O música ambulante no muro do castelo de São Jorge - Lisboa

O espaço designado para uma alma lusitana… De aangewezen plek voor een Lusitaanse ziel…
O música ambulante no muro do castelo de São Jorge - Lisboa
Energia eólica - Windenergie
Oude windmolens en moderne windturbines leveren prachtige beelden…
Wat het gebruik van ecologische energie betreft is Portugal zijn achterstand aan het inlopen. Zie ingesloten artikel: "Portugal leeft binnenkort van wind en water", klik HIER!
Maria Severa...
Een oude zoniet de oudste fadolegende is ongetwijfeld Maria Severa. Zij werd geboren in de wijk Madragoa en verhuisde later met haar moeder naar de Mouraria. Zij groeide uit tot een ware mythe.
Klik op de foto...!
Maria Severa
Carlos Zel
Letra: João Galhardo
Música: Raul Ferrão
Num beco da mouraria, / in een steegje van Mouraria
Onde a alegria / waar de vreugde
Do sol não vem / van de zon nooit komt,
Morreu Maria Severa / stierf Maria Severa.
Sabem quem era?... / weten jullie wie zij was?...
Talvez ninguém. / misschien wel niemand.
Uma voz sentida e quente /
een warme stem, vol gevoel,Deixa um filho idolatrado /
verweesd liet zij een verafgode zoon achterVertaling: Dirk Lambrechts, cd 'Fado. As lagrimas do Tejo', uitgeverij EPO, april 2001, ISBN 90 6445 219 9 (verkrijgbaar samen met het boek - zie hieronder)
Maria Severa (continuação-vervolg)...
Volgend uittreksel komt uit het boek: Fado - De tranen van de Taag, geschreven door Dirk Lambrechts.
“Door de nachtelijke straten van Alfama en Mouraria, nauwelijks door gaslantaarns verlicht, zwierf het duistere allegaartje dat zich er veilig voelde voor de politie. De eerst fadospelers werden dan ook voorgesteld als vileine types met hoed, dolkmes en een hangende sigaret. Gruwels die meestal obscene liedjes zongen, tot de verbeelding sprekende-bizarre figuren.
De fado in die tijd werd in 1820 verpersoonlijkt met de geboorte van Maria Severa Onofriana in de wijk Madragoa. Zij zou uitgroeien tot de grootste mythe en legende van de fado. Buiten haar geboorte- en sterfdatum is er historisch weinig met absolute zekerheid te bewijzen, maar de verhalen uit die tijd geven toch een volledig beeld van deze merkwaardige vrouw die door velen wordt beschouwd als de eerste echte fadista.
Haar moeder, een ruw iemand met de volkse bijnaam ‘A Barbuda’ vanwege haar overvloedige baardhaar, baatte een kroeg uit en verhuisde samen met haar dochter naar Mouraria om er te gaan wonen in een goedkope kroeg/bordeel in de Rua do Capelão, die bezocht werd door rovers en smokkelaars. (…)
Volgens de verhalen was Severa echter een gracieuze vrouw die zeer goed zong en zichzelf begeleidde op de Portugese giaar. Haar stem was rauw door overmatig roken en drinken en het buitensporig gebruik van sterke koffie.
(…)
Wat Severa uiteindelijk deed uitstijgen tot een echte legende was haar verhouding met de Marques de Vimioso. De markies kwam uit een bekend adellijk geslacht en bezat een paleis op het Campo Grande. Hijzelf was artistiek, een fervent jager maar vooral een uitstekend ruiter bij de Touradas. Het vreemde, exotische imago van de fadowijken moet soms voorname, bijna literaire adellijke figuren hebben aangetrokken, want toen hij Severa rond 1843 leerde kennen, mochten zij en haar moeder gratis in een van zijn huizen in Moouraria wonen. Waarschijnlijk, zo vertelt men, was hij geobsedeerd door haar kwaliteiten als fadozangeres en haar volkse, spontane en heftige karakter. Zij van haar kant moet in hem vooral zijn kwaliteit als een van de beste aristocratische ruiters in de arena bewonderd hebben.
Toen Severa in 1946 stierf, was de jonge fadowereld in rouw. Volgens sommigen stierf ze aan een beroerte na het eten van overdadig veel jonge duiven, overspoeld met wijn. Volgens anderen stierf ze aan TBC: Ze was alleenstaand en werd in een eenvoudig laken in een gemeenschappelijk graf begraven op het kerkhof Alto de S. João, zoals ze zelf gewenst had.
De hierna volgende uitspraak van Paul Van Nevel over de fadista Maria Severa, heb ik overgenomen uit zijn boek: ‘Dertig jaar verslaafd aan Lissabon'.
“Eén fadozangeres heeft echter terecht een stenen memento mori gekregen: de in 1820 geboren Maria Severa Onofri-ana, de eerste fadoszangeres, een hoertje van de Mouraria. Zij verborg haar leed en miserie tussen de tonen van haar klaagzangen en werd een mythische figuur. Severa stierf op zesentwintigjarige leeftijd, en in de Largo da Severa in de Mourariawijk loopt er een rilling over mijn rug als ik het opschrift lees, boven de ingang van het armoedige huisje waar eens de vernedering van het bestaan, met gebroken zangen bedekt werd.”
Praça de Camões - Lisboa...
Transforma-se o amador na cousa amada - Camões
Transforma-se o amador na cousa amada,
Transforma-se o amador na cousa amada,
De minnende gaat op in de beminde
por virtude do muito imaginar;
medegevoerd op zijn gedachtegangen -
Não tenho logo mais que desejar,
Ik heb geen enkel ding meer te verlangen
pois em mim tenho a parte desejada.
want het begeerde is in mijzelf te vinden.
Se nela está minha alma transformada,
Mas esta linda e pura semideia,
Está no pensamento como ideia;
Vertaling uit het boek “Saudades en andere verzen” uit het Portugees door Dolf Verspoor, Moussault’s uitgeverij nv Amsterdam, 1961
Verwijzing naar vorig bericht over Camões: klik HIER!
Esculturas no Passeio de Algés feitas pelo escultor António Quina
Algés is een portugese deelgemeente van Oeiras en ligt ten westen van Lissabon.
Bij één van onze tochten passeerden wij langs de Rua Major Alfonso Palla en ontdekten wij deze beeldhouwwerken, geïntegreerd in het straatbeeld. Deze straat bevindt zich rechtsonder op de kaart van Algés (aanklikbaar op de kaart hierboven)vlakbij het treinstation.
De beeldhouwer is António Quina en hij toont je graag meer werken van hem op zijn website… klik HIER!
Arroz doce...
Arroz doce
Rijstpudding is in Portugal een populair dessert, en het komt in het hele land bij feestdagen op tafel. Deze versie, waar drie eierdooiers in gaan, is de klassieke. Voor feesten versiert men de pudding wel met een ingewikkeld patroon in kaneelpoeder.
1 liter melk - 150 g suiker - 15 g boter - 1 reep citroenschil van 7 cm lang - 1 kaneelpijp - 1,5 l water - snufje zout - 140 g rondkorrelige rijst - 3 eierdooiers - gemalen kaneel - gehakte, geroosterde amandelen
Giet de melk in een pan en schep er de suiker, boter, reep citroenschil en kaneelpijp door. Zet de pan op een middelhoog vuur en breng de melk tegen de kook aan. Neem de pan van het vuur en laat het mengsel 30 minuten trekken.
Giet ondertussen het water in een pan en breng aan de kook op een hoog vuur. Voeg het zout en de rijst toe, draai het vuur laag en laat onder af en toe omscheppen 15 tot 20 minuten zachtjes koken tot de rijst gaar is. Giet de rijst af.
Schep de rijst door het melkmengsel en zet de pan op een laag vuur. Laat onder regelmatig omscheppen 20 tot 30 minuten zachtjes koken tot het mengsel dik is. Neem de pan van het vuur en verwijder de reep citroenschil en kaneelpijp.
Klop de eierdooiers schuimig in en kom. Klop er 1,25 dl van het warme melkmengsel door. Schep het eimengsel door het rijstmengsel en zet de pan weer op een zeer laag vuur. Laat onder voortdurend roeren circa 5 minuten verhitten.
Schep de pudding in kommetjes. Bestrooi met kaneel en amandelen. Serveer op kamertemperatuur of iets gekoeld, met een glaasje Moscatel de Setúbal.
Bron: "Aan tafel in Spanje en Portugal" (pag.218) - uit de reeks Landen en Keukens - Uitgeverij De Lantaarn, Soest
Sequência sobre as Divas do Fado Novo - o episódio 2: Mísia
GARRAS DOS SENTIDOS
Poema Agustina Bessa-Luis
Traditionnel – Arrt : Ricardo J. Dias
Não quero cantar amores, /
Ik wil niet zingen over liefdes(-relaties)Wil je haar horen zingen… ga dan met het pijltje over haar foto’s… en klik...
Mísia ontstijgt de woorden van een biografie, net zoals ze zich onttrekt aan de gevangenis van een muzikaal genre. Ze strekt veel verder dan haar geboorteplek of de grenzen van een land… Mísia werd in Porto geboren, veroverde Barcelona en woont tegenwoordig in Lissabon, ook al heeft ze veel van haar favoriete plekke en kappers in Parijs, Tokyo en Mexico. Ze heeft bergen beklommen en belegerde territoria, maar heeft bovenal een ruimte tijdcontinuüm gecreëerd: haar wereld, een weefpatroon van geluiden, begraven in de diepte van haar eigen lichaam, woorden uit het echte leven gegrepen…
Mísia heeft sinds haar kindertijd al op het podium gestaan: “Ik volgde mijn oma overal waar ze ging. Zelf een “frivole ster”, wilde ze het meisje slapeloze nachten, koude hotelkamers en eenzaamheid besparen. Mísia beschrijft haar grootmoeder bijna nooit, dus stellen we ons Colette’s “Vagabond” voor, zich bewegend van muziekpodia in de havens van de arbeidersklasse naar treinstations in de vroege ochtend.
Dus, hoe kwamen haar oma en moeder, twee vrouwen uit Barcelona, terecht in Porto? Het was een liefdesgeschiedenis, eentje die tegen de borst stuitte van de Portugese hogere middelklasse, waar haar vader uit voortkwam… Haar moeder Luisa, een zeldzame schoonheid, compleet in de ban van haar passie, klassiek ballet, had een grote aantrekkingskracht op de jonge Portugees met de blauwe ogen, die haar op het podium zag van Maxime in Lissabon, verblind door haar Spaanse kostuum en prachtige benen… Ze trouwden en maakten hun thuis in de aristocratische stad Porto waar Mísia werd geboren. Haar geboorte naam was Susana Maria. Ze droeg een marineblauw uniform en moest rechtop staan zonder iets te zeggen, een modelmeisje in het grote huis van de familie van haar vader. Ze vluchtte dus geregeld naar de warme, geparfumeerde omhelzing van haar grootmoeder Lolita, die haar, met sigaret in haar hand, de avonturen van haar bohémien jeugd vertelde…
Op die manier werden Mísia’s zintuigen wakker en begon de roep om het voetlicht en de coulissen van het theater, de droom van een ridder op een paard die haar zou redden uit de klauwen van een monster, een verschrikkelijk schepsel, geboren uit haar gevoel van verwaarlozing. Sinds de scheiding van haar ouders, was haar moeder vaak afwezig geweest, te druk met dansen en haar carrière. Dus vluchtte het meisje in een wereld van verboden boeken, gedrapeerd in oude theaterkostuums, van haar voeten geveegd door de geluiden en teksten van Fado die door de lucht dreven en via het open raam de innerlijke leegte vulde, die haar vader achterliet, nu ver weg…
Mísia’s moed, doortastendheid en extravagante levensstijl kunnen alleen begrepen worden in de context van deze twee vrouwen, de eerste en tweede mier, zoals ze hen en zichzelf ziet: drie hardwerkende mieren, de een na de ander, altijd zoekend naar het absolute, in de liefde en in de kunst. Mísia en haar komaf, drie vrouwen, die durfden de conventie te tarten, buiten de korsetten van de muzikale genres en buiten de veilige, gladde muren van de middelklasse.
Het onverzoenlijke aspect van Mísia’s mysterie - essentie van wilde bloemen, een schets van vormen, spirituele bovenzinnelijkheid, wijsheid van gedichten, de reis door boeken, bekoring en besef van het wezenlijke - is geworteld in haar geschiedenis van inwendige en emotionele ballingschap, die haar op een dag verwijderde van haar geboorteland. Op twintigjarige leeftijd verliet Mísia haar land om haar oma te vergezellen in Barcelona.
Daar zong ze op alle soorten podia en werkte aan haar stem, terwijl ze haar leven meer vorm gaf: zorgeloos, zonder reserve, met moed en humor… Op een zeer vroege leeftijd, besloot Mísia dat ze zangeres wilde worden en ze begon zich dan ook in die richting te ontwikkelen, ondanks haar moeders waarschuwingen en haar oma’s angsten, ondanks the beproeving, hardheid en slapeloze nachten. In Madrid, waar een nieuwe wind het bewind van Franco wegwaaide, maakte ze haar eigen naam.
Mísia heeft tenminste twee landen, verschillende talen en vele gezichten. Ze is een nomade en heeft tegelijkertijd ook een vaste verblijfplaats - haar huis, haar schuilplaats is binnenin haarzelf, zodat ze kan vertrekken, waar haar artiesten bestemming haar dan ook naar toe leidt. Interieurs zo warm als die van haar grootmoeder… een warboel van boeken en dagboeken die met zijde bekleed zijn, vaalgroene muren, waar de schilderijen van kunstenaarsvrienden je meteen grijpen, zodra je haar huis in Lissabon betreedt.
Mísia is een begaande vrouw, zoals de vrouwen van Sartre. Ze maakt zich zorgen over de wereld, is woest over onrecht en verafschuwt hypocrisie en lafheid. Onder haar vrienden, haar stam, zijn schrijvers als Lidia Jorge en José Saramago, poëten als Graça Moura, actrices als Maria de Medeiros, zangers als Maria Bethania, schilders als Bela Silva en Carlos Torres en artiesten als Sophie Calle. Zulke ontmoetingen verrijken haar leven en voorzien haar kunst van brandstof.
Mísia experimenteert op elk moment, zonder spijt of klaaglijke nostalgie voor een gefantaseerd verleden. Ze zwicht niet gedwee voor obstakels of “gezond verstand”. Mísia weet dat het leven iets subliems is, iets dat niets te maken heeft met de fletse, onechte gelukkigheid waar onze consumptiemaatschappij ogenschijnlijk naar streeft. Mísia weet dat het echte leven ook de dood inhoudt, dat passie verwoestend kan zijn en dat liefde benauwt. Ze weet dat de dingen gewoon zo gaan, dus ze blijft zo dicht mogelijk bij de emotie als ze zingt. Ze boetseert haar lied, haar ziel, met toewijding en zorg… Alleen de stem van een vrouw die de lidtekens van het lot op haar lichaam draagt, kan liefde bedrijven en passie tastbaar beleven. Een vrouw, die verliefd is, soeverein en puur, ontembaar en nog steeds begeerd, vrij… Een vrouw die droomt als ze wakker is.
In de niet flexibele, kleinzielige realiteit van vandaag de dag, lijkt er soms weinig hoop voor wederzijds begrip tussen mannen en vrouwen. Als het in de nacht wordt bezongen door Mísia, wordt de miraculeuze samenkomst van man en vrouw wel degelijk mogelijk, draaglijk… De teksten spreken van ontmoetingen vol passie, krachtige nostalgie, een verleden dat niet vervaagt, verraad, vervoering, liefde…
Politieke ethiek is overduidelijk in al haar nummers: ethiek van vrijheid, tolerantie en vreugde, ethiek van leven tegenover dood. “Wat ik wil, is praten over leven, de mysteries en grandeur…” Mísia tart de routine van donkere, gesloten dagen en wil ons door de emoties laten reizen, ons laten liefhebben, huilen en lachen, zoals zij elke dag doet.
Ondanks tegenslagen, is Mísia terug gekeerd van haar ballingschap. Ze moest terugkeren naar de ware Fado van het volk, een Fado die was teruggetrokken in donkere, verouderde taveernes. Ze heeft zich gevestigd in Lissabon, in een Portugese maatschappij die haar niet altijd met open armen ontving. Haar manier van zijn, verjaagt het statische imago van de fado zanger. Mísia volhardt in eenzaamheid en durf. Alleen poëten en muzikanten vergezellen haar op het pad waar Fado - opnieuw overdacht, opnieuw bewerkt en uitgevoerd in haar unieke stem - is herboren en zich verspreid. Ze is niet gekalmeerd door succes, maar waagt zich nog steeds op onbekende wegen. Vandaag met haar Drama Box, heeft ze de muren die de muzikale genres omringen, vernietigd, terwijl ze een Tango en Bolero in de hand neemt en ons dwingt er op een andere manier naar te luisteren. Eerlijk ten opzichte van zichzelf en haar innerlijke gevoel, Mísia is weer begonnen met haar reis terug en vooruit, op haar eigen risico, tussen hier en ergens anders, tussen het gemis van een thuishaven en een onophoudelijk verlangen naar anderen en de rest van de wereld…"
Carmen Castillo (februari 2005)
Regisseur van de film “Misia’s Fado”
Bron: http://www.triparoundtheworld.nl/site/main.php?album_detail=-1
Desculpa...
wegens computerproblemen kan ik momenteel geen berichten openen in mijn mailbox (hotmailadres) dus… mensen die een berichtje gestuurd hebben moeten nog enkele dagen of weken wachten op een antwoord. Mijn broer - dé computerdokter - is momenteel op verlof en is pas rond 9 september terug present.
Tenzij... jullie mij opnieuw trachten te contacteren via mijn gmailadres… dit is ondertussen aangepast via mijn instellingen bij seniorennet… alvast bedankt en tot schrijfs…?