NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Marke
Inhoud blog
  • CAFE 'AU LION D'OR' OP DE POTTELBERG.
  • DE STRAATNAMEN VAN MARKE ANNO 1910.
  • DE EERSTE LEIEBRUG TUSSEN MARKE EN BISSEGEM
  • CAFE 'CHÂLET DU POTTELBERG' POTTELBERG MARKE
  • 'DE LUSTIGE ROOKERS' MARKE 1912.
  • DE GESCHIEDENIS VAN DE SCHUTTERSGILDE SINT-BARBARA VANAF 20e EEUW TOT 1979.
  • DE MECANICIEN VAN OBLT.KURT WOLFF VAN JASTA 11.
  • DE VLASBAZENBOND IN MARKE.
  • HOOG BEZOEK BIJ LEUTNANT WERNER VOSS LEIDER VAN JASTA 10.
  • DE MECANICIEN VAN MANFRED VON RICHTHOFEN.
  • DE VIADUCT AAN DE 'IJZERENPOORT'.
  • CAFE "IN DE STERRE".
  • Café "DEN BEER" in de Kloosterstraat.
  • EEN AANVARING MET MANFRED FREIHERR VON RICHTHOFEN 100 JAAR GELEDEN
  • HET ONDERWIJS IN MARKE MET DE BROEDERS VAN DALE VAN 1894 TOT 1965 (DEEL 3 laatste deel)
  • HET ONDERWIJS IN MARKE MET DE BROEDERS VAN DALE VAN 1894 TOT 1965 (DEEL 2)
  • HET ONDERWIJS IN MARKE MET DE BROEDERS VAN DALE VAN 1894 TOT 1965 (DEEL 1)
  • 100 JAAR VLIEGVELD MARKEBEKE
  • DE BUNKER OP DE MARKEBEKE in MARKE.
  • DE BRIEF DIE SCHOOLMEESTER EMIEL DEBEURME DE NEK BRAK.
  • MARKE IN DE EERSTE WERELDOORLOG. Uit het schrift van Maurice Holvoet.
  • DE HANDBOOGGILDE SINT-SEBASTIAAN VAN 1836 TOT DE TWEEDE WERELDOORLOG.
  • DE TWEE STEENBAKKERIJEN IN OPEN LUCHT VAN HECTOR ISERBYT.
  • DE JASTA 10 IN MARKE.
  • EHRENFRIEDHOF NR.179 - Een Duitse militaire begraafplaats in Marke
  • HET RECHT TREKKEN VAN DE BUURTWEG Nr.5 OF DE VAGEVUURSTRAAT.
  • DE GEDENKPENNINGEN VAN F.C. MARKE
  • DE PANNENFABRIEK of 'S.A. DES TUILERIES DE MARCKE-LEZ-COURTRAI. Het eerste decennium.
  • 'FLUGPLATZ MARKEBEKE'
  • DWANGARBEID als ZIVIL ARBEITER (Z.A.B.)
  • Een Spoorweg door Marke. Wanneer de trein bleef 'stille' staan.VERVOLG.
  • Een Spoorweg door Marke. Wanneer de trein bleef 'stille' staan.
  • DE BOERENKRIJG IN MARKE (BIJVOEGSEL)
  • DE BOERENKRIJG IN MARKE.
  • HET EEUWFEEST VAN DE BELGISCHE ONAFHANKELIJKHEID.
  • BOOGSCHIETEN OP LIGGENDE WIP: DE LEERZESCHUTTERS.
  • JAMES H. BIRTWELL - EEN KACHEL WERD HEM FATAAL.
  • DE GESCHIEDENIS VAN DE SCHUTTERSGILDE SINT-BARBARA TOT HET EINDE VAN DE 19e EEUW (2)
  • DE GESCHIEDENIS VAN DE SCHUTTERSGILDE SINT-BARBARA TOT HET EINDE VAN DE 19e EEUW.
  • HET ONTBREKEND OORLOGSVERSLAG.
  • een Granaatinslag op 16 maart 1944 in het Klooster van Don Bosco (Kortrijk)
  • DUIVEN ,GEËERDE KOERIERS IN OORLOGSTIJD
  • Een Vrouw dood gevonden in Marke in 1908
  • Een schrikkelijke Moord in 1905
  • Het Oorlogsdagboek van Jean Verhoye (8 jan.1917 tot 30 juni 1917)
  • Een Onopgehelderde Moord in 1908
  • De Wielrijdersgilde (Veloclub) St. Catherine
  • DE TONEELGROEP "GEEN RIJKER KROON DAN EIGEN SCHOON"
  • De Toneelgroep "ONTWAKENDE JEUGD",
  • HET TONEELGEZELSCHAP "PALLIETER"
  • DE MOEIZAME OPRICHTING VAN HET OORLOGSMONUMENT OP MARKEPLAATS
  • De Toneelkring "Door Taal en Deugd naar Hooger Leven" had een dubbele Taak
  • HET ONDERWIJS IN MARKE TOT EINDE 19e EEUW
  • De Lijst van Cafés in 1941
  • HOE BELEEFDE MARKE 1940-45
  • PLAN met DE KOEKEBERG en TRACE van de SPOORWEG
  • De Kortrijkse Burgerwacht houdt schietoefeningen aan de Koekeberg in Marke
  • De Popp-kaart en de Legger van Marke
  • Het Pionierswerk van Pater Emiel Callewaert
  • Van Café tot Café in Marke
  • Van "Maetschappij van Rhetorica" tot "Alles met den Tijd"
  • Onze Markse Lieve-Vrouwkapelletjes
  • De Markse Cafés in 1914
  • Honderdjarige Regina-Sophie Bels ingehuldigd op 8 sept.1907
  • De Moord op Edouard Algoed in 1863
  • De Moord op Laurent Theys in 1918
  • De Zaak van Marcke 1894 annex
  • De Zaak van Marcke 1894
  • De Turngilde "Voor Outer en Heerd" Deel 1
  • De Turngilde "Voor Outer en Heerd" Deel 2
  • De Turngilde "Voor Outer en Heerd" Deel 1
  • DOOR DEN KOP GESCHOTEN
  • Flugplatz Markebeke
  • Verordening caféhouders 1917
  • Een stoomtram doorsnijdt Marke
  • Oorlogsgedenktekens in Marke
  • Marke onder Duits regime.
  • Een misvatting over Manfred von Richthofen
  • Het eerste Jagdgeschwader in wording
  • DE NIEUWE DRIEDEKKER FOKKER DR.I IN MARKE

    Zoeken in blog


    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     


    26-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CAFE 'AU LION D'OR' OP DE POTTELBERG.

    CAFE ‘AU LION D'OR' OP DE POTTELBERG MARKE.

    ________________________________________

    Joannes Van Belleghem (Bissegem 1764- Marke 1844)  getrouwd met Rosalia Planckaert (Bellegem- Marke 1856) , landbouwer op de hoeve aan het ontmoetingscentrum, was eigenaar van een perceel land van 43a10ca gesitueerd waar nu het  restaurant ‘Het Vliegend Tapijt’ op de Pottelberg (vóór 13 maart 1981 Pottelbergstraat) staat (zie in verband met het rechttrekken van de baan in 1936, het artikel ‘Châlet du Pottelberg in de dorpskrant van december 2018).

    In mei 1865 verkochten zijn erfgenamen: Leopold Van Belleghem(Marke 1812-Kortrijk 1889), landbouwer in Kortrijk , Petrus (Marke 1813-1901), Marcellin(Marke 1816-1875), Edouard (Marke 1819- 1895)en Theresia Van Belleghem (Marke 1814-1894), alle vier landbouwers aan het ontmoetingscentrum:

    “Een partijken land van 9a05ca genomen uit een meerdere partij , langs de kalsijde leidende naar Aalbeke. Met een diepte van 51m en een breedte van 21m40.”

    Deze partij land lag toen op de noordzijde of links langs de baan richting Kortrijk. Na de rechttrekking van de baan kwam ze deels rechts te liggen.

    De kopers waren Joannes Franciscus Ma(e)lfait (Kortrijk 1796-Marke 1877), koopman en landbouwer, en zijn vrouw Engelberta Debaes (Wevelgem 1798- Marke 1873) wonende in de Kleine Pontestraat te Marke. Het hoevetje bevond zich op de noordelijke hoek van de Kleine Pontestraat en de Kanunnikenstraat.

    Joannes Franciscus zette langs ‘de kalsijde leidende naar Aalbeke’op dat ‘partijken’ land rond 1870 een café neer, met daarnaast een woonhuis.

    In maart 1874 , na het overlijden van Engelberta,verkochten de erfgenamen, Joannes Franciscus en de ‘kinderen:Een schoon groot en kloek nieuwgebouwen woonhuis ,zijnde een welgekalante herberg ‘Au Lion d’Or’, met aanhoudend nieuwgebouwen huis .Hebbende een grote estaminetplaats, beneden- en bovenplaatsen, schone keldering, stalling, remise , koer, lochting rondom hagen. SA 455c,455d en 455e.”

    De kinderen:

    1/Nathalia (Marke 1833), getrouwd in 1863 met  Edouard Vanneste (Rollegem 1828-Marke 1890) , uitbaters van café ‘De Marckebeke’,  (op de oostelijke hoek van de Kasteeldreef) in Marke. Nathalia vertrok in 1898 naar Moeskroen.Hadden blijkbaar geen kinderen. Vader Joannes Franciscus overleed in 1877 in café ‘De Marckebeke’.

    2/Coleta(Marke 1828), getrouwd in 1850 ,weduwe van Evrard Maertens (Ingelmunster 1827– Marke 1-1-1874) wonende in Marke. Zij vertrok in 1883 naar Moeskroen en overleed er in 1886. Hadden een dochter Marie-Louise (Rekkem 1850). Engelberta , de moeder,overleed in 1873 in café ‘Au Lion d’Or’, toen uitgebaat door Coleta.

    3/Ferdinand Augustin (Ma 1838-1911), in de volksmond AUGUST, getrouwd met Amélie Coudyser (Otegem 1843-Marke 1883) was landbouwer op de hoek van de Zwinstraat (aan het Lieven Bauwensplein). In 1873 boerde hij nog op de ouderlijke hoeve, gelegen op de noordelijke hoek van de Kanunnikenstraat en de Kleine Pontestraat.In 1874 volgde Eduard Lefevre-Francisca Bridelance hem daar op.

    Na Ferdinand Augustin werd François Verrue( Outryve 1845- Marke 1923) -Pharaïlde Accou(Geluwe 1856-Marke 1938 ) landbouwer in de Zwinstraat. In 1883 waren die nog uitbaters van café ‘Oostenrijk’ in de Rekkemsestraat.  Hun zoon Cyrille Leopold, die in 1911 café ‘In ’t Nieuw Kwartier’ ging uitbaten, is er geboren in 1882. Richard Verrue ( Marke 1892- Ieper 1969), de andere zoon van François, was de opvolger op de hoeve in de Zwinstraat. Frans (Marke 1922) ,de zoon van Richard was de laatste Verrue die de hoeve betrok ; hij ging achteraf  naar Kuurne boeren.Vroeger liep de Zwinstraat (vóór 1968 Zwijnstraat genaamd) van de Rekkemsestraat tot de Preshoekstraat.

    Dochter Coleta was in 1883 naar Moeskroen verhuisd en Ferdinand Augustin bleef nog een kleine poos waard van café ‘Au Lion d’Or’.

     

     

    4/Louise (Marke 1835) echtgenote van Auguste Florin, beiden wevers woonden in Tourcoing.

    5/Justine (Marke 1837), echtgenote van Joannes Petrus Couvreur, veldwachter en wonende in Moeskroen.

     

    Joannes Franciscus Ma(e)lfait en Engelberta Debaes hadden nog 4 kinderen die vroegtijdig overleden : Charles (1831-1852) – Franciscus (dec.1840-nov.1841) – Virginia (febr.1843 –dec.1843)- Marie Leonie (1844-1860).

     

    Van cafés geproken!

    Op 30 december 1914 telde Marke 3269 inwoners en 82 cafés. Dat wil zeggen dat er toen één café was voor 40 inwoners.

    Amélie Coudyzer (Otegem 1843) ,de vrouw van Ferdinand Augustin Maelfait, overleed in 1883. Ferdinand Augustin baatte vanaf 1884 café ‘De Kroon’ uit in de Rekkemsestraat .

    François Verrue (Outrijve 1845-Marke 1923) en zijn vrouw Pharaïlde Accou (Geluwe 1856-Marke 1938) kwamen na hem boeren op het hoevetje aan de Zwinstraat (nu ligging Lieven Bauwensplein).

     

    Kinderen van Ferdinand Augustin Maelfait en Amélie Coudyzer:

    ______________________________________________________________________________

    1/Charles-Louis Malfait (Marke 1872)

    2/Leonie-Louise Malfait (Marke 1873-1906) trouwde te Marke in 1897 met Constant Billiet (Heule 1864- Marke 1918) ). Vanaf 1897-98 baatten ze café ‘De Marckebeke’ uit. Uit hun huwelijk werd Alfons Billiet (Marke 1898-1974) geboren, die later medestichter werd van de groothandel in koloniale waren Vanfleteren-Billiet in Marke (VBM). In januari 1897 verkocht Nathalia Malfait ,via een notarisakte , bijna de hele inboedel van het café aan haar nicht Leonie, die nieuwe uitbaatster.

    3/Jules-Cesar Malfait ( Marke1875- Pollinkhove 1939) trouwde te Marke in 1904 met Stephanie-Marie Casteleyn (Marke 1878-Kortrijk 1935). In 1914 baatten ze café ‘In de Wapens van Marcke’ uit op Markeplaats ( zuidelijke hoek Van Belleghemdreef ) .

    4/Arthur-Joseph Maelfait ( Marke 1877)

    5/Romanie-Marie Maelfait ( Marke1879-1942 ) trouwde te Marke in 1904 met Hector Casteleyn (Marke 1879-1958), een dorpsfiguur, in de volksmond ‘den dikken Casteleyn’ genoemd. Hector en zijn vrouw waren in 1914 nog de uitbaters van café-beenhouwerij ‘De Kroon’. Ze volgden in 1911 Ferdinand Augustin op. Vóór 1911 was Hector cafébaas en slachter in café ‘’t Zwijntje’ ook in de Rekkemsestraat ( werd later café ‘Burgerswelzijn’).

    Omtrent 1919 baatten Hectoren Romanie café-beenhouwerij ‘In de Wapens van Marcke’ uit op Markeplaats. In 1951 was het café onbewoond en Hector verbleef in het rustoord te Marke. Het gebouw werd in 1957 verkocht door de eigenares Marie-Antoinette De Brabandere aan Wilfried Maes- Liane Chanterie en werd met de grond gelijk gemaakt voor een nieuwbouw. Marie-Antoinette erfde het van haar vader Cyriel De Brabandere, gewezen burgemeester en brouwer.

    De ouders van Stephanie en Hector Casteleyn waren Petrus (Moorsele 1847-Marke 1911), voerman, en Mélanie Blomme (Ingelmunster 1846-Marke 1936), die in Passendale trouwden in 1876 . Het gezin telde 9 kinderen, allen geboren in Marke : Jules (1876- Roubaix 1917)- Stephanie(1878)- Hector(1879)-Marie Louise(1880- Moeskroen 1937)- Césarine(1883)- Arthur(1884) – Polydore(1885- Marke1886) –Helena(1887- Marke1962) en Georges (1890- Kortrijk 1938), die zijn vader opvolgde als voerman.

    Césarine ( Marke1883-1960) trouwde in 1913 met René Desmedt (Kortrijk 1879-Marke 1947) een vlashandelaar. Hun zoon Marcel (Marke 1915-1996) was ook vlashandelaar en gewezen voorzitter van de fanfare St.-Jan.

    Marcel Desmedt ( Marke 1915-1996) :

    Mélanie Blomme kwam toe in Marke in 1876 in de Markestraat in café “De Haan”. Ze was getrouwd met Petrus Casteleyn voerman van 6 à 8 paarden. Hij is verongelukt in 1911.Hij deed vooral het vervoer voor de Markse Pannenfabriek.”

    Arthur-Emile Casteleyn ( Marke 1884) overleed op 4 september 1918 in het militair hospitaal in Mortain. Zijn naam staat gegraveerd op het monument van de gesneuvelden in Marke. Op zijn rouwprentje staat verkeerdelijk Castelein.

    6/ Alphonse Maelfait( Marke 1880 -1880)

    7/Petrus-Paulus Malfait (Marke 1881)

    8/Maelfait : naamloos ( Marke 1883 -1883)

    Let op de schrijfwijze van de naam!

    De disorde in voor- en achternamen (zoals hier Malfait en Maelfait) kwam vaak voor in de 19e eeuw. In de doopakten werden Coleta en Ferdinand Augustin, respectievelijk met de naam Maelfeyt en Malfeyt ingeschreven.

    Ferdinand Augustin hertrouwde , na het overlijden van zijn vrouw Amélie Coudyzer ,met Marie-Leonie Vandemeulebroucke (Beveren-Oudenaarde1852-Marke 1927).

    Hun zoon Remi, beter bekend als Jan Maelfait (Marke 1893-1958) is geboren in ‘De Kroon’. Hij overleed in de Marktstraat in het huis dat voorheen café ‘De Haan’was.

    Albert Cagnie (Marke 1915 –Kortrijk 1997):

    Mijn ouders (Theophiel en Rachel Gombert) kochten de ganse hoek (Aardweg-Rekkemsestraat,  de 2 huisjes + de beenhouwerij + café “De Kroon”) in 1920-21. Rond het jaar 1927-28 werd de beenhouwerij afgesmeten en werd een nieuw huis erop gebouwd (in 2001 afgebroken). De eerste die erin ging wonen  was  Arthur Benoit die van café “Français” kwam (getrouwd met “Marie van café den Hert”.  ‘De Kroon’ werd slechts afgesmeten in 1959. Het was weliswaar sedert lang geen café meer.”

     

    Het café en het huis werden definitief toegewezen aan August Nuyttens-Masquelier, brouwer wonende in Kortrijk.

    In 1884 werd Charles Vermeersch (Wingene 1848-Marke 1926), bakker, uitbater van café  ‘Au Lion d’Or’. Ervoor werkte hij als bakker op Vanneste’s molen (Molen Glorieux). In 1887 trouwde hij met Marie Vannevel (St.Martens-Leerne 1856-Marke 1918) . In 1888 kregen ze een dochter Hortensia (Marke 1888-Lauwe 1962), beter bekend in Marke als ‘Stance van Mietjes’ van ‘Au Café Belge’ in de Kloosterstraat. De ouders van Charles baatten ook een café uit in Wingene. Hortensia trouwde in 1919 met Hector Declercq (Lauwe 1889) .

     

    Charles en Marie kochten in 1895 een stuk grond in de Kloosterstraat aan Petrus Van Belleghem  en bouwden er een café met bakkerij op, met logo ‘Au Café Belge’. Ernaast stond café ‘Den Beer’.

    Cyriel Basyn (Hulste 1871-Marke 1940) en zijn vrouw Celina Naert (Hoogstade 1867-Marke 1925) waren in 1894 de volgende uitbaters van café ‘Au Lion d’Or’

    In 1923 baatten Gustaaf Vanhoenacker en Leontine Delbaere café ‘Au Lion d’Or’ uit. Gustaaf  en zijn vrouw zouden in 1931 de eerste cafébazen worden van café ‘St. Jean’ op Markeplaats.

    Hector Verleyen zou de laatste uitbater zijn van ‘Au Lion d’Or’.

    Bertrand D’Haene woonde naast  ‘Au Lion d’Or’. Na hem kwam zijn broer Hector als laatste  het huis  bewonen. Michel Vanden Bogaerde kwam in 1945-46 Hector D’Haene verwittigen dat hij het café en het huis ernaast had gekocht en zou laten afbreken, en bijgevolg moest Hector verhuizen.

    De brouwerij Nuyttens sloot haar deuren rond 1930 en toen werden alle cafés overgenomen door de brouwerij Tack van Kortrijk. ( ‘Het Herbergleven in Kortrijk’ en ‘Duizend Kortrijkse Straten ‘van Dr. E. Van Hoonacker).

    Foto’s:

    1/ Café ‘In de Wapens van Marke’ in 1956-57.

    2/ ‘Au café Belge’ rond 1907. Ernaast café ‘Den Beer’.

    3/ Toestand februari 2005, vroeger ‘Au café Belge’.

     

     

     

     







    Bijlagen:
    Herschaalde kopie van DSCN8310 - kopie - kopie.jpg (89.6 KB)   

    26-02-2019, 10:50 geschreven door Michel Markenaar

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    06-12-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE STRAATNAMEN VAN MARKE ANNO 1910.

    STRAATNAMEN IN 1910

    ___________________

    Ter gelegenheid van de 10-jaarlijkse volkstelling werd op 1 augustus 1910 de benaming van de straten en openbare wegen bepaaldelijk vastgesteld als volgt:

                               A/ STAATSKASSEI:

                               _______________

    1/ De kassei van Kortrijk naar de Franse grens over Moeskroen, van de

         hofstede Duhem tot aan het grondgebied van Kortrijk, zal de naam dragen

         van POTTELBERGSTRAAT.

    2/ van aan het einde van de Hellestraat (‘De Prinse’) tot aan het grondgebied

         Van Aalbeke : TOURCOINGNESTRAAT.

                           

                       B/ GEMEENTELIJKE STRATEN EN VOETWEGEN (gekend op de  Atlas der Buurtwegen)

                       _____________________________________________________________________

    3/ de plaats voor het gemeentehuis : GEMEENTEPLAATS

    4/ buurtweg 1 :van de ‘IJzerenpoort’ tot aan het grondgebied Kortrijk :

         KORTRIJKSTRAAT.

    5/ van ‘IJzerenpoort’ tot aan grondgebied Lauwe : RECKEMSTRAAT.

    6/ buurtweg 2 : van aan de Gemeenteplaats tot aan ‘IJzerenpoort’:

         MARCKESTRAAT.

    7/ buurtweg 3 : van de Gemeenteplaats tot aan de Hellebrug:

        KLOOSTERSTRAAT.

    8/ van aan de Hellebrug tot aan de Tourcoingnestraat : HELLESTRAAT.

    9/ van aan de Hellestraat tot aan de Kalvariestraat: KARDINAALSTRAAT.

    10/ buurtweg 4: van aan Kalvariestraat tot grondgebied Aalbeke :

          WATERVALSTRAAT.

    11/ buurtweg 4bis: KERKSTRAAT.

    12/buurtweg 5   : WALLESTRAAT.

    13/vanaf de Gemeenteplaats tot aan de Vageveurbrug: VAGEVEURSTRAAT.

    14/vanaf Vageveurbrug tot Kardinaalstraat : KALVARIESTRAAT.

    15/vanaf Kalvariestraat tot Tourcoingnestraat : KEIZERSTRAAT.

    16/buurtweg 6 : vanaf Toucoingnestraat tot aan grondgebied Rolleghem:

          ROLLEGHEMSTRAAT.

    17/buurtweg 7 : AALBEKESTRAAT.

    18/ vanaf Aalbekestraat tot aan de wijk St.Anne-Kortrijk: ST.ANNESTRAAT.

    19/vanaf Rolleghemstraat tot aan de Bergstraat : LANTESTRAAT.

    20/buurtweg 8 :vanaf de Bergstraat tot aan grondgebied Aalbeke:

          LUINGNESTRAAT.

    21/buurtweg 9 en 28 : PRESHOEKSTRAAT.

    22/buurtweg 9: BERGSTRAAT.

    23/buurtweg 10: GROENESTRAAT.

    24/buurtweg 11: PONTESTRAAT.

    25/vanaf Kortrijkstraat tot aan de Pottelbergstraat : DOENAERTSTRAAT.

    26/buurtweg 12: vanaf Doenaertstraat tot aan de Wallestraat:

          BRUININGSTRAAT.

    27/buurtweg 13: KANNESTRAAT.

    28/buurtweg 14: HELLEBOOGSTRAAT.

    29/buurtweg 15: VERRUESTRAAT.

    30/buurtweg 16: MOLENSTRAAT.

    31/buurtweg 17: DUHEMSTRAAT.

    32/buurtweg 18: ZWIJNSTRAAT.

    33/buurtweg 19: KLEINE PONTSTRAAT.

    34/buurtweg 20: KEISTRAAT.

    35/buurtweg 21: BEGINNESTRAAT.

    36/buurtweg 22 en 28: WOLFSTRAAT.

    37/buurtweg 23: STEERTSTRAAT.

    38/BRANDELVOETWEG.

    39/buurtweg 24: THEESVOETWEG.

    40/buurtweg 25:OVERZETVOETWEG.

    41/buurtweg 26: KLEINE MOLENVOETWEG.

    42/buurtweg 27: KLEINEN ST.ANNEVOETWEG.

    43/buurtweg 28bis: CORNELIUSVOETWEG.

    44/buurtweg 29: KLEINEN ELLEBOOGVOETWEG.

    45/KLEINEN STEERTVOETWEG.

     

                                   C/ GEMEENTELIJKE STRATEN EN VOETWEGEN (niet gekend op de Atlas der Buurtwegen)

                                   ______________________________________________________________________

                                       

    46/ de plaats voor de Statie : STATIEPLAATS.

    47/ van de Reckemstraat naar de Statieplaats: STATIESTRAAT.

    48/ vanaf de Kortrijkstraat naar de Leiebrug: BISSEGHEMSTRAAT.

    49/vanaf Kerkstraat naar de oude pastorij: PASTORIJSTRAAT.

    50/vanaf Marckestraat naar ijzerweg: KLEINE MARCKESTRAAT.

                         

                                       D/ WEGEN TOEBEHORENDE AAN BIJZONDEREN:

                                       ______________________________________

    zullen in alle geschriften van bestuurlijke aard, de benamingen dragen van

    weg, dreef of laan ; de benamingen van straat en voetweg blijven voorbehouden aan de openbare wegenis.

     

     

        

     

    06-12-2018, 17:41 geschreven door Michel Markenaar

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    26-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE EERSTE LEIEBRUG TUSSEN MARKE EN BISSEGEM

    DE EERSTE LEIEBRUG TUSSEN MARKE EN BISSEGEM –DE NIEUWE STEENWEG VAN BISSEGEM TOT AAN DE ‘ IJZERENPOORT’- HET HERLEGGEN VAN DE STEENWEG VANAF DE ‘IJZERENPOORT’ TOT DE STATIESTRAAT MET VERTAKKING TOT MARKEPLAATS.

    _________________________________________________________________________________________________________

    Op 16 december 1903 besloot het schepencollege van Marke dat er een brug moest komen over de Leie, tussen Marke en Bissegem. Alle mogelijke pogingen werden gedaan om bij de overheid goedkeuring te bekomen.Toch zou het nog een drietal jaren duren vooraleer werk van gemaakt werd.

    Vóór  de bouw van de brug was de verkeerssituatie soms erbarmelijk. De verbinding Marke-Bissegem was toen verzekerd door een 'ponte' (overzet). Harde winters, die soms hoogwater en ook soms ijs bijbrachten , maakten de overzet weliswaar onmogelijk.Nooit kon deze ‘ponte’ door voertuigen (vlas) benuttigd worden. Men geraakte tot zijn bestemming over een brug, door een omweg te maken enerzijds naar Kortrijk en anderzijds naar Lauwe .

    Petrus Desmet (Moen 1862 – Marke 1937) beheerde de overzet. In september 1904 kwam hij van Bissegem om in Marke café ‘De Overzet’ uit te baten. Hij was ook eigenaar van ‘de ponte’. Café ‘De Overzet’ stond tegen de Leie, rechts ,vooraleer men aan de Leiebrug was, als men van Marke kwam . In de volksmond sprak men van de ‘overzet van Piere Smetjes’.

    In beide gemeenten mocht men de belangrijkheid van de vlashandel niet uit het oog verliezen. De vlashandel en de roterijen gevestigd langs beide oevers van de Leie ,waren een bron van rijkdom en welvaart en dienden aangemoedigd en uitgebreid te worden. De brug zou voor de nijverheid in het algemeen een verbetering betekenen, gezien zij de rechtstreekse verbinding zou zijn tussen de baan Kortrijk-Menen en die van Kortrijk-Rijsel (Rekkemsestraat), en bovendien ook die van Kortrijk-Moeskroen-Tourcoing.

    Ons schepencollege steunde op het feit dat sinds 20 jaar de roterijen langs de Leie verdubbeld waren in belangrijkheid en uitgestrektheid.

    Wij nemen eens de gemeenterapporten van 1863 en 1872 onder de loep.

    Voor 1863: “L’industrie linière est des plus importantes pour Marcke. Le rouissage(het roten) s’opère sur une grande échelle. Il procure à l’ouvrier en été un salaire très lucratif. En hiver le teillage(het zwingelen) du lin demande un grand nombre de bras. Le salaire de l’écangueur (zwingelaar) peut être évalué à 2fr. par jour.”

     

    Voor 1872:” Le rouissage du lin prend de l’extension en cette commune d’année en année.”

    De zaak Leiebrug kwam op 27 december 1905 nog eens op het appel. De hogere overheid had die wat opzij geschoven.

    Op 30 maart 1906 werd ingenieur Eugène De Brabandere gemachtigd door het Ministerie van Financies en Openbare Werken om het ontwerp van de brug op te maken. Op 2 april liet hij dat ook weten aan de burgemeesters Baron Emmanuel de Bethune (Gent 1869 – Marke 19 juli 1909) van Marke en Ph. Callens van Bissegem. Na het overlijden van Ph. Callens werd Henri Vantomme op 3 juli 1908 tot burgemeester van Bissegem benoemd.

    Op 28 juli 1906 maakte het college van burgemeester en schepenen bekend dat er op 14 augustus 1906 zou overgegaan worden tot een onderzoek van ‘commodo en incommodo’ aangaande de vraag om de machtiging te bekomen : 1/ voor het bouwen van een brug over de Leie  2/ 1e lot : voor het leggen van een nieuwe weg met kalsijde  ,vanaf de kalsijde van Kortrijk-Rijsel (Rekkemsestraat) tot aan voormelde nieuwe brug door de percelen SA 280c,281b,279,278,277 en 287  en voor Bissegem vanaf de brug tot de dorpsplaats  3/ 2e lot: de restauratie van de kalsijde vanaf de ‘IJzerenpoort’ tot de Statiestraat (Michel Van de Wielestraat) met aftakking tot de dorpsplaats. Het project werd goedgekeurd door de gemeenteraad van Marke op 6 juli 1906 .

    Op 25 juli 1907 gaf de minister van Landbouw, Baron Vanderbruggen, zijn goedkeuring aan het ontwerp voor de te leggen en ‘herleggen’steenweg en het bouwen van een brug, en ook voor de te onteigenen goederen.

    De Provinciale Raad van West-Vlaanderen keurde in zitting van 23 augustus 1907 de plans, het lastenboek, de aanbesteding en de staat van de in te nemen gronden goed. De ontworpen steenweg werd buurtweg van grote gemeenschap verklaard. De aanbesteding voor de werken van de steenweg vanaf de kalsijde Kortrijk-Rijsel tot aan de dorpsplaats van Bissegem werd goedgekeurd door de Bestendige Deputatie op 24 april 1908. De aanbiedingen werden geopend op 10 juli 1908 (zie verder).

     

    Voor de bouw van de brug en het leggen van de nieuwe steenweg tot aan de ‘IJzerenpoort’  moesten Juffrouw Barones Thérèse de Bethune en de Burgerlijke Godshuizen van Kortrijk onteigend worden.

    Van Bissegemse zijde waren er voor de bouw van de brug, hindernissen voor het onteigenen van grond toebehorende aan Mw.Anna Haeck, een rentenierster van Harelbeke. Zij moest 18 a. afleveren, en meteen het grootste deel.

    De kinderen Henri Veys, vlashandelaars  waren vruchtgebruikers van die grond. De roterij was ook eigendom van Mw.Anna Haeck. De gemeente Bissegem vreesde dat Mw. Anna Haeck een te grote vergoeding zou vragen, want de roterij van de kinderen Henri Veys zou fel verminderen in grootte ( zie brief , zonder datum, van burgemeester Bissegem aan burgemeester van Marke).

    Ook de zusters van Noorbeek (Franse dominicanessen), co-eigenaars met Marie-Thérès Desèze moesten ,benevens de Kerkfabriek van Bissegem ,onteigend worden.

    Naast de onteigeningen in Marke werden ook de landgebruikers Petrus Desmet en de landbouwers van de nabijgelegen hoeven We Ghekiere en Vannieuwenhuyse vergoed.

     

    Voor het aanleggen van de steenweg vanaf de Leiebrug tot Bissegemplaats (nu Driekerkenstraat) werden onteigend:

    -brouwerij Tack Kortrijk: land en één huis.

    -kinderen Henri Veys, vlashandel Bissegem: land.

    -Alfons Vanderstichele Gullegem :weide.

    -Mw. Anna Haeck ,Harelbeke en kinderen Henri Veys :land en weide.

    -erfgenamen Julie Chomé Gent: tuin.

    -de kerkfabriek van Bissegem: 3 huizen met tuin en land.

    Mw. Anna Haeck onderging met bijna 6a de grootste onteigening, maar ze was ook de taaiste hindernis, een moeilijke tante.

     

    De aanbiedingen voor het bouwen van de brug werden onder verzegelde omslag op 25 oktober 1906 in het gemeentehuis afgelezen. De burgemeesters van Marke en Bissegem en ingenieur Eugène De Brabandere waren aanwezig. Het lastenkohier werd goedgekeurd door het gemeentebestuur van Marke en Bissegem respectievelijk op 20 mei 1906 en 21 mei 1906.

    De aanbiedingen waren:

    Verbraeck Antwerpen             103.340 fr.

    Prax Maurice Luik                108.000 fr.

    Laroy Edmond Gent               127.000 fr.

    Blaton Armand Schaarbeek

    Directeur ‘S.A.Ciments & Bétons     161.963,02 fr.

    Maurice Prax was gespecialiseerd in de bouw van grote kunstwerken in gewapend beton. Hij had verscheidene grote kunstwerken onder zijn bevoegdheid genomen zoals: de aftakkingsbrug te Luik, de brug over de weg Val Benoît ,de spoorwegbrug van Luik naar Namen en de brug over de Samber te Namen. Naar zijn schrijven was hij concessionaris van het huis ‘Hennebique’, die meer dan 1500 bruggen in gewapend beton bouwde. Het zand voor de mortel en het beton kwamen van Lessen en van de Rijn. De zandstenen en de vloerplaten kwamen van de steengroeven aan de Samber.

    François Hennebique (Neuveille-St.-Vaast 1842 –Parijs 1921) was een Frans bouwkundig ingenieur, gekend als de pionier van het gewapend beton.Hij vestigde zich eind van de jaren 1860 als aannemer in Kortrijk om vervolgens naar Brussel te verhuizen.

    Het dossier werd opgestuurd voor goedkeuring naar de hoofdingenieur-bestuurder van de provinciale dienst van de werken, de heer Arthur Vierendeel.

     

     

    Een brief  gedagtekend 14 januari 1907 van de hand van hoofdingenieur Arthur Vierendeel aan de gouverneur in Brugge,evalueerde het rapport over het project van de brug in gewapend beton ,dat opgestuurd werd door Maurice Prax.

    Volgens ingenieur Vierendeel was Maurice Prax geen concessionaris van het ‘ Systeem Hennebique’  in België. Hij mocht het systeem dus niet gebruiken. Het dossier was zo onvolledig dat Vierendeel onmogelijk een gunstig of ongunstig advies kon geven over het project. Op 20 januari was ons gemeentebestuur al op de hoogte van het onvolledig dossier en moest de ontbrekende elementen rechtstreeks naar de gouverneur sturen (brief van 19 januari 1907).

    Maurice Prax was wel concessionaris van het ‘Systeem Hennebique’, antwoordde ingenieur De Brabandere. Een getekend document door F. Hennebique uit Parijs dd. 24 januari 1907 weerlegde de bewering van Vierendeel: “Je sous signé, F. Hennebique ,ingénieur civil, demeurant à Paris, rue Danton, déclare par la présente que le projet des travaux de construction du pont en béton armé sur la Lys, destiné à relier les communes de Marcke et Bisseghem, présenté par monsieur Maurice Prax et qui a fait l’objet de la soumission, a été dressé,étudié et calculé par moi. Je prends la responsabilité, pour tout ce qui regarde le béton armé, au point de vue des calculs, et plans d’exécution de celui-ci, qui devront être faits par moi. La confection du travail ainsi que les fournitures de tous matériaux et appareils seront faits par monsieur Prax, lequel encourera toutes responsabilités y afférentes.”  Fait à Paris ,le 24 janvier 1907.

     

    Arthur Vierendeel (Leuven1852-Ukkel 1940) was hoofdingenieur-directeur van de Provinciale Technische Dienst van West-Vlaanderen en auteur van ‘Cours de stabilité de construction’(1889) en kon het best wel weten, zou men gedacht hebben .

     

    Het tweede aanbod gedaan door de heer Verbraeck gaf aanleiding tot risico’s nemen : hij had nog nooit een brug vervaardigd in gewapend beton. Voor de theoretische studie van zijn ontwerp aanvaardde hij een jonge afgestudeerde ingenieur zonder ervaring en voor het practische deel een oude werkleider, die nog nooit gelast werd met het toezicht op werken van een brug in gewapend beton. De heer Eugène De Brabandere ,ingenieur van Bruggen en Wegen, gaf de voorkeur aan gewapend beton voor de kunstwerken over de Leie, vooral omdat er geen verf bestond die bestand was om bescherming te bieden aan het metaal. De invretende dampen van het Leiewater waren zeer te duchten voor ijzerwerk.

    Op 26 november 1907 besprak de heer Prax met burgemeester Emmanuel de Bethune en ingenieur De Brabandere in het gemeentehuis van Marke wat nodig was voor de uitvoering van de werken. Dezelfde week nog kwam een bediende van Prax op verkenning.

    In april 1908 werd alle materieel ter plaatse gebracht. Alvorens te beginnen stuurde Prax een bijkomende borgstelling naar  Charles Brasseur (Marke 1854-1942) ,de gemeenteontvanger van Marke (was gemeenteontvanger van 1901 tot 1936).

    De burgemeester verzocht de aannemer om te beginnen op 1 mei 1908. Volgens artikel 7 van het lastenkohier moesten de werken geëindigd zijn op 1 oktober 1908.

    De onteigeningen:

    Barones Thérèse de Bethune deed afstand ten gunste van de gemeente Marke van een streep grond, die moest dienen voor de straat , beginnend vanaf de nieuwe brug.

    Prax had graag aan de werken begonnen, maar de onteigening van de grond langs Bissegemse zijde, van Mw.Anna Haeck uit Harelbeke zat in handen van advocaat Gheysen. Maar het kon, “ door de wederspannigheid van Me. Anna Haeck wel duren tot in juni” zei de advocaat.

    (Brief van secretaris Hendrik Dewilde van Bissegem aan onze burgemeester van 16 april 1908).

    Anna Haeck, rentenierster, was geboren in Harelbeke in 1869 en overleed in 1948. Zij was de laatste draagster van de familienaam Haeck en met haar dood was ‘Haeck’ uitgestorven. Haar vader Arthur Haeck  (Gent 1839 – 1875) was sinds 1869 burgemeester van Destelbergen en was getrouwd met Marie-Thérèse Courtens uit Harelbeke. Niettegenstaande het domicilie in Destelbergen, werden hun 5 kinderen in Harelbeke geboren.

     

    Vertragingen in de gang van zaken dwongen burgemeester Baron Emmanuel de Bethune om te vragen de werken alleszins te beginnen op 1 juni 1908.

    Gezien de moeilijkheden betreffende de onteigening op Bissegems grondgebied, stelde Eugène De Brabandere voor om de werken langs de kant van Marke aan te vangen.

     

    Op het einde van november 1908 was het brugdek al afgewerkt.

    Toch mankeerde iets in het lastenboek . Het lastenkohier schreef geen trappentoegangen  voor vanaf de trakelwegen om op de brug te komen (brief  25 september 1908 van Eugène De Brabandere, die belast was met de leiding van de werken). Dat was echter wel noodzakelijk, wilde men de hellingen met opgebrachte aarde in goede staat houden. Daarbij was het verkeer intens op deze wegen tijdens de zomer.

    De aannemer was akkoord om deze trappen te bouwen in gewapend beton, mits de prijs van 1000fr.elk, zijnde 4000fr. voor de 4 trappen.

    Eugène De Brabandere zond per brief op 18 september 1908 een klacht door naar beide burgemeesters: aannemer Prax ging niet rap genoeg vooruit in zijn werken om op de bepaalde datum gedaan te krijgen zijnde 1 oktober 1908 :” Le personnel de la pose des ferrures travaille avec une grande lenteur.” De ingenieur was zo kwaad dat hij dreigde van niet meer te komen opdagen tijdens de werken. Gelukkig was  Adolf Deryckere (Deerlijk 1857-Marke 1931) (was ook toezichter tijdens de bouw van de kerk in 1900), de toezichter van de werken, zeer kalm van aard, anders had hij nog een hartkwaal kunnen opdoen, vervolgde de ingenieur.

    De reactie van Prax op 21 september 1908 naar beide burgemeesters:” Ingénieur De Brabandere a fait sa constatation à la mise en train du travail de ferraillage; je pense qu’il aurait pu attendre quelques jours, afin de voir le travail en pleine marche avant de donner son appréciation. Car avant d’avoir reçu votre lettre, j’avais déjà pris toutes les mesures pour augmenter le nombre de ferrailleurs par l’adjonction à ceux actuellement occupés de quelques uns de mes meilleurs ouvriers, j’ai également pris mes dispositions pour faire exercer une surveillance spéciale de ce travail. Bref, dans quelques jours , je suis assuré que Mr. De Brabandere modifiera complètement sa manière de voir, au sujet de mon entreprise.”

    Dat nam niet weg dat Prax op 29 september 1908 om voorschotten vroeg, gezien hij niet over alle fondsen beschikte om materiaal aan te kopen.

    In januari 1909 moesten de opritten nog gedaan worden, daartoe liet De Brabandere 9 afgrenzingspalen zetten. Prax beloofde ook dat begin december de ‘rijdekplaat’ gereed zou zijn (brief aan burgemeester Baron François de Bethune 1 december 1909). Voor het maken van de oprit langs Bissegemse zijde, moest flink nog wat opgehoogd worden. Dat is nu nog goed te zien aan de huizen, die in de diepte liggen op de linkerkant in de Driekerkenstraat.

    De vangrails moesten ook nog geplaatst worden. Door een modificatie moesten nieuwe staanders gegoten worden (brief Prax 28 augustus aan de burgemeesters van beide gemeenten).

    Op 10 juli 1908 werden de aanbiedingen geopend voor de onderneming van de uit te voeren werken voor het maken van:  1/ 1e lot : een steenweg vanaf de nieuwe Leiebrug tot aan de ‘Ijzerenpoort’  2/ 2e lot:  het vernieuwen van de steenweg van de ‘Ijzerenpoort’ tot aan de Statiestraat met vertakking tot aan de dorpsplaats. Arrondissementsingenieur A. Vandendriessche van de provinciale dienst was ook aanwezig. Het lastenkohier werd goedgekeurd door de Bestendige Deputatie op 23 augustus 1907.

    Voor het 1e lot: Charles Carette Heule        41.495fr.

                Gebroeders Dewaele Gent     42.962fr.

                Omer Naessens Kortrijk       44.600fr.

                Vanderbeken Kuurne         45.454fr.

    Voor het 2e lot: Vanderbeken Kuurne         51.000fr.

                 Charles Carette             46.700fr.

                 Gebroeders Dewaele Gent     45.851fr.

    Charles Carette werd aannemer verklaard van het 1e lot en de gebroeders Dewaele waren de winnaars van het 2e lot.

     

    In een brief van 27 augustus 1909 aan beide burgemeesters deed Prax zijn beklag over de traagheid van de werken aan de steenweg door aannemer Carette en hij verwachtte ook een definief antwoord van Ingenieur De Brabandere in verband met de vangrails.

    Uiteindelijk kwam de eerste vaste verbinding tussen Marke en Bissegem berijdensklaar in december 1909.

    Het brugdek had een lengte van 34,5m tussen de landhoofden, en een breedte van 9,10m, waarvan 6m voor de verkeersweg en 1,5m vrij voor ieder voetpad. Het wegdek was geplaveid.De brugleuning had een lengte van 47m en bestond uit 106 palen in gewapend beton. Het brugdek vormde een geheel met de boog, waarvan de spits 3,45m hoog was.

    Op 1 augustus 1910 werd de  steenweg van de ‘IJzerenpoort’ tot de Leiebrug ,Bisseghemstraat genaamd . De steenweg liep toen vanaf de Hospitaalweg naar de Leiebrug.In 1973 werd ,met het aanleggen van de RINGLAAN, de Bissegemstraat verlegd naar rechts, zodat hij wat verder in de Markebekestraat begint ; de 6 huizen links voor de brug liggen nog op het oude tracé van de Bissegemstraat. Op 13 maart 1981 veranderde de Bissegemstraat in Overzetweg .

     

    Voor het leggen van de steenweg op Bissegem werd 43.182,30fr. betaald aan Carette en voor het gedeelte van Marke 39.305,86fr.

    Voor het 2e lot  (grondgebied Marke) werd 46.425,45fr. betaald aan de Gebroeders Dewaele uit Gent.

    Aan Prax werd in totaal 116.489,90fr. voor de werken van de Leiebrug betaald.

    Eugène De Brabandere ontving 5220fr. voor ereloon en Adolf Deryckere kreeg 1700fr. voor het toezicht der werken.

    Voor de onteigeningen voor de bouw van de brug werd door Marke 8158,01fr. en door Bissegem 11.462,59fr. betaald.

    Voor de onteigeningen voor de steenweg werd door Marke 4931,09 en door Bissegem 10.720,37fr. betaald.

    Nog verschillende kosten:

    -Henri Vanhoenackere, secretaris in Marke voor zijn uitgaven              31,18fr.

    -                  idem                                       53,58fr.

    -Hendrik Dewilde ,secretaris in Bissegem voor zijn uitgaven                24,69fr.

    -Vanackere, Mussely, Gheysen pleitbezorgers                         949,38fr.

    -Vanackere, advocaat te Kortrijk onkosten en ereloon                   375,00fr.

    -Vandendriessche ,ingenieur ereloon voor het maken van het ontwerp

     voor de steenweg op Bissegem                                   738,57fr.

     voor de steenweg op Marke  1e lot: 722,43fr.

                             2e lot: 787,77fr.                                                                     samen    1510,20fr

    -Vaneenaeme voor toezicht over de werken uitgevoerd aan de steenweg:

                             Bissegem                             351,00fr.

                             Marke                               589,50fr.

                                                        TOTAAL :  4623,10fr.

    Totaal bedrag der uitgaven = 285.298,67fr.

    Met de staatstoelage en de provinciale toelage afgetrokken moesten beide gemeenten samen 132.298,67fr. neerleggen.

    En dan was er de Grote Oorlog!

    Op 15 oktober 1918 werd de brug, die nog geen 9 jaar oud was, door de terugtrekkende Duitsers vernield.

     

    Foto’s:

    1/ Brief van de burgemeester van Bissegem aan de burgemeester van Marke in verband met de

      onteigening van grond eigendom van mevrouw Anna Haeck uit Harelbeke.

    2/ De Leiebrug in 1909. In het midden van de ‘ponte’ veerman Petrus Desmet. De leuningen van

      van de brug moeten nog aangebracht worden.

    3/Document van Maurice Prax.

    4/De kasseien voor de nieuwe steenweg vanaf de brug tot de Plaats van Bissegem in 1909.

    5/De brug in 1909 richting Marke. Rechts is het dak van café ‘De Overzet’ zichtbaar.

    6/ In 1914 richting Bissegem.













    26-10-2018, 00:00 geschreven door Michel Markenaar

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    17-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CAFE 'CHÂLET DU POTTELBERG' POTTELBERG MARKE

    CAFE  'CHÂLET DU POTTELBERG'   POTTELBERG  MARKE

    _____________________________________________

    Het artikel 'Châlet du Pottelberg' op pagina 44 van het boek 'Op en rond de Pottelberg een wijk van mensen' mist wel wat scherptediepte. De  'Châlet', nu restaurant 'Het Vliegend Tapijt' , waarover men schrijft in het boek, werd gebouwd in 1946. De eerste of oude 'Châlet du Pottelberg' was van iets vroeger en stond ook op een andere plaats.

    Hier volgt het verhaal:

    In mei 1932 deed Michel Vanden Bogaerde (Marke 1901-Kortrijk 1973), getrouwd met Germaine Segaert (Kortrijk 1904-1989), een aanvraag om een huis te bouwen, dat zou dienen als café, in de Pottelbergstraat ( sedert 13 maart 1981 Pottelberg). De grond had hij gekocht aan Richard Glorieux, molenaar. Het café werd toen gebouwd op de rechterkant, richting Kortrijk, dat is nu ongeveer ter hoogte van het eerste uitspringend huis, links over de molen. Ik steun hier wel op TOEN  ( de oude baan). De schets hierbij gevoegd zal meer klaarheid scheppen. Het café met doopnaam 'Châlet du Pottelberg' werd neergezet door de gebroeders, aannemers Henri, Aloïs en Ernest Naessens uit Olsene.

    Maar....in zitting van het college van burgemeester en schepenen van Marke op 3 februari 1935 werd beslist over onteigeningen in de Pottelbergstraat, want er was een goedkeuring voor het rechttrekken en verbreden van de baan. Gevolg was dat volgende eigenaars bezwaren opperden: Dr. August Peel  -  Henri Callewaert - verscheidene eigenaars - Richard Glorieux - Omer Vandermeersch - Henri Truffaut en Leon Nuyttens.

    Michel Vanden Bogaerde, die een neus had voor zaken, had tijdig de plannen nagekeken in het gemeentehuis van Marke en zocht ook contact met Picavet uit Brussel, de aannemer van de wegenwerken. De aannemer gaf hem de raad zijn café te verkopen, want...en hier komt het:

    DOOR DE RECHTTREKKING VAN DE BAAN ZOU DE ACHTERKANT VAN HET CAFE DE VOORKANT WORDEN. En VandenBogaerde had geen zin in verbouwingen.

    Jozef Craeynest (Marke 1902-1991), bakker:"De grote baan (Pottelberg) naar Moeskroen werd veranderd  en rechtgetrokken in het jaar 1936. De oude baan passeerde langs de grote boom, die lang aan de groenteschuur stond aan de molen Glorieux.

    Eerst zette Michel Vanden Bogaerde het café 'Châlet du Pottelberg' tussen de molen en café 'De Korenbloem'. De'Châlet' werd gebombardeerd in 40-45. Daarna kocht hij de reke van de 'Lion d'Or' en zette er de nieuwe 'Châlet du Pottelberg'."

    Nog op het einde van 1934 verkocht hij het café aan Henri Truffaut uit Kortrijk, die volgens zoon Roger Vanden Bogaerde niet wist wat door de rechttrekking zou gebeuren.

    Henri Truffaut verhuurde onmiddellijk het café aan Charles Dumortier-Marie Mestdagh, die er ook café-restaurant van maakte. Café-restaurant 'Châlet du Pottelberg' werd getroffen door de bombardementen van 10 mei 1944 en werd nooit meer heropgebouwd.

    Nog vóór zijn verkoop aan Truffaut, kocht Vanden Bogaerde café ' De Keizer' aan Cyriel De Brabandere. Hij hield daar ook het café open tot in 1946-47. Hij veranderde meteen het logo in 'Au Pré Vert'.

    In 1946 kocht Michel Vanden Bogaerde het gebouw dat vroeger café  'Au Lion d'Or' was aan de brouwerij Tack in Kortrijk. Hij liet het gebouw afbreken en zette er in de plaats de nieuwe 'Châlet du Pottelberg'. Aannemer Albert Herpoel uit Rollegem voerde de bouwwerken uit en Jean Roose uit Marke was de architect.

    Op de schets is ook te zien  dat, vóór de rechttrekking van de baan ,café 'Au Lion d'Or' op de linkerkant van de baan, richting Kortrijk,stond.

    Michel Vanden Bogaerde hield café de 'Châlet' open tot in 1960, daarna verpachtte hij het aan Gaston Six, die het uitbaatte tot in 1984.

    In februari 1985 verkocht hij de 'Châlet', en men maakte er restaurant 'Het Genoegen' van. Tegenwoordig is het restaurant 'Het Vliegend Tapijt'.

    1/ De oude 'Châlet du Pottelberg' in 1934:

        v.l.n.r.: Remi Dhaene-Hespeel - Dedecker (carrossier uit Moeskroen)- Michel Vanden Bogaerde - Germaine Segaert - XXX

    2/ Postkaart 1938 : de oude 'Châlet du Pottelberg'. Het is duidelijk te zien dat, na de rechttrekking, de achterkant de voorkant werd. 

    3/ 'Châlet du Pottelberg' in 1974.

    4/ Uit de Poppkaart rond 1840.

    5/ Approximatieve schets ter verduidelijking. Het nieuwe tracé in het groen.

    Archief Marke - persoonlijk archief en gegevens  Roger Vanden Bogaerde (Kortrijk 1928-2010), zoon van Michel.











    17-09-2018, 00:00 geschreven door Michel Markenaar

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    06-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.'DE LUSTIGE ROOKERS' MARKE 1912.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    'DE LUSTIGE ROOKERS' MARKE 1912.

    ______________________________

    Foto genomen op de achterkoer van café 'In de Nieuwe Wandeling', uitgebaat door Felix Declercq, in de Kleine Pontestraat. Deze 'puipesociëteit' zoals men die toen noemde werd gesticht in dat zelfde café. Het betrof hier geen officiële stichting met statuten.

    Er was noch bestuur, noch boekhouding.

    De stuwende krachten achter de vereniging waren Gustaaf Debooserie en Ernest Casteele.

    Gesticht in 1911 was de 'puipesociëteit' geen lang leven beschoren....tot in 1914 bij het uitbreken van de oorlog.

    Iedereen bezat dezelfde pijp. Men moest ze propvol oproken. Wie de langste tijd kon roken zonder dat ze uitdoofde was winnaar. De pijp mocht niet uitdoven en dan weer aangestoken worden.

    OP DE FOTO:  Jozef Declercq (zoon van Felix)    Joseph Steelandt   Edmond Verplaetse   X   Jan Desmet

                       Julien Vandenbuerie    Maurice Levecque   Aloïs Steelandt    ? Dekyvere

      Constant Coussens  Georges Vanderplancke    Ernest Casteele  Gustaaf Debooserie  Achiel Vandesonneville  Remi Garemyn  Achiel Declercq

    06-09-2018, 20:04 geschreven door Michel Markenaar

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    25-08-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GESCHIEDENIS VAN DE SCHUTTERSGILDE SINT-BARBARA VANAF 20e EEUW TOT 1979.

    DE GESCHIEDENIS VAN DE SCHUTTERSGILDE SINT-BARBARA VANAF BEGIN 20e EEUW TOT     1979.

    _________________________________________________________________________________

    Het betreft hier een vervolg op het artikel 'De Geschiedenis van de Schuttersgilde Sint-Barbara tot het Einde van de 19e eeuw’. Het gaat hier voornamelijk over wapenfeiten genoteerd in het tweede gildeboek. Ik had graag de laatste gildeboeken willen inkijken, die in handen zijn van de gewezen voorzitter ,doch bij mijn aanvraag kreeg ik maar een flegmatiek antwoord. Maar,ja, ik moet roeien met de riemen die ik heb!

    Bijgevolg heb ik 1979 genomen als einde van mijn verhaal, omdat op 1 mei van dat jaar een automatische schietstand werd geopend. Dat mag wel beschouwd worden als het laatste belangrijk historisch ‘hoogtepunt’ in de geschiedenis van de schuttersgilde.

    De schuttersgilde legde de wapens neer in september 2010, toen het contract met de karabijnschutters werd opgezegd. De meeste leden sloten zich achteraf aan bij Sint-Barbara Gullegem, anderen maakten zich lid in Zwevegem. De gilde had laatst haar schietstand in de Marktstraat achter haar lokaal ,café ‘De Reisduif’.

    Op 14 juni 1900 nam de gilde deel aan de plechtige installatie van Baron Emmanuel de Bethune tot burgemeester van Marke.

    Op 12 mei 1901 werd na een hevige strijd de koningsvogel afgeschoten door burgemeester Baron Emmanuel de Bethune.

    De hoofdmannen waren toen: Polydoor Lepere – Charles Vandorpe – Maurice Glorieux (zoon van Constant en Adelaïde Van Belleghem)– Cyriel De Brabandere .

    Jules Moreels was schatbewaarder en Henri Vanhoenackere (gemeentesecretaris) greffier.

    Op zondag 17 mei 1903 deed het niets anders dan stortregenen en werd Baron Emmanuel zonder schieten tot koning uitgeroepen. Hij werd dan ‘dobbelen koning’. Op maandag 8 juni volgde de koninklijke prijsschieting. Ieder jaar werd na de koningsschieting de koninklijke prijsschieting gehouden….en dat gezegd om niet telkens in herhaling te vallen.

    Tot 5 mei 1907 werd niets bijzonders genoteerd. Toen werd de koningsvogel, na 6 jaar ‘koningsschap’ van Baron Emmanuel de Bethune, door Leopold Vandenberghe, timmerman te Marke, neergehaald.

    In 1909 werd in algemene vergadering besloten dat de koningsvogel jaarlijks zou geschoten worden, in plaats van ieder 2 jaar. Dus moest jaarlijks koningsgeld betaald worden.

    Op zondag 23 mei 1909 werd Achiel Theys, vlashandelaar en gebuur van het lokaal, toen café ‘Maison de Commerce’ , (in de Marktstraat) tot koning gelauwerd.

    Op 19 juli 1909 overleed burgemeester Baron Emmanuel de Bethune. Hij was 40 jaar erevoorzitter van de gilde.

    Rouw werd in 1910 omgezet in vreugde. Om zoveel mogelijk het verlies te herstellen, aanvaardde Baron François de Bethune, broer van Emmanuel, na het ambt van burgemeester aanvaard te hebben , ook dat van erevoorzitter van de gilde. Baron François gaf op 18 september een bijzondere prijsschieting , met een waarde van 80fr.

    Op 21 mei 1911 werd veldwachter Aloïs Brasseur koning.

    In 1912 werd geen koningsvogelschieting en ook geen koninklijke prijsschieting gegeven.

    Op 4 mei 1913 werd Georges Vanhoenackere, schrijnwerker te Marke, koning.

    Op 24 mei 1914 werd Bruno Cagnie, slachter in de Markekerkstraat, koning.

    Ten gevolge van de oorlog 1914-18 moesten onze gildebroeders terug hun schietoefeningen stopzetten. De Duitse bezetter had alle wapens opgeëist, bijgevolg werden die van de gilde ook ingeleverd.

    Het vaandel en de oude koningsketen bleven gaaf. Baron François de Bethune had de koningsketen veilig in zijn brandkoffer geborgen. De kentekens bestonden nog, maar Sint-Barbara scheen dood. In 1919 had een lid , met name Oscar Vandenberghe ,al gepoogd om de gilde nieuw leven in te blazen.Hij had al met Jerome Ostyn en oude liefhebbers gesproken , …maar tevergeefs.

    Op zondag 30 april 1922 bij de inhuldiging van Cyriel De Brabandere als burgemeester waren toch enkele oude leden met vaandel present. Ze schonken hem een bloemtuil.

     

    In 1923 werden alle onmogelijke pogingen gedaan om de gilde te herstellen. En men gelukte er in. Teneinde de maatschappij vaste voet te geven werd een bestuur gekozen:

    Baron François de Bethune: erevoorzitter.

    Cyriel De Brabandere, burgemeester: voorzitter.

    Jules Moreels: schatbewaarder.

    Raadsleden: Georges Vanhoenackere – Achiel Theys – Edmond Verhaege( lokaalhouder) – Theophiel Cagnie.

    Jerome Ostyn : schrijver.

    Maar het belangrijkste ontbrak nog: de WAPENS. Er werden dus nieuwe wapens gekocht, door toedoen van Jerome Ostyn, die de karabijnen een na een aankocht. De gildebroeders waren weer strijdvaardig en de gilde kende weer zijn voordien gekende bloei.

    Op 9 september 1923 werd deelgenomen aan de stoet ter gelegenheid van de onthulling van het oorlogsmonument.

    Op 14 oktober 1923 had de eerste naoorlogse koningsschieting plaats. Die werd de avond ervoor door kanongeschut aangekondigd. Theophiel Cagnie, koning sinds 1914, hernieuwde zijn koningstitel. Volgens traditie mocht de koning de 3 eerste scheuten lossen. “Met de koningsketen versierd werd met vaandel voorop en tamboer aan het hoofd een stoet gevormd en werd bij de leden schutters en herbergiers een glas gedronken.” Eens terug in het lokaal werd hem de erewijn aangeboden “Leve de Koning”.

    Op 2 december 1923 was er een ‘witschieting’

    De kas van de gilde was ziek. Oorzaken waren de onkosten voor herstel van het doel en de aankoop van karabijnen. Maar oorlogsschade bracht redding. Men had toen al 82 leden.

    Op Beloken Pasen (27 april) 1924 had een grote witschieting plaats. Het zou ook de laatste niet zijn.

    In 1924 kende de gilde een hoogtepunt : Philemond Chanterie werd als 100e lid ingeschreven. Het werd tevens gevierd en het feest werd aangekondigd door kanonschoten. Er was ook een stoet met de aanwezigheid van de fanfare Sint-Jan. De schuttersgilde kende toen een onnoembare bloei, want op het einde 1924, telde ze al 116 leden.

    Godfried Foulon, met bijnaam ‘broere van de Ko of verkort broere’ werd als gildeknecht  gekozen. Godfried woonde met zijn ouders in café ‘De Ko’, in de Kleine Pontestraat. Na hun overlijden ging hij wonen aan ‘Speels Kave’(zwingelarij) in de Preshoekstraat.

    Op 10 en 17 augustus 1924 ging een goed peloton schutters Marke vertegenwoordigen op schietingen in Hulste en Izegem. En daar zou het niet bij blijven.

    Op 24 augustus 1924 schoot Gerard Deveugele zich tot koning.

    Op 4 december 1924 gaf Jerome Ostyn zijn plaats van schrijver door aan zijn broer Alfons, terwijl hij zelf de taak van schatbewaarder aanvaardde.

    Wij schrijven 12 december 1924 : de maatschappij ‘Schuttersgilde Sint-Barbara’ wordt koninklijk benoemd. Het is de eerste Markse maatschappij, die zich koninklijk mocht noemen. Het feest had plaats op 26 april 1925. De groepsfoto die toen in het lokaal hing en in mijn bezit is dateert van die dag (werd mij overhandigd door Roger Slosse, baas van café ‘De Reisduif’). In het lokaal werden medaillons verkocht, die door ieder lid moesten gedragen worden. In de namiddag werd aan de Markebeke een stoet gevormd met aan het hoofd de fanfare Sint-Jan. De gilden van Izegem, Hulste en groepen liefhebbers uit Gullegem en Bissegem liepen mee langs de bevlagde straten. Alle tegenwoordige gilden hadden hun vaandel mee, echte kunststukken, die gezien hun ouderdom velen boeiden. De koningen van voornoemde gilden droegen fier het oude sieraad of koningsteken. Na de welkomsgroet greep de witschieting plaats. Het werd een hardnekkige schietpartij waaraan de beste schutters van Izegem, Hulste en Marke deelnamen. ’s Avonds volgde een smakelijk banket.

    Er volgde een inschrijving voor aankoop van nieuwe moderne wapens . Er werd als tombola een karabijn Bayard verloot tussen allen die minimum 5fr. inschreven (113). De karabijn werd bij loting toegewezen aan Ferdinand Glorieux.

    Op 15 augustus 1925 werd Jerome Ostyn koning.

    Vanaf september 1925 werd ter gelegenheid van Marke-kermis jaarlijks een grote prijsschieting gehouden.

    Op 16 mei 1926 werd Jerome Ostyn voor de 2e maal koning: ‘dobbelen koning’.

    Op 13 juni 1926 werd Emile Vandenweghe gevierd als 50 jaar lid.

    In 1926 bracht timmerman Leopold Vandenberghe de nodige veranderingen aan het lokaal, want sinds lange tijd klaagden de schutters over de gebrekkige beschutting tegen onguur weer.

    In 1927 werd Jerome Ostyn voor de derde keer koning en bijgevolg als keizer gelauwerd, dat was sinds meer dan 50 jaar niet meer gebeurd, verzekerde Emile Vandenweghe. Daar het regelment echter wil dat er jaarlijks een koning is, zo werd de schieting voortgezet. Dit jaar werd een nieuwe regeling ingevoerd, namelijk dat alle aanwezige leden mochten schieten naar de koningsvogel. Het was niet meer wie het eerst de koningsvogel afschoot, maar wel wie er het langst de vogel zou kunnen afschieten. Omer Courcelles, uit Moeskroen, werd koning.

    In 1927 kwam een nieuwe stand op 12 m. uitgevoerd door lid Gerard Leman, aannemer.

    In april 1927 werd door het huis ‘Sauveur’ een nieuwe loop op de karabijn geplaatst.

    Op 12 april 1928 werd in Izegem deelgenomen met vaandel aan de begrafenis van Evarist Wittouck (+7 april 1928) gewezen pastoor van Marke.

    Op 13 mei 1928 werd Albert Van Overschelde tot pastoor benoemd in Marke.

    Ter gelegenheid van het gouwfeest van de turners ‘Voor Outer en Heerd’ op 17 juni 1928 schonken de schutters een beker.

    Er werd op 13 augustus 1928 deelgenomen aan de blijde intrede van de echtelingen Baron Jean de Bethune- de Vinck.

    In 1928 werd Arthur Verhaege koning.

    Om overtollig drukwerk te besparen besloot men een algemene lijst van de schietingen uit te hangen in het lokaal en een bord uit te hangen aan de kerk om de schietingen kenbaar te maken.

    In 1929 gaf Alfons Ostyn zijn ontslag als schrijver en Arseen Delcour nam zijn plaats in op 3 mei 1929.

    Op 13 augustus 1929 werd Arthur Delporte koning. Albert Deveugele werd gildeknecht benoemd in plaats van Edmond Fillieux die naar Moeskroen verhuisd was. Fillieux was de opvolger Godfried Foulon .

    In 1930 werd in Luik tijdens de wereldtentoonstelling deelgenomen aan de vaandeloptocht. De schutters kwamen teleurgesteld terug, want ze moesten zich tevreden stellen met een gedenkpenning.

    Georges Vanhoenackere werd koning gekroond.

    In 1931 moest Georges Vanhoenackere zijn titel verdedigen tegen vijf schutters. Gezien de magere opkomst werd de koningsschieting uitgesteld. De zeventienjarige André Ockier werd koning.

    In 1932 werd de zeventienjarige André Ockier weer koning.

    Cyriel Brasseur, ingekomen in 1882 was in 1932 50 jaar lid, maar wilde niet gevierd worden.

    In 1932 werd een tweede cible geplaatst. Arthur Maenhout zorgde voor de stenen en Joseph Glorieux voor het cement.

    In 1933 was het weer de beurt aan André Ockier, die keizer werd. Medard Deconinck uit Kortrijk werd koning .

    In 1934 was Medard Deconinck weer koning.

    In 1935 werd door tussenkomst van Barones Thérèse de Bethune het vaandel hersteld. Baron Jean de Bethune schonk een nieuwe vaandelstok en een prachtige valies om het vaandel in te bergen.

    Het regelment wilde dat er jaarlijks een koning benoemd werd: de nieuwe koning was Achiel Ostyn.

    In 1935 wist Medard Deconinck zich weer tot koning te kronen en was bijgevolg keizer.

    Het gildeboek doet een sprong van 33 jaar. Spijtig genoeg noteerde men sinds 1936 geen enkele inschrijving. Ik weet alleen dat er een nieuw regelment werd uitgevaardigd.Geen enkel teken van leven aangaande de werking van de Sint-Barbaragilde werd geboekt. Mogen we spreken van verzuim of nalatigheid. In ieder geval zaten de oorlogsjaren er ook voor een deel tussen. Men moest steunen op de herinneringen van de oudste leden. Doch het resultaat hiervan was  dat sommige verhalen zeer vaag waren en er maar zeldzame inlichtingen naar voor kwamen.

    1935-36 was ook het jaar van een nieuwe lokaaluitbater: Georges Delcroix- Elisa Vanrobaeys (dochter van café ‘In de Keizer’) . Het logo van het café veranderde toen ook in ‘Het Schuttershof’. Volgens Georges paste de naam beter, omdat twee schuttersverenigingen er hun lokaal hadden : ‘de karabijnschutters Sint-Barbara’ en de boogschutters ‘De Liggende Wip’.

    Toch werd in 1937-38-39-48-49-50 tot 1966 geschoten, dat getuigen uitslagen van wedstrijden die men terugvond.

    Café ‘Het Schuttershof’ werd op 14 mei 1943 gebombardeerd en de schietoefeningen werden stopgezet.

    Robertine Delrue, weduwe Achiel Ostyn:

    Tijdens de oorlog 40-45 moesten de wapens ingeleverd worden. Doch de meeste schutters, in Marke althans staken zelf hun wapen weg. Er warden er ook gestolen door de Duitsers en zelfs door particulieren.

    De Koningsketting , het vaandel, en het oude gildeboek werden door iemand in veiligheid gebracht en daarna teruggegeven.

    Ook het koperwerk moest ingeleverd worden. Georges Delcroix vond het niet beter dan alle bekers in een zak te gieten en te geven voor koper.”

    Roger Slosse (Marke 1912- Kortrijk 2000):

    “Op 01/09/1939 ging café “De Reisduif” open. Ik kwam dus met mijn ouders van café “De Handboog” ,ik trouwde met Maria Vlieghe en gingen dan in het nieuwgebouwd café “De Reisduif” wonen .Mijn ouders gingen mee .We zijn weggegaan uit “De Reisduif” op 15/11/1963.We werden opgevolgd door Etienne Van Iseghem-Scholten.

    De karabijnschutters kwamen erin in 1948, nadat hun lokaal “Het Schuttershof” gebombardeerd was.”

     

    Vóór 1940 bestond in de gilde een ereraad en een werkend bestuur. In 1948 maakten deel uit van de ereraad:

    Cyriel Vandermeersch

    Aloïs Brasseur

    Richard Glorieux

    Arthur Maenhout

    Joseph Glorieux

    Theophiel Cagnie

    Het werkend bestuur was samengesteld als volgt:

    Alfons Ostyn

    Alphonse Vandeghinste

    Omer Supply

    Gabriël Verhaege

    Jan Debuyser

    Marcel Jacques en Deveugele Gerard.

    Op 19 november 1966 werd in algemene vergadering een nieuw bestuur gekozen:

    Erevoorzitter:Baron Jean de Bethune

    Voorzitter Arthur Verhaege

    Ondervoorzitter : Anger Meersman

    Leden: Luc Clement-Werner Defever – Frans Declercq – Koenraad Dejonckheere – André Rosseel – Gabriël Verhaege.

    Op aandringen bleef de post van schrijver en schatbewaarder open…men weet niet waarom.

    Algemene vergadering van 5 november 1967:

    Erevoorzitter Baron Jean de Bethune schonk een royale gift van 15.000fr. voor de nieuwe stand. De totale kost beliep 31.655fr.

    Op de bestuursvergadering van 20 juli 1968 besloot men om het gebruikelijk geldelijk voorschot ,ingesteld sinds enkele jaren , ten voordele van de koning voor de aankopen van de koninklijke prijs te vervangen door een gedenkplaat of schaal, als blijvende herinnering van het konings- of keizersschap.

    Sinds vele jaren werd op 2e Paasdag de klassieke eierschieting gehouden.

    Er bestond ook een kampioenschap verbondschietingen – schuttersgilden West-Vlaanderen.Hier wil ik Werner Defever vernoemen, die kampioen was in 1953-1957-1958-1960 en in 1969 samen met Frans Declercq.

    In het kampioenschap van België op 12m, wist Bernard Dessauvage (uit Frankrijk), lid in Marke, zich als 2e te klasseren in de 1e kategorie, doch werd niet opgenomen in de rangschikking omdat hij de Franse nationaliteit bezat.

    Frans Declercq was koning in 1953- 1957 (zie foto) -1958 en 1967.

     

    In 1968 werd Anger Meersman koning.

    In 1969 Koenraad Dejonckheere koning.

    In 1970 Bernard Dessauvage.

    In 1971 Frans Declercq.

    Op 12 juni 1971 werd Baron Emmanuel de Bethune aangesteld als burgemeester.

    In 1971 was Arthur Verhaege 50 jaar schutter, maar die hield niet van vieringen! Dat jaar gaf Arthur zijn ontslag als algemene voorzitter van het verbond van schuttersgilden –West-Vlaanderen gezien zijn gevorderde ouderdom. Arthur ,geboren in Bellegem in 1891 overleed in Kortrijk op 20 juli 1980. Anekdote : volgens zijn wil werden geen rouwberichten en bidprentjes gedrukt. Op zijn sterfbed verwittigde hij ook de pastoor om niet te veel te ‘zeveren’rond zijn persoon. Pastoor Joris Vandenberghe volgde zijn wil.

    In 1972 werd Koenraad Dejonckheere koning en in 1973 Gabriël Verhaege.

    In 1974 noteerden we het ontslag van Achiel Ostyn, sinds 1956 secretaris en penningmeester en 51 jaar werkend lid van de gilde. Rudy Vandemeulebroucke werd koning.

    In 1975 werd Gabriël Verhaege koning. Hij was al voor de derde keer koning.

    In 1975 werd Lucien Segers voorzitter in opvolging van Arthur Verhaege. Men stelde toen voor Arthur Verhaege erevoorzitter te benoemen, doch Arthur was er niet voor te vinden, te meer omdat Baron Emmanuel de Bethune al erevoorzitter was. Naar zijn mening was één erevoorzitter meer dan genoeg. Men gooide het over een andere boeg en ter gelegenheid  van zijn 85e verjaardag in 1976 werd de schietstand ‘ STAND ARTHUR VERHAEGE’ genoemd.

     

    Op voorstel van secretaris Jerome Ostyn en voorzitter Arthur Verhaege, werd na de eerste wereldoorlog, een verbond gesticht tussen de schuttersmaatschappijen: Marke-Kortrijk-Izegem-Gullegem-Vichte-Wervik-Beveren-Leie – Heule en Kuurne. Ook Komen en Meulebeke maakten een zekere tijd deel uit van het verbond. Er werd jaarlijks een fel betwiste intercommunale wedstrijd gehouden.

     

    UITTREKSEL UIT DE TOESPRAAK VAN VOORZITTER LUCIEN SEGERS BIJ DE OPENING VAN DE AUTOMATISCHE SCHIETSTAND  OP 1 MEI 1979.

    ___________________________________________________________________________

    Tot nog toe moest men het scorebord met een manivelle naar zich toe halen om het behaalde resultaat te zien. Nu zou alles automatisch, wil zeggen motorisch gebeuren.

    “Vandaag 1 mei 1979 een historische dag voor de Koninklijke Karabijnschutters Sint-Barbara te Marke. Gesticht omstreeks 1752 met het doel de toenmalige gemeenten te verdedigen, tegen mogelijke aanvallers of overvallers, waren de schuttersverenigingen in deze gemeente een even grote noodzaak als op heden de brandweer, de politiekorpsen of rijkswacht in de verschillende steden en gemeenten. Ook hier bleef de tijd niet stilstaan,als gevolg van de grote en snelle evolutie van de maatschappij, verdwenen stilaan de zeer talrijke schuttersverenigingen, terwijl het andere deel beleef bestaan en op het sportieve vlak zijn verder bestaan kon verrechtvaardigen.

    Wat de Koninklijke Schuttersgilde Sint-Barbara Marke betreft, deze vereniging bezit een rijk verleden, daarvan getuigen de talrijke prijzen die in clubverband konden worden bijeengebracht.Het verslagboek een der oudste nog intact, evenals de clubvlag doen ons denken aan een roemvol verleden. Dit alles was mogelijk door de onverdroten ijver der verscheidene besturen sinds het oprichen van de maatschappij. Voor ons echter staat het als een paal boven water, dat onze karabijnschutters zeker zouden verdwenen zijn, ware het niet geweest door de vernieuwde ijver en het doorzettingsvermogen van onze, alom gekende en gewaardeerde 89 jarige, gewezen voorzitter Arthur Verhaege, die in goede en kwade dagen , de vereniging wist in stand te houden. Het is dan ook normaal dat we vandaag hier in deze zaal in aanwezigheid van zoveel mensen graag openlijk hulde brengen aan de pionier van de schuttersvereniging.

    De tijd staat echter niet stil. Nadat de schutters van Kuurne als een der eersten een automatische stand hadden ingericht, volgden weldra de anderen één voor één. Marke werd de voorlaatste club die zich een automatische stand zou inrichten. Na lange discussies in de verscheidene bestuursvergaderingen werd dan eindelijk besloten de stap te wagen. Deze automatisatie is het werk van een bestuur en haar leden, die van aanpakken wisten en de meeste tegenslagen werden overwonnen en dit vooral, en niemand zal het mij tegenspreken door de inzet en de ideeën van twee van onze mensen, die hun technische kennis in dienst van de club hebben gesteld. Ik vernoem hier zeer graag en dank hen van harte: Ronny Braem en José Catteeuw. Ook de anderen, die hebben gezorgd voor het onderhoud, het schilderwerk, de veiligheid en zoveel zaken meer waren teamwork.

    Deze automatisatie kon echter niet tot stand worden gebracht, zonder en dank zij de financiële medewerking van verscheidene personen en firma’s. Ook hier een speciaal woord van dank aan Arthur Verhaege, firma Vandewiele en zoveel anderen die wensen onbekend te blijven……….”

     

    Dan nog een woordje Frans voor de clubleden van Moeskroen in Marke. Hulde werd gebracht aan Bernard Ducatteeuw, keizer ( koning 1976-1977 en 1978) uit Moeskroen en lid in Marke.

    “ Heer schepen (Antoon Sansen), mag ik u thans vragen de automatische standen in werking te stellen. Aan allen dank.”

    De bestuursleden in 1980:

    Erevoorzitter: Baron Emmanuel de Bethune.

    Voorzitter: Lucien Segers.

    Secretaris en schatbewaarder: Gabriël Verhaege

    Ondervoorzitter: Anger Meersman.

    Bestuursleden: Willy Missiaen-José Catteeuw-Ronny Braems-Luc Rosseel –Fernand Vandemeulebroucke –Rudy Vandemeulebroucke- Koenraad Dejonckheere-Bernard Ducatteeuw.

    FOTO’S:

    1/ Café ‘De Reisduif’ nagenoeg 62 jaar het lokaal van de karabijnschutters Sint-Barbara.

    2/ Arthur Verhaege in 1979 (foto Roger Faillie).

    3/ In 1925 ter gelegenheid van de koninklijke benoeming van de schuttersgilde.

    4/ Witschieting 28 september 1924.

    5/ Vóór de schietstand in 1957, met links Frans Declercq.

    6/ De schietstand ‘Arthur Verhaeghe’(foto Roger Faillie).

    7/ 1979 : links Arthur Verhaege en rechts Gabriël Verhaege (foto Roger Faillie)

     

     

     

     

     

     















    25-08-2018, 19:50 geschreven door Michel Markenaar

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    30-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE MECANICIEN VAN OBLT.KURT WOLFF VAN JASTA 11.

    DE MECANICIEN VAN OBLT. KURT WOLFF VAN JASTA 11.
    _____________________________________________
    Hermann Lohmeyer was de vliegtuigmecanicien bij Oberleutnant Kurt Wolff. Na zijn leertijd in Drepholz als blikslager en installateur, kwam hij op 21 november 1916 aan bij de Fliegersatzabteilung 5 in Hannover. Kort daarna werd hij tot vliegtuigmecanicien opgeleid. Begin 1917 kwam hij terecht bij de Jasta 11, die toen in de omgeving van Douai-Arras gestationeerd was.Op dat ogenblik was Manfred von Richthofen de Staffelführer. Van daar ging het eerst naar Harelbeke (Flugplatz Harelbeke), vervolgens naar Marke (Flugplatz Markebeke).
    In juli 1917 crashte Leutnant Kurt Wolff met zijn Albatros D III tussen de rails op de spoorweg tussen Kortrijk en Marke. Op 12 september 1917 werd hij tot Oberleutnant bevorderd.
    Op 11 juli 1917 kreeg Kurt Wolff een kogel door de hand en werd verzorgd in het Lazarett 76 ( Sint-Niklaas Kortrijk). Hij lag er in dezelfde kamer als Manfred von Richthofen, die getroffen werd op 6 juli in het achterhoofd.
    Op 15 september werd Oberleutnant Kurt Wolff ten noorden van Wervik neergeschoten in zijn driedekker F1/102, die totaal vernield was. Hij had 33 overwinningen op zijn palmares . De resten van het toestel, het lijk en de motor werden op een kleine vrachtwagen weggebracht. Op 18 september 1917 werd het stoffelijk overschot van de Sint- Jozefkerk (Karmelieten), waar de begrafenisdienst plaats had, overgebracht via het station van Kortrijk, richting Memel (Duitsland) in noord-oost Pruisen.
    Hermann Lohmeyer was na de dood van Oberleutnant Kurt Wolff mecanicien bij Leutnant Eberhardt Mohnicke van Jasta 11, die 9 overwinningen op zijn actief had. Later was hij nog werkzaam bij andere piloten.
    Foto’s:
    -1978 in Wittmundhafen JG 71 : v.l.n.r. Hermann Lohmeyer- Christoffers en Georg von der Osten (Jasta 11) , Richard Kraut (Jasta 4) bovenaan.
    -het gecrashte vliegtuig van Kurt Wolff , toen nog Leutnant ,op de spoorweg tussen Kortrijk en Marke.









    30-06-2018, 18:40 geschreven door Michel Markenaar

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    14-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE VLASBAZENBOND IN MARKE.

                                De  Vlasbazenbond in Marke

                    _________________________

    “Als het vlas ging, alles ging”: een uitdrukking die vroeger dikwijls uit de volksmond te horen was.

    Onze eerste stationschef, August Vanderbauwede ( Moeskroen 1864-Marke 1941) , een Waal, dacht daar anders over en  zei wel eens “de vlas de vier (vuur) mag erin’, als een vlashandelaar een wagon verhandelde  op het goederenstation.

    Wel, er  kwam nooit ‘vier’ bij te pas…..want de sporen van de zo belangrijke vlasnijverheid, die gedurende enkele eeuwen, aan honderden werk verschafte, zijn vanzelf gewist. Industrieel erfgoed dat net zoals onze pannenfabriek , onze weverij (NV De Witte-Visage) en onze brouwerij (De Brabandere) niet aan de tijd kon weerstaan.

    Het roten van het vlas in de Leie nam toe in de 18e eeuw . In de 19e eeuw kreeg de Leie de bijnaam ‘The Golden River’.

    Wat betekende de vlasindustrie voor de arbeidersstand. Niemand kon het beter uiteenzetten dan Félix Bethune, burgemeester van Kortrijk:”…het vlas was een bron van inkomsten voor het land dat het cultiveert, een broodwinning voor de arbeider die het bewerkt, een rente voor de vlasfabrikant die het laat bewerken en tenslotte een winstgevende zaak voor de handelaar die het verkoopt en uitvoert.” (‘De Houding van het Parlement ten opzichte van de Vlascrisis in Kortrijk (1830-1850) Marèse Vriens ).

    Vlasbewerking, gekoppeld aan landbouw, en spinnen en weven vormden destijds het voornaamste bedrijfsinkomen van onze landlieden. Begin 19e eeuw zaaiden de meeste landbouwers vlas. Die laatsten lagen aan de basis van de roterijen langs de Leie. Het spinnen was meestal vrouwenwerk: men telde 225 spinsters op de gemeente op 1526 inwoners in 1816. Er waren 40 linnenwevers. Spinnen en weven waren winterwerk. Rond 1830 waren, omwille van de kritieke toestand, de weefstoelen tot de helft verminderd. De vlasindustrie ging trapsgewijze te niet. De textielthuisnijverheid stortte ineen door een heftige landbouwcrisis. In 1843 bereikte de armoede haar hoogtepunt. Het Bureel van Weldadigheid moest dringend ingrijpen. In Marke ontbrak het niet aan pogingen om de armoede wat te verzachten. Maar men zou het over een andere boeg moeten gooien.

    Uit een gemeenterapport van 1846 vernemen we :”Industrie linière presque totalement abandonnée. Filage et tissage sont les métiers ordinaires à Marcke.”

    In 1848 :”Industrie linière: ruine de cette industrie..”

    In 1860 :” De vlashandelaars langs de Leie hebben grote verliezen gekend door de overstroming van november 1860. Nog enkelen houden zich bezig met het spinnen , niettegenstaande de teloorgang van de vlasnijverheid.”

     

    Sedert onheuglijke tijden kende men hier de zeer gunstige rooteigenschappen van het Leiewater. De weefstoelen en spinnewielen ruimden  weldra de plaats in voor een nieuwe nijverheid, de vlasvezelbereiding, die de welstand en de welvaart van ons volk  verzekerde. Talrijke vlaswerkers, ‘Leiewerkers’ en zwingelaars kwamen zich hier vestigen tussen 1860 en 1880.

    De levensomstandigheden verbeterden merkelijk vanaf 1861-62. Een gemeenterapport van toen luidde: “Honderden roten en zwingelen.” Het rootbedrijf deed de bevolking aangroeien. Men mag 1862 aanzien als de start van de ‘industriële revolutie’ in Marke. De levensomstandigheden verbeterden merkelijk, gevolg van de toename van de Leieroterijen. Onze gemeente kende toen ook een ware expansie: in 1861 : 1595 inwoners , in 1880 : 1808 , in 1890: 2075 en in 1900 : 2502. De weverij De Witte-Visage stond er sedert 1897 en de pannenfabriek van Marke werd gesticht in 1899.

    Een rapport van 1863:” De vlasindustrie is de belangrijkste te Marke. Zij schenkt aan de vlaswerkers , tijdens de zomer een luxueus loon. Tijdens de winter wordt het vlas gesorteerd, hetgeen veel handenarbeid vraagt.”

    In 1856 werd een nieuwe kasseiweg gedecreteerd: de weg Kortrijk-Rekkem. Aannemer Tacquenier uit Lessen beëindigde de werken in 1860. In 1876 voorzagen de gebroeders Louis en Alexander Vergracht uit Zwevegem de Kerkdreef en in 1879 de Plaats en de Hellestraat van een kasseidek. In 1885 werd de Markestraat door Raymond Lommens uit Zwevegem bestraat.

     

    In een minimum van jaren was het een en al hekken dat men in de Leie zag.

     

    In een lijst gedateerd 22 januari 1866 vinden we volgende vlashandelaars:

    -Eduard Pycarelle  - Pierre Steenhuyse  - Marcellin Van Belleghem – Victor Vandewiele – Severin D’Hespeel – Pierre Leveugle ( 2 werknemers)-  Petrus Schoore – François Descamps – Kinderen Benoit D’Hespeel – Louis D’Hespeel – Jean François Dumortier – François Dupont – Désiré Herman – Constantin Holvoet.

    De eerste stoommachines in Marke:

    -Petrus Schoore  13 juni 1867 (vlaszwingelarij)

    -Benoit D’Hespeel 1872 (vlaszwingelarij)

    -Ferdinand Vanneste 31 december 1874 (vlaszwingelarij)

    -Frederic Dekimpe 17 juli 1875 (vlaszwingelarij)

    -Augustin Claerhout 15 december 1876 (steenbakker)

    -Leo Callewaert 1883 (vlaszwingelarij)

    -Marcellin Brasseur 13 januari 1889 (vlaszwingelarij)

    -Emile Vanneste 10 november 1889 (molenaar)

    -Polydoor Benoot 20 april 1890 (smidse)

    -Constant Glorieux 1897 (vlaszwingelarij)

    Roterijbazen in die tijd waren Joannes Slosse (vader van pastoor Slosse) , hoeve Coopman– François Van Belleghem, het gebied tussen de Aardweg tot over de Koedreef( 10 werknemers) – Amatus Van Belleghem-Vanneste, hoeve Bekaert op de Markebeke ( 10 werknemers) – Jean François Dumortier ,achter het kasteel de Bethune ( 2 werknemers).

    In 1869 zou Edouard Pycarelle een roterijbedrijf uitbaten, gelegen vanaf de Leiebrug tot aan de Aardweg.

     

    Oscar Dendooven (Marke 1902 – 1986) :”Het vlas  werd begin de 20e eeuw twee maal geroot. Het twee maal gerote vlas was het schoonste vlas. Men sprak dan van ‘rote’ en ‘herrote.’

    1/ eerste rote: april tot begin mei. Het water was nog niet warm genoeg. Men liet het dan 6 à 10 dagen roten. Na de eerste rote werd het vlas in schelven gezet langs de Leie.

    2/ tweede rote: juli-augustus.Het water was warmer en de rote was beter. Na die rote werd het in kapellen gezet om te drogen. Maar na het kapellen werd het eerst in mijten gezet. Daarna ging het op de wagen naar de schuur. In de winter werd het gezwingeld.”

     

    Vroeger gebeurde het zwingelen met het handzwingelmes en betekende dat zwaar handwerk. Daarna ontstond de trap-sterremolen (met de voeten trappen en terzelfder tijd zwingelen)

    Eén zwingelmolen had 12 zeilen of zwingels.

    Men sprak dan van een vlaszwingelarij van X aantal planken.

    Een vlaszwingelarij van 10 planken was een fabriek waar 10 man kon staan , dus had de vlaszwingelarij 10 zwingelmolens.

     

    In het laatste kwart van de 19e eeuw werden de sterremolens met stoom bewogen, daarna met elektrische motor. En na 14-18 kwamen de zwingelmachines (zwingelturbines) te voorschijn.

    De laatste Leieroterijen in Marke:

    -René Vannieuwenhuyse (landbouwer)

    -Gustaaf Coopman (landbouwer)

    -Arthur Delcour (landbouwer)

    -Henri Lambrecht (landbouwer)

    -de kinderen Verspaille (landbouwers)

    -René Delabie (landbouwer)

    -Achilles Desmet

    -Aimé Bekaert (landbouwer)

    Voor Marke was 1932 het laatste jaar van het Leieroten. Aan de hoeve Bekaert lagen dat jaar nog een 15-tal hekkens. Alle landbouwers die de oevers van de Leie bewoonden in Marke verhuurden hekkens. Door een K.B. van 1939 was het officieel verboden om te roten in de Leie.

    Hier in Marke zagen enkele warmwaterroterijen het daglicht, waardoor de Leie als rootkoningin onttroond en verlaten werd:

    -Frans De Brabandere in de Aardweg in 1927

    -Georges Wyseur aan het huidig sportstadion in 1929

    -Jules Holvoet in de Kalvariestraat in 1929

    -René Vannieuwenhuyse in de Hospitaalweg in 1938. Die werd afgebroken voor de verbreding van de spoorweg in 1949. In 1952 werd een nieuwe roterij gebouwd ter hoogte van de huidige burelen van de A.C.V.K.

     

    Na de grote stakingen van 1911 ,gelanceerd door de  vlasarbeiders-bonden, beseften de vlaspatroons dat zij moesten samenspannen  om front te kunnen vormen tegen de groeiende macht van de arbeidersbewegingen. De eerste wereldoorlog zou immers alle activiteiten verlammen.

    In 1919 stichtten E.H. Achiel Jonckheere, onderpastoor te Wevelgem en Honoré De Gryse, vlaspatroon , de eerste vlasbond in Wevelgem. Al vlug werden contacten gelegd met vlassers uit de omliggende gemeenten opdat ze op hun beurt een vlasbond zouden uit de grond stampen. Een centraal bestuur werd gevormd en de vlasbazenbond was een feit.

    De vlasbazenbond in Marke werd gesticht rond 1924. De juiste datum is niet bekend. Bij de overstroming van 1 mei 1925 werd een schadeclaim ingediend bij de vlasbazenbond van Marke door Cyrille Ameye, Leo Gheysen, Camiel Vanhalst, Eduard Vanfleteren en Petrus Desmet, die met 11.500fr. de grootste schade had .

    Het bestuur einde jaren ’30 :

    _______________________

     Marcel Desmedt (Marke 1915-1996)“De eerste voorzitter was ‘de Rosten Delcour’(Henri Delcour-Vanhoutte) en de ondervoorzitter was  ‘de Zwarten Delcour’ (Henri Delcour-Declercq).

    Alle gemeenten hadden dergelijke afdeling. De zetel was in de middenstand te Kortrijk. De voorzitter was Honoré De Gryse, de secretaris was Laurense en de proost deken Achiel Jonckheere. Het ABV (Algemeen Belgisch Vlasverbond) komt daar van voort.”

    Voorzitter  :  Omer Vanhoenacker

    Ondervoorzitter :   Georges Wyseur

    Schrijver :  Marcel Desmedt

    Bestuursleden:  Gerard Holvoet – René Desmedt – Oscar Vanhoenacker.

    Gerard Holvoet werd in 1958 gekozen tot voorzitter van het A.B.V. ( Het Algemeen Belgisch Vlasverbond).

    De leden die aangesloten waren :

    ____________________________

    1/ Gebroeders Vanhoenacker  (Omer en Oscar)                     

    2/ Gebroeders Flamen (Omer en Gerard)

    3/ Gebroeders Lefever (Arthur en Maurice)

    4/ René Desmedt

    5/ Gebroeders Wyseur (Georges en Frans)

    6/ Gebroeders Holvoet  ( Gerard en Pol)

    7/ Alfons Josson

    8/ Achiel Desmet

    9/ Alidor Decock

    10/ August Ostyn

    11/ Camiel Vandewiele

    12/ Jerome Vandenweghe

    13/ Henri Vanneste

    14/ Camiel Fiévé

    15/ Néothère Ameye

    16/ Paul Verrue

    17/  Richard Vanneste

    18/ Jules Dekimpe

    19/ Medard Dendoncker

    20/ Aloïs Lefever

    21/ Jean Maelfait

    22/ Alfons Coopman

    23/ Remi Delabie

    24/ Gerard Brasseur

    25/ Jerome Van Essche

    26/ Achiel  Theys

    27/ Remi Decraene

    28/Camiel Dumortier

    29/ Julien Buyck

    30/ Joseph Decraemer

    31/ Hyppoliet Ameye

    32/ Nestor Delcour

    33/ Cyrille Ameye

    34/ Alfons Steenkiste

    35/ Leopold Verrue

    36/ Henri Delcour – Vanhoutte

    37/ Victor Maelfait

    38/ Achiel Vlieghe

    Bijna de helft van de bestaande vlassers in Marke was geen lid van de vlasbazenbond:

    ______________________________________________________

    1/ Ignaas Ameye

    2/ Achiel Nuttin

    3/ Paul Vandenberghe

    4/ Achiel Fiévé

    5/ Gustaaf Coopman

    6/ Cyriel Missiaen

    7/ Nestor Vanruymbeke

    8/ René Deweerdt

    9/ Emiel Vanhalst

    10/ Gebroeders Vlieghe

    11/ Aloïs Ostyn

    12/ Robert Callens

    13/ Gustaaf Decock

    14/ Michel Chanterie

    15/ Jules Chanterie

    16/ Albert Cagnie

    17/ Remi Vandenbossche

    18/ Alfons Verspaille

    19/ Richard Verrue

    20/ Jerome Vanlandeghem

    21/ Jules Ameye

    22/ Jerome Vanneste

    23/ Maurice Vandewoestyne

    24/ Paul Vandebuerie

    25/ Georges Kesteloot

    26/ Jules Vanhoutte

    27/ René Vannieuwenhuyse

    28/ Cyriel Desmet

     

    Kort na de tweede wereldoorlog werd een einde gemaakt aan het bestaan van de vlasbazenbond in Marke.

     

    -foto van 1910/ De vlaswerkers van Henri Delcour-Declercq ( met bolhoed) op de koer van de vlasfabriek in de Rekkemsestraat:

    Van boven naar onder, van links naar rechts: Leopold Verrue- Marcel Delcour(kind) –‘vuurmaker’ Deschamps – Gentiel Libbrecht – Achiel Verrue –Richard Vercaemer- Cyrille Vinckier –Louis Nuttin –Achiel Vandesonneville – X –Gustaaf Breye – Nestor Delcour – Richard Verrue-X-X-X-X-X- Jules Verrue – xDesmet – René Vandesonneville – X-X- Bruno Verborgh –x Vandesonneville.

    -foto begin de jaren '30 van de vlasroterij van de gebroeders Pol en Gérard Holvoet in de Kalvariestraat. Achteraf sedert einde de jaren '60 Boekbinderij Delabie & Co.

    -2 foto's van de vlaschaard van de gebroeders Pol en Gérard Holvoet op het einde van de jaren '60. Ze stopten hun vlashandel in 1971.

     

     

     

     

     

     

     

                               









    14-06-2018, 15:06 geschreven door Michel Markenaar

    Reageer (1)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    28-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HOOG BEZOEK BIJ LEUTNANT WERNER VOSS LEIDER VAN JASTA 10.

    HOOG BEZOEK BIJ LEUTNANT WERNER VOSS LEIDER VAN JASTA 10
    __________________________________________________________

    Op 31 augustus 1917 kwamen rijkskanselier Georg Michaelis en generaal Friedrich Sixt von Armin ,opperbevelhebber van de 4.Armee, een bezoek brengen op de Markebeke om de demonstratievluchten van de nieuwe Fokker F1 of Dr.1 bij te wonen.
    Halverwege september kreeg Jasta 10 het bezoek van Aartshertog Carl Albrechts van Oostenrijk (Pula 1888 – Ostervik bij Stockholm 1951) een artillerie-kolonel (Wikipedia).
    We zien hier de Oostenrijkse aartshertog in gezelschap van Leutnant Werner Voss in de Marktstraat voorbij ‘De Wittens’ reke ‘ wandelen in de richting van Markeplaats ( foto).
    De volgende foto werd genomen op de Markebeke op dezelfde dag, na de 47e overwinning van Werner Voss. 2e van links is Werner Voss, rechts ernaast de Oostenrijker en rechts Hauptmann Helmut Wilberg (Berlijn 1880- 1941 bij Dresden), Kommandeur der Flieger van de 4.Armee. Tijdens de 2e wereldoorlog was die laatste General der Flieger. Hij verloor het leven in een vliegtuigcrash in november 1941, toen hij op weg was naar de begrafenis van Generalleutnant Ernst Udet (Frankfurt 1896-Berlijn 1941). Ernst Udet werd in maart 1918 bevorderd tot leider van de Jasta 11 door Manfred von Richthofen. Na de dood van Manfred von Richthofen nam hij de leiding van Jasta 4. Hij had 62 overwinningen op zijn actief.
    Leutnant Werner Voss werd neergeschoten met zijn nieuwe Fokker driedekker – na 48 overwinningen - op 23 september 1917, en viel neer in een veld dicht bij Langemark. Naar het schijnt zou hij begraven geweest zijn in een bommentrechter.
    Zijn naam prijkt nu op een paneel op het Kameradengrab (massagraf) in Langemark.

    Derde foto : Werner Voss en de Oostenrijkse aartshertog in gesprek met ernaast Hauptmann Helmut Wilberg ,naast de nieuwe driedekker.
    Met dank aan mijn broer Roger.







    28-05-2018, 15:47 geschreven door Michel Markenaar

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    25-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE MECANICIEN VAN MANFRED VON RICHTHOFEN.

    De Mecanicien van Manfred von Richthofen

    ____________________________________

    Foto genomen in 1917 op de Markebeke . Op de achtergrond bemerkt men de schuur en het huis van Polydoor Lepere (Marke 1850-1914) , vlashandelaar en kleermaker . Vóór de oorlog hield Polydoor er café "Hendrik Conscience”open . Polydoor en zijn vrouw Elodie Verschuere (Deerlijk 1850- Marke 1915) hadden geen kinderen .

    Adolf Gomar Verschuere (Deerlijk 1891), zoon van Petrus, een broer van Elodie, en van Marie-Louise Dick ,was voorbestemd als opvolger van Polydoor en Elodie, doch sneuvelde als soldaat van het 2e Linieregiment in Montpellier (Fr.) op 17 maart 1917.Hij had zijn domicilie in Marke en daarom staat zijn naam gegraveerd op het oorlogsmonument .In 1919 werd het complex via de rechtbank verkocht aan vlashandelaar Jerome Vandenweghe (Marke 1891- Wevelgem 1979).

    Bertha Dick ,een jongere zus van Marie-Louise trouwde met Modest Tollenaere. Ze gingen in Oostakker wonen. Uit dat huwelijk werd de bekende Reimond ( Oostakker 1909- Kopcy 1942) geboren.

    Holzapfel, Richthofens mecanicien, zit hier op de romp van een Engelse driedekker van Naval Sqdn No.10, die door de Jasta 11, met leider Freiherr Manfred von Richthofen, buitgemaakt werd. Boven het dak van het huis Lepere is de hoge schoorsteen nog te zien van de vlaszwingelarij. Links bemerkt men het laag dak van de nu nog bestaande schuur.

    Foto einde jaren ’70 van vorige eeuw met het huis en de schuur .Het dakvenster is ook  gebleven.





    25-04-2018, 21:00 geschreven door Michel Markenaar

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (6 Stemmen)
    Archief per week
  • 25/02-03/03 2019
  • 03/12-09/12 2018
  • 22/10-28/10 2018
  • 17/09-23/09 2018
  • 03/09-09/09 2018
  • 20/08-26/08 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 28/05-03/06 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 27/11-03/12 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!