Setúbal...

En… onderweg naar Cabo Espichel kwamen wij natuurlijk langs Setúbal, waar wij na een lunch volgende beelden schoten… Wij komen er zeker terug…
O espaço designado para uma alma lusitana… De aangewezen plek voor een Lusitaanse ziel…
Setúbal...
En… onderweg naar Cabo Espichel kwamen wij natuurlijk langs Setúbal, waar wij na een lunch volgende beelden schoten… Wij komen er zeker terug…
Cabo Espichel...
Costa de Lisboa
Sesimbra
Klik op de kaart om te vergroten
De ‘Cabo Espichel’ is een kaap of klif, aan de Portugese Atlantische kust ten westen van de stad Setúbal, waarop zich een vuurtoren (gebouwd in 1790) en een bedevaartsoord bevinden. De kaap is het zuidelijke punt van de trechter van de Taagmondng. De tegenhanger aan de noordzijde is de "Cabo Roca" (zie vorig bericht).
Het “Santuário de Nossa Senhora da Pedra Mua” bestaat uit een laat 17-eeuwse kerk, met zijn rug naar de zee; twee lange pelgrimsverblijven aan weerskanten van de kerk vormen een open binnenplaats; erachter staat een kapel betegeld met met witte en blauwe azulejos die het vissersleven verbeelden, deze zijn echter zwaar beschadigd.
In de 13de eeuw werd dit een geliefd bedevaartsoord nadat een dorpsbewoner een visioen had gehad van de Maagd Maria die op een muilezel uit zee oprees.
Voor mensen die er meer willen over weten en het Portugees machtig zijn… volg deze link naar Wiki… klik HIER!
Cabo da Roca...Cabo da Roca is een 140 meter hoge kaap die het meest westelijke punt van Portugal en tevens het meest westelijke punt van het vasteland van Europa vormt. De Romeinen noemde de kaap 'Promontorium Magnum'. De kaap, zo'n 30 kilometer ten westen van Lissabon, uitmondend in de Atlantische Oceaan, ligt op 38°47 noorderbreedte en 9°30 westerlengte.
Op de kaap staat een stenen bouwsel met daarop een plaquette die het meest westelijke punt van het vasteland van Europa markeert. Op de plaquette definieert de dichter Luís de Camões de kaap als
Sou um guardador de rebanhos - Alberto Caeiro - Pessoa...
Geen echte fado, maar een gedicht van Alberto Caeiro (één van de heteroniemen van Pessoa) op muziek gezet door Vasco Martins en gezongen door Bévinda, een prachtige Frans-Portugese fadista met een warme stem.
Om de soms opvallende gelijkenis tussen het Frans en het Portugees aan te tonen, heb ik van het gedicht zowel de Nederlandse als de Franse vertaling overgenomen.
Geniet maar… klik hiervoor op de foto's...
IX
Sou um guardador de rebanhos.
Pensar numa flor é vê-la e cheirá-la
Por isso quando num dia de calor
De Franse vertaling komt uit het bijhorend boekje van de cd “Bévinda - pessoa em pessoas”.
De Nederlandse vertaling is van August Willemsen, uit het boek “De hoeder van kudden” Alberto Caeiro (Fernando Pesso).
“De varkenshoeder” - Olieverf op doek (74 x 93 cm)
Paul Gaugin (1848-1903) schilderde dit doek in 1888.
Het bevindt zich in de Los Angeles County Museum of Art.
Os devaneios...aqueles que sonham de dia sabem muitas coisas que escapam àqueles que só sonham de noite
degenen die overdag dromen, zijn zich van vele dingen bewust, die ontsnappen aan diegenen die 's nachts dromen
Edgar Allan Poe
Parque Eduardo VII...Het grootste park van Lissabon is genoemd naar koning Edward VII van Engeland, die in 1902 naar Lissabon kwam om de Portugees-Britse vriendschap te onderstrepen. Het loopt van de Praça Marquês de Pombal heuvelopwaarts tot het uitzichtpunt.
Middenin de Praça Marquês de Pombal staat het voorname monument voor Marquês de Pombal dat in 1934 werd onthuld. Deze staatsman heerste over Portugal van 1750 tot 1777. Hij staat bovenop een zuil, de hand op een leeuw (symbool voor macht) en de ogen gericht op de Baixa, waarvan de bouw door hem werd uitgedacht en geleid na de aardbeving en tsunami in 1755 . De voet van het monument is opgesierd met allegorische voorstellingen van de door De Pombal doorgevoerde hervormingen op het gebied van politiek, onderwijs en landbouw. De gevreesde, dynamische staatsman leidde het land de eeuw der verlichting in.
In de noordwesthoek van het park ligt de jungle-achtige Estufia Fria (koude kas), waar exotische planten, beekjes en watervallen een oase in de stad vormen. In de Estufia Fria groeien de palmen door het bamboedak heen.
Het uitzichtpunt ligt noordelijk en wordt ingenomen door het 'Monumento ao 25 de Abril'(zie ook bericht hieronder: Parque Eduardo VII - Vista do Monumento ao 25 de Abril).
Bron: Lissabon - Capitool reisgidsen - pag.75
Parque Eduardo VII: Vista do Monumento ao 25 de Abril
Sequência sobre as Divas do Fado Novo - o episódio 1: Ana Sofia Varela
De traan
Vervuld van pijn
vol ellende ga ik slapen
en met nog meer smart
met nog meer leed word ik wakker
in mijn hart
blijft nog het gevoel intens van u te houden
Wanhoop
voor mijn wanhoop
vind ik in mezelf de straf.
Verdwijn, wanhoop
ik zeg u dat ik u niet wil
en ‘s nachts
en ‘s nachts droom ik van u
Als ik bedenk
dat ik op een dag moet sterven
als de wanhoop komt
omdat ik u niet meer zie
spreid ik mijn sjaal op de grond
en slaap zachtjes in
Als ik zou weten dat terwijl ik stierf
gij voor mij één traan zou laten
weet gij voor deze ene traan
kon ik van geluk in vrede sterven
Vertaling: Dirk Lambrechts - Fado, De tranen van de Taag, pag. 125
Lágrima
Letra: Amália Rodrigues
Cheia de penas
Cheia de penas, me deito
E com mais penas
Com mas penas me levanto
No meu peito
Já me ficou no meu peito
Este jeito
O jeito de te querer tanto
Desespero
Tenho por meu desespero
Dentro de mim, o castigo
Não te quero
Eu digo, que não te quero
E de noite
A noite, sonho contigo
Se considero
Que um dia, hei-de morrer
O desespero
Que tenho de te não ver
Estendo o meu xaile
Estendo o meu xaile, no chão
Estendo o meu xaile
E deixo-me adormecer
Se eu soubesse
Se eu soubesse, que morrendo
Tu me havias
Tu me havias, de chorar
Uma lagrima
Por uma lágrima tua
Que alegria me deixaria matar
Ana Sofia Varela is 30 jaar oud, zij werd geboren in Lissabon, maar groeide op in Serpa (Alentejo) het platteland, waar zij een aantal jaren verbleef tot zij terugkeerde naar de stad.
Als 10-jarige had ze haar eerste contact met Fado toen ze luisterde naar de platen van Amália. Wanneer ze 14 was begon ze Amália’s fado’s te zingen op Fado-nachten in Serpa, op scholen en in clubs. Later trad zij op met lokale fadistas.
De uitnodiging om te zingen in de fadohuizen van Lissabon vond plaats in 1997 en tezelfdertijd stelde Carlos Zel haar aan de gitarist Mário Pacheco voor met wie ze verschillende concerten gaf (Macao, Japan, Italië…) en later werd ze gevraagd om op te treden in de “Clube de Fado” waar ze nu nog regelmatig zingt.
Doordat zij zich midden de fado-scène bevond kon zij haar talent tonen en daardoor volgden de uitnodigingen elkaar op: om te beginnen werd zij gevraagd voor een opname met António Chaínho op de CD “A Guitarra e Outras Mulheres” (De gitaar en andere vrouwen); vervolgens met Marta Dias, Teresa Salgueiro (“Madredeus”) en Filipa Pais; met Camané in de show "De Sol a Lua - Flamenco e Fado"; op de CD "Cem Anos de Fado" (100 jaren Fado) en met João Braga en Carlos Zel er tussendoor.
Nadat ze met de grote namen van de fado ofwel opgetreden was of opnames gemaakt had, vond ze haar eigen weg en kwam een oude droom uit door de opname van haar eerste CD ‘Ana Sofia Varela” uitgegeven in 2002. Haar debuutalbum werd goed ontvangen door het publiek en de media: “Ana Sofia Varela biedt ons één van de origineelst fado-albums van de laatste jaren, hoofdzakelijk omdat deze traditie en vernieuwing samenbrengt, uitdaagt zonder te vernietigen, lacht en huilt tezelfdertijd. “Ana Sofia Verela” biedt een rijkdom aan elementen waardoor ze stijgt in de lijst van de beste albums van het jaar” (in Jornal de Letras)
Sindsdien treed Ana Sofia Varela op in zowel Portugal als daarbuiten.
Fado Hilário - fado de CoimbraAntónio Menano: Fado Hilário
Letra e música: Augusto Hilário
(fado de Coimbra)
A minha capa velhinha
É da cor da noite escura,
Nela quero amortalhar-me,
Quando for p'ra sepultura.
A minha capa ondulante
Feita de negro tecido,
Não é capa de estudante
É mortalha de vencido.
Ai!... Eu quero que o meu caixão
Tenha uma forma bizarra,
A forma de um coração,
Ai!... A forma de uma guitarra.
"De vele geleerden van Coimbra strijden nog hevig over de herkomst van de fado. Gesproken wordt over een Moors-Arabische erfenis, invloed van de middeleeuwse troubadours uit Zuid-Frankrijk, anderen lokaliseren de wieg van de fado bij de Portugese zeemannen, terwijl er ook dissidente studies zijn die stellen dat de fado pas in het midden van de vorige eeuw begon, toen er in Coimbra studenten uit Brazilië neerstreken en daar hun heimwee naar hun geboorteland vastlegden. In Coimbra is de fado nog steeds een zaak voor de studenten, die vanaf hun debuut aan deze - naar men zegt - oudste universiteit van Europa worden ingewijd in de geheimen van de allersmartelijkste muziek en poëzie. Daarbij gelden strenge regels op het gebied van vormvastheid en traditie, hetgeen weer verder duidt op het bijna sacrale karakter van deze eredienst voor het verdriet.
De studenten van Coimbra cultiveren het lijden, hun saudade, ze kweken het in feite, wonend in een soort vrijplaatsen in de oude stad, die als republicas worden aangeduid, zwaar vervallen holen van alcoholisch aangedreven bohème. Het maakt ze tot de meest a-typische studenten van de twintigste eeuw, vleesgeworden ontkenningen van de no-nonsensmentaliteit. Zij koesteren de nutteloosheid en het verdriet zoals hun Amerikaanse collega's dromen van sterrendom in football of basketbal. Zij zingen van verloren liefdes, dwalen eenzaam door O Choupal, het bos bij Coimbra en laten hun meest melancholieke strofen voor eeuwig in het marmer beitelen van een soort grafsteen, die wordt geplaatst bij Os Penedos da Saudade e da Meditação, vrij vertaald de rots van de treurnis en de overpeinzing, ook te vinden in de oude stad.
Traditioneel wordt de fado van Coimbra gezongen door een man, begeleid door een gitaar en een twaalfsnarige Portugese guitarra. Verplicht tenue is een zwarte, Zorro-achtige cape. De eerste grote ster van de fado van Coimbra was Augusto Hilário da Costa Alves, een in 1861 te Viseu geboren zanger-gitarist, die na zijn studententijd in Coimbra een leven als rondtrekkend bohémien begon. Hilario's dood in 1896 bracht een schok teweeg onder de gehele Portugese natie. 'Fado de Hilario' is nog steeds een gangbare naam voor de fado van Coimbra.
Ook de fado van Coimbra ontkomt niet aan de feministische golf, zodat tegenwoordig ook hier vrouwelijke fadistas optreden. Enige fado-fundamentalisten bieden verzet tegen deze ontwikkeling. Fysieke represailles bleven vooralsnog beperkt tot aanslagen op huisdieren."
Uittreksel van het artikel:
"Fado, eredienst voor het verdriet" gepubliceerd in De Groene Amsterdammer en geschreven door René Zwaap.LINK naar “O poeta J. Slauerhoff e Fado”
Alfama - MadredeusEen groep die hier zeker niet mag ontbreken is Madredeus… hun succes is mede te danken aan een optreden als beginnende groep op een folkfestival in… jawel: Brugge. Onderaan dit bericht vind je een aantal linken die jullie verder helpen… geniet eerst maar van deze prachtige video met o.a. oude beelden van Lissabon...
Madredeus: Alfama
Música: Pedro Ayres Magalhães; Rodrigo Leão
Letra: Pedro Ayres Magalhães
Agora,
que lembro,
As horas ao longo do tempo;
Desejo,
Voltar,
Voltar a ti,
desejo-te encontrar;
LINK naar officiële website
LINK naar goede onofficiële website
LINK naar nederlandstalig interview
Jardim da Praça do Império BelémDeze tuin werd aangelegd voor de “Portugese Wereldtentoonsteling” in 1940,
welke de 800ste verjaardag van de "Portugese onafhankelijkheid" herdacht
en de 300ste verjaardag van de “Herstelling van de Onafhankelijkheid”.
De verlichte fontein dateert ook van die tijd. De tuin is samengesteld door een combinatie van 32 perken, met bloemen en struiken beplant, in de vorm van de voormalige provincies van Portugal en heeft aan de vier hoeken telkens een vierkante vijver, bekroond door twee imposante sculpturen die 2 mythologische paardenfiguren met een vissenstaart voorstellen.
Fernando Pessoa...Kom niet tegenover me zitten, niet naast me, kom niet naar me toe;
Kom niet met me lachen of praten
Ik ben alles moe, ik ben moe
En wil alleen slapen.
Zelfs wakend nog slapen, al dromend
Of ook zonder dromen,
Maar in een ver en vaag vergeten opgenomen
Waar geen gedachte hoeft te komen.
Ik heb nooit kunnen beminnen, voelen heb ik nooit gekund,
Zelfs was het denken in mij onomlijnd.
Tussen distels wierp ik wat aan geloof mij was gegund,
En op een blanco bladzij schreef ik: ‘Eind’.
De incognito prinsessen bleven onbekend,
Voor de beloofde tronen kwam geen timmerman.
Miljoenen levens heb ik door elkaar in mij omklemd.
Maar niemand die ooit in mijn leven kwam.
En daarom, mocht je komen, kom niet naast me zitten en spreek niet.
Ik wil slechts slapen, al is het een dood,
Iets dat mij niet verdriet en waarmee jij je niet verdriet -
Iets waarop niemand hoopt noch niet op hoopt.
Mijn God ligt op de lommerd. ‘k Heb verpakt in pakpapier
De hoop en de ambitie ooit beleefd;
Ik ben nu niet meer dan een zelfmoord en ik ben slechts hier
Als een smachten naar slapen dat nog leeft.
Maar slapen wat men slapen noemt, zonder enige waardigheid,
Als een verlaten vleet
Die eenzaam tussen duisternis en nevel schipbreuk lijdt
Zonder dat men van zijn verleden weet.
En de commandant van ‘t schip, die tracht te volgen,
Ziet, tussen de golven en de horizon,
Hoe de laatste roeier der galeien wordt verzwolgen -
Die niet zwemmen kon.
Bron: De mooiste gedichten van Fernando Pessoa, p.41, De Morgen - Bibliotheek Wereldpoëzie
Links naar vorige afleveringen…:
Não venhas sentar-te à minha frente, nem a meu lado;
Não venhas falar, nem sorrir.
Estou cansado de tudo, estou cansado,
Quero só dormir.
Dormir até acordado, sonhando
Ou até sem sonhar,
Mas envolto num vago abandono brando
A não ter que pensar.
Nunca soube querer, nunca soube sentir, até
Pensar não foi certo em mim.
Deitei fora entre urtigas o que era a minha fé,
Escrevi numa página em branco, "Fim".
As princesas incógnitas ficaram desconhecidas,
Os tronos prometidos não tiveram carpinteiro.
Acumulei em mim um milhão difuso de vidas,
Mas nunca encontrei parceiro.
Por isso, se vieres, não te sentes a meu lado, nem fales.
Só quero dormir, uma morte que seja
Uma coisa que me não rale nem com que tu te rales -
Que ninguém deseja nem não deseja.
Pus o meu Deus no prego. Embrulhei em papel pardo
As esperanças e ambições que tive,
E hoje sou apenas um suicídio tardo,
Um desejo de dormir que ainda vive.
Mas dormir a valer, sem dignificação nenhuma,
Como um barco abandonado,
Que naufraga sozinho entre as trevas e a bruma
Sem se lhe saber o passado.
E o comandante do navio que segue deveras
Entrevê na distância do mar
O fim do último representante das galeras,
Que não sabia nadar.
(28.8.1927)
Um telegrama de Alfacinha... muito obrigada...
Vandaag gekregen Van Alfacinha… waarvoor heel veel dank…!
Bij het aanklikken kom je terecht op zijn Portugese blog "Casa Portuguesa".
Als je een woordje Portugees kent is dat mooi meegenomen om zijn teksten te lezen, maar anderzijds: hij heeft er prachtige foto's op staan…
Sem razão...
Zomaar…
A estátua do Dr. José Thomás de Sousa MartinsTijdens een wandeling door Lissabon kwamen we op een gegeven ogenblik op een pleintje waar we dit standbeeld ontdekten.
Hij werd geboren in Alhandra en verhuisde tijdens zijn jeugd naar Lissabon waar hij zich kwalificeerde als apotheker (1864) en in de medicijnen (1866). Hij praktiseerde daarna als dokter in Pena, een stadsdeel van Lissabon. Hij specialiseerde zich in de behandeling van tuberculose. Zijn werk was op een seculiere basis gestoeld, toch werd hij tijdens zijn leven bekend voor zijn zorg om de armen. In 1897 toen hij ontdekte dat hij zelf door tuberculose besmet was en hij enkel nog een pijnlijke dood kon verwachten, pleegde hij zelfmoord.
In 1904 werd een standbeeld voor hem opgericht op het “Campo dos Mártires da Pátria” in Lissabon, vlakbij de medische faculteit. Dit standbeeld ontwikkelde zich tot een centrum van quasi-religieuze verering waarbij men geloofde dat de geest van Dr. Sousa Martins genezingen helpt bewerkstelligen. De voet van het standbeeld is omringd met marmeren platen met dankbetuigingen voor onverwachte genezingen, op sommigen wordt hij “broeder” genoemd, er branden kaarsjes en er worden steeds verse bloemen geplaatst.
Fado Xuxu - Amália RodriguesFado kan ook vrolijk klinken… luister maar naar… natuurlijk... Amália Rodrigues met Fado Xuxu…
Fado Xuxu (Fado Carioca)
O fado, canção bizarra
Pôs a samarra
Todo trecheiro
E lá foi com a guitarra
Até ao Rio de Janeiro.
Fez-se um fadista atrevido
Tão destemido
E de tal marca
Que até já é conhedico
P'lo fadistão da Fuzarca.
Com sambinhas
E modinhas
Abacate
Vitamate
Guaraná
Maracujá
E caruru.
Com cocada
Batucada
Para ti
Abacaxi
E goiabada
O fado é bom p'ra xuxu.
Um portuguesinho de raça
Bebe cachaça
Come pipoca
E no catete até passa
Por cidadão carioca.
Às vezes vai à favela
Calça chinela
Todo se bamba...
E o fado canção singela
Agora é todo do samba.
Um pintor de Portugal: Columbano Bordalo Pinheiro
Op Woensdag 25 juli werd mijn aandacht getrokken naar een artikel in de krant onder de titel “De vergeten Portugese schilder Columbano herontdekt - De glans van het moderne”
Na wat opzoekingwerk kan ik jullie het volgende aanbieden:
- Het artikel uit de krant 'De Morgen' katern 'expo&podium' p.38: Klik op de kopij en dan kan je via aanklikken het artikel op ware grootte lezen.
Tot 23 september in het Brussels stadhuis, Grote markt.
Open van dinsdag tot zondag, van 10 tot 17 uur.
Gesloten op 15 augustus.
Inkom: 4 euro.
- Een verdere kennismaking met de schilder via Wiki: klik op de schilderij:
- En dan volgt er een brokje geschiedenis.Want wat blijkt: Columbano is ook de mede-ontwerper van de huidige portugese vlag.
En dat kan je allemaal volgen via de daaropvolgende linken…
De voorgeschiedenis :
De voorlopige regering:
De republiek:
Fado tropical...Een video met een ‘Braziliaanse’ fado waarvan de beelden gebaseerd zijn op het koloniale verleden van Portugal… volg deze LINK naar een vorig bericht en een Portugese LINK en/of een Nederlandstalige LINK naar Wiki…
Fado tropical
Letra e música: Chico Buarque - Ruy Guerra
Oh, musa do meu fado
Oh, minha mãe gentil
Te deixo consternado
No primeiro abril
Mas não sê tão ingrata
Não esquece quem te amou
E em tua densa mata
Se perdeu e se encontrou
Ai, esta terra ainda vai cumprir seu ideal
Ainda vai tornar-se um imenso Portugal
Van mindere kwaliteit, maar iets vollediger gezongen: een uitvoering uit Fafá de Belém (Brazilië)
De todo coração... um fado...aangeboden aan een waarschijnlijk heel lieve dame… nl. dierenopvoedster en magnetiseur Miryam… en natuurlijk ook aan al mijn andere blogsvriendinnen/-vrienden...
Fado ladino - RosaNegra
Rosa Negra behoort tot de Novo Fado (nieuwe fado) beweging, waarin traditionele fado wordt vermengd met andere muziekstijlen. Op het album Fado Ladino laat de groep vooral Oriëntaalse invloeden horen in hun composities. Met name de strijkersarrangementen en de percussie klinken vaak zeer Arabisch. Daarnaast zorgen piano en accordeon voor verrassende accenten, net als de trompet, die af en toe zelfs een mariachi geluid laat horen. Zangeres Carmo is een echte fadista, waardoor de muziek van deze 5-koppige groep toch onmiskenbaar fado blijft. Een live optreden moet een belevenis zijn, want dan staan er naast Carmo 7 muzikanten, twee dansers en een veejay op het podium.
rosa negra
- fado ladino
(Bespreking uit "moors magazine", volg de LINK)
De fado is behoorlijk in beweging, maar zo schitterend als hier hadden we hem nog nooit gehoord. Dat komt niet alleen door de fenomenale zangeres Carmo, maar ook door de merkwaardige arrangementen, die avontuurlijk zijn en precies goed. Niet overdreven dramatische, en daardoor recht het hart rakende zang ligt ingebed in zeer fraaie melodieuze westers aandoende strijkersarrangementen, terwijl de percussie steeds oosters klinkt. Piano en accordeon zorgen voor verrassende accenten, net als de trompet, die af en toe zelfs aan mariachi doet denken. Toch blijft het steeds onmiskenbaar de fado, de melancholieke Portugese blues. Oriëntaalse muziek met westerse en Arabische invloeden, maar met een volstrekt eigen, volkomen natuurlijk klinkend geluid.
De basis van RosaNegra bestaat uit zangeres Carmo, João Rocha op trompet, António Figueiredo op viool, Rui Filipe op piano en accordeon en Baltazar op gewone en Arabische percussie. Een live optreden moet extra spectaculair zijn, want dan staan er naast de zangeres zeven muzikanten en twee dansers op het podium. Maar voorlopig hebben we genoeg aan
dit prachtige, prachtige album. Werkelijk alles aan deze avontuurlijke muziek is goed.