De stad van Elsschot
Wij blijven onze doelstelling getrouw tussendoor te berichten over enig cultureel reilen en zeilen. Wat niet eenvoudig is, want we weten dat in het wereldje van de creatieve geesten het vooringenomen denken primeert. Links markeert de pas waarin de gemeenschap de afgrond indondert, de bende van Cirque du Soleil loopt joelend voor en de bejaarde Jef Geeraerts bekent eindelijk zijn liefde aan de bijna demente Claus, terwijl Veerle strontlazarus op Paarse Petrik roept voor de inzegening van het huwelijk. Ja, ja, James Ensor zou hier weer een mooi onderwerp kunnen over penselen.
In de maand mei zal Antwerpen allerlei initiatieven ontwikkelen in verband met Willem Elsschot. Ik heb het over hem gehad op 12 maart met "Willem Elsschot was een socialist". Niet alle bezoekers of lezers van deze blog reageren schriftelijk via de "ook uw gedacht"-weg maar geven de voorkeur aan een persoonlijk bericht. Dat was ook nu het geval en ik copieer wat de anonieme lezer ons vertelde :
Nauwelijks de avond tevoren op antenne gegaan op een van de Nederlandse zenders of de dag daaropvolgend stond uw commentaar reeds op uw log. En hoe! Met de nodige nagels met koppen. Natuurlijk was Elsschot geen socialist. Elsschot was politiek absoluut voor geen enkel gat te vangen. Hij had eenvoudig een uitgesproken rechtvaardigheidsgevoel – dat is de rode draad die door heel zijn oeuvre loopt – en of men dat nu spijtig vindt of niet, dat liet zich in geen enkele ideologie of wat ook inkapselen.
Knap toch dat u het zo opneemt voor onze grote Vlaamse schrijver.(dat is dan weer de zoveelste gelijkenis tussen ons). Ik verzamel al zo’n veertig jaar krantenuitknipsels allerhande over hem en zijn toenmalige entourage. Het eerste boek dat ik van hem ongeveer veertig jaar geleden las was Het Pensioen Onmiddellijk was ik verkocht. Enkele dagen later kocht ik op de Antwerpse Groenplaats zijn Verzameld Werk. En dat lees ik en blijf het herlezen. Volgens mijn bescheiden mening staat Elsschot in Vlaanderen op eenzame hoogte. Spijtig wel dat zijn oeuvre zo beperkt is. Wel is het zo dat hij met zijn schrijfsels bij wijze van spreken niet verder geraakt dan zijn achtertuin. Vandaar dat tegenstanders meesmuilend spreken van “de schrijver van de spruitjeslucht” . En ja, een Louis Paul Boon ging breder, uit zijn werk bleek meer sociaal engagement. Walschap deed dan weer veel stof opwaaien door de breuk met zijn geloof, een voor die tijd revolutionaire daad. Omstandigheden die tot gevolg hadden dat beiden –en dit doet geen afbreuk aan hun verdiensten – naar mijn gevoel wel een beetje hoger aangeschreven staan dan hun op grond van hun intrinsieke kwaliteiten toekomt. Elsschot had dan weer bepaalde oorlogsomstandigheden tegen. De uitspraak “I like Ike zijn laik in het slaik” kwam uit zijn mond. Maar er was vooral dat fameuze Borms-gedicht dat hem de das omdeed. Het leidde ertoe dat zijn beste vrienden en kennissen hem de rug toedraaiden en dat hij zijn laatste levensluik in diepe verbittering sleet. .
Wat hebben socialisten toch met Elsschot? Het genootschap bestaat intussen als ik goed kan tellen zes jaar, de eerste gastspreker was rode Patrick Janssens, om het ideologische evenwicht te bewaren deed men het jaar daarop beroep op de tsjeef Mark Eyskens, volgde dan een zoektocht onder de vooraanstaande VLD’ers waar niemand enige affiniteit met Elsschot bleek te hebben (ik vermoed dat Karel De Gucht, een notoire Elsschot-minaar, niet beschikbaar was), waarop men dan maar besloot de liberaal Frits Bolkestein uit Nederland te laten overkomen. Blijkbaar zonder het verhoopte succes, want het volgende jaar werd het Louis Tobback, opgevolgd door zijn partijgenoot strafpleiter Piet Van Eeckhout en de laatste keer dus Steve Stevaert.
Tegen een muur van mijn bureel (of wat daar voor moet doorgaan, want veel stelt het niet voor) hangt een vergeeld exemplaar van Het Huwelijk. Het werd gepubliceerd in 1910. Elsschot was toen nauwelijks 28 jaar. Grote vraag blijft hoe het mogelijk is dat iemand op die leeftijd dergelijk nu niet bepaald van levensblijheid getuigend gedicht schreef. Het antwoord schijnt te liggen in het standenverschil. Fine zou volgens bepaalde bronnen een dienstmeisje zijn geweest in de bakkerswinkel van zijn ouders op de De Keyserlei m.a.w. het zou om een mésalliance gaan.
Nog een kleine wetenswaardigheid: de niet zo echt deftig in de oren klinkende Schele van de Wiele (niet die van de Strangers) is van de hand van studentwildebras Willem Elsschot (al wordt dit door sommigen de laatste tijd dan weer betwist)
Ik kan over deze man blijven vertellen.
Samen met deze overtuigde Elsschotfan hopen wij dat de vieringen niet zullen ontaarden in politieke kapingen door Slaapmans Janssens & C°. Probeer het eens zonder anderen voor je kar te spannen, zeker als zij geen verhaal meer hebben.
Ray












1 reactie op dit bericht
postbus X
Het moet fijn zijn om deze post te ontvangen van een echte bezieler en dat je in gedachten niet alleen staat en dat je weet dat er nog meer mensen je blogje lezen .
mvg