Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
akke.beakke.be

Archief

Meer ...

Als we de kerkelijke geschiedenisboeken doorpluizen, vinden we onder het hoofdstuk "Heiligen" wel een tiental sinte-Mettes. Erg bekende en "nooit-van-gehoorde". Een paar die nooit tot de grote massa zijn doorgedrongen: Martinus van Praga, Martinus van China, Martinus van Herentals, Martinus van Tongeren, Martinus van Kortrijk, Martinus van Léon, Martinus van Auvergne en Martinus Loynas. De allerbelangrijkste is natuurlijk onze Martinus van Tours, door iedereen gekend.
Wij, Retienaren, kennen ook sint-Martinus I, paus. Velen echter zonder het misschien te beseffen.
Als jonge snaken zongen we lang geleden toch, tot onze kelen er schor van werden:

                                                        "Vandoag is't sintemetten,
                                                          en meregen is't de kruk!"

Eigenlijk betekende dat: Vandaag, 11 november, is het de feestdag van sint-Martinus van Tours en morgen, 12 november, is het de feestdag van de paus sint-Martinus I.
Deze Martinus werd in 649 opvolger van paus Theodorus I. Hij verklaarde op het eerste Lateraans concilie de maagdelijkheid van Maria tot dogma. Veroordeelde de monotheletisten ( zij menen dat Christus slechts één wil had ), waartoe ook de regerende keizer Constans II behoorde. Werd daarom in 653 verbannen naar Naxos. Het jaar daarop kreeg hij de doodstraf. ( Later omgezet in verbanning.) Stierf op de Krim. De vroegere feestdag van Martinus I viel op 12 november, één dag na die van onze sinte-Metten. Om hem van deze te onderscheiden, noemde men de paus in onze streken: " Sinte-Kruk." (De kruk is zijn bisschopsstaf.)

                                                         

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Reageer op dit bericht

Manteldeling te voet.

Antwerps santje , rond 1700. Kopergravure op stevig papier. Met de hand ingekleurd. Afmetingen: 11,5 cm breed en 14,5 cm hoog.
Prachtig uitgevoerd Antwerps devotieprentje. Wij zien hier onze sint-Maarten als een rijkelijk uitgedoste edelman. Met pluimhoed, kniebroek, fijne schoentjes en een wijde mantel. Opvallend is dat onze heilige te voet is. Op het achterplan zie je zijn paard, vastgebonden aan een boom. Sintemetten deelt zijn dure mantel met een geknielde bedelaar met een T-kruk. De arme zit helemaal naakt, rechts voor hem op de grond. Het is niet te zien dat we hier te doen hebben met een kreupele, de man heeft meer het lichaam van een atleet dan van een hongerlijder.
Het tafereel speelt zich af in een heuvelachtig landschap, met hier en daar een boom, ver buiten de stadsmuren. Merkwaardig is ook dat we wel de stralen van de Heilige Geest zien, maar niet "de duif". De naam van sint-Martinus in een sierlijke banderol midden onder geplaatst.
De naam van de uitgever rechts onder, op de rand van de afdruk: Michiel Cabbaye.(1660-1722) Toch is het duidelijk dat de oorspronkelijke graveur A. Goetiers is.(1637-1686) De uitgever heeft zijn eigen naam boven op die van de graveur gezet, maar onzorgvuldig. Pronken met andermans veren? Het santje is wel met veel zorg en oog voor detail met de hand ingekleurd. Mooi voorbeeld van de Antwerpse prentkunst.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

Zaventem I. Antoon van Dijck en sint-Maarten.

Er bestaat waarschijnlijk geen enkel schilderij in ons land dat zo vaak is gekopieerd als het prachtige werk van Antoon van Dijck: " Sint-Maarten, zijn mantel delend met de armen." Het 17de eeuwse doek hangt in de parochiale kerk te Zaventem, bij Brussel. Hoe dikwijls zou het zijn nageschilderd, negetekend, nageëtst, gefotokopieerd, gefotografeerd? Bij benadering niet te schatten. Het tafereel van de manteldeling sierde: Kopjes, luciferdoosjes, loten, stempels, kalenders, sigarenbanden, vlaggen, vaantjes, wimpels, muntstukken, penningen, bankbiljetten, koekjesdozen, te veel om op te noemen. Iedereen heeft een kopie van het schilderij al wel eens ergens gezien. Op een voddenmarkt of op een kunsttentoonstelling. Het doek en zijn schilder zijn wereldbekend. Duizende kunstminners en vooral kunstkenners komen dit trotse kunstwerk bewonderen. Van overal ter wereld komen ze naar Zaventem. Natuurlijk ook veel eigen volk. Ik was één van hen ... ongelooflijk, gewoon subliem!
Wie was nu die grote schilder Antoon van Dijck? Hij werd  geboren in Antwerpen in 1599 in het huis "Den Berendans" op de Grote Markt. Hij was het zevende kind van Frans en Marie Cuypers, een zeer godsdienstige, welgestelde familie. Het schilderen zat hem al heel vroeg in het bloed. Al heel jong werd hij leerling van de grote P.P.Rubens. Die noemde hem wel eens zijn beste leerling. Dat hij inderdaad goede contacten had met de "meester" blijkt uit het feit dat Rubens het portret van van Dijck schilderde. (1613) In 1618, slechts 19 jaar oud werd hij meester in de beroemde sint-Lucasgilde. Hij was geniaal en bovendien een mooie man, elegant, verfijnd tot in de toppen van zijn vingers.
Hij vertrok voor de eerste maal naar Engeland. Werd hofschilder van James VI van Schotland en van Karel I van Engeland. Maar hij hield het er na 5 maanden al voor bekeken. Trok om zogezegde gezondheidsredenen naar Italië. Daar ontdekte hij de mediterrane kleuren van o.a. Titiaan en Veronese. Keerde in 1627 naar Antwerpen terug en richtte er een eigen atelier op en werd hofschilder van infante Isabella. (1628-1630) Zijn succes en weelde bereikten ongekende hoogtes. Karel I van Engeland riep hem terug. Daar schilderde hij een groot aantal portretten van hooggeplaatste personen. Zijn beste werken. Schilderde ook religieuze kunst die uitblonk door de kleurenpracht en de levensechtheid van de taferelen.
Antoon van Dijck overleed te Londen in 1641, en ligt begraven in de "st. Paul's Cathedral." 

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

Zaventem II. De legende van het schilderij.

Antoon van Dijcks vader was pas overleden. Dat maakte op de jongeling zo'n diepe indruk dat grootmeester Rubens hem aanried een reis naar het zonnige Italië te maken.
Te Zaventem afgestapt, kreeg de jonge schilder er een mooie, slanke freule in het oog. Zodra hij wist dat het de dochter was van Maarten van Ophem, de drossaard aldaar, meldde hij zich bij haar vader. Deze leek met het bezoek van de begaafde kunstschilder bijzonder ingenomen. Onmiddellijk stelde hij van Dijck voor, een altaartafereel voor de kerk van de gemeente te ontwerpen. Het doek zou in het huis van de opdrachtgever geschilderd worden en er zou royaal voor betaald worden. Antoon stemde gretig toe, niet voor het geld, maar voor de aanwezigheid van de mooie Isabella. Hij borstelde een " Sint-Maarten zijn mantel delend met de armen." Zodra het schilderij af was, kon Antoon nog niet besluiten om te vertrekken. Hij stelde zelf voor, een tweede doek te schilderen. Een "Heilige Familie." Wanneer nu ook dit meesterstuk voltooid was, deed van Dijck een aanzoek bij de drossaard om de hand van zijn dochter. Onder voorwendsel dat zijn dochter nog veel te jong was, werd Antoons verzoek afgewezen. Van Dijcks teleurstelling was groot. Gelukkig kon Rubens zijn mistroostige leerling opbeuren en hem overtuigen zijn geplande reis verder te zetten.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

Zaventem III. St.-Martin dividing his cloak.

Het meesterwerk van Zaventem werd door Antoon van Dijck geschilderd in 1618. Het doek meet 171,6 x 158 cm. Meestal wordt het " De liefdadigheid van sint-Martinus." genoemd.
Een summiere beschrijving: Bij een stenen kolom, weelderig begroeid met planten, liggen twee bedelaars op bussels stro. De ene, bijna gans naakt, zit met zijn fors gespierde rug naar de toeschouwer. Hij houdt met zijn linker hand de rode, half doorgesneden mantel van de edelknaap vast. De andere, duidelijk een kreupele, steunt op een T-kruk. In lichtgrijze lompen gehuld, net als zijn kompagnon het hoofd omwonden met een witte doek. Hij heeft een sikje en kijkt met een gretig oog naar de felle mantel. De jonge Martinus zit hoog op zijn wit paard. Stevig in beugels en zadel. Zijn zwaard op borsthoogte, klaar om de kostbare mantel helemaal te delen. Hij draagt een zwartfluwelen hoed, met een lange grijze pluim, een glimmende metalen borstkuras, een maliënkolder die armen en dijen dekt, lichtgrijze laarzen. De forse schimmel, van ongeduld stampend, met sierlijk gebogen nek. Achter onze heilige, een gebaarde metgezel in donkere wambuis op een bruin paard, met witte opvallende vlek op de kop. Hij staart Martinus ongelovig aan. Een derde ruiter, nauwelijks zichtbaar onder de opgeheven arm van jeugdige Maarten. Een typisch Vlaamse blauwe lucht, met grijze wolken, werpt een zomers licht over het hele tafereel.
De invloed van Rubens is nog duidelijk merkbaar, b.v. in de voorstelling van de atletische bedelaar. Ook het monumentale doet aan de leermeester denken.

Het is vreemd dat, enkele jaren later, Sir Anthony van Dyck ( zo noemen de Engelsen hem ) een bijna identiek doek schildert. Inderdaad, in 1620-1621 ontstaat: " St.- Martin dividing his cloak." Het doek hangt nu in Windsor Castle en maakt deel uit van de wereldberoemde "Royal Collection".
Er zijn toch een paar opvallende verschillen met het Zaventemse doek. De met planten begroeide kolom is verdwenen, in de plaats staat een bedelende, donker harige vrouw met twee kinderen. Martinus, hier iets ouder, heeft zijn zwaard nu op zadelhoogte i.p.v. op schouderhoogte. De "Engelse" lucht is grijzer. Beide meesterwerken lijken sterk op elkaar en worden wel eens met elkaar verward.
Waarom schilderde Antoon dit "duplikaat"? Opdracht van de Engelse koning, of ... omdat hij zo'n enorme fan van Sintemetten was?

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Reageer op dit bericht

Suffragie.

Suffragiën zijn dag- of maandprentjes, de kerkelijke kalender volgend. Ze werden als los "beeldeken" uitgedeeld. ( Er bestaan ook zeldzame suffragie-boeken.) Naast de afbeelding van de heilige is meestal een korte levensbeschrijving, een toepasselijke tekst of een gebed toegevoegd. Vaak ook de datum van zijn feestdag. We vinden ze in verschillende talen.
Het woord "suffragie" is afgeleid van " suffragari" (kiezen.). Leden van een kerkelijke vereniging mochten maandelijks een prentje kiezen. ( of uitloten.)

Hier een mooie suffragie van Sintemetten.

"S. Marten Bischop.
Kleynachtig van 't tydelyk leven,
Heer, om wiens liefde S. MARTINUS, verwecker van dry dooden, niet geschroomt en heeft te wagen het tydelyk leven, maekt dat we na zyn exempel 't zelve kleyn achtende, het eeuwig alleen in weerde houden.
Bid voor die de dood te zeer vreezen."

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Suffragie. Sint-Martinus ontmoet de duivel.

Franse suffragie.

11 November.
Gebed.
Grote heilige, die altijd in't strijdgewoel stond, bewaar de liefdadigheid en de liefde voor J.C. Gelieve ons voor te spreken bij onze Heer en Meester, omdat we de kracht zouden krijgen het kwaad te vermijden en door onze inspanningen de eeuwige zaligheid te verdienen.
Zo weze het.

"In zijn pogingen om de heilige man te bedriegen met duizend schadelijke listen, heeft de duivel zich vaak aan hem laten zien in de meest diverse gedaanten."

Een ongewoon prentje, omdat de bedelaar hier geen "arme" is, de behoeftige is hier duidelijk de duivel, incarnatie van het slechte, het kwaad. Zijn vermomming is echter pover. De horens op zijn kop, de klauwachtige handen, het sikje en de grote kromme neus verraden hem. Betekenis? Zal sint-Maarten ook hen helpen die niet zo vroom leven? De duivel test hier onze heilige, maar het is duidelijk dat de demon geholpen wordt. De manteldeling is reeds begonnen. Sint-Martinus, liefdadigheid voor iedereen.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Bidprentjes.

Vóór 1850 laat alleen de gegoede burgerij en de adel prentjes drukken om een gebed te vragen voor een overledene. Deze beeldekens waren voor de gewone man te duur. ( Vergeet ook niet dat een groot percentage van de lagere klasse analfabeet was. ) Dikwijls waren het kopergravuurtjes op perkament, op velijn of op stevig papier. Men gebruikte inderdaad zestiende en zeventiende eeuwse devotieprentjes als drager van een overlijdensbericht. Wat er op de voorkant stond afgebeeld speelde geen rol, er was immers geen relatie met de tekst op de keerzijde. Zeldzaam zijn de prentjes met sint-Maarten op de voorkant. 
Door de intrede van de lithografie en goedkoop papier is in de tweede helft van de negentiende eeuw het bidprentje ( of doodsprentje ) binnen ieders bereik. Zeker als de mechanisch geproduceerde massaprent op de markt verschijnt.
 In Retie vinden we maar weinig doodsprentjes terug van vóór 1830.(gestorven) De zeldzame die ik heb gevonden zijn inderdaad Antwerpse santjes uit de 17de eeuw, die in de 19de eeuw dienst hebben gedaan als drager van een overlijdensbericht. De meeste zijn gedrukt in Turnhout bij de welbekende drukkerijen: Glenisson en Van Genechten, Brepols en Dierckx, Splichal - Roosen, Beersman - Pleek, e.a. Ook in Mol drukten N. Havermans en K. Raeymaekers doodsprentjes voor Retienaren.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

Winterhulp. - Secours d'hiver.

Affiche "Loterij Winterhulp".
40 cm / 57 cm.
Links onder: " ET. GEN. d' IMP. 14 rue d'OR. Bruxelles."

Na de capitulatie van het Belgisch leger op 28 mei 1940 werd ons land naar Duits model georganiseerd. Tijdens de eerste oorlogswinter was Winterhulp al actief. Op 29 oktober 1941 ging de vereniging officieel van start. Voorzitter werd Paul Heymans, tevens voorzitter van de Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid. Koning Leopold III en kardinaal Van Roey stortten beiden 25 000 frank. De hoofdsponsor was de Koloniale Loterij, voorloper van de Nationale Loterij. In de moeilijke meidagen van '40 dreigde de Koloniale Loterij ter ziele te gaan. Om het voortbestaan veilig te stellen, dacht men een originele formule uit, die de naoorlogse wederoprichting vlekkeloos zou doen verlopen. Op 20 december 1940 verschenen de statuten van de " Loterij van  Winterhulp" in het Staatsblad. ( Tijdens de bevrijding verliep de overgang geruisloos. Het sluimerend "Comité" van de Koloniale Loterij werd weer actief.)
De organisatie " Winterhulp" werd opgericht om aan kinderen en armen versterkende middelen als soep, melk, vitaminen en kledingstukken te geven.
Hoewel Winterhulp niet altijd op evenveel sympathie van de bevolking kon rekenen, vanwege steun die de Duitse bezetter aan de organisatie gaf, zorgden de verschillende posten van waaruit de verdeling gebeurde steeds voor een grote opkomst.( In Duitsland bestond "Winterhilfswerk".)
Door middel van de verkoop van lucifers, postzegels, tombola biljetten en boeken konden de nodige fondsen bijeen gebracht worden om de uitdelingen te organiseren. Op plaatselijk niveau werden allerlei activiteiten aangewend om geld bijeen te krijgen.
De steeds wederkerende afbeelding van sint-Maarten als symbool van Winterhulp is zeker geen toeval. Hij is toch niet voor niets de patroonheilige van armen, bedelaars en ... soldaten. Men had geen beter zinnebeeld voor "liefdadigheid" kunnen bedenken!

Vanaf december 1940 organiseert Winterhulp loterijen voor het goede doel. De eerste prijs is voor die tijd een enorm bedrag: Eén miljoen frank!
De volledige opbrengst gaat helemaal naar noodlijdende landgenoten.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Winterhulp.- Luciferboekjes.

Een ander initiatief van Winterhulp om fondsen te vergaren, was het verkopen van lucifers. Niet in gewone "stekkendoosjes" zoals wij ze meestal kennen, maar in handige luciferboekjes. Ze bevatten 20 lucifers en waren 5 cm x 3,7 cm groot.
Weer diende Sintemetten om de "boekjes" te verfraaien en natuurlijk om de mensen aan te zetten tot ... kopen. Men gebruikte de afbeeldingen van oude sint-Maartenbeelden ( alle manteldelingen ) uit vier verschillende gemeenten: Beek (Belgisch Limburg), Ganshoren, Sint-Maartens-Lennick en Wasmes-Audemez-Briffoeil. Men vermeldde niet alleen de naam van de heilige, maar ook de plaatsnamen en een eeuwduiding van de antieke beelden.
Er werden evenveel strijkboekjes gemaakt met Vlaamse - als met Franse tekst.
De voorstelling van de manteldeling op de achterkant, is op ieder boekje dezelfde, doch telkens in een ander ontwerp gegoten. Alle dragen deze tekst:" Verkocht ten bate van Winterhulp". Op de plooirug lezen we:" Union Allumettière N.V. 66 Koloniënstraat, Brussel." Men heeft er angstvallig voor gezorgd dat de tweetaligheid volledig gerespecteerd werd.
Er moeten heel wat Sintemetten-lucifers gemaakt zijn, je kan er nu nog heel wat terugvinden. Of was de verkoop niet zo'n succes?

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten