Naar de inhoud

Portugal-Lisboa-Fado

430-20080122-a568e3.JPG

akke.beakke.be

O espaço designado para uma alma lusitana… De aangewezen plek voor een Lusitaanse ziel…

Archief

Mariza canta : Ó Gente da Minha Terra...

Prachtig en huiveringwekkend!



Om te beluisteren
vergeet niet om eerst
de muziekspeler (rechterkolom) icon_arrow.gif
te stoppen

Ó Gente da Minha Terra
Mensen van mijn land

Letra: Amália Rodrigues
Música: Tiago Machado

É meu e vosso este fado / Deze fado is van mij en jullie / Destino que nos amarra / Een noodlot dat ons verbindt / Por mais que seja negado / Hoe zeer dit ook ontkend wordt / Às cordas de uma guitarra / Door de snaren van een gitaar / Sempre que se ouve o gemido / Telkens als zich de klaagzangen / De uma guitarra a cantar / Van een gitaar laten horen / Fica-se logo perdido / Ben ik onmiddellijk verloren / Com vontade de chorar / En wil ik huilen / Ó  gente da minha terra / Mensen van mijn land / Agora é que eu percebi / Nu pas heb ik gevoeld / Esta tristeza que trago / Deze droefheid die ik jullie breng / Foi de vós que a recebi / Heb ik van jullie gekregen / E pareceria ternura / Door een schijn van tederheid / Se eu me deixasse embalar / Liet ik mij inpakken / Era maior a amargura / Daardoor groeide een bitterheid / Menos triste o meu cantar / En minder droef werd mijn gezang / Ó  gente da minha terra / Mensen van mijn land / Agora é que eu percebi / Nu pas heb ik gevoeld / Esta tristeza que trago / Deze droefheid die ik jullie breng / Foi de vós que a recebi / Heb ik van jullie gekregen...

(eigen vertaling)

Reageer op dit bericht Stuur door

Maria Severa cantada por Argentina Santos...

Een oude zoniet de oudste fadolegende is ongetwijfeld Maria Severa. Zij werd geboren in de wijk Madragoa en verhuisde later met haar moeder naar de Mouraria. Zij groeide uit tot een ware mythe.

Fado gezongen door Argentina Santos, een fadista met een heel persoonlijke stijl die nog steeds optreedt in haar restaurant ‘A Parreirinha de Alfama'.




Om te beluisteren
vergeet niet om eerst
de muziekspeler (rechterkolom) icon_arrow.gif
te stoppen
Maria Severa

Letra: João Galhardo
Música: Raul Ferrão

Num beco da Mouraria / in een steegje van Mouraria / Onde a alegria / waar de vreugde / Do sol não vem / van de zon nooit komt, / Morreu Maria Severa / stierf Maria Severa. / Sabem quem era?... / weten jullie wie zij was?… / Talvez ninguém. / misschien wel niemand. / Uma voz sentida e quente / een warme stem, vol gevoel, / Que hoje à terra disse adeus / nam vandaag afscheid van de aarde. / Voz saudosa, voz ausente / een stem, weemoedig en afwezig, / Mas que vive eternamente / leeft nu voor eeuwig / Dentro em nós e junto a Deus / in ons hart en ginder / Além nos céus. / in de hemel - één met God.

Refrão / Refrein
Bem longe o luar / daar ginder in de verte waar de maneschijn / No azul tem mais luz / en blauwe lucht meer licht verspreiden, / Eu vejo-a rezar / zie ik haar bidden / Aos pés de uma cruz / aan de voet van een kruis./ Guitarras trinai / guitaren, trilt, / Viradas p'ro céu / naar de hemel gericht / Fadistas chorai / fadistas, weent, / Porque ela morreu / omwille van haar dood.

Caíu a noite na viela / de nacht viel in de steeg / Quando o olhar dela / toen haar blik / Deixou de olhar / ophield te kijken. / Partiu p’ra sempre, vencida / geknakt voor altijd ging zij heen, / Deixando a vida que a fez penar./ het leven dat kwetste achter zich.
/ Deixa um filho idolatrado
/ verweesd liet zij een verafgode zoon achter / Que outro afeto igual não tem / die geen vergelijkbare liefde kent. / Chama-se ele o triste fado / zijn naam is trieste fado / Que vai ser desse enjeitado / wat is het lot van dit verlaten kind, / Se perdeu o maior bem / verstoken van het grootste goed, / O amor de mãe? / de moederliefde?

Vertaling:
Dirk Lambrechts, boek+cd 'Fado. As lagrimas do Tejo', uitgeverij EPO, april 2001, ISBN9064452199
Reageer op dit bericht Stuur door

Estranha Forma de Vida cantada por Dulce Pontes...


Estranha Forma de Vida
(Een Vreemde Manier van Leven)

Poema: Amália Rodrigues
Musica: Alfredo Duarte

Foi por vontade de deus
Het is door gods wil
Que eu vivo nesta ansiedade.
Dat ik met deze angst leef.
Que todos os ais são meus,
Dat alle smarten van mij zijn,
Que é toda a minha saudade.
Dat dit alles mijn ’saudade’ is .
Foi por vontade de deus.
Het is door gods wil.

Que estranha forma de vida
Wat een vreemde manier van leven
Tem este meu coração:
Heeft het mijn hart:
Vive de vida perdida
Het leeft een verloren leven;
Quem lhe daria o condão?
Wie gaf het die gave?
Que estranha forma de vida.
Wat een vreemde manier van leven.

Coração independente,
Onafhankelijk hart,
Coração que não comando:
Hart dat niet beveelt:
Vive perdido entre a gente,
Het leeft verloren tussen de mensen,
Teimosamente sangrando,
Voortdurend bloedend,
Coração independente.
Onafhankelijk hart.

Eu não te acompanho mais:
Ik zal je niet verder vergezellen:
Pàra deixa de bater.
Hou toch op met kloppen.
Se não sabes onde vais
Als je niet weet waarheen je gaat
Porque teimas en correr
Omdat je koppig blijft slaan
Eu não te acompanho mais.
Zal ik je niet verder vergezellen.
Se não sabes onde vais
Indien je niet weet waarheen je gaat
Pára deixa de bater
Hou dan op met kloppen want
Eu não te acompanho mais.
Ik zal je niet verder vergezellen.


(eigen vertaling)
Reageer op dit bericht Stuur door

Maria Lisboa cantada por Mariza


"Maria Lisboa"

Letra: David Mourão Ferreira
Música: Alain Oulman

É varina, usa chinela,
Tem movimentos de gata,
Na canastra, a caravela,
No coração, a fragata.

Ze is een vissersvrouw op slippers,
Zij beweegt als een kat,
In haar mand, het karveel,
In haar hart, het fregat

Em vez de corvos no xaile,
Gaivotas vêm pousar.
Quando o vento a leva ao baile,
Baila no baile com o mar.

In plaats van aalscholvers in haar sjaal,
Strijken meeuwen neer.
Wanneer de wind haar ten dans vraagt,
Danst ze de dans met de zee.

É de conchas o vestido,
Tem algas na cabeleira,
E nas veias o latido
Do motor duma traineira.

Haar jurk is van schelpen,
Zij heeft algen in haar haren,
En in haar aderen klinkt het gebrom
van de motor van een vissersboot.

Vende sonhos e maresia,
Tempestades apregoa.
Seu nome próprio: Maria,
Seu apelido: Lisboa.

Zij verkoopt dromen en zeezichten,
Zij kondigt stormen aan.
Haar naam is Maria,
Haar roepnaam is Lissabon.

(eigen vertaling)

Reageer op dit bericht Stuur door

Fado Alfacinha cantado por Amália Rodrigues...


Fado Alfacinha(*)
Amália Rodrigues

Letra: António Feijó
Música: Jaime Santos

Faz da noite confidente
A noite é sempre calada
Escuta o que diz a gente
E nunca repete nada

Laat de nacht vertrouweling zijn
De nacht is altijd discreet
Luistert naar wat mensen zeggen
En nooit zal hij iets verder vertellen.

Teus olhos são passarinhos
Que ainda não podem voar
Cuidado que andam aos ninhos
Os rapazes do lugar

Uw ogen zijn vogeltjes
Die nu niet kunnen vliegen
Ze stappen naar hun nesten, oplettend
Voor de plaatselijke jongens

Teus olhos, quem é que, ao vê-los
Tão doces na tua face
Não lhe apetece comê-los
Como dois olhos dalface

Uw ogen, wie ook, die ze ziet
Zo zacht in je gezicht
Zijn ze niet om op te eten
Zoals ‘twee ogen van sla’

O fado tem tal encanto
É diverso em cada hora
Suspira, guitarra chora
Cada hora tem seu pranto

Fado heeft zo zijn charme
Hij verandert van uur tot uur
Smacht, een gitaar die huilt
Elk uur heeft zijn klaagzang

(eigen vertaling)

(*) “Alfacinha” heeft dezelfde betekenis als “Lisboeta“,. een inwoner van Lissabon. Het is afgeleid van het woord “alface” wat sla betekent. Waarschijnlijk ontstond de naam tijdens de Moorse overheersing (714-1147). Buiten de geneeskrachtige eigenschappen (kalmerend en pijnstillend) die de slaplant heeft, groeide die ook uitbundig op de heuvels van Lissabon en in periodes van oorlog was die dan ook regelmatig het enige voedsel dat de “Alfacinhas”(of sla-eters) ter hunne beschikking hadden…
Reageer op dit bericht Stuur door

Cristina Branco canta Slauerhoff...

J. Slauerhoff... een Nederlandse dichter, gezongen in het Portugees...


Os solitários

(J.Slauerhoff - Custódio Castelo)

IV

Na fria planície me quedo em silêncio;
Um sol mortiço vai descendo a ocidente.
Pálida, a lua assoma ao firmamento.

Em fumos se expande a terra orvalhada.
Nos campos hirtos, sob o Verão quente
E fugaz, esconde-se o gelo eterno:
É o Inverno numa farsa de Verão.

Ainda se ouvem os chocalhos tilintar,
Ainda se avista o trilho irregular,
A carroça, essa, deixou de se ver.

Sim, tudo passa, desaparece...
E, embora inspire ternura,
O pouco que ficou
Não chega para viver.

Vertaling: Mila Vidal Paletti - Muziek: Custódio Castelo - Naam van de cd: O Descobridor (2002)

Reageer op dit bericht Stuur door

Maria Alice canta Persequição

Maria Alice ( 1904-1997)

572-20080325-ae9178.jpg

 

Haar echte naam was Glória Mendes Leal Carvalho, zij werd geboren in Figueira da Foz, groeide op in Vila Nova de Ourém en verhuisde op 14-jarige leeftijd naar Lissabon, na het overlijden van haar vader.

Zij was één van de eerste fadistas die haar stem op een plaat liet opnemen. Zij was tevens de eerste om dit te doen voor de platenfirma van Valentim de Carvalho, die het ‘Teatro Taborda” als studio gebruikte.

 


Perseguição
Achtervolging

(Carlos da Maia/Avelino de Sousa)

Se de mim nada consegues
Als je van mij toch niets kunt varwachten
Não sei porque me persegues
Weet ik niet waarom jij mij achtervolgt
Constantemente na rua
Constant in de straat
Sabes bem que sou casada
Jij weet dat ik gehuwd ben
Que fui sempre dedicada
Dat ik voor altijd trouw ben
E que não posso ser tua
En dat ik niet van jou kan zijn

Lá porque és rico e elegante
Slechts omdat jij rijk en elegant bent
Queres que eu seja tua amante
Wil jij dat ik jouw minnares wordt
Por capricho ou presunção
Als gril of om jouw ijdelheid te strelen
Eu tenho um marido pobre
Ik trouwde met een arme man
Que possui uma alma nobre
Met een edele ziel
E é toda a minha paixão
En hij is mijn grote passie


Como sentinela alerta
Zoals een alerte bewaker
Noite e dia sempre esperta
Ben ik dag en nacht steeds wakker
Na posição de sentido
Gericht op mijn doel
Eu sou, a todo o instante,
Ben ik, op elk moment,
Sentinela vigilante
Een attente bewaker
Da honra de meu marido
Van de eer van mijn echtgenoot

(eigen vertaling)

573-20080325-1244c6.bmp

De tekstdichter is Avelino de Sousa (1880-1946), fadista, componist, volksdichter en dramaturg.

Hij werd geboren in Lissabon en woonde in Bairro de Campolide.

Hij begon als arbeider in een boekhandel, werd nadien tipograaf en ten slotte bibliothecaris in de "Torre do Tombo".

Op 15-jarige leeftijd zong hij reeds zijn eigen teksten en liet die horen op eender welk arbeidersfeest. Hij werd meestal begeleid door zijn jeugdvriend en kameraad, de gitarist Domingos Pavão. Zijn liederen gingen vooral over de liefde met de daarmee verbonden saudade en hij gebruikte de fado als middel om zijn politieke en sociale ideeën te verspreiden.

Reageer op dit bericht Stuur door

Lisboa, Casta Princesa... Ercília Costa...

Fado de Lisboa

Lisboa, casta Princesa,
Lissabon, zedige prinses
Que o manto da realeza
Die het koninklijk gewaad
Abres com pejo
Verlegen openslaat
Num casto beijo;
Voor een kuise kus;
Lisboa tão linda és,
Lissabon je bent zo mooi,
Que tens de rastos aos pés
Aan jouw voeten ligt
A majestade do Tejo.
De majestueuze Taag
Lisboa das Descobertas
Lissabon van de Ontdekkingen
De tantas terras desertas
Van zoveel verlaten gebieden
Que deram brado
Die zichtbaar werden
No teu passado
Tijdens jouw verleden
De Lisboa tens a coroa
Lissabon heeft de kroon
Velha Lisboa
Het oude Lissabon
Da Madragoa
Van Madragoa
Quantos heróis tens criado!
Hoeveel helden heb jij voortgebracht!

(Refrão)
(Refrein)

723-20120122-cb7382.jpg

Sete colinas
Zeven heuvels
São teu colo de cetim
Zijn jouw satijnen kraag
Onde as casas são boninas
Waar de huizen madeliefjes zijn
Espalhadas num jardim
Verspreid in een tuin
E no teu seio
En in jouw schoot
Certo dia foi gerado
Werd op een dag verwekt
E cantado
En gezongen
Pelo povo sonhador
Door mensen die dromen
O nosso fado.
Onze fado.

Lisboa, tardes doiradas
Lissabon, vergulde avonden
Dos Domingos, das toiradas
Op de Zondagen van de stierengevechten
Em que luzia
Waarin straalde
A fidalguia;
De edelmoedigheid;
E em que esse sangue valente
En degenen met dit dapper bloed
Mostrava que havia gente
Toonden dat er mensen waren
A quem a morte sorria.
Naarwie de dood glimlachte.
Lisboa, terra de fama,
Lissabon, land van roem,
Tens a tristeza de Alfama
Heeft het verdriet van de Alfama
E a poesia
En de poëzie
Da Mouraria.
Van Mouraria.
E nos teus velhos recantos
En in uw oude uithoeken
Eu sei lá quantos
Weet ik dat er heel veel
Tu tens encantos
Charmes liggen
Dos tempos da valentia!
Uit die moedige tijden!


(Refrão)
(Refrein)

Link naar vorig bericht: Ercília Costa, a Santa do Fado...

1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Empadão de Bacalhau...

720-20120120-d48bc4.JPG

(Para ver a receita em portuguesa olha em baixa deste recado)

Pastei met bacalhau

Bacalhau: is gezouten, gedroogde kabeljauw, die eerst geweekt wordt  en daarna gepocheerd, ontveld en ontgraat. Reken voor dikke stukken zoute vis op 24 uur weektijd.
Het weken van gezouten kabeljauw: Spoel de vis onder kraan af om zoveel mogelijk zout kwijt te raken. Leg hem in een kom, voeg zoveel water toe dat hij helemaal onder staat en dek de pan af. Bij warm weer kun je de vis het beste in de koelkast laten weken. Ververs het water om de 3 – 4 uur, of hoe het uitkomt maar in elk geval minimaal een keer of vijf in totaal. 

1 kg aardappelen - 3 stukken geweekte bacalhau - ¼ savooiekool - 2 uien - 3 teentjes knoflook - 1 dl olijfolie - 1 laurierblad - 3 dl melk - 2 eetlepels boter - 2 hardgekookte eieren - 1 losgeklopt ei om te bestrijken - nootmuskaat - zout en peper naar smaak

1.    Schil de aardappelen en kook ze gaar in gezouten water. Pocheer de bacalhau gedurende vijf minuten in kokend water, ontvel en ontgraat hem en trek hem in stukken. Kook de bladeren van de savooiekool in hetzelfde water.

2.   Pel de uien en de knoflook, snij ze in stukken en laat ze goudkleurig bakken in de olijfolie samen met de laurierblaadjes. Voeg de bacalhau toe en breng op smaak met peper en zout. Draai de aardappelen door de passe-vite en voeg de melk en boter toe. Breng op smaak met peper en nootmuskaat

3.    Leg een laag puree op de bodem van een ovenschotel, gevolgd door een laag bacalhau, een laag savooiekool en de in schijfjes gesneden eieren. Eindig met een laag puree en bestrijk dit alles met het losgeklopt ei. Schuif de schotel bovenaan de oven op 200° C om te gratineren. 

722-20120120-31f4fc.JPG
 

Empadão de Bacalhau

1 kg de batatas – 3 postas de bacalhau demolhado – ¼ de lombardo – 2 cebolas – 3 dentes de alho – 1 dl de azeite – 1 folha de louro – 3 dl de leite – 2 c. (de sopa) de manteiga – 2 ovos cozidos – 1 ovo batido para micelar – noz-moscada para temperar – sal e pimenta q.b.

1.   Descasque as batatas e coza em agua temperada com sal. Escalde o bacalhau em agua fervente durante cinco minutos, limpe de pele e espinhas e lasque. Coza as folhas de lombardo na mesma agua.

2.    Descasques as cebolas e os alhos, lamine e aloure no azeite, juntamente com o louro. Junte o bacalhau e tempere com sal e pimente. Passe as batatas pelo passe-vite e junte o leite e am manteiga. Tempere com pimenta e noz-moscada.

3.   Coloque uma camada de puré no fundo do tabuleiro, de seguida uma de bacalhau, uma de lombardo e o ovo cortado às rodelas. Termine com um camada de puré e pincele com o ovo batido. Leve à parte superior do forno, a 200° C, para gratinar.

1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Cantar as Janeiras…

Cantar as Janeiras… Nieuwjaarsliedjes zingen…

‘As Janeiras’ (Nieuwjaarsliedjes), ‘cantar as Janeiras’ (Nieuwjaarsliedjes zingen) of ’cantar os Reis’ (Driekoningen zingen) is een volksgebruik in Portugal (vooral in het Noord-Oosten van het land). Groepjes mensen zingen in de straten over de geboorte van Jezus en wensen iedereen een Gelukkig Nieuwjaar. Deze groepjes gaan van deur tot deur en vragen de bewoners naar de overschot van de eindejaarsfeesten. Tegenwoordig wordt er geld gegeven.

Oorspronkelijk gebeurde dit enkel op 1 januari, nadien werd de ‘Janeiras’-periode verlengd tot 6 januari, en nog later tot Driekoningendag. Momenteel wordt er gans de maand ‘Janeiras‘ gezongen vooral in de steden.

De traditie wil dat vrienden of buren, met of zonder (volks-)instrumenten, samen een groepje vormen die van deur tot deur zingen door de ganse wijk.

Nadat het lied gezongen is wordt er van de bewoners verwacht dat zij ’Janeiras’ (=Nieuwjaarsgeschenken: kastanjes, walnoten, appels, worst, bloedworst, etc..) geven. Voor het gemak is het nu de gewoonte om chocolade en geld te geven, maar dat is geen de traditie.

Na de wandeling wordt de opbrengst onder de groepsleden verdeeld of eten zij samen het lekkers op.

De gebruikte nummers zijn overal bekend, alhoewel de woorden soms kunnen verschillen van streek tot streek. Het zijn eenvoudige liedjes die het kindje Jezus, Maria, Jozef en de gulle schenkers loven. Er bestaan ook liedjes om de degenen die geen ’Janeiras’ geven uit te schelden.

3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Portugal-Lisboa-Fado

↑ Terug naar de berichten