Precisering - moeilijke woorden.
Verkeerd taalgebruik leidt tot verkeerd denken .Veel misverstanden kunnen vermeden worden door de betekenis van woorden te preciseren te definiëren.
"Deïsme" stelsel dat het godsbestaan erkent op grond van de rede, maar een openbaring verwerpt.
"Theïsme" geloof aan bestaan van God als Schepper en Bestuurder
"Agnosticisme" Agnosten concluderen dat het verstandig is de vraag over het al dan niet bestaan van God open te laten (J.K)
"Atheïsme " het bestaan van God ontkennen.
"Pantheïsme" stelsel dat leert dat het Al God is (Spinoza)
Polytheïsme" veelgodendom.
"Monotheïsme" vorm van godsdienst die slechts één God erkent.
"Sentiëntisme" morele relevelantie toekennen op grond van het kunnen hebben van gevoelens. (Gaia?)
"Speciësisme" het tegenovergestelde ?? menselijk chauvisme ? (discriminatie op grond van soort )
"Axiologie" waardenleer
"ontologie " zijnsleer
"epistimologie" wetenschapsleer
"atavisme" het terugkeren van een erfelijke eigenschap nadat deze bij één of meer generaties niet tot uiting was gekomen. '
"ostracisme" uitsluiten uit een gemeenschap van een invloedrijk iemand
"oxymorom" stijlfiguur bestaande uit een geestige nauwe verbinding van twee tegenstrijdige begrippen- b.v. een levend lijk - het donkere licht - een sprekende stilte.
"polyamorie" is de overtuiging dat je gelijktijdig meerdere leden van het andere geslacht kunt liefhebben, zoals je ook kunt houden van meer dan één wijn, componist, boek of sport. ( bl.202 -God als misvatting )
"aggiornamento " het bij de tijd brengen moderne waarden tot hun recht laten komen.
"abiogenese " van zelf ontstaan van leven uit levenloze stof.
"voluntarisme" aanduiding voor de richtlijnen in de filosofie, die op een of andere wijze aan de wil voorrang geven boven het intellect.
( dit zijn woorden die geregeld terugkomen in de werken van o.a. Jaap Kruithof, Richard Dawkins, Michel Onfray, Etienne Vermeersch, Paul Cliteur. ) (mijn mentors)
Ø Ø Atheïsme: Is niet het geloof in niets, maar de overtuiging dat er geen god of goden bestaan. De atheïst is er zich van bewust dat het niet bestaan onmogelijk te bewijzen valt, maar het gaat volgens hem om een extreme vorm van onwaarschijnlijkheid.
Ø Fictionalisme: God bestaat niet, maar we moeten leven alsof Hij wel bestaat
Ø Believing without belonging: Ik geloof in God, maar verbind me aan geen enkele kerk
Ø Belonging without believing: ik geloof niet in god, maar hoor wel bij een kerkelijke gemeenschap
Ø Sociale gelovigen: Staan niet stil bij hun geloof maar gaan voor feestelijke of scharniermomenten wel naar de kerk ( huwelijk, geboorte, communie, begrafenis)
Ø Transcendentie: datgene wat de waarneembare werkelijkheid overstijgt
Ø Metafysica: filosofie van het wezen van de werkelijkheid
Ø Mystiek: intuïtieve eenwording met de diepste realiteit
Ø Spiritualiteit: houding gericht op ervaringen die onze relatie met de diepste realiteit belichamen.
Ø Secularisatie: afnemen van de invloed van de religie op de maatschappij. Verwereldlijking. In zake godsdiensten neemt de overheid een volstrekte neutraliteit waar.





















