De babaco (Vasconcellea ×heilbornii, synoniem: Carica ×pentagona) of chamburo is een hybride van de bergpapaja (Vasconcellea cundinamarcensis) en Vasconcellea stipulata. De hybride is verwant aan de echte papaja (Carica papaya). De vrucht wordt verbouwd in Chili, Colombia, Ecuador en Nieuw-Zeeland. De bomen hebben een kale rechte stam met bovenaan een soort pruik van groene bladeren. Vlak hieronder groeien de vruchten in trossen aan de stam; de steeltjes van de vruchten groeien er rechtstreeks aan.
babaco vrucht
De babaco heeft een cylinderachtige vorm. De vrucht heeft een lengte van 20-30 cm en een doorsnede van ca. 12 cm. Bij de steelaanzet is de vrucht stomp van vorm en aan het uiteinde puntig. De schil is groen van kleur en verkleurt tijdens het rijpen naar geel. De vrucht heeft sappig geel vruchtvlees zonder zaden. De smaak is verfrissend zoet-zuur en heeft iets weg van aardbeien met meloen. Een babaco geeft geen afval, hij kan met schil geconsumeerd worden. Een babaco geeft geen afval, hij kan met schil geconsumeerd worden. In landen van herkomst is babacosap een geliefde drank.
babaco plant
Een van de voordelen van de babaco (Carica pentagona) is zijn goede houdbaarheid. De rijpe, stevige vruchten zijn ook zonder koeling nog 4 tot 6 weken houdbaar. is heerlijk fris en licht zoet-zuur omwille van het laag suikergehalte. enkele toepassingen : -plakjes babaco met aardbeien en slagroom -babaco en papaja in een milkshake -papaja en babaco bij gebakken kipfilet -als ontbijt: papaja en babaco met yoghurt
Gemeentelijke belasting op onroerende zaken die profiteren van gemeentelijke werken (bv. wegverharding) De baatbelasting wordt voorzien in artikel 222 van de Nederlandse Gemeentewet.
Gemeenten kunnen 'baatbelasting' heffen, waardoor bedrijven meebetalen aan de herinrichting van winkelgebieden. De kosten worden dan verhaald op de zakelijk gerechtigden of eigenaren van de onroerende zaken die baat hebben bij de herinrichting. Het gaat hierbij om het voordeel van de onroerende zaak en niet van een bedrijf dat erin is gevestigd. Huurders betalen dus geen baatbelasting. Of er sprake is van voordeel, hangt af van de functie van het pand. Kosten die gemeenten mogen verhalen via de baatbelasting: -Kosten voor het realiseren van voorzieningen. -Voorzieningen die met medewerking van de gemeente gerealiseerd zijn. -Voorzieningen waarbij onroerende zaken baat hebben. -Voorzieningen in een gebied waarbij onroerende zaken baat hebben. De gemeente moet op basis van redelijkheid en billijkheid bepalen hoe hoog de baatbelasting is.
Deze belasting blijkt echter een moeilijk te hanteren instrument te zijn. Bij het uitvoeren ervan zou de naleving van de vormvoorschriften een belangrijke hindernis vormen. Bovendien is het rendement laag. Aldus het Nederlandse Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en het Ministerie van Financiën in zijn Nota Grondbeleid van 10 januari 2001. In België bestaat de baatbelasting niet. De term staat althans niet vermeld in de Gemeentewet.
Vroeger was bevallen op de baarkruk (toen nog geboortestoel of geboortekruk genoemd) heel gewoon. Je beviel toen rechtop op een stoel of een kruk met een gat erin. De baarkruk is een poosje weggeweest, maar is inmiddels weer helemaal terug. Wel is de kruk nu wat moderner qua vormgeving, maar het principe blijft hetzelfde. Jij zit op de kruk en de verloskundige zit voor je, meestal op een laag krukje of op de grond. Je partner kan achter je zitten om je zo letterlijk en figuurlijk te steunen.
baarkruk
Het grote voordeel van zo'n verticale bevalling is dat de zwaartekracht een handje meehelpt. Bovendien is de druk in de baarmoeder groter wanneer je rechtop zit, waardoor de weeën krachtiger zijn. Het gevolg is dat je bij een verticale bevalling vaak minder lang hoeft te persen dan bij een horizontale bevalling. Een ander groot voordeel is dat je partner achter je kan zitten, met zijn hoofd naast dat van jou, en op die manier heel dicht bij je is. Je hoeft niet bang te zijn dat je de bevalling op deze manier zelf niet kunt zien. Met een spiegel vóór je op de grond, kun je alles nog heel goed volgen.
duobaarkruk in verloskamer
Nadelen: Meestal ga je pas op de baarkruk zitten als je mag persen. Gaat dat laatste stukje van de bevalling vervolgens heel snel, dan kan het vervelend zijn om nog van positie te veranderen. Daar komt bij dat je op de baarkruk, tussen de persweeën door, niet ontspannen achterover kunt zakken in de kussens van je bed. Hoewel je natuurlijk wel even kunt uitrusten in de armen van je partner, als die achter je zit.
Bron : Jonge Gezinnen
Baarschelp
De baarschelp is een uniek hulpmiddel voor vouwen tijdens de bevalling. De baarschelp is ergonomisch verantwoord ontworpen, maakt een echte verticale baring mogelijk en draagt bij aan een voorspoedige uitdrijving. In tegenstelling tot andere hulpmiddelen kan de baarschelp op bed gebruikt worden wat voor de werkhouding van de verloskundige een belangrijk voordeel is. Het nadeel voor verloskundigen is dat de baarschelp omvangrijk is en niet makkelijk mee te nemen door verloskundigen tijdens de bevalling.
baarschelp
De schelp is ergonomisch verantwoord ontworpen en maakt een voor barende vrouwen een diepe hurkzit mogelijk. Hiermee kan een grotere bekkenuitgang bereikt worden dan op de baarkruk. De vormgeving stimuleert de vrouw tot het aannemen van wisselende houdingen wat vervolgens een positieve invloed heeft op de uitdrijving. Uit recent onderzoek blijkt dat een slechte werkhouding voor veel verloskundigen de belangrijkste belemmering is voor het stimuleren van andere baringshoudingen (proefschrift A. de Jonge, Nijmegen januari 2008). Gebruik van de baarschelp vraagt wel voorbereiding van de zwangere en een andere manier van begeleiding door de verloskundige tijdens de baring. Tot nu toe kiezen zwangere vrouwen niet voor het gebruik van de baarschelp, simpelweg omdat de baarschelp zeer beperkt beschikbaar is via verloskundige praktijken.
Bron : MRS C.M.E. van der Hoff
Baarstoel
De baarstoel is een speciaal voor het vergemakkelijken van een bevalling ontworpen stoel. De baarstoel werd al in de 17e eeuw, in de tijd van Johannes Vermeer die bij zijn vrouw 11 kinderen verwekte, gebruikt. Ook in het oude Egypte schijnen baarstoelen gebruikt te zijn. In oude Egyptische hiërogliefen wordt een vrouw getoond in gehurkte positie.
moderne baarstoel
19e eeuwse baarstoel
Baarkruk en baarschelp zijn varianten van de baarstoel die enkele nadelen van de baarstoel niet hebben. Het verschil tussen een baarkruk en een baarschelp is dat de eerste strikt zitten als op een toilet inhoudt en alleen op de grond toegepast kan worden. De baarschelp is ontworpen om de diepe inlandse hurkzit mogelijk te maken, waarmee een grotere bekkenuitgang bereikt kan worden dan op de baarkruk. De baarschelp is bedoeld op bed te gebruiken waarmee de werkhouding van zowel de barende vrouw als de verloskundige verbeterd is.
Beschreven door Carolus Linnaeus, in 1758 (Zweeds plantkundige en bioloog). De baars (Perca fluviatilis) is een vis die in de Benelux inheems voorkomt uit de vissenfamilie Echte baarzen (Percidae). Baarzen leven verspreid over bijna heel Europa en Noord-Azië, in meren, plassen, moerasland, rivieren en brakwater. De baars is ook een van de eerste vissen die nieuw aangelegde wateren koloniseert. De baars is een zichtjager en heeft dus helder water nodig. Hij leeft in het algemeen in scholen van enkele tientallen dieren van ongeveer gelijke grootte.
baars (Perca fluviatilis)
baars (gewone of echte)
Als de baars ouder wordt komt hij vaker solitair voor in dieper water. De baars heeft twee gescheiden rugvinnen,waarvan de voorste met harde stekels en een zwarte vlek. Over de flanken lopen zes tot acht donkere banden. De rug is groenbruin, op de flanken overgaand in lichtbruin tot geel of goudkleurig. De baars is ondanks zijn stekels een gewilde prooi van de snoek. Baarzen staan evenals snoeken bekend om hun kannibalisme. De baars kan tot 50 centimeter lang en 3 kilogram zwaar worden. Jaarlijks wordt in Europa 30.000 ton baars gevangen voor consumptie. Hij kan 16 jaar oud worden. Verwanten van deze soort zijn onder andere de snoekbaars en de pos.
Bron : Wikipedia
Baarsje
Beschreven door Johann Julius Walbaum , in 1792 (Duits dokter en naturalist). Het baarsje (Lutjanus apodus) is een straalvinnige vis uit de familie van snappers (Lutjanidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen. De vis wordt soms ook Schoolmeester genoemd, heeft een goed ontwikkelde spitse bek en een lichaam dat qua kleur varieert van zilverachtig tot bronskleurig. De staart en vinnen zijn geel, en rondom de bek bevinden zich blauwe strepen.
baarsje (Lutjanus apodus) ( foto : National Geographic Society)
baarsje (volwassen) (foto : Frank Burek/Corbis)
De vis komt veel voor in het Caribische Zee en de warmere wateren van het Amerikaanse continent. Hij vormt vaak scholen van enkele dozijnen in gebieden waar zich veel gorgonen en steenkoralen bevinden, op een diepte tussen 2 en 30 meter. De vis kan tot 60 cm groot worden.
Beschreven door Heinrich Kuhl , in 1817 (Duits naturalist en zoöloog). De baardvleermuis (Myotis mystacinus) is een vleermuis van de familie der gladneuzen (Vespertilionidae). Deze vleermuizen hebben zwartbruine oren, vlieghuid en neus. Hun vacht is lang en ietwat kroezig. De kleur van de rug varieert sterk en gaat van donker notenbruin tot donker grijsbruin en zelfs lichtbruin. Ze komen in heel Europa voor, in het noorden ongeveer tot de 65e breedtegraad. De baardvleermuis is de kleinste Europese soort uit het geslacht Myotis.
baardvleermuis (foto:Luk Dombrecht)
baardvleermuizen in grot
Het lichaam van deze kleine vleermuis is slechts 3,5-5 cm lang, de spanwijdte van de vleugels bedraagt ongeveer 20 cm. Deze tengere vleermuis leeft in lichte bossen en ook vaak in parken en tuinen, liefst in de buurt van water. Baardvleermuizen houden van oktober tot maart winterslaap, waarbij ze aan het plafond van grotten, mijngangen of kelders hangen. Het geluid dat ze maken heeft een frequentie van 30 à 75 kilohertz, waardoor het buiten het menselijk gehoorbereik ligt en slechts met zogenaamde batdetectoren waar te nemen is. Hij jaagt voornamelijk op vliegende insecten als langpootmuggen, dansmuggen, haften, vliegen, kevers en motten, maar vangt ook spinnen en rupsen op planten.
Bron : Wikipedia De natuur
Baardzwijn
Beschreven door Dr Salomon Müller, in 1838 (Duits naturalist). Het baardzwijn (Sus barbatus) is een varkenssoort die op Sumatra, Borneo en in Maleisië voorkomt. Het baardzwijn is verwant aan Sus ahoenobarbus, die voorheen als een ondersoort van het baardzwijn werd beschouwd. Ze hebben hun naam te danken aan hun lange bakkebaarden. Ze hebben ook een zijdelings afgeplat lichaam en een tweepuntige kwast aan de uiteinde van de staart. Ze zijn 100 tot 165 cm lang en 70 tot 85 cm hoog en hebben een staart van 20 tot 30 cm lang. Ze wegen ongeveer 150 kg.
baardzwijn (foto : Sandra van der Vlies)
Ze eten voornamelijk vruchten, wortels, insectenlarven, loten van de sagopalm. Meestal leven baardzwijnen in familiegroepen in hetzelfde gebied. In sommige delen van Borneo maken ze twee keer per jaar massale trektochten. De mannetjes hebben 2 uitstekende tanden die door de bovenlip zijn gegroeid. Hoe langer deze tanden zijn, hoe meer kans ze maken op vrouwtjes. De baardzwijn wordt ook wel het hertenzwijn of babirusa genoemd.
Baardmos (Usnea, soms ook wel oudemansbaard genoemd) is een geslacht van korstmossen. Ze komen voor in vochtige bossen over de hele wereld, waar ze meestal aan boomtakken hangen. Baardmossen worden gekenmerkt door een struikachtige bouw en een centrale as vanwaaruit vertakkingen ontspringen. Net als alle korstmossen is baardmos een symbiose van een schimmel en een alg. De schimmel behoort tot de Ascomycota.
baardmossen
baardmos
Baardmossen zijn erg gevoelig voor luchtvervuiling, met name voor zwaveldioxide. Baardmos wordt al minstens 1000 jaar medicinaal gebruikt als antibioticum, de werkzame stof is usninezuur (C18H16O7). Usninezuur veroorzaakt een gelige kleur van de baardmossen. Enkele soorten hebben ook een rood of roze pigment, de aard van deze stof is nog onbekend. Baardmos is ook eetbaar en rijk aan vitamine C.
Bron : Wikipedia 2metdenatuur
Baardrob
Beschreven door Johann Christian Polycarp Erxleben , in 1777 (Duits naturalist). De baardrob (Erignathus barbatus) is een zeehondachtige uit de familie Phocidae. De baardrob komt voor in ondiepe Arctische kustwateren en nabij pakijs. Ze zijn te vinden rondom het Noordpoolgebied, langs de noordkust van IJsland, Noorwegen, Rusland, Siberië, Alaska en Canada en rondom Groenland en Spitsbergen. Ze onderscheiden zich van de andere zeehonden door de veel langere, kleurloze snorharen, die ze gebruiken bij het opsporen van prooidieren onder water. Baardrobben hebben slechts gereduceerde tanden. Bij volwassen dieren ontbreken deze veelal.
jonge baardrob
Baardrobben worden 220 tot 250 centimeter lang en 200 tot 360 kilogram zwaar. Vrouwtjes worden meestal iets groter dan de mannetjes. Met de stevige kop kunnen ze van onderen gaten in het ijs breken, waardoor ze niet eerst een wak hoeven te zoeken. Baardrobben jagen voornamelijk op bodemdieren als tweekleppigen, kreeftachtigen en stekelhuidigen, die ze met hun voorpoten opgraven en op vissen en inktvissen. De baardrob zoekt zijn voedsel meestal dicht bij of in de bodem. Bij het voedsel zoeken kan de baardrob tot wel 200 meter diep duiken. Met behulp van hun snorharen kunnen ze dieren in de zeebodem detecteren. De grootste vijand van de baardrob is de ijsbeer. De ijsberen proberen de baardrobben te slim af te zijn door ze te besluipen. Baardrobben liggen bijna altijd op de rand van een ijsschots boven het water. Zodra ze de ijsbeer doorkrijgen laten ze zich in het water glijden waar ze veilig zijn voor de ijsbeer. Heel soms eten ook orka's baardrobben. Het is ook bekend dat walrussen jonge baardrobben eten als ze de kans krijgen. De baardrob heeft vier tepels. Bij de zeehonden hebben verder alleen de monniksrobben zoveel tepels. Vrouwtjes worden maximaal 31 jaar oud, mannetjes 25 jaar.