
Op 26-02-07 heb ook ik meneer de minister president Leterme aangeschreven:
Geachte heer Leterme,
Betreft uw oproep omtrent ideeën voor een warmere samenleving en uw ‘opdracht het maatschappelijk debat over het evenwicht tussen rechten en plichten, over normen en waarden gaande te houden.’
Ik ben aangenaam verrast dat er eindelijk terug openlijk mag gesproken worden over normen en waarden, over rechten maar vooral dan ook over plichten wat u hier zeer terecht verwoordt:
“Was het niet bon ton tegen normen en waarden te zijn, want stonden die de vrijheid niet in de weg? Inmiddels weten we: de plichten komen niet vanzelf met de rechten.”
Terecht kunnen we het normen- en waardedebat, het rechten- en plichtenverhaal niet blijven vermijden.
Mijn tip naar u toe is:
Laat ons terug fier (te mogen) zijn.
Trots over onze opvoeding, cultuur, geschiedenis en afkomst.
Trots om wie en wat we zijn.
Trots om Vlaming, Europeaan, Westerling te zijn.
Trots omwille van de rechten die wij doorheen de geschiedenis hebben verworven.
Trots omwille van de plicht die we tegenover onze rechten hoog in het vaandel voeren.
De morele plicht om respect te hebben voor anderen, zowel op ideologisch vlak als op vlak van kleur, ras of afkomst, maar ook dezelfde fierheid aan de dag leggen om respect te eisen van diezelfde anderen.
Staat u me toe nog enkele bedenkingen te maken.
U schrijft:
“Daarom moeten we samen werk maken van een samenleving waarin fatsoen, beleefdheid en respect weer de toon aangeven. Fatsoensregels maken het leven aangenaam. De mensen willen een warmhartige samenleving waarin ze elkaar groeten en niet elkaar wegduwen, waarin ze elkaar een hand geven en niet handgemeen worden.”
Nochtans heb ik u noch iemand van uw partij gehoord toen:
- Leen Demaré, VRT-presentatrice, volgende uitspraak deed:
"Als ik weet dat iemand op het Belang stemt, spreek ik daar niet meer tegen. Hier in de buurt kwam iemand op voor het Vlaams Belang. Sinds ik dat weet, zeg ik geen goedendag meer. Zoveel domheid kan ik gewoon niet verdragen." (Het Volk, 13-01-07)
- Toen Koen Fillet, VRT-presentator, volgende uitspraak deed:
“Ik heb Annemans ooit op het perron zien staan in Berchem. Vlakbij de sporen. Ik heb me toen ingehouden” (Libelle 06-11-03 op de vraag: “Wat is de gemiste kans in je leven geweest?)
- Toen Chris Duchausoit, tiens ook al een VRT-medewerker, volgende uitspraak deed na de moord op Pim Fortuyn:
“One down, twenty to go”
Ik neem aan, geachte heer Leterme, dat u hier nog nooit van gehoord had. Bij deze is dit rechtgezet. Opmerkelijk haatzaaiende en tot geweld aanzettende uitspraken die eigenaardig genoeg niet het minst gevolg hadden voor de verkondigers ervan, wegens hun respect?
Allen publieke figuren van de Openbare Omroep door belastinggelden betaald.
U schrijft:
“Geweld begint als we de ander niet meer zien als onze naaste, als de gelijkwaardige mens 'naast ons', maar als de vreemde tegenover ons. Op dat moment valt het respect weg. Want respect vertrekt van het gegeven dat elke mens evenwaardig is, dat niet ik het centrum van de wereld ben, dat wij samen de wereld opbouwen. Wanneer het respect verdwijnt, wordt de medemens een 'tegenmens', een potentiële concurrent die desgevallend uitgeschakeld kan worden: economisch uit de markt geduwd, sociaal uit de groep gezet, psychologisch klein gemaakt… Waarom dan ook niet fysiek geliquideerd?”
Waarom voel ik mij door deze alinea zo sterk aangesproken?
Als bedrogen CVP-kiezer ben ik uiteindelijk een Vlaams Belangkiezer geworden.
Sindsdien wordt mij alle waardering, waardigheid en respect ontzegd net als de mandatarissen en kandidaten die voor “mijn” partij opkomen.
Gelukkig, voor mij, niet persoonlijk.
Mijn vrienden, buren en familieleden waarderen mij nog evenzeer als toen ik nog geen mestkever was. Alleen door partijvoorzitters, “democratische” verkozenen, ministers en andere vakbondsbazen word ik “behandeld” als het vuil van de straat.
Niettemin is dit voor mij psychologisch lastig om mee te leven.
U schrijft in een antwoord, wat ik las op het internet, op een van de vele mails die u ontving:
“Geachte Heer,
Dank voor uw mail. Ik wil er u op wijzen dat de kiezers van het Vlaams Belang vertegenwoordigd zijn in het federale parlement en het Vlaams Parlement. In een democratie is er altijd een meerderheid en een minderheid. Het staat elke partij vrij coalities te vormen met wie ze wil. Zolang het Vlaams Belang uitsluiting predikt op basis van ras en kleur, wil ik met die partij niet besturen.
Met vriendelijke groeten,
Yves Leterme.”
In het programma van het VB staat nergens dat mensen uitgesloten worden.
Waarom zegt u zoiets?
Het VB staat wel kritisch tegenover de multiculturele samenleving zoals deze op ons wordt losgelaten zonder enige begeleiding.
Zoals het er nu voorstaat, geachte heer Leterme, bent u diegene die uitsluit, ook de vroeger Christen democraten.
In de overtuiging van uw aandacht en benieuwd naar uw antwoord,
Teken ik hoogachtend,
En dat is de verhelderende uitleg van meneer Leterme op mijn schrijven:
Beste,
Dank voor uw mail. De citaten van de omroepmensen waren me niet bekend. Ik zal in elk geval nooit nalaten te spreken tegen een Belang-kiezer, laat staat hem of haar een mestkever te noemen. Als politicus blijf ik het programma van die partij echter verwerpen omdat het de gelijkwaardigheid van alle mensen – een grondbeginsel van de christendemocratie – niet aanvaardt.
Met vriendelijke groeten,
Yves Leterme
Toch een klein commentaarke:
1- Zou hij dat nu echt menen dat hij van toeten of blazen wist van die uitspraken, de leugenaar?
2- Moet ik hem nu wéér aanschrijven om te vragen om zijn stelling – dat het Vlaams Belang de gelijkwaardigheid van alle mensen niet onderschrijft – te staven met bewijzen?
Erik