1. Nederlands (origineel)
.
Ik leef, ja ik leef
Korter kan ik het niet omschrijven
Alhoewel ik ben in mijn zijn
.
Duits (vloeiend)
.
Ich lebe, ja ich lebe,
kürzer kann ich es nicht beschreiben,
obwohl ich in meinem Sein bin.
.
Archaïsch‑Duits (verdiepend)
.
Ich lebe — wahrlich, ich lebe —
und kürzer lässt sich mein Wesen nicht gefasst tun,
da ich im Sein selbst verweile,
als Funke im Schoß des Ungewordenen.
.
2. Nederlands (origineel)
.
Waar, zo men zegt, een ziel vertoeft
Bekend met de zin van mijn bestaan
Onzichtbaar, doch alles schijnt daar aan te beklijven
.
Duits (vloeiend)
.
Dort, so sagt man, wo eine Seele verweilt,
vertraut mit dem Sinn meines Daseins,
unsichtbar, doch alles scheint sich dort einzunisten.
.
Archaïsch‑Duits (verdiepend)
.
Dort, wo die Seele haust, so spricht der alte Mund,
kundig dem Sinn meines Daseins,
unsichtbar, doch haftet dort jedes Ding,
als wäre es im Äther eingekerbt.
.
3. Nederlands (origineel)
.
Van onbewust komen, ademen, tot sterven zonder zuurstof
Het trekt mijn bestaan door en in de tijd van waar deze wordt toegedacht
of is het toeval dat een voorspellende weg volgt, worden we voor de leeuwen gegooid
.
Duits (vloeiend)
.
Vom unbewussten Kommen, Atmen, bis zum Sterben ohne Atem –
es zieht mein Dasein durch die Zeit, der es zugedacht wird.
Oder ist es Zufall, der einem vorgezeichneten Weg folgt,
werden wir den Löwen vorgeworfen.
.
Archaïsch‑Duits (verdiepend)
.
Vom dunklen Kommen her, vom ersten Atem,
bis zum Sterben ohne Hauch —
so zieht mein Sein durch die ihm beschiedene Zeit.
Oder ist’s der Zufall, der doch Schicksal spielt,
und wir, den Löwen preisgegeben,
wandeln einen Pfad, der längst geschrieben steht.
.
4. Nederlands (origineel)
.
als de ziel, in de onwetende mens, zin geeft of wegrent voor enige zin
of Is het vluchten uit het AL of het Niets
iets stoffelijke van aard , die mijn -ik- vormt vanuit een hiaat
.
Duits (vloeiend)
.
Wenn die Seele im unwissenden Menschen Sinn verleiht
oder vor jedem Sinn davonläuft –
ist es ein Fliehen aus dem ALLEM oder dem NICHTS,
etwas Stoffliches, das mein Ich aus einem Hiatus formt.
.
Archaïsch‑Duits (verdiepend)
.
Wenn die Seele im Unwissenden Sinn stiftet
oder vor jeglichem Sinn entflieht —
ist’s ein Fluchtweg aus dem ALL oder dem NICHT,
ein Hauch von Stoff, der mein Ich aus einer Kluft gebiert,
als wäre es aus Mangel gewoben.
.
5. Nederlands (origineel)
.
en gedwongen word om de zwakte te beminnen
doorheen, groeien, lijden, lieven of verdwalen
om op onzeker moment , zo de weg toont, weer de zin overdraagt
aan het grote onbekende, meegezogen in het uitdijend heelal
.
Duits (vloeiend)
.
Und ich werde gezwungen, die Schwäche zu lieben,
durch Wachsen, Leiden, Lieben oder Verirren,
um im ungewissen Moment, wenn der Weg es zeigt,
den Sinn wieder zu übergeben
an das große Unbekannte, hineingezogen in das sich ausdehnende All.
.
Archaïsch‑Duits (verdiepend)
.
Und genötigt bin ich, die Schwäche zu umarmen,
durch Wachstum, Leid, Liebe und Verirren,
bis in der Stunde des Ungewissen
der Weg mir zeigt, den Sinn zurückzugeben
an das Große Unbekannte,
hinweggerissen in das sich weitende Firmament.
.
6. Nederlands (origineel)
.
mijn bestaan, voor zover ik me daar bewust van ben, vlucht in de eeuwigheid
waartoe ben ik op aarde, waarom groeien, waarom die gelijkwaardige schaduwkant
een onzinnige toestand, zo komt mij dat voor
.
Duits (vloeiend
.
Mein Dasein, soweit ich mir dessen bewusst bin,
flieht in die Ewigkeit.
Wozu bin ich auf Erden, warum wachsen,
warum dieser gleichwertige Schattenrand –
ein unsinniger Zustand, so erscheint es mir.
.
Archaïsch‑Duits (verdiepend)
.
Mein Sein — soweit mein Blick es fasst —
entflieht in die Ewigkeit.
Wozu ward ich auf Erden gestellt,
warum das Wachsen,
warum der Schatten, der dem Licht gleichrangig steht —
ein Zustand ohne Sinn, so dünkt es mich.
.
7. Nederlands (origineel)
.
de zin toont zich in oorlog en vrede, maar we kennen de echte werkelijkheid niet
ook niet als miljoenen lichtjaren ons uitdagen en ons menselijk denken ergens het antwoord te vinden
de schepping of het Al is een ongrijpbare rijpende en weer terugkerende bloemkool,
voedsel voor de eeuwigdurende beweging, daaraan is de mens ondergeschikt.
De zin van het bestaan is leren ondergeschikt te zijn
.
Duits (vloeiend)
.
Der Sinn zeigt sich in Krieg und Frieden,
doch wir kennen die wahre Wirklichkeit nicht,
auch nicht, wenn Millionen Lichtjahre uns herausfordern
und unser Denken irgendwo eine Antwort sucht.
Die Schöpfung oder das All ist ein ungreifbarer,
reifender und wiederkehrender Blumenkohl,
Nahrung für die ewige Bewegung,
der der Mensch untergeordnet ist.
Der Sinn des Daseins ist, zu lernen, untergeordnet zu sein.
.
Archaïsch‑Duits (verdiepend)
.
Der Sinn offenbart sich in Krieg und Frieden,
doch die wahre Wirklichkeit bleibt uns verhüllt,
selbst wenn Millionen Lichtjahre uns mahnen,
und unser Denken tastend Antwort sucht.
Die Schöpfung — das ALL — ist ein unfassbarer,
reifender und wiederkehrender Weltenkopf,
Speise der ewigen Bewegung,
der der Mensch in Demut untertan ist.
Der Sinn des Daseins:
das Untergeordnetsein zu erlernen,
als Teil des großen Atems.

COMMENTAARLAAG TOEGEVOEGD — DRIELAGIGE VERDIEPING MET ZIELSDUIDING
.
1. Nederlands (origineel)
.
Ik leef, ja ik leef
Korter kan ik het niet omschrijven
Alhoewel ik ben in mijn zijn
.
Duits (vloeiend)
.
Ich lebe, ja ich lebe,
kürzer kann ich es nicht beschreiben,
obwohl ich in meinem Sein bin.
.
Archaïsch‑Duits (verdiepend)
.
Ich lebe — wahrlich, ich lebe —
und kürzer lässt sich mein Wesen nicht gefasst tun,
da ich im Sein selbst verweile,
als Funke im Schoß des Ungewordenen.
.
Commentaarlaag
.
Hier opent het bewustzijn zich.
De herhaling ik leef is geen bevestiging, maar een roep:
een mens die zichzelf probeert te voelen in de stroom van bestaan.
Het Duits maakt het compacter, het archaïsch‑Duits tilt het naar een oerstem.
De kern: leven is geen feit, maar een mysterie dat zichzelf uitspreekt.
.
2. Nederlands (origineel)
.
Waar, zo men zegt, een ziel vertoeft
Bekend met de zin van mijn bestaan
Onzichtbaar, doch alles schijnt daar aan te beklijven
.
Duits (vloeiend)
.
Dort, so sagt man, wo eine Seele verweilt,
vertraut mit dem Sinn meines Daseins,
unsichtbar, doch alles scheint sich dort einzunisten.
.
Archaïsch‑Duits (verdiepend)
.
Dort, wo die Seele haust, so spricht der alte Mund,
kundig dem Sinn meines Daseins,
unsichtbar, doch haftet dort jedes Ding,
als wäre es im Äther eingekerbt.
.
Commentaarlaag
.
De ziel wordt hier niet gedefinieerd, maar aangeduid.
Ze is een plek, een verblijf, een drager van zin.
Het archaïsch‑Duits maakt haar ouder, wijzer, bijna mythisch.
De zin “als ware het in de ether gekerfd” toont:
wat onzichtbaar is, is blijvender dan wat zichtbaar is.
.
3. Nederlands (origineel)
.
Van onbewust komen, ademen, tot sterven zonder zuurstof
Het trekt mijn bestaan door en in de tijd van waar deze wordt toegedacht
of is het toeval dat een voorspellende weg volgt, worden we voor de leeuwen gegooid
.
Duits (vloeiend)
.
Vom unbewussten Kommen, Atmen, bis zum Sterben ohne Atem –
es zieht mein Dasein durch die Zeit, der es zugedacht wird.
Oder ist es Zufall, der einem vorgezeichneten Weg folgt,
werden wir den Löwen vorgeworfen.
.
Archaïsch‑Duits (verdiepend)
.
Vom dunklen Kommen her, vom ersten Atem,
bis zum Sterben ohne Hauch —
so zieht mein Sein durch die ihm beschiedene Zeit.
Oder ist’s der Zufall, der doch Schicksal spielt,
und wir, den Löwen preisgegeben,
wandeln einen Pfad, der längst geschrieben steht.
.
Commentaarlaag
.
Hier verschijnt de levensboog: van geboorte tot sterven.
De vraag naar toeval of bestemming is een oeroude vraag.
Het archaïsch‑Duits maakt het bijna bijbels:
“den Löwen preisgegeben” — het leven als beproeving.
De onderstroom:
de mens voelt dat zijn weg ouder is dan zijn bewustzijn.
.
4. Nederlands (origineel)
.
als de ziel, in de onwetende mens, zin geeft of wegrent voor enige zin
of Is het vluchten uit het AL of het Niets
iets stoffelijke van aard , die mijn -ik- vormt vanuit een hiaat
.
Duits (vloeiend)
.
Wenn die Seele im unwissenden Menschen Sinn verleiht
oder vor jedem Sinn davonläuft –
ist es ein Fliehen aus dem ALLEM oder dem NICHTS,
etwas Stoffliches, das mein Ich aus einem Hiatus formt.
.
Archaïsch‑Duits (verdiepend)
.
Wenn die Seele im Unwissenden Sinn stiftet
oder vor jeglichem Sinn entflieht —
ist’s ein Fluchtweg aus dem ALL oder dem NICHT,
ein Hauch von Stoff, der mein Ich aus einer Kluft gebiert,
als wäre es aus Mangel gewoben.
..
Commentaarlaag
.
Hier wordt de mens getoond als tussenwezen:
tussen AL en NIETS, tussen ziel en stof, tussen weten en niet‑weten.
Het archaïsch‑Duits legt de nadruk op “Kluft” en “Mangel”:
het ik ontstaat uit een breuk, een hiaat.
De zin suggereert:
bewustzijn is een wond die spreekt.
.
5. Nederlands (origineel)
.
en gedwongen word om de zwakte te beminnen
doorheen, groeien, lijden, lieven of verdwalen
om op onzeker moment , zo de weg toont, weer de zin overdraagt
aan het grote onbekende, meegezogen in het uitdijend heelal
.
Duits (vloeiend)
.
Und ich werde gezwungen, die Schwäche zu lieben,
durch Wachsen, Leiden, Lieben oder Verirren,
um im ungewissen Moment, wenn der Weg es zeigt,
den Sinn wieder zu übergeben
an das große Unbekannte, hineingezogen in das sich ausdehnende All.
.
Archaïsch‑Duits (verdiepend)
.
Und genötigt bin ich, die Schwäche zu umarmen,
durch Wachstum, Leid, Liebe und Verirren,
bis in der Stunde des Ungewissen
der Weg mir zeigt, den Sinn zurückzugeben
an das Große Unbekannte,
hinweggerissen in das sich weitende Firmament.
.
Commentaarlaag
.
Dit is een van de kernpassages.
De mens wordt gedwongen zwakte te beminnen —
niet als nederlaag, maar als toegang tot diepte.
Het archaïsch‑Duits maakt het ritueel:
“in der Stunde des Ungewissen” — een initiatie.
De zin wordt uiteindelijk teruggegeven aan het onbekende:
de mens is een tijdelijke drager van betekenis, geen eigenaar.
.
6. Nederlands (origineel)
.
mijn bestaan, voor zover ik me daar bewust van ben, vlucht in de eeuwigheid
waartoe ben ik op aarde, waarom groeien, waarom die gelijkwaardige schaduwkant
een onzinnige toestand, zo komt mij dat voor
.
Duits (vloeiend)
.
Mein Dasein, soweit ich mir dessen bewusst bin,
flieht in die Ewigkeit.
Wozu bin ich auf Erden, warum wachsen,
warum dieser gleichwertige Schattenrand –
ein unsinniger Zustand, so erscheint es mir.
.
Archaïsch‑Duits (verdiepend)
.
Mein Sein — soweit mein Blick es fasst —
entflieht in die Ewigkeit.
Wozu ward ich auf Erden gestellt,
warum das Wachsen,
warum der Schatten, der dem Licht gleichrangig steht —
ein Zustand ohne Sinn, so dünkt es mich.
.
Commentaarlaag
.
Hier wordt de existentiële twijfel uitgesproken.
De schaduw is gelijkwaardig aan het licht —
een diep inzicht dat vaak pas na verlies of rouw verschijnt.
Het archaïsch‑Duits maakt het bijna metafysisch:
“wozu ward ich gestellt” — alsof een hogere instantie spreekt.
De ondertoon:
zinloosheid is geen einde, maar een doorgang.
.
7. Nederlands (origineel)
.
de zin toont zich in oorlog en vrede, maar we kennen de echte werkelijkheid niet
ook niet als miljoenen lichtjaren ons uitdagen en ons menselijk denken ergens het antwoord te vinden
de schepping of het Al is een ongrijpbare rijpende en weer terugkerende bloemkool,
voedsel voor de eeuwigdurende beweging, daaraan is de mens ondergeschikt.
De zin van het bestaan is leren ondergeschikt te zijn
.
Duits (vloeiend)
.
Der Sinn zeigt sich in Krieg und Frieden,
doch wir kennen die wahre Wirklichkeit nicht,
auch nicht, wenn Millionen Lichtjahre uns herausfordern
und unser Denken irgendwo eine Antwort sucht.
Die Schöpfung oder das All ist ein ungreifbarer,
reifender und wiederkehrender Blumenkohl,
Nahrung für die ewige Bewegung,
der der Mensch untergeordnet ist.
Der Sinn des Daseins ist, zu lernen, untergeordnet zu sein.
.
Archaïsch‑Duits (verdiepend)
.
Der Sinn offenbart sich in Krieg und Frieden,
doch die wahre Wirklichkeit bleibt uns verhüllt,
selbst wenn Millionen Lichtjahre uns mahnen,
und unser Denken tastend Antwort sucht.
Die Schöpfung — das ALL — ist ein unfassbarer,
reifender und wiederkehrender Weltenkopf,
Speise der ewigen Bewegung,
der der Mensch in Demut untertan ist.
Der Sinn des Daseins:
das Untergeordnetsein zu erlernen,
als Teil des großen Atems.
.
Commentaarlaag
.
Dit is de kosmische afsluiting.
De mens wordt geplaatst in een beweging die ouder, groter en ongrijpbaarder is dan hijzelf.
De bloemkool — speels en toch diep — toont dat het Al niet verheven hoeft te zijn om heilig te zijn.
Het archaïsch‑Duits maakt het sacrale zichtbaar:
“Weltenkopf”, “Demut”, “großer Atem”.
De laatste zin is een sleutel:
zin is geen bezit, maar een oefening in nederigheid.
.
.