Het Land van het Midden, ik ben er voor de eerste keer geweest in 1978 en ik was er weg van. Toen leefden er ongeveer 1 miljard Chinezen zegde men ons trots, alhoewel het juiste getal wel nooit zal gekend zijn. Intussen zijn het er 1,3 miljard en niettegenstaande de gigantische economische vooruitgang blijft het politiek en sociaal een ontwikkelingsplaneet.
Wij waren een van de eerste toeristische groepen die dankzij de handelscontacten van de rederij Furness onder strikte begeleiding een rondreis konden maken. In sommige steden ontstonden volkstoelopen, want daar had men nog nooit een blanke in levende lijve aanschouwd, een "witte duivel". Alle mannen droegen nog mao-pakken en de vrouwen liepen onveranderlijk in blauwe slobberbroeken. Overal waar we toekwamen, werden toespraken gehouden. In een ziekenhuis werden we verwelkomd door de hoofdarts en we hebben twee operaties meegemaakt. Dat behoorde allemaal tot de gastvrije ontvangst : de Chinezen wilden fier hun land en verwezenlijkingen laten zien aan de buitenwereld. Je kon met geen mens praten want alleen de gidsen kenden Engels en niettegenstaande de armoede voelde je de heel grote levenslust van deze mensen. De belangstelling voor het Westen was zeer oppervlakkig omdat ze er niets van afwisten. Voor de doorsnee Chinees leefden wij ongetwijfeld net zoals zij in piepkleine huisjes in overvolle steden en reden elke dag met de fiets naar onze smerige fabriek om met duizenden anderen zo weinig mogelijk uit te richten. Wij waren alleen grappige langneuzen, leuk om naar te kijken en we werden ongegeneerd uitgelachen, eigenlijk waren we een gratis attractie.
Het gaat er intussen heel wat anders aan toe. De economische vooruitgang is zeer groot. Twee jaar geleden was ik in Shangai met een Amerikaanse groep en de verlichting van de rede en de gebouwen met laserstralen en kleureffecten sloeg zelfs de Amerikanen met verbazing. Om stipt 11 uur werden de lichten gedoofd. Genoeg gezien, gedaan. Met de persoonlijke vrijheid gaat het er nauwelijks anders aan toe dan ten tijde van Mao. De Communistische Partij zwaait de plak en ze kan dit land dat 300 maal de oppervlakte van het land B heeft, alleen maar onder de knoet houden via een rigide gedecentraliseerde dictatuur, steunend op trouw, spionage, eenzijdige voorlichting en beloning. Een droomformule voor de linkserige idioten uit het Westen. China heeft nooit een democratie gekend, het is altijd geregeerd geweest zonder vraagstellingen door de sterkste, de in het Geel gehulde Keizer, de Zoon van de Hemel die door geen aardse sterveling in het gezicht bekeken mocht worden. In de goed gedocumenteerde film van Bertolucci over "De laatste keizer, Pu J'i" wordt de geest van idiote onderwerping en buitenissige aanbidding mooi weergegeven.

Mao heeft niet meer gedaan dan het voortzetten van die keizerlijke traditie , zij het dat hij inspanningen heeft geleverd om economische welvaart te brengen en de armoede uit te bannen. De manier waarop dit allemaal gebeurde, heeft men in het verwende Westen nooit juist kunnen inschatten, omdat er nauwelijks contacten waren. De Canadees Edgar Snow, die een groot stuk van de Lange Mars meemaakte als verslaggever, was verblind door adoratie voor Mao en zijn companen. Jarenlang was Snow de enige Westerling die rapporteerde. In het aan de Britten toebehorende Hong Kong krioelden Westerse sinologen en sensatie-journalisten over en door mekaar om vanuit een historisch perspectief verklaringen te zoeken voor de geheimzinnige gebeurtenissen in de Volksrepubliek. Deze loste alleen propagandamateriaal en mededelingen om aan te tonen hoe fantastisch het er allemaal aan toeging in het Communistische Paradijs : Mao, blakend van gezondheid, zwemt de Yangtserivier over. Honderdduizenden Chinese vrijwilligers bouwen een kilometerlange dam met spade en emmer en wij maar juichen : "Heftige mannekes, die gele". Geen vermoeden had men van wat er echt aan de hand was. De campagne uit 1956 "Laat honderd bloemen bloeien" was een pleidooi voor ideologische meningsuiting en de naievelingen die er gevolg aan gaven, werden feestelijk opgesloten. Veroordeeld of ter door gebracht. Van 1959 tot 1962 beleeft het land een ongeziene hongersnood, die de voorbode zal worden van de Grote Culturele Revolutie. Jaren woedt deze opstand, voor men in het Westen doorhad wat er werkelijk aan de hand is, een ijselijke afrekening binnen de partij, waar Mao op een nietsontziende wijze de jeugd inzette om de rijke culturele erfenis van het land letterlijk aan diggelen te slaan, het onderwijs onderuit te halen en de maatschappij te ontwrichten. Dit alles om de aandacht af te leiden van de werkelijke ellende van het volk.
Jonge mensen gaan niet meer naar school of universiteit, zij worden Rode Wachten die als heuse bendes door stad en land trekken, uit op vernieling van eigendommen en cultuurhistorische schatten en zij vormen elke dag rechtbanken die intellectuelen en vermeende kapitalisten veroordelen na schertsprocessen en inhumane vernederingen.
Het politieke Westen hoort alleen de eigen linkse intelligentsia, de Franse schrijver en minister André Malraux die het allemaal sussend uitlegt (Frankrijk is in onderhandeling om vliegtuigen te leveren !) en de achterdochtige vragenstellers wordt het zwijgen opgelegd zonder veel scrupules.
Is er veel veranderd in China ? Ongetwijfeld, ik zie in eigen stad dagelijks heel wat Chinese jongeren rondlopen, studenten zegt men me. In hun land is men hinkend de achterstand op intellectueel, technisch en wetenschappelijk vlak aan het inlopen. De Culturele Revolutie heeft heel grote hiaten veroorzaakt in al deze sectoren die tientallen jaren lam hebben gelegen. Toen het intellectueel discours langzaam terug startte, waren de ouderen er niet meer, of te moe of te uitgeblust en ontgoocheld en jongeren ontbraken want er was geen opleiding geweest.
De leer- en nieuwsgierigheid van de Chinezen is spreekwoordelijk en zij zijn bezig een wereldmacht te worden. De middelen zijn ondergeschikt aan het doel : of de kat nu zwart of wit is, zolang ze maar muizen vangt, is een gekende uitspraak van Deng Xiao-Peng. Niet bezwaard door grote ideologische complexen of verplichtingen. "Veel plichten en zo weinig mogelijk rechten" vat summier de opvatting samen die de top van het land aankleeft als het over de noden van het volk gaat.
Vandaar dat zij, ongehinderd door welke bezwaren of hinderpalen dan ook, hun beleid uitstippelen, uitvoeren en permanent de middelvinger opsteken naar de rest van de wereld en naar de eigen bevolking als die lastig wordt. Een ander motto zou kunnen luiden : "Veel werken en weinig verdienen".
Al deze ideeën kwamen binnenwaaien vanmorgen toen ik las dat de Wereldbank een milieurapport over China heeft moeten intrekken, aanpassen en vervalsen op niet te weigeren vraag van Zhongguo, de officiële naam van China. Veel te lastig, veel te compromitterend. Onze mensen gaan zich opwinden en zorgen maken, dus stop het maar terug in de schuif. Helemaal onderaan graag.
En de Wereldbank, die we inmiddels hebben leren kennen dankzij Wolfowitz en Melkert als een verzamelpunt van gebuisde politici die uitzijn op macht, seks en geld geeft uiteraard gevolg aan deze vraag van de meest gegeerde bruid van de kwijnende en kwijlende Westerse economie.
En de prins, wat heeft die arme houten Klaas en zijn wederhelft, Houten Klara, hier mee te maken ? Ik zal het even laten lezen hieronder, uit de toespraak die de taaie recent hield in Peking :
In trying to find answers and solutions, we in the West can learn a lot from the Chinese. Your ancient wisdom and your way of looking at nature and at man, can help us to infuse science and technology with a human approach. You see nature as a gift, to be cherished, to be grateful for, as something to feel responsible for. In nature resides the spirit of creation, a mysterious and almost sacred concept.
Als het zo voort gaat vandaag eindig ik straks met spleetoogjes : eerst Japan. Nu China. In de zomerperiode kriebelt het en de eigen politiek speelt zich af achter paravents.
Ray