Of ik ooit een borst gekust heb die naar oregano rook ?
Letters rolden over mijn lippen
woorden waren niet te stelpen
Verwondering vermond als tederheid
Wakkerde de begeerte aan
De liefde is pas achteraf gekomen
Maar die borst bracht je onheil
brak het weefgetouw van een menigte
zeldzame dromen
De onrust is pas nadien gekomen
Ik heb een litteken gekust dat nog naar oregano ruikt
Eerst nog met dieptevrees
voor het verdwenen vlees
Rust is pas daarna gekomen
Al verscheen hier plots een breukgetal
werd het aantal plots oneven
de liefde is toch steeds
bij de noemer van de breuk gebleven
(gedicht geschreven voor een vriend wiens vrouw een borstamputatie diende te ondergaan
vriendin was ontzettend ontroerd door je gedicht Ernst! Je hoort nog van me! xx
B
bo10 maart 2009 om 11:23
..
bedankt lieve dichter !
E
Ernst9 maart 2009 om 12:07
Natuurlijk
krijg je die permissie Bo
B
bojako9 maart 2009 om 11:43
...zonder uw permissie heb ik dit prachtig gedicht gekopieerd om het te verzenden naar een lieve vriendin die het zeker zal waarderen. Maar ik voel me toch verplicht om eerst uw toestemming te vragen. Krijg ik die?
Merciekes op voorhand. xx
Naar de buitenwereld toe misschien wel. Maar als je plots een stuk van je lichaam moet missen, ben je nooit meer dezelfde als daarvoor. En toch gaat het leven verder.
Een moedig en mooi gedicht van de meester dichter.
U
Uilenspiegel6 maart 2009 om 15:03
Oeps....
lees: blijft die
Uilenspiegel
U
Uilenspiegel6 maart 2009 om 14:58
Alle
mensen bestaan voornamelijk uit vlees en bloed.
En zelfs als er eentje een beetje vlees missen moet
blijf die dezelfde persoon met dezelfde dromen.
Al worden er mooie beelden van weggenomen.
Leegte die wordt opgevuld met angst en lijden.
Wie je in de diepte bent, dát kan niemand wegsnijden.
Prachtig doch pijnlijk realistisch gedicht Ernst.
Uilenspiegel
V
venus6 maart 2009 om 09:24
*
Een gedicht dat diep treft. Prachtig verwoord!
De gregoriaanse muziek laat me vermoeden dat er iets mis gelopen is, ik hoop op m'n ongelijk.
L
Lore6 maart 2009 om 04:45
***
Vriend en vrouw zullen dit gedicht weten waarderen als steun in bange dagen/ jaren met hopelijk een gunstige verloop. Al ontgaat mij de link met de hemelse muziek, de sublieme klanken van beheerste stemmen zijn van een pijnlijke schoonheid die elk woord, iedere zin overklassen. Op een gedichtenblog met gesloten ogen luisteren,’t moet kunnen!
M
miekemuis en maatje5 maart 2009 om 13:04
***
zoals steeds een heel mooi gedicht op onnavolgbare manier verwoord door de meester die steeds de juiste woorden weet te vinden. Prachtig verwoord.
onverbiddelijke tepels
gericht als ogen
van een godsoordeel
slenterende lippen
in conflict met de prikkel-
draad van pubishaar
dooreengevlochten
zachte conversatie van
gespannen billen in
wilde honger
opgezwollen
-zondvloed-
van vulvas
die nu
na eeuwen droogte
in dodelijke pijn van lippen-
dienst aan het kille oog
van een man
rood van slaapgebrek
vochtig vrijgevochten
sober samensmelten
Kalm kasteel krijgt klamme wintervoeten
van danig staan in ‘t wallen nat
Pachter hoeft baron niet meer te groeten
die zit toch knus in Brussel-stad
In koele kelders kruipt een wijze rat
uitgehongerd naar het stijve buiten
en denkt nog liever dit dan dat
ik mij een winter hier op laat sluiten
Maar in de lente keert de kille kudde
van Brussel weer naar Champignies
om de winter van zich af te schudden
streelt een geile jonge jonker
de krille keukenmeid boven de knie
Vernedert haar in zolderdonker
zweert haar dood als ze het navertelt
op wapenschild met spreuk en kreet
waarna de hofmeester gebeld
die Jean Louis Oui-Monsieur heet
De grofste leugen wordt hem als wapen
keurig op ‘t livrei gespeld
Ze heeft met de tuinier geslapen
zo wordt toch in het dorp verteld
De vader heeft zich aangemeld
"Och ja,mijnheer, zoals U weet"
fleemt de livrei uitgeslapen
"dat ze het met de knechten deed
zoiets besmet de eer en het familiewapen"
J"a , t’ gaat Mijnheer om d' eer niet om geld"
‘t verdiende loon wordt dus ruim half uitgeteld
Ze is voor deze wereld al te goed geschapen
om haar te beschermen tegen die felle knapen
werd ze aan moeder-overste voorgesteld
‘t Kalme kasteel wast zich de voeten
danig krachtig in wallen nat
‘t Kalme klooster krijgt zomersproeten
alleen moeder-overste weet van wat.
zonlicht valt schuin
op snaren
van harpen
in je haren
door mijn ogen
bespeeld
dit is niet
zien
maar
vertederd kijken
waarbij
gevoelens verder reiken
dan een ogenblik
liefste jufvrouw
jeweet dattik van je hou
ik hep je van mijn snoep gegeven
ben zeer veel dikwijls braaf gebleven
ik zal nooit meer pipi doen
toch niet in mijn broek
morgen geef ik je mijn liefste hondje
en papa’s mooiste boek
wanneer ze nu na veertig jaar
opkijkt uit dat boek van haar
met volle blik het lege klasje schouwt
dan denkt ze –ongetrouwd
nu spijtig van het hondje
maar pipi doe je maar
je had toch zo’n bevallig kontje
muziek waait
licht boven het dons
van het antiek tapijt
om in de schoorsteen te verkwijnen
onbekende letters schreeuwen
uit een doorlezen boek
in de spiegel weerkaatst
zich een jong portret
de blinde tijger van porselein
lonkt verliefd
naar een chinese pop
die terugstaart
door een weke nevel
van goed georganiseerde onverschilligheid
het slecht vermomd geluid
van een nog niet opgewekte traan
kleeft aan de lauwe tonen
van een droef opgeleide klarinet
graaft zich dood
tegen de wand
terwijl ik
langzaam -langzaamaan verzand langzaam -langzaamaan verland
langzaam -langzaamaan sluit de melodie zich op
in het meesterwerk
dit misverstand weerspiegelt
zich op mijn aangezicht
ik verlies de grip
op de waakvlam van het verlangen
naar een "worstcase" scenario
en ween voluit
alsof dit messiaans arpeggio
het keerpunt is
de leegloop van het orderboek van rationele visie
waarop iemand hardnekkig zit te wachten
Muziek: Adagio uit het clarinetconcert van Mozart.
-
Het strand toetst zijn tenen
Aan de gerijpte visie van de dromerige zee
Stormenderhand neemt een kleuter
De arm en de blik van zijn moeder
Naar de oogst van de branding mee
De wind als een artistiek zwerver
De hand om de schouder van het mooie kind
Dringt door de opgeslorpte klaarte
Waarmee hier elke valavond begint
Hij beweent in een vaargeul van de hoogste noten
het driftig temperament van zijn inspiratie
betast liefkozend gescheurde en intacte zeilen
van een paar sobere vissersboten
Een stijlfiguur
En het zoveelste mislukte avontuur
De holle krachtpatserij
Van de witblauw doorbrande pier
Aangeland als een breed stuk lijnwaad
Veel te klein voor de schildersezel van de Oceaan
Wordt methodisch en consequent
Afgekolfd als een gelaten tepel
Walmende regenwolken zwellen en zwerven
Als een rookgordijn
En dikken het persoonlijk aanzien aan
van deze lyrische avondbries
die wel zou willen doorgaan
voor een aristocratische orkaan
hij-kom laten we samen drinken
zij-als dodelijk paar in ‘t niet verzinken
hij- biedt haar de beker aan
zij – ziet de dood hem al in de ogen staan
hij-jij drink eerst
zij- jij daarna
hij-neen ik ga eerst
zij-ik kom achterna
hij-drinkt en sterft op slag
zij-zag hoe
hij- daar levenloos lag
zij-dacht :ik wacht nog wel even
misschien drink ik een andere dag
ik heb nog bezoek
hij -haar minnaar komt op
doek
Indien zij meester was
over haar gedachten
zij zou je doden
met haar kleffe tong
Een waterval van weinig woorden
werpt je in haar netten
die zij geduldig weeft
omheen de cathedraal
Een louter theatraal
maar efficiënt gebaar
Indien ik de weg vond
in haar gedachten
dit al te snel verouderende testament
met een beate bewondering
voor groene vuilniszakken
ik zou haar doden
Maar
voor drie seconden eeuwigheid
keer ik niet terug in de tijd
Kind zijn
deed toen al
te veel
pijn
noch mens
noch draak
noch plant
noch dier
maar pure monsters
voor eigen plezier
die god de schepper
vol afgrijzen
nog op vrijdagavond
diende af te wijzen
weet Bosch ons
echter aan te prijzen
onder het motto
Zalig zijn zij
die de hongerige hersens spijzen
en met hun kont omhoog
naar d’ engelen wijzen
Muziek: "Dans van de uren" uit "La Gioconda" van Ponchielli.
haar blik valt in mijn ogen
klikt
zich achter in het hoofd vast
door tederheid verteerd
MOET
ik haar aanraken
een streling
vinger- handpalm
neusrug-wang
een lip die een voorhoofd raakt
om dan bang
te voelen
hoe de begeerte
weer ontwaakt
Muziek: Concierto para Oboe: The Royal Philharmonic Orchestra- Louis Cobos
Zijn ondoordringbare brillenglazen
schitteren als knipperoogjes
van een zonverbrand modepopje
Hij voert dit als machtig label
Naast zijn gewatteerd pompadourhaar
Met de onbuigzaamheid van een dieetboek
buigt hij zich over het kwetsbare lot
van microkredieten en familieversterkende programma’s
uiteraard voor Afrika
Hierbij brengt hij zichzelf even tot staan
in zijn onderdukte hyperactiviteit
Uit respect voor deze oneerbiedigheid
Zal men voor hem de onbevestigde geruchten
bevestigen en met klem ontkennen
dat hij vroeg in bed duikt met een boek
Als de nacht georchestreerd valt over zijn catwalk
Slentert volkomen onopvallend een model
Met een stekelige reputatie langs zijn creatieve geest
Die netjes georganiseerd volgens militair model
De dealinestress opzij schuift
Met een snuifje ijskoude champagne
Muziek: Tzigane van Ravel (duur ca. 10 minuten)
Tzigane is een rapsodie van de Franse componist Maurice Ravel voor viool met begeleiding. In de oorspronkelijke versie uit 1924 bestaat de begeleiding uit een luthéal, een voorloper van de geprepareerde piano. In latere versies wordt de solist begeleid door piano of orkest. Het stuk is opgedragen aan de Hongaarse violist Jelly d'Aranyi.
De naam van het stuk verwijst naar een algemene Europese aanduiding voor de Roma,(gitan, tsigane, tzigane) en niet naar het hongaarse cygany. Het stuk bevat veel materiaal losjes gebaseerd op zigeunermuziek.
Tzigane wordt tegenwoordig vaak uitgevoerd in Ravels eigen arrangement voor viool en orkest. Het stuk begint onbegeleid en iets voor de helft zet de harp in, gevolgd door de rest van het orkest, om uiteindelijk na een krachtig accelererend crescendo af te sluiten met een slotcadens van drie akkoorden. De vioolpartij is gemodelleerd naar de laatromantische stijl van de componist virtuozen als Paganini en Pablo Sarasate.
de wijsheid heeft hij achter zich verbrand loopt trots de kleindochter aan de hand naar een paardenmolen de kleine vingers houdt hij stevig vast als luttele band naar de eeuwigheid
thuis diept hij een stoffig dagboek uit de kast verstrijkt weemoedig een enkel ezelsoor leest het dan onbewogen van achter naar voor
10 reacties op dit bericht
..
..
Natuurlijk
Merciekes op voorhand. xx
...
Een moedig en mooi gedicht van de meester dichter.
Oeps....
Uilenspiegel
Alle
En zelfs als er eentje een beetje vlees missen moet
blijf die dezelfde persoon met dezelfde dromen.
Al worden er mooie beelden van weggenomen.
Leegte die wordt opgevuld met angst en lijden.
Wie je in de diepte bent, dát kan niemand wegsnijden.
Prachtig doch pijnlijk realistisch gedicht Ernst.
Uilenspiegel
*
De gregoriaanse muziek laat me vermoeden dat er iets mis gelopen is, ik hoop op m'n ongelijk.
***
***