Op de (kermis) motor

');
var widthMinusTwoBorder=textwidth-2*textborder
var heightMinusTwoBorder=textheight-2*textborder
var widthMinusFourBorder=textwidth-4*textborder
var heightMinusFourBorder=textheight-4*textborder
}
|
Op de (kermis) motor
Merksem en de pastoor (10)

Wij zijn der van de klas
En wij drinken bier met iemerkes
Terwijl die arme schachten
aan ’t patatten jassen zijn…
Vergeten wij den troep
en die droevige daaàgen…
We roepen allen tegelijk…
smeerlappen ge zé ons kwijt"
En dan was het feest voor de soldaat die afzwaaide van de troep. Zijn legerdienst zat erop!
Moe en va hebben dit ook op hun manier gevierd want negen maand later was de ooievaar er weer.
Hun tweede zoontje Francois werd in juni 1923 geboren.
Va ging werken als rijwielverlakker, tegenwoordig is dat een pistoolschilder, bij de firma"Gold Lion"te Antwerpen. Hij zou daar blijven tot aan zijn (vervroegd pensioen. In 1929, verhuisde het gezin naar de rand van de Merksemse polders,waar in de directe nabijheid van 4 boerderijen waaronder de boerderij Van Reeth en de boerderij van de familie Van Looy(de boereschuur, bestaat nog steeds) volop werd verkaveld.
Eén van de eerste huizen in wat ooit een kroostrijke straat zou worden werd door hen aangekocht.
Die vruchtbare boerepoldergrond wierp zijn vruchten af, in december 1930 werd hun derde zoon Jean geboren. Zijn oudere broers liepen ondertussen school in de nabij gelegen st Jozef jongensschool .
De kerk floreerde toen nog en was gul met naastenliefde zodat op een zekere dag moe het bezoek kreeg van de parochieherder, op zoek naar verloren en zwarte schaapjes, met de vraag waarom zij ’s zondags niet in de kerk aanwezig is.
Het antwoord dat zij met haar drie gasten daar geen tijd voor had voldeed voor de brave man waarschijnlijk niet want hij zei te hopen dat de Russen een bom op haar huis zouden gooien.
Bij den troep ( 9 )
Theresia(ons moe) was 5 maanden zwanger van haar eerste kindje toen Jef (onze va) gekazerneerd werd in de Falconkazerne te Antwerpen.
De schoendoos achter de stoof (8)Van het kindje dat geboren werd na een zwangerschap van 7 maanden werd de levensverwachting niet hoog ingeschat.
De goeivrouw raadde de ouders aan toch maar te wachten om Louiske te gaan aangeven.
Het schriele manneke werd in een schoendoos achter de stoof gezet en in deze amateuristische couveuse evolueerde de baby zo gunstig dat va hem ’s anderendaags bij de burgerlijke stand kon gaan aangeven . Met als gevolg dat zijn officiële geboortedag een dag later dan de feitelijke werd genoteerd. Dus was mijn vader (diezelfde Louis) steeds een dagje jonger. Of was hij 2 maand ouder omdat hij op zeven maand geboren werd? Het is maar zoals je het bekijkt. In ieder geval de schoendoos werd al spoedig te klein want met de goede moederlijke zorgen groeide ook deze kleine als de spreekwoordelijke kool.
Honger maakt vindingrijk.(7)Ook onze schippersfamilie heeft deze verschrikkelijke eerste wereldoorlog moeten doormaken. Zij diende letterlijk en figuurlijk het hoofd boven water te houden.
Door de honger bedreigd moest men zich wel erg vindingrijk tonen.
Om zich in die hachelijke tijd uit de slag te trekken, stopten ze de saswachters zakjes kolen uit hun eigen vracht toe. In ruil daarvoor kregen ze de zo begeerde voedingswaren.
Op de plaats van bestemming gekomen moest het schip, voor het lossen, zijn vereiste gewicht hebben. Om de controle, die hiermee gepaard ging, te misleiden gingen alle kinderen op een bepaald deel van het schip staan, zodat het vereiste gewicht alsnog behaald werd.
Schipperskind .(6)Va (Jef) zijn jeugd zag er enigszins anders uit. Zijn vader was schipper, net zoals zijn vader ,grootvader ,overgrootvader...Het beroep werd al meer dan 300 jaar doorgegeven van vader op zoon. Reeds op jonge leeftijd moesten de kinderen mee aan het touw , om vanop het jaagpad het schip door de vaart te trekken.
Va is in het hartje van Antwerpen geboren in een steegje in de Kloosterstraat . In die straat waar nu verschillende klasse antiekzaken gevestigd zijn waren toen verschillende van die woonsteegjes, nauwe gangetjes, waar meerdere huizen op een binnenplaats uitkwamen. Met het verloop der jaren verdwenen die schilderachtige steegjes die vergelijkbaar zijn met de bewaard gebleven"Vlaaikensgang".
Op de vlucht naar Engeland ( 5)Treseke bracht haar jeugd voor een groot deel door in de Pallieterstad Lier. Aan de onbezorgde kinderjaren kwam al vlug een einde toen in de zomer van 1914 de eerste wereldoorlog, “de groote oorlog”, uitbrak.
Een kwart van de Belgische bevolking sloeg op de vlucht voor de niets ontziende agressor.
Op de één of andere manier is ook hun gezin erin geslaagd om de gruwel te ontvluchten.
Ze kwamen terecht in Huddersfield in het Zuid -Westen van Groot- Brittanië.
Vader en de oudste kinderen werkten er in een spinnerij, de jongste kinderen, waaronder Therèse, kregen les in de speciaal opgerichte Belgische school.
Elk kleinkind en zelfs achterkleinkind kregen te pas en te onpas een staaltje van haar kennis van de Engelse taal. Met de nodige mimiek kregen we de uitleg over hoe we onze tong moesten oprollen om het Engelse woordje “The” volgens haar correct uit te spreken.
Dat was steeds lachen geblazen! Ook declameerde ze een Engels versje over enen Thomas(?),waarvan de rest me ontgaan is. Misschien dat een van mijn familieleden dit zich nog herinnert?
Huddersfield werd natuurlijk geromantiseerd en dat prikkeltje mijn nieuwsgierigheid zodanig dat we, mijn man en ik, tijdens een reis naar Schotland daar even halt hielden.
Het leek in niets op de voorstelling die ik me had gemaakt bij de verhalen van moe. Huddersfield, ongeveer 450 km ten Noorden van Dover is een grote moderne industrie- en universiteitstad, tussen Manchester en Leeds.
In het heuvellandschap waren de verlaten kolenterrils de getuigen van het mijnwerkers verleden.
Jammer genoeg waren de archieven in Huddersfield voor het weekend gesloten en duurde een aanvraag enkele dagen anders had ik meer informatie kunnen sprokkelen over hun leefomstandigheden ginds.
Belgische school in Huddersfield 1917 (4 )
Amusant tussendoorke.
Erfenis van grootmoeder.(3)

Vandaag 20 april is het 104 jaar geleden dat mijn grootmoeder in Lier geboren werd.
Voor de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen was zij “ons moe”. En de erfenis die ik van haar kreeg bestaat uit ontelbare mooie herinneringen aan een ongelooflijke vrouw. Zij vertelde zo graag uit haar verleden en wij hingen aan haar lippen en vroegen om meer. We beseften toen niet dat we die verhalen moesten opslaan want dat er ooit een eind aan zou komen. Enkele heb ik op geluidscassette .
Zo vertelde ze hoe ze in 1918 onze va leerde kennen, in danszaal Thalia(Carnotstraat ) . Er bestond ook nog de “Minerva” in de Nationalestraat waar Jef ook wel eens kwam omdat hij vlakbij in de Kloosterstraat woonde. Maar onze geschiedenis begon dus in de”Thalia”: Toen ze door die schipperszoon met zijn klak en sjaaltje ten dans werd gevraagd bezwoer ze hem dat ze niet kon dansen, enkel de Engelse dansen die ze tijdens de oorlogsperiode in Groot Brittanië had geleerd. Maar hij zou het haar wel leren, want hij kon toch zo goed dansen. Eerst was het een Polka dan een wals ,een scottisch en dan een schuifelerreke. Deze vier verschillende dansen werden steeds herhaald . En ze dansten de hele tijd voor hun 1 frank entreegeld. Voor een drankje was er geen geld, enkel om te dansen.
De eerste kusjes gaven ze toen hij haar naar huis bracht want om tien uur moest ze thuis zijn. Dat hele eind van de Carnotstraat tot Berchem werd te voet afgelegd. Een grote afstand met tijd voor vele kusjes.
En ook ....hoe haar eerste kindje (mijn vader) na zeven maand zwangerschap bij haar moeder thuis geboren werd nog voor de “goeivrouw” (vroedvouw) ter plaatse was.
De cadeautjes die ze aan het kraambed kreeg waren enigszins anders dan de hedendaagse geschenken . Zo brachten de familieleden eieren, bloem ,peperkoek en meer van dat tot bij de kersverse moeder.
De laatste 2 jaar van haar leven verbleef zij in een rusthuis waar ze door ouderdomsdementie stilletjes wegkwijnde.
Negen jaar geleden in 1996 ging haar kaarsje uit, na een rijk gevuld leven als moeder, groot- en overgrootmoeder.
(wordt vervolgd)
Boekske vol (2)
In dit kroostrijke gezin (1886) werden elf geboortes genoteerd. Onze va, mijn grootvader, werd in 1900 in dit boek bijgeschreven.
Trouwboek en kindjes kopen.( 1)

Onbetwistbaar de oudste tastbare link met voorouders bezit ik onder de vorm van een trouwboekje.
Mijn overgrootouders huwden te Antwerpen op 10 juni 1886 en het vergeelde halfvergane beduimelde papier bewijst ontegensprekelijk de vergankelijkheid. Welke verhalen zou dit kleine boekje wel niet kunnen vertellen? Wat het alvast wel vertelt is het aantal kinderen dat in dit boek werden opgetekend. Die kwamen toen nog uit de bloemkolen of men ging ze kopen.
Babyboomprogramma's en televisie bestonden nog niet en welk tijdverdrijf was nu leuker dan te zorgen voor een boekje vol!
Verhaal van Sam
Stamboom.

Spina Bifida|
|
Even voorstellen
2 reacties op dit bericht
Een kijkje over mijn schouder
schattig
Doe zo verder zou ik zeggen.
Groetjes