Dames en heren, we reizen even naar de Antwerpse Linkeroever, een slaapgeborchte in de zachte schouderkom van de Schelde.
Wat eens "de nieuwe stad" moest worden, waar niemand minder dan le Corbusier de architecturale verantwoordelijkheid voor zou dragen, is al tientallen jaren een experimenteel oefenterrein voor ontwerpers van sociale woontorens, spaarzame alleenstaande huizen, of lekker bij mekaar aanleunende panden, de uitverkoren aanstaande klanten van de vrederechter. Hier verblijven zowat zestienduizend Antwerpenaars, illegalen, zwarten, Marokkanen, balkanisten in een poging waar niemand van hen om gevraagd heeft, vreedzaam mekaars multiculturele streken te verdragen. Een van de hoogste woontorens van de stad, die met zijn vijfentwinitig verdiepingen, draagt trots de bijnaam "Chicagoblok" en al wie wit ziet en Vlaams is, stemt daar ook voor het Blok. "Waai wèite woareum, menier" Soms wordt het huisvuil naar beneden geflikkerd door de vensters en ooit was het zelfs een baby die het helaas niet kan navertellen.
Linkeroever. Men wilde hoog- en laagbouw mengen, zoals men ook de bevolkingslagen wilde mixen. Ik heb ooit gedacht (o wee, dat is gevaarlijk ... denken) : de planalogen van de stad willen hier een experiment opzetten zoals dokter Mengelé in Naziland maar dan alleen met zachte dwang. Met of zonder dwang het lukt nergens.
Toen de plannen van start gingen na WO II, de gronden opgespoten werden met uitgebaggerd Scheldezand en de straten aangelegd werden, kregen deze laatste de namen van bekende Antwerpenaars en Vlamingen en daar zit wel een structuur achter, een idee. Natuurlijk was het Lode Craeybeckx, onze grote socialistische en breeddenkende burgemeester die Brussel niet wou loslaten, die een man was van een grote cultuur en verfijning (ook al dronk hij een pint) die veel van zijn vroegere literaire en andere strijdmakkers vereerde met hen voor het leven te gedenken op die manier.
De grote assen zijn gewijd aan de onvermijdelijke Middelnederlandse letterkunde : Blancefloer, Esmoreit, Halewijn, en dan ontmoet je kris kras Paul van Ostaijen, Willem Elsschot, Emile Verhaeren, Lode Zielens, August van Cauwelaert, (de Brugse tak die in de advocatuur zat en romans schreef) Mac Leod, Prosper van Langendonck,August Vermeylen, Guiciardini (de Italiaan die in de 17de eeuw op bezoek in Antwerpen enkele aangename dingen vertelde over deze stad en daar zijn wij gevoelig aan en dankbaar voor), Charles de Coster, Julius Vuylsteke, Multatuli, Constantijn Huygens, Theofiel Gauthier, en op een kluitje bij mekaar : de ontheemde ridders of hertogen die wellicht nooit echt bestaan hebben, Jan van Brabant, Jan van Heellu, Lodewijk van Velthem en Aernout en Willem, en al wie ik niet genoemd heb, die komen later nog aan de beurt. Op elk naambord staat keurig onder de naam, beknopt wat de persoon deed en wanneer hij leefde.
Ik kan gerust beweren dat in de jaren '60, toen ik gemeenteraadslid was voor de VU in Antwerpen, de burgemeester een man was die kon rekenen op een gemeend respect van de oppositie en het was wederkerig. Als fervent theater- en operabezoeker, ontmoette ik soms in een van onze schouwburgen Lode Craeybeckx die onverwacht een voorstelling kwam bijwonen en die er steeds op aandrong dat wij samen zouden zitten en dan fluisterde hij me met die lepe vossenoogjes van hem toe : "De stad is vanavond vertegenwoordigd door zijn twee beste gekozenen ..." Ook al was dat beslist niet het geval, ik glom van trots en bewonderde de behendigheid van de grote Craeybeckx. Al wat na hem is gekomen, op uitzondering van Mathilde Schroyens, kwam nog niet aan de man zijn enkels.
Om te zwijgen over het niveau van de huidige kantjesloper.
Ziezo, we hebben weer enkele vrienden gemaakt.
Ray
2 reacties op dit bericht
@ Ruzgar
Kultuurschepen Heylen
Onze kultuurschepen zou dringend wat moeten sleutelen aan die "Zomers" van Antwerpen.
Iedere dag "bonke,bonke" hangt iedere echte Sinjoor de strot uit en brengt de horeca geen euro(ka) meer op.
Het dagelijks lawaai verstoort de katedraalkoncerten (brief @ Pallieterke van G.Snijders,bestuurslid AKC) en de Grote Markt hunkert naar gewoon gezelligheid (Mathias Danneels-Nieuwsblad)
Trop is te veel!
Het organiseren van meerdere festiviteiten op meerdere pleintjes is al een stap in de goede richting.
Over het museumbeleid moeten we het een andere keer nog eens hebben.