Running in the Rain

Regen en wind konden de Crokyboys niet tegenhouden om te starten met hun wekelijkse avondrun.
Op hetzelfde moment mocht Patrick zich dertig kilometers verder hoog en droog uitleven op zijn loopband en op zijn lofzang aan het adres van Flandrien Luc Maes.
Patrick zijn ode aan Lucske Maes:
“Een echte Flandrien" !!
Het was ergens halverwege de jaren '80. Ik was al ruim een jaar fervent aan het lopen. Wedstrijden liep ik graag en er ging praktisch geen week voorbij of je kon me aan de start zien van een of ander loopevenement. Met de nadruk op start. Aan de finish geraken was soms wat moeilijker, vooral omdat ik mijn zinnen gezet had op de marathonafstand terwijl ik op dat ogenblik bij God niet wist hoe ik zoiets moest voorbereiden laat staan dat ik wist hoe dit koninginnennummer van de lange afstand in te delen. In Beveren bij Antwerpen had ik me al eens gewaagd aan die 42,195 km en de eerste 30 liep ik in een rotvaart waarna ik de resterende 12 noodgedwongen moest stappen.
Maar een tijdje later stond ik alweer aan de start van een marathon. Deze keer ergens in het Gentse. Vooraf kon je bij wijze van spreken alle deelnemers een hand geven, zo weinig waren er. Ik herinner me dat ik een babbel had met iemand die afkomstig was van ergens in de omstreken van Kortrijk. Het was een lange, schriele man. Ik schatte hem zowat 10 jaar ouder dan ikzelf. Zijn naam was Ronny Debersaques. Hij had het eind van bij hem thuis tot daar in Gent doodleuk gefietst. Ik moet er bij zeggen dat het op dat ogenblik een lekker zomerweertje was, maar kom, je moet het maar doen. 50 km fietsen, 42 km hardlopen en daarna nog maar eens 50 km al fluitend terug naar huis fietsen. Om een lang verhaal kort te maken: ikzelf droop halverwege de wedstrijd met hangende pootjes af terwijl ik achteraf lezen kon dat diezelfde Ronny Debersaques de winst binnengehaald had. Nog later leerde ik dat die man een ultraloper was. Hij was o.a. Belgisch kampioen 24 uur. 24 uur lopen!!! Man, man, man, …! Als men spreekt van Flandriens, dan heeft men het meestal over wielrenners. Over coureurs, geboetseerd in die pure Westvlaamse polderklei. Getekend door weer en westenwind, opgezadeld met een hoekige stijl maar taai en betrouwbaar als een boerenpaard. Als dat predicaat 'Flandrien' ook slaan kan op lopers, wel, dan leek die Debersaques er mij zo eentje. Wat keek ik naar dergelijke figuren op. Later, veel later, zou ik nog zo'n types tegenkomen en – ja hoor – er zelf misschien ook wel eentje worden. En ik werd het. In de aanloop naar de verschillende Nachten van Vlaanderen waaraan ik deelgenomen heb presteerde ik het om tijdens de week regelmatig midden in de nacht op te staan, mijn loopkleding aan te trekken en van thuis uit in Brugge de 20 kilometer naar Knokke te lopen. Daar aangekomen kleedde ik me op het werk om, deed als een fris man net zoals mijn nog slaperige collega's het voorbereidende werk, vertrok als postbode voor een fietsronde van 25 km, kleedde me achteraf terug om om opnieuw die zowat 20 km huiswaarts al lopend doorbrengen. Ik deed dat natuurlijk niet elke dag, maar elke week toch minstens 1 keer. En op zondagmorgen liep ik op mijn nuchtere maag en zonder drinken onderweg een marathon. Zomaar, als training. Ik was toen nog jong en taai en betrouwbaar als een boerenpaard...
Van die Ronny Debersaques heb ik sedertdien nog weinig gehoord. Ik vermoed dat hij het langeafstandslopen sinds lang vaarwel gezegd heeft. Met een beetje googelen kom ik te weten dat hij enkele jaren terug zijn dochter nog tijdens een marathon per fiets begeleid heeft, maar daar blijft het bij.
En nu Luc Maes. Vooral tijdens die Nachten van Vlaanderen kwam ik hem tegen, maar ook tijdens de verschillende Guldensporenmarathons waaraan ik deelnam. Lucs hoekige, moeilijke stijl viel me direct op, maar ook zijn verbetenheid. Dat was nog zo'n echte Flandrien! Meestal ging hij er bij wedstrijden na het startschot als een speer vandoor en ik zag hem niet meer weer. Maar zo af en toe kwam Lucske zichzelf tegen. Hij had zich – om in de paardenterminologie te blijven – wat vergaloppeerd. Maar opgeven? Neen, dat stond niet in zijn woordenboek. Allez, toch nauwelijks.
Ik herinner me zo eens een van die Nachten toen het parcours vanuit Torhout liep naar Middelkerke, Oostende, Gistel en zo terug naar Torhout. Eén grote lus van 100 km. Ik vond het het mooiste rondje Nacht dat we ooit gekregen hadden. Middelkerke lag exact halfverwege en vanuit de verte zagen we vuurwerk afsteken om de doortocht van de eersten feestelijk aan te kondigen. Dat waren een handvol Russen, Oostblokkers, een verdwaalde Fransman en de plaatselijke Jan Vandendriessche uit Gistel. Tussen die Jan en ik en mijn loopmaatje Pierre uit Knokke in liep ergens in de invallende duisternis Luc Maes. Van Middelkerke tot Oostende was het lopen geblazen over de kilometerslange zeedijk en kijk: net bij het binnenkomen van Oostende (zowat ter hoogte van het Kursaal) haalden we Lucske in. We hoorden hem grommen. Hij had een dipje, net zoals wij er later op de terugweg elk ook een kregen. Maar we kwamen aan. Luc ook. En nu komt het. Een echte Flandrien kan je misschien wel worden, kan je misschien wel zijn, maar moet je je hele leven lang blijven. Dan pas ben je een ware Flandrien en – geloof me – die lopen niet bij bosjes rond. Onze Luc is zo'n uniek exemplaar. Hij is nooit gestopt met Flandrien zijn. Ook niet op de dag van zijn zestigste verjaardag toen hij aangekondigd had niet meer te lopen. Bleek het voor de grap te zijn, voor maar één enkele dag. Sedert doet hij gezwind weer verder. Daar waar anderen op weg naar hun (loop-)pensioen afhaken om nooit meer terug te keren (die Debersaques, ....); waar nog anderen lange perioden van rust inbouwen (ikzelf); daar gaat een echte Flandrien gestaag verder. Nooit opgeven. Verder doen, steeds verder doen. Nog altijd je eigen grenzen verleggen. Dat doet Luc Maes. Waarin ik hem nog het meest bewonder is het feit dat hij omwille van zijn handicap geen mooie stijl van lopen heeft en op die manier veel meer energie verspilt dan gelijk wie van ons allemaal. En toch zet hij schitterende prestaties neer, nu nog altijd. Met zijn onnavolgbare hoekige stijl is hij toch maar mooi recordhouder M60 op de Crokytoer met 42'05”13! Proficiat Luc. Je bent een voorbeeld voor mij.”
O ja: mijn loopbandprestatie van gistereren 06/02/2014 : 48 min 17 sec. Op het laatst heb ik nog alles uit de kast gehaald om mijn eigen record (48min 16 sec) het liefst met een seconde te verbeteren. Uiteindelijk heb ik het niet verbeterd met dat ene secondje, maar kwam ik het uitgerekend juist te kort. 't Zal dus voor een andere keer zijn.
Ondertussen is Carolus Moens "in het verborgene" zonder zijn vaste trainingsmaat Mieltje Pauwels het BK INDOOR MASTERS in GENT aan het voorbereiden. Dit BK vindt plaats in Topsporthal Vlaanderen op zaterdag 8 maart 2014, hier hoopt Carolus enkele medailles te veroveren in de categorie M85.
Carolus houdt dus vol zoals Mieltje dit hem bij zijn afscheid had gevraagd!!
Uitslag Crokyrun donderdag 6 februari:
1. Koen Ver Eecke 42’ 23”
2. Joost Coudenys 42’ 40” 11
3. Stefaan Lemiere 42’ 46” 60
4. Maxim Gernay 43’ 18” 04
5. Luc Maes 45’ 47”
6. Lieven Van Parys 46’ 05” 68
7. Paul Gernay 46’ 46”
8. Jan Verhoeve 50’ 57” 69
9. Bernard Devaere en
Günther De Maeyer 52’ 40”
11. Albert Demeyere 53’ 50”
12. Carlos Dejaegher 1u 01’ 54”
DNF: Kevin Van Hauwaert






















































