402. vat hebben op


In bepaalde perioden zoals de huidige schijn ik minder vat te hebben op allerlei. Bijvoorbeeld de intense angsten. Zoals gisteren in de bib, even hoorde ik het dak kraken en de angst zwol... Voor mijn ogen stortte de zoldering en dat hele gebouw in... Ik moest mezelf met bijna geweld dwingen aan iets anders te denken... wat wel moeilijk was omdat die zoldering bleef kraken, wellicht omdat er op de andere etage mensen liepen. Ik moest mezelf dwingen te blijven kijken naar de boeken in het rek waar ik stond. Ik moest mezelf dwingen niet als bezetene naar de balie te hollen, in allerijl de administratieve molen te doorstaan zodat ik naar buiten kon vluchten. Angsten sleep ik al mee sinds mensenheugenis en afschuwwekkende gedaanten nemen ze aan in die bepaalde perioden. Ook dat zal ik nooit gewend geraken. Ook daarvoor bedien ik me van zelf gevonden technieken maar uitputtend is het allemaal wel.
Vandaag ben ik nog steeds een zweverig wezen. Ik ben er en toch ben ik er niet. Een beeld van hoe ik me voel is een robot die letters schrijft wat zijn/haar geautomatiseerd brein dicteert. Ook dit verschijnsel moet ik ondertussen gewend zijn... maar ook dat geraak je niet gewend. Ik schenk er zo weinig mogelijk aandacht aan. Het hoort blijkbaar bij mijn stoornis. Ik hou het draaglijk en zie dat het niet nog erger wordt al heb ik daar niet altijd zeggenschap over.
Het is zoals het is. En dat zinnetje is eenvoudiger neergeschreven dan toegepast, in die zin dat je aanvaardt wat is. Zulke dingen zijn niet eenvoudig te aanvaarden. Nog altijd blijft die gedachte dat het ooit zal ophouden terwijl een andere gedachte me erop wijst dat ik wel beter weet zeker na het voorbije leven en al die rebellie ertegen




















