Naar de inhoud

Tisallemaiet

Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet) - © J. Bauwens, Serskamp
akke.beakke.be
Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet ) - © J. Bauwens, Serskamp

Berichten van 1 januari 2023 tot 31 december 2023

water

water
3327262-a03e30a79241fec906a56e27a2752b90.jpg







Wat met osteopathie? Aflevering 4

Wat met osteopathie?

Aflevering 4

Als methodist verwierp de grondlegger van de osteopathie, dr. Andrew Taylor Still, het materialisme, waarover wij hoger een en ander hebben gezegd. Benadrukken wij vervolgens dat iemands kijk op de wetenschap niet los staat van zijn wereldbeeld: wie vanuit een materialistisch wereldbeeld geloven dat de geest een bijwerking is van de hersenen, zullen geestesziekten behandelen door aan de hersenen te gaan sleutelen; wie daarentegen een spiritualistisch wereldbeeld aanhangen en derhalve geloven dat het lichaam een emanatie is van de geest, zullen de oorzaak van lichamelijke ziekten uiteraard gaan zoeken in de staat waarin de geest verkeert. Immers, zouden ze anders handelen, dan ware hun geloof ijdel. Maar deze laatste opvatting, die ook de methodist dokter Still deelde en die mede aan het fundament ligt van zijn eigen geneeswijze die de osteopathie genoemd wordt, is een overtuiging die in feite berust op de wens of de waan van de mens om zijn lot in eigen handen houden.

Immers, het geloof dat de geest heerst over de materie, voedt de overtuiging dat men in staat is om met de eigen geest en meer bepaald met de eigen wil het lichaam te beheersen zoals een ruiter een paard beheerst. Dat is weliswaar tot op zekere hoogte het geval wat betreft bijvoorbeeld het bewegingsapparaat en wat betreft alle zogenaamd willekeurige zaken maar dat dit ook zou gelden met betrekking tot de onwillekeurige lichaamsfuncties wordt alleen al door de nomenclatuur zelf tegengesproken. Een gezond persoon is in staat om binnen de door de natuur bepaalde grenzen een armbeweging te maken zoals hij dat maar wenst, edoch, reeds over de kniereflex heeft hij geen rechtstreeks meesterschap via zijn wil, laat staan over wat zijn hartspier doet of over de werking van zijn maag, zijn schildklier en zo verder. Trouwens, indien alle orgaanwerkingen zouden gehoorzamen aan de bevelen van de vrije wil, dan zou het bewustzijn daardoor zozeer in beslag worden genomen dat er geen tijd meer zou overblijven voor nog andere gedachten en de mens zou dan herleid worden tot een geestloos autonoom functionerend organisme, een automaat.

Een wetenschap en in dit geval een geneeskunde die zich ent op de overtuiging dat de stof een emanatie is van de geest en dat de geest het lichaam beheerst, zal tegen haar eigen grenzen aanbotsen van zodra de proef op de som uitwijst dat het lichaam helemaal niet bereid is om gehoorzaamheid te bieden aan de geest of aan de wil en alvast is het lichaam daartoe niet bereid waar het de autonome fysieke functies betreft. Andermaal: het is weliswaar mogelijk om te gaan en te staan waar men wil en ook kan men voor een beperkte tijd zijn adem inhouden maar om het hart te doen ophouden met kloppen of, eerder nog, om na een hartstilstand het hart weer op gang te brengen, is veel meer nodig dan alleen maar de onmiddellijke wil (of eerder de wens): om het hart te doen stoppen, is geweld nodig en om het na een stilstand weer op gang te brengen, is wetenschap nodig. In dat laatste geval dienen de wetten achterhaald te worden waaraan de stof beantwoordt en vanuit de gehoorzaamheid aan die wetten kunnen dan gebeurlijk technieken bedacht worden waarmee men die wetten tot op zekere hoogte naar zijn hand kan zetten. En dat gebeurt in de klassieke geneeskunde die immers steunt op een wereldbeeld dat werkelijkheidsbeheersing toelaat en ze ook promoot.

Nu zullen voorstanders van de tegenpartij antwoorden dat ook andere geneeswijzen zoals de osteopathie dat vermag en uiteindelijk zullen de resultaten van de geneeswijze in kwestie beslissend zijn voor de beoordeling van haar effectiviteit. Vanuit deze praktijk waarbij de specifieke geneeskunde een toetssteen is voor haar waarde, zal ook het wereldbeeld dat aan die vorm van geneeskunde ten grondslag ligt, afhankelijk van de bekomen resultaten, overeind blijven of sneuvelen. Maar er is nog een probleem en zeker niet het geringste.

Immers, de beoordeling van de werkzaamheid van een therapie is allerminst een sinecure en de vraag rijst zelfs of zij wel mogelijk is op objectieve gronden. Dat Coca-Cola u het best van alle bestaande dranken verfrist, is alleen maar waar omdat het aldus aan iedereen van in de wieg dagelijks meermaals, overal en met elk denkbaar middel geproclameerd wordt. In de praktijk worden waarheden allerminst bewezen met logisch-mathematische middelen maar ontspringen zij aan de macht; zij worden gekocht, betaald en, eenmaal verworven, ook juridisch overeind gehouden. En de waarheid van Coca-Cola vertegenwoordigt hier talloze andere waarheden, zo niet élke denkbare waarheid, zodat bijvoorbeeld ook de waarheid dat het coronavaccin u tegen corona beschermt en de waarheid dat de pil u gezond maakt precies zoals de heilig hostie dat doet. Niet een of andere hogere, bewezen waarheid achter de reclame overtuigt, doch haar eigen eindeloze herhaling en haar alomtegenwoordigheid waardoor zij zich in het binnenste van haar prooien nestelt en van hen ook het geweten gaat uitmaken, precies zoals het machtsmiddel dat de religie is, dit van oudsher weet te presteren.

Van wat de reclame dan allemaal voorhoudt, hoeft helemaal niets waar te zijn zolang de door haar voorgewende waarheid maar beleden wordt omdat die belijdenis zich manifesteert in de onderwerping aan de reclamemaker welke in het geval van Coca-Cola bestaat in het kopen van het flesje drank; in het geval van de heilige hostie bestaat zij in een specifiek religieuze geloofsbelijdenis en in het geval van het slikken van een medicijn of het volgen van een therapie bestaat zij in de onderwerping aan de geneeskunde in kwestie.

Het succes van een geneeswijze zou bepaald moeten worden door objectieve resultaten maar de verwachting is dat veeleer zekere machten die daar helemaal buiten staan, het volgelingschap zullen bepalen zoals dat inderdaad ook met Coca-Cola het geval is. Wanneer een nar zoals Desiderius Erasmus, die het Lof der zotheid zong, naar de kroon zou worden gestoken door een hedendaags auteur, dan zou die laatste misschien wel onze geneeskunde afschilderen als één grote commerce; een gigantische zwendel met therapieën die veel gelijkenis vertonen met de ijle gebaren in de lucht van de priesters van weleer in even indrukwekkende kerken, met klinieken volgestouwd met stoeten figuranten die precies hetzelfde doen als de pastoors, onderpastoors, misdienaren, kosters, zangers en gelovigen uit een nu vervlogen tijd waar sommigen zelfs met heimwee naar terugkijken. Zij doen allemaal alsof het inhoud heeft wat zij acteren en zij doen dat met een dermate sterk geloof en met een even waanzinnige overtuigingskracht dat zij hun publiek helemaal weten te hypnotiseren. Niemand betrapt hen er op dat geen van al die artsen, verplegers, therapeuten en nog vele andere specialisten die de ziekenhuizen bevolken, over ook maar enige echte macht beschikt over het leven en de dood en dat zij allen louter figuranten zijn die een toneel opvoeren precies zoals in het destijds door alle gelovigen bijgewoonde theater in de kerk wiens macht zelfs reikte tot in het hiernamaals, ja, tot in de eeuwigheid. Herinner u dat toentertijd geen mens die in de kerk geloofde, in twijfel trok dat het ook zin had wat de clerus wereldwijd presteerde: de kracht van de gebeden en de litanieën, de genezende werking van de hostie, de effectiviteit van de veelsoortige bezweringen in de vorm van aanmaningen en hellepreken, de loutering van de biecht, de rechten en de plichten, de geboden en verboden: louter figuranten en figuraties waren zij, zonder ook maar enige aantoonbare band met de materie en bij uitstek de 'waanzin' van de transsubstantiatie, de verandering tijdens de consecratie van brood en wijn in het lichaam van de godheid, kon model staan voor de macht van een tovenarij die in feite nog altijd onverminderd aan de orde is omdat er nu eenmaal helemaal niets nieuws is onder de zon.

Of hiermee de vraag naar de werkzaamheid van osteopathie en van de vele andere alternatieve geneeswijzen wordt beantwoordt, is een andere kwestie. Maar wie eraan twijfelen dat ook de wetenschappelijke waarheid tot een geldkwestie is verworden, moeten maar eens goed rondkijken in bijvoorbeeld een apotheek: kruiden, theeën en tincturen waarvan allang bewezen werd dat zij niet werken, liggen daar uitgestald onder zalvende namen in de vitrine; men koopt er verdovende en fataal verslavende middelen met ronkende namen die allerminst genezen; men kan er boeken krijgen met daarin diëten en voorschriften van wonderdokters en therapeuten van de meest exotische pluimage. Ook moet men steeds vaker vaststellen dat ziekenbonden reclame maken met een terugbetalingspolitiek inzake geneeswijzen die door de klassieke wetenschap allang corrupt werden verklaard: deze geneeswijzen dringen zich naar het voorplan middels reclame naar het voorbeeld van het bijzonder succesrijke Coca-Colabedrijf en in een mum van tijd weten zij eerst de consumenten te betoveren en daarna ook de apothekers die er immers winst uitslaan, de ziekteverzekeringsbedrijven die aan terugbetaling doen en naar de pijpen van hun klanten moeten dansen, de artsen idem dito en prompt ook de professoren en de vorsers wiens onderzoek immers betaald wordt door Coca-Cola, Coca-Pharma en noem maar op.

Marcuse had het bij het rechte eind: wetenschap en techniek zijn in principe wondere zaken maar besmet met het geld dat symbool staat voor de hebzucht, wordt ook de zorgbehoevende niet langer geholpen doch gepluimd; zijn uitgestoken hand om hulp ontvangt helemaal niets tenzij een brief van de deurwaarder met een dringende aanmaning tot aflossing van zijn schulden, ja, zijn meubelen staan reeds op de stoep, hij kan nu de eindeloze stoet gaan vervoegen van de illegale trekkers die de mist ingaan, zoals alleen nog geschouwd door Kaspar Hauser in de visioenen welke voorafgingen aan zijn uur van waarheid.

(J.B., 28 oktober 2023)

Wat met osteopathie? Aflevering 3

Wat met osteopathie?

Aflevering 3

De denkfout die aan de grondslag ligt van het fysicalistisch wereldbeeld dat hand in hand gaat met het materialisme betreft een specifieke, onterechte veralgemening. Zij situeert zich waar de mens het denken dat uit zijn leefwereld stamt, roekeloos projecteert op de gehele werkelijkheid. In dat geval wordt de metafysische vraag naar de ultieme zijnsgrond van de werkelijkheid verengd tot de technische vraag naar haar ultieme bouwstenen. Ten onrechte, want de werkelijkheid is geen constructie.

Reeds in de vierde eeuw werd deze denkfout aan het licht gebracht door een van de allergrootste filosofen, de Noord-Afrikaan Aurelius Augustinus. In zijn De Fide et Symbolo (II:§2) bekritikeert hij namelijk ongelovigen die "vanuit hun vertrouwdheid met handenarbeiders, huizenbouwers en allerlei andere artisanen die niets kunnen tot stand brengen zonder grondstof", geloven dat ook God (een aan Hem externe) grondstof nodig had om alles te 'maken'. Maar zelfs indien God dingen tot stand bracht uit grondstof, dan werd ook die grondstof door Hem uit het niets geschapen, aldus Augustinus.1

Immanuel Kant wijst er op dat wij de natuur pas kunnen kennen in de mate dat wij in staat zijn om hem zelf te maken; waarmee hij in feite zegt dat wij de natuur niet kunnen kennen, want niet kunnen maken.2 En Spinoza onderscheidt, enerzijds, datgene wat zijn oorzaak in zichzelf heeft, met name God en de natuur, en, anderzijds, de dingen die hun oorzaak buiten zichzelf hebben.3 Ook Gödel wijst op het onderscheid tussen het scheppen van iets (- uit niets) en het construeren van iets uit iets anders (- uit iets dat reeds geschapen is).4 Ook Martin Heidegger wijst op het niet-geconstrueerde karakter van de werkelijkheid. Michael Inwood verwoordt het als volgt: "Het ingewikkelde is niet samengesteld: het is niet opgebouwd door eenvoudige elementen te combineren, en het kan niet worden geanalyseerd alsof dat wel zo is". 5

Als we even abstractie mogen maken van kunst en ethiek, kunnen we zeggen dat alle door mensenhanden gemaakte dingen werktuigen zijn, verlengstukken van ons lichaam. Onze wereld is een instrument, hij is ons gemeenschappelijk, uitgebreid lichaam. De grondstof voor dat instrument rekruteren wij uit de natuur. Omdat onze wereld een constructie is van onze handen, neigen wij er toe om ook de natuur als een constructie op te vatten. Een bouwwerk dat wij afbreken om er het onze mee op te richten. Maar dat is een vergissing. De natuur is niet op zijn beurt opgebouwd uit grondstof die weer van elders komt. Waar wij dat geloven, achten wij onszelf potentiële natuurmakers of goden.

De betekenis van deze uitspraak mag niet worden onderschat: wij kunnen de natuur niet (na)maken, omdat de natuur geen maaksel is. Omdat al datgene wat wij met onze plannen en handen tot stand brengen, opgebouwd wordt uit elementen (die wij in de natuur aantreffen), hebben wij de neiging om te denken dat ook de natuur zelf het resultaat van zo een bouwproces zou zijn. Geven wij aan deze neiging toe, dan bezondigen we ons aan inductie. Wanneer wij een boom materieel ontleden, vinden wij daarin stoffen zoals water, koolstof, en nog andere elementen. In wezen is die boom helemaal niet het resultaat van zo een ‘samenstelling van elementen’, en een hersamenstelling zou ons dan ook geen boom opleveren. In onze analyse hebben we ons immers beperkt tot de materiële analyse van één specifieke boom. Wat daar boven uitstijgt, kan niet meer worden geanalyseerd, wat ‘namaak’ uitsluit. Maar vooral is ‘namaak’ onmogelijk omdat een boom, en in het algemeen de natuur, geen maakwerk is. Het is bijvoorbeeld mogelijk voor een papegaai om een menselijke uitspraak na te zeggen, maar de essentie van de uitspraak, namelijk zijn betekenis, kan door de papegaai niet worden gevat, wat zijn prestatie irrelevant maakt. In zijn overmoedig geloof inzake het namaken van de schepping, gelijkt de mens nu op zo een sprekende ara, zich niet bewust van zijn potsierlijkheid. De mens met een mechanicistische wereldvisie is vergelijkbaar met de instrumentist die niet in staat is om ook maar het minste greintje gevoel te koesteren bij zijn eigen muzikale uitvoeringen, omdat hij doof is: voor hem is musiceren een harde labeur, iets zoals het sturen van een ingewikkelde machine. Nu geloven fysicalisten dat de natuur zo een absurd orkest is zonder klank, alleen omdat zij niet in staat zijn te horen.

Zo laken bepaalde richtingen, zich beroepend op Carnap, de metafysica omdat haar uitspraken niet experimenteel verifieerbaar zijn.6 Maar de eis van toepasbaarheid van dit beginsel op de ganse werkelijkheid, verkapt eigenlijk de overtuiging van de (na-)maakbaarheid van de werkelijkheid. In het Logisch Positivisme, het fysicalisme en het microreductionisme, hebben we aldus te maken met het gevaar van de misvatting waarvoor onder meer Augustinus, Kant, Spinoza en Gödel waarschuwen. Daar acht de mens zichzelf God. Hij is dat niet, zegt Spinoza, want hij is niet 'zijn eigen oorzaak' (- 'causa sui').7

(Wordt vervolgd)

(J.B., 26 oktober 2023)

1AUGUSTINUS, Aurelius, A treatise on faith and the creed (De fide et symbolo), Christian Classics Ethereal Library,

Calvin College, updated May 27, 1999:322.

2DE VOS, H., Kant als theoloog, Het Wereldvenster, Baarn 1968, pag. 63.

3SPINOZA, Benedictus, Ethica More Geometrico Demonstrata. Uit het latijn vertaald en van aantekeningen voorzien door Nico Van Suchtelen, Wereldbibliotheek, Amsterdam 1979.

4WANG, Hao, Logical Journey. From Gödel to philosophy, The MIT Press, Cambridge, Massachusetts 1996, pag. 14: “Gödel distinguishes creation, in the sense of making something out of nothing, from construction or invention, in the sense of making something out of something else”.

5INWOOD, Michael, Heidegger, Lemniscaat 2000, vertaling: W. de Leeuw (O.U.P., Oxford 1997), pp. 110-111.

6Zie: AYER, A.J. (editor), Logical Positivism, Greenwood Press, Westport-Connecticut 1978 (The Free Press, Macmillan, pp. 60-81.

Publishing Co., Inc., 1959).

7Zie ook: J. Bauwens, Trans-atheïsme, pp. 31-33.

Wat met osteopathie? Aflevering 2

Wat met osteopathie?

Aflevering 2

Het in het westen heersende, positivistische, materialistische wereldbeeld steunt op het fysicalisme en op het microreductionisme: het neemt aan dat alleen materie en energie bestaan, alleen datgene wat (zintuiglijk of logisch-mathematisch uit het zintuiglijke afgeleid) kan worden waargenomen en dat alles opgebouwd is uit telkens kleinere bouwstenen, waarbij de meest elementaire zeer zeker nog niet ontdekt zijn. De opvatting dat deze wezenlijk energetisch-materiële werkelijkheid gehoorzaamt aan wiskundige en natuurkundige wetten die derhalve principieel kenbaar zijn met de menselijke rede, is bijzonder hoopgevend met het oog op het beheersen van deze werkelijkheid omdat men gelooft dat er aldus op solide gronden naar gestreefd kan worden om de fataliteit van de menselijke afhankelijkheid van al het natuurlijke te overstijgen: ziekte en dood hoeven misschien niet ons lot te zijn als wij maar de moed opbrengen om er met onze rede, met zelfvertrouwen en met ijver met het hele mensdom tegenaan te gaan.

Niet alleen atheïsten zijn vaak deze mening toegedaan zoals beroemde versregels uit Müllers Winterreise getuigen: “Will kein Gott auf Erden sein,/Sind wir selber Götter.” Ook gelovigen en meer bepaald christelijke theologen, zijn die overtuiging toegedaan omdat zij de mens steeds vaker gaan beschouwen als deelnemer aan Gods schepping, met op de achtergrond het geloof dat de menswording van God hand in hand gaat met de vergoddelijking van de mens die dan zoals uitgebeeld door kunstenaars zoals de schilder Jean Delville verrijst als “l' Homme Dieu” want, zoals de Bijbel leert, zijn wij geschapen “naar Gods beeld en gelijkenis”.

Anderen echter, noemen deze visie hoogmoedig en zo hangen zij een filosofie aan van de eindigheid die de mens erop wijst dat achter zijn streven naar zuivere kennis de zondige wil schuilt om aan God gelijk te zijn. De Duits-Belgische fenomenoloog Rudolf Boehm heeft het streven naar zuiver theoretische kennis in zijn werk uit 1977, Kritik der Grundlagen des Zeitalters, omschreven als hoogmoedig. De waarde van wetenschap kan pas uitgedrukt worden in termen van haar ultiem nut voor ons, mensen, en bij uitbreiding de ganse noösfeer. Kennis op zich of kennis omwille van de kennis is een louter spel en derhalve een monster omdat de toepasbaarheid van kennis haar ultieme feedback is.

Ook de zogenaamd louter theoretische kennis ontspoort als zij niet uiteindelijk in functie van haar toepasbaarheid beoefend wordt. Zelfs en bij uitstek de wijsbegeerte is er voor ons. Kennis is derhalve noodzakelijk met kunde verbonden en des te meer voor de geneeskunde geldt dat haar waarde moet gemeten worden aan haar vermogen om de (menselijke) gezondheid te herstellen of te handhaven. Zuiver theoretische kennis zoals de wiskundige, kan over de werkelijkheid niets zeggen en dat ervoer reeds René Descartes bij de vaststelling dat zowel in de werkelijkheid als in de droom de som van de hoeken van een rechthoekige driehoek 180 graden is, waaruit te besluiten valt dat de zuiver wiskundige kennis en de zuiver theoretische kennis in het algemeen, zich niets laat gelegen zijn aan het onderscheid tussen werkelijkheid en droom en dat zij derhalve nietszeggend is - zij is een louter spel.

De miskenning van de plicht van het theoretische weten om zich te onderwerpen aan het oordeel van de mensen in wiens dienst dit weten staat, verbergt zich in allerlei uitvluchten (en zo bijvoorbeeld worden bepaalde werkingen van medicijnen heel 'handig' 'bijwerkingen' genoemd) om tenslotte niet te moeten toegeven dat al te vaak uiteindelijk de nadelen van een behandeling de baten opheffen. Het beschreven euvel is eigen aan de fundamenten zelf van onze tijd en het was Rudolf Boehm die daarover zijn Kritik der Grundlagen des Zeitalters publiceerde.

Bij uitstek de geneeskunde is een wetenschap die zich principieel niet bezondigt aan het weten ter wille van het weten zelf maar bij haar toepassingen komt zij (alvast in onze contreien) in het vaarwater van een kapitalistische economie die wél lijdt aan het euvel van de middeldoelomkering: onze economie produceert om te produceren, zij groeit om te groeien en deed zij dat niet, dan zou zij kapseizen, wat zij vandaag ook doet omdat een onvoorziene crisis een rem zet op haar groei. De rode economie - de planeconomie - blijkt hiertegen veel beter bestand. De kapitalistische economie corrumpeert wetenschap en techniek zoals macht waarheid corrumpeert.

Zo ook moet men zich ervoor hoeden de feiten niet ondergeschikt te maken aan de wetenschappelijke wetten zoals men doet waar men in zijn religieuze arrogantie zelfverzekerd en heldhaftig wetenschappelijke bevindingen van tafel veegt met Bijbelse citaten. Zo bijvoorbeeld werkt een vaccin niet omdat de wetenschap voorschrijft dat het moet werken: het werkt als het de afweer stimuleert precies zoals eender welk medicijn werkt als het ons van een ziekte af helpt. De economie wil dat vaccins die massaal worden geproduceerd ook worden verkocht en daartoe moeten ze eerst werken, willen of niet. Hetzelfde geldt voor de beruchte mondmaskers.1

Derhalve zijn zowel het geloof in de almacht van het zuiver wetenschappelijk weten als het geloof in de waarheid van de heilige geschriften in hetzelfde bedje ziek: telkenmale gaat het om vormen van absolutisme of fanatisme, wat wil zeggen: het onvermogen om de beperkingen te aanvaarden die nu eenmaal horen bij het mens-zijn. Mensen zijn geen goden, er bestaat geen absoluut weten, elke wetenschap die zich beroept op absolute kennis deelt haar dictatoriaal karakter met de religies waaraan mensen zich tegen beter weten in onderwerpen zoals de burgers in de wereld van Georges Orwells dystopische roman 1984 belijden dat 1 opgeteld bij 1 gelijk is aan 3. Zij weten dat dit een onwaarheid is maar zij belijden deze leugen omdat dit van hen wordt afgedwongen en waar zij dat doen, manifesteert zich de triomf van de machthebber.

Op een bijzonder gesofisticeerd verkapte manier sluipt onder de invloed van machtshonger de leugen ook in de wetenschappelijke bedrijvigheid naar binnen die dan niet langer nuttig is voor ons maar schadelijk. En de leugen wordt gekenmerkt door haar neiging zich te verbergen, wat vrij vertaald betekent dat zij het open debat schuwt: zij gelooft dat zij met haar autoriteit de bevindingen en de meningen die haar tegenspreken, de autoriteit van de waarheid kan overtreffen maar dat laatste is uiteraard een gevaarlijke vorm van waanzin.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 26 oktober 2023)

1Zie ook: J. Bauwens, Panopticum Corona, pp. 922-924.

Wat met osteopathie? Aflevering 1

Wat met osteopathie?

Aflevering 1

De arts Andrew Taylor Still (1828-1917), tevens chirurg in de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1865) waarin hij overigens ook ijverde voor de afschaffing van de slavernij, stichtte in Kirksville (Missouri) de American School of Osteopathy (de huidige A.T. Still University). In die oorlog stierven zijn vrouw en vier kinderen door hersenvliesontsteking. De idee dat ziekten konden verwekt worden door microben was er pas met Robert Koch die er in 1905 de Nobelprijs voor kreeg en het eerste antibioticum, penicilline, werd pas in 1928 ontdekt (door A. Fleming) terwijl de toenmalige behandelmethode van meningitis met kwik(I)chloride vaak leidde tot vergiftiging. Still spendeerde de rest van zijn leven aan het zoeken naar een minder schadelijke en meer effectieve geneeswijze. Om de anatomische structuur en de functie bloot te leggen van weefsels, werkte Still op lijken. Wellicht vanuit zijn methodistische achtergrond1 kantte hij zich tegen het (metafysisch) materialisme dat alles ziet als opgebouwd uit materie (en energie) en dat de geest beschouwt als een product van de hersenwerking.2 Still liet zich inspireren door de tegenhanger ervan: het (vooral door Berkeley uitgewerkte) spiritualisme dat, geheel andersom, de stof beschouwt als een verschijningsvorm van de geest.

Dat laatste is niet zonder belang voor een eventuele verdediging van alvast zekere facetten van de osteopathie als een legitieme vorm van geneeskunde en wel hierom, dat het materialistisch wereldbeeld niet zo vanzelfsprekend is als vandaag vaak wordt aangenomen: de kritiek op het fysicalisme en het microreductionisme die aan de grondslag ervan liggen, dateert van de vierde eeuw en is even grondig als overtuigend omdat het succes van het bekritiseerde wereldbeeld alles te maken heeft met een jammerlijke doch bijzonder hardnekkige denkfout.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 25 oktober 2023)

1Dit protestants geloof richt zich op de Bijbel; onder meer het sterk door de barmhartigheid geïnspireerde Leger des Heils is er een voortvloeisel van.

2Materialisme kan gedefinieerd worden als: “die opvatting welke voorhoudt (1°) dat het wezen van al het zijnde enkel bepaald wordt door de stoffelijkheid, en dus niet door een beginsel (zoals God of de ideeën) dat het zijnde in kwestie eerst fundeert, en (2°) dat het gedrag van al het zijnde enkel bepaald wordt door oorzakelijkheid.” (“Materialismus (von: Materie), die Anschauung, dasz alles, was ist, nicht bestimmt sei durch etwas, das von u. über allem sinnlich Erfahr- u. Begreifbaren dieses erst begründet (Gott, Geist, Weltvernunft, Ideen), sondern in seinem Sein nur bestimmt sei durch Stofflichkeit (Materialität), in seinem Verhalten nur durch Wirkungsursächlichkeit (Kausalität). - Gegensatz: Spiritualismus”. Zie ook: Bauwens, Jan, Trans-atheïsme. Een christelijk geïnspireerde verrijzenis uit het hedendaags materialisme. (Bijgewerkte versie van de tekst, gedateerd: JUNI 2003), Serskamp 2003, pp. 27v.

Multidisciplinariteit

Multidisciplinariteit

Iedereen denkt te weten wat vakidiotie is maar kennelijk slagen maar weinigen erin om deze vorm van onverstand ook nog te herkennen als hij zich voordoet, getuige de aperte onfrisse onenigheid onder deskundigen ter gelegenheid van de jongste pandemie waardoor het krediet dat de (medische) wetenschap altijd al had genoten wereldwijd, een historische deuk heeft gekregen waarvan zij nog steeds niet helemaal bekomen is en ten gevolge waarvan sommigen gaan vrezen dat haar een gelijkaardig lot is beschoren als de (katholieke) kerk.

De verregaande specialisatie van vele samenwerkende individuen die zich in de menselijke noösfeer voltrekt, bereikt een grotere vruchtbaarheid of functionaliteit naarmate de verschillende bedrijvigheden erin slagen om naadloos aansluiting te vinden bij elkaar, wat wil zeggen: in de mate dat zij optimaal georganiseerd zijn, en dat laatste betekent dat zij een organisatie moeten vormen en wel naar het voorbeeld van een orgaan of zelfs van een organisme. Functionaliteit of vruchtbaarheid als zodanig bereikt een climax in de biosfeer of de sfeer van de levende organismen, die de dode stoffen verenigen tot cellen, cellen tot weefsels, weefsels tot organen en organen tot levende wezens maar die overtreffen dan ook nog eens zichzelf door zich middels hun bewustzijn onderling te organiseren tot groepen en uiteindelijk tot de wereldgemeenschap.

Dat wil meteen zeggen dat daar waar de onderlinge aansluiting van de verschillende entiteiten niet naadloos is, het systeem als zodanig mank loopt, desintegreert en verdwijnt zoals dat ook het geval is met organen en weefsels waaruit de orde verdwijnt, wat betekent dat er niet langer wordt samengewerkt en in dat geval zullen het organisme, de organen, de weefsels en de cellen gewoon rotten. Jammer genoeg gebeurt dat vandaag bij de helft van de mensen en wel in gevolge de vermeende productie van 'welvaart'.

Dit rottingsproces inzake organisaties betekent de desintegratie van de verschillende onderdelen en dat wil zeggen dat de elementen niet langer onderling communiceren, dat ze terugvallen op zichzelf en zich als het ware in zichzelf opsluiten: zij doen alleen nog wat onwetende cellen doen, namelijk eten, groeien en afval (gif) produceren: zij worden kankercellen. En het equivalent van de kankercellen in het maatschappelijk verband zijn ongetwijfeld de vakidioten: kanker betekent voor een levend wezen wat vakidiotie is voor een organisatie. De vakidioot probeert zijn inzichten op te dringen aan mensen die kijken door een heel andere bril en als ook zij vakidioten zijn, wordt er niet langer samengewerkt maar geconcurreerd. Edoch, er is nog een veel belangrijker aandachtspunt.

Waar specialisatie en samenwerking zijn, is immers nog steeds geen sprake van multidisciplinariteit: die slaat namelijk niet op het samen bestaan van verschillende disciplines en zelfs niet op het onderling interageren ervan. Van multidisciplinariteit kan pas sprake zijn waar verschillende disciplines beheerst worden en die beheersing gebeurt noodzakelijk door mensen. Meer bepaald geldt voor multidisciplinariteit dat de beheersing van verschillende disciplines zich moet verenigen in een persoon, waar ze in feite samenkomen in zijn hersenen of in zijn gedachten, in zijn kennis. De kennis van de ene discipline ontmoet de kennis van een andere discipline pas in iemands hersenen en eerst daar zorgt het samenkomen van verschillende kennisgebieden voor een vermenigvuldiging van die kennis, die dan veel meer wordt dan de som van twee of meer vakgebieden naast elkaar.

Immers, men stelt zich al te gauw tevreden met de idee dat multidisciplinariteit bereikt wordt van zodra men specialisten van de meest uiteenlopende pluimages rond één en dezelfde tafel kan zetten en wat betreft de geneeskunde: als men een team ter beschikking heeft met daarin een massa aan medici die elk een heel klein stukje kennen van de totale mens want samen moeten die er wel alles over weten. Edoch, hier wordt exact dezelfde denkfout gemaakt als onze politici vandaag doen (en overigens altijd al gedaan hebben) en zo bijvoorbeeld zeggen onze onderwijsministers: we hebben nu een nieuwe methode van onderricht uitgevonden; de leerlingen moeten niets meer uit het hoofd leren, ze moeten alleen nog weten waar ze alles kunnen vinden! Alsof het volstond om toegang te hebben tot een database teneinde kennis te hebben. Als dat ook nog eens waar was, dan was de hoofdbibliothecaris van de boekentoren ongetwijfeld de verstandigste mens van Vlaanderen.

(J.B., 20 oktober 2023)

A.I.

A.I.

Een halve eeuw geleden, in een college ergens te lande, spelde een oude pater Jezuïet in het dagelijkse uurtje godsdienst aan zijn leerlingen de volgende les: “Waar moet gij op letten als ge in nood zijt en ge zoekt hulp? Twee zaken, kindertjes! Niet één maar wel twee zaken! En dat zijn de volgende. Vooreerst moet ge u wenden tot iemand met kennis van zaken. Met buikpijn moet ge niet naar een handlezer gaan! Hoort gij dat goed? We zijn nu in het jaar 1973 maar nog altijd sterven massa's mensen door bijgeloof, mensen die gered hadden kunnen worden. Erg voor mensen die niet naar een dokter toe kunnen omdat er geen dokter is of omdat zij die niet kunnen betalen, maar nog veel erger voor mensen die dat wel kunnen maar die liever naar een astroloog gaan of naar een pendelaar! Dus onthoud het goed: met maagpijn gaat gij naar een dokter toe, iemand die geneeskunde gestudeerd heeft!”

De pater Jezuïet kijkt of zijn leerlingen nog volgen, hij herademt en gaat door: “Raadpleeg iemand met kennis van zaken, dat is dus de eerste regel die gij in acht moet nemen. Maar luister nu goed: er is nog een tweede regel en die is zo mogelijk nog belangrijker dan de eerste. Heeft er iemand een idee? Niemand? Luister nu dus maar heel goed!”

De leerlingen zetten zich schrap, de pater vervolgt: “Degene die gij raadpleegt moet kennis van zaken hebben maar alleen kennis van zaken volstaat niet: een raadgever moet u niet alleen kùnnen helpen, hij moet het ook nog willen doen! Ja, gij hoort mij goed want het is geen vanzelfsprekendheid dat mensen hun kennis gebruiken om het goede te doen! Steeds vaker gebruiken mensen hun kennis... niet om anderen te helpen maar om er zichzelf mee te verrijken en andere mensen te bedriegen! Kennis is een verrukkelijk goed... als die ook nog in goede handen is en vanzelfsprekend is dat niet: wetenschap en techniek worden in één adem genoemd met de vooruitgang maar als de ethiek ontbreekt, dient de kennis om wapentuig te fabriceren!”

De leerlingen zijn nu een en al aandacht. Wat de pater zegt, lijkt eenvoudig maar dat is het allerminst. En hij opent nu zijn doos met voorbeelden: “Er bestaan malafide artsen die u kunnen maar niet willen helpen omdat het hun eerste zorg is om zich middels uw ziekte te verrijken en zij houden u aan het lijntje en dan doen ze uiteraard het tegenovergestelde van datgene waarvoor zij gestudeerd hebben want ze hebben er baat bij dat gij ziek zijt en dat ge ziek blijft omdat ge dan op consultatie blijft komen en pillen blijft nemen. Steeds meer artsen schrijven hun patiënten verslavende middelen voor en het gebeurt wel in die mate dat vandaag een vierde van alle mensen in de geïndustrialiseerde wereld geregeld tranquillizers nemen, pepmiddelen, slaappillen, pijnstillers of antidepressiva en de farmaceutische industrie, die hier een gigantische bedrijvigheid vertegenwoordigt, zou iedereen wel kunnen helpen maar het hoofddoel wordt steeds vaker winst... en dus mensen ziek maken!”

“Knoop het dus goed in uw oren: niet één doch twéé voorwaarden moeten voldaan zijn als gij bij iemand om hulp gaat: de helper moet u kunnen helpen maar hij moet dat ook nog willen doen en die tweede voorwaarde wordt mettertijd belangrijker om in het oog te houden omdat de wereld onmenselijker wordt onder invloed van de nieuwe religie, het bijgeloof aan de mammon. Hebt gij dat allemaal goed begrepen?”

Een halve eeuw later, in het jaar 2023, blokken de kranten: “Artificiële intelligentie belt eenzame ouderen in Madrid” en in het artikel leest men: “Oudere mensen zullen automatisch worden opgebeld. De stem van de AI zal bijzonder realistisch klinken.”1

Inderdaad, met kennis, met wetenschap, met artificiële intelligentie worden de oudjes in de waan gebracht dat iemand naar hen luistert, ja, dat een medemens medelijden met hen heeft en weldra iets zal doen om hen uit hun benarde situatie te bevrijden. Misschien zal hij of zij de betrokken senior wel een bezoekje brengen? Misschien zal die er wel voor zorgen dat de maaltijden morgen wat steviger worden want van een budget van twee euro daags kan men zich bezwaarlijk gezond voeden? Misschien zal hij of zij, hem of haar wel weghalen uit dat vervloekte tehuis en worden de ouderen dan elders ondergebracht waar zij niet zo betutteld worden alsof zij kleine kleuters waren? Wie zal het zeggen!

Edoch, artificiële intelligentie belt niemand op want artificiële intelligentie is geen mens, artificiële intelligentie denkt niet na en voelt ook niet, maakt geen plannen en zeker geen plannen om bij de 'gesprekspartner' op bezoek te komen, laat staan om die bij te springen en uit zijn benarde toestand te bevrijden. Artificiële intelligentie is een louter instrument, een ding dat doet alsof het spreekt en luistert, meeleeft en belooft. Het doet alsof, het is een stukje hoogtechnologie bedoeld om anderen laag te houden, om hen om de tuin te leiden, rustig te houden, op het verkeerde been te zetten, te manipuleren of in een waan te brengen die alleen profijt bezorgt aan wie het technologisch snufje in kwestie kopen en verkopen.

En is dit niet de te verwachten logische stap na de aan de gang zijnde ontmenselijking van de mens? Want aan de kassa van het warenhuis zit een juffrouw zich zwaarlijvig te drinken in de cola terwijl zij voldoet aan de eis van haar werkgever: zij glimlacht, rekent af en wenst de klant die zij van haar noch pluimen kent, een fijne dag. Het is niet uitgesloten dat die wens vanuit het diepste van haar hart komt maar (en nu volgt een paradox:) veel waarschijnlijker is het dat zij zich gedraagt precies zoals het door haar baas van haar wordt gevraagd, wat wil zeggen: als een robot want zij is tenslotte ook maar een mens. De kassajuf maar ook de gerant, de rekkenvullers, de mensen aan de beenhouwerij, de bakkers in de winkels en de leraren op school, de politiemensen op straat, de dokters en de advocaten, kortom allen die aan de slag zijn in een maatschappij die doet denken aan wat Dostojevski typeerde als het 'kristallen paradijs', waarmee de grote automaat bedoeld wordt waarop de staat is gaan gelijken en waarvan wij allen steeds vaker louter onderdelen zijn, ontmenselijkte mensen en derhalve massamensen, in de economie elkaar beconcurrerende automaten die gestaag evolueren naar in de oorlog elkaar dodende soldaten.

De robot of de niet-mens die onvermijdelijk de onmens is, volgt logischerwijze uit de mens als die ontmenselijkt wordt en zo ziet men na de rage van de modepoppen, zoals vrouwen maar ook mannen steeds vaker worden getypeerd, dat echte poppen nu hun plaats gaan innemen. Bejaarde doch stinkend rijke potentaten pronken op de foto met aan hun zijde een jeugdige filmster; zij geven alle anderen het nakijken maar dat doet de filmster op den duur ook met hen omdat zij nu eenmaal werd betaald om te acteren en omdat zij daar ook mee ophoudt als de input stopt of als een concurrent van haar bestuurder méér biedt.

De eerste fase is dus die waarbij mensen onder druk van het bestuur van geld en macht zichzelf herleiden tot in dit geval een modepop en in de tweede fase die daar logischerwijze op volgt, houden mensen gewoon op met trouwen en schaffen zij zich een pop aan van plastiek die echter échter lijkt dan de onbetaalbare eega van de potentaat. Inderdaad, steeds meer jonge mensen blijven single en getrouwde koppels slapen apart.2 In de kranten leest men almaar vaker: “Mannen en vrouwen weten niet meer hoe ze elkaar kunnen verleiden. Maar ook de virtuele en fictieve wereld waarin velen leven is een rem. Jongens worden verliefd op manga-figuren. Fysiek contact in het openbaar is taboe.”3 Prostitutie, telefoonseks en sekspoppen van siliconen nemen de plaats in van de onder druk van de hegemonie van het geld sowieso al geacteerde partners.4 Zelfs filosofieprofessor Etienne Vermeersch geloofde in het zogenaamde Turing-criterium: van een machine moet aangenomen worden dat zij kan denken vanaf het ogenblik dat men niet langer in staat is om (in casu: bij contact middels chatten) de machine erop te betrappen dat zij géén mens is. En is dit niet de omgekeerde wereld?

Jawel, op geacteerde partners of ontmenselijkte mensen volgt geheel logischerwijze de “Artificial Intelligence” want met die ronkende titel pakken de sales managers van die perverse producten uit terwijl zij het vervolg van de ontmenselijkte mensen op de markt brengen en dat zijn de niet-mensen, de robots. Gij hoort het goed en het is de klaspater van weleer die ons vanuit het graf herinnert aan de les: “Het lijkt er hoe langer hoe meer op dat de robots die volgen op de ontmenselijkte mensen, waarachtig intelligent zijn en als geen ander kennis van zaken hebben maar het staat als een paal boven water dat al wie dat geloven en het bovendien slikken dat zij ook nog de wil hebben om te helpen, de bal helemaal mis slaan: van een wil kan daar slechts sprake zijn in de zin waarin men ook aan een valstrik een wil kon toeschrijven want in wezen gaat het hier om uiterst bedrieglijke tuigen, koelbloedige moordtuigen zelfs, geprogrammeerd om bij hun cliënten - zeg maar slachtoffers - dezelfde waan te creëren die het lokaas schept voor de vis net vooraleer die toehapt en aan de hengel bengelt!”

(J.B., 17 oktober 2023)

De zege van Lucifer

De zege van Lucifer

In de vierde eeuw beschreef Augustinus van Hippo drie stadia in de menselijk evolutie gezien door de bril van wat de katholieke theologie zou worden. Het eerste stadium dateert van voor de zondeval, waarin de mens nog vrij was om te “kunnen zondigen”, hij kon immers nog steeds kiezen om al dan niet van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten. Dit was het stadium van “posse peccare”. Edoch, eenmaal hij gegeten had van de appel, eenmaal hij ongehoorzaam geweest was, eenmaal hij gezondigd had, was hij eens en voorgoed een zondaar en kon hij er niet meer voor kiezen om niét te zondigen: hij was niet langer totaal vrij. Dit tweede stadium is volgens Augustinus het stadium van het “niet (meer) kunnen niet zondigen” of “non posse non peccare”. Als derde en laatste stadium zag Augustinus het stadium van na de wederkomst van Christus op de nieuwe aarde waar mensen niet meer kunnen (en ook niet meer willen) zondigen, het stadium van het “non posse peccare” dat het paradijs in glorie nog zou overtreffen.

Wij willen Augustinus niet naar de kroon steken maar de werkelijkheid van alledag toont overtuigend en jammer genoeg aan dat het derde stadium van het “niet (meer) kunnen zondigen” of het “non posse peccare” zich nu inderdaad aandient, maar dan helemaal niet in die betekenis die Augustinus eraan gaf. Immers, niet Christus is teruggekomen maar wel Lucifer en de nieuwe aarde overtreft het paradijs van weleer ook niet, zij is daarentegen de hel zelf met al haar attributen, het vuur en de duivels incluis. Het “non posse peccare” is er nu immers in de ooit ondenkbare betekenis van het allergrootste kwaad waarbij alle waarden omgekeerd werden, gehoor gevend naar het gebod: “De duivel ziet u, hier vloekt men niet”. En men moet blind zijn om dit niet te zien.

“Orde der Artsen wil dat u uw dokter verwittigt wanneer u een consultatie opneemt met smartphone”1, zo blokt HLN van gisteren en dat wil zeggen dat voortaan iedereen gecontroleerd wordt en wel door iedereen en ook nog met betrekking tot alle gestelde en niet gestelde handelingen en gesproken én niet gesproken woorden. De camera's alom en het BurgerInformatieNetwerk met als het op de planken naar binnen geslopen motto van “iedereen spion van iedereen”, blijkt helemaal niet de uitkomst van de veiligheid die men oorspronkelijk beweerde na te streven maar wel die van het waterdichte wantrouwen: het vertrouwen immers werd definitief onmogelijk gemaakt, iedereen gaat nu principieel altijd en overal bij de duivel te biechten en men kan zich het beste de situatie voorstellen van de biechteling in de biechtstoel waarin de biechtvader werd vervangen door een camera die de bekentenissen opneemt en ook stante pede uitzendt naar de verste uithoeken der aarde (op ieders smartphone en pc).

Hiermee rijft de sluwe Lucifer uit Vondels gelijknamige toneelspel de overwinning binnen met als resultaat het einde van de vrijheid, wat nota bene ook het einde is van de mens. In het jaar 1654 beschrijft Joost van den Vondel hoe Lucifer, aangesteld als stadhouder over de schepping, het afkeurt dat God de engelen, die toch zuivere geesten zijn, de opdracht geeft om de mens die deels van stof is, te dienen. In zijn Lucifer schreeuwt de jaloerse Belzebub het uit nadat de gezant Apollion verslag uitbracht over hoe de mens door de schepper op handen wordt gedragen:

"Men zou ons Paradys om Adams hof verwenschen.

't Geluck der Engelen moet wycken voor de menschen"

(J.B., 15 oktober 2023)

Plato en de opstanding (aflevering 6)

Plato en de opstanding (aflevering 6)

Uiteraard is de bovenstaande gedachtegang oneigenlijk: de eigenschap van sterfelijkheid of onsterfelijkheid is irrelevant met betrekking tot de idee 'mens'. Een idee kan niet sterfelijk of onsterfelijk zijn, evenmin als een vorm, een archetype, het DNA van een soort of een getal: al die zaken zijn immaterieel, zij hebben een stoffelijk en derhalve een vergankelijk medium nodig dat bovendien verwisselbaar is maar hun essentie is onstoffelijk van aard. En dat houdt uiteraard in dat zowel de zondeval waarmee Adam de mens als zodanig sterfelijk zou hebben gemaakt als het verlossingswerk waarmee de 'tweede Adam' de onsterfelijkheid van 'de' mens hersteld zou hebben, irrelevant zijn: de eigenschappen van sterfelijkheid of onsterfelijkheid zijn irrelevant met betrekking tot ideeën en de theorieën van zondeval en verlossing zijn in dat licht nog maar moeilijk te begrijpen.

Vandaar moet dan ook een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds de mensheid en anderzijds de mens of de idee 'mens' en de mensheid moet dan noodzakelijkerwijze gezien worden als een nieuw, stoffelijk organisme, bestaande uit al de stoffelijke mensen. Het gaat niet om de soort of om het soortbegrip maar om het tot stand komen of het opnieuw tot stand komen van een organisme, namelijk het lichaam van een nieuw wezen - de mensheid - waartoe alle afzonderlijke menselijke individuen dienst doen als cellen.

Onmiddellijk moet hierbij opgemerkt worden dat het nieuwe wezen dat aldus tot stand komt en dat de hele aarde zou omvatten, zal gekarakteriseerd worden door een specifieke orde waaraan al de afzonderlijke cellen gehoorzamen en die orde wordt tot stand gebracht en in stand gehouden door regels en wetten. Gaat het om puur natuurlijke wetten, meer bepaald om de wetten van de jungle gehoorzamend aan het recht van de sterkste, dan kan er bezwaarlijk sprake zijn van een nieuw lichaam omdat het geheel van alle mensen dan gewoon resulteert in de soort. Gaat het om een totalitair systeem dat gehoorzaamt aan een potentaat, dan worden alle cellen geëgaliseerd tot een massa van volgelingen, robots of soldaten. Is er echter sprake van een gecoördineerd samenwerkingsverband tussen alle cellen die functionele weefsels en organen vormen, dan kan men misschien al spreken over 'een mensheid'.

Nu is er helemaal geen religie nodig en zeker geen christendom om 'een mensheid' in een of andere vorm tot stand te brengen: het communisme streeft met het wereldcommunisme exact hetzelfde na als de Islamitische Staat, het Katholicisme en de liberale wereldhandel die zich vertrouwt op de 'onzichtbare hand' van Adam Smith. Maar allemaal willen zij dat iedereen hùn ideologie aanneemt. In het geval waarbij alle individuen gekerstend zijn, zou het zogenaamde verrezen lichaam van Christus tot stand komen. Waar allen zich tot het communisme bekeren, wordt de wereld één staat zoals beschreven door Orwell in zijn 1984. En ook de theocratieën streven de wereldheerschappij na. Het resultaat is echter nimmer de mensheid onder een of andere ideologie maar wel een strijd van de aanhangers van de vele verschillende ideologieën en dat wil zeggen: oorlog.

(J.B., 14 oktober 2023)

Plato en de opstanding (aflevering 5)

Plato en de opstanding (aflevering 5)

Het geloof in de opstanding van het vlees is eigen aan de Zoroastriërs uit Perzië (het huidige Iran - Zarathustra leefde ca. 1000 voor Christus en vandaag telt het Zoroastrisme nog steeds ca. 300.000 gelovigen) en aan de religies van het Boek, dat wil zeggen: het jodendom, het christendom en de islam maar niet alle joden geloven in de opstanding (de farizeeën deden dat, de sadduceeën echter niet) en ook in het christendom wordt over de opstanding niet veel gezegd, behalve dan bij Paulus in zijn brieven aan de Korintiërs (1 Korintiërs 15:12-581) en aan de Romeinen (Romeinen 4:23-252 en Romeinen 10:93) en het Paulinische christendom is dan ook de kern van het katholicisme. De derde-eeuwse exegeet Origenes (die Mattheüs 19:124 toepaste en zichzelf castreerde) heeft het over de verrijzenis in een vergeestelijkte mens en niet over de verrijzenis van het vlees, de kerkvader Methodius van Olympos (†311) spreekt over de verrijzenis als over het het opnieuw 'gieten' van de mens, die door de dood 'gesmolten' is, in zijn oorspronkelijke 'vorm' en de heilige Gregorius van Nyssa (335-394) ziet, zoals ook Paulus, de verrijzenis als een herstelproces: zoals de zonde van Adam de mens sterfelijke maakte, zo is Christus de tweede Adam die door het uitboeten van de zonde aan de mens zijn staat van onsterfelijkheid teruggeeft.

Echter, men kan zich hierbij de bedenking maken dat hier niet de persoonlijke onsterfelijkheid van elke mens bedoeld kan worden aangezien de voorgestelde vergelijking wat betreft het eerste deel slaat op Adam en derhalve op de mensheid als zodanig die ten val komt, zodat ook met het tweede deel van de vergelijking, namelijk betreffende de verlossing en de opstanding, niet de afzonderlijke mensen bedoeld kunnen worden maar wel opnieuw de mensheid als zodanig die dan immers via het als kerk verrezen lichaam van Christus diens eeuwig leven of diens onsterfelijkheid realiseert.

Dat laatste brengt ons terug bij Plato's vormenleer en bij de gedachte om de individuele mensen te beschouwen als onvolmaakte en vergankelijke emanaties van de volmaakte en onsterfelijke idee 'mens'.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 13 oktober 2023)

1 1 Korintiërs 15:12-58, Statenvertaling: “12 Indien nu Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden opgewekt is, hoe zeggen sommigen onder u, dat er geen opstanding der doden is?/13 En indien er geen opstanding der doden is, zo is Christus ook niet opgewekt./14 En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof./15 En zo worden wij ook bevonden valse getuigen Gods; want wij hebben van God getuigd, dat Hij Christus opgewekt heeft, Dien Hij niet heeft opgewekt, zo namelijk de doden niet opgewekt worden./16 Want indien de doden niet opgewekt worden, zo is ook Christus niet opgewekt./17 En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden./18 Zo zijn dan ook verloren, die in Christus ontslapen zijn./19 Indien wij alleenlijk in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen./20 Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn./21 Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens./22 Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden./23 Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst./24 Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht./25 Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben./26 De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood./27 Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen. Doch wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft./28 En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen./29 Anders, wat zullen zij doen, die voor de doden gedoopt worden, indien de doden ganselijk niet opgewekt worden? Waarom worden zij voor de doden ook gedoopt?/30 Waarom zijn ook wij alle ure in gevaar?/31 Ik sterf alle dagen, hetwelk ik betuig bij onzen roem, dien ik heb in Christus Jezus, onzen Heere./32 Zo ik, naar den mens, tegen de beesten gevochten heb te Efeze, wat nuttigheid is het mij, indien de doden niet opgewekt worden? Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij./33 Dwaalt niet. Kwade samensprekingen verderven goede zeden./34 Waakt op rechtvaardiglijk, en zondigt niet. Want sommigen hebben de kennis van God niet. Ik zeg het u tot schaamte./35 Maar, zal iemand zeggen: Hoe zullen de doden opgewekt worden, en met hoedanig een lichaam zullen zij komen?/36 Gij dwaas, hetgeen gij zaait, wordt niet levend, tenzij dat het gestorven is;/37 En hetgeen gij zaait, daarvan zaait gij het lichaam niet, dat worden zal, maar een bloot graan, naar het voorvalt, van tarwe, of van enig der andere granen./38 Maar God geeft hetzelve een lichaam, gelijk Hij wil, en aan een iegelijk zaad zijn eigen lichaam./39 Alle vlees is niet hetzelfde vlees; maar een ander is het vlees der mensen, en een ander is het vlees der beesten, en een ander der vissen, en een ander der vogelen./40 En er zijn hemelse lichamen, en er zijn aardse lichamen; maar een andere is de heerlijkheid der hemelse, en een andere der aardse./41 Een andere is de heerlijkheid der zon, en een andere is de heerlijkheid der maan, en een andere is de heerlijkheid der sterren; want de ene ster verschilt in heerlijkheid van de andere ster./42 Alzo zal ook de opstanding der doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid;/43 Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid; het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht./44 Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam, en er is een geestelijk lichaam./45 Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakenden Geest./46 Doch het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke./47 De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit den Hemel./48 Hoedanig de aardse is, zodanige zijn ook de aardsen; en hoedanig de Hemelse is, zodanige zijn ook de hemelsen./49 En gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben, alzo zullen wij ook het beeld des Hemelsen dragen./50 Doch dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet beërven kunnen, en de verderfelijkheid beërft de onverderfelijkheid niet./51 Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden;/52 In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden./53 Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen./54 En wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning./55 Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning?/56 De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet./57 Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus./58 Zo dan, mijn geliefde broeders! Zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere.”

2 Romeinen 4:23-25, Statenvertaling: “23 Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, dat het hem toegerekend is;/24 Maar ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk dengenen, die geloven in Hem, Die Jezus, onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft;/25 Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.”

3 Romeinen 10:9, Statenvertaling: 9 “Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden.”

4 Mattheüs 19:12, Statenvertaling: “Want er zijn gesnedenen, die uit moeders lijf alzo geboren zijn; en er zijn gesnedenen, die van de mensen gesneden zijn; en er zijn gesnedenen, die zichzelven gesneden hebben, om het Koninkrijk der hemelen. Die dit vatten kan, vatte het.”

Plato en de opstanding (aflevering 4: Augustinus)

Plato en de opstanding (aflevering 4: Augustinus)

Een redelijke benadering van het geloof in een wereld waarin het geloof ten onrechte als onredelijk afgeschilderd wordt, wordt ons reeds in de eerste eeuwen na Christus geboden door kerkvaders die gepoogd hebben om aan de christelijke leer gestalte te geven in een Grieks, filosofisch denkkader, vooral gebaseerd op Plato en de neoplatonici. Wellicht de grootste christelijke filosoof uit die vroegere periode, die de (periode van de) Patristiek genoemd wordt (van het Latijnse woord pater dat betekent: vader, en dat hier betekent: kerkvader), is de in Noord-Afrika geboren Aurelius Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (in het huidige Algerije).

Augustinus noemde zijn eigen jeugd losbandig, en hij zocht naar een verklaring voor het kwaad. Eerst vond hij die bij de sekte van Mani (216-276/77), de zogenaamde manicheeërs, in hun uit christelijke en zoroastrische elementen opgebouwde theorie die stelt dat er zowel een goede als een kwade god bestond; het kwaad zou alleen door ascese overwonnen kunnen worden. Op zijn drieëndertigste wordt Augustinus christen. Hij wil het Christendom in een filosofisch (Platoons en neo-Platoons) denkkader plaatsen.

God is het goede, en de bron van alles wat is; de ware werkelijkheid is geestelijk en de ware gids tot geluk en kennis is de Heilige Schrift. De ziel is eeuwig, maar zij wordt al dan niet gered in de tijd. Religie speelt zich af tussen onze ziel, die geschapen is naar Gods beeld, en God zelf: zelfkennis is daarom een weg naar kennis van God - het doel van ons bestaan.

God is de schepper, maar hij grijpt ook in de wereld in. Hij verlicht ons verstand om de waarheid te kennen. God wordt ons geopenbaard in de Schrift, maar ook in de orde en de schoonheid van de natuur. Ons verlangen naar geluk wordt pas bevredigd door onze vereniging met God.

Het kwaad is niet (door God) geschapen: het is slechts een tekort aan het goede, net zoals wanorde een gebrek aan orde is. God bedoelde de mens als medewerker in vrijheid, en de mogelijkheid tot misbruik van die vrijheid is een onvermijdelijk gevolg daarvan. De erfzonde deed de ganse mensheid vallen en maakte haar onderhevig aan verleidingen. Toch hebben verleidingen de zonde niet veroorzaakt: zij zijn alleen een gevolg ervan. Bovendien gaf God de mens de middelen om tot verlossing te komen: hij moet namelijk God aanvaarden.

Het is de overtuiging van Augustinus dat men eerst moet geloven om te kunnen begrijpen. Tevens is de rede de mogelijkheidsvoorwaarde tot het geloof. Naar het beeld van God geschapen, kunnen wij redelijk denken, maar het is pas door oefening dat wij intelligentie verwerven. Eerst is er dus rede, dan intelligentie of begrip, tenslotte geloof. Zoals Plato aantoonde in zijn Meno, is de rede in staat om te herkennen wat men haar toont: de slaaf Meno 'herinnert zich' het bewijs van de stelling van Pythagoras; het bewijs is een waarheid die reeds in zijn ziel aanwezig is, en die hem duidelijk wordt door de gerichte (zelf)ondervraging. De erfzonde heeft de onmacht van de rede veroorzaakt. Augustinus zegt: "Begrijp mijn woorden teneinde te kunnen geloven, maar om te begrijpen, geloof in het woord van God". Anders uitgedrukt: "Crede ut intelligas" ("geloof opdat je zou (kunnen) begrijpen"). Eerst is er het geloof dat als het ware een vermoeden heeft van de waarheid: het geloof zoekt, en dit zoeken is noodzakelijk voor het vinden (van de waarheid): "Fides quaerit, intellectus invenit". Zo is het begrip de beloning voor het geloof ("Intellectus merces est fidei"). Wat is dan geloven? Geloven in God ("croire en Dieu") is leven zoals God het wil. Dit is iets anders dan geloven dat God bestaat ("croire à Dieu"), want dat doet ook de duivel. Om in God te geloven, moet men eerst God beminnen. Alleen de gelukzaligen weten wat wij slechts kunnen geloven. Als ge niet gelooft, zult ge niet vinden; zoekt en gij zult vinden; het zoeken verschilt van het vinden zoals het geloven verschilt van het begrijpen; het geloof zoekt, het verstand vindt; het geloof is een weg naar het kennen of het begrijpen. Want als het zo is dat het geloof zoekt en het verstand vindt, dan is Diegene die gevonden wordt zodanig dat, eenmaal Hij gevonden is, men Hem nog zoekt. Onze kennis van de tijdelijke én van de eeuwige zaken steunt op geloof en hoop: we kennen het verleden door geloof, de toekomst door hoop, het heden door geloof in getuigen; het onzichtbare (zoals de Rechtvaardigheid en de Wijsheid,…) geloven en hopen we ooit te zien, en 'zien' we nu reeds door het licht van de intelligentie, waarbij de rede even zeker is als datgene wat we door de rede kennen. Wat we zien met het verstand is zekerder dan wat we zien met de zintuigen. Altijd wordt het begrijpen, het denken, gedragen door de liefde voor de waarheid of de wijsheid (filo-sofie). Daarom is ware filosofie ook christelijke filosofie. Wat we zintuiglijk kennen is onzeker; wat we kennen met het verstand is zekerder; maar wat we kennen met het geloof (de liefde) is het zekerste, en die kennis overtreft alle argumenten; we ervaren dit in de liefdesverklaring van wie zegt: "Geloof me, dat ik van je hou".

We kunnen ons vergissen inzake zintuiglijke kennis, maar we weten wel zeker dat we 'iets' waarnemen: zelfs als we ons vergissen, mogen we besluiten dat we bestaan: "Si enim fallor, sum". René Descartes zal dit 1200 jaar later herhalen. Onze twijfel leidt tot een zekerheid: wij denken, wij hebben een ziel. Wat is de ziel?

De mens bestaat uit een lichaam en een ziel, zo stelt Augustinus. De ziel is reeds volmaakt en onsterfelijk; zij moet het lichaam leiden. De mens is een redelijke ziel die zich van het lichaam bedient (zoals de werkman een werktuig bedient) en die het lichaam begeestert. Hoe de twee verbonden zijn, is een groot mysterie. De ziel bezielt het lichaam zoals zijzelf bezield wordt door de goddelijke ideeën, en alleen zo blijft het lichaam in leven. Dat de ziel waarneemt, betekent dat zij een bepaald gebruik maakt van het lichaam. We kunnen niet gewaarworden zonder tegelijk te kennen (of waar te nemen): "sentire non est corporis sed animae per corpus". Het hogere veroorzaakt het lagere en niet andersom. Het is de ziel die het lichaam doet leven en doet voelen (ze 'bezielt' het lichaam) teneinde het deelachtig te maken aan het hogere: de ziel wil het lichaam laten leven en doen verrijzen. De pijn illustreert dit: het pijngevoel is een verhoogde aandacht van de (beschermende) ziel voor het lichaam dat in gevaar verkeert.

De analyse van de waarnemingskennis toont het bestaan van de ziel aan, en zo ook toont de analyse van de ziel het bestaan van God aan. Wij maken onze gedachten immers niet zelf. Ze komen tot ons via woorden, maar ze vallen er niet mee samen. Het bewijs: soms kan een toehoorder een woord beter begrijpen dan diegene die het uitspreekt. Men begrijpt een woord pas als men de betekenis ervan reeds kent. Waar komt die kennis dan vandaan? Men moet ze in zichzelf ontdekken, zo zegt Augustinus. Onze woorden en onze leraren kunnen ons slechts uitnodigen tot het raadplegen van de waarheid in onszelf. Die waarheid is niet ons eigen bezit, want zij wordt door allen gedeeld, net zoals het licht, dat geen product is van onze ogen. Dat licht is God, of Christus. Waarheid vinden is daarom God ontmoeten (het licht zien). Zoals de zon de dingen belicht voor het oog, zo belicht God de waarheid voor onze ziel. God is dus het licht van ons verstand. Wij kunnen zien wat verlicht wordt (het denken), maar wij kunnen ook het licht zelf zien (de mystiek). Zintuiglijke kennis dient slechts om ons naar binnen te doen kijken, namelijk naar de ideeën die aan de oorsprong liggen van de zintuiglijk waargenomen dingen. Het ganse universum is doordrongen van de goddelijke waarheid, en verkeert in een perfecte orde, die (afhankelijk van onze graad van volmaaktheid) gekend kan worden.

Omdat we moeten zoeken om te kunnen vinden, is ons vinden een herkennen van wat we al kenden, en van wat we ons herinneren. De ziel zoekt nu haar eigen natuur, die gelukzaligheid is, en die ze (door de erfzonde) vergat, te herkennen. De ziel zoekt spontaan het geluk (God) omdat ze het zich herinnert. Zich God herinneren betekent: aandacht hebben voor zijn voortdurende aanwezigheid (Alomtegenwoordigheid). God doet de ziel leven zoals de ziel het lichaam doet leven. Veeleer dan God te bewijzen, moeten we Hem vinden. Die wijsheid is het einddoel van onze kennis. Ons leven is een voorbereiding op de mystieke contemplatie van God; wijsheid is een overgave aan die contemplatie. Waar wij begeren, doen wij kwaad; het grootste kwaad van de mens is dat hij zichzelf als einddoel van Gods schepping beschouwt.

Wijsheid (geweten) en wetenschap (verstand) openbaren dezelfde waarheid, maar elk op een ander niveau, want eenzelfde licht verlicht het hogere en het lagere. De mens ondergaat de goddelijke orde maar hij kiest vrijwillig voor of tegen de morele orde. Anders gezegd: de morele orde vraagt de vrijwillige medewerking van de mens. Zoals alle lichamen geordend worden door hun zwaarte, zo ook worden de zielen geordend door de liefde, die hen naar hun natuurlijke plaats brengt: de mens wordt door zijn liefde bewogen (ook wanneer hij kwaad doet). De vraag luidt dus wat hij moet beminnen, met andere woorden: wat is de deugd? De deugd is: willen wat we moeten willen, beminnen wat we moeten beminnen. De liefde bepaalt de wil, de wil bepaalt de daad. Wanneer is een daad goed of slecht? Augustinus zegt dat er geen goede of kwade passies of voorwerpen zijn, wel zijn er goede en kwade intenties. Het hoogste goed is de liefde van een persoon voor een andere persoon. Dit is de 'liefdadigheid': de liefde waardoor men bemint wat men moet beminnen, en die is gericht op God. In de liefde tot de dingen, bemint men slechts zichzelf; personen bemint men daarentegen om henzelf (dit is: 'intrinsiek'). De naastenliefde steunt op de menselijke gelijkwaardigheid, en zij maakt daarom één. Deze liefde kent geen maat: "perdre son âme, c'est le sauver". Wie het hoogste goed bezit, bezit alles. Dit is: de liefde tot God, of: het mateloze geven van zichzelf ("Deus charitas est"). "De prijs van het graan is uw geld; de prijs van een stuk land is uw zilver; de prijs van een parel is uw grond; maar de prijs van de naastenliefde zijt gijzelf". Dat betekent: iets is zoveel waard als gij ervoor moet betalen, en het meest waardevolle is dus datgene waarmee ge met uzelf betaalt. "Uw schepper eist alles van u" ("Totum exigit te, qui fecit te"). "Bemin en doe wat je wil" ("Dilige, et quod vis fac"). Alle moraal vloeit vanzelf voort uit alles wat uitdrukking geeft aan de liefde van God.

Verwijzingen:

Bovenstaande tekst komt grotendeels overeen met het zesde hoofdstuk van ons geschrift, getiteld: “Het goede zoeken” (Serskamp, 2003). De integrale tekst daarvan vindt men hier:

https://www.bloggen.be/hetgoedezoeken/

ofwel hier:

http://blogimages.bloggen.be/hetgoedezoeken/attach/552.pdf

Geraadpleegde werken:

Augustinus, Aurelius, A treatise on faith and the creed (De Fidei et Symbolo), Christian Classics Ethereal Library, at Calvin College, upd. 27 May 1999.

Gilson, E., Introduction à l'étude de Saint-Augustin, J. Vrin, Paris 1949.

Plato, Verzameld werk, ingeleid en geannoteerd door X. De Win, DNB, Antwerpen 1980.

Plato en de opstanding (aflevering 3)

Plato en de opstanding (aflevering 3)

Is het geloof als zodanig vergezocht en verraadt het een paranoïde ingesteldheid, ja, een geestesziekte, zoals sommigen het stellen? Een soort van achterdocht, een wantrouwen tegenover al datgene wat voor de hand ligt en het zoeken naar een andere betekenis daarachter, misschien ook omdat men stiekem hoopt op een verrassing van formaat die 'eindelijk' een antwoord kon bieden op de duisternissen van onwetendheid en wanhoop waarin mensen dan toch verstrikt en verstikt zitten sinds het begin der tijden, zoals onder meer de oude tragediespelen het verraden welke de contraproductiviteit van al ons streven etaleren?

Plato is lang niet de enige die de materiële, zintuiglijke en zo vergankelijke wereld wantrouwt om daarachter dan te gaan zoeken naar een andere, hogere en onvergankelijke werkelijkheid. In de vierde eeuw (na Christus) heeft Augustinus van Hippo hem herhaald met zijn symbolisme, zijn leer over de schepping als symbool van een daarachter verborgen goddelijke realiteit die ontdekt wil worden - een leer die model stond voor de grondslag van de katholieke theologie van zeshonderd jaar later, namelijk het Thomisme, het wereldbeeld van Thomas Aquinas, met daarin enerzijds de aardse werkelijkheid (civitas terrena) en anderzijds de Godsstaat (civitas Dei) waarbij de kerk dan als lichaam van Christus met één been in de ene, vergankelijke, en met het andere been in de andere, onvergankelijke realiteit staat zoals ook de mens als evenbeeld van God (imago Dei) een sterfelijk lichaam heeft en een onvergankelijke ziel.

De idee dat de mens naast een lichaam ook nog een ziel zou hebben, alsof dat lichaam alleen niet genoeg was, is waarschijnlijk ontstaan vanuit allerlei ervaringen die te maken hebben met extase, ek-stasis, wat betekent: het buiten zichzelf treden - een toestand die uiteraard vereist dat men zichzelf (of zijn ziel) van zijn lichaam ontkoppelt.1

In feite heeft ieder mens de ervaring van extase wanneer hij (al dan niet slapend) droomt en zich daarbij met zijn geest als het ware verplaatst zonder daarvoor aanspraak te maken op (de krachten van) zijn lichaam. Maar ook de intermenselijke communicatie brengt een vorm van extase teweeg en wel een hogere vorm omdat zij wezenlijk bestaat in het delen van de eigen ervaringen en gedachten met anderen. Beter uitgedrukt: de communicatie bestaat in het delen van de eigen geest met de geest van anderen waarbij men, terwijl men met anderen converseert, kan ervaren hoe de eigen gedachten niet vastzitten aan het eigen lichaam maar middels de taal overgaan van het eigen lichaam naar dat van de gespreksgenoot en omgekeerd, zodat dezelfde geest, die dan aanwezig lijkt in de inhoud van de woorden die men spreekt en hoort, gedeeld wordt met de ander.

Men gelooft zijn lichaam te verlaten in de droom maar mogelijkerwijze ook in de dans of in de zang en in de vele vormen van communicatie die nota bene een dermate extatisch karakter kunnen hebben dat zij het vermogen om op het eerste gezicht onmogelijke zaken te realiseren en meer bepaald blijken zij onmetelijke afstanden in tijd en ruimte te kunnen overbruggen, zoals dat bijvoorbeeld het geval is waar wij vandaag de Politeia lezen die Plato schreef in de vierde eeuw voor Christus of daar waar Pythagoras de wiskundige stelling neerschrijft die hij op dat eigenste ogenblik bewust deelt met principieel alle mensen in de toekomst van de mensheid en in feite nog meer met degenen die nog niet bestaan dan met zijn Helleense tijdgenoten.

Door te communiceren wordt men zich bewust van het bestaan van zijn ziel maar tevens ervaart men dan dat de eigen ziel in feite geen persoonlijk bezit is doch dat zij met anderen gedeeld kan worden. En wat bij uitstek met anderen gedeeld kan worden, is de rede, die in de filosofie - 'moeder van alle wetenschappen' - ontwikkeld wordt. In de Dialogen van Plato komt nu heel duidelijk tot uiting dat de rede of het redeneren in wezen ontstaat in de conversatie, in het tweegesprek, de dialoog, waarvan het redeneren of kortom het denken een verinnerlijking is. Denken is spreken met zichzelf. Maar denken is ook meer dan dat.

Immers, over dromen zou men eveneens kunnen zeggen dat het spreken is met zichzelf, doch de droom onderscheidt zich van de werkelijkheid omdat men in de droom alleen staat terwijl men de wakkere wereld deelt met iedereen en dat doet men meer bepaald met de rede. Meer nog: zoals Socrates dat in de Dialogen aantoont, kan in principe ieder mens de stelling van Pythagoras in zichzelf terugvinden en de waarheid ervan bewijzen middels eenvoudig, waarachtig redeneren. Op die manier is de redelijke ziel van de mens niet alleen in staat om buiten zichzelf te treden of om haar inhouden met anderen te delen maar bovendien kan zij participeren aan een zaak die haar en ook de ziel van alle anderen overstijgt, namelijk de Waarheid als zodanig, waarvan derhalve de oorsprong goddelijk geacht wordt: de Waarheid bestaat los van het individuele, zij is voor iedereen dezelfde, zij bestaat derhalve onafhankelijk van ons allen, boven ons allen en op zichzelf. De extase middels de rede brengt de mens dichter bij de Waarheid die een identiteit is van God zelf en waar mensen zich als redelijke wezens verenigen, waar zij dialogeren, filosoferen of wetenschap beoefenen, verenigen zij zich - alvast voor de duur van deze bezigheden - met de godheid.

Het verband met de opstanding zal nu meteen al duidelijker worden omdat de sterfelijkheid waarmee het lichaam behept is, in geen geval geldt voor de ziel die zich immers noch door individualiteit, noch door tijd en ruimte laat beperken: wie zich inlaten met de redelijke ziel, treden buiten zichzelf, zij verliezen hun individualiteit omdat zij hun zijn met allen anderen delen en tevens versmelten zij met de Waarheid waar zij deze ook zoeken en derhalve met het goddelijke.

De tactiek die de leraar Socrates in de Dialogen aanwendt om zijn leerlingen tot het niveau van de waarheid te verheffen, is deze van de maieutiek of de vroedkunde, waarbij men zichzelf systematisch vragen stelt en ze beantwoordt met het oog op het laten geboren worden van de waarheid in de ziel van de leerling die zodoende op zijn beurt in de onsterfelijke waarheid herboren wordt waar hij haar vindt.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 9 oktober 2023)

1Zie ook onze tekst uit 2008, getiteld Extase, in: Extase, Ellende, Verbloemingen. Drie novellen, pp. 7-10. Zie: http://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/220629.pdf

Plato en de opstanding (aflevering 2)

Plato en de opstanding (aflevering 2)

Zoals Plato betoogt is er naast de wereld van de materiële en vergankelijke dingen nog de wereld van de wiskundige objecten - de getallen en de meetkundige figuren - die op zich geheel onstoffelijk zijn terwijl zij toch (ongeacht welke) materiële zaken nodig hebben om die dan te tellen maar daarnaast is er ook nog de geheel immateriële wereld van het goddelijke, waarbij deze drie werelden zich dan onderling verhouden als volgt: de wiskundige wereld is een schaduw van de goddelijke en de materiële wereld is een schaduw van de wiskundige. Met de allegorie van de grot die het eerste stuk beslaat van het zevende boek van Plato's Politeia verduidelijkt hij met Socrates hoe wij slechts de materiële afschaduwing zien van de ware, goddelijke werkelijkheid die zelf aan ons oog onttrokken blijft omdat wij gevangen zitten in ruimte en tijd en gebonden zijn aan onze zintuigen en aan de rest van onze lichamelijkheid. Wij zitten als het ware gevangen in een grot, de echte wereld buiten de grot blijft aan ons oog onttrokken en wij zien slechts op de grotwanden geprojecteerde schaduwen die wij verkeerdelijk voor de echte dingen houden.

Die leer is in feite afkomstig van de wiskundige Pythagoras (570-500 A.X.) die (volgens Jamblicus) geboren was uit de maagd Parthenis als zoon van de zonnegod Apollo om de mensheid te verlossen. De gelijkenis met Jezus is opvallend en zo belanden we bij de leer der archetypen van de Zwitserse dieptepsycholoog Carl Gustav Jung (1875-1961). Want messiasfiguren zijn er doorheen de geschiedenis bij de vleet en hun levensverhalen volgen opvallend genoeg vaak tot in de kleinste details hetzelfde patroon. Messiasfiguren maar ook alle andere archetypen die dan opduiken in sprookjes, tragedies, epossen en zo meer.

Pythagoras kreeg onderricht van Anaximander alsook van de negentigjarige Thales die op zijn beurt zijn kennis opdeed bij Egyptische astronomen terwijl hij voor de getallenleer ook bij de Phoeniciërs en de Chaldeeën in de leer ging en bij de magiërs uit Perzië, de thuis van Zarathustra. Hij richtte een religieus broederschap op om de geest van de mens van zijn ketenen te bevrijden. In zijn mysterieschool onderwees hij in het kader van de astronomie bijvoorbeeld dat het planetenstelsel een toonladder vormde, de zogenaamde 'harmonie der sferen', waarvan gezegd werd dat Pythagoras die kon horen.

In zijn geheime leer verkondigde Pythagoras onder invloed van onder meer de Orfische mysteriecultus de onsterfelijkheid van de ziel en het geloof in de reïncarnatie, de metempsychosis of de zielsverhuizing. 'Re-in-carnatie' betekent letterlijk het 'terug in het vlees (komen)'.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 8 oktober 2023)

Plato en de opstanding (aflevering 1)

Plato en de opstanding (aflevering 1)

Quasi alle grote wijsgeren zijn het erover eens dat de ganse geschiedenis van de filosofie niet meer kan zijn dan een voetnoot bij Plato. De Griekse wijsgeer Plato leefde en werkte in Athene van 427 tot 347 voor Christus en wij kennen hem vooral van zijn zogenaamde ideeënleer, ons bijgebracht door het hoofdpersonage van zijn dialogen, Socrates, en dan in het bijzonder in de allegorie van de grot.1

Dat alle mensen en dingen uit deze wereld ook nog, en wel eerst en vooral, bestaan als volmaakte vormen in een ideeënwereld is een theorie waaraan ook vandaag nog herinnerd wordt met de regelmaat van de klok en zo bijvoorbeeld kennen wij in de dieptepsychologie (van Carl Gustav Jung) de archetypen of de oervormen waarvan in alle tijden en culturen emanaties opduiken; in de biologie spreken wij over het in elke celkern aanwezige DNA dat in staat is om (als ei) het wezen in kwestie integraal te reproduceren; in de informatica hebben we het over de immateriële vormen die zich volledig boven elk materieel medium verheffen en in de ideologieën kwam nog niet zo lang geleden de term 'meme' in zwang: allemaal geven zij uitdrukking aan een bijzondere waarheid welke verwijst naar een immer en alom ervaarbare werkelijkheid of zelfs naar de essentie van al wat is.

Wanneer vandaag vorsers aan de universiteit kikkerdril mixen om daarop vast te stellen dat de onderdelen van de vernielde cellen elkaar opnieuw gaan opzoeken om zichzelf te herorganiseren volgens een vastgestelde orde die bijna onnaspeurbaar maar even daadwerkelijk in alles wat leeft aanwezig blijkt, lijkt het wel alsof de dood onbestaande is of eerder nog een illusie die plaats moet maken voor de idee van een wel bijzonder hardnekkige levensdrang die van veel dieper komt dan tot nu toe kon worden vermoed. Men zou haast gaan vrezen voor wie zich na hun dood willen laten verassen omdat het er in het licht van die recente proef gaat op gelijken dat men de sporen van het leven nog wat speling of krediet dient te geven na de dood voor het geval dat het geloof in de opstanding van het vlees mettertijd terecht zou blijken. Eerder maakten we de vergelijking met de engerlingen die na een onderaards bestaan van drie of vier jaar, zich een weg graven naar het licht en meikevers worden2 en ook denkt men nu aan de verzen van Dante Alighieri over de rups die verpopt en vlinder wordt3 maar wellicht nog veel meer dingen die wij niet denken en die wij helemaal niet denken kunnen, zijn waar en manifesteren zich terwijl wij alsnog niet in staat zijn om dit ook vast te stellen en te beamen.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 7 oktober 2023)

1 Plato, De Staat, boek VII, 514A-520; internettekst in een Nederlandse vertaling van Stichting Ars Floreat: https://www.arsfloreat.nl/documents/Plato10.pdf

3 Alighieri Dante, De goddelijke komedie, Het vagevuur, vers 124: Beseft ge niet dat wij de rups gelijken,/waaruit de hemel-vlinder zich ontwikkelt,/die onverhuld ten oordeel op moet stijgen? Zie: https://www.dbnl.org/tekst/_die004199601_01/_die004199601_01_0067.php

Twee maten en twee gewichten

Twee maten en twee gewichten

Minister Van Quickenborne speelt luchtgitaar en Theo Francken op stap met Bart De Wever vindt geen muur om tegen te wateren, het voltallige Vlaams Belang adverteert op grote reclameborden op straat ongegeneerd zijn afkeer voor al wie uit den vreemde komen en illustreert die afkeer ook met een bezem, Dries Van Langenhove noemt de regenboogvlaggen 'pedofielenvlaggen', nog andere rechts extremisten brengen de groet aan Adolf Hitler die zes miljoen joden, Roma-zigeuners en homo's vermoordde, de burgemeester van Aalst weigert zebrapaden in regenboogkleuren onder het motto 'ik ben normaal' maar als Conner Rousseau onder vrienden op café het woord Roma in zijn mond durft te nemen in een context van netheid op de openbare weg, lijkt een hedendaagse Gestapo of een of ander BurgerInformatieNetwerk in actie te zijn geschoten en blijken al zijn bewegingen met bodycams gefilmd te worden en zijn woorden opgenomen, ten vierden male met het oog op het klissen van de door jaloerse politieke rivalen gevreesde toekomstige leider van dit land.

(J.B., 6 oktober 2023)

Omsk Van Togenbirger en het vaccin Uit: “Panopticum Corona”, pp. 1060-1065. ( Tekst d.d. Pasen 2021)

Omsk Van Togenbirger en het vaccin

Uit: “Panopticum Corona”, pp. 1060-1065. ( Tekst d.d. Pasen 2021)

- Omsk Van Togenbirger! Loop niet weg, wij hebben u nodig: heb je twee minuten alsjeblieft?

OVT: Een heel goeie avond ook ja! Wat nu weer?

- Ik wil niet vervelend zijn maar...

OVT: Aber die Weltnisse sind nicht so?

– Je neemt mij de woorden uit de mond!

OVT: Ga gerust uw gang, ik ben een en al aandacht!

– Ik wilde graag weten of je nog steeds voet bij stuk houdt inzake vaccinatie...

OVT: Jij wilt weten of ik nu alsnog een vaccin wil? Neen, dat wil ik niet!

– En waarom niet?

OVT: Ik ben al oud maar ik wil graag toch nog een tijdje mee, zie je?

– Hoezo?

OVT: Ik volg degenen niet die de waarde van een mensenleven reduceren tot wat men gemiddeld nog te gaan heeft, begrijp je? Ik weet dat er zo'n heertjes rondlopen die alles door een geldbrilletje bekijken en die ook willen dat wij dat brilletje allemaal gaan dragen, alsof het ook nog normaal was om dat te doen.

– Wat bedoel je?

OVT: Mensen zijn net zoveel waard als ze nog kunnen opbrengen, zo beweren zij, en daarom denken zij niet in termen van mensenlevens maar in termen van levensjaren en meer bepaald: levensjaren die men nog te gaan heeft. Daarom vinden ze het niet zo erg om een mens van jaren te verliezen.

– Vreemd dat u dit zegt want de vaccinatie is er net op gericht om senioren te sparen!

OVT: Jazeker, dat is het uithangbord! Indien dat waar was, ik liet me onmiddellijk vaccineren!

– Jij denkt dat het niet waar is?

OVT: Hebben we het niet al eens uitgebreid gehad over de middeldoelomkering?1 Het sparen van senioren: dat is het voorwendsel, niet het doel. Het doel wordt immers verkapt omdat men wil dat het onttrokken blijft aan de ogen van het volk. Het doel, mijn beste, is vaccineren! Je kijkt verwonderd?

– Waar zie jij die middeldoelomkering dan?

OVT: Jagers zeggen dat zij een haas willen schieten, om die dan op te eten, nietwaar? Want wat zouden ze anders aanvangen met een geschoten haas? Het doel, zo vertellen zij ons, is de haas, het stillen van de honger, en is dat niet een zaak van leven of dood en dus een goede en rechtvaardige zaak? En het middel is de jacht. Wij weten wel beter, nietwaar? Het schieten van de haas is niet het doel maar het voorwendsel! Het doel is jagen! Het botvieren van een primitief instinct! Moordlust! Of vergis ik mij? Het idee en het voorbeeld zijn afkomstig uit Pensées van Blaise Pascal2 en je weet dat Pascal niet de eerste de beste is! Je ziet nu natuurlijk direct het verband met die vaccins, nietwaar? Het doel is niet het bedwingen van een virus: het virus is allang rondgegaan en wie ermee in contact kwamen, zijn reeds natuurlijkerwijze gevaccineerd ofwel gestorven, zoals dat gaat met elke griep. Het bedwingen van het virus is het voorwendsel; het doel is vaccineren! Ligt het motief niet voor de hand?

– Winstbejag?

OVT: Sinds jaar en dag staat de sector van de farmaceutische industrie met ruime voorsprong op kop in de ranglijst van de winstmakers.

– Is dat zo?

OVT: Een ranglijst met de gemiddelde brutolonen per sector laat er geen twijfel over bestaan: op nummer één staat de sector “Chemie & farmaceutische industrie”. Wie in die sector werken, verdienen gemiddeld 4279 euro bruto per maand. Op twee staat de sector “Energie en milieu” met een maandloon van 3926 euro en op drie, de sector “Bank en verzekeringen” met 3812 euro.3 Ook het hoogste bedrijfsresultaat vindt men in de farmaceutische industrie: volgens een ranglijst uit 2015 staat de sector van de farmacie op nummer één, gevolgd door de tabaksindustrie, de drankensector, die van de machines en die van de kleding.4

– Gezondheidszorg is wel belangrijk: levensreddende medicijnen zijn toch onbetaalbaar?

OVT: Die recordwinsten zijn voor een groot stuk te danken aan reclame! U weet net zo goed als ik dat er slechts een handvol werkzame medicijnen bestaan. Zeker niet genoeg om een kleine apotheek mee te vullen en een winkel moet een beetje volume hebben, toch? Reclame dus, vooral via de media, waar verhalen over kwalen de mensen bang maken, hen benevelen zeg maar, om hen dan makkelijk geld afhandig te kunnen maken. Als die verhalen dan wat wetenschappelijk klinken, worden de prullen die zij aanbevelen algauw een must.

– Prullen, zeg je?

OVT: Schoonheidsproducten, dieetkoekjes en allerlei homeopathische middelen: ze bezetten steeds meer ruimte in de winkel van de apotheker en ze mogen ook niet ontbreken in de huisapotheek waarvan de waarde concurreert met die van de provisiekast. De cijfers liegen er niet om: de voedingsindustrie hinkt ver achterop bij die van de pillen. Voor een doosje pillen bij de apotheek betaal je alras vijftig euro en met dat bedrag kun je makkelijk een winkelkarretje vullen bij de supermarkt. Ik herhaal: dit is voor een groot stuk te danken aan reclame. Maar het punt is nu dat sinds de komst van de pandemie, de farmacie helemaal geen reclame meer hoeft te maken!

– Is dat zo?

OVT: Haar gigantische vermogens worden wereldwijd integraal geïnvesteerd in de aanbouw van reusachtige medicijnenfabrieken omdat zij de vaccins en de andere coronamedicamenten niet meer tijdig kan leveren! De vraag is dermate groot en dringend dat zij zelfs het meest reusachtige aanbod op de markt ruimschoots overtreft! En wat meer is: gezien de aard van de nieuwe te verhelpen kwalen, ziet het ernaar uit dat het in de toekomst almaar moeilijker zal worden voor de productie om de vraag bij te benen want zoals je weet, muteren de nieuwste virussen dat het een lieve lust is! Nog maar een paar percent van de wereldbevolking heeft het vaccin tegen het eerste virus gekregen of er moeten al een tweede, een derde, een vierde en een vijfde vaccin gemaakt worden tegen de mutanten en we zijn pas één jaar ver! Vaccinatie zal niet eenmaal worden toegediend maar jaarlijks, ja, trimesterieel en zelfs nog vaker! En het is gratis, wat wil zeggen dat de staten alles voorschieten zodat wie niet kunnen betalen, schuldenaren worden!

– Waarom ben je zo zeker van je gelijk? Artsen zijn gebonden aan een zeer strenge beroepsethiek!

OVT: Mijn beste, het spijt mij maar wij vallen in herhaling. Mag ik u verwijzen naar onze eerdere overdenkingen ter zake? 5



1 Zie de afleveringen 26 tot en met 35 van het hoofdstuk, getiteld: Corona en de heilige zaak.

2 M.b.t. Pascal, zie vooral het hoofdstuk 27, getiteld: Een met voorwendsels geperverteerde werkelijkheid: Bauwens, Jan. (2021), deel V, par. 26: Pandora en het panopticum.

5 Tekst d.d. Stille Zaterdag 2021.

Over de uitroeiing van bejaarden Uit: “Panopticum Corona”, deel I, paragraaf 16. ( Tekst d.d. 29 oktober 2018)

Over de uitroeiing van bejaarden

Uit: “Panopticum Corona”, deel I, paragraaf 16. ( Tekst d.d. 29 oktober 2018)

1. De naaste

Grote geleerden uit de voorgaande decennia hebben erop gewezen dat de zorg voor het kroost geen zelfopoffering zou vergen vanwege de ouders omdat mensen zich hierin allerminst onderscheiden van de andere dieren – die immers amoreel handelen – terwijl het er anders zou aan toe gaan inzake de zorg van de kinderen voor hun ouders: alleen mensen zouden hiertoe in staat zijn. Inmiddels hebben etiologen ook bij niet-menselijke dieren altruïstisch gedrag ontdekt dat niet direct zou te maken hebben met het soortbehoud en andersom blijken ook mensen in staat tot vormen van egoïsme die men zelfs bij wreedaardige dieren niet terugvindt maar de interpretaties van die bevindingen blijken nogal uiteen te lopen. Volgens sommigen staat niet het mens-zijn garant voor het overstijgen van het recht van de sterkste maar veeleer het christendom en de daaruit voortvloeiende beschaving die zich immers sterk onderscheidt van talrijke meedogenloze en barbaarse culturen: het ethisch besef is naar hun zeggen niet afkomstig van de menselijke natuur doch van de bovennatuur welke door de Godmens Christus in de natuurlijke wereld wordt naar binnen gebracht om deze op te tillen naar een hoger bestaansniveau. Hoe dan ook ziet men hoe in werelden die niet of nog niet gechristianiseerd werden, vaak een volkomen afwezigheid van de belangeloosheid welke de christelijke caritas kenmerkt waaraan men zo gewoon geworden was. Edoch, nog veel frappanter en tevens redelijk angstwekkend is het in het westen terugkerende egoïsme dat gestaag het wegebben van het christendom begeleidt. Het lugubere verschijnsel blijft voor velen vooralsnog verborgen omdat het verkapt wordt door een sociaal en politiek geïnstitutionaliseerde solidariteit die eveneens haar wortels in het christendom heeft gehad en die men 'normaal' is gaan vinden terwijl zij eigenlijk allerminst natuurlijk is. Maar samen met de christelijke ethiek ziet men in onze contreien deze solidariteit sinds enkele decennia afbrokkelen en dat proces zet zich in met het verdwijnen van het universaliteitsbeginsel: de menselijke solidariteit is niet langer de solidariteit onder alle mensen – wat bij uitstek een christelijk idee is, een gedachte die zich kristalliseert in de betekenis van de term 'katholicisme' want 'katholicos' betekent 'universeel' – maar zij beperkt zich tot de mensen van het eigen werelddeel, tot de landgenoten, tot de streekgenoten of nog enger, zoals bijvoorbeeld daar waar zij zich beperkt tot de leeftijdgenoten. En die verenging houdt allerminst halt bij het egoïsme want ook het ego wordt nog verder opgedeeld, zoals dat het geval is bij allerlei verslavingen, waar deelsystemen van een individu eisen stellen welke de persoon in kwestie moet inwilligen en soms zelfs met zijn leven moet betalen: de maag controleert de hersenen, de morfine-, alcohol- of nicotinereceptoren bepalen de gedachten en de ideologie van het betrokken individu en zij controleren zijn gedrag. En ook in de andere richting – extern aan de mens – geldt niet langer het personalisme – de ideologie waarbij de (menselijke) persoon centraal staat en waar diens geluk het einddoel is van alle streven – maar een volkomen gefragmenteerde en gedepersonaliseerde werkelijkheid die niet langer bestuurd wordt door een wil maar door onpersoonlijke, anonieme en blinde tendensen zoals de koers van een munt, allerlei belangengroepen welke als abstracte eenheden hun belanghebbers overleven en overstijgen, economieën en industrieën, wisselende modes en mentaliteiten of 'geesten' die in feite datgene gemeen hebben met kanker dat aan hun groei nooit een einde kan komen omdat zij als zodanig onverzadigbaar zijn: men kan nooit rijk genoeg zijn, het genot moet zonder grenzen opgedreven kunnen worden, het energieverbruik moet samen met de economische groei eindeloos aangezwengeld worden, het enige moto luidt: altius, citius, fortius en concurrentie vervangt samenwerking, leidt tot monopolievorming, dictatuur en oorlog met als uiteindelijke uitkomst de dood voor allen.

Vreemd genoeg is het pas de bewustwording van onze eindigheid die als enige met een krachtdadige stem aan deze waanzin een halt kan toeroepen: het bewustzijn van de eindigheid gaat gepaard met het zich realiseren van het bedrog van de droom waarin wij het echte leven voor een spel geloofden te mogen houden. De ernst keert pas terug als het de tijd menens wordt, als de krachten beperkt blijken en bijna op, als de bodem van de geldbeugel in zicht komt, als de voorraad aan grondstoffen slinkt, als de krachten uitgeput raken en de honger zich laat voelen. Pas de pijn drukt ons weer met de neus op de feiten, wekt ons abrupt uit het bedrog van de droom, herinnert ons aan de afspraken die ons bestaan dragen en die wij vergaten terwijl zij op hun beurt ons allerminst kunnen vergeten omdat het leven nu eenmaal niet wordt gedragen door wensen en verlangens maar door harde regels en door overeenkomsten met een geheugen zo feilloos als de natuurwetten zelf. En de bevinding van de eindigheid van het bestaan concentreert zich in de bejaarde, in de mens die zijn jaren begint te tellen en die vaststelt dat zijn tijd er bijna op zit: hij kan de verblinding niet langer handhaven, hij wordt met hoogdringendheid en tegen heug en meug tot ziener gemaakt en als hij zich niet in het verderf stort maar daarentegen rechtuit spreekt, blijkt hij in het bezit van een wetenschap waarvoor alle anderen op de vlucht zijn. En dat is ook de eigenlijke reden waarom de bejaarde – uiteraard op onvoorstelbaar gesofisticeerde manieren – door elke beschaving die haar illusies wenst te handhaven, uitgeschakeld wordt.

2. De dissident

In feite is de bejaarde de door de natuur tot dissident verheven mens – 'verheven', want het heersende regime is alles behalve goed, het is repressief omdat het haar ontmaskering niet kan dulden. Reeds in het jonge christendom wordt bij de vierde-eeuwse Augustinus van Hippo een onderscheid gemaakt tussen het rijk van de wereld (civitas terrena) en het rijk van God (civitas caelestis of civitas Dei), uitvoerig uitgewerkt in de waanzinnige dertiende eeuw door Thomas Aquinas. In de katholieke theologie kan men het geluk pas bereiken doorheen het lijden dat in de navolging van Christus uit de wereldse beproevingen volgt aan welke men dient te verzaken en ook in de hedendaagse theologie geldt dat er zonder de kruisdood geen opstanding mogelijk is. In de Faustlegende ruilt het hoofdpersonage zijn eeuwige ziel voor tijdelijk aards voordeel, wat suggereert dat de twee elkaar uitsluiten en dat derhalve het leed een noodzaak is voor het hemelse geluk waaraan het wereldse moet opgeofferd worden. Atheïsten zien in die opvatting enkel zelfbedrog: de gelovige probeert het lijden te aanvaarden en goed te praten door er een zin aan toe te kennen en het als noodzakelijk uit te leggen maar ook die atheïstische verklaring doet niets af aan de realiteit van het lijden waarmee wij nu eenmaal moeten leven, alle 'pijnstillers' ten spijt. De dood te aanvaarden als de ultieme pijnstiller is een onverstand vanjewelste en te spreken van het meesterschap over het leven waar het euthanasie betreft, is de zaken op hun kop zetten omdat er voor moord nu eenmaal geen andere kennis vereist wordt dan deze waarover zelfs de laagste dieren beschikken, maar wij leven nu eenmaal in de waanzinnige eenentwintigste eeuw.

Alleen al door er te zijn confronteert de bejaarde de mens met de onafwendbaarheid van zijn lot – tenminste als hij zichtbaar is want precies daar ligt het paard gebonden: onze bedrieglijke samenleving doet er alles aan om haar bejaarden onzichtbaar te maken. Zij worden uit het actieve leven gehaald, naar hun mening wordt niet meer gevraagd, zij worden door de jongere en onwetende generaties paternalistisch benaderd, behandeld met pedanterie, betutteld en geïnfantiliseerd. Maar dat is slechts een fase welke voorafgaat aan de eigenlijke doodsteek.

Sinds jaar en dag weten wij allen dat sociale uitsluiting en moord een en dezelfde handeling zijn: karaktermoord gaat vooraf aan moord en bestaat erin dat het slachtoffer niet langer als mens benaderd wordt en het lot deelt van wie zichzelf hebben overleefd. De geschiedenis van de heksen van Salem waarbij weerlozen gedemoniseerd worden en op grond daarvan veroordeeld en omgebracht is het archetype van deze gruwelijke vorm van misdaad. Zij herhaalt zich telkenmale daar waar een bejaarde dement verklaard wordt op grond van het feit dat zijn prestatievermogen achteruitgaat, dat hij trager en vergeetachtiger wordt en zich vaker vergist – allemaal normale verschijnselen bij mensen op jaren. Of ware het dan veeleer normaal wanneer men op tachtigjarige leeftijd rapper kon lopen of spraakzamer was dan als jonge twintiger?

De vernietiging van de oude mens start met het tot patiënt verklaren van de persoon in kwestie – de geneeskundige sector wil immers van elke burger een dossier zoals ook de banksector van iedereen een fiche aanlegt – van klanten én van potentiële klanten en dat is al de rest – en zoals de staat iedereen tot het burgerschap heeft veroordeeld nog van voor zijn geboorte. Soms is dat een zegen, soms ook niet, maar het probleem is wel dat al deze instellingen welke aanvankelijk ten dienste stonden van de mensen, mede onder de invloed van het tanende christendom, het middel met het doel hebben verwisseld zodat zij vandaag in heel wat gevallen de mensen tot hun eigen nut hebben gemaakt. De toestand is dermate ernstig dat ook de directe toekomst van de mensheid aan de haak wordt gehangen: vaak staan zelfs onze scholen niet langer ten dienste van de opvoedelingen maar worden daarentegen de kinderen door hen feitelijk als klanten beschouwd, getuige hun verborgen agenda waarin zij de leerkrachten ertoe aanzetten om geen eisen meer te stellen aan de leerlingen en dat met de verborgen reden dat zij anders de school zullen verlaten zodat het personeel werkloos achterblijft: “Denk eraan dat elke leerling anderhalf lesuur waard is!” – zo klinkt het tijdens de besloten vergaderingen van de leerkrachten uit de mond van een voor zijn eigen job bezorgde directeur, weliswaar nadat deze eerst gewaarschuwd heeft dat voor al het in de vergadering besprokene geheimhouding geldt. Leerkrachten die zich daar niet aan houden, verliezen sowieso hun werk en op deze manier speelt de macht van het geld haar troeven uit... in de civitas terrena. Met betrekking tot de bejaarden die helemaal geen zorgzame ouders meer hebben en vaak ook geen kinderen waarin zij hun vertrouwen kunnen stellen, wordt vanzelfsprekend een nog veel omvangrijker carrousel op touw gezet, temeer daar zij behalve weerloos vaak ook gefortuneerd zijn, wat concreet betekent dat zich plotseling allerlei menslievende personages en instellingen komen aandienen om de last voor de zorg voor dat fortuin van hun schouders te nemen of te helpen dragen. Dat zal de bejaarde waarschijnlijk worst wezen omdat zijn tijd op aarde er bijna op zit maar op de drempel van de civitas caelestis, is het zijn gelatenheid ter zake welke onmiskenbaar waarschuwt voor een lot waaraan geen mens ooit is ontsnapt.

3. Het onrecht

Oud worden als zodanig is niet per se problematisch maar dat wordt het wel vanaf het ogenblik dat men het opgeplakte etiket 'oud' beaamt omdat betutteling heteronoom maakt, de zelfzekerheid aantast en daardoor ook de zelfstandigheid: men wordt afhankelijk van derden die er in feite op uit zijn om zich boven de betuttelden te positioneren in een pikorde waarvan zij de agenda bepalen. Bejaarden worden dikwijls genoeg valselijk voor onverstandig gehouden terwijl zij alleen maar niet antwoorden op vragen omdat ze hardhorig zijn. Bejaarden zijn vaak minder spraakzaam, niet uit onwetendheid maar omdat de staat van hun gebit hun de spraak bemoeilijkt ofwel omdat zij geleerd hebben dat zwijgen soms het beste is. Bejaarden zijn slecht te been terwijl er vaak niets mis is met hun benen, het ontbreekt hen alleen aan ruimte om te lopen in de zorginstelling zonder tuin waarin zij opgesloten zitten. Als gevangenen worden zij onwillekeurig beschouwd als onzelfstandigen of als (geestes)zieken en onder meer om die reden krijgen zij in instellingen zelden bezoek. Zelf hebben zij ook moeite met het overbruggen van de afstanden die hen scheiden van hun bekenden, zodat zij minder converseren en het daardoor op den duur dan ook verleren om te communiceren, precies zoals zij het verleren om te lopen bij gebrek aan ruimte. Het lichaam en de geest zijn er nog maar bejaarden worden al te vaak beroofd van de mogelijkheden om die twee te laten functioneren met reeds na zeer korte tijd het teniet gaan van die bekwaamheden want bijvoorbeeld de atrofie van het spierapparaat dat ons in staat stelt om te lopen, treedt al in na twee weken bedlegerigheid. Voor hun gebreken zijn bejaarden aldus zelden zelf verantwoordelijk: de schuldige is meestal de allerminst bejaardenvriendelijke maatschappij die de schijn hoog wil houden van een aards paradijs met als wetenschappelijk hoogstandje de eeuwige jeugd – alles wat niet beantwoordt aan de bedrieglijke droom, verdwijnt achter de façade in vergeetputten en crypten. En het aantal van die 'verdwijningen' neemt hals over kop toe: in 2016 telde België bijna drie miljoen zestigplussers – bijna een derde van de bevolking – en in 2050 zullen dat er vier miljoen zijn of bijna de helft van de bevolking. In 2060 zal de helft van de Belgen met pensioen zijn. Maar misschien zal dat het tij doen keren, want de bejaarden worden gewis een meerderheid en wij leven in een democratie...1 2

(J.B.)

1Tekst d.d. 29.10-02.11.2018.

2 https://wonenna60.be/de-vergrijzingstsunami/

https://blogimages.seniorennet.be/tisallemaiet/attach/170161.pdf

Honger is niet ver meer af Uit: “Panopticum Corona”, deel V, paragraaf 9. ( Tekst d.d. 30 december 2020)



Honger is niet ver meer af

Uit: “Panopticum Corona”, deel V, paragraaf 9. ( Tekst d.d. 30 december 2020)

Of beter: honger voor iedereen is niet ver meer af, want velen lijden al honger, ook al maken zij daarrond niet veel reclame.

Ongeveer een derde van het voedsel of zelfs iets meer wordt weggegooid, dat werd nog niet zo heel lang geleden berekend.1 Er was toen nog geen sprake van corona, geen mens zou het in zijn hoofd hebben gehaald dat amper enkele maanden later de wereld zou getroffen worden door de plaag en nog steeds zijn er mensen tot wie dit niet is doorgedrongen. De negationisten wringen zich alsnog in de meest onmogelijke bochten om de visie te verdedigen dat het alleen in onze hoofden zit en dat het gaat om een 'reset' geënsceneerd door de machtigen der aarde. Daar zal natuurlijk ongetwijfeld iets van aan zijn in een wereld waarin het opportunisme bloeit als nooit voorheen: opportunisten zijn een soort van veredelde gauwdieven die zowat overal hun voordeel weten mee te doen en dus ook met de plaag die nu door de wereld trekt en die, gelijk de grote tsunami van intussen exact zestien jaar geleden, een spoor van vernieling achter zich aan sleept. Maar deze plaag die alle straten ter wereld leeg doet lopen, doet ons de tsunami vergeten alsook het bombardement op de Twin Towers van straks twintig jaar geleden en alle andere terreuraanslagen die alle straten wereldwijd met protesterende mensen vulden. Vandaag protesteren de microben tegen de mensen en de fantastische gruwel uit La Peste van de Nobelprijswinnaar Literatuur uit 1957, Albert Camus, is uit de droomwereld uitgebroken en zwerft nu rond over dezelfde aarde die wij met onze lichamen bewonen: zowel de fysieke plaag als de verrechtsing waar het de schrijver toentertijd eigenlijk om doen was. Geen van de twee plagen kan nog met muren of met prikkeldraad bedwongen worden.

Zoals gezegd wordt meer dan een derde van het geproduceerde voedsel weggegooid of dan toch tot voor kort want de kentering heeft tot gevolg dat de verkoop van voedsel nu met een derde terugloopt. Een derde van de voedselproducenten verliezen hun baan, samen met een derde van de voedseltransporteurs, de magazijnbedienden, de afvalverwerkers en ga zo maar door langsheen de hele voedselketen. Omdat zowat alles om voedsel draait terwijl dat draaien heden danig in de war raakt dat het een vierkant draaien wordt, ligt de honger al een tijdje op de loer en slaat hij reeds toe bij de minst beschermden onder de mensen: de bewoners van de derde en de vierde wereld, de illegalen, de zieken, de ouderen en de kinderen, kortom de zwaksten, want als puntje bij paaltje komt, moeten zij het bekopen in een wereld waarin alles om het recht van de sterkste draait.

Voedsel is een groot mysterie. Toen bij het laatste avondmaal de Nazoreeër het brood brak en zegende, sprak hij tot zijn aanhangers: “Neemt en eet want dit zijn mijn lichaam” en toen hij de beker nam, sprak hij: “Neemt en drinkt want dit is mijn bloed. En blijft dit doen om mij te gedenken.”2 Zijn volgelingen die deze woorden al te letterlijk namen, geloofden hieruit te mogen afleiden dat hun meester had bedoeld dat hij het brood had veranderd in zijn lichaam en de wijn in zijn bloed en zij hadden het over het wonder van de transsubstantiatie waarover doorheen heel de geschiedenis zoveel te doen is geweest en dat nog steeds de kern uitmaakt van de consecratie, die het wezen is van de heilige mis: precies zoals de kannibalen die ook hun overleden voorouders als voedsel tot zich namen, wilden de apostelen hun verloren meester vanbinnen in zich hebben. En uiteraard ook vanbuiten, in de kerk die dan zijn verrezen lichaam wezen moet waaraan de afzonderlijke cellen hun bloed offeren: de martelaren uit de eerste eeuwen die het voorbeeld geven met de ganse geloofsgemeenschap in hun spoor. Of dan toch in theorie.

Maar zeer waarschijnlijk hoeft men helemaal niet aan een wonderlijke transsubstantiatie te denken omdat wellicht niets anders bedoeld werd dan wat ook feitelijk werd gezegd, met andere woorden: “Dit brood, deze wijn, kortom: het voedsel dat gij dagelijks tot u neemt, dat ben ik, uw godheid, die het leven zelf is en aan wie gij het leven dankt. Ik immers ben de weg, de waarheid en het leven.” Het wonder van het voedsel is aldus al groot genoeg, men moet er niet een tweede wonder bij verzinnen, dat overigens alleen maar de aandacht van het echte, oorspronkelijke en natuurlijke wonder afleiden kan. Het wonder van het voedsel ligt hierin dat dit klaar en duidelijk laat zien hoe niets van al wat leeft, het leven aan zichzelf te danken heeft. In het wonder van het voedsel openbaart zich de schenker van het leven zelf en hij wil dat wij, terwijl wij eten, aan dit wonder denken.

Maar dat gebeurt helaas niet altijd meer: de mensen eten dat het een lieve lust is en hun gedachten blijven hangen bij het eten zelf: bij de aard van het voedsel, de kwaliteit, de prijs, de prijs-kwaliteitverhouding, de bereiding, de koks van op Tv, de kookboeken en de vele gidsen over kruiden en allerlei specerijen, lekkernijen, snoepgoed, chocolade, digestieven, aperitieven en noem maar op. Naar de bron van het voedsel die het leven geeft, gaan zelden nog gedachten uit. De dankbaarheid immers verdwijnt uit een wereld waarin men alles – ook en vooral het voedsel – koopt: kopen betekent betalen, een tol vereffenen, een ruilhandel voeren, een goed tegen een goed, een oog voor een oog, een tand voor een tand en het principe van de wraak is van een andere orde dan dat van de dank en van het gulle geven. Want uitgerekend dat, het gulle groeien van het voedsel op de akkers, het aanzwellen van het wildbestand in de wereldwouden en van de kudden en het vee in onze stallen – uitgerekend dat geschiedde altijd al helemaal gratis.

Vandaar de honger, zo spreekt de logica zelf, want de gulle schenker moet herinnerd worden opdat men hem niet per ongeluk voor een prooi zou aanzien en doden. De gulle schenker werd vergeten en onzichtbaar, alleen de honger kan – weliswaar in het allerbeste geval – het mysterie opnieuw aan het licht brengen. Het gaat om la présence de l' absent, zoals de filosofen het noemen: wat vergeten werd komt pas weer aan het licht wanneer wij het moeten missen want dan voelen wij het tegen heug en meug. En daartoe dient de honger. Althans, zo zeggen sommigen. En misschien hebben zij gelijk.3



2 Lucas 22:19. Ook in de Evangeliën van Marcus en Mattheüs, niet bij Johannes.

3 Tekst d.d. 30 december 2020.

https://blogimages.seniorennet.be/tisallemaiet/attach/170161.pdf

Hoe corona het katholicisme op de helling zet

Hoe corona het katholicisme op de helling zet

Uit: “Panopticum Corona”, deel II, paragraaf 43: (Tekst d.d. 4 mei 2020)

In tijden van coronagekte leest men in de kranten over de uit de States overgewaaide drive-ins: drive-in cinema's, drive-in super- markten en nu ook drive-in biechtstoelen. In verre landen weliswaar maar in feite is het echt niet om mee te lachen want als die social distancing of eender wat de biecht onmogelijk maakt, verliest de katholieke kerk haar reden van bestaan en kan om het even welke belastingbetaler van een land dat aan die kerk subsidies toekent, eisen dat die financiële aderlating ophoudt.

Velen van de jongste generaties zullen bij het vernemen van die aankondiging de wenkbrauwen fronsen omdat de kennis ook op dat vlak achterwege blijft maar de bestaansreden van de kerk ligt in het feit dat zij als staatsgodsdienst of dan toch als door de staat erkende godsdienst een soort van verzekeringsmaatschappij vormt voor het postpensioen van de burger. Het postpensioen is de termijn die na ('post') het pensioen komt, de tijdspanne die volgt op die van het pensioen en omdat het pen-sioen loopt tot de dood van de gepensioneerde, betreft het hier de eeuwigheid en dat is gewis niet niks.

Hoezo? - zouden de niet langer ingewijden vragen. Welnu, het katholieke geloof leert, in het kort, dat de mens geschapen is als een onsterfelijk wezen dat door eigen zonde sterfelijk werd en dat derhalve de tussenkomst van een redder nodig heeft om alsnog de eeuwigheid terug te kunnen winnen. Die redder kwam 2020 jaar geleden op aarde als Jezus van Nazareth die zich de zoon van God liet noemen, om die zonde van de mens die veel te groot was voor vergeving, uit te boeten in zijn plaats en zo zijn onsterfelijkheid te herstellen. Dit goddelijke offer ligt overigens aan de basis van de grootste kunstwerken aller tijden zoals de passies van Johann Sebastian Bach.

Een voorwaarde is wel dat wie aldus gered willen worden van de eeuwige dood, ook echt geloven, wat inhoudt dat zij gehoorzaam zijn aan zekere geboden zoals door de kerk geopenbaard. Een onmogelijke opgave weliswaar omdat geen mens zonder zonde is en precies daarom heeft Christus zijn macht om zonden kwijt te schelden overgedragen aan zijn apostelen en in de eerste plaats aan zijn plaatsvervanger Petrus, de eerste paus, die deze macht, die nota bene de sleutel is tot het koninkrijk der hemelen, delegeerde aan de bisschoppen en aan de hele clerus. Wie zondigen, verliezen het recht op eeuwig leven maar door hun zonde te belijden in het sacrament van de biecht, kunnen zij absolutie krijgen en dat recht terugwinnen en dit zo dikwijls als zij dat nodig achten. En zo zijn er voorbeelden bij de vleet van historische figuren die een leven lang hebben gemoord en gebrand om dan op hun sterfbed na het opbiechten van al die gruwel, van een priester absolutie te ontvangen en 'zo recht als een sikkel' ten hemel te varen. Of dat is alvast wat de katholieke kerk voorhoudt te geloven - een verzekeringspolis die kan tellen.

Omdat onwetendheid omtrent de zaken des geloof zich heeft verspreid zoals een ware pandemie, dient hierbij ook nog verduidelijkt te worden dat het sacrament van de biecht traditioneel plaatsheeft in een biechtstoel: een vaak met fraai beeldhouwwerk in hout omkaderd meubel waarin men kan gaan zitten of knielen en waarin zich de biechteling en de priester elk in een andere ruimte bevinden, half verduisterd omwille van de onherkenbaarheid, en gescheiden door een houten plaat met kleine gaatjes om de overdracht van de stemgeluiden maar helaas ook die van het coronavirus mogelijk te maken.

Het kon weliswaar veel eenvoudiger dan met een drive-in, als men maar gedacht had aan de nieuwe technologie van de telefonie en de elektronische spraakoverdracht, zo zullen mensen van deze tijd opmerken. Edoch, dan hebben zij helemaal geen rekening gehouden met de voorwaarde van de geheimhouding die essentieel is voor de biecht omdat het daar in wezen een gesprek betreft tussen de zondaar en zijn redder - Christus zelf, wiens plaats door het bestaan van dit heilig sacrament kan ingenomen worden door de priester. In de dialoog tussen het schepsel en zijn Schepper is luistervinken uitgesloten en de zaak is nu dat de hoogtechnologische spullen waarvan sprake zeer vatbaar zijn voor corruptie zodat geheimhouding niet langer kan verzekerd worden of gezien de toestand van de wereld zelfs helemaal uitgesloten is, waardoor de biecht zijn geldigheid verliest. En, eens te meer, de kerk haar reden van bestaan.

Dat hete hangijzer hangt de machtigste religie aller tijden overigens al langer boven het hoofd want sinds het schandaal van het kindermisbruik is de staat van de kerk gaan eisen dat zij dergelijke aan haar opgebiechte misdaden voortaan op haar beurt moet gaan 'opbiechten' en wel bij het gerecht. Maar als zij dat doet, erkent zij uiteraard meteen dat de wereld niet bestuurd wordt door de Schepper van hemel en aarde (of althans door zijn délégués) maar door de wereldheerser die het in het evangelie op een hoge berg zonder enige tegenspraak van zijn broer Christus had over zijn rijk dat hij Hem in ruil voor een simpele kniebuiging schenken zou. Nog ter verduidelijking: iedereen weet dat in het Oudtestamentische boek Job, Satan wordt genoemd als een van de zonen van God.

Verwijzingen:

https://blogimages.seniorennet.be/tisallemaiet/attach/170161.pdf 

De sacramenten en het einde der tijden

De sacramenten en het einde der tijden

Ingevolge de zaak Vangheluwe willen een groot aantal mensen zich laten schrappen uit het doopregister maar volgens de kerk is dat krachtens de geloofsleer onmogelijk omdat een toegediend sacrament niet ongedaan gemaakt kan worden. Tevens zou het schrappen van de namen van de gedoopten gelijkstaan aan het vernietigen van historische documenten, wat verboden is.

Voor gelovigen is een sacrament een geloofsgeheim, een gewijde handeling, een handeling gesteld in de naam van Christus, het is een toenadering van God tot de mens en aldus een tegenbeweging van het gebed en het offer die een toenadering zijn van de mens tot God. Voor ongelovigen is een sacrament uiteraard een zinledig gebaar maar dat de kerk een erkende staatsgodsdienst is, houdt in dat zij erkent dat de kerk haar sacramenten heeft, haar eigen regels als het ware, welke echter vanzelfsprekend niet in tegenspraak mogen zijn met de wet.

Het doopsel is een sacrament en kan derhalve niet ongedaan gemaakt worden. Ook het priesterschap is een sacrament maar het is tevens een ambt. De eerste paragraaf van artikel 181 van de Belgische grondwet bepaalt: “De wedden en pensioenen van de bedienaren der erediensten komen ten laste van de Staat; de daartoe vereiste bedragen worden jaarlijks op de begroting uitgetrokken.” (Volgens de tweede paragraaf van hetzelfde artikel geldt overigens hetzelfde voor de door de wet erkende organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing.) En als gedoopten zich niet kunnen laten 'ont-dopen', dan kunnen ook alle andere gewijde handelingen niet ongedaan gemaakt worden en derhalve is men ook priester tot in de eeuwen der eeuwen.

Edoch, zoals het priesterschap naast een gewijde status ingevolge de toediening van een sacrament tevens een ambt is - en dat wil hier zeggen: het beroep van een kerkelijk bediende in een door de staat erkende godsdienst en derhalve een door de staat betaald beroep - zo ook is het doopsel naast een sacrament tevens een handeling welke van invloed is op de som van alle dopelingen en derhalve ook op de geldsom die wordt toegekend aan de godsdienst of aan de kerk in kwestie. In België gaat het om een vast bedrag waarop schommelingen van het aantal namen op het doopregister geen invloed kunnen uitoefenen maar in bepaalde andere landen kunnen burgers ter gelegenheid van de verkiezingen zelf bepalen of hun aandeel van een voor erediensten of humanitaire hulp bestemde som al dan niet naar de kerk zal gaan en waarschijnlijk zullen door de recente perikelen in de nabije toekomst pogingen gedaan worden om ook hier te lande dat systeem te gaan toepassen.

Een ander sacrament is de biecht, de voor de gelovigen verplichte belijdenis van de zonden aan een biechtvader, wat doorheen de eeuwen de clerus wereldwijd een macht heeft verschaft die zo mogelijk nog doortastender is dan die van de beheerders van de ontelbare camera's en de BuurtInformatieNetwerken welke onder het voorwendsel van de veiligheid, de vrijheid van principieel alle wereldburgers fnuiken, zodat wij inderdaad afstevenen op de toestand van “non posse peccare”: het “niet meer kunnen zondigen” of dus het van alle vrijheid beroofd zijn en meteen het beroofd zijn van zijn mens-zijn als zodanig. Men herinnere zich met Aureloius Augustinus dat de paradijslijke toestand van de mens er een was van “posse peccare” of “kunnen zondigen”, wat betekent: vrijheid, terwijl na de zondeval die toestand overging in het “non posse non peccare”, “niet kunnen niet zondigen” of het zich niet kunnen onttrekken aan zijn zondigheid. Met de eindtijd in het verschiet verdwijnt de vrijheid daar de tijd ten einde is en de mens zichzelf dan helemaal bepaald zal hebben zodat hij niet meer kan zondigen omdat hij ook niet langer de vrijheid bezit om dat te doen. Het sacrament van de biecht zal dan geen relevantie meer hebben en voor gelovigen betekent die toestand dan uiteraard ook echt het einde der tijden.1

(J.B., 30 september 2023)

1We hebben dit thema eerder uitgewerkt in een artikel d.d. 2006, getiteld: “Over de opkomst van de islam in het westen.” Zie: https://blogimages.seniorennet.be/tisallemaiet/attach/174037.pdf

Verkapte (massa)moord

Verkapte (massa)moord

“Schuldig verzuim of schuldig hulpverzuim is een misdrijf in het Belgisch recht waarvan sprake is wanneer iemand het nalaat een ander te helpen die in groot gevaar verkeert, terwijl men kon helpen zonder zichzelf in gevaar te brengen.”1

Inzake schuldig verzuim wordt meestal de misdaad van een particulier bedoeld maar wanneer een collectief de misdaad begaat of wanneer er autoriteiten en wetten mee gemoeid zijn, wordt de (massa)moord uiteraard veel beter verkapt en dan ook veel vlotter verkocht. En wie er het wetboek op naslaan, zullen er overigens versteld van staan hoe goedkoop men ervan af komt met een misdaad die per slot van rekening de dood van een ander tot gevolg heeft. In het merendeel van de gevallen wordt er over misdadigheid zelfs helemaal niet gerept.

“Terwijl alle verkeersveiligheidsindicatoren al jaren dalen, blijft het aantal fietsers dat betrokken is bij verkeersongevallen stijgen,”2 zo deelt de Belgische overheid ons op 15 juni laatstleden mee en kennelijk komt het bij die overheid niet op dat zijzelf de verantwoordelijkheid draagt over dat alsmaar stijgende aantal fietsers wiens leven aan haar nalatigheid moet opgeofferd worden omdat zij het verzuimt om bijvoorbeeld de moordstrookjes door veilige fietspaden te vervangen: in 2023 steeg het aantal op de weg gedode fietsers vergeleken bij de cijfers van drie jaar voordien met maar liefst 7,5 percent naar 102 per jaar.

Een ander voorbeeld is de wereldwijde massamoord op jaarlijks 44 miljoen ongeboren baby's en wel bijzonder cynisch is daarbij de gigantische menselijke onverschilligheid blijkens het feit dat de helft van die abortussen 'veilig' worden genoemd, alsof het een vergissing zou zijn om in dat jammerlijke gebeuren ook de eerste slachtoffers, de kinderen zelf dus, mee te tellen. En in het zog van die massamoord wordt alras een tweede voorbereid die zo mogelijk de eerste qua omvang en qua cynisme nog overschrijdt: onlangs verkondigde in de Vlaamse media een voorzitster van de zorginstellingen voor senioren alhier dat men eens ernstig moet gaan nadenken over euthanasie voor demente bejaarden - wel te verstaan eveneens zonder de toestemming van de betrokken slachtoffers.

Tevens merkt men alras dat de kloof tussen enerzijds de nalatigheid of het verzuim om hulp te bieden aan noodlijdenden en anderzijds het actief 'opruimen' van mensen wel bijzonder smal lijkt maar in wezen is die kloof uiteraard geheel onbestaande en - om nog een vierde voorbeeld aan te halen - rust de verantwoordelijkheid voor de transformatie van de Middellandse Zee in het massagraf van de Afrikaanse vluchtelingen en slachtoffers van mensenhandel nergens anders dan bij de leiders van de Europese Unie.

En dan hebben we het nog niet gehad over de honger in de wereld die geen tegenslag is maar een aanslag en over de oorlog, altijd zo lafhartig gevoerd door schurken die zich leiders wanen terwijl zij altijd uiterst bezorgd om het eigen hachje, het volk geheel ongestraft blijven behandelen als louter kanonnenvlees. En het feit dat wie teveel hebben - getuige de navenante verspilling - verantwoordelijk zijn voor andermans tekorten, omdat de rijkdommen der aarde nu eenmaal eindig zijn en derhalve verdeeld dienen te worden.

In al deze gevallen is sprake van slachtoffers - doden dus - door toedoen van derden maar het moordwapen lijkt onzichtbaar omdat het nu eenmaal geen hakbijl is of geen kalasjnikov en om die geheel absurde reden kunnen deze moorden, vaak massamoorden, gewoon ongestoord blijven doorgaan.

Wie de dingen met eerlijke ogen bekijken en ze ook bij naam durven te noemen, weten echter dat de sterfgevallen in de hoger genoemde tragedies in wezen neerkomen op doodslag en (massa)moord en dat de moordwapens als instituties verankerd liggen in de staatkundige instellingen van onze eigen beschaving ingevolge de aanbidding van niemand minder dan de geldgod.

(J.B., 25 september 2023)

Over seksuele opvoeding op school

Over seksuele opvoeding op school

Massaal komen zekere categorieën van mensen op straat om te protesteren tegen seksuele opvoeding op school: seksuele opvoeding is niets voor kinderen, zo menen zij en zij insinueren zelfs dat de opvoeders helemaal geen goede bedoelingen kunnen hebben met die lessen; het lijkt erop dat zij die seksuele opvoeding van hun kinderen in eigen handen willen kunnen blijven houden. Het is alleen de vraag wat die selfmade seksuele opvoeding dan wel mag inhouden, in acht genomen de onnoemelijke feiten die vrijwel dagelijks te kijk zetten hoe het gesteld is bij een flink deel van de betrokkenen met de kennis over de onderhavige materie en met de morele kwaliteit van de gangbare oordelen daar omtrent.

Seksuele opvoeding is een deel van de opvoeding als zodanig en over opvoeding valt veel te zeggen maar dan vooreerst wel dit, dat wie geloven dat zij gemist zou kunnen worden, aan de (democratisch geregeerde) staat onttrokken, geprivatiseerd of in handen gegeven van 'het internet', helemaal niet op de hoogte zijn van de geschiedenis. Precies zoals het beginsel van Montesquieu de scheiding der machten grondvest als een onontbeerlijk principe dat moet helpen voorkomen dat wij belanden in een dictatuur (waarin immers de wetgevende en de uitvoerende machten zichzelf berechten), zo ook moet worden voorkomen dat de vorming van de mensen die onze toekomst zijn, wordt scheefgetrokken door wie dan bij die misvormingen garen willen kunnen spinnen.

Wil men dan de seksuele opvoeding, of waarom niet de opvoeding als zodanig, overlaten aan de godsdienst of aan de godsdiensten? Want ofschoon zij allemaal spreken over de ene god, blijken er in de wereld dan toch heel wat godsdiensten te bestaan en de meest wreedaardige daarvan zijn ook de meest succesvolle geworden, wat op zich al een en ander zegt over hun ware aard.

Op kop van de instituten voor tovenarij staat de katholieke kerk die bestuurd wordt vanuit het Vaticaan in Rome waarover luttele jaren geleden de Franse socioloog Frédéric Martel zijn Sodoma schreef, een bijzonder grondig gedocumenteerd boek dat niets aan de verbeelding overlaat. Eveneens van relatief recente datum is het boek van Dirk Verhofstadt dat de avonturen van de kerk ten tijde van de nazi's doorlicht. De samenwerking van de Rooms Katholieke kerk met extreemrechts doorheen de geschiedenis is al lange tijd een publiek geheim en het zou ons hier al te ver brengen om de rol van de kerk in de genocides ten tijde van het kolonialisme en in het huidige neokolonialisme te belichten. Edoch, dat de kerk met het oog op eigen profijt gedurende eeuwen het onderwijs beheerst heeft met haar onzin, staat als een paal boven water.

Wat immers hebben wij hier in België te maken met een millennia oude religie uit het Midden-Oosten, met name met het jodendom uit Israël, dat extreem nationalistisch is gezien het zich “het uitverkoren volk” acht en waarop de Nazoreeër al dan niet gewild een variant gemaakt heeft met het Christendom dat zich inmiddels heeft versnipperd in talloze sekten waarvan de meest agressieve, de Rooms-katholieke, het voortouw heeft genomen met haar dogma's die kant noch wal raken maar die wel beleden moeten worden door haar onderdanen zoals ook de stelling dat één opgeteld bij één gelijk is aan drie in de dystopische roman van George Orwell? Het christendom werd de erkende staatsgodsdienst in het Romeinse Rijk en geraakte via de veroveringstochten van onder andere Julius Caesar tot hier verspreid en dan verder over de gehele wereld en dat gebeurde meer bepaald dankzij de opvoeding van kinderen op een leeftijd waarop zij zelfs hun moedertaal nog niet beheersen en wel met die ene bedoeling om die klinkklare onzin er zo diep in te stampen dat zij die nog altijd vanzelfsprekend blijven vinden als hun haren grijs geworden zijn en hun laatste tanden uitgevallen. Al tweeduizend jaar lang is men aldus die fabels blijven herhalen en willen nu bezorgde ouders, zoals zij zichzelf bestempelen, de onaantastbaarheid van het bedrog waaronder zij al die tijd zozeer te lijden hadden, nu ook nog eigenhandig gaan beschermen?

Alleen een bijzonder diep gewortelde angst kan het voor mekaar krijgen dat zij geen afstand willen doen van deze allergrootste slavernij op aarde. Tot op een gegeven ogenblik verbood de kerk zelfs de lectuur van de heilige schrift waarop zij haar leer zegde te baseren en toen protestanten de Bijbel naar de volkstaal gingen omzetten, moesten alle exemplaren worden opgespoord en ook verbrand, overigens samen met de stoutmoedige vertalers. Fjodor Dostojevski schreef over die tijd van libricide en ook genocide die de Inquisitie heet een mooi verhaal waarin hij argumenteert dat niemand minder dan de duivel op het woord Gods beslag gelegd heeft en dat sindsdien de halve wereld wordt misleid met grove leugens in functie van dictatoriale grootmachten en totalitaire systemen die ons onder de dekmantel van opvoeding dom houden en op de koop toe arm.

Men herinnere zich toch wel dat de jaloerse joodse God van elke vader eist dat die zijn oudste zoon aan hem slachtoffert, heel letterlijk, een bevel dat staat te lezen in het heilige boek Genesis, samen met nog veel andere onzin? Eva zou gemaakt zijn uit een rib van Adam, terwijl zelfs een kind weet dat het andersom is en dat Adam zoals alle andere mensen voortkomt voort uit een vrouw, toch? Maar ook de mannelijke jaloezie heeft blijkbaar haar rechten.

Dat geloof in kwestie is bovendien danig corrupt dat de paus die nog niet zo lang geleden de homo's handlangers van de duivel noemde, ook over deze kwestie nu een draai van honderdtachtig graden heeft gemaakt, al praat hij in andere streken de mensen die daar anders over denken tijdens zijn reisjes ook telkenmale en zonder aarzelen naar de mond om dan bij zijn terugkeer naar het westen alweer een draai van 180 graden te maken: hij draait omzeggens met de aardrotatie mee en gelijkt daarom op een draaiende derwisj.

En daarmee zijn we bij de tweede grootste religie beland, waar de leidinggevende mystici zich zonder behoefte aan de katholieke alcohol bezatten door gewoon te draaien om hun eigen as. Maar om nu terug te keren naar de onnoemelijke feiten die vrijwel dagelijks te kijk zetten hoe het gesteld is bij een flink deel van de betrokkenen met de kennis over de onderhavige materie en met de morele kwaliteit van de gangbare oordelen daar omtrent, bekijken wij de vraag wat men nu eigenlijk bedoelt met die lessen seksuele opvoeding op school.

Met die lessen immers wordt geprobeerd om aan kinderen zaken bij te brengen waarover ze thuis kennelijk niets leren of waarover ze thuis verkeerde dingen leren, omdat het thuis bijvoorbeeld extreemrechtse katholieken zijn of jihadisten. En om het bij dit ene voorbeeld maar te houden, valt dat af te leiden aan het feit dat het minderjarigen zijn, kinderen dus, die op straat mensen aanvallen en aftuigen van zodra zij denken dat het gaat om homo's. Van één op de vier homo's wordt het leven op straat bedreigd door snotneuzen en wel op de meest lafhartige manier daar zij tot met messen toe gewapend, in bendes hun aanvallen op weerloze enkelingen richten. Vergeten wij vooral niet dat die kinderen worden opgejut door extreemrechtse populisten die zich zelf rijk en veilig mogen achten en die daarom ook zeker zijn van hun stemmenaantal bij de menigte aan zich in straffeloosheid vermeiende misdadigers die zij vertegenwoordigen. Gewis, men moet bezorgd zijn en bevreesd dat men nu onder druk van malafide stemmingmakerij ook nog die enkele uurtjes seksuele opvoeding dreigt af te zullen schaffen.

Edoch, wat daarentegen afgeschaft moet worden, ja, verboden, is het 'onderricht' van leugens aan kinderen. Eerst en vooral moeten opruiers zoals de extreemrechtse praatjesmakers die misbruik maken van de wet op de vrije meningsuiting gestraft kunnen worden omdat het geen vrije mening is die ze uiten maar aanzetting tot moord en dat is niet hetzelfde, of wie denkt daar dan anders over?

Moed is wat kinderen ontberen en wat zij moeten leren: moed om zichzelf vrij te kunnen maken van alle soorten van onzin, psychologische betovering, moordende sociale druk en bemoeienissen allerhande. Vrijheid immers komt niet vanzelf maar moet veroverd worden en bovendien verdedigd om ze dan ook nog te kunnen behouden.

Het 'natuurlijke' bestaat niet, dat is alleen de jungle, het recht van de sterkste. De concentratiekampen zijn er gekomen omdat Hitler van plan was om de natuur een handje te gaan helpen: dat heerschap was niet van de slimsten maar de massa miste nu eenmaal de moed om hem tegen te spreken. Hitler keert terug, zijn populisme dat de achterlijke massa bespeelt is alomtegenwoordig. Alleen met opvoeding kan men een dam opwerpen tegen zaken zoals analfabetisme, armoede en zinloos geweld welke onze vrijheid fnuiken en die de wereld dreigen terug te katapulteren naar de meest duistere krochten van de waanzinnige middeleeuwen.

(J.B., 22 september 2023)



Daarom zwijgen altijd alle slachtoffers

Daarom zwijgen altijd alle slachtoffers

Daarom zwijgen altijd alle slachtoffers

Misdadigers maken slachtoffers en dat is één zaak maar een andere zaak is dat slachtoffers inzake de misdaden die hen treffen, er altijd en overal het zwijgen toe doen. Waarom spreken zij niet? Het lijkt er op dat zij bang zijn voor hun belagers en misschien is dat voor een stuk wel zo maar wat zij veeleer vrezen is een heel andere zaak en dat weten criminelen opperbest.

Het slachtoffer van een misdaad staat voor de keuze tussen zwijgen en spreken maar komt er niet toe om tot spreken over te gaan uit angst voor een nog veel groter kwaad dan de revanche van de betrokken misdadigers. Want het kwaad dat zij vrezen, kent zijn gelijke niet in deze wereld, het is immers van precies hetzelfde kaliber als het kwaad dat treft wie in de hel belanden - de hel die in de moderne theologie immers gedefinieerd wordt als het afgesneden zijn van alle menselijke contacten. Het kwaad dat slachtoffers vrezen als zij overgaan tot spreken, is dat van de wanhoop.

Zolang slachtoffers van misdaden zwijgen, houden zij de actualisatie tegen van de onomkeerbare afwijzing van hun klacht, die immers de afwijzing van hun eigen bestaan inhoudt. Zolang zij zwijgen en zich ervan weerhouden om bij anderen aan te kloppen voor hulp, bewaren zij met andere woorden de hoop dat zij die wel zouden ontvangen indien zij daarom ook effectief zouden verzoeken. Echter, van zodra zij spreken en derhalve effectief om hulp vragen, hebben zij al de reële mogelijkheid aanvaard van de genoemde afwijzing die veelal een fataal karakter heeft. Als zij spreken, nemen zij het risico dat zij niet zullen worden geloofd en indien zij daadwerkelijk niet worden geloofd, verliezen zij meteen ook de hoop die zij kunnen blijven koesteren zolang zij er het zwijgen toe doen. Wie spreken en niet geloofd worden, blijven in de kou staan, voelen zich verraden en worden geconfronteerd met de noodlottigheid van het onrecht. Om zichzelf voor die confrontatie te behoeden, kiezen de slachtoffers van misdaden ervoor om te zwijgen.

Het feit niet geloofd te worden met zijn klacht, is een bijkomende veroordeling voor het slachtoffer en tegelijk houdt de verklaring van ongeloof jegens het slachtoffer, het vrijpleiten in van de misdadiger: niet het slachtoffer van de misdaad vreest voor de crimineel maar wel degenen tot wie het slachtoffer dat niet langer wenst te zwijgen, zich wendt met zijn verklaring en met zijn hulpvraag. Immers, wie hulp bieden aan slachtoffers van misdadigers plaatsen zich zodoende in het kamp van die slachtoffers en jagen de misdadigers die het slachtoffer hebben mishandeld nu ook tegen zichzelf in het harnas. Slachtoffers zwijgen omdat zij kunnen vermoeden dat het degenen tot wie zij zich moeten wenden voor hulp, zal ontbreken aan de moed om de strijd met de misdadigers aan te gaan. Want dat is tenslotte hetgeen niemand kan vermijden als het er op aan komt de vrijheid en de rechten van zijn medemensen te verdedigen. Het ten allen prijze willen vermijden van een conflict, verankert het betreffende kwaad tot een instelling, het wordt geïnstitutionaliseerd kwaad, een vorm van kwaad dat nog moeilijk te bestrijden valt omdat het danig onzichtbaar wordt.

(J.B., 20 september 2023)



Kuddegeest

Kuddegeest

Hij treedt de leefruimte naar binnen en declameert: “Dag allemaal!” en alle aanwezigen antwoorden, gedwee en in koor: “Dag Sjarel!” Zij beseffen het nauwelijks, maar ze worden gesjareld. Sjarel heeft het woord genomen, hij leidt en zij antwoorden - zij volgen. Sjarel is iémand, zij zijn slechts een menigte, een massa. Sjarel heeft een naam die uniek is en zij heten allen in één adem: “allemaal”. Want stel eens dat in een menigte iemand roept: “Dag allemaal!” en dat hij dan wacht op antwoord. Zouden alle anderen dan niet opkijken en zeggen: “Wie denkt dat heerschap wel dat hij zijn mag!?” Maar zo gaat het nu eenmaal in de kudde. Alleen de leider is een persoon, alle anderen zijn 'volgers' en de omvang van de persoon is, democratisch genoeg, recht evenredig met de omvang van het aantal van zijn volgers, die alleen maar goed genoeg zijn om een getal te helpen vormen dat het getal is van de leider, de vooraanstaande, de priester, de minister, de vedette, de televisiester.

Deze laatste lanceert een nieuwe broek en daags nadien holt de massa naar de klerenwinkel om die broek te halen die voortaan het straatbeeld kleurt; een broek met brede pijpen, een jeansbroek of wat dacht u van een broek vol gaten? Het is eender, apen apen apen na, de kudde volgt de leider, als die in de afgrond stapt, doen ze het allemaal, gedwee en zonder morren na. Zij worden tot de laatste man gesjareld. Dag Sjarel, dag mijnheer pastoor, dag dokter. En aan wie daar in de pikorde nog boven staan - zijne excellentie, zijne koninklijke hoogheid en zijne heiligheid - kan niemand uit de kudde nog een goedendag toewensen, zij krijgen daar gewoon niet de gelegenheid toe. Luttele tijd geleden reisde een al wat oudere vrouw vanuit den vreemde naar het verre Rome om daar na een nachtje kamperen post te gaan vatten op het Sint-Pietersplein om onze paus te kunnen groeten. Zij had het geluk dat hij passeerde bij de dranghekken waar zij stond te hunkeren naar eindelijk de vervulling van haar allergrootste wens waarvoor zij ook een leven lang gewerkt had en gespaard, zij kon toen hij passeerde nog net zijn mouw aanraken. Maar prompt veranderde de tronie van de Heilige Vader in het norse masker dat haar achtervolgen zal tot in de hel: warempel, hij bracht het besje een nijdige slag toe op de van het schuren van de vele paternosterbolletjes met eelt bedekte knokkels! Helaas voor de reputatie van de plaatsvervanger Gods op aarde, werd dat vastgelegd op video door een mensje met een iPhone die tot het einde der tijden alle acht miljard stervelingen op het internet kunnen bekijken. Maar de reputatie van de dictator blijkt er allerminst door geschaad, alleen de nederige vrouw die kwam van o zo verre krijgt het te verduren, zij heet nu 'die opdringerige'. Om niet te zeggen dat haar knokkels blijven bloeden zoals de stigmata der heiligen.

Massamensen, kuddedieren, apen, volgelingen. En daar tegenover staan hun leiders, de dictators of de pausen, de ministers, koningen en keizers, de kardinalen die nu naar het schijnt nood hebben aan nieuwe zijde voor de fabricatie van voldoende rode baretten van uitgerekend deze kleur ter herinnering aan het feit dat zij werden gecreëerd om in navolging van Christus te betalen met hun bloed in tijden van nood voor 't welzijn van de kudde waarvan zij de herders zijn. Over de opalen die hun mijters sieren en met de opbrengst waarvan alle hongerigen ter wereld een geruime tijd konden gevoederd worden, moet men zwijgen. Maar wat gezegd moet worden, is: de kudde volgt haar leider, ook als die haar minacht, haar ontrouw is en beliegt, wat hij prompt doet en zonder blozen. De kudde zegt de leugens van haar leider na met dezelfde onverschilligheid waarmee de koren in de hel het refrein van Lucifer herhalen dat door de ijskoude, zwarte kosmos galmt: “Mijn naam is legioen, want wij zijn met velen.”1 De kudde zelf, misleid, beseft niet meer dat zij van mensen is gemaakt.

(J.B., 19 september 2023)

1Het Evangelie volgens Marcus 5, 1-20.

Aldus worden wij nu opgeruimd

Aldus worden wij nu opgeruimd

Antidepressiva en pijnstillers bespoedigen de ontwikkeling van dementie. Bij de pijnstillers zijn dat vooral opium en opioïden. Geheugenproblemen alsook problemen met nog andere cognitieve functies treden vooral op bij het gebruik van (de overigens bijzonder verslavende) benzodiazepines die voorgeschreven worden tegen gevoelens van onrust en angst en tegen slapeloosheid. Deze en nog andere medicijnen zijn bijzonder verslavend en zo is het ook niet te verwonderen dat intussen welhaast het merendeel van de bevolking er met de regelmaat van de klok zijn toevlucht toe zoekt. Of beter: steeds meer mensen krijgen die middelen voorgeschreven.

Die voorschriften worden uiteraard opgesteld door artsen en artsen worden gevormd door universiteitsprofessoren wiens onderzoek steeds vaker gefinancierd wordt door farmaceutische firma's. Dat die firma's beschikken over bijzonder veel macht, mag niemand verwonderen: met de handel in medicijnen zijn grote geldsommen gemoeid, er is steeds meer belangenvermenging in het spel en tenslotte gaat het zeker en vast wat betreft de pijnbestrijders en de psychofarmaca over wat wij in de volksmond zoal verstaan onder 'drugs'. Het gaat dus om drugshandel, weliswaar legale en door geneesheren gecontroleerde drugshandel maar niettemin handel in 'drugs'.

Brengt men zich nu voor de geest dat ook de verboden hormonenhandel door artsen - in dit geval veeartsen - 'gecontroleerd' wordt, terwijl het apert gecontinueerde hormonengebruik na de moord op veearts Karel Van Noppen er niet de minste twijfel laat over bestaan dat die controle in werkelijkheid helemaal niets meer kan voorstellen. Maar als de controle door veeartsen kennelijk niets vermag, wat vermag dan een controle door artsen, in acht genomen dat de kapitalen waar het om draait in de mensengeneeskunde nog veel groter zijn dan die inzake de handel in producten voor de veefokkerij?

Onder het regime van de nazi's werden onnutte burgers massaal opgeruimd, eerst middels allerlei spitsvondige tactieken en in het zog daarvan ook steeds meer op uiteindelijk de meest brutale manieren. Het volk werd in de waan gelaten van de aan de gang zijnde massamoorden en die waan werd versterkt door de algemene angst om ook echt te kunnen zien wat zich in feite onder ieders ogen afspeelde. Mensen voelen immers aan dat het veiliger is om bij het ontdekken van samenzweringen over massamoordpartijen de andere kant op te kijken of, om het wat scherper te stellen, dat ook zij zullen geviseerd (i.e.: geliquideerd) worden van zodra zij het wagen om ook te zeggen wat zij daadwerkelijk zien. Men denke aan 1984 van George Orwell: macht manifesteert zich daar waar men mensen kan doen zeggen dat één opgeteld bij één gelijk is aan drie. En uiteraard liegen bijna alle mensen met de moordenaars mee omdat zij weten dat zij in het andere geval voor hun leven moeten vrezen. De daders (van in dit geval de genocide) worden met andere woorden het best geholpen door hun slachtoffers zelf die op die manier immers aan de massamoord hopen te ontkomen. Getuigen zijn gevaarlijk voor de moordenaars maar als zij de andere kant op kijken, zijn ze eigenlijk onschadelijk, wat wil zeggen zo goed als dood, zodat ze dan niet meer vermoord hoeven te worden. De moordenaars zorgen ervoor dat eventuele getuigen de andere kant op kijken, met name door hen bang te maken en wel doodsbang. Maar een gelijkaardige tactiek speelt zich vandaag af voor de ogen van in principe zowat iedereen.

Het plan dat wordt bedisseld in de hogere kringen is momenteel niet langer dat van de grote kweek maar volgens stoute tongen wel dat van de grote zuiveringen, precies zoals dat ten tijde van Hitler het geval was, die voor zijn Ariërs, zijn 'Herrenvolk', 'Lebensraum' zocht. Om massaal mensen op te kunnen ruimen zonder iemand door heeft wat er gebeurt, moet er uiteraard flink gelogen worden en wel op een geloofwaardige manier en bovendien moet het plan van de samenzweerders zelf verborgen blijven. Dat laatste gebeurt zoals de ervaring leert het beste middels een voorwendsel of dus door een vals plan in de plaats te stellen. En de ervaring leert ons tevens dat leugens wonderwel een hoge geloofwaardigheid verkrijgen van zodra zij worden beleden door zogenaamde autoriteiten. Concreet kan het plaatje er dan als volgt uitzien.

Om mensen massaal te kunnen 'opruimen' of 'opkuisen' - werkwoorden die niet alleen gebruikt worden door extreemrechtse politici maar nu ook door katholieke bisschoppen wanneer zij in paniek hun mond voorbijpraten - moeten zij eerst gedemoniseerd worden of tenminste afgeschilderd als 'minderwaardig', als 'lebensunwertes Leben', om eens in de taal van het nazisme te spreken. Omdat wij vandaag leven onder de heerschappij van de mammon en derhalve het geld beschouwd wordt als het meest waardevolle van alle dingen, worden mensen beschouwd als minderwaardig van zodra zij minder gaan renderen ofwel wanneer zij alsnog niet rendabel zijn.

Tot die laatste categorie behoren uiteraard de ongeborenen die dankzij onze democratische systemen heden zonder tegenspraak met gemak legaal massaal geaborteerd kunnen worden. En de categorie van de niet langer rendabele mensen of, in grote trekken, de gehandicapten en de ouderen, krijgen het extra duwtje dat nodig is om hun euthanasering te legaliseren middels enerzijds de wetenschappelijke oordelen van professoren in de ethica (denk aan de uitspraak: “Niemand zal betwisten dat een wereld zonder mongooltjes een betere wereld is”) en anderzijds het (psychisch) gehandicapt maken van bejaarden middels (wat dacht u van) de zogenaamde 'pijnstillers' en 'antidepressiva' die in feite alleen maar pijnstilling als bijwerking hebben terwijl hun hoofdwerking bestaat uit het veroorzaken van dementie - u voelt het al komen: dementie die dan aanleiding geeft tot uitspraken als van voorzitters of voorzitsters van zorgcentra in de zin van: “Wij moeten eens ernstig gaan nadenken over het legaal maken van euthanasie voor demente bejaarden” - waaronder uiteraard valt te verstaan: zonder hun eigen toestemming).

Alles op een rijtje, hebben we het hier over massamoord, over opruiming van de menigte aan mensen die niet (langer) economisch rendabel zijn en die in feite nog slechts een negatieve reden van bestaan hebben, bijvoorbeeld omdat zij “er beter niet waren”, nota bene “zoals geen redelijk mens zal betwijfelen”.

Maar het snode plan zit beter in elkaar dan men op het eerste zicht kon vermoeden want de ouderen en de andere onnutte elementen van wie men zich wil ontdoen, kunnen uiteraard niet zomaar worden ge-euthanaseerd: zij dienen eerst in een toestand gebracht te worden waarin zij zich nog nauwelijks bewust zijn van het eigen bestaan, zodat men dan over hen kan zeggen dat het quasi geen verschil meer uitmaakt of zij nu nog in leven zijn of niet.

Nu staat het als een paaltje boven water: in die toestand tussen zijn en niet-zijn, welke nodig is om te kunnen beweren dat het geen verschil meer uitmaakt of men al dan niet leeft, kan men massa's mensen brengen door hen massaal opium te laten slikken alsook benzodiazepines en nog andere dergelijke troep. En men dient op te merken dat de werking van die medicijnen erin bestaat dat zij mensen dement maken, terwijl (fysieke en psychische) pijnstilling niet meer is dan een bijwerking die overigens ook eigen is aan de consumptie van vele andere drugs zoals alcohol, tabak en cannabis.

(J.B., 16 september 2023)

“Wij staan aan de kant van hem”

“Wij staan aan de kant van hem”

Op 11 september 2023 citeert het VRT-nieuws de Antwerpse bisschop1 Bonny over de Tv-serie "Godvergeten" met de uitspraak dat hij "geen priester geworden is om dit te moeten opkuisen"2, waarbij hij ontegenzeggelijk verwijst naar de schande voortspruitend uit de misdaad en de zonde van het kindermisbruik in de kerk en naar de praktijk van het verborgen houden van die misdaad welke zich uitstrekt over vele decennia - zo niet over vele eeuwen - en die wellicht nog altijd gangbaar was indien hij niet aan het licht werd gebracht door enkelingen aan wie de kerk dit allerminst in dank heeft afgenomen.

Wat in deze uitspraak menigeen tegen de borst stoot, is het aperte contrast van de bisschoppelijke woorden met de kern van de christelijke geloofsbelijdenis waarvoor 'priesters' (wat betekent: 'vooraanstaanden' of 'voorbeelden'3) verondersteld worden het prototype te zijn voor alle anderen, meer bepaald inzake de navolging van Christus wiens reden van bestaan het is om de zonden van anderen uit te boeten teneinde voor hen de toegang tot het geluk mogelijk te maken. En krachtens het bestaan van de kerk van Christus die volgens het Katholieke geloof Zijn verrezen lichaam is, ligt aldus voor de kerk nog steeds diezelfde reden van bestaan in die navolging van haar stichter. Over die navolging schreef de in de zogenaamde 'waanzinnige veertiende eeuw'4 geboren Thomas Haemerken, alias de mysticus Thomas a Kempis, het ook naar het Nederlands vertaalde boekje 'De imitatione Christi' ('Over de navolging van Christus'). De navolging van Christus betekent het opnemen van het kruis dat ingevolge de erfzonde (en voor Christus zelf ingevolge de vereenzelviging van Zijn wil met die van de Vader) op de menselijke schouders rust.

Wanneer mensen die zichzelf christelijke voorbeelden achten, verklaren dat zij geen voorbeeld geworden zijn om andermans zonden uit te boeten zoals ook Christus deed, stelt zich de vraag wie dan wel hun voorbeeld mag zijn. Overigens ook hun aperte huiver voor de schande om in de ogen van de anderen voor een misdadiger door te gaan, staat in schril contrast met wat Christus zelf op dat vlak te doorstaan had door als een misdadiger aan de schandpaal te worden genageld. Kennelijk verkiezen die christelijke 'voorbeelden' dan toch de schuld boven de schande, in acht genomen het feit dat de schande resulteert uit het openbaar worden van schuld, wat inhoudt dat deze 'voorbeelden' zich niet zozeer door het geweten laten leiden maar veeleer door wat anderen over hen denken en zeggen.

En wie mag dan wél het voorbeeld van deze bisschoppen zijn? Een verklaring van de genoemde ongeloofwaardigheid voortspruitend uit het verkiezen van de goede reputatie boven het goede geweten, wordt ons gegeven door niemand minder dan de grote Russische schrijver Fjodor Michajlovitsj Dostojevski, meer bepaald in de raamvertelling 'De Grootinquisiteur van Sevilla' in zijn roman 'De Gebroeders Karamazov' uit 1879-1880. Daar immers verklaart de grootinquisiteur die het hoofd van de kerk vertegenwoordigt dat de kerk allerminst door Christus wordt geleid maar wel door de daar niet expliciet genoemde afvallige engel Lucifer.

(J.B., 14 september 2023)

Verwijzingen:

Zie ook: Thomas a Kempis, Over de navolging van Christus, Nederlandstalige tekst:

https://web.archive.org/web/20130924114113/http://heiligeteksten.nl/De%20Navolging%20van%20Christus%20web.htm#_Hoofdstuk_11_1

1'Bisschop' komt van het Griekse 'ἐπίσκοπος' ('episkopos'), wat betekent: 'opzichter').

3 'Priester' betekent 'voorganger', zowel in de betekenis van 'hij die anderen voorafgegaan is' (meer bepaald in de tijd) of dus de 'ouderling' (het Griekse 'πρεσβύτερος' ('presbuteros') of het Latijnse 'presbyter') als in de betekenis van vooraanstaande (cfr. het Latijnse werkwoord 'prae-stare', waarvan de letterlijke vertaling 'vooraan staan' is).

4Deze benaming is afkomstig van de Amerikaanse historica Barbara Tuchman naar haar boek uit 1978, getiteld: “A Distant Mirror: The Calamitous 14th Century” waarin zij de verwantschap van de veertiende-eeuwse calamiteiten zoals de pest, de honderdjarige oorlog en de plunderingen met die van haar eigen (twintigste) eeuw (met name de verschrikking van de Eerste Wereldoorlog) wil aan het licht brengen.

Papaoutai

Papaoutai

Alleen volstrekte onverschilligheid kan het ongeloof voeden in wat in het verlengde van de Oekraïense oorlog in de nabije toekomst in Europa te gebeuren staat. Momenteel zijn daar minstens vijftigduizend Russische soldaten gesneuveld1 en waar onnadenkende westerlingen dit menen te moeten beschouwen als een trofee, ziet de werkelijkheid er heel anders uit: vijftigduizend dode soldaten waarvan het merendeel jonge vaders, zijn vijftigduizend gezinnen, vaak met kleine kinderen, die zich afvragen waar hun vader blijft, die dag in dag uit wenen en onafgebroken aan moeders rokken trekken. Papaoutai.

De auteur van Papaoutai verloor zelf als kind zijn vader in een oorlog - de Rwandese genocide2 en de kreet van het achterblijvende jongetje echoot na vele jaren niet alleen wereldwijd na maar brengt ook de ellende van het heden in het vizier en maakt voelbaar wat ons in de nabije toekomst te wachten staat - alleen criminelen en mensen met dementie hebben daar geen oren naar.

Papaoutai. En de moeders hebben geleerd beleefd te blijven, te zwijgen en te glimlachen - in koor scanderen zij Cheese maar er ligt een vloek op de houdbaarheid van dat liedje en alras zullen de vele wezen volwassen worden en het westen verwensen. En bij alleen maar een wens zal het gewis niet blijven. Alle dingen lijken onderhevig aan een noodlottigheid.

In de Indische kosmogonische mythe gaat alles in een onophoudelijk cirkelgang als van een rad met telkens een opgang en een ondergang en die eindtijd wordt gesymboliseerd door de godin Kali die het prayala inluidt: een duistere tijd die miljarden jaren duurt. Een fragment uit de samenvatting in Wikipedia:

“(Kali) is de grote moederfiguur die beschermt. Zoals een baarmoeder die in duisternis nieuw leven in zich kan doen ontstaan. Ze is naakt en zwart. Ze staat symbool voor zuivere goddelijke duisternis met oneindige macht, pure energie, die in de eindtijd alle onzuivere zwarte demonen vernietigt. (Met haar begint) het zwarte tijdperk (...) wanneer de spiritualiteit verloren gaat en de demonen de overhand krijgen. (…) Kali hakt al de demonen de kop af met een kromzwaard. (…) De harmonie wordt hersteld (wanneer) alles verdwijnt in de grote duisternis: pralaya. (...)”3

(J.B., 12 september 2023)

De staatsbon

De staatsbon

Quasi onmiddellijk na de start van de verkoop van de staatsbons hebben de Belgen gezamenlijk voor 22 miljard euro aan staatsbons uitgegeven: de initiatiefnemers noemen het een succes maar de actie heeft haar doel nimmer bereikt want de door de banken toegekende renten bleven onveranderd. We gingen te rade bij Omsk Van Togenbirger.

- Mijnheer Van Togenbirger, mogen wij u wat vragen over de staatsbon.

– OVT: Jazeker maar ik waarschuw u dat ik geen econoom ben en ik raad u aan om te rade te gaan bij een econoom of hebt u dan geen vertrouwen in onze economen?

– Ik heb het gevoel dat ook zij de bomen niet meer zien van het bos.

OVT: Tja, dat is natuurlijk een algemene plaag: wie willen weten hoe laat het is, moeten zeker niet naar de horlogewinkel stappen want daar hangen honderden uurwerken die allemaal een verschillende tijd aangeven; wie problemen hebben met de gezondheid, zullen alras ondervinden dat er zoveel verschillende diagnoses én therapieën zijn als er artsen rondlopen en zelfs de talloze weerberichten spreken elkaar allemaal tegen. En vraag je uitleg aan je bankier als je problemen hebt met het beleggen van je geld, dan zal zijn antwoord gekleurd worden, om niet te zeggen bepaald worden door zijn persoonlijk winstbejag...

– Hij zal je naar zijn vrienden toe zenden?

OVT: Bijvoorbeeld. We leven nu eenmaal in het tijdperk van leugen en bedrog, het tijdperk van de voorwendsels en de geheel verborgen eigenlijke doelen, het tijdperk ook van de meest schaamteloze belijdenissen van de meest onzinnige onwaarheden.

– En precies daarom komen we bij u met onze vraag.

OVT: En dat is?

– Wat is een staatsbon? En moeten we die kopen?

OVT: Kijk naar de vogelen des hemels en de bloemen in het veld: zij zaaien en zij maaien niet en toch is geen van u schoner gekleed dan deze schepselen, ha! Maar ik veronderstel dat ik geacht word om abstractie te maken van die waarheid en om uw vraag even ernstig te nemen als u doet met uw geld?

– Als het u belieft, mijnheer Van Togenbirger...

OVT: Schandalig is het, dat dit wel uw grootste zorg lijkt, maar goed, het is niet anders. Ik zal u een antwoord geven omdat het waar is dat gij overal belogen wordt met deze kwesties. Men mag er niet aan denken wat er vandaag met de waarheid allemaal gebeurt, er staan helemaal geen remmen meer op al die duivelse praktijken... Maar beloof mij eerst dat u mij niet zult verwijten dat ik een betweter ben want herinner u dat het eerste wat ik u geantwoord hebt, is dat ik geen econoom ben en dat ik u de raad geef om bij een econoom aan te kloppen. Hemeltje, wat een perversies! Ik word er echt niet goed van...

– Ik zal u van niets van dit alles betichten, dat beloof ik u. U hebt ons trouwens ook een uitgebreid antwoord gegeven op onze vraag met betrekking tot de historie van de Congo, de geschiedenis van de slavernij, de rol van het katholicisme in het beschavingsproces en nog andere zaken met betrekking tot de volksgezondheid.

OVT: Dat is waar en u bent daarvan getuige geweest dat het mij allemaal niet in dank is afgenomen. De leugenaars daarentegen hebben allerlei prijzen ontvangen, eretitels en ook heel veel geld maar dat gun ik hen allemaal want wie de waarheid verkopen, verkopen hun eigen ziel en al de hier opgesomde baten kunnen dat hoe dan ook nooit meer goedmaken, helaas! Hebt gij overigens ook gelezen in het nieuws dat onze vorsten tegen binnen een zevental jaren het Jubelpark een beurt willen geven voor de viering van tweehonderd jaar België? Ze zijn in staat, hou het eens in de gaten, om een krans neer te leggen bij een voor de gelegenheid te improviseren gedenkteken van Patrice Lumumba. De hypocrisie kent waarlijk geen grenzen meer. Maar laat ik het nu hebben over de kwestie die u mij hebt voorgelegd: de staatsbon!

– Bij voorbaat dank!

OVT: Ik kan daar eigenlijk heel kort over wezen, weet u? En ik zal dat doen ook, als u geen bezwaar hebt?

– Wij luisteren met aandacht!

OVT: Een staatsbon is een aandeel van het bedrijf dat de staat is. Wie een staatsbon kopen, kopen een aandeel van de staat en worden mede-eigenaar van de staat. Een staatsbon kopen is in feite geld lenen aan de staat. En daar hebben we meteen het antwoord op uw tweede vraag: als de staat wenst dat wij haar geld lenen, kan dat niets anders betekenen dan dat zij blut is. Of vergis ik mij?

– Het lijkt mij logisch dat wie geld van iemand willen lenen, er een tekort aan hebben, ja. Daarom ook betalen zij aan hun leners een flinke interest.

OVT: En dat is dus het lokmiddel, maar u zult meteen begrijpen waarom dit een bedrieglijk lokmiddel is als u zich ook realiseert dat de staat de waarde van het geld kan laten zakken zoals het haar zint.

– Is dat zo?

OVT: De nationale bank - en nu met de euro gaat het uiteraard om een Europese geldstichting - heeft bij mijn beste weten de munt al eerder laten devalueren en de staatslieden zullen er zeker en vast wel voor zorgen dat dit ook nu gebeurt en wel in die mate dat het de rente die zij uitbetaalt, ruimschoots zal overtreffen. Maar u kent nu al het antwoord op uw vraag of het goed is dat u staatsbons koopt: als u dat doet, wordt u immers mede-eigenaar van een schuldenberg.

– Wat u daar zegt...

OVT: En het gaat om een enorme schuldenberg. Hier en elders in Europa, het is immers oorlog. Het vertrouwen van de mensen in de staat is daarom gewoon surrealistisch, mijn beste! En meer heb ik daarover eigenlijk niet te zeggen. Andermaal, ik ben helemaal geen econoom! Maar ik hoop dat ik u tevreden heb kunnen stellen, al kan ik mij indenken dat u liever een heel andere uitleg had gehoord over die zaak omtrent uw beminde centjes. Een fijne dag nog!

(J.B., 9 september 2023)

Repressie - Aflevering 5: “Moorden om te besparen!”

Repressie

Aflevering 5: “Moorden om te besparen!”

Repressie is het verbergen van moord en massamoord door het verzwijgen van de moordenaars zelf en van hun moorddadige activiteiten en door het voorstellen van de activiteit van de moord als een gebeurtenis (die nu eenmaal had plaats te vinden buiten de wil van ongeacht wie om). Vervolgens worden degenen die geacht worden de feiten te verslaan, onder druk gezet om hun vakkennis zodanig aan te wenden dat het voor de lezer moet lijken alsof er helemaal niets met opzet werd gedaan en alsof het gaat om een gebeurtenis die geheel los staat van wat mensen zoal zouden kunnen denken, willen of doen.

Het is al ruim twintig jaar aan de gang maar nu kon het uiteindelijk niet langer meer uit het nieuws gehouden worden: steeds vaker zijn voor vele mensen levensnoodzakelijke geneesmiddelen niet meer te verkrijgen en noch de dokters noch de apothekers hebben een ander antwoord op de vraag hoe dat dan komt en dat dit dan toch zeker niet te verantwoorden is, dan de volgende verkapte en omfloerste schuldbekentenis welke hier op neerkomt: de staat zou veel meer kunnen doen om te verhinderen dat vaak levensbelangrijke medicijnen niet meer voorradig zijn voor steeds meer mensen.

De staat laat dus toe dat zekere levensbelangrijke medicijnen niet meer verkrijgbaar zijn. De staat gedoogt dat mensen sterven in gevolge het onverkrijgbaar zijn van zekere medicijnen. De staat veroorzaakt de dood van een steeds groter aantal mensen en zij doet dat op een wel zeer verkapte manier, met name door er voor te zorgen dat die mensen de medicijnen die hen in leven moeten houden, niet langer kunnen kopen.

Het gaat hier wel te verstaan om zieke mensen, mensen die vaak helemaal niet meer economisch rendabel zijn maar die daarentegen dikwijls veel geld kosten aan de maatschappij en die des te meer geld gaan kosten naarmate zij ook langer in leven moeten worden gehouden. Met nog andere woorden: door een zekere categorie van mensen te doden, bespaart de staat een grote som geld. Moorden om te besparen?

“Moorden om te besparen” is de titel van een paragraaf in het hoofdstuk, getiteld: “Corona, het nieuwe Zyklon-B” op de pp. 468-469 in het boek d.d. 2022, getiteld: “Het grote interview met Omsk Van Togenbirger en andere teksten over de totalitaire wereld”. Voor wie zou denken dat een en ander uit de lucht gegrepen werd, wordt hierna de tekst herhaald. De gevoelige lezer wordt gewaarschuwd want het gaat om feiten. Bovendien werd intussen ook wetenschappelijk aangetoond dat de ambtenaren uit de streek en uit de periode waar deze tekst op slaat, geen mensen waren met een abnormaal laag IQ en ook geen criminelen. Het gaat om ambtenaren die met andere woorden helemaal niet verschillen van bijvoorbeeld de Belgische ambtenaren van vandaag, de dag waarop het Tv-nieuws berichtte over het onverklaarbare onverkrijgbaar zijn van steeds meer levensnoodzakelijke medicijnen. Hier volgt dan de tekst in kwestie. De citaten zijn van de hand van Duitse ambtenaren en dateren van 1941.

“Moorden om te besparen!

De voorzieningen voor euthanasie rapporteerden wekelijks aan het centrum in Berlijn hoeveel patiënten gedood werden maar die gegevens werden vernietigd voor het einde van de oorlog. Toch kwam men er later achter dat in Grafeneck in 1940 meer dan 10.000 patiënten gedood werden. Eenzelfde aantal in Hadamar. In totaal waren dat van januari 1940 tot augustus 1941, 70.273 [in feite uiteindelijk: 71.088] patiënten. Een werkgever aldaar beschrijft een viering onder werknemers als volgt: “Onder de lunch (…) verklaarde dr. Berner dat er die dag 10.000 lijken zouden verbrand worden, een gebeuren dat zou bijgewoond worden door het voltallige personeel. 's Avond in de hall kreeg iedereen een fles bier en daarna zakten we af naar de kelder. Op een brancard lag het naakte lichaam van een man met een waterhoofd. (…) De 'cremators' legden het lichaam in een soort trog en duwden het in de oven. De heer M., verkleed als pastoor, sprak een lijkrede uit. (...)” Dan volgt een macabere berekening: “In de veronderstelling dat de [71.088] patiënten nog gemiddeld tien jaar te leven hadden en wetende dat zij 3,5 Reichsmark per dag kostten, berekende men dat in de genoemde periode de massamoorden een besparing hadden opgeleverd van 885.439.800 Reichsmark. De besparing aan voedsel bedroeg 141.775.573,8 Reichsmark.”1

(Wordt vervolgd)

(J.B., 5 september 2023)



1 Nazi Mass Murder. A Documentary History of the Use of Poison Gas, Edited by Eugen Kogon, Hermann Langbein and Adalbert Rückerl, Yale University Press, New Haven and London, English-language edition 1993 by Yale University. (Oorspr.: Nationalsozialistische Massentötungen durch Giftgas: Eine Dokumentation, by S. Fischer Verlag GmbH, Frankfurt a.M. 1983), pp. 36-37. Zie: Jan Bauwens, Het grote interview met Omsk Van Togenbirger en andere teksten over de totalitaire wereld, Serskamp 2022, pp. 468-469.

Repressie - Aflevering 4

Repressie

Aflevering 4

De algemene secularisering van de wereld ging gepaard met een aantal gedaanteverwisselingen. Eerwaarde heer pastoor werd vervangen door mijnheer doktoor, de gezond makende hosties in de sacristie werden de pillen in de apotheek, siroop kwam in de plaats van wijn; ter vervanging van het exorcisme door het doopsel kwam de uitdrijving van het virus door het vaccin - periodiek te hernieuwen zoals ook de inentingen; de toverformules werden scheikundige formules; de gelovige is nu de patiënt; het kerkgebouw, de kliniek; de biechtvader werd de psychiater; de kerk, universiteit en de dogma's, axioma's; het geloof, wetenschap. Maar een bijzondere gedaanteverwisseling is wel die van de donderpreken.

Donderpreken (ook 'zedenpreken' of 'hellepreken' genoemd) werden onder meer gehouden in parochiekerken door bij voorkeur predikheren (Ordo Praedicatorum) of dominicanen (in eigen gelederen sprak men over “Domini canes”, Latijn voor “honden des Heren”) - destijds belast met de inquisitie en hun tirades handelden over de voortdurende dreiging van het verloren gaan van de ziel in het eeuwige hellevuur ten gevolge van de zonden. “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen”: enerzijds houden de woorden van de Heer zelf in dat alle mensen zondaars zijn en anderzijds leert reeds het Oude Testament dat de slang “de listigste is van alle dieren” is, zodat wellicht niemand in staat is om haar listen te doorzien en zo zondigt derhalve ongetwijfeld elke sterveling, zo is de gemeenschap van de uitverkorenen klein en zo moet het wel heel waarschijnlijk zijn dat de hel zo niet voor iedereen, dan toch voor de meerderheid van de mensen de eindbestemming zal zijn van het bestaan. Omdat dominicanen bovendien biechtvaders waren, wisten zij de gelovigen ook doeltreffend te vermanen en zij deden dat door de dreiging van het allerergste kwaad middels hun preken tot leven te wekken in de geesten van hun toehoorders. In de kerk, zo beweren de laatste getuigen, kon men een muis horen lopen; de gelovigen zaten aan hun stoel genageld en het angstzweet brak hen uit; sommigen vielen in zwijm en te oordelen naar de opbrengst van de telkenmale op de preek volgende geldinzamelacties moet de gemaakte indruk altijd gigantisch zijn geweest.

Althans in onze contreien bestaan zondagsmissen nog nauwelijks, laat staan hellepreken, maar dat betekent niet dat ook zij niet getransformeerd werden in - zo mogelijk - iets nog veel ergers, zoals de vaccinatie ook veel erger is dan het doopsel en de pijnstillers en andere pillen ingrijpender en schadelijker dan de heilige hostie van weleer. Het preekgestoelte van vandaag is de heilige televisie, vedetten vervangen er de heiligen van uit de tijd, de kijkbuiskinderen worden op de hoogte gehouden van het reilen en zeilen in de kerk - de wereld - en zij worden ook vermaand en op het rechte pad gehouden want welke biechtvader kan tippen aan Facebook, Twitter en hoe heten die Meta Platforms ook allemaal, die geautomatiseerde klaagmuren en bekentenisverzamelaars?

Verdoken zijn de boodschappen die via de mediakanalen worden doorgegeven via soaps en Holywood-producties ('Holywood' betekent 'Sanctus Boscum', 'Heilig Woud') en die ook niemand mist omdat elkeen eraan gekluisterd zit omwille van de trends en modes, de muziek en, ja, de ontelbare 'heiligen', die ons voorzeggen en voordoen hoe het moet en wee degenen die niet volgen, die geen 'volgers' zijn, want hen ontgaat alras wat 'in' is en al wie niet mee zijn, vallen genadeloos uit de boot: zij behoren niet langer tot de uitverkorenen, zij worden niet getolereerd, zij worden verbannen, zij belanden in de hedendaagse hel.

Repressie bestaat waar televisie koning is, en leugenachtige nieuwsberichten, oorlogspropaganda, zwijgplicht waar alle 'leiders' schaamteloos zichzelf verrijken, corrupt blijken en miljarden-industrieën naar de mond praten om mee te kunnen likken van het potje. Maar bloed kleeft aan hun handen want repressie zonder bloedvergieten is ondenkbaar, alleen wordt het oorzakelijk verband tussen daders en slachtoffers wat mistiger gemaakt. Zoals ook het kwaad, waarmee men dan om 't even welke kant op kan, zodat men altijd wel een stok vindt om willekeurig welke hond te slaan. Ja, de slang is het listigste onder alle dieren, alleen kronkelt zij niet langer in het zand, zij troont daarentegen in den hoge, welhaast onaantastbaar op haar Meta-Platform, zoals Moloch en Mammon.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 3 september 2023)

Repressie - Aflevering 3

Repressie

Aflevering 3

Repressie werkt middels polarisering of verdeling van het volk teneinde er te kunnen over heersen. Polarisering wordt bekomen door het stigmatiseren van een zeker deel van het volk waarbij het achter het stigma veronderstelde kwaad zo vaag wordt gehouden dat het eigenlijk alleen maar bestaat in de geesten van de mensen. Het bestaat daar dan bovendien alleen maar ingevolge het feit dat het door de machthebbers aan iedereen werd opgedrongen maar dan wel op de manier waarop men aan mensen leugens opdringt, op de manier waarop men mensen doet belijden dat één opgeteld bij één gelijk is aan drie.

Vandaag is het kerstmis, zo verkondigt men van op de kansel: vandaag is de zoon van god geboren. En de toeschouwers, het ganse volk, beamen dit zonder protest en belijden dit ook. Alom worden stalletjes gebouwd met beeldjes die uitbeelden hetgeen men voorhoudt te geloven. Men doet alsof het waar is wat van op de kansel wordt verkondigd terwijl men heel goed weet dat dit niet meer is dan een spel, een fictie. Repressie is het opdringen van zekere ficties aan het volk; repressie is het vastleggen van spelregels waaraan iedereen zich dient te houden die erbij wil blijven horen; repressie is het voorstellen van een leugen als de ene en enige waarheid waarbij verwacht wordt dat elkeen die aanneemt en belijdt. Repressie is het toekennen van specifieke rollen aan alle burgers of ook nog het onthouden van een rol aan wie bij voorbaat uitgesloten worden van het spel.

Zonder repressie is het maatschappelijke rollenspel weliswaar onmogelijk maar daar waar meer fictie wordt geschapen dan absoluut noodzakelijk is om een samenleving mogelijk te maken, bestaat repressie in de pejoratieve betekenis van het woord. Zekere ficties dienen immers enkel de belangen van zekere groepen; met welbepaalde ficties beroven welbepaalde groepen de anderen.

Een gekend voorbeeld van zo'n fictie is de auto die wordt verkocht als een middel om tijd te winnen terwijl tijdwinst via de auto enkel weggelegd is voor wie een bepaald inkomen hebben omdat alleen zij genoeg verdienen en dus minder tijd moeten investeren in het bekostigen van hun auto dan dat deze hun tijdwinst kan opleveren. Voor alle anderen kost de auto meer tijd dan dat hij hen laat winnen omdat hun inkomen te laag is. Voor hen is de auto een fictie. Voor grootverdieners levert de auto tijdwinst op maar dezelfde auto berooft mensen met een relatief laag inkomen van hun tijd en voor deze laatsten is de auto derhalve een illusie, hij bestaat niet. De auto, de wasmachine, de stofzuiger, de tuinknecht, de computer, de smartphone en noem maar op: alle moderne prutsen dienen slechts de belangen van de mensen uit de hogere klassen terwijl zij de mensen uit de lagere klassen doen inleveren. De moderne tijd is een verrijking voor de rijken maar voor de armen is hij een hel. Repressie is het opdringen van al die alles behalve verrijkende prutsen die aan iedereen, ook aan de grote meerderheid van de mensen voor wie zij ficties zijn en die (vaak zonder dat zij zich er ook heel goed van bewust zijn) daarvan groot nadeel moeten ondervinden omdat ze noch begerenswaardig noch rendabel zijn maar daarentegen irritant en peperduur.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 1 september 2023)

Meer van Tisallemaiet

↑ Terug naar de berichten