankzucht vierde. In de deuropening was een linteel losgekomen en begon het metselwerk
uit te kavelen. Er sijpelde water door.
Terwijl de vrouwen verder vierden begon ik met een truweel te metsen.
'Het is allicht roekeloos om aan de geschiedenis eigentijdse pretenties te ontlenen' zegt Hugo.
Vandaag is het vierentwig jaar  en een voormiddag geleden dat mijn oudste zoon geboren werd.
Ik denk dat het op een dinsdag was. Wat ik zeker weet is dat het die nacht vroor.
Gisteren, vierentwig jaar later, stond ik als een passant in de tijd  met innerlijke vrolijkheid naar drie eenden te kijken.
Ik heb onlangs bij toeval met voorbedachte rade ook twee vrouwen ontmoet,
vrouwen uit een verleden. Ze zijn me in de tijd niet vergeten. Ik hen ook niet.
Ze hebben iets gemeen:  geen man kan hen enige tijd overleven. Ze hebben ongewild krassen op hun ziel.
Ook al vlechten ze hun vingers biddend opdat liefde niet luwen zal, hun handen branden en de ondeugd glimlacht constant.
Mannenhaters. Dat maakt hen zo aantrekkelijk. Heldhaftige vrouwelijkheid tegenover zelfvernietigende mannelijkheid. Hun diepte blijft me inspireren.
Nog maar één keer vertel ik in een schrijven dat zich afspeelt in het grensgebied tussen de straat en een zeer beperkt publiek.
De limiet tussen leven en verbeelding is daarbij flinterdun.
En dan is er nog die andere. We kennen mekaar al meer dan vijfendertig jaar  zonder een intiem lichaamsdeel aan te raken.
Ik ben zo nalatig  om de uitdrukking van mijn schrijven in deze spraak niet te verliezen. Denk ik toch, of is mijn gedachte
zo nietig  in mijn eigen onzekerheid?
En dan zij van ik bij haar. Ongelooflijke vrouwelijkheid met verstand. We delen al langer dan onze verzuchtingen dit leven.
Ik weet het, ik ben een geile vijftiger, een naieve dromer en ik mors  koffie  over mijn kleren terwijl ik in zonlicht kijk naar een dame op een terras.
'De groeiende tolerantie tegenover de excessen van rijkdom gaat hand in hand met een toenemende aanvaarding van armoede', schrijft Paul Goossens in 'De Morgen' op 31 maart 2007.

De lucht wordt roze. Ik sta als eerste op en begin de tafel af te ruimen.
Dan komt A. Ze maakt koffie. Dan komt de zon. Daarna komt hij en nog later zij van mij.
Vlakbij is een struik die op citroenkruid lijkt.
In dit openbloeien van de dag verspreidt ze haar bedwelmende geur als een onevenaarbaar
parfum. De nectar glinstert in haar groene blaadjes. Het is alsof deze struik
ons wil verblijden.
Dankbaar streel ik haar opdat mijn hand haar geur moge dragen.
Dankbaar kijk ik naar mijn evennaasten omdat we onze aanwezigheid kunnen verdragen.
Dat de hemel onbewolkt moge blijven. Verstijfd door de nacht zitten we met
onze blik naar het Oosten gericht.
Ik ga te voet langs een grove asfaltweg naar beneden. De weg stopt in
een klein dorp. Twee in het zwart geklede vrouwen lammeren tussen de olijfbomen.
Het zijn de enige dorpelingen die ik tegen kom.
Dan begint de klim langs dezelfde weg naar boven. Mijn lichaam verhit. Het zweet
druipt. Toch doet het geen pijn. Integendeel, het schept een vermoedelijk welbehagen.
Net over het middaguur ben ik terug. We brunchen met hesp, tomaten, eiersla,
geroosterd brood met gepureerde tomaat en look, champagne...en push-café.
Vandaag is het heter dan voordien. Straks gaan we ergens naartoe. Ze hebben
me een Romeinse heirbaan en een oude vestiging van de Arabieren beloofd.
Hij slaapt voor een half uur. Ik weet dat ik hem dan niet mag storen in
zijn zalige rust. Hij zal straks rijden.
Zij en zij zijn op het laagst gelegen terras. Af en toe ga ik er langs om
hun vrouwelijkheid te voelen. Ze vervullen mijn decadente ziel met vreugde, en besef ik
hoe hopeloos en eenzaam dit leven zonder hen zou kunnen zijn.
Zonder hen zou ik misschien een zwerver zijn die de societeit zou bavereren. Nu is het
alleen mijn ongeschorenheid en af en toe drankzucht die ze moeten tolereren. Dat is
de prijs die ze er voor betalen. Ik ben het lot er dankbaar voor.
Welriekende dames denken dat ze naar het zweet rieken. Zij van mij zegt: ik doe
een andere blouse aan.
Zij van hem slaakt een gelukzalige zucht, en vraag ik: hoe moet ik dit nu beschrijven?
Meer kunt ge daar niet van zeggen, antwoord ze
Zij, waarvan hij het kan aanvaarden, maakt hem wakker. Nog een sigaret en dan vertrekken wij.

In dit prachtig dorp hebben we vijgen en boerejongensdrank gekocht. Nu aperitieven we
terwijl we het avondmaal bespreken. Ik zit buiten net zoals eergisteren voor een witgekalkte
muur te schrijven. De avond koelt de buitenlucht maar het wordt niet koud.
Ik hoor hun spraak als een melodie zonder het te verstaan. De borden kletteren als simbalen.
Hij doet de afwas.
En de maan, die is nu volwassen. Ik kijk ernaar. Even maar kan ik haar gloed bekijken.
Zij van mij komt buiten en legt haar hand op mijn schouder. De hemel is mooi, zegt ze.
Ik weet dat ze geluk voelt.
Scheer U, barbaar!
Hij heeft zich ook geschoren. Een vent met een grijze stoppelbaard en zonder tanden
brengt geen jolijt bij gesoigneerde dames. Ik wil mijn krediet in baldadigheid niet
verliezen. Het scheermes schraapt mijn kaken en kin glad. Zelfs mijn opkomende
snor gaat eraan. Ik wrijf mijn gelaat ter goedkeuring tegen hun ongeschoren vrouwengezicht.
Hij zegt: ik doe dat ook tegen mijn goesting.
De nacht voorbij. Dit wordt complete anarchie. Alleen kinderen en ezels schreeuwen nu
niet meer. Het is genoeg geweest.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

getuigenis

Er sluipen gestoorde poezen met jongen in half gesloopte huizen aan de rand van
braak liggende grond bevolkt met muizen. Om daar te geraken moet je door een lange slecht verlichte
gang met veel portalen. De kattenjongen gedragen zich agressief.
In regenweer vertrekken we ongeduldig met vertraging. Hij, zij, zij en ik. Waar we binnen komen is het te warm.
Hij rijdt. We nemen een slok. We roken een sigaret. We rijden langs bergen waar olijfbomen groeien.
In een dorp zegt hij: 'kijk, appelsienbomen'.
    Blijf er af. Dat zijn sierappelsienen!
Als het avond wordt eten we. We hebben het eten zelf klaar gemaakt. De houtkachel verwarmt het huis.
Daarna ga ik met haar van hem op het hoogst gelegen terras kijken naar de valleien. Het is donker, maar de
bijna volle maan werpt al schaduwen op de grond. Woensdag zal ze volwassen zijn.
Terwijl we in dit gebergte ons geluk degusteren  beginnen honden te huilen en roept ze: 'helaba'.
Dan zegt ze:  ik vind dat gehuil zo triestig.
Daarna zwijgen de honden en speel ik binnen op een gitaar bij hem, haar, haar en ik. We hebben een pyjama
aan gedaan. Hij niet.  Hij ligt nog met zijn schoenen aan in de zetel. Hij ligt daar goed.
Dan gaan ze slapen en blijf ik aan de keukentafel zitten om dit getuigenis op te schrijven.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:44 Reageer op dit bericht

zieda

Jawel, dit is de eerste ochtend van een nieuw jaar dat ik in mijn bloot lijf op dakniveau in
een gebergte met een bromhommel in de buurt en met een schaduw van mijn pen zit te beschrijven.
Mijn hand trilt nog van de voorbije nacht. De dames liggen getwee op het laagst gelegen terras
lectuur te lezen. Ik ga hen begroeten.
    Oh, breng je mij een asbak, vraagt ze.
Zie dat de zon u niet verbrand, zegt de andere wanneer ze mijn winters bloot bovenlijf ziet.
Ondertussen zit hij te kakken.
    Komack, hebben we nog een vierde fles wisky?
Ja, ik denk het wel.
    Dan drink ik de derde fles verder leeg.
Het is feest, schrijft de schaduw van mijn pen.
Mijn blik is dertig graden celsius rechts van Mekka gekeerd. Het middaguur komt eraan en mijn
scheten stinken.
Gisteren hebben we zeven arenden zien zweven in een thermiek. Terwijl ik ernaar keek kwam mijn
vogelverlangen weer naar boven.
Het deksel dat voordien een illusie van een pot bleek te zijn, ligt onbewogen op een pilaar.
Deze keer vliegt er een bij voorbij.
Ik riep: schrijft men b... met een korte of een lange ij.
    Met een lange ij, antwoordde hij.
Ik had maar één vraag, dus zweeg ik daarna.
Fantastisch is dit moment, omdat het geen pauze maar een afwisseling is.
Ik wroet met mijn vinger diep in mijn neus want de lucht is hier droog.
Zij leest en hij gluurt in het landschap. Op die manier heb ik hem nooit zien kijken.
Ik denk: hij kijkt naar het onzichtbare. Hij breekt iets in zichzelf. Ik zal hem er niet
over bevragen. Misschien zal hij het ooit vertellen.
Zij van hem leest een boek. We zitten zwijgzaam vanboven. De wind in mijn rug scheert geur
van verbrand hout met zich mee. Iemand heeft de houtkachel aangestoken. Zij van mij.
Ik kijk naar zij van hem in een neergaande zon. Mijn schaduw bedekt halvelings haar lijf.
Zie ze daar zijn, zij en hem. En zij van mij, en ik van haar. Waar is ze nu?
Ze hoest en drinkt een glas wijn. Ze kijkt in de verte en dan gaat ze weg.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

feest

Ik wordt wakker in haar schoot. Op het dichts bijzijnd terras zit hij met haar van hem in pyjama
reeds koffie te drinken. Zij van mij blijft nog even liggen.
"Ik heb slecht geslapen", zegt ze.
We worden overgoten met ochtendzon, badend in stilte. Alleen onze stem bepaalt hier het geluid.
We ontbijten op het achterliggend terras. Van hieruit zien we de vallei.
Ze heeft een pot gefotografeerd die ze niet meer terug vind. Achteraf bleek het een deksel te zijn.
18h: We zijn de hele namiddag weg geweest. We aperitieven. De houtkachel is aangestoken.
Het dal wordt nog half beschenen door de ondergaande zon. De honden blaffen.
Zij, hij en zij zijn binnenshuis. Ik zit te schrijven op het dakterras.
We hebben het menu besproken: inktvis, ajuinsoep, paëlla en veel drank. Traditiegetrouw zuipen we ons
eenmalig per jaar te pletter.
Nu scheert het licht nog net over de hoogste bergtoppen.
De maan begint te gloeien. Ik voel intens geluk. We zijn blij om hier tezamen te zijn. Zij hebben
het wat koud om bij valavond hier buiten te zijn.
Niet ver hier vandaan klinken knallen, gevolgd door hondengeblaf. Het is de voorbode van
een feest.
Ondertussen is het veel half uren later en zit ik buiten dicht bij de deur zodat ik hen kan horen.
We hebben ajuinsoep en scampisch gegeten. De honden blaffen weer ver weg terwijl wij hier feesten
onder ons vieren. Dat hebben we altijd gedaan op een andere plaats. De honden huilen opnieuw,
net zoals eerder.
Ik zeg: de honden huilen.
Ze zegt: ik vind dat niet mooi.
De wereld viert.
Ik heb een indringende looksmaak in mijn mond, in mijn keel, in mijn blinde darm.
Hier zit ik in het schijnsel op een wit gekalkte muur onze wellust te beschrijven.
Hij, zij, zij en ik. We zijn met vieren.
Ik ga binnen en zij van hem zegt: hij van zij gaat met mij uit een vliegtuig springen. Het kost
maar hondervijftig euro. Daarna schudt ze de paëlla door elkaar.
Echt waar, zo intens is dit feest nog nooit geweest.
En hij, hij valt niet in zijn diepe slaap.
En ik, ik wordt niet stomdronken.
En zij en zij, ik hou van hen allebei, en ook van hem.
Och ja, wat zit ik hier maar voor mezelf te vertellen. Misschien heeft er iemand anders nog iets aan.
Ze lacht, ze zegt: het is nieuwjaarsnacht.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

maandag 26 maart 07

Slenteren door een zonnige lenteavond. Daarna prutsen aan wat niet voltooid werd. Niet vandaag en evenmin morgen. Onvoltooid verleden tijd...ik heb het nooit begrepen maar het heeft iets van "ik had iets moeten doen".
Misschien was dat iets wel veel, maar geef toe, we hebben nog een zee van tijd.
Die vogels boven het meer en de muggen in tegenlicht zitten toch ook van het leven te profiteren.
Ik wil het nadoen met veel genoegen en ook meisjes van vijftig kunnen blijkbaar tijd maken. Je kunt natuurlijk niet alles tegelijk doen.
'Papa, is dat rap klaar' vraagt mijn zoon terwijl hij een portie gehakt toont in zijn rechterhand.
'Ja' zeg ik. Ge moet het alleen wat pletten en doe er peper bij.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:33 Reageer op dit bericht

iemand zegt

Het is mistig hier. de lucht lijkt op mat glas (koepel van opaal acriliet).
Het is vochtig en als je binnen het licht niet aandoet blijft het donker.
Het is ook fris. Geen lentegeur in de lucht. Een geur van smog zelfs op de boerenbuiten.
Ik sta buiten moeilijke boomstronken te ontwrichten met een kliefijzer, een bijl en mijn
"dikke hamer".
Mijn schouder doet pijn. De steel van mijn hamer is nu afgebroken.
In de haag zit een merel te broeden en in de klimop een mus. Ze zijn niet schichtig als ik buiten kom.
Ik heb ook een krant gekocht maar die ga ik nu niet lezen. Dat is voor vanavond na het eten.
Vanmorgen heb ik vier schapenkotteletten gekocht...een kleine bloemkool, wat gehakt en tomaten. Er is nog een courget en een paprika in huis.

aan de overweg van verkeer
schuurt  lawaai de tijd
gewetenloos stilte doorbrekend
...komaan Warket, hou nu op met dat gelul en beschrijf wat ge ziet.
Bekijk dat zagemeel in dat roze lichtschijnsel en zie die verroeste kachel daar buiten staan.
Het is hier verdomme stil. Niks beweegt. Zelfs de tijd neemt een pauze. Dat kan een mens niet ontgaan.

We wonen in een dorp dat verschroeit in moderniteit. Het begon toen ze die ouwe boerderij sloopten en er een appartementsgebouw bouwden. Daarna nog meer. Het dorpsplein werd geplaveid en er kwam een vijver met een fontein. Meerwaarde voor vastgoed en commercianten. Nog een paar cafés en een verkaveling erbij. De leeuwerik hoor je niet meer met al dat lawaai. Dit dorp raakt overbevolkt. 

Komaan, zeg dan gewoon dat je dit dorp klote vind in plaats van tweehonderddertig letters hieraan te spenderen. Wees nu eens eerlijk: is dat echt de moeite waard?
    Wie ben jij, dat ge mijn schrijfsel zomaar doorbreekt?
Ik ben wat jij geschapen hebt in uw waanzin.

In mijn pyjama kijk ik buiten naar die verroest kachel. Het is niet koud en niets beweegt. Ze heeft gelijk. Ik kan er beter naar kijken.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:57 Reageer op dit bericht

tussen 5 juni en 10 juni 2005

 

Dit is het beste moment om nieuwe woorden, zinnen, uitdrukkingen te verzamelen. Mijn geest is nog helder na de slaap, geprikkeld door koffie en een sigaret.

Ik lees recensies van woordkunstenaars in de weekendkrant.

 

krantenlezer op zondagochtend

in versneld tempo de wereld vernemen

 

ik lees:

om een vrouwtje het hof te maken bespaart de mannelijke fruitvlieg zich kosten noch moeite. Er komt een ingewikkeld spel bij kijken, waarbij hij haar zachtjes aantikt met zijn pootje, zingt met zijn vleugels, die laat trillen en het vrouwtje uiteindelijk likt.

 

zenuwslopende vertedering

 

ik lees:

als de euforie van de revolte langzaam wegebt, als de vernielzucht en de baldadigheid geconsumeerd zijn, resten nog het puin en de scherven

 

ik lees:

autisten noemen ons “ neurotypical “. Ze vinden goedendag zeggen tegen de mensen onzinnig omdat je ook geen slechte dag zegt. Dat geldt ook voor hoe gaat het?

Ze vinden dat andere mensen zich te veel verliezen in verbale zinloosheid. Ze kijken naar hoe andere mensen hun eigen gevecht leveren

 

de verlichting tegen romantiek

 

Ik wou dat ik even veel geld had als levenslust

miljardair en onsterfelijk

alhoewel

mensen hebben niet alleen het recht om te leven

maar ook de plicht om te sterven

zich onderwerpen aan het genadeloos sloopwerk van de natuur

hooguit het recht om hun lijk te laten bewaren in vloeibare stikstof

misschien maken ze het wel met het gemak van een vingerknip

wakker binnen duizend jaar in een totalitaire staat zo onbewoonbaar als de hel

 

wakker worden met onvrijwillige herinneringen

willekeurig en ongrijpbaar als beelden voortgebracht door de verbeelding en tenietgedaan door de werkelijkheid

als een droom die vervaagt in het verloop van de dag

tot zijn denkbeeld helemaal verdwenen is.

 

We hebben een vernissage gemist. We zouden een uitnodiging gekregen hebben, blijkt achteraf.

Uitnodiging uit brievenbus gewaaid of achteloos op schouw blijven liggen

weet ik veel

nooit gezien

slordig in het leven

met dag vertraging er naartoe

 

Op de trap dacht ik: het is hier warm voor een zomerse dag

ik voel me onwennig zo dicht bij een kunstenares

gelukkig is L. erbij om het ijs te breken

 

Het heeft iets, kunst

die sublimatie van gevoelens

om het dagelijkse te doorbreken

de toeschouwer te overtuigen en te laten herkennen

wat al aanwezig is

die onmatige bezieling

 

Mijn portret hangt ook aan de muur

ik, met ontbloot bovenlijf

en verder, gekleed in een vervallen kerk

hij heeft het beste van mezelf verbeeld

dat komt doordat we tezamen ‘s nachts sprakeloos een eiland

onbewoond en omringd door water bewoond hebben

 

en zij

ze toont haar diepste gevoelens met haar kunst

majestueus

het ongekende kenbaar maken

 

Ik zei: ik kan je grillige vindsels bezorgen

ze zei: ja, doe dat maar

ze zei nog zoiets van die e-mails

ik verstond het niet

en antwoordde: ja, waarom niet

 

Nu we weer thuis zijn is de berk goud gekleurd

hij beweegt met de wind

 

Ik begrijp nog altijd niet waarom dit geschreven wordt. Ik heb geen mening. Dat is voorbehouden aan populisten en makelaars in angst om het publieke debat met druktemakers in stand te houden.

voor de spiegel, ja, dat wel

voor een spiegel zonder mening

Misschien ben ik de laatste, maar ik weiger om aan die trend van meningen mee te doen

 

dan nog liever een zinloze kreet als uiting van anarchistische vrijheid

in een zoektocht naar genot

genot in een kasteel van kuisheid in zonde

 

woorden schikken als bloemen

het komt altijd ergens terecht

zonder einde

oefening in de vorm van klinkers

medeklinkers en er lettergrepen van maken

een woord in schepping

nu nog een zin

en dan een betekenis zonder vervaldatum

leuteren en rochelen

in een stinkende brij met veel vliegen

betekenis zonder mening

 

Als je goed kijkt in tegenlicht

zie je het leven krioelen

het leven overleven

onvoorbedacht

als een ouwe kater die over een kasseiweg loopt

in windstil

niets beweegt in deze vooravond

 

Waarom ben je zo goed gekleed?

overschot van gisteren

hij vind het grappig

maar dat is het niet

omdat het gewoon overschot van gisteren is

 

  

Ik ga met mijn wijsvinger diep in mijn neusgat op zoek naar een kabbisch

met opengevallen mond en gesloten ogen

het is een vorm van bidden

god bestaat in mijn neus

zij, hij, ze, men

in mijn neus

ik begrijp nog altijd niet waarom dit geschreven wordt

ik heb geen mening

voor een spiegel, ja, dat wel

voor een spiegel zonder mening

en dan een kreet

in een zoektocht naar genot

het komt altijd ergens terecht

betekenis zonder mening

 

Het is normaal dat vandaag gisteren niet was

de dag was onvoorspelbaar

toeval

gecontroleerde dwaasheid

het gaat op en neer

tussen paars, wit en geel

en een wolkenloze hemel

staar ik naar al die schoonheid die deze wereld siert

ik heb geen mening

wel een kreet

in een zoektocht naar genot

 

Ik knip het haar

bijna bij middernacht

van een volwassen zoon

verwekt

zij heeft hem gebaard

en nu, zoveel later

knip ik zijn haar het middernachtuur voorbij

ik heb geen mening

wel een kreet

en een schaduw

en de zon

en de maan

schaduw in maanlicht

ik, geen mening, een kreet, een schaduw in zon en volle maan

 

Twee tienermeisjes

zo natuurlijk liggen ze daar

met blote billen in het gras

op de weg komen mensen voorbij

ze kijken naar me, denk ik

of ze gluren naar die jonksheid in het gras

en twee japanners recht voor mij op een bank

een man en een vrouw

ze heeft een mooie decolté

ook ik gluur naar hun samenzijn

al die menselijkheid toevallig hier

om en rond een bank

 

Hier lag ik

was ik

een afdruk in het graan

met een schaduw

tussen passanten

in de naam van mezelf  

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:26 Reageer op dit bericht

rare vogels

Drie respectabele stadsidioten: een prediker, een muziekant en een zwijger. Ze hebben iets gemeen: je komt ze regelmatig tegen op diverse plaatsen, winter en zomer.
De prediker heeft zich het apostolaat toegeëigend. Niet op pauselijk nivo. Neen, hij is een straatwerker die op ondenkbare uithoeken van het trottoir met een blik op oneindig het woord gods verkondigt. Terwijl hij dat onafgebroken doet, zwaait hij met zijn rechterhand, wijsvinger naar de hemel gericht. Niemand luistert. Ik denk dat het hem weinig kan schelen, dat hij zich richt tot een wereld die alleen voor hem toegankelijk is. Zijn ogen zijn nooit op iemand gericht. Hij kijkt verdwaald.
Zo stond hij op een keer te preken voor een etalagepop, of was het zijn weerspiegeling in de vitrine? Zou hij zichzelf herkennen in een spiegel? Ik heb het hem nooit gevraagd.
De muziekant draagt een te groot verkreukeld grijs kostuum. Zijn grijzend haar tot net over de oren is altijd in de war, net zoals hijzelf, wat voorovergebogen in zigzag van het ene terras naar het andere lopend. Zijn hoofd tikt dan afwisselend links en rechts naar beneden. Hij draagt in zijn linkerhand een oude spaanse gitaar waarop nog vier snaren staan. Op elk terras speelt hij tien seconden een melodie die hij alleen begrijpt. Dan tovert hij uit zijn jaszak een kartonnen beker waarmee hij de tafels afschuimt. Ook dat duurt niet langer dan zijn muziekstuk. Hij is het gewoon dat men niks geeft. Hij heeft geen stem en speelt geen akkoorden. De mensen willen kwaliteit. Anders geen geld.
Je ziet hem alleen bij zomerweer want binnen mag hij niet spelen. Ik wou eens zijn gitaar stemmen maar hij hield ze krampachtig vast alsof zijn voortbestaan bedreigd werd. Hij zwerft hier al jaren rond.
Ook de zwijger blikt naar oneindig. Ik schat hem rond de dertig. Nog te jong. Hij stapt evenwichtig en draagt een volgepropte plastieken zak over zijn schouders, meestal rechts. Zijn gevlochten haar bind hij omhoog. Je komt hem zowat overal tegen in alle jaargetijden. Hij lijkt iemand te zijn weggeblazen uit een gebroken samenleving.
Drie schimmen in de stad. We zijn bang om ze aan te spreken, om ons belachelijk te maken. Iemand anders zal hen wel helpen.
Hoe was hun jeugd, wie zijn ze?
Ik heb het hen niet gevraagd.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:10 Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten