Het twintigste deel van mijn reisverhaal. Donderdag, 23 november 2006.
De eerste dag van de schepping van de wereld.

Onze laatste dag op Koh Ngai breekt aan en 't is triest deze rust te moeten verlaten, die mooie eindeloos veranderende wolkenluchten, dat prachtige huisrif, ons zalig boomhutje dat een waar nest geworden is. Het enige dat we zeker niet zullen missen is t eten. (t Begint op te vallen dat de hotels met de mooiste uitzichten altijd t slechtste eten hebben. Food en View zijn omgekeerd evenredig. Een nieuw axioma voor de reiziger.)
Alvast afscheid genomen van ons kamermeisje, Wee. Ze was heel blij met haar flinke fooi, ze had ook prima voor ons gezorgd. Ik heb haar ook mijn lipstick gegeven, want die heb ik hier toch niet gebruikt. Ik heb hier zo ongeveer altijd in dezelfde lap stof en een bos natte, ongekamde haren rondgeparadeerd. t Zal varen om morgen naar dat luxe-hotel te moeten en terug echte kleren en meer van die onzin te moeten dragen. k Heb zon spijt dat ik dat hotel op voorhand betaald heb, anders hadden we gewoon die laatste vijf dagen hier kunnen blijven.

Afscheid van lieve Wee.
Na t ontbijt ben ik nog een laatste keren tussen mijn geliefde rotsen gaan klautaren. Op het junglepaadje naar de zuidpunt van t eiland is een heel klein tempeltje van één of ander zeer mysterieus godje. Ik denk een Chinees. Het ligt verscholen in t bos .
Ik ben rustig wat aan dat tempeltje blijven zitten, heb wat wierrook gebrand en heb met de Chinese stokjes die er stonden mijn toekomst voorspeld. t Zag er niet echt rooskleurig uit. Maar ja, ik ben dan ook geen vakman.

Iets verder ligt een klein inhammetje van een meter of 10 breed met een vierkante meter strand tussen de meest veelkleurige en vreemd gevormde rotsen Op die plek kwam toch geen mens voorbij dus als ik het te warm kreeg kon ik gewoon efkes tussen de rotsen in zee gaan liggen zwalpen met zicht op die magnifieke eilanden en mijn fotografiespullen laten liggen.


Ondanks het feit dat het plekje nog geen 100 meter van t hotel ligt waant ge er u alleen op de wereld toen hij nog maar net geschapen was. Heerlijk!

Er kwam dan ook nog ineens een leguaan vanuit zee aangezwommen en ze kroop aan land. Ik had zelfs de tijd om haar te filmen. Toch wel praktisch die T1-fotoapparaatjes. Fotograferen én filmen. Onder én boven water.
Het zicht werd hoe langer hoe dramatischer want elke dag pakken zich tegen de middag grote cumulus-wolken samen boven t vasteland in de verte en die evolueren dan stilaan naar hier. Met of zonder regen. Vandaag alweer zonder.
Terug op ons strand had ik t heel moeilijk om naar de kamer te gaan want de lucht bleef maar veranderen. Betoverend gewoon! Ik had echt verdriet dat ik t strand moest verlaten.
De tuinmannen kennen me heel goed want ik kom daar altijd gerief en bloemetjes voor mijn geknutsel halen en ze hadden twee superdikke kokosnoten voor ons geplukt. Dus hadden we ineens een heel lekkere lunch op ons terrasje. Gisterenmiddag had Wee, het kamermeisje, ons ook al zon sappige reuzekokos gebracht. Voor mij is dat eten en drinken, ik laat er zelfs mijn picknick voor staan, waar de parelhoen van t hotel me dan weer heel dankbaar voor is.

De tuinmannen kweken heel zorgvuldig jonge plantjes om de hoteltuin te kunnen verfraaien.
Rond vier uur was t water laag genoeg om een interessante snorkel te kunnen gaan doen. Ik wou van al mijn vissen afscheid nemen. Ik had ze allemaal kunnen kussen, de zeeëgels en de kreeften incluis. t Was weer heel erg mooi.





Het kopje van een 2cm klein visje dat uit zijn holletje in zijn koraal komt piepen.

Een harde laag groene koraal die over een uitstekende rots gegroeid is. De steen lijkt er wel door overgoten.

Een leeuwevis. Maar heel diep gefotografeerd daarom is zijn rode kleur amper zichtbaar.

Een featherstar op wandel.


De laatste fotootjes nemen...

Allerlei soorten koraal.

Het lichaampje van een gestreepte zeeëgel.

Een witte featherstar komt uit haar koker.
We zijn weer helemaal tot aan de twee rotsen gezwommen. Daar groeit koraal dat ge normaal pas op 15m diepte vindt. Het is echt een aards paradijs onder water. Het ene zachte koraal verdringt het andere. En die kleuren!!! t Was er vandaag zelfs vrij makkelijk zwemmen, er stond amper stroming. Terug uit het water geraken was natuurlijk weer niet simpel want de zee was op haar allerlaagste. Het is weer met het nodige gestrompel en gescharrel gebeurd op hoogst onelegante wijze. Maar we zijn er toch nog relatief ongeschonden uit geraakt.

Onze laatste zonsondergang bij de "Goddess of Mercy", vanuit het water getrokken.
Dan werd het tijd om in te pakken om morgen te verkassen naar Krabi. Maar dit is een makkelijke inpak want dat komt niet zo nauw, we moeten gewoon maar met de speedboat naar Pak Meng Pier en vandaar gaan we met een taxi naar Ao Nang, vanwaar we met een bootje naar dat luxehotel gevoerd worden. Als ge niet moet vliegen moet alles niet zo compact ingepakt zijn. Trouwens, driekwart van mijn kleding is nog niet uit de plastic zakken geweest. Ik heb hier hooguit vier bikinis en drie pareos versleten. Ja, die scherpe lava teistert niet alleen uw lichaam maar ook uw kleding als ge zoals ik overal onder en tussen kruipt om fotokes te nemen.
Ondertussen was Paul op t bureau de reisverhaaltjes gaan versturen en de rekening gaan betalen.
Can I pay the bill please?
Pi???
Onze boomhut had 2800 bath per dag gekost met ontbijt inbegrepen, dus dat vind ik een heel redelijke prijs voor zon paradijselijk plekje. Over de telefoonrekening met de UPS-kantoren over heel de wereld zullen we maar wijselijk zwijgen. Jacky belde ondertussen vanuit Trang om nog een knuffel te geven en te zeggen dat, waar we ook in Thailand zijn en als we ooit met iets problemen hebben, we hem altijd mogen mailen en dat hij ons graag wil helpen. Daarna kwam de manager een babbeltje doen in zijn schabouwelijk Engels, als ik hem mijn onderwaterfotokes doormail dan gaat hij ze op zijn website gebruiken. Hij vertelde dat het hotel 103 kamers heeft en dat het vanaf volgende maand volgeboekt is. Dus wij hebben in deze periode wel heel veel chance gehad dat we hier altijd maar met iets tussen de 20 en de 50 gasten gezeten hebben.
t Doet wel pijn van heel die plezante bende personeel afscheid te nemen.
Toen we aan tafel gingen kwamen ze als bedankje twee reuze kokosnoten brengen.
Paul vroeg daarstraks aan een van de tuinmannen die de kokospalmen aan t snoeien was en de noten aan t oogsten, hoeveel keer per jaar ze een oogst konden binnenhalen.
How many time in year you pick coconut? (Ja, ge moet hier kinnekes-Engels spreken want als ge volledige zinnen vormt dan slaan ze helemaal tilt.)
???
Two times a year? Or three times?
???
OK. Now november. When you pick new coconuts?
Oh! Tomorrow at 9 oclock.

Dit formaat van kokosnoot is voor mij wel eten én drinken...
Soit, veel wijzer was hij dus weer niet geworden. Maar Paul geeft niet op, die blijft proberen tot hij zijn antwoord heeft, dus vervolgens moest de kelner er aan geloven en na een minuut of vijf, een vraag of twintig, en mijn pantomime die groeiende, dikker wordende en vallende kokosnoten moest voorstellen zijn we aan de weet gekomen dat ze drie oogsten per jaar hebben. Ondertussen genoten wij van onze zalige aperitief! En t leukste is dat ge aan zon grote kokos ook ineens een portie stevig eten hebt. Altijd interessant als wat ge als eigenlijk avondmaal besteld hebt weer oneetbaar blijkt te zijn. Als bij wonder was dit echter deze keer niet t geval. Noedels met een soort onkruid, maar best te eten.
Toen kwam de maître dhotel ons nog twee polo-hemdjes met t logo van t hotel, netjes ingepakt, als kado brengen. t Zijn toch zon schatten!

Pandorake stond op tafel en we hebben hen enkele onderwaterfotos en filmkes op t scherm laten zien. Ze konden niet geloven dat dat zich hier allemaal onder t wateroppervlak voor hun voordeur afspeelde.
Tot opeens de kelner vroeg : Where your dog?. Ik dacht dat de mens gisteren op t scherm per toeval fotos van onze poezen gezien had. Een Thaise garçon is nu geen Einstein maar het verschil tussen een hond en een kat zouden ze toch moeten kennen vond ik. Maar ik liet het maar passeren, want om nu nog een pantomime te moeten gaan spelen die duidelijk maakte wat t verschil tussen die twee beesten was, vond ik nu ook wat tegen veel op dit uur van de avond.
Na nog enkele fotos bekeken te hebben vroeg hij weer Where your dog?
We have no dogs, we have cats.
Yes, but were your dog?
Toen was t mijn beurt om met grote vraagtekens in mijn ogen te staan. Maar hij verklaarde zijn vraag zeer behulpzaam :
You at swimming pool with your dog in the sun!
En toen viel mijn euroke natuurlijk! Die mens had mij mijn beer zien fotograferen aan 't zwembad en hij had gedacht dat dat een hond was!
Dus liet ik hem wat berenfotos zien. Die vond hij dus helemaal t einde. Nog véél leuker als al die stomme vissen. Vandaar dat die dus maar bij elke superbe anemoonfoto was blijven vragen Where your dog?
Ge ziet, ik verzin al die communicatieproblemen niet hé! Dat gebeurt hier allemaal in t echt. Erger nog, das hier zelfs normaal.
Alles staat ingepakt klaar. Nu ga ik slapen want morgen is t vroeg dag. Ik hoop dat het in Krabi even tof is als hier, maar dat kan ik moeilijk geloven. Ik vraag me ook af of er gaat gesnorkeld gaat kunnen worden, of het alleen een rustverblijf in een luxe-hotel gaat worden... Anders is deze foto, met mijn geliefde steenvis naast mijn hoofd, wel de laatste onderwaterfoto van deze reis... Als hij niet zo giftig was geweest had hij een kus gekregen...

Lees verder : 21. "Een zekere discrepantie in de hotelaccomodaties." Klik hier.
20-01-1995 om 00:00
geschreven door Laathi
|