519. voor het eerst in mijn leven

Ik weet niet wanneer het precies begonnen is, ik vermoed toen de emotionele slachtpartijen een aanvang namen. Het moment dat de breuk met één van mijn kinderen ontstond. Wat er ook in mijn leven daarvoor gebeurd was, ik bleef lachen, ik bleef opgewekt. Maar toen... brak mijn weerstand. Het was té ontzettend om precies door die je het meest lief zijn op aarde miskend en vervolgens verworpen te worden. Het heeft iets met mij gedaan, iets dat al die vechtlust bij welk trauma ook om mezelf er opnieuw bovenop te krijgen, brak en tot onzin maakte... Iets is voorgoed veranderd in me, ik ben niet meer degene die ik ervoor ondanks alles was gebleven.
De lach verdween, de opgewektheid ook. Ik kon het niet langer opbrengen mensen te groeten en naar ze te lachen, hun vragen te beantwoorden, een luisterend oor te bieden, ik kwam niet zoveel meer buiten mijn veilige burcht. Toch vond ik na verloop van tijd opnieuw lichtpuntjes... die zijn verdwenen, stelselmatig, één na één... omdat ik de verandering voelde in de therapie bij de vorige psychiater... ik voelde de groeiende onverschilligheid, dat gevoel dat hij me opgegeven had en zich genesteld had in 'alleen maar luisteren, of tenminste doen alsof ... want zelfs luisteren was er niet meer bij, niet in de ware zin van het woord... hij was niet meer alert... hij liet me maar aanmodderen'. De rest van het verhaal is al uitvoerig uit de doeken gedaan hier, ik hoef het niet meer te herhalen. Een feit is dat ik door die onverschilligheid dieper en dieper zonk, temeer ook daar mijn vragen en onzekerheid in dovemans-oren belandde... er werd niet meer op ingegaan.
Sinds de wijze waarop die vroegere psychiater het hele zaakje meende te moeten 'af-handelen' kom ik ook niet meer buiten. De lichtpuntjes die er terug waren gekomen, werden allemaal in één klap gedoofd. Ik kan nu zelfs niet meer zeggen dat ik een ander werd... ik werd helemaal niemand meer, niets, geheel en al onwezenlijk. De wereld gaat aan me voorbij en ik voel een immense onverschilligheid. Het enige wat ik af en toe nog voel is angst... angst om die onverschilligheid, de lethargie. En de onmacht, de wanhoop die pijn doet.
Als mijn dochter ergens naartoe wil en graag heeft dat ik meega, ga ik mee. Uit mezelf kan ik het niet langer opbrengen. Ik zeg het haar niet, omdat ik geen enkele druk op haar wil zetten.
Ik die bij wijze van spreken absoluut geen koffie zonder melk drink, drink koffie zonder melk als de melk op is...
Als er werkelijk dringende zaken te verrichten zijn, zoals rekeningen betalen of bewijzen binnen brengen, dan koppel ik dat zoveel mogelijk aan de dagen dàt ik absoluut buiten moet, namelijk om op een kleintje te passen of op therapie te gaan. Dan vertrek ik vroeger zodat ik al die verplichtingen daarvoor kan nakomen... erna is mijn pijp meestal uit.
De favoriete uitstapjes voelen nu als uit een ver ver verleden, ze interesseren me niet meer. Als ik eerlijk ben, interesseert me niets meer... Toch denk ik dat ik nog steeds ergens weerstand bied, want bepaalde zaken daar wring ik me doorheen al kost het me soms erg veel moeite, dan zet ik mijn verstand op nul en doe ik het gewoon.
Ik verloor het laatste restje plezier in dat wat mensen leven noemen.
Ik weet wel hoe het voelde maar ik kan er sinds de psychische slachtpartij door de psychiater die me bijna negen jaar behandelde, niet meer bij. Ik ga mezelf en degene die hier lezen geen onzin serveren door te beweren dat ik hoop dat het straks weer anders wordt want ik hoop niet en geloof niet meer dàt het straks weer anders wordt. Ik ga dus ook niet doen alsof, daar doe ik mezelf alleen maar meer pijn mee.
Het is goed iedere dag te overleven.
Opnieuw komt het beeld van een vriend ooit me voor de geest... die sprak van een gewonde olifant die zich dan terugtrekt om de wondes te laten helen. Nu... dat lijkt me opnieuw meer dan ooit van toepassing. Gedachten en gevoelens op non-actief... tot je weer in staat bent tot leven.
Ook mijn eigen beeld van het zo lang zwemmen zonder land te ontwaren en wanneer je eindelijk land begon te zien, wordt daar voor je ogen een bom op gegooid.
Je dobbert verder, je gedachten op stop, zoniet dan zou je het wel eens kunnen opgeven omdat de wanhoop te groot werd. Je drijft, tot je opnieuw op krachten kwam om opnieuw aan het zwemmen te gaan.




















