299. Ik moet nog drie dromen vertellen

Ik begin met de meest recentste...Ik droomde van mijn broer. Hij kwam me helpen. Ik was verwonderd en tegelijk ook angstig... Immers deze broer heeft een bloedhekel aan me al van toen ik zo jong was dat ik dàt kon beseffen. Later begreep ik hoe die haat van hem naar mij toe door de thuissituatie in mijn jeugd gevoed en aangezwengeld is. Hij spuugt zijn haat naar de verkeerde maar beseft dat niet... Ook hier stuurt het loyaliteitsconflict de boel grondig in de war. Zijn woede naar de mishandelaars toe kan niet naar ze toe... vanwege de kind-ouder-relatie... dus fijn maar naar die ene zus toe... ze liet zich er zo gemakkelijk toe gebruiken... had weinig noemenswaardig verweer tegen zoveel wreedheid, dat kwam goed van pas. Ik ben blijkbaar zonder dat ik me daarvan bewust was voor heel wat mensen de boksbal en kop van jute geweest...
Goed... ik droomde van hem dat hij hier kwam... iets wat hij nog nooit gedaan heeft... behalve die ene keer dat hij iets kwam opladen of afzetten. Ik zei hem toen nog maar eens te komen als hij wou... dat heeft hij nooit gedaan.
Nu in mijn droom zei hij zelf 'tot ziens' en ik zag dat hij het meende.
Ik zou dat wel fijn vinden... moest dat contact er komen... ik heb mijn broer nooit gehaat... heb het nooit kunnen begrijpen waarom hij zo'n hekel aan me had en me duidelijk hartgrondig haatte. Ook niet bepaald een helend gevoel... zeker niet in het borderline-verhaal.
Goed ergens de laatste jaren heb ik paal en perk gezet aan ook die mishandeling, aan die beschadigende haat en hekel vna hem. Ik sloot me van hem en die nare gevoelens af, onbereikbaar geworden ook voor hem.
Maar moest die droom werkelijkheid worden... ik stelde mijn hart terug open... onmiddellijk...




















