Eerste keer

Zo beleefde Patrick Sys op donderdag 8 oktober zijn allereerste Crokyrun op Meulebeekse bodem. Zijn zijssprongetje onderweg kostte hem enkele minuten, maar Patrick kennende zal hij een volgende keer iedereen verrassen.
In 1968 zong Tammi Terrell het al samen met Marvin Gaye: 'Ain't Nothing Like The Real Thing'. Daarom trok ik gisteren naar mijn vrienden uit Meulebeke om voor het eerst in het echt de Crokyrun te lopen. Ik vermoedde dat ik de tien kilometer ging uitlopen in ongeveer 55 minuten, dus vertrok ik samen met Carlos en Hans tien minuten, een kwartiertje eerder dan de snellere goden. Maar al van bij de eerste passen bleek dat het tempo van die twee voor mij toch een beetje te laag lag, dus trok ik er op eigen houtje op uit. Ik zou het parcours zo wel op m'n eentje terugvinden. Had ik het trouwens al niet twintig keer gelopen op mijn loopband? Met dat verschil dat de beelden die ik thuis via Google Streetview doorkrijg heldere beelden zijn van overdag en dat gisteren om kwart voor acht 's avonds in Meulebeke het duister net ingevallen was.
Heerlijk was het, dit lopen in 'the real thing', de Meulebeekse straten. Voor het eerst ook dit jaar voelde ik me in mijn sportieve leeuwfase (zie het boek 'Running Buddha'). Wow! Wat ging alles - in tegenstelling tot thuis - vrij vlot. De hellingen van thuis, die klopten met de realiteit. Maar wat heerlijk was die wind die ik soms in de rug voelde en wat ontbeer ik thuis de lekkere stukjes bergaf. De herkenningspunten onderweg herkende ik. De kapel. Het cafeetje waar op streetview de postbodes vaste afspraak hebben. Het klimmetje naar de Aldi. Om er maar een paar te noemen. Maar plots plots ging het mis. Niet met mijn benen maar met mijn hoofd en de verwerking daarin van de beelden op mijn netvlies en het vergelijken met de beelden uit mijn geheugen. Ik voelde dat er iets niet klopte. Ja, ik was vanuit de Godshuisstraat de Oude Gentstraat ingelopen en op het eind daarvan had ik volgens het draaiboek in mijn hoofd linksaf geslagen. Dat bleek de Meentakstraat te zijn, een straat met verschillende geniepig opgeworpen wegversmallingen. Dit in combinatie met het duister en het plots wel heel drukke verkeer deed me twijfelen. Vooral ook het feit dat de weg te vlot naar mijn indruk onder mijn voeten wegschoof. Was ik hier op dit punt al aanbeland? Dat kon niet? Bij de eerstvolgende grote splitsing maakte ik rechtsomkeer om uiteindelijk Carlos opnieuw tegen te komen die niet snapte waarom ik terugkeerde. Ik liep een eindje met hem op. Carlos Dejaegher was 36 jaar geleden een van de drie stichters van deze loop. Die zesendertig jaren kan hij helaas niet meer terugdraaien. Ze hebben hun tol geëist op zijn lichaam. Maar desondanks loopt hij hier nog wekelijks op donderdag rond en haspelt hij de tien kilometer nog regelmatig af in minder dan een uur. Chapeau.
Aan de rotonde (waar ik dus eigenlijk al geweest was) sloegen wij de Tieltstraat in en plots herkende ik alles weer. Ik wist dat ik vanaf dan niet meer ging verloren lopen en begon weer mijn eigen tempo te lopen. Achter mij hoorde ik het geslof van Carlos geleidelijk aan wegsterven. Het was nu nog vier kilometer tot aan de finish in de Ter Borchtlaan. En jawel, ik vond mijn weg verder doorheen Meulebeke. Wel keek ik in de lange Spoorwegstraat vreemd op. Huh, alle bomen werden hier gerooid?!? Niks, geen enkele boom meer. Streetview had ze nog allemaal op een rij hoor! Ik merkte dat de oude spoorwegbedding links naast me afgeschraapt was en binnenkort waarschijnlijk dienst zal doen als wandel-, loop- en fietspad. Vermoedelijk zal men in een volgende fase tussen dit pad en de rijweg nieuwe bomen aanplanten. Deze overpeinzingen maakten dat ik die lange straat veel vlotter kon verteren dan thuis. En vanaf dan was het echt niet zo ver meer. Het was lopend freewheelen tot aan de Ter Borchtlaan. Dan die (eveneens vernieuwde) laan op en af en ik was er. Het bankje voor de sporthal doet al jaren dienst als start en finish. Ik klokte af. Top. 54 minuten en 38 seconden. Ik was niet moe, had nog reserves genoeg. En had desondanks driekwart kilometer te veel gelopen.
Mooi.
Maar toen moest het tweede deel nog komen: het gezellige bijpraten met de Crokyboys in het Kapelhuis. Maar dat bewaar ik voor een volgend bericht.
Patrick Sys






















































