De roes die om de hoek loert
|
De roes die om de hoek loert In het verrassend rijke essay Liefde in tijden van eenzaamheid - over drift en verlangen1, vertelt Paul Verhaeghe eerst over hoe in de clan of de familie genot en goederen verdeeld worden tussen de partijen rond de man en de vrouw, waarbij in de loop van de tijd het patriarchale in de plaats komt van het matralineaire met het tot stand komen van het monotheïstisch patriarchaat waarin de man middels strenge regels en met het onderstrepen van de tegenstelling tussen de geslachten, de (gevreesde) vrouw 'onschadelijk' tracht te maken. Vandaag is het monotheïstisch patriarchaat verdwenen en komt bij de man de angst voor de vrouw weer naar boven, getuige de agressie (zoals bij clitoridectomie) én de aanbidding tegenover haar, alsook verdwijnt de scherpe tegenstelling tussen de geslachten, er komt een meer gedifferentieerde genderidentiteit. De man vreest namelijk door de vrouw herleid te worden tot een willoos lustobject en zo zichzelf te verliezen. Maar het verdwijnen van de klassieke regelgeving inzake man-vrouwverhoudingen resulteert niet in de mogelijkheid van een totale bevrediging: in plaats daarvan blijkt men almaar minder zin te hebben in seks. Desondanks blijft de blinde drift, door Verhaeghe behandeld in het derde en laatste deel van zijn boekwerk. Drift beduidt controleverlies en sowieso geweld, ook inzake de seksualiteit: men wordt gedreven naar iets dat men niet wil, zoals in de fascinatie voor horror en perversie maar de mens moet het (door Milgram aangetoonde2 en door onder meer Joseph Conrad3 beschreven) monster in zich in toom houden. Het gaat hier niet om een regressie4 want reptielen kennen dit niet: “[De drift] is de bron van een vreemdsoortig genieten dat door het subject niet verlangd wordt. Verlangen en drift staan tegenover elkaar zoals de schone en het beest. Beter: zoals het bekende tegenover het andere.”5 Het verlangen wil niet bevredigd worden, de drift kan niet bevredigd worden. Dieren hebben instincten, geen driften, de drift is typisch menselijk, hij treedt op bij het overschrijden van een grens en men verliest zich erin. Inzake seksualiteit is een beveiligingsmechanisme ingebouwd: de drift stopt bij het bereiken van het orgasme. Verhaeghe: “Maar wat als een dergelijk eindpunt ontbreekt? De man of vrouw die blijvend in extase gebracht wordt tot steeds hogere niveaus, de achtbaan die blijft ronddraaien, de gillende massa die niet tot bedaren te brengen is? Elke massarevolutie eindigt in een paroxisme van bloed waarbij vergeleken voetbalhooliganisme kinderspel is. De drift is inherent traumatisch”6 “De drift drijft het subject voorbij de eigen grens”7 Daar bestaat tegelijk aantrekking en angst, tremendum et fascinans, en het verbod maakt het verbodene aantrekkelijk: men wil opnieuw regels omdat zonder maat de zin in seks verdwijnt. De “allesverslindende liefde” verwekt seksuele trauma's verwant aan de oorlogsneurosen ingevolge ongebreideld geweld door de afwezigheid van de normale regelgeving en men spreekt dan over een “orgie van geweld.”8 De groep stimuleert overgave aan (zowel het uitoefenen als het ondergaan van) geweld en verdooft het bewustzijn, het trauma ontstaat pas als de groep uiteenvalt: PTSS. “De getraumatiseerde herinnert zich het trauma niet, hij herbeleeft het.”9 In zelfhulpgroepen probeert men het onverwoordbare alsnog gezegd te krijgen en te bezweren in de eigen (scanderende) taal van lotgenoten, zoals bij rap. De wet verbiedt het verlangen dat zij uitgerekend daardoor mogelijk maakt.10 Het neoliberalisme gedoogt zowat alles waardoor niets nog begerenswaardig is en vandaag worden de clerici afgelost door de medici maar de tolerantie is illusoir want verkapt een (economische) oorlog: alles is te koop voor elkaar beconcurrerende individuen.11 Dan rijst de vraag, aldus Verhaeghe: “Wat drijft mij naar die transgressie, voorbij het punt waar ikzelf ophoud te bestaan?”12 Voor Freud streven wij naar een zo laag mogelijk spanningsniveau maar dat is het nirwana, de dood: eros en thanatos. Eencelligen en andere wezens die geen seks kennen omdat zij zichzelf quasi perfect repliceren, leven eeuwig maar vernieuwing (door reductiedeling) vergt seksualiteit en “seksualiteit impliceert dood.”13 “La petite mort”, zoals het orgasme wordt genoemd, verwijst hiernaar. In tegenstelling tot wat Freud meent, zijn eros en thanatos voor Verhaeghe twee verschillende vormen van leven en zo vraagt de bioloog zich af of hij de honingbij moet bestuderen of niet veeleer de zwerm. Ter afronding van zijn essays wijst Verhaeghe erop dat naast de blinde drift en de burgerlijke banaliteit een derde weg openligt, die van de liefdesverhouding die een sublimatie van het onmogelijke is. Maar intussen werd met de bedenkingen over de verstrengeling van de eros met de thanatos en van het individu met het volk, een kwestie aangesneden die zich vandaag14 actualiseert in Europa waar zich een oorlogsfront aan het uitbreiden is: dreigt het zich opofferen van het individu aan het volk met de aangereikte, al dan niet vermeende inzichten niet gelegitimeerd te worden en betekent een morele verantwoording daarvan middels die inzichten geen terugkeer naar de wet van de sterkste en naar de horror zoals de door de auteur aangehaalde Joseph Conrad beschreven? Want eenmaal het hek van de dam is, stokt élke dialoog, grijpt de transgressie plaats naar het uitvoeren van wat men eigenlijk niet wil, en opent zich de weg naar een nimmer te stoppen roes waarvan in ons continent niemand meer in leven is om nog te getuigen van de gruwel die hij verkapt. (J.B., 29 januari 2026) 1Paul Verhaeghe, Liefde in tijden van eenzaamheid. Over drift en verlangen, De Bezige Bij, Amsterdam 2013 (2011). 2Stanley Milgram, Behavioral study of obedience (1963) en Obedience to Authority: An Experimental View (1974). 3Joseph Conrad, Heart of Darkness (1899). 4Paul Verhaeghe, o.c., pag. 200: “Mijn stelling is dat wij [in de drift] juist het verst verwijderd zijn van het natuurlijk-biologische. Dieren kennen geen Auschwitz (…). Het gaat om het stuk biologie dat geen psychologie kan worden en omgekeerd. (...) De woede en agressie die [bij de drift] vaak komen kijken, zijn steeds uitingen van onmacht en onvermogen die in natuurlijke omstandigheden onbekend zijn bij het dier. (...)” 5Paul Verhaeghe, o.c., pag. 188. 6Paul Verhaeghe, o.c., pag. 202. 7Paul Verhaeghe, o.c., pag. 208. 8Paul Verhaeghe, o.c., pag. 222. 9Paul Verhaeghe, o.c., pag. 223. 10Verhaeghe verwijst hier naar de belangrijke brief van Paulus aan de Romeinen over de relatie tussen de wet en de zonde. Cf.: Paul Verhaeghe, o.c., pag. 227. 11Paul Verhaeghe, o.c., pag. 230. 12Paul Verhaeghe, o.c., pag. 230. 13Paul Verhaeghe, o.c., pag. 235v. 14Ter herinnering: Verhaeghes essays dateren van 2011. |




