De detectie van de Untermensch
|
De detectie van de Untermensch Hitler maakte zich sterk dat de uitroeiing van de 'onvolmaakten' een zaak was die uiteindelijk het volk ten goede kwam: hij verving de hoogopgeleide artsen, paramedici, sociale werkers en nog andere zorgverleners door ongeletterde beulen en bespaarde op die manier fortuinen die anders uitgegeven werden aan de verpleging van ouderlingen, andersvaliden, zieken, marginalen, asielzoekers en nog andere zogenaamd 'verlieslatende' groepen uit de samenleving. De Führer wilde Duitsland weer groot maken na de nederlaag ingevolge de Eerste Wereldoorlog en hij stelde zich niet tevreden met een herstel van de economie: hij beoogde niets minder dan de wereldheerschappij, met zijn zogenaamde 'Derde Rijk', een imperium in de lijn van het eerste, het Heilig Roomse Rijk, en het tweede, het Duitse Rijk.1 Zichzelf en zijn trawanten, verenigd in een geheim genootschap, jutte hij op met onder meer een krankzinnige rassenleer om aldus zichzelf tot de messias van het uitverkoren volk te kunnen uitroepen en alle middelen, inclusief genocide, te kunnen inzetten als gewettigd voor de onderwerping van de zogenaamde 'Untermenschen': andere volkeren maar dus ook de hoger genoemde groepen uit de eigen natie. Hitler werd gefinancierd door het grootkapitaal dat dan ook deze besparingspolitiek ten koste van talloze onschuldige mensenlevens wilde en bepaalde. En vandaag lijkt het monster waarvan men geloofde dat men het verslagen had, zich te hebben vermenigvuldigd: de huidige leiders van China, Rusland, de V.S. en nog andere staten delen eenzelfde megalomanie die zich pas kan realiseren door dienst aan de mammon - lees: door de onderwerping van de mens aan een (moordende) economie gericht op de verrijking en vergoddelijking van de bezittende klasse - die later door de geschiedenis zal worden ontmaskerd als een klasse van bezetenen. Het begint allemaal met grootheidswaanzin en dat is zichzelf voorhouden dat men meer waard is dan een ander. Het is een 'spel' binnen de pikorde waar geldt dat geluk een kwestie is van sociale vergelijking maar tegelijk volgt deze waanzin ook uit de miskenning van de eigen gebrekkigheid en sterfelijkheid. De vernedering van anderen is de gemakkelijkste manier van zelfverheffing maar die verheffing is vermeend: zij berust op leugens die dan ook met hoogdringendheid in stand gehouden dienen te worden. Tot die leugens behoren in de eerste plaats de voorwendsels voor het zich kunnen voltrekken van gigantische misdaden want snode plannen worden altijd in het verborgene gesmeed en bedrog noopt tot een dubbele boekhouding waarbij de ware, misdadige verborgen dient te blijven terwijl de geopenbaarde het publiek een rad voor de ogen moet draaien en uiteraard wordt daarbij het tegendeel voorgewend van wat er in werkelijkheid gaande is: maatregelen, zogezegd in functie van de volksgezondheid, decimeren de bevolking of wetten inzake onderwijs, houden de massa dom. Men hoeft geen hogere studies te hebben gedaan om in te zien dat waar bijvoorbeeld kapitalen worden besteed aan bevolkingsonderzoek ter preventie van darmkanker terwijl men het nalaat om de harddrug alcohol alsook nicotine te verbieden, er iets niet klopt: de genoemde inconsistentie valt echter wel te begrijpen in het licht van het feit dat de beide houdingen elkaar pas tegenspreken waar men de ware toedracht uit het oog verliest, met name louter winstbejag.2 Er zullen altijd mensen zijn die graag blijven geloven in het sprookje van the American Dream, dat een illusie te voorschijn tovert gelijkaardig aan die waarin men belandt als men op de lotto speelt, of in religies die goden vermenselijken en derhalve mensen vergoddelijken, maar het kapitalisme verkapt de hulde aan de klassenmaatschappij die, erger nog dan de natuur met zijn recht van de sterkste, dit recht ook nog eens beschermd wil zien middels in wetten vastgelegde voorrechten. De gelijkenissen tussen de gang van zaken bij de huidige grootmachten en deze ten tijde van het nazisme in Duitsland betreffen uiteraard niet alleen de propaganda maar evenzeer de misdaden, die dankzij de hedendaagse media echter veel moeilijker te verbergen zijn dan destijds terwijl om dezelfde reden het verzet daartegen veel makkelijker de kop wordt ingedrukt. Actueel is nu de kwestie van de genetische screening die zich graag profileert als een zaak van medische ethiek terwijl het ook hier overduidelijk is dat het morele andermaal een dekmantel moet zijn voor zich verhullende economische belangen. Aan mensen gaan vertellen dat zij er bij te winnen hebben als zij zich laten nakijken op hun aanleg om in de loop van hun bestaan bepaalde ongeneeslijke ziekten te ontwikkelen, is wat commerçanten doen wanneer zij alleen maar eigen gewin op het oog hebben. De waarheid is dat slechts de bezittende klasse er (met het oog op de doeltreffendheid van hun investeringen) bij gebaat is om te weten wie voor hen wel of niet winstgevend zullen zijn en wie dan ook nog geloven dat die informatie zal gebruikt worden om de betrokkenen tijdig ter hulp te kunnen schieten, zullen terugkeren van een koude kermis. Destijds was er alleen de reputatie als cruciale informatiebron om potentiële werknemers te screenen, weliswaar aangevuld met de gegevens uit de biecht, maar het zou onverstandig zijn voor wie hun winst tot elke prijs willen maximaliseren indien zij de informatie uit de medische sector niet te baat zouden nemen. Met respect voor ieders privacy weet elke doorgewinterde commerçant aan jan of an met de pet alras een handtekening te ontfutselen onder een verklaring die aan de behandelende artsen carte blanche geeft, want dat is wat zij nodig hebben om goede punten te scoren in een systeem dat draait om de voorrang van het geld. (J.B., 7 februari 2026) 2De zorg om de gezondheid van burgers en hier in het bijzonder senioren, kan pas een geloofwaardig argument zijn voor het bevolkingsonderzoek naar darmkanker als diezelfde zorg zich ook toont in een wetgeving die ons tegen die ziekte beschermt. Die zorg blijkt totaal afwezig in onze wetgeving inzake de handel in alcohol en tabak, overduidelijk omdat hoge taksen deze vergiften winstgevend maken voor de staat. Stoute tongen beweren dat ook preventief kankeronderzoek de staatskas spijzigt en niet omdat het de kosten voor de verpleging van die ziekte zou inperken maar omdat het onderzoek als zodanig letaal zou zijn, wat dan een besparing zou betekenen inzake pensioenen. Letaal bleken alvast reeds de maatregelen inzake de preventie van borstkanker waarvan aan het licht kwam dat screening slapende kankercellen wekt.
|






