Ik ben allom tegenwoordig, en gebruik soms ook wel de schuilnaam Agaath.
Ik ben een vrouw en woon in sky is the limit () en mijn beroep is mijmeren.
Ik ben geboren op 26/10/1962 en ben nu dus 62 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: lezen, keramiek, muziek, dieren, mijn dochters, van't leven genieten....
Ik ben vier jaar geleden plots blind geworden. Sinsdien bekijk het leven door een roze bril, ik werk in het zwart en tast in het duister.
Dit is wat ze noemen prettig gestoord.
Het is heerlijk buiten. De zon schijnt, geen wolkje aan de lucht, alles blauw en groen. Ik sleur een tuinstoel uit de grage, zet me in het zonnetje en geniet. Die eerste stralen... onbetaalbaar. De vogels tsjierpen en fladderen al enkele weken langs mijn hoofd, ze hebben het druk. Iedere lente wordt hier grote schoonmaak gehouden bij de gevleugelde vrienden. Eksters zitten in mijn schoorsteen. Gooien alle rotzooi van het vorige jaar uit hun nest, dus in mijn tuin en herbeginnen dan vlijtig te bouwen. De duiven installeren zich op mijn wasdraad, kakken op plaatsen waar ik het niet leuk meer vind en lachen me uit als ik volle kracht mijn hand in hun hoopje kak duw. En dan die kleine, lieve pietevogels. Ik heb geen idee hoe je ze noemt, voor mij zijn het pietevogeltjes. Klein, met een rode borst en ergens nog iets blauw ook. Ze maken echt overal hun nestje. In mijn bruidssluier, mijn klimplanten tegen de gevel en een paar jaar geleden zelfs in mijn brievenbus. Toen had ik nog een brievenbus naast mijn voordeur. Je weet wel, een gleufje: een ingebouwde windzuiger. Maar elk jaar kwamen die piepevogels erin zitten, verbouwen en daarna gillen. Het moet een heel vruchtbare moeder geweest zijn, de kuikens bleven maar komen. En als er een kleintje niet sterk genoeg was, nou dan bleef dat gewoon in het nest tot het begon te stinken. Nu ben ik een heel proper meisje, dus de brievenbus werd toegemetseld en de pioepevogels moesten maar een ander onderkomen zoeken. En nu ... zitten ze dus verspreid. Mij niet gelaten hoor. Eigenlijk zijn ze best grappig... En dan is er Pierre. Pierre is een mus. Een stoere, verantwoordelijke mus, die door het vuur loopt, of liever trippelt, voor zijn gezinnetje. Ik heb Pierre een aantal jaren geleden leren kennen. Hij woonde toen in mijn garage in de achterachterhoek. Samen met een aantal neven en nichten, vermoed ik. ze hadden er een soort flatgebouw voor mussen gebouwd, inclusief zonnebank en wintertuin. Het was een echt kunstwerkje. Als het zonnig was, scheen de zon in hun nesten, verborgen tussen de bruidssluier die binnen in mijn garage gegroeid was. Elke ochtend zag ik Pierre vertrekken, fladderend door het gebroken ruitje van de garage. Maar samen met Pierre en zijn gezin, kwam ook het gezin muis mijn garage inpalmen. En dus werd het garageraampje gemaakt, muis gedood. En Pierre? Die verloor ik uit het oog. Maar vorige zomer, tijdens de hitte, hoorde ik gestommel op mijn tuintafel. Ik was een boek aan het lezen op mijn terras en ik hoorde kleine pootjes over mijn tafel schuiven ... Pierre ... Hij was helemaal niet bang, tjiepte vrolijk alsof hij blij was om terug te zijn. De rest van de zomer waren we onafscheidelijk. Elke ochtend opende ik mijn deur, riep zijn naam en binnen een paar tellen was hij daar, vrolijk fluitend. Ik deed mijn werk in huis, hij zat op de venssterbank en vertelde me hoe zijn dag verliep. Als ik buiten zat, kwam hij erbij zitten, naast mijn boek of glaasje wijn. Als hij te lang duurde eer ik reageerde op zijn getjiep, stapte hij tot in mijn veranda, tjierpte eens extra hard en vertrok weer naar buiten. Jaa, Pierre had een karaktertje... Het werd herfst, winter, mijn deur bleef dicht. Mijn garagepoort ook. Elke dag legde ik stukjes brood en al wat vogeltjes lekker vinden op mijn terras. En gisteren... Een zacht getik tegen het raam van de veranda. Ik doe de deur open, vind het eigenlijk een vervelend geluid. Fluk maakt van zijn oren, maar het tikken blijft doorgaan. En terwijl ik naar buiten ga hoor ik links van me, op de vensterbank: Tsjiep... tsjiep... Pierre is terug ... dit wordt een prachtige zomer ...
Weer vrijdag. Afgelopen week ben ik naar Glin geweest, naar het opleidingscentrum voor geleidehonden. Er stond een bezoek bij de oogarts op het programma en een gesprek met de psychologe. Ja, een hond krijg je niet zomaar. Je moet kunnen bewijzen dat je blind of heel slechtziend bent en geestelijk in orde. Dat blind zijn was geen probleem, dat hadden ze snel door. Maar de psychotesten waren heel intens. Ze vroeg de stront uit mijn gat, zoals ze zeggen. Het duurde ook een tijdje, het werd al middag toen ik buitenkwam. De uitslag van de testen zou ik na het eten krijgen. En dat eten? In de eetzaal van het Home voor oude blinden. Want ja hoor, onze Belgische Staat heeft ook daaraan gedacht. Als je versleten, oud en blind bent mag je gaan vegeteren in Glin. God behoede me. Alhoewel ik er zeker van ben dat dat voor sommige mensen de ideale oplossing is. En het eten is er heerlijk, dat moet ik toegeven. Het interieur van de eetzaal is heel sober, geen kleuren, geen tierlatijntjes. Het eten dat je op je bord krijgt is heerlijk, maar er wordt geen aandacht besteed aan bordvulling. Als het er maar op ligt ... Waarom zouden ze ook? In ons geval wil het oog toch niks... Na het eten kreeg ik mijn uitslag: Geslaagd. Op naar de volgende test. Een gesprek met de verantwoordelijke van de opleidingen. Een schat van een man die leeft voor zijn dieren. Hij wilde vooral weten hoe ik mijn dagen doorbracht. Of ik een globetrotter was of eerder een huismus? Belangrijk, daar baseren ze namelijk de matching met de hond op. Met probeert een hond te vinden die, qua karakter en werklust, bij mij past.. Tja, die werklust is dan misschien wel een probleem... Ook dat gesprek bleek in goede aarde te vallen. Ik mocht naar de ultieme test: wandelen met een geleidehond. Er kwam een trainer, die me meenam en voorstelde aan Luigi. Luigi is een vierjarige Labrador, hij verzorgd de public relations van het centrum. Hij neemt de aspiranten mee op sleeptouw en vertoont zijn kunsten in de scholen en tijdens de voorlichtingsdagen. Na een knuffel van mij en een likje van Luigi, wist ik dat het goed zat. Ik kreeg een aantal commando's die ik zeker zou nodig hebben en hop, weg was ik. Ze hadden me verteld dat je je volledig moet overgeven aan de hond. Hem helemaal moet vertrouwen en dat ik is het moeilijkste. Wel, niet voor mij. Ik heb me nooit zo veilig gevoeld. Ik neem de beugel, geef het commando: "Allons y" en loop de straat op. Met opgeheven hoofd, ontspannen schouders en een grote glimlach op mijn gezicht. We wandelen over een bouwterrein met heel onregelmatige bodem, we gaan door straten die ik helemaal niet ken, stoppen op de hoek, wachten aan een verkeerslicht, vermijden obstakels op de stoep... Voor ik het besef heb ik vier kilometer afgelegd zonder ook maar een spoortje van zenuwen. Ik ben vrij, ik wandel alleen. Na vier jaar geen arm om me te leiden, om me te behoeden voor gevaar... Nee, helemaal alleen, waar ik wil, wanneer ik wil. Mijn Luigi doet feilloos wat ik vraag en als ik hem beloon met een lief woord en een aai over zijn bol krijg ik een dikke kus. Hij is mijn held. Ik ben weer terug in het centtrum en er volgt weer een gesprek, samen met de verantwoordelijke en de trainer die me op afstand was gevolgd. Blijkbaar heb ik het prima gedaan. de beslissing is gevallen, ze gaan een hond voor me opleiden... Volgens de verantwoordelijke zal ik ongeveer een jaar moeten wachten, maar dan is mijn beestje klaar. Een jaar, ongelooflijk lang en toch weer zo voorbij. En dan... ben ik weer vrij...
Ik heb een afspraak in Mons. In Glin om precies te zijn. Met de trein moet ik eerst naar Berchem, dan naar Brussel en dan weer overstappen naar Mons. Een hele onderneming. Dus beslissen mijn vriendin en ik om met de auto te gaan. We willen namelijk op tijd weer thuis zijn, voor het spitsuur als het kan. Die ochtend, om acht uur, stappen we in de auto, de Waalse gronden tegemoet. Het is lekker weer. Een beetje fris maaar zonnig en we zijn er helemaal klaar voor. Naar een uurtje rijden stoppen we we bij een wegrestaurant. We gaan aan de koffie. Dat hoort bij een uitstapje, vinden we. Het is er al druk, abnormaal druk zelfs. Mijn vriendin weet me te vertellen dat er een bus schoolkinderen is gestopt, die nu allemaal moeten gelaafd worden. We beslissen om maar verder te rijden, maar eerst even plassen. We lopen tussen de tafeltjes door, ik knots overal met mijn witte stok tegen. Kan me niks schelen, moeten ze maar uitkijken. Hoe dichter we bij de toiletten komen, hoe drukker het wordt. Hebben ze heir dan een bus vrolijke pissers binnengeduwd? Eindelijk, ik zit. Na de broodnodige boodschap gaan we naar de WC - madame. Mijn vriendin betaald, maar als ik mijn geld wil nemen zegt de madame dat ik niet moet betalen. Blijkbaar mag een gehandicapte gratis plassen. Zeg nu nog eens dat blind zijn niet plezant is ... De rest van de reis verloopt vlekkeloos. En ook de rest van de dag is een succes. Ik geniet met volle teugen en als het weer tijd is om terug te keren ben ik doodop, maar intens gelukkig. Het is ondertussen 17.00h geworden.En we moeten nog vertrekken in Mons. Dat wordt dus toch het spitsuur. Alles gaat goed tot in Luik. We rijden stapvoets, file zoals verwacht en opeens slaat de motor af. Mijn vriendin start opnieuw en ja, we kunnen weer verder. Maar een paar meter verder gaat het helemaal fout. De auto valt weer stil, is niet meer aan de praat te krijgen. Mijn vriendin laat hem zo goed mogelijk uitbollen, maar vermits we op het linkerrijvak zitten, kan ze alleen maar naar links draaien. Daar staan we dan ... half op de berm, half op de rijweg aan de linkerkant met overal toeterende auto's rondom ons. Ik krijg gelijk de slappe lach. "Tja, we moeten uitstappen." Zeg ik. "We mogen niet bijven zitten, veel te gevaarlijk." Ik kan aan mijn kant niet uitstappen, zelfs mijn deur niet openen. Dus kruip ik met witte stok, sjakoch en al, over de versnellingspook en ga er aan de linkerkant uit. Ondertussen heeft mijn vriendin de VAB al gebeld; die gaan zo komen. Na een paar minuten is de file opgekuist, de auto's vlammen ons weer voorbij. Het wordt nu echt heet onder onze voeten en we gaan bescherming zoeken. We kruipen over de afsluiting van de middenberm en belanden in de brandnetels. Gelukkig heb ik mijn stok bij. Als een gek begin ik de netels plat te slaan. Pas nadien begrijp ik waarom de automobilisten zo raar reageren. Het zal me ook een zicht geweest zijn.... De meeste chauffeurs doen teken dat we de autostrade moeten oversteken, naar de rechterkant. Nou, ikke niet, zenne... Ondertussen is de politie voorbij gekomen maar niet gestopt. Die mannen hadden hun uur er zeker opzitten. Na een half uur wachten op de middenberm, komt de politie in actie. Met toeters en bellen zetten ze de weg af en de takelwagen laadt de wagen op. We mogen ook mee, we weten alleen niet goed waar naatrtoe. De chauffeur van de takelwagen begroet ons: "Mfmffch" Wat volgens mij zoveel wil zeggen als Bonjour. Vriendelijke kerel. We rijden ergens naartoe waar Jezuske nog niet geweest is. Mijn vriendin verteld me wat ze ziet. Dat de baan steeds smaller wordt, de huizen steeds kleiner en stoffiger. Dat de chauffeur haar doet denken aan een clochard, type Catweezle. "Als we voorbij een bos komen, stap ik niet uit. Ik klop op zijn kl..." Zeg ik. In het Nederlands wel te verstaan. We beginnen commentaar te leveren op de Walen, de huizen, de hygiene en vooral op die arme chauffeur. Zijn hele anatomie moet eraan geloven.... We stoppen bij de garage. Donker, vuil, in een doodlopende straat. Mijn vriendin, die weer dringend moet plassen, besluit om niks te vragen. We pissen wel elders... De vervangwagen staat te wachten. We moeten alleen nog een paar formulieren tekenen. Geen probleem. Als we vertrekken zegt de chauffeur dat we voorzichtig moeten zijn, je weet maar nooit... Hij praat vloeiend Nederlands. We vertrekken en 8 kilometer verder zitten we in Tongeren...
Ik heb al heel mijn leven honden gehad. In alle maten en kleuren. Mijn honden zijn mijn kindjes, mijn beste vrienden. Maar nu ik blind ben is het opvoeden van een hond niet meer zo evident. Momenteel heb ik nog een hondje: Fluk. Hij is acht jaar en een Yorkshire Terrier. Ik noem hem mijn stoere bink. Maar het is geen geleidehond, natuurlijk. Blijkbaar heeft hij wel door dat ik blind ben, want hij blaft om me duidelijk te maken waar ik ben. En als ik iets laat vallen, gaat hij erbij staan en blaft. Ik moet dan alleen maar bukken en het oppakken. Maar hij wandelt niet, wil zelfs niet in de tuin komen ... al een hele tijd speel ik met het idee om een geleidehond aan te vragen. Maar elke keer als ik er aan dacht dat ik me volledig zou moeten laten leiden door een hond, veranderde ik van gedachte. Ik ben altijd heel zelfstandig geweest en ook nu nog probeer ik alles zelf te doen. Ik ben geen sukkeltje, ik ben zelfs niet gehandicapt. Ik heb alleen maar een probleem met mijn ogen. En ik hoef geen hond, ik trek mijn plan wel alleen ...
En ja, ik kan inderdaad heel veel. Maar hoe langer ik blind ben, hoe meer ik besef dat ik niet alles kan. Ik was en strijk, poets en kook. Maar als ik ergens naartoe wil, heb ik mensen nodig. Als je pas ziek bent, staat iedereen klaar voor je. Ze brengen je overal naartoe, helpen je met plezier. Maar het nieuwe gaat er vlug af en je vrienden hebben hun eigen leven. Zelf leef je in je coconnetje, maar zij moeten verder in de samenleving. Dat betekent rennen, stress, hup, hup, hup ... Heel normaal hoor, ik snap het wel, maar ik moet ook verder. Dus ga ik alles op mijn eigen ikje proberen. Soms lukt het en soms niet. Ik struikel, val, blauwe plekken, verstuikte voeten, gebroken neus... Ik loop constant verloren, bots tegen reclame op de stoep. Met kerstmis hang ik in de bomen op het trotoir. Maar ik geef niet op, ik zal raken waar ik wil zijn, ik ben niet gehandicapt, ik heb alleen een probleempje met mijn ogen ... En dan, op een ochtend, valt mijn euro. Ik zit aan de keukentafel en ik besef eindelijk dat ik een keuze heb. Ik kan hier blijven zitten en het leven aan me voorbij laten gaan. Of ik kan accepteren dat ik nu eenmaal niet alles kan en handelen. Je bent pas verloren als je dat zelf geloofd. Ik zet mijn pc aan en beging te surfen. Ik lees alle artikels over blindegeleidehonden die ik maar kan vinden. Ik zoek contact met andere blinden die al een hond hebben. Ik mail en bel de verschillende scholen ... Hoe langer ik hiermee bezig ben, hoe enthousiaster ik wordt. Misschien lukt het dan toch nog. Niet meer thuis zitten, terwijl iedereen aan het feesten is. Niet langer zin hebben om ergens naartoe te gaan en dan tot de conclusie komen dat je er alleen nooit kan raken. Ik wil kunnen beslissen, mijn jas aantrekken en vertrekken. De wijde wereld in. Zo maar. Omdat ik er zin in heb. Ik bel het opleidingscentrum dat me het meest geschikt lijkt. Maak een afspraak met de sociaal assistente. De bal gaat aan het rollen. Ik heb een geleidehond aagevraagd. Ik, die niet gehandicapt ben. Ik heb alleen een probleempje met mijn ogen ...
Mensen begrijpen me niet. Ze denken dat ik komedie speel. Dat is omdat je aan mijn ogen niet kan zien dat ik blind ben. Ik kijk je gewoon aan, mijn ogen volgen je. Omdat ik je stem volg, niet omdat ik je zie. Mijn familie en vrienden reageren hier niet op, ze weten dat ik geluid volg. Maar vreemden snappen het niet. Daarom vind ik het ook vervelend dat ze aan de voordeur bellen. Nu ja, bellen? Ik heb geen bel, die is kapot. Op een goede dag zei zei ze: ppprrrrriiiiiii, en toen cccchhhhhhoeeee, en dat een hele dag en de volgende nacht. Heel vervelend. Die heb ik dus afgesloten. Rust aan mijn kop.... Sindsdien moeten ze kloppen. Met zo een groot ijzeren klopding, midden op de deur. Maakt een hoop kabaal. Maar dat is blijkbaar te moeilijk voor sommigen. Die blijven bellen en wachten. Heel lang. Wachten tot ik ze zie staan. En dat kan dus lang duren...
Ze kloppen aan de deur. Mijn hondje wordt woest. Ik ga open doen. Heel voorzichtig. Deur op een spleetje. Kwestie van veiligheid. Een mannenstem zegt: "Lotjes kopen van de fluitende pietjes?" Of iets in die trand. Hij klinkt een beetje kortaf. Ik zeg hem dat ik nooit wat koop aan de deur. Doe mijn deur niet verder open. Hij klinkt nu heel boers. "Waarom doe je de deur niet helemaal open? Ik za je niet aanvallen, zenne." Zegt hij. Ik wordt ook een beetje lastig nu. "Ik doe mijn deur niet verder open, omdat ik dat nooit doe voor vreemde mannen. Mag niet van mijn mama." Hij kan er niet mee lachten. Blijkbaar merkt hij dat er iets niet in orde is met mijn ogen, want hij begint te vertellen over de vogelclub. Vriendelijker dit keer. Na een kwartier lullen over die vogels ben ik het beu. Ik heb niks met die beestjes. Ik ben heel beleefd opgevoed, maar vind dat ik nu mijn goede wil wel getoond heb. Nogmaals zeg ik hem dat ik eigenlijk helemaal geen lotjes ga kopen. Zijn verkooptechniek is mislukt en hij weet het. Gedaan met vriendelijk zijn. Nors deelt hij me mee dat hij me maar een gierige pin vind. En dat laat ik me niet zeggen. Je kan veel beweren over me, maar niet dat ik gierig ben. Ik ben het zat en nog niet zo'n beetje. Maar gesofisticeerde dame als ik ben, blijf ik zelfs nog beleefd. Ik noem hem meneer. "Meneer, loop naar de duvel met uw fluitend pietje, ik ben op mijn kookpunt!" Zeg ik nu vrij hard. Ik gooi de deur dicht. Terwijl hij wegloopt van mijn deur, hoor ik hem roepen: "Gij zijt een oversekste trut!"
Ik ben een vrouw. En vrouwen winkelen. Op zich geen uitzondering. Maar dat ben ik dus wel, heb ik begrepen. Ik heb afgesproken met mijn dochter, na school. Dus eerst maar eens de bus bellen. Als dat geregeld is, ga ik naar de slaapkamer, gewapend met mijn kleurendetector. Die verteld me welke kleuren mijn kleren hebben. Vandaag ga ik voor "ceriserode truitje met zwarte broek". Terwijl ik de keuken passeer, nip ik even van mijn koffie en laat de hond plassen in de tuin. Hij wil alleen naar buiten als ik erbij ben, dus blijf ik braaf wachten tot hij klaar is. Na een kwartier vind ik het welletjes. Ik ben verstijfd van de kou. Ik begin te roepen dat hij nu wel moet binnen komen. En dan hoor ik hem: snurkend op de sofa ... Ik duw boos de deur dicht, trek mijn jas aan, zoek mijn witte stok en ga naar buiten staan wachten op de bus. De rit naar de stad verloopt vlekkeloos. Ik stap af aan de bushalte, daar zal ik wachten op mijn dochter, hebben we afgesproken. Zij komt met de fiets, die kan ze daar dan laten staan. Ik zet me op het bankje. Na enkele minuten hoor ik haar fiets. Ze gooit hem tegen het bushokje en ik denk: "Moet dat nu zo bruut?" Maar ze is een puber, wat wil je? Ik sta op, ga naar haar toe en zeg dat ik er klaar voor ben. Een onbekende stem vraagt me wie ik ben ... Mijn dochter is nog gekomen hoor, een beetje later. En we hebben een heerlijke middag gehad. Ik heb ook iets nieuws gekocht. Een broek. Een zwarte .Zoals altijd. Ook mijn dochter heeft weer wat neiuws gevonden. Terwijl ze staat te passen in de kleeedkamer neem ik mijn gsm. Ik zit namelijk al een hele dag te wachten op een belangrijke telefoon. En die komt maar niet. Misschien moet ik dus zelf maar eens bellen om te informeren. Ik draai het nummer, niemand antwoord. Ondertussen is dochterlief weer tevoorschijn gekomen. Ik ben opgelucht dat ze tevreden is met haar eigen keuze. "Zullen we wat gaan drinken?" Een uur later verlaten we de taverne. Nog een winkel, daar hebben ze ook leuke kleding. Ik volg als een braaf hondje. Terwijl ze weer de kleedkamer in duikt, zoek ik mijn gsm en probeer het nog eens. Mijn geduld is op en dat laat ik merken. Hardop. Misschien iets te hard. Nog altijd krijg ik niemand aan de lijn. Een vriendelijke meneer tikt op mijn schouder. "Madammeke, je gaat nooit antwoord krijgen als je probeert te bellen met je kleurendetector." Zegt hij liefjes. OK, dan ligt mijn GSM dus in de lade van de keukenkast, denk ik. Hoef ik die straks ook niet meer te zoeken... Handig toch, die behulpzame mannen ... Ik ga naar de bushalte, neem mijn bus en geniet van mij nieuwe broek. het leven kan toch mooi zijn ...
Ik heb een blog. Vraag me niet hoe ik dat gedaan heb, ik heb hoofdpijn. Al vier jaar hoor ik een stem. De stem van mijn madam. De madam van de pc. Ik werk met een spraakprogramma en een brailleregel. Mijn madame vertelt me dan welke letter ik typ, letter per letter. Maar niet alleen dat, ze vertelt me evengoed welke interpunctie er gebruikt wordt. Het klinkt dan als: Dee spatie ie spatie tee spatie ie spatie es spatie ee spatie ee spatie en spatie tee spatie ee spatie es spatie tee pee uu en tee. Nu ben ik echt wel een geduldig meisje, maar probeer daar maar eens een paar uur naar te luisteren ... Daar komt nog bij dat ik nog fouten typ, ik ben wel eens te snel, die ik dan niet kan verbeteren omdat ik het knopje niet vind. Of mijn madam zegt dat ik een bepaald programma moet starten. Ik wil wel hoor, maar hoe doe je dat en waarom zou ik dat doen? Nee, techniek is niets voor mij ... Maar iedereen heeft een blog, dus ik ook. Samen met een vriendin vul ik de nodige info in, stuur het mailtje op, krijg antwoord, activeer alles ... ik ben vertrokken. En dan kom ik tot de conclusie dat ik niet van colom kan veranderen. Mijn madam blijft steeds dezelfde rij lezen en ik geraak maar niet op de rest van de site. Het ligt aan mij, dat besef ik maar al te goed. Weer een sneltoets die ik niet weet staan. De hele nacht oefen ik, zoek mijn heel machien ondersteboven ... niks. De volgende dag zit ik, half in slaap op toilet als ... poef ... ik weet het. Ik vlieg naar mijn pc, zet de koptelefoon op, hoor mijn madam. Gelukkig, ze klinkt wakkerder dan ik ... Ineens gaat alles goed. De zon schijnt. Mijn pc werkt. Mijn hondje ligt te slapen, languit in de zetel. Ik ben gelukkig ... Ik heb hoofdpijn ... maar ik ben gelukkig ... ik heb een blog.