Naar de inhoud

dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

m.a.w. de weblog van Greta en boB
akke.beakke.be

de bloemige blog die de avonturen van Greta en boB in BEELD brengt in België, Spanje, Frankrijk, enz.
De foto´s zijn meestal van Greta en de tekst van boB.
Ook eigen (makkelijk na te maken) ervaringen in het cuisineren worden neergezet,
ter streling van het virtuele gehemelte van de kijker/lezer of amateurkok.

Donibane Lohizune??

 

Lees eerst (een 1/2 meter hieronder) het vorige onderwerpje over Saint-Jean!


Na een paar uren wandelen langs de prachtige oceaankant van Saint-Jean-de-la-Luz komen we in het stadje.

Onderweg was er geen mogelijkheid om iets te drinken, zelfs geen water! Dat is het ware verschil tussen

Frankrijk en Spanje. Door deze omstandigheden, die we niet gewend zijn, beginnen onze ogen uit hun kassen te puilen,

en dan zie je ongeveer deze fata morgana.

  

 

  

Een eigenaardigheid van dit kuststadje met 14000 inwoners is, dat de toegang tot de huizen aan de zeedijk via de

eerste verdieping gaat. Elke woning is dus bereikbaar vanaf de dijk via een individuele brug.

In de middeleeuwen bestond dat systeem ook al, maar dan bij de versterkte burchten.

  

  

 

Op het plein aan de vissershaven staat een imposant historisch gebouw, niet zonder goede reden trouwens.

In 1660 gebeurde hier het huwelijk en de bijhorende huwelijksnacht van Louis XIV en Maria-Theresia van Spanje.

De GPS en zelfs de autoweg van Parijs naar Bordeaux bestond nog niet, en in Spanje waren de wegen al niet veel beter.

Het beste wat de ‘geliefden’ konden doen was hun eerste kusjes uit te wisselen ergens halverwege.

En dan was Saint-Jean goed gelegen, op de grens van Frankrijk en Spanje.

Vandaag vind je op deze plaats het restaurant “Txalufx” (spreek uit “tisalgoed”, dan kan je niet veel verkeerd zeggen).

Je kunt het lezen op de zonnetent. 

 

 

 

 Zo is dan het zicht op de vissershaven vanuit datzelfde Txalufx. De argeloze persoon die hier centraal staat zal

zo dadelijk via zware kettingen worden opgehesen door de kraan die hem stiekem en geruisloos langs achter benadert.

De kettingen met dito haken staan al in aanslag.

  

  

 

Dan maar terug naar het gezellige centrum, met smalle straatjes en restaurantjes allerhande. Het is half oktober,

en de zon broeit zomers hard. Er gaat niets boven een aangename slagschaduw om in te kuieren.

 

 

 

 De hemel is straalblauw en de terrasjes geraken stilaan gevuld op deze gezellige binnenplaats.

De parasols doen hun werk. Het juiste kader is er, en wij zijn er ook.

  

 

 

 Winkeltjes met lokale specialiteiten puilen uit van de lekkernijen. It is het land van melk en honing, én pimientos.

In alle soorten. Dit zijn helemaal geen neuzen XL, of Cuberdons, hoewel ze dezelfde kleur hebben.

Zoals je weet blijven Cuberdons maar twee weken houdbaar.

Deze pepers van Espelette kunnen het jaren uithouden, en worden daarbij alsmaar meer pikant.

Het schilderachtige dorp Espelette, even ten zuiden van Bayonne, is de bakermat van deze culinaire specialiteit.

Een paar jaar eerder zijn we er op bezoek geweest in de beste pimentkwekerij, en nog altijd ontvang ik e-mailtjes,

met informatie over hun nieuwste producten: minipepertjes, gemalen pepers, confituren enz.


  

 

  

Mocht je een dezer dagen langs Saint-Jean passeren, en je wilt reserveren in dit bar/restaurantje,

noteer dan meteen het telefoonnummer. 

 

 

 

Dit is het marktplein van Saint-Jean tussen de jonge platanen,

waar Lodewijk 14 zijn hond nog heeft uitgelaten.

De kiosk stond er waarschijnlijk nog niet, maar tijdens zijn wittebroodsweken

had hij daar wellicht toch geen tijd en belangstelling voor. 

 

 

 

Sommige gebouwen zijn heel creatief en decoratief, zoals dit, dat doet denken

aan een vuurtoren, maar ik vrees dat de huiskamers hoger zijn dan hun breedte.

Geschikt enkel voor slanke bewoners.

  

 

 

Er wordt veel aandacht besteed aan de kwaliteit van de bestrating, en aan de inplanting

van groen doorheen het ganse stadje. Half oktober liggen de bloemblaadjes in België

al op de grond, maar hier zijn ze springlevend.

  

 

 

De ruimte boven de winkel van het Maison Adam wordt

ingenomen door een volledige batterij Piments d’Espelette.

De nieuwe zijn licht van kleur, en worden gebruikt als groente,

de donkere zijn de seniors, en pikant. De piments kan je op

alle markten in het Baskenland vinden.

Aan het poeder heeft de vermaarde Bayonneham zijn rode kleur,

aangenaam aroma en conservering te danken.

Het is het basisingrediënt van de Baskische piperade,

en de jonge, nog niet pikante exemplaren worden lokaal

altijd gebruikt in omeletten.

  

 

 

Nu we toch over eten bezig zijn: het is tijd voor de lunch!

Uiteraard kiezen we voor de plaatselijke traditionele keuken. 

 

 

 

Het restaurantje ligt in een smal straatje, waar in de vroege namiddag de rust

is weergekeerd.

We hebben een stekje gevonden waar we uit de volle stekende oktoberzon kunnen zitten.

We nestelen ons op het terrasje, onder een parasol, en kiezen een lokaal gerechtje.

Tussendoor: zou je kunnen raden wat de titel van dit stukje ("Donibane Lohizune")

betekent? Het is gewoon Saint-Jean-de-Luz, maar dan in het Baskisch. 

 

 

 

Ik zit met mijn rug in de zon aan de overkant, en Greta heeft zich volledig terug

getrokken in de luwe schaduw met een glaasje wijn.

De Bob, die straks Spanje gaat inrijden, houdt een watertje aan.

De bewijzen van goed gedrag zijn met deze vastgesteld.

  

 

Greta had voor vegetarische pimientos gekozen, de zoete,

jonge paprika’s die als een puntzak kunnen gevuld worden

met allerlei lekkers (hier met vis), en die vooral in Spanje heel populair zijn.

Ook de Franse Basken weten er raad mee.

Greta heeft momenteel een Sol y Sombra bord, voor degenen die ook een beetje

in de Spaanse taal thuis zijn.

Mijn gerechtje, dat niet te zwaar op de maag mag liggen, want ik ben hoogzwanger

van de rit naar en door Spanje, is een dubbel tonijnsteakje, met ratatouille en witte rijst.

  

 

 

Na de lunch keren we een laatste maal terug naar het hotel, om de bagage en de wagen

op te halen. We sliepen hier aan de rechterkant, op de gelijkvloerse verdieping,

net waar de wagen staat. De handbagage wordt naar de auto doorgegeven via het raam,

maar dat kan je natuurlijk hier niet zien. De chauffeur gooit de laatste brol in de wagen.

 

 

 

We zijn volledig klaar om de grens over te steken. Vamos a Valladolid!

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 Stuur door Reageer op dit bericht

6 reacties op dit bericht

monique romain9 juli 2013 om 21:52

weblog Greta en Bob

buitengewoon mooi, het begint bij ons al te kriebelen om de grote reis
weer aan te vangen. Wij kunnen van onze vriend Bob nog veel leren.
Prachtig nog heel veel over en weer reizen Monique en Romain
Rosette4 juli 2013 om 22:12

Saint-Jean-de Luz

Schitterend !! mooie foto's, leuk geschreven , wil er al weer naar toe, nog even en het is weer zover, prachtig verslag. Groetjes R&G
Marylou3 juli 2013 om 23:45

Heb genoten van verhaal en foto reportage

Wat is het daar mooi zef.
greta2 juli 2013 om 04:35

rechtzetting

Op het bord bij de lunch was het niet vegetarisch, want de piments waren gevuld met vis en bij Bob dat was tonijn op zijn Baskisch....
Yvette1 juli 2013 om 21:24

Blij weerzien

Mooie foto's en een spitante tekst doen dromen van zelf de Golf van Gasgogne te bezoeken. Bedankt Bob.
Cisca1 juli 2013 om 20:13

leuk verslag

Dat was weer genieten Bob van je leuke schrijfstijl en de mooie foto's en jullie vinden altijd weer leuke plekjes.

Groetjes Cisca
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

We rijden knus naar Saint-Jean-de-Luz

 

Vanuit Niort is het een niet te lange, ontspannende rit naar de Landes,

langsheen Bordeaux, tot bij de Basken.

Het hotel is makkelijk bereikbaar, mits een lange U-bocht op 400 meter van de autoweg.

De avond brengen we grotendeels en aangenaam door in restaurant

“Aux Pigeons Blancs” in het centrum van Saint-Jean.

Een gezellig ingericht Baskisch restaurant, met een lekkere en gevarieerde keuken.

Het hotel, eventjes buiten de stad, is zeer modern ingericht.

Alles ligt op hetzelfde vloerniveau, en geschikt voor boeking via zelfbediening,

voor degenen die lang onderweg zijn.

Het ontbijt blinkt niet uit door zijn overdreven keuze.

Hoe dan ook, we zijn goed uitgerust, en we kunnen de nabijheid van de zee ruiken.

De wagen laten we voorlopig op de privé-parking van het hotel.

Een stevige wandeling tot in het centrum van Saint Jean langs de kust

is wat we gaan doen.

Enkele honderden meter volstaan om de kustlijn te bereiken.

Er is een wandeling bewegwijzerd, de “Sentier Littoral”, het kustpad.

 

 

 

We gaan eerst tot vlak aan het zilte water
om te controleren of de Golf van Biskaje er nog ligt
(“Viscaya” zeggen en schrijven de Basken,
want een B of een V klinkt toch hetzelfde).

We voelen ons intussen goed thuis bij de
Zuidfranse inboorlingen. We verbleven enkele
jaren geleden al eens drie nachten in Bayonne,
en verkenden zowel de kust als het binnenland.
Ook in Saint Jean hebben we eerder al onze
Belgische stappen neergezet.

 

 

 

Deze zee, soms ook de Golf van Gascogne genoemd,

is hier prachtig en overweldigend.

Als ze blauwer zou zijn, dan kon ik me terug in Hawaii wanen.

De golven beuken met een oorverdovend geluid tegen het strand

en de rotsen. In de achtergrond zien we Spanje liggen.

 

 

 

Het wandelpad is keurig aangelegd en onderhouden,

en geschikt voor krampachtige senioren,

want op verschillende plaatsen

staan rustbanken. Drinkplaatsen zijn heel schaars

of onbestaand,zoals gewoonlijk in Frankrijk.

 

 

 

We zullen dan maar zelf in de stad vloeibare voorraad indoen.

Gelukkig heeft Greta haar groene boodschappentas mee.

 

 

 

Bij deze wegwijzer steken enkele vragen en bedenkingen de kop op.

Om te beginnen moet je hier bijzonder opletten voor

vijf vallende stenen.

Waar en wanneer ze zullen vallen is niet geweten.

Naar links vervolgt de Sentier Littoral, het kustpad.

Als je rechts kiest, dan volg je een andere weg,

de Chemin Sans Issue, een weg zonder uitgang,

maar mét panorama.

De WC is 300 meter naar links, wat ver is.

Indien de nood heel hoog is, is er nog plan B.

Op 100 meter afstand heb je dan een alternatieve,

iets minder elegante oplossing.

 

 

 

Dat de golven hier serieus te keer gaan, wordt ons nog

maar eens duidelijk.

Planksurfers beoefenen hier ten volle hun machosport.

Aan de linker schuimende golf zijn er enkele aan het proberen

recht te komen. Rechts daarvan, in het midden van de foto

zijn er nog een paar zwarte stipjes, dat zijn hoofden van surfers

die in het water de goede golf afwachten.

 

 

 

Een eindje verder komen we een surfer tegen,

die uit het water is gekomen. De reden is duidelijk.

Door het beuken van de superhoge golven is zijn plank

doormidden gebroken. Ik heb wel een dubbel gevoel

bij het nemen van deze foto.

De surfer lacht begrijpelijk eerder groen voor de foto,

temeer omdat het volgens eigen zeggen

al zijn tweede plank is die deze week naar de haaien is.

P.S. Is er iemand die weet wat de haaien uitrichten

met al die gebroken planken?

 

 

 

We zetten de kustwandeling verder langs mooie
en ruige landschappen, zoals dit bos op de rand van de zee.

 

 

 

Onderweg komen we ook wat bewoning tegen, en een riviertje

dat hier in de zee terecht komt.


Er staat zelfs een bord “Snackbar, Restaurant Oceanic”.

Het blijft bij een bord. De zaak zelf is uiteraard gesloten.

 

 

 

Kijk wie of wat hier zit in het riet! Een karekiet?

We weten het niet. En bijna niemand die het ziet.

 

 

 

Het kustpad slingert zich tussen grasvelden en bosjes.
Het weer is weer fantastisch bij de Franse Basken.

 

 

 

Hier en daar heeft de machtige Golf behoorlijk grote gaten geslagen

in de kustlijn, en kleine baaien doen ontstaan, waarin het water zijn kalmte terug vindt.

 

 

 

We passeren HOTEL & RESIDENCE “La Réserve”.

In Knokke-Heist is er een filiaal.

 

 

 

Vandaag is het zondag, de dag van de Heilige Mis.

Dank zij de Voorzienigheid vinden we op onze weg het

volmaakte gebedshuis om te voldoen aan onze religieuze behoeften.

Het is een typisch Baskisch gebouw, in dezelfde stijl van de lokale woningen.

 

 

 

Nu we het toch hebben over de Baskische huizenstijl,

moet je eens kijken. Zoals je weet vind je recht tegenover

elke kerk of kapel een bakker en een café.

In Frankrijk is dat alleen een bakker.

Deze bakker hier had wel een probleem: de naam

die hij wou gebruiken was te lang (of zijn paaltje is te kort).

Hij wil eigenlijk vermelden: Bakkerij “Krokante Zak”,

maar door plaatsgebrek heeft hij zijn tekst moeten inkorten.

 


 

De heerlijke wandeling leidt ons ook langs brokken natuur

met prachtige bloemen, vooraleer we aankomen in de stad.

 

 

 

 

Op het kaartje komen we van rechts, en zijn we nu op een knikpunt

in de wandeling.

Het laatste stuk dalen we af naar het centrum,

en daarover bericht ik volgende keer meer.


 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 6 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN uit Mexico, met bonen en zo

 

De meesten onder ons hebben een grondige hekel aan dagelijkse sleur,
maar tegelijk vertonen veel mensen heel wat weerstand tegen verandering.
Welnu, hier is een gerechtje, Chili con Carne, dat buiten de dagelijkse sleur valt, 
maar toch vooral gebaseerd is op eenvoudige en herkenbare ingrediënten.

Ideale combinatie dus. Bovendien kan iedereen het bereiden, want deze jongen hier
 is ook maar een pover amateur-kokje, eigenlijk meer een veredelde kommies.

Chili con carne is Spaans, of beter Mexicaans voor chilipeper met vlees.
Hieronder krijg je een idee hoe men Chili con (of sin?) carne bereidde in 1939.
Het gerecht stamt oorspronkelijk uit het grensgebied tussen Mexico en de US.
Ik ga het toch maar eetbaar maken op een enigszins afwijkende manier, denk ik.

 

 

Wat hebben we nodig? In de eerste plaats bonen. En meer bepaald (rode) nierbonen.
Niet dat deze exemplaren naar een nier zouden smaken. De naam slaat uitsluitend
op de vorm. In Spanje noemt men een dergelijke boon: alubia.
Als een Spaans woord begint met ‘al…’, bedenk dan dat het van de Moren komt.

 

 

De gebruikte bonen zitten gewoon in een plastic zakje, en ze zijn zo hard dat je ermee
kan knikkeren. Om ze mals te maken mogen ze een nachtje in het water.
Deze gebruikte soort zijn de alubia pinta.
Dat wil helemaal niet zeggen dat je verondersteld wordt pinten te drinken
tijdens het weken, of dat je de bonen moeten vermalsen in gerstenat.
Pinta betekent gewoon dat ze een kleurtje hebben.
Je kunt evengoed
boontjes nemen, die al gekookt zijn, en koopbaar in blik of in glas.

 

 

 

Bij de andere ingrediënten zien we een groepje tomaten, een oude boterham
en een paar chilipepertjes.
Met deze gedroogde stokjes, die we hier in huis “duiveltjes” noemen,

moet je heel erg oppassen, want ze zijn verduiveld pikant!

 

 

We kunnen eraan beginnen. Een beetje snijwerk oefent eerst de vingertjes.

 

 

ingrediënten voor 4

bereiding

800g gekookte bonen (blik of glas)

schil de uien en snijd ze in dunne plakken

1kg stoofvlees, gesneden in blokjes

braad het vlees aan in de olie, in verschillende delen

2 à 3 laurierbladeren

fruit de uien en de look in dezelfde pot

pezo

deglaceer de pot met wat water, en doe het vlees er terug in

3 uien, in plakjes gesneden

bestrooi met pezo en doe de laurierbladen bij het vlees

2 looktenen, fijn gesneden

bestrooi met de bloem en zet het vlees net onder water

2 el olijfolie

leg de snede brood op het vlees en laat een uur zacht stoven

1 blikje tomatenconcentraat

na een uur met het deksel erop, neem het eraf

4 rijpe tomaten, in stukken

controleer dikte van de saus, en laat eventueel deksel er af

1 el bloem

laat nog een half uur stoven, voor de eindafwerking

1 (oude) boterham

doe de chili erin met de bonen en de tomaten + concentraat

chili(poeder): pepertjes en/of pasta

roer goed, laat het deksel er af en controleer de pikantheid

droge oregano, salie, komijn

voeg nu ook al de resterende kruiden toe

 

(mogelijk de saus dikken met maïsbloem (Spanje: espezante)

 

serveer met aardappels, rijst, tortillachips of andere

 

Het vlees is na een uur al ver gevorderd, de boterham is opgelost

en heeft de saus wat aangedikt. De laurierbladeren mogen eruit.

 

 

De eindafwerking is nu dichtbij.
Het tomatenconcentraat zit te popelen om in de pot te mogen meezwemmen.

Het gerecht kan onder andere gecombineerd worden met stokbrood en
kruidenboter, tortillachips, rijst of aardappels. Dikwijls wordt er ook guacamole of zure room
of slagroom geserveerd bij het gerecht. Als pittige afwerking gebruikt men vaak
geraspte cheddar. Dat is dan een West-Europese variant.

 

 

De twee kleine chilipepertjes maken de Chili net niet pikant genoeg voor mijn smaak.

Gelukkig hebben ze hier chilipeper in pastavorm, waarmee je nauwkeuriger
kunt bijdoseren. Je kunt dit ook doen met gewone chilipoeder, Cayennepeper enzovoort.
De Chili moét voor mij een minimum aan body hebben, anders is hij niet echt.

Maar dat is volgens ieders smaak natuurlijk. Je maakt hem zo spicy als je zelf wil.

 

 

Al de andere kruiden gaan er in, en als de saus nog niet dik genoeg is,
dan gaat een beetje maïsbloem gemakkelijk redding brengen.

Er zijn enorm veel variaties mogelijk. Zoals: toevoeging van gesneden paprika,
plakjes of blokjes rookworst of chorizo, selder, tot zelfs fruit: ananas, perzik of mango.

 

 

Nu de bladeren stilaan van de bomen vallen, is dit een gerechtje dat je verwarmt.
 
We hebben er tweemaal van gegeten, en het gerecht kreeg een 5/5 van Greta.

Vanaf nu heb ik een boontje voor Chili con carne.

Yammie.

  

Bereid in Spanje met het kookboek ‘TimeLife Meelspijzen en Peulvruchten’, pag. 148, vertaald uit

“The Food and Drink of Mexico”

Geschreven door grob om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Honderden hazen en één schildpad in Niort (deel 2)

 

 Ik kom nog even terug op ons verblijf in Niort vorig jaar. We dachten dat we
alles hadden gehad na de beleving van Carabosse en de lange wandeling
de volgende morgen.

Niets is minder waar.
Als we terug in het centrum komen na het stappen worden we
langs alle kanten
geconfronteerd met honderden of wellicht duizenden straatlopers.

 

  

 Op zoek naar een dorstlessend middel – het is behoorlijk warm - belanden
we op het plein achter de donjon, gebouwd door Richard Leeuwenhart,
met daarnaast de markthallen.
Op deze plaats is het loopcircuit afgesloten met nadar afsluitingen.

  

 

Om de stratenloop zo weinig mogelijk te hinderen nemen we rustig plaats
op een terrasje om de enige Franse smaakvolle pils nog eens
aan de smaakproef te onderwerpen: de “1664” van Kronenbourg.

 

 

Komt daar een vreemd schepsel langs. Ofwel bevat de “1664”

een hallucinerend middel, ofwel zie ik een (uiteraard groen)

marsmannetje, met een draagbare UFO op zijn rug.

 

 

Blijkt het een schildpad te zijn, die de confrontatie
wil aangaan
met de paar duizend (?) straathazen.

 

  

We wandelen verder door de stad, en overal waar we kijken
krioelen de lopers van alle leeftijden in het rond.
Hier staan we aan een brug dicht tegen ons hotel.
Ons probleem is dat we nu onze weg willen vervolgen
naar het zuiden, maar we geraken met de wagen de straat niet op,
omdat de lopers vandaag voorrang krijgen. Uiteindelijk vinden we een
gaatje en kunnen we verder naar onze volgende favoriete plaats: Saint-Jean-de-Luz

 

 Verplaats je nu even naar een jaar later. Ook dit jaar (2012) houden we een stop
in Niort op weg naar het zuiden. Het grote verschil is dat we aankomen op zondag,
een dag later dus dan vorig jaar. Het verschil is groot: geen Carabosse spektakel,
geen stratenloop, geen andere attracties of toeristische activiteiten.
Direct na aankomst en check-in in het hotel doen we nog een
kleine wandeling in de buurt van het centrum.
Het water in de rivier is nog even glashelder als vorig jaar.

 

  

Aan het water zit een eenzame visser. Bij nader
inzien blijkt deze loze visser hier niet te zitten om vis
boven te halen. Wat dan wel, zult u zeggen?
Door nieuwsgierigheid geprikkeld vraag ik het hem
op de man af. Hij blijkt te behoren tot het Carabosse gezelschap,
en heeft als taak de marcellekes te recupereren ( zie vorig stukje) die
vorig jaar per ongeluk in het water gevallen zijn bij het opruimen.
Hij heeft er vandaag al twee gevangen, en ze hangen keurig over de armleuning van zijn stoel.

 

We zetten onze wandeling voort langs de stille waters, bruggen en oevers van Niort,

in een heerlijk zonnetje.

 

De zon geeft nog wel warmte, maar glijdt toch langzaam naar beneden.

We komen niemand tegen. De zondagrust is compleet.

  

  

Alles is rustig, wijzelf inbegrepen. Tussen de boom- en waterpartijen staan

hier en daar ook uit kluiten gewassen kunstwerken.

  

  

Het is zondag, dus moeten we ook even een religieus moment inbouwen.

Met de kerk van St-Hilaire in zicht komen we tot volledige bezinning i

n de zonnige vooravond.

  

  

We bezoeken opnieuw enkele leuke plekken waar we vorig jaar ook waren.

Dit jaar zijn er minder bloemen zichtbaar. Maar we zijn dan ook een volle dag later in Niort.

 

 

  

Het einde van de wandeling komt nu in zicht. Ook dit jaar zijn we weer verrast door de

 onvoorspelbaarheid van de uitzichten. Ergens doet dit enigszins aan Brugge denken,

maar dan wat rustiger.

  

  

De vraag aan de hotelreceptie naar leuke restaurantjes levert niet zo heel
veel resultaat op. Op zondag valt elke activiteit stil, en de restaurants delen
in de trend. We krijgen toch een interessante tip, en slaan de beentjes
nog even uit richting het reusachtige plein La Brèche. Net voor het plein
maakt Greta nog kennis met een ferme zeeslang. Ze is zo’n 10 à 15 meter
lang, en heeft nog een broertje of zusje iets verder op. Als we volgend
jaar terugkomen, dan gaan we ze eens goed bekijken in daglicht.

  

  

Het aanbevolen restaurant is gespecialiseerd in eten uit de Elzas, wat voor mij
geen enkel probleem vormt. Om ook respect te tonen voor andere
religies besluiten we om vandaag hallal te eten.
Ik kies voor een van de mogelijke choucroute varianten.
Naast mijn bord staat
nog een verwarmde schotel die voor mij bestemd is. Greta houdt het op pasta.

  

  

Taverne Le Relais d’Alsace, zoals je op het raam kunt aflezen, geeft al zijn geheimen
prijs, en voldoet ruimschoots aan onze culinaire verwachtingen.

  

  

Bij onze bestelling hadden we terloops gezegd dat we afkomstig zijn uit België.

Groot is onze verbazing dat de chef voor zijn buitenlandse gasten

hoogstpersoonlijk mijn gerecht komt serveren. Hieronder zie je het bewijs.

Tegelijk mogen we ook kennis maken met zijn lijfspreuk.

  

  

Tot zover onze belevenissen in Niort tijdens onze twee passages.

Nu trekken we verder richting De Landes.

Een beetje geduld, want het volgende stukje zal over Kokeneten gaan,

nu we toch in de sfeer zitten.

 

 

  

Geschreven door grob om 21:45 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Vuurspektakel in Niort, met Carabosse (deel 1)

 

Vous faites quoi le 15 octobre?

Wat doe je normaal op de zaterdagavond in de buurt van 15 oktober?

Naar de cinema gaan? Kruiswoordraadsels?

Als je echt eens niet weet wat te doen, en je bent in de buurt van Niort, dan moet je absoluut daar eens gaan kijken.

Op weg naar het zuiden was dat vorig jaar toevallig onze eerste stop.

Gewoon fantastisch, en we wisten het niet vooraf.

Dit jaar verbleven we er weer, maar nu op zondag, en het verschil tussen die dagen gaat jullie achteraf duidelijk worden.

 

 

We hebben geboekt in hotel “Du Moulin”, een eenvoudig hotel in het centrum van Niort.

Niort is een middelgrote stad in het Franse departement Deux-Sèvres, regio Poitou Charentes, met 60 000 inwoners. Daar zijn we dan ongeveer 700 km van onze Belgische stek verwijderd. De stad is doorsneden met rivieren, en ons hotel ligt vlak naast een brug over de Sèvre Niortaise, de naam van de hoofdrivier.

 

Het is vanavond verstikkend warm en we gaan de stad in om een oplossing proberen te vinden voor de opkomende dorst.

Na vijftig meter zijn we al aan de brug, en het spektakel hier tart elke beschrijving.

Boven het water zien we een massa verlichte “marcellekes”, witte onderhemden, zwevend in de lucht. Het moeten er honderden zijn, maar de camera kan ze zo ver niet registreren. Elk hemdje bevat een metalen structuur die het stijf houdt, en een lichtelement.

Op het water zelf drijven overal vlottende vuurpotten die het spektakel nog meer glans geven.

 

 

We zijn nog niet bekomen van onze verbazing of in de verduisterde straat langs de rivier verschijnt een grote mysterieuze verlichte figuur.

De foto is wel degelijk scherp, maar de grijze schijn is niets anders dan rook die wordt ontwikkeld in de buurt van de reusachtige pop. Ook de andere zintuigen worden getest, want rond deze reuzin snuiven we een intense zwavelgeur op, alsof we al in de hel zitten. Dat is nog iets te vroeg.

 

 

De reuzenpop wordt stabiel gehouden en voortbewogen door

een tiental personen met behulp van lange metalen staven.

 

 

 

Voor zover we kunnen vermoeden stelt deze grote figuur een dame voor die lichtjes zwanger is, maar de volle betekenis ontgaat ons. We komen wel aan de weet dat heel dit spektakel ontworpen is en uitgevoerd wordt door Carabosse.

Dit doet misschien niet onmiddellijk een belletje rinkelen?

 

 

 

Carabosse is een genootschap dat afkomstig is uit de streek van Niort,

dat vooral bekend staat voor zijn vurige spektakels.

Ze zijn enkele jaren geleden in de straten van Antwerpen al spectaculair op de proppen gekomen met verschillende reuzen, een duiker en een olifant.

Dat is wel algemeen bekend, en dat bracht ook heel wat sensatie teweeg.

  

 

 

Het spektakel grijpt ons zodanig aan dat we in eerste instantie onze dorst volledig vergeten. Na enige tijd doet de natuur toch opnieuw zijn heilzame werk, en we gaan op zoek naar een geschikte plaats om de dorst te laven. Die plaats vinden we vrij snel op een reusachtig plein, La Brèche, meer specifiek op het terras van een Ierse pub.

Het is laat op de avond, het is half oktober, en het is heerlijk warm.

De terrassen zitten goed vol.

 

 Greta gaat voor een tweetal Kilkenny’s, en ik houd mezelf gedeisd met een paar flessen Delirium Tremens, want vooral de Belgische biertjes zijn hier welbekend.

 

 

Deze biertjes zorgen ook voor een weldoende nachtrust. Als we de volgende morgen een wandeling gaan maken stoten we direct op de afbraakwerken van de vorige avond. Een groot deel van de marcellekes en de drijvende vuurpotten heeft men al verwijderd vanuit bootjes op de rivier. We hebben een gesprek met de ploegbaas van Carabosse die regelmatig in België komt voor hun spektakels.

Ze zijn al langs geweest in Brugge, Antwerpen, Neerpelt, Eigenbrakel enz.

Wie wat meer details wil weten, klik even op www.ciecarabosse.fr, of nog beter: Google op “Carabosse”, en klik dan op “Afbeeldingen van Carabosse”

Echt, echt de moeite om dit te bekijken!

Je zult ook hier merken dat Carabosse een hoog Cirque du Soleil gehalte heeft.

Ze zijn doorlopend onderweg, en je ziet in hun agenda dat ze op 24 en 25 augustus in Hingene waren. Dat was voor het vuurspektakel in het kasteel van Hingene/Bornem.

Hun thuisbasis blijft echter de regio van Niort, hoewel ze door heel Europa toeren.

 

Het weer zit vanmorgen volledig mee, en dat laat ons toe een heerlijke wandeling te maken in en rond Niort.

De grootste blikvangers van de stad zijn de donjon en de stadshallen, met een grote overdekte markt, zoals te zien op deze vogelvlucht affiche.

 

 

 

Aan één kant staat de donjon aan de rivier, en aan de andere kant geeft hij uit op een groot vernieuwd plein.

 

 

 

Niort ligt aan alle kanten aan het water, met eilanden die met elkaar zijn verbonden door een reeks bruggen.

We wandelen langs het water de stad uit, en komen onder meer terecht op een plek met een uit de kluiten gewassen circuit voor skateboarders en  roller bladers. De plek is “opgesmukt” met graffiti, maar wel van het betere soort.

 

Aan aanplantingen, infrastructuur is er geen gebrek, en Greta geniet ten volle

van de omgeving in het stedelijke landschap.

 

Vlak bij ons hotel en aan het water is er een verzorgd en druk bezocht

cultureel centrum en een mediatheek. 

Het lijken wel druiventrossen, maar Greta neemt hier even afscheid van jullie tussen de kleurige herfstbladeren, hoewel de temperaturen een zomerse allure hebben.

Tot zover al een dosis info over de stad Niort, maar ik zal er nog even op terug komen in de  volgende episode. 

 

A bientôt.

 

 

Geschreven door grob om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: de lekkerste kip in bier vind je HIER!

 

 Dit is een eerste stukje uit het zuiden van Spanje, waar we intussen zijn aangekomen.

Daarover binnenkort meer nieuws. Maar nu wil ik er als de kippen bij zijn,

want er staat kip op het menu. Dat heeft twee voordelen.

Ten eerste maak ik een lekker, en heel eenvoudig gerecht.

Ten tweede ga ik je waarheden vertellen over deze vogel die zó merkwaardig zijn,

dat je met heel andere ogen gaat kijken naar dit beestje.

Gedaan met het onterechte gezever over uilskuikens en een kip zonder kop.

    

Kip is de meest voorkomende vogelsoort ter wereld.

Eerste vaststelling: er lopen op de aardbol constant meer dan 50 miljard

kippen rond. De hanen zijn daar wel inbegrepen.

Er zijn dus voor elke levende mens meer dan zeven kippen in omloop.

Maar hoe zit het nu met de kip aan de binnenkant (terwijl hij/zij nog leeft)? Ziehier.

Een kip kan goed hard voedsel zoals maiskorrels eten.

Wat ze oppikt komt eerst in een zak terecht (de krop).

Het wordt daar met speeksel geweekt.

Daarna zijn er twee magen die meehelpen

om het voer fijn te krijgen.

Een kip heeft zelfs twee blinde darmen.

Je merkt het al, kippen hebben heel wat

onderdelen waar de meeste mensen

helemaal geen weet van hebben.

    

 

Nog een merkwaardig iets: kippen hebben

de neiging om naar rode voorwerpen te pikken,

wat opmerkelijk is omdat hun kam en lellen zelf rood zijn.

Elk kieken heeft ook een intern kompas, dat gesitueerd is

in de ogen, waarmee het beestje zich kan oriënteren op

het aardmagnetische veld. Een ware kippen GPS!

Je ziet hoe beperkt de mens wel  is inzake al die merkwaardige extraatjes.

En ik ga nog wat verder: een kip kan haar kop heel ver in

alle richtingen draaien. Dat komt door het grote aantal halswevels: veertien.

De mens heeft er maar zeven.

 Een kip heeft geen oorschelp. Wat op meer dan vijftig meter

afstand gebeurt, hoort ze niet. Overigens heeft de kip wel oorlellen.

Meestal legt een kip met witte lellen witte eieren en één met roze

lellen bruine, behalve de hanen die doorgaans geen eieren leggen.

Er zijn (echt waar) zelfs kippen die groene eieren leggen,

maar ik weet niet hoe het zit met hun lellen.

De huid op de poten van de kip bestaat uit schubben, zoals bij reptielen.

Ik zou zo nog wat kunnen doorgaan, maar dan komt er

geen lekker gerecht op tafel.

Laten we dus maar beginnen met koken voor alle zekerheid.

Ik raap alle ingrediënten samen, en we kunnen starten.

Als basis neem ik geen hele kip, maar wel enkele losse onderdelen.

De ingrediënten zijn van heel eenvoudige aard.

Echt iets voor tweedehandskoks, zoals ik. Om dubbel

te kunnen genieten, bereid ik het ineens voor vier personen.

 

   

 

Het is de bedoeling dat de kip gaar wordt in een alcoholische

vloeistof, die dan achteraf verdampt. Ik kies voor een heel

lekker Belgisch blondje, een Te Deum. Het is een biertje,

blond of bruin, dat ik pas in Spanje heb leren kennen.

Ook hier weet men de Belgische blondjes onder de vorm

van abdijbieren te appreciëren.

 

 

Hier vind je de simpele bereiding van "Kip Te Deum":

 

ingrediënten voor 4

bereiding

1 heel kippetje, of losse stukken

smelt een klontje boter in een ruime pan

2 uien

koop of snijd de kip in stukken

look (teentjes of vers)

kruid de kip met pezo en sauteer ze aan beide kanten, elk 4’

1 el bloem

voeg de ui en de look toe, en zet het vuur lager

tijm en laurier

bestrooi alles met de bloem en meng de ingrediënten

1 klontje boter

blus met het bier, en voeg water toe, tot de kip onder staat

pezo

doe er de kruiden bij, en wat kippenfond of boeljon

kippenboeljon of –fond

laat alles rustig verder stoven gedurende ongeveer een uur

2 flesjes blond bier (hier: Te Deum)

geen deksel, en voeg op het einde de verse champignons toe

500g grote champignons

lekker met gekookte aardappelen

 

 

 

TIP: neem geen bier met een bittere smaak,

 

want als het uitkookt wordt de smaak nog bitterder

 

 De kip brengt een uur door in een ruime pot, en meldt zich dan volledig klaar voor consumptie.

 

   

Op het einde mogen er nog wat flinke champignons bij.

Eerst de Spaanse aarde en het onderste van de steel er af halen,

en de dikke champignons vierendelen. Laat ze nog vijf minuten mee sudderen.

 

    

 

Wie zijn kippetje nog wat hartiger wil, kan er bij het serveren hier en daar

een toefje hot ketchup aan toevoegen, zoals hier gedemonstreerd.

 

    

 

Zo, mijn taak is gedaan. Begin nu maar zelf te koken

Ik ga met mijn kippetje op stok. Slaap wel!

  

Bereid in Spanje naar een recept van “SOS Piet”.

 

 
Geschreven door grob om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Beaufort04 met het trammetje van plezier

 

De verdere avonturen van Olaba doorheen de Beaufort04 kunstexplosie

verdient nog enkele minuten aandacht. We zijn aanbeland in de “Gasterie”

in de oude abdij van Koksijde voor de lunch. De monnikenkost heeft ons

goed gedaan, en bij Erik, de Olabankier, is niet alleen het eten maar ook

de rekening duidelijk in de smaak gevallen. Het konijn heeft er oren naar.

Yvette daarentegen is er toch niet helemaal gerust in.

 

Binnen de abdij staat een prachtig werk van de Spanjaard

Jaume Plensa, zeer bekend in het (kunst)milieu. Het is een

zittende, “geletterde” mens, half doorzichtig, met een

hol hoofd, dat vervaagt. De naam is Yorkshire Soul, en het

stuk is in bruikleen van ‘The Yorkshire Park of Sculptures’.

 

 

Het werk werd niet speciaal ontworpen voor Beaufort04.

Dit delicate lichaam zit op een steen met de armen om

de knieën rustig in het midden van de abdijruïnes.

In de Ten Duinen abdij komt het schitterend metaal zeer

sterk tot zijn recht tussen de verweerde omgeving uit 1138.

 

 

De sculptuur is volledig opgebouwd uit letters, uit alle mogelijke

alfabetten, waardoor het onafgewerkte beeld in conversatie treedt

met de toeschouwer. Door mijn fototoestel door een willekeurige opening in

het werk te steken, en dan af te drukken in de richting van het hoofd, ontstaan er

 merkwaardige beelden, zoals dit hier (tip van Erik!).

 

 

Aan de uitgang van de abdij doen twee adolescenten een poging om

een pater te pakken. Het lijkt wel de omgekeerde wereld.

 

 

Op het strand van De Panne heeft zich een groep ‘Players’ gevestigd.

Met zijn dertienen zijn ze. Ze hebben hier hun stek gevonden dank zij

de Tsjechische kunstenaar Michal Gabriel (geen familie van de aartsengel).

 

Eerst dacht ik dat ze bezig waren met een spelletje cricket.

Maar dat is fout, want ik zie nergens een balletje, en ze

hebben ook niet de meest gepaste kledij aan.

 

 

 De Players roepen onmiddellijk een reeks vragen op:

hoe diep zijn ze in het zand geworteld? Waarom zijn het

enkel mannen? Hebben ze koude handen/voeten? Tegen

wie spelen ze? Naar wie kijken ze? Als je er een koopt,

heb je dan een zandbak nodig in je appartement of tuin?

Zijn ze slim?  Deze zittende Player heeft zo te zien een

verlichte geest. De staande Player heeft géén enkelband om. 

Het is de leiband van een (witte) hond (zie verder)!

Dog Art is geboren!! Op deze naam neem ik ©opyright!

  

 

Voor deze Player heeft Nic Balthazar model gestaan.

Alleen zijn velletje is wat ruwer. Maar de zee krijgt dat

wel glad. Deze robuuste kunstwerken kan je gerust

aanraken met alles wat je maar wil. Meestal mag dat niet,

maar deze knapen kunnen er tegen.

Het geeft trouwens een heel speciaal metaalgevoel.

 

 

Sommige Players worden omringd door Olabas, maar ook door personen

in boerkini of iets dergelijks.

Zoals in het voetbal blijkt elke Player dus zijn eigen fans te hebben.

  

 

Over honden gesproken: hieronder kan je zien dat alleen witte honden op het strand

zijn toegelaten, enkel aan de leiband weliswaar.

Zwarte honden mogen het strand niet betreden.

 In dit verband heeft Gaia, samen met het Centrum voor

Gelijke Kansen, een klacht neergelegd bij het ‘Europees

Hoog Gerechtshof voor de Rechten van de Hond’.

 

 

Van Koksijde trammen we naar Oostduinkerke.

Aan een rotonde dicht bij het strand krijgen we snel de

bevestiging dat we in de juiste gemeente rondstappen.

Volledigheidshalve krijg je er de juiste coördinaten bovenop.

Als je eens de drang krijgt om tot daar wil rijden, kan je

gewoon deze getalletjes in je GPS steken. 

Normaal ligt dit voorwerp een eind in zee.

Deze is een “aangespoelde”, zoals ook regelmatig

gebeurt met mensen die vanuit het binnenland komen. 

 

 

Deze creatuur, hoog op het strand van Oostduinkerke,

is ontworpen door een vrouw, Melita Couta, die in een

vorig stadium de koffiezakjes heeft bedacht. 

Grapje natuurlijk, want deze Cypriotische jonge vrouw

exposeerde al in een groot aantal wereldsteden.

Artistiek Directeur van Olaba(*) Erik geeft de juiste duiding

bij dit figuur aan de andere cultuurhongerige Olabas.

 The Wanderer is een faun, een Oudgrieks mythologisch

figuur die wezenloos en ongenaakbaar hoog naar de

zee staart, met geheven hoofd en open mond. 

Dit suggereert het blazen van wind, zoals tekeningen

van mythologische wezens op middeleeuwse zeekaarten. 

De kunstenares heeft zich voor het maken van dit werk

speciaal verdiept in het bijgeloof van de vissersfolklore

in de streek van Koksijde (geen grap). 

De faun draagt een gouden hoorn op zijn hoofd die

functioneert als lichtbaken om de vissers veilig thuis

te brengen. De lange paal verwijst naar een bootmast. 

Enz enz, te veel om hier uit de doeken te doen. 

 

 

Tijdens de uitgebreide duiding door Erik heeft OlaLut zich

even in het malse zand genesteld, om vanuit die positie de Wanderer

het meest optimaal te kunnen bekijken.

 

 

Jammer genoeg, door te lang te liggen, weigeren een aantal spieren van Lut de

normale dienst. Geen nood echter, een enkel kort telefoontje volstaat al om de

Life Guard, met nummerplaat ICQ 113, te laten langskomen.

Een korte, doelgerichte massage volstaat om Lut weer voor 200% op te knappen. 

 

 

Moet er geen zand zijn? We geven al het zand dat we vandaag geschept hebben

terug aan de duinen en het strand. Die kunnen het beter gebruiken dan wijzelf. 

 

 

De tram naar Oostende is blij dat hij ons terugziet. In de buurt van de binnenhaven

trekt Olaba zich discreet terug in restaurant “De Kleine Garnaal”. 

Deze Oostendse Waterzooi ligt uitnodigend naar mij te lonken. 

 

 

Ook de andere Olabas, eens het zeezand afgeschud, geven zich over aan

de lokale culinaire geneugten. In 2015 is er opnieuw een Beaufort.

Misschien kan ik dan nieuwe avonturen uit de doeken doen.

  

Deze mooie dag kan ideaal samengevat worden door één enkel beeld, in plaats

van door honderd woorden. Dit beeld van OlaMarc zegt werkelijk alles. 

Het was weer een echte Oladag! 

 

 P.S. Marc is werkelijk getekend door het Lot!

 Bijna bij elke Olaba activiteit valt er toevallig (?) een of ander hoofddeksel

voor zijn voeten. Zeer eigenaardig. Vandaag wil het gelukkig toeval dat het

hoofddeksel in kwestie perfect geassorteerd is met zijn polo. 

Goed gedaan Marc! 

 

(*) OLABA staat voor “Organisation de Loisirs Agréables et Blabla Amical”, zoals de meeste lezers al wel weten, en wordt bevokt door slechts acht leden: vier West-Vlamingen en vier Antwerpenaars.Olaba viert dit jaar zijn tiende verjaardag! Voor meer details, zie vroegere en volgende stukjes.

 

 

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Beaufort 04, per tram van ginder tot hier

 

 

Beaufort is een Triënnale!

Dat is zo een moeilijk woord, dat ik het maar

eens om de drie jaar wens te gebruiken.

Toeval of niet, maar de Beaufort happening

gaat ook maar om de drie jaar door.

Dit jaar is deze Triënnale voor Hedendaagse kunst

aan de Noordzee al toe aan haar vierde uitgave.

Bijna alles gebeurt in open (zee)lucht, en de

kusttram is het perfecte vervoermiddel om, samen

met de kunstwerken, de ganse kust te bestrijken.

Met Olaba(*) daar naartoe natuurlijk.

 

Voor meer info: bezoek www.beaufort04.be.

 

 

 

Olaba (*) heeft het geluk onder de leden iemand

te hebben die niet alleen zelf een begaafde artiest is, maar ook

moderne kunst minutieus kan duiden en laagdrempelig kan maken

voor de Olaba collega’s.

Laten we deze persoon Erik noemen voor het gemak.

’s Morgens om acht vertrekken we al in een lege tram in Knokke,

en Erik heeft de touwtjes al volledig in handen.

De touwtjes zijn wel heel dun. Op de foto kan je ze nauwelijks zien.

 

 

 

Onze eerste artistieke tramstop is langs het strand van De Haan.

 Op het strand ligt de “Sandworm”, van de Fin Marco Casagrande.

“Casagrande” past hier wel bij, want deze houten worm is

40 tot 50 m lang.

Het daglicht sijpelt in strepen door de takkenhuid.

Er is een binnenruimte, maar je bent toch ook buiten.

 

 

 

De schepper is een prof architectuur, en hij heeft met een team

een aantal weken ter plaatse gebouwd aan deze luchtige constructie.

Het vlechtwerk met wilgentakken beslaat zo’n 700 vierkante meter.

De “O” van Olaba heeft hij, mits toestemming, gebruikt als

vormgeving aan een van de ingangen.

 

 

 

 

Vanaf het strand keren we op onze stappen terug naar

tramhalte “Konijnenpad”. Trammetje komt zo.

 

 

 

 

Tot op de Spinoladijk in Bredene, op zoek naar een blikvanger van

een rasecht Vlaams artiest, Nick Ervinck. Dit werk in de duinen,

uit polyester en ijzer in zijn opvallend gele kleur, is acht meter hoog.

Alleen een blinde zou er voorbijlopen, en dan nog.

Als eerste indruk doet het  je denken aan een bizar ruimtewezen.

Van Mars kan het niet afkomstig zijn,  daar zijn de mannetjes groen.

Ook de naam is eigenaardig: Olnetop. Ik heb geprobeerd de naam

achterstevoren te lezen, maar ook dat werkt niet. Enkele andere

werken van de artiest dragen als naam: Agrieborz, Bortoby, Edniriaorz.

Maar daar gaat het natuurlijk niet om.

Het prachtige beeld is een geel monster dat refereert naar de

opspattende golven. 

 

 

  

Erik legt de Olnetop fotografisch vast vanuit een bijzondere invalshoek.

Het lijkt alsof het beeld hem elk moment kan opslokken.

Gelukkig is dat niet gebeurd, want dan waren we

onze gids kwijt.

 

 

  

Een beetje verder op de dijk vraagt M., nog een

merkwaardige Olaba snuiter, de weg naar Oostende

aan deze struikenman op het strand. De struiker

wijst in al zijn naïviteit naar links, in tegenstelling

tot de persoon op het verkeersbord, die verwarring

brengt, en naar boven wijst.

Ik wil even aanstippen, dat we op deze plaats

slechts een paar honderd meter van Oostende

verwijderd zijn. We zien trouwens voor onze ogen

de reusachtige hoop rode verfrommelde Beaufort04

rotsdozen van Arno Quinze op de Oostendse dijk liggen.

M. wil gewoon met zijn vraag deze jongen,

wat men in Antwerpen noemt: “een zak opgeven”.

Het wordt nog beter als M. op de jongen zijn

aanwijzingen reageert met “Dat kan niet, want we

komen vandaar”. Echte Olaba toestanden.

 

 

 

We zoeken opnieuw de tram op, we vinden hem,

en we rijden mee tot Westende. Een klein stukje te voet,

en vlakbij hotel Bellevue staat dan “I can hear it”.

Dit werk is speciaal voor deze locatie ontworpen en ineen gestoken.

Het is duidelijk geënt op de Belle Epoque stijl van het hotel.

Het ontwerp is van Ivars Drulle, uit Litouwen. Deze jongeman werkt

veel met geluidselementen. De twee stalen hoorns zijn dertien

meter lang, en wegen elk een halve ton. Het gieten, in een bedrijf

in Eeklo, en het opstellen ervan nam een volledige maand in beslag.

 

 

 

 

De hoorns zien er vredig en onschuldig uit, maar toch is het werk

 gebaseerd op Drulle’s research in militaire engineering.

Dit soort apparaten werd gebruikt in de pré-radar periode om

vijandige vliegtuigen te detecteren.

 

 

 

Hier plaatst de kunstenaar geen militair aan het apparaat, maar

twee vrouwen uit de mondaine, culturele Belle Epoque periode.

De ene zegt, met haar oor aan de buis: “I can hear it”,

en de andere “Amai, moet dat hier nog lang duren?”

 

  

Eén tramhalte verder stappen we af voor een

verfrissing en een sanitaire stop.

Op het terras van “The Champs” is het leuk vertoeven met een

Leffe van het Vat, ook met een prijskaartje uit de Belle Epoque.

 

  

Vlakbij de tramhalte, in de St. Theresia kapel hangt een Beaufort

werk van de Roemeen Adrian Ghenie, “Selfportrait as Charles Darwin”.

Het draagt nog de sporen van het donkere Ceaucescu tijdperk.

Deze man exposeerde dit jaar met veel succes

in het SMAK in Gent.

 

 

Vandaar naar Koksijde, naar de Ten Duinen abdij,

waar ze ons al goed kennen.

De abdij dateert van 1138 en de ruïne is maar enkele decennia

geleden ontdekt en opgegraven. Aan de ingang staat een rode pater,

die sommige Olaba passanten nauwlettend in het oog houdt.

 

 

 

Binnen het domein is het een echt zootje.

Een mini dierentuin van plastic beesten.

Niets te maken met Beaufort04.

 

 

 

 

Op sommige plaatsen lijkt het zelfs of de Heilige Mis bezig is.

Hoewel daar waarschijnlijk minder volk naartoe gaat.

 

  

De tijd voor de lunch is aangebroken. We kunnen veel beter kunst

 appreciëren met een volle maag zeg ik altijd.

Binnen het domein kent Erik een aardige taverne, met terras.

Om de naam van het etablissement te kunnen onthouden vraag ik

een dienster om een foto te mogen nemen van haar T-shirt.

Eerst probeer ik aan de voorkant, maar door de welvingen is de naam

niet al te best leesbaar. Een foto van de rug dan maar.

De “Gasterie” blijkt een geschikt adres voor een lunch.

Als ik nog eens in de buurt kom…

  

  

Een plaatselijk bier mag je nooit aan de kant laten.

Deze “Rousse” is welgekomen en best drinkbaar.

 

 

  

De menukaart legt de nadruk op natuurlijke

producten, en daar heeft Olaba geen moeite mee natuurlijk.

  

 

 

Op de kaart staan een reeks alternatieve “stutten” met allerlei decoraties.

N.B. Voor wie het West-Vlaams nog niet meester is: een “stutte”

is een boterham.

 

Tussen al de stutten lees ik op de kaart een enkele “stuut”, die ik

direct bestel.

Ik wil het verschil zien met de gewone “stutte”.

De kelner beweert bij hoog en bij laag dat het een tikfout is op de kaart.

Maar toch, als hij op de tafel verschijnt: hij is een stuk langer

dan de andere.

Misschien zit hier een invloed uit Limburg achter.

Overal zie je een hond, behalve in Limburg,

daar hebben ze een hooond.

 N.B ik heb niets tegen Limburgers, wel integendeel.

 

  

Dit was het dan voor vandaag. Maar zeer binnenkort verschijnt deel 2,

met verdere Olaba avonturen, en andere verrassende wendingen.

 

(*) OLABA staat voor “Organisation de Loisirs Agréables et Blabla Amical”, zoals de meeste lezers al wel weten. Er zijn maar acht leden geselecteerd: vier West-Vlamingen en vier Antwerpenaars.

Olaba viert dit jaar zijn tiende verjaardag!

Voor meer details, zie vroegere stukjes.

 

Geschreven door grob om 17:56 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Tussen De Hoogmolen en het Boenderbos

   

Ellikom is een minuscule deelgemeente van Meeuwen-Gruitrode,

dat zelf ook alweer een mysterieuze naam heeft.

Ik heb er trouwens geen enkele meeuw gezien, laat staan een gruitrode.

En van meeuwen, daar kennen wij iets van, als kustbewoners…

 Hoe dan ook, met Olaba (*) hebben we hier in september 2011

drie dagen met succes en plezier verbleven.

Meer bepaald in Gasthof-Brasserie ‘De Hoogmolen’,

een gerestaureerde watermolen (in werking!).

We stonden en lagen in vier duplex kamers in een bijgebouw.

 

(*) Olaba staat voor ‘Organisation de Loisirs Agréables et Blabla Amical’.

Het is een exclusieve club van acht leden, waarvan ondergetekende president is,

en Greta de First Lady.

 De tweede grote attractie van dorpje Ellikom is de Beeldentuin van

het Boenderbos, waar Leo Camps zijn ding doet. 

 

  De molen werd voor het eerst vermeld in 1500, maar bestond al langer.

Hij behoorde toe aan de Heer van Peer en bezorgde hem destijds een jaarlijks

inkomen van 30 Euro, dat was ongeveer 10% van zijn totale kosten.

De molen gebruikt het water van de Abeek, die je hier ziet lopen,

maar dan tegen trage snelheid.

 

 

   

In een vorig verslagje kon je hier al lezen dat Leo Camps ons hartelijk heeft

verwelkomd in zijn kunstparadijs. We hebben toen het bos bezocht met de talrijke

kunstwerken. Nu zetten we een stapje in de Beeldentuin.

De Photoshoppers van Seniorennet, die hier onlangs ook waren hebben dit gedeelte

moeten missen, omdat de tuinbeelden tijdelijk op pad waren.

Voor wie toen in Ellikom was met Photoshop, biedt Olaba hier een exclusieve blik

op (enkele van) die beelden.

 Dat je niet ontzettend rijk kan worden van het maken van beelden, blijkt hier uit deze

stiekem genomen foto van Leo’s fiets, waar hij elke dag mee naar de boerderij rijdt

om melk te halen.

 

 

 Als kleine retrospectieve toon ik hier het allereerste werkje van Leo Camps.

Hij realiseerde dit op de jeugdige leeftijd van acht jaar, maar het staat toch

in al zijn schoonheid in de Beeldentuin!

 

 

 

 Dit is al meer het serieuze werk: ‘Duikvlucht’

  

  

Van dit beeld heb ik de naam niet.

Ik zal het maar ‘Windsurfer’ noemen.

 

  

Maar van deze zal ik de naam niet zo vlug vergeten: ‘De Nieuwe Man’.

 

  

Erik, de Financiële Directeur van Olaba, heeft een vlieg gespot op de vleugeltip

van deze zeearend, en legt ze vast op zijn gevoelige plaat.

 

 

 De vogel kijkt dankbaar naar Erik die hem verlost heeft van de vervelende vlieg.

 

 

 

En dit beeld heet ‘De Schone Oude Dag’.

Let vooral op de leiband rond de nek. 

  

De naam van dit werk is ‘Rwanda 1994’.

 

  

The First Lady heeft nu eenmaal groene vingers.

Terwijl wij een kopje koffie drinken heeft ze niet

kunnen nalaten een kruiwagen te vullen met onkruid.

 

  

Leo Camps is volop in artistiek gesprek met Erik

(onze Olaba kunstenaar). Greta intussen, ondervraagt de vrouw des huizes,

Elli, over de groeisnelheid van de groengespikkelde blauwpaarse rododendron,

een onderwerp dat ook OlaMarc nauw aan het hart ligt.

Let even op het vogelnestkastje rechts op de foto.

 

 

  

Elli heeft er een ganse reeks van gemaakt, zoals dit modelletje hier. Ze hangen

allemaal tegen de muur, en staan ‘te huur’ voor de vogeltjes uit de buurt.

Het werk van Leo werkt dus duidelijk inspirerend.

We komen aan de weet dat de gastvrouw Elli heet

op het moment dat Leo zijn echtgenote er luidkeels

bij roept met “Ellikom!”

 

  

Leo is niet alleen een uitstekende beeldhouwer,

maar ook een schitterende verteller.

Zie die haarscherpe, doortastende blik!

Zijn allernieuwste werk staat al in de steigers

en op de tafel.

 

  

Het is voor hem een heel gedoe om aan de juiste

grondstoffen te komen.

Hier liggen ze nog op de grond, daarom noemen

ze dit ook "grondstoffen".

 

  

Als je Peer binnen rijdt via de grote rotonde,

word je zeker (figuurlijk) aangesproken door

dit levensgrote, prachtige beeld. Dit is Darco,

de beroemde Belgische hengst en springpaard

dat tientallen en grote successen behaalde in zijn

lange carrière. Vooral met ruiter Ludo Phillipaerts,

die op de Olympische Spelen van 1992 in de jumping

een zevende plaats behaalde.

Toen hadden we nog goede paarden en ruiters. 

Darco kreeg voor zijn 25e verjaardag in 2005

een bronzen standbeeld in zijn woonplaats.

Dit is uiteraard ook een beeld van Leo Camps.

Darco ging met pensioen en stond op stal in

het Lindenhof te Peer, waar hij ook benoemd

werd tot ereburger.

De superhengst heeft ongeveer 3500 afstammelingen.

 In 2006 liet men hem ‘inslapen’ vanwege een

dijbeenbreuk. niet te verwonderen, na dergelijke

prestaties.

Weinig gepensioneerden zullen het hem nadoen.

Naar verluidt hebben zijn voorpoten (sorry: voorbenen)

de laatste drie jaar van zijn leven de grond niet

meer geraakt. Het was dan ook geen moeite voor

Leo Camps om hem te laten poseren

in zijn meest natuurlijke houding.

 

 

Terug met de fiets naar ‘De Hoogmolen’, waar de Photoshoppers ook hebben verpoosd.

Het interieur van de werkende maalinstallatie staat achter een enorme glazen wand.

 

 

 De ganse dag worden de spieren soepel gehouden met fietsen.

’s Avonds is er dan een dineetje, en bij een koffietje worden de hersentjes

soepel gehouden met quizzen of spelletjes.

  

 

De volgende morgen nemen we een flink ontbijt op de verdieping van de molen,

en staan we weer paraat voor een nieuwe Olabadag.

 

 

 groetjes,

olaboB

Klik eens op www.leocamps.be of google “leo camps”.

 

(*) Olaba = Organisation de loisirs agréables et blabla amical.

Voor details, zie vroegere stukjes.

 

Geschreven door grob om 19:17 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: vis met groenten, in de oven

 

 

Ik sta nog een beetje achter met uitleg over de pogingen die ik doe

om in de keuken links en rechts wat culinaire dingen te bereiden.

Ik beschouw mezelf nog altijd als een beginnende kok, maar toch

krijg ik al meer vat op de ingrediënten. Om risico’s van het vak te

vermijden ga ik meestal voor eenvoudige gerechten, die moeilijk

of maar voor de helft kunnen mislukken.

 

Hopelijk zitten er tussen de lezers personen (mannen?), die wel eens

willen koken, maar niet goed durven. Deze rubriek is voor hen bestemd,

want wat ik bereid is eenvoudig, en het werkt!

Het bijgevoegde recept komt altijd uit een of ander kookboek,

maar ik pas zonodig het recept (en zijn tekortkomingen) aan,

zodat het resultaat eetbaar is. Gelukkig beschik ik over een

goede raadgever (Greta), die deze recepten blindelings maakt.

Omdat deze blog in de categorie “Reizen” zit, zijn de gekozen

gerechten veelal gebaseerd op buitenlandse recepten.

Een exotisch tintje is nooit ver weg.

Wat ik bij dezen bereid, voldoet aan de twee voorwaarden.

Het is heel gemakkelijk én het is bereid in Spanje, met lokale mediterrane

ingrediënten. Het is trouwens het laatste gerecht van het winterseizoen.

 

Een belangrijk onderdeel van dit recept zijn tomaten, die goede diensten

kunnen bewijzen bij een vis die de oven ingaat. Het typische voor een

dergelijke vis is, dat die gemakkelijk de neiging vertoont om te

verbranden of in het beste geval uit te drogen.

TIP: voor de minder ervaren kok die een vis in de oven gaat zetten:

tomaten (onder andere) brengen redding.

Omdat ze zoveel water bevatten houden ze de vis mals en sappig.

Tomaten zijn waarschijnlijk de groenten die het meest worden gegeten,

maar wat weten we van die (meestal) rode bollen? 

 

 

 

 

Tomaten zijn afkomstig uit Amerika, waar de voorvaderen van de Inca's

en de Maya's in de Indiaanse oertijd kleine varianten van kweekten.

Het zijn de Spanjaarden die er het eerst mee in contact kwamen.

De conquistadores stuurden vervolgens planten met kleine gele

vruchten naar Spanje, want toen zagen ze er nog geel uit.

De Spaanse veroveraars lustten er wel pap van, na de ontberingen

tijdens het oversteken van de Atlantische Oceaan.

Ze namen min of meer de Azteekse naam over, die xitomatl luidde.

(het woord is verwant aan een ander Azteekse woord,

namelijk xipotatl oftewel patat. 

Dit is geen grapje, maar het woord chocolade stamt af van

het Azteekse chocolatl.

Ook coca colatl is Azteeks, maar dat is wel een grapje natuurlijk.

 

 

 

De plantjes oogden mooi met hun gele bloempjes, en werden in Europa

vooral als sierplant geteeld. Maar degene die aan het groene bladplantje

zelf proefde, kwam (te laat) tot de slotsom, dat het giftig was.

De gifstof in deze plant heet tomatine. De stof wordt door de plant geproduceerd

als afweerstof tegen allerlei ziekteverwekkers en is ook giftig voor de mens.

De groene bessen die door de plant na de bevruchting worden gevormd,

zijn licht giftig. Bij het rijpen van de vrucht verdwijnt stilaan de gifstof hieruit,

hierdoor wordt de vrucht eetbaar maar ook gevoeliger voor schimmels

en bacteriën. De bladeren zijn bezet met haartjes, waarop kliertjes staan

die bij aanraking de typische tomatengeur verspreiden. 

TIP: het blad en de stengel zijn dus giftig, net zoals bij aardappel-,

aubergine- en paprikaplanten.

Let op: in groene tomaten is de gifstof tomatine nog volop aanwezig.

In Amerika worden groene tomaten verwerkt in een chutney; hiervan

mag men eveneens niet te veel eten. 

Door kruisen en selecteren kreeg de tomaat de rode kleur en vanaf 1850

is het een veelgebruikte groente geworden in de Europese keuken.

 Ook voor andere gelegenheden worden ze soms gebruikt.

De Spaanse stad Buñol bijvoorbeeld kent jaarlijks het Tomatina-festival

met onder andere het grootste tomatengevecht ter wereld met ongeveer

45.000 deelnemers. 

 

 

Er zijn talloze varianten van tomaten. Naast de tegenwoordig heel populaire

trostomaten, zijn er de kleine kerstomaatjes, pruimtomaten enz.

Een bijzondere soort die je allen aantreft in het volle tomatenseizoen,

zoals nu, is de cœur de bœuf variant.

Het zijn de King Kongs onder de tomaten, hebben zeer veel vruchtvlees

en zijn heel smakelijk en geknipt om op te vullen met van alles en nog wat.

 

  Nog een zeer interessante en vooral smaakvolle versie zijn de zongedroogde

tomaten. In Spanje is dat geen probleem, maar in België bereidt men die

maar best voor in de oven. Anders zou het te lang kunnen duren.

 Nu ga ik even terug naar het gerecht, dat kei eenvoudig te bereiden is,

en zo lekker ook: “Vis met groenten in de oven” is de naam.

Hierbij staat het recept (halve tomaten inbegrepen, maar deze komen uit een blik).

 

ingrediënten voor 2

bereiding

een hele vis, waarbij de soort weinig rol speelt

snipper de sjalotten en de look, laat ze garen

(al bereid met zalm, zeebaars en bonito)

de paprika kan je ook even mee laten aanbraden

2 à 3 sjalotten

doe een eetlepel olie in een ovenschotel

2 looktenen

verwarm de oven voor op 180° à 200°

3 glazen droge witte wijn

bestrooi de vis aan beide kanten met pezo

1 glas brandy of gelijkaardig

leg de helft van alle groenten in de ovenschotel

1 blik hele tomaten

kruid met alle kruiden en leg de vis er bovenop

1 blik rode of groen of Italiaanse paprika’s

strooi de rest van de sjalot, look en peterselie er op

(groenten met hoog watergehalte aanbevolen)

bedek de vis goed met tomaten, paprika en sjalot

(verse) tijm

giet de wijn en de brandy in de schotel

een handvol verse peterselie

zet de schotel in de oven gedurende 20 à 25’

marjolein of oregano

 

bonenkruid, eventueel nog andere kruiden

interessant met wedges en alles samen in de oven

2 el olijfolie

 

pezo

 

 

TIP: wie het glas brandy (cognac, armagnac, enz.) niet aan het gerecht wil

toevertrouwen, kan het ook gewoon uitdrinken tijdens het koken.

Het zelfvertrouwen zal dan meteen toenemen.

  

 

De sjalotten en de look zijn aan het fruiten.

In dit geval heb ik er verse, fijngesneden Italiaanse paprika’s bijgevoegd,

maar andere paprika’s gaan ook. 

 

  

 

 De vis wordt gesandwiched tussen twee lagen groenten die dus veel water bevatten.

Hij gaat ongeschonden uit de oven komen.

Elke vis komt voor dit recept in aanmerking, behalve een aprilvis.

Ikzelf heb het trouwens al bereid met zalm, baars en bonito (een veredelde

Spaanse versie van tonijn).

 

 

  

Om het mezelf gemakkelijk te maken, kies ik als bijgerecht: wedges uit de diepvries.

De vis én de wedges gaan samen 20’ de oven in, en ze komen er samen uit.

Samen in, samen uit, en het verhaaltje eindigt met een tuit.

  

Min of meer bereid uit: TimeLife, Vis-, Schaal-, en Schelpdieren, pag.62.

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Tussen het groene mos van het Boenderbos...

 

... ligt een artistiek uitdagende en betoverende wereld die je naar adem doet happen.

Het Boenderbos situeert zich in Limburg, in de gemeente Ellikom,

 deelgemeente van Meeuwen-Gruitrode.

Op de luchtfoto hieronder zie je een stuk van het bos linksboven.

Het centrale deel van de foto wordt ingenomen door de woning van Leo Camps,

een door God begenadigd beeldhouwer.

Boven de woning zie je de beeldentuin, en aan de linkerkant is er het (blauwe) atelier

en nog een (witte) ruimte met  adembenemende composities.



 


Ik ben niet iemand die zomaar meegaat in verheerlijking van artiesten of kunstvormen of- strekkingen.

Maar Leo heeft zijn topklasse voldoende bewezen door de prijzen die hij behaald heeft.

Waarom ik nu precies Leo en het Boenderbos naar voor schuif? Daarover straks meer uitleg.

Aan de voorkant van zijn huis kon je misschien het woord "Boenderbos" lezen.

Zoniet kijk je maar op de volgende foto.

De naam "Boenderbos" is perfect, bijna tot op de millimeter uitgeknipt in een haagvorm.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leo woont hier met zijn vrouw, en is zeer gastvrij, zoals de meeste

Limburgers trouwens.

Om dat extra in de verf te zetten hangt hij gewoon zijn huissleutels naast de voordeur.

Kom je toevallig even langs, en je bent wat dorstig?

Geen nood, laat jezelf binnen en haal een pilsje uit de frigo.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wij hebben dat ook gedaan.

We waren op pad met de fiets met Olaba*, en we hadden dorst, zoals gewoonlijk.

Daar was Leo om ons te verwennen!

Ik (en de Olaba-collega's) hebben zoveel foto's genomen, dat ik

er enkele afleveringen kan mee vullen, maar ik zal me beperken

tot een tweetal: nu in het bos, en volgende keer in de tuin en het atelier.

Daar waar je de tuin ingaat zit deze knaap: "De Bedelaar".

Vroeger had je bij de bakker op de toonbank een beeld van een zwartje,

waar je dan een munt kon insteken, tot heil van de missionarissen.

Het zwartje knikte dan met zijn kopje, na het ontvangen van het geldstuk.

We hebben dat hier ook geprobeerd, en in de handen van het mannetje

enkele Eurobiljetten achtergelaten, en wat geldstukken uit de Olabank.

Maar hij beweegt niet. Waarschijnlijk (ook) arthrose tussen C4 en C5. 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het bos wemelt het van de sculpturen, en niet zo'n kleintjes ook.

Deze is "De Spin", klaar om je te pakken. Het lijkt er op dat hij zes

poten heeft, maar nee.

Acht is het getal, en op zo'n fouten ga je Leo zeker niet betrappen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Deze heet "De Pispaal". Het stelt een man voor die, jawel...

Om mogelijke berispingen te vermijden, heb ik geen risico willen nemen, en hem

van op de rug gefotografeerd. De zijkant ware beter, met het zicht op de tweede

persoon, maar de zedigheid gaat voor! 

Als je de ongecensureerde versie toch wil zien, ga dan naar

 www.leocamps.be, en kijk bij de foto's.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Deze is geen sculptuur van Leo, maar gewoon een natuurfenomeen.

Hoewel het me niet zou verwonderen dat de kunstenaar hierin

inspiratie heeft gevonden voor een van zijn andere werken,

dat we verder nog gaan zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

De naam hiervan is "De Catwalk". Spreekt voor zich.

Mocht je deze willen kopen, zet hem dan toch maar buiten,

want het volledige kunstwerk is ongeveer achttien meter lang

(als mijn geheugen me niet in de steek laat).



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Deze is "De Triomfboog". ik twijfelde nog aan de exacte naam,

maar hij staat er op vermeld.



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 "De Laatste Mens", als mijn muggengeheugen nog goed is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  De naam van deze moet ik schuldig blijven.

A propos: (*) Voor diegenen die het nog niet (meer) weten:

OLABA staat voor "Organisation de Loisirs Agréables et Blaba Amical",

en wij zijn met acht. Verder heeft dit niks te maken met dit werk.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier is Olaba(*) even blijven bij stilstaan.

Het sculptuur heet "Het Klokkenspel".



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Vanwaar de naam komt zou ik niet weten.

Misschien kan iemand me helpen. Een detailfoto zie je hieronder.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 En ik dacht dat Leo enkel beelden maakt.

Ha nee! Hier ontdekken we een schilderij in open lucht.

Een levend schilderij zelfs!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

En hier is dan nog een levend schilderij.

Door deze volgende foto pen ik eigenlijk dit stukje neer.

Onlangs is de Photoshopgroep van Seniorennet op bezoek geweest bij Leo.

Iedereen wou natuurlijk zo op deze kaderfoto staan. Greta heeft er dan deze

Olabafoto bijgehaald en ook op het internet gezet.

Ze kreeg van iedereen de commentaar: "Haha, jij bent daar niet geweest!

Je hebt dit achteraf gePhotoshopt met onze foto's!!"

Hierbij dus de bewijzen dat Greta er wel geweest is, samen met

de ganse Olabaploeg. Hezt was september 2011.

Meer zelfs: de Photoshoppers zijn gaan eten en drinken in "De Hoogmolen".

Awel, Olaba heeft daar 3 nachten geslapen, maar later daarover meer.

Zo Greta, dat heb ik dan hiermee rechtgezet. 

De suggestie voor het Photoshoppersbezoek kwam trouwens van Greta. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Het Boenderbos is niet alleen bos.

Het omvat een mooie vijver, met een eilandje.

Op het eilandje heeft zich de authentieke Leo-libelle genesteld.

Dit beest heeft enorme afmetingen.

Achter de vijver zie je een Olaba, om dit aan te tonen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Waar libellen zijn is er vis. En dus ook vissers.

Deze is "De Oude Visser". Eentje met stijve knieën.

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een eindje verder zit nog een jongere rietvisser.

Deze gaat er harder tegenaan.



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Na deze tocht door het beeldenwoud moet een senior even tot rust komen.

De Financiële Directeur van Olaba laat zich, bijna onopgemerkt, 

even achterover gaan in een artistieke braadpan.

Dit was het dan voorlopig. Hopelijk vond je het leuk.

We gaan ook nog in de beeldentuin, en Leo aan het echte werk zien.

Come and see next week!

 

Geschreven door grob om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Aan de (water)bak in Cotignac

 
 

 
 
 
Cadaqués ligt in Spanje, volop in Dalì gebied. Dat was de laatste reisstop.
Vanaf daar rijden we uiteraard door Frankrijk voor de laatste tussendoortjes
naar België.
Deze keer gaan we uitzonderlijk niet noordwest, maar eens de grens over,
voorbij Perpignan en Narbonne, kiezen we resoluut voor het oosten,
de Provence kant.
We brengen een paar dagen door bij lang niet geziene vrienden, in de Var.
Via de autoweg rijden we voorbij enkele ons wel bekende plaatsen, zoals
Montpellier, Arles, Aix, Aigues-Mortes, de Camargue, kortom de diepe Provence.
Onze vrienden wonen in een klein stadje, Cotignac, een half uur rijden
van de autoweg, in de heuvels, op enkele honderden meter hoogte.
Zoals gewoonlijk moeten we zoekwerk doen om het adres te vinden,
maar dat is normaal in de Franse dorpjeslabyrinten.
Dit gezegd zijnde, na enkele tandenknarsingen en troebele gsm-gesprekken
met de vrienden, komen we uiteindelijk terecht in het domein van Luc en Lut.

 


 
 
 
 
 
 
Een beetje Provençaals uitrusten mag nu, zoals God in Frankrijk.
De dames kunnen wat bijkeuvelen, terwijl Luc en ik bijvoorbeeld een toertje
maken met de hond, of de problemen van de wereldpolitiek oplossen.
Lut stelt de tweede dag ook voor een “klein” wandelingetje te maken in de
omgeving van het dorp, met als bijkomende tip: “Je moet niks speciaals
aan je voeten doen”.
“Mon œil” zeggen ze in Frankrijk, als het niet helemaal klopt.
Het uitstapje houdt ons enkele uren bezig, maar de dames zijn in een goed humeur.
 
 
 
Laat ze dus maar hun gangetje gaan.

 
 
 
Er is wel wat leuks te beleven in Cotignac. Er loopt een bergrivier vlak in de buurt,
met enkele scherpe stroomversnellingen.
 
 
 
Niet direct zwemwater is dit, tenzij voor forellen en zalmen.
 
 

 
Een heerlijk fris meer is ontstaan aan de voet van deze
uit de kluiten gewassen waterval. We zitten aan de Cassolle
rivier (de casserolle bevindt zich een beetje verder, maar
er is minder water in).
 

 
We wandelen ook een stuk door de hoofdstraat van het dorp.
Typisch Zuidfrans natuurlijk, met de onontbeerlijke platanen.
Greta heeft al dadelijk zin om te gaan Petanquen, en ze stáát er op, dat
haar fameuze kampioen-Petanque-arm mee op de foto komt.
Kwestie van beroemd te worden.
 

 
Wie in een Frans dorp aan een verfrissing denkt, associeert dat onmiddellijk met
een fontein. In tegenstelling tot Spanje zijn de meeste drankgelegenheden
gesloten, als je ze nodig hebt. Een handvol water uit de Cassolle smaakt ook
natuurlijk als je echt met een droge keel rondloopt.
 

 
 
Dit is een merkwaardig gebouw. Eerst dacht ik aan het
stadhuis van Cotignac, maar als ik een kruis zie op de top,
moet het wel een kerk zijn.
Het is nog geen moskee, voorlopig.
 

 
 
De fonteinen en pittoreske drinkbakken klateren hier maar
in het rond. Typisch voor Zuid-Europese steden.
In België vind je dit nauwelijks.
Maar de alcoholische drinkbakken zijn daar dan wel meer open.
 

 
 
Vele huizen zijn stokoud, maar worden (zeker aan de
buitenkant) heel pittoresk en aantrekkelijk gehouden,
door de kleuren, de houten luikjes, de beplantingen.
Dat vormt natuurlijk een van de charmes van Zuid-Frankrijk.
 

 
 
Een middeleeuwse woning en een theater uit de Romeinse
tijd mag natuurlijk niet ontbreken in een dorp dat zichzelf respecteert. En het toneel
wordt vandaag nog gebruikt ook. Het podium is aan de linkerkant, buiten het beeld.
 

 
Het decor boven het theater is ook heel merkwaardig.
De bergwand lijkt wel gemaakt van gesmolten stenen.
De reden om het theater net hier te plaatsen zal wel geen toeval zijn.
De omringende flanken konden waarschijnlijk dienst doen als ondersteuning
voor de stemmen van de acteurs.
 

 
 
En hier is dan toch de top van de kerk. Het kruis is van op deze hoogte
beter te zien.
De beiaard wordt gevormd door één enkele klok.
Een flodderstructuur van smeedijzer vervolledigt de merkwaardige
torentop, en lijkt gemonteerd op een soort kasserol.
 

 
 
Van op de heuvel hebben we zicht over een deel van het dorp,
met zijn typische zuiderse daken, en over de valleien en
de landschappen in de omtrek.
 

 
 
In de steile bergwand doemt iets op wat op een huis lijkt.
Komt daar opeens een mannelijke figuur naar buiten kijken, door een open gat.
Is dit een late middeleeuwer?
Het zou ook een bakker kunnen zijn, met zijn witte hoed.
Via een katrolletje trekt hij allerlei dingen naar boven.
 

 
 
 
Maar hij staat er alleen voor. Dus moet hij telkens de (waarschijnlijk steile) trappen
af naar beneden, om de dingen aan een haak te bevestigen. We vragen hem dan
maar wat hij doet. Het blijkt een kunstenaar te zijn, die bezig is met een atelier
in te richten.
Prompt vraagt hij ons om een verfpot aan zijn haak te hangen.
 

 
 
De tweede dag zorgt Luc voor een stevige barbecue.
Dat is gewoonlijk mannenwerk, maar voor Luc is dit
een makkie. Hij is gewoon de huiskok.
 
 
 
Als dessert komt mijn favoriete spijs op de tafel:
Crème Catalane. Home made.
Dat kan je alleen maar zelf maken als je een goede brander hebt.
En die is aanwezig. De vlammen swingen de kasserol uit.
 

 
 
Als het oppervlak gecarameliseerd is, kan de pret beginnen.
Als ik ooit in de hemel kom ‘wat lang niet zeker is), en ik
kan dan à la carte eten, verkies ik dit gerecht, boven
rijstepap met gouden lepeltjes.
 

 
 
Het afscheid is gekomen en genomen, en de volgende dag zetten we
rustig onze weg verder. We rijden noordwaarts en verblijven nog een nacht
in het Time Hotel, tussen Langres en Toul. Mooi, nieuw, klein familiehotelletje.
 

 
 
De terugkomst in Knokke-Heist doet niet veel tussentijdse veranderingen
vermoeden. Het stadhuis staat er nog, en dat is het belangrijkste.
En de vlaggen wapperen de zomer tegemoet.
 
 
 
Vandaag bereiden we ons al voor op de terugkeer naar het zuiden van Spanje.
Morgen 8 oktober gaan we nog een dag naar Gent, waar Seniorennet de
“Dag van de Medewerkers” organiseert.
Naast de voorstelling van de nieuwe/toekomstige projecten van SeniorenNet,
zal er deze maal ook formeel tijd zijn om de bestaande problemen (met blogs, enz.)
op te lossen.
Ik kijk al uit naar de resultaten. Als er ook een oplossing komt voor mijn problemen,
dan mag je natuurlijk in de nabije toekomst de verdere avonturen nalezen.
 
Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: 2X lekkers voor de prijs van 1

 

Subtitel: een ezel stoot zich tweemaal aan dezelfde varkenslap!

 

Het is al enkele dagen geleden dat ik nog een artikeltje plaatste op mijn blog.

En dat komt omdat we naar jaarlijkse traditie deze week vier dagen zijn

gaan fietsen in Limburg.

En het is zelfs nog langer geleden dat ik een zelfgemaakt gerechtje

heb gepresenteerd.

Dus nu zijn we weer zo ver. Vandaag is het iets waarin laurier zit.

Dit is een van de meest gebruikte keukenkruiden, maar wat weet je ervan?

 

Welnu, al meer dan drieduizend jaar worden de bladeren gebruikt voor soepen

en stoverijen. Laurier is vooral afkomstig uit het oostelijk Middellandse Zeegebied,

uit landen als Turkije, Irak en Iran. In België/Nederland wordt laurier gekweekt

als kuipplant omdat de plant niet volledig winterhard is. Men kan hem dan in

de winter even naar een beschermde plek verplaatsen. Toch zal laurier een matige

Belgische winter wel overleven (tot -5°), zeker aan de kust, en als er genoeg

beschutting is.

In Spanje hebben we hem zelf staan op het terras. Ik kocht twee jaar geleden

zo’n onooglijk klein potje op de markt, en vorige winter heb ik de stam moeten

knippen, want het plantje had zich ontwikkeld tot een struik van een meter hoog.

Zoveel laurier eten we nu ook weer niet.

 

In de Klassieke Oudheid was laurier een symbool voor de overwinning.

De overwinnaar op de Olympische Spelen mocht zich mee tooien met een krans.

De term laureaat is een overblijfsel van dit symbool. Er zijn nu nog een

aantal uitdrukkingen op laurier gebaseerd, zoals "op zijn lauweren

rusten" en "gelauwerd zijn".  

 

 

 

 

Laurierbladeren zijn afkomstig van de laurierboom of -struik.

De (giftige) laurierkers of paplaurier, die veel als haag wordt

gebruikt, is geen familie.

 

Laurierbladeren zijn ongeveer 5 cm lang en worden (meestal gedroogd)

gebruikt in stoofpotjes en groentesoepen, waarbij de laurier langere tijd moet

meestoven om de smaak tot zijn recht te laten komen. In sauzen, ingelegde

komkommer en augurken, zuurkool, konijn en rijstschotels kan men laurier

ook niet meer weg denken. Met visgerechten vormt hij een perfect geheel.

Laurierbladeren bezitten een aroma dat bij heel veel spijzen past; zelden wordt

een gerecht door laurierbladeren bedorven. Het is een gezond, aromatisch,

bitter kruid, dat de vertering helpt.

Het bekende kruid is meestal eveneens te vinden in fonds, terrines en marinades.

 

 

Laurierblaadjes kunnen zowel vers als gedroogd gebruikt worden.

Gedroogde bladeren smaken minder bitter dan verse, verse zijn wel aromatischer.

Ze mogen meekoken, hoe langer de blaadjes koken des te kruidiger de smaak.

Gewoonlijk vermeldt men in de recepten: “de laurierbladeren verwijderen vóór

het opdienen”. De reden is dat het blad niet kan opgegeten worden, want het

blijft hard. Het is niet zo dat het blad schadelijk zou kunnen zijn voor consumptie,

maar niemand krijgt graag een harde slabber in zijn bord en mond.

 

Laurier maakt ook deel uit van het klassieke “bouquet garni” (kruidentuiltje)

= 2 takjes peterselie,1 takje tijm en 1 laurierblad. Vooral gebruikt in de

Belgisch/Franse keuken.

 

TIP: Laurier geeft zijn smaak pas vrij als het een tijd heeft meegetrokken en is

daarom bij uitstek geschikt voor soepen en stoofpotten.

 

 

 

 

Nota Benen: ik ga nu verder met deze tekst in het hotel Ter Elst, want we moeten

twee dagen in de buurt van Antwerpen zijn. Sorry dat het zolang duurt,

en bovendien kan ik hier de weblog niet uploaden naar Seniorennet.

De Wifi werkt niet, ofwel ben ik nog niet goed wakker. Dit even tussen ().

 

Waarom deze eigenaardige titel van dit stukje? Tot mijn eigen grote verbazing

had ik dit gerecht al eens bereid, meer bepaald in Spanje, in maart 2010.

En het staat zelfs op mijn blog, zonder dat ik het wist.

In elk geval begin ik met het commieswerk, maar dat is heel beperkt, zoals je

kunt zien op de foto.

Na het aanbakken, krijgt het vlees het gezelschap van de appeltjes en

de lekkere geuren kunnen zich beginnen ontwikkelen.

 

 

 

 

Deze foto (van de hand van Greta) doet me denken aan de “Drie Kleine Biggetjes”,

die gevangen zaten bij de Grote Boze Wolf. De wolf ging regelmatig kijken of

de buikjes van de biggetjes al dik genoeg waren…

Greta kan soms schalks uit de hoek komen.

 

 

 

 

De naam van dit recept luidt officieel: “in cider gestoofde varkensmedaillon

met appels”. De reden waarom dit recept in deze tijd van het jaar op zijn best is,

is de beschikbaarheid van dagvers geplukte Jonagold appels uit ons eigen Limburg.

Veel beter dan de bewaarappels op andere momenten van het jaar!

 

 

Recept maart 2010 (Spanje):

 

ingrediënten voor 3

bereiding

1 el olijfolie

indien varkenshaasje: snij in stukken van 2 cm dik

600g varkensmedaillon of -haas

bestrooi met pezo aan beide kanten

1 grote ui, fijngesneden

bruin het vlees aan beide kanten, zet apart

2 el cider- of witte wijn azijn

bind het bouquet garni samen met keukentouw

15 cl Sidra of cider

fruit de ui in de pan, en voeg daarna toe:

20cl appelsap

de azijn, cider, appelsap en bouquet garni

1 bouquet garni (tijm, laurier, peterselie)

leg het vlees weer in de pan, doe er nog wat pezo op

2 appels

sluit de pan af en breng aan de kook

1 el citroensap

schil en ontpit de appels, snij ze in schijven (1cm)

een scheut room (+/-30% vet)

als het kookpunt bereikt is, zet het vuur laag

pezo

voeg de appels toe, laat enkele minuten verder garen

garnituur: krulpeterselie

haal het vlees uit de pan, en de appels als ze mals zijn

 

houd vlees en appels warm, laat het kookvocht inkoken

 

op hoog vuur en zonder deksel, tot een stroperige saus

 

dik, indien nodig, aan met wat maïzena express

 

verwijder het bouquet garni

 

voeg de room toe en laat 2’ doorkoken, al roerend

 

leg de appels op borden en vlees er bovenop

 

overgiet met de saus en garneer met peterselie

 

 

Nog een merkwaardig iets: In Spanje heb ik porties gemaakt voor drie personen,

en nu dit gelijkaardig recept in België voor vier. Begrijp ik zelf niet goed.

En we zijn maar met ons twee om het op te eten!

Nochtans is er ook goed nieuws!

Mocht er onder de lezers iemand zijn die toevallig moet koken voor zeven personen,

dan is het heel gemakkelijk: maak de twee gerechten en klaar is Kees!

 

 

 

Recept juni 2011 (België):

 

ingrediënten voor 4

bereiding

olijfolie

ontpit de appels, schil ze en snijd ze in schijven

varkensmedaillon of mignonette

verwarm de olie in een bakpan, doe pezo op het vlees

1 ui, fijngesneden

bruin de medaillons aan alle kanten, zet het vlees apart

2 el ciderazijn

fruit de ui in de pan, tot de stukjes glazig en mals zijn

15 cl cider

voeg toe: cider, appelsap, ciderazijn en tijm,

25 cl appelsap

leg het vlees weer in de pan, voeg pezo toe aan het vocht

2 takjes verse tijm

breng de inhoud van de pan aan de kook, verlaag dan het vuur

2 appels (Jonagold, Golden…)

laat 5’ sudderen en voeg de appelschijven toe, sluit de pan

3 el (soja)room

laat 5’ verder garen, haal vlees en appels uit de pan, zet apart

platte peterselie als garnituur

laat het kookvocht inkoken op hoog vuur en zonder deksel

eventueel wat maïzena express

laat koken tot een stroperige vloeistof, verwijder de tijm

pezo

indien nodig, voeg wat maïzena express toe om in te dikken

 

voeg de room toe en laat kort doorkoken

 

verwarm het vlees en de appels nog even in de saus

   
Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: 2X lekkers voor de prijs van 1 (deel 2)

Ik moet toch wel volledig van de kaart geweest zijn, want voor vier porties voorzie

ik in België slechts drie stukken vlees.

Waarschijnlijk had ik voor de vierde portie een vegetariër in mijn hoofd.

Nog een gekookt aardappeltje en we zijn er.

 

Hoe dan ook, het resultaat is geslaagd, en is uiteindelijk op tafel beland.

Ik had nog toevallig één lokaal flesje cider uit Normandië, en dat maakt het af.

Zowel het gerecht als mijn tekst.

 

Eindelijk. Deze week zijn we voor de negende keer met Olaba(*) vier dagen

gaan fietsen. Daarna zijn Greta en ikzelf gaan kijken en luisteren naar “Aida”,

prachtige musical van Elton John en Tim Rice, in Knokke.

Dan zijn we twee dagen in Antwerpen geweest, en brachten onder andere

een halve dag door in het stijlvolle MAS (Museum Aan de Stroom).

Gisteren avond waren we aanwezig met de familie in de Antwerpse

Stadsschouwburg, bij de vertoning van het klank- en beeldspektakel

“We will Rock you” met Queen muziek en superbe technische hoogstandjes.

En vandaag heb ik eindelijk mijn blogje kunnen updaten, in stukjes en brokjes. Oef!

Twee dagen rust nu.

Bereid in België als variante op een recept van Carrefour: Slim Koken

(*) Olaba: Organisation de loisirs agréables & blabla amical

Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Stappen door Gent, rond de Vleestent

 

 

Beste lezer, wil me excuseren voor de vertraging van dit vervolgstukje, maar er zijn

 technische problemen geweest met mijn blog. Zo is o.m. de volledige rechterkolom

een tijdlang verdwenen.

Het probleem is voorlopig (?) opgelost, na verwijderen van sommige teksten

en foto’s, onder het toeziende en helpende oog van “Redpoppy”, blogmaster.

 

Mochten er nog bloggers problemen zien opduiken op hun weblog, neem dan

 contact met redpoppy. Vanaf vandaag is ze bij mij genoteerd als “Pretpoppy”.

 

TIP: ga nog eens kijken naar de Photoshop dag in Antwerpen in 2010!!

Ga daarvoor in de rechterkolom naar Zoeken in blog en tik “Schelde” en

 “Zoeken”.

 

Nu terug naar Gent.

In het centrum van een grote stad met veel water is er altijd veel beweging.

Zo ook aan de Graslei in Gent, een populaire plek in de stad.

 

 

 

 

Deze omgeving heeft heel wat te bieden. Kijk hieronder maar naar het bord dat

 langs de kade neergepoot is. Je kunt zelf je creativiteit  de vrije loop laten,

en verschillende dingen van het (gratis) aanbod combineren. Afhankelijk van je

 leeftijd weliswaar. Probeer maar eens een paar combinaties uit.

Het zwerfaval zou ik letterlijk en figuurlijk ter zijde laten.

Wat de “relaxen” precies inhoudt, mag Joost weten.

Maar die kon er vandaag niet bij zijn. Hij heeft zijn trein gemist.

We kunnen het hem dus niet vragen.

 

 

 

 

En toch! Geen vijftig meter verder vinden we misschien al 

een hint en een aanzet om het bord beter te begrijpen.

Een aantal omschreven elementen van het bord zie je te voorschijn 

komen op deze poster. De Gentse blondjes staan trouwens bekend voor

hun godvruchtigheid, en deze uitspraak komt dus niet als een verrassing.

 

P.S. Wat me nu wel verrast is dat mij linkerhand mee midden op de foto staat,

met een bijna onbedwingbare neiging om het been van het blondje te ontharen.

 

 

 

 

Als je met Limburgse jongedames op pad bent, kan je de gekste dingen zien.

Zoals met deze twee hier, die een heldhaftige ridder gevonden hebben,

en lieftallig in het “floschke” (van het zwaard) knijpen.

“Floschke” is” embrasse” voor de Nederlanders.

 

 

 

 

 

Vanaf nu worden al onze zintuigen onderweg continu

geconfronteerd met elementen die de eetlust opwekken.

Neem nu deze puntzak met goudgele krokant gebakken frieten.

Hij is waarschijnlijk groot genoeg voor de ganse bende, 

maar wij hebben afspraak in het Vleeshuis voor de lunch.

 

 

 

 

Het restaurant van het Groot Vleeshuis voert terecht

promotie voor streekproducten.

De lunch is voortreffelijk, en zo proef ik als voorgerechtje een heerlijk slaatje 

met Ganda ham (die hier ten overvloede aan de eikenhouten zoldering hangt).

 

De pièce-de résistance is Gentse Waterzooi met een touch van kerrie,

en om de laatste gaatjes te vullen, zijn er Mattentaarten uit Geeraardsbergen.

 

Als je foto’s wil zien van lekker eten, kijk dan niet hier, maar naar de tientallen

 gerechten die ook in deze blog zelf zijn bereid, gefotografeerd,

en door de slokdarm gepasseerd.

 

 

 

 

Tussen de gerechten door worden de senioren aangenaam verrast met gepaste

 achtergrondmuziek. Het stilaan traditionele en sprankelende muzikale duo 

zorgen weer voor een hoogstaand optreden.

Oldies but Goldies!

 

 

 

 

Na de heerlijke streeklunch zetten we terug een stapje in

de Gentse buitenwereld.

Wat is er Gentser dan het Gravensteen? Het is de enige

 overgebleven middeleeuwse burcht in Vlaanderen.

Al in de 9de eeuw zou de Graaf van Vlaanderen de eerste versterkingen 

hebben laten oprichten als verdediging tegen de invallen van de Noormannen.

Weinigen onder onze Senioren zullen zich dit nog herinneren.

 

 

 

 

In Gent is voldoende water aanwezig om rustig op te dobberen.

Wat is er aangenamer dan verpozen op een waterterrasje tijdens de hete (☻)

 Belgische zomer?

 

 

 

 

Dit prachtige kunstwerk, met zijn sobere maar doordringend en non-conformistisch,

 minimalistisch lijnenspel is gemakkelijk te vinden naast de St-Baafs kathedraal.

Volgens het etiket staat het bekend onder de naam “De Opengepelde Banaan”.

Nee toch! Achteraf zie ik aan het Sint Pietersstation nog ongeveer 

tweehonderd maal een kopie van ditzelfde kunstwerk!

Wist ik veel dat het meestal gebruikt wordt als fietsrek.

 

 

 

 

 

Van een totaal ander kaliber is dit stuk metaal.

Is het een brandblusapparaat? Is het de verrekijker van Gulliver?

Ook weer niet. Het is de Dulle Griet. In de buurt van de Vrijdagmarkt, 

op het Groot Kanonplein staat deze monumentale gietijzeren bombarde.

Oorspronkelijk had het al deze rode kleur, en het werd daarom destijds de 

”groten rooden duyvele” genoemd. De kolos werd gemaakt in 1431, en werd

in 1578 gebruikt in de strijd tegen de Spanjaarden. Met weinig succes overigens.

 Het projectiel vloog slechts enkele centimeters ver, en ligt er nu nog. Zie foto.

 

 

 

 

 

Op de Groentenmarkt is een merkwaardig winkeltje. Boven de ingang kan je onder

 meer  lezen “Mostaardfabriek”.

Hier wordt de wereldbekende mosterd gemaakt van Tierenteyn!

Men stelt zich soms de vraag waar Abraham de mosterd haalde.

Het antwoord is: hier.

 

 

 

 

Het pand en de fabriek dateren al van 1818. Het “gele goud” wordt nog altijd

 volgens hetzelfde recept gemaakt. Oorspronkelijk werd alles manueel gedaan,

en na verloop van tijd werd het productieproces “geautomatiseerd” met een

 stoommachine. Zelfs nu nog kan men de exclusieve mosterd kopen geschept

 vanuit een houten kuip met een grote houten lepel.

 

Alle grote chefs uit de klassenrestaurants van over de hele wereld kopen hun

 mosterd bij Tierenteyn. Ik heb natuurlijk ook een bokaaltje gekocht, en binnenkort

 kunnen jullie hier genieten van receptjes, gemaakt met de allerbeste mosterd.

 

 

 

 

De Toverfluit van Mozart krijgt tegenwoordig behoorlijk concurrentie van Merlijns

 Toverfruit. Je kunt het zelfs zowel lekker warm als ijskoud drinken.

En het fruit is zelfs biologisch! Sterk is dat.

 

 

 

 

Maar alles kan beter!

Bakkerij Imschoot staat hier met zijn beste neuzen.

Die zijn pas biologisch! Zelfs Pinoccio prijst hier de andere neuzen aan.

Voor degenen die het niet zouden kennen: het is mauve tot bruinachtig snoepgoed,

 in de vorm van een kegeltje.

Ze zijn in hoge mate  verslavend, en ze liggen hier vooraan in het snoepkraam.

 

In Antwerpen gaan ze door het leven als “cuberdons”. Je kunt ze eens googelen,

 maar je kunt ze ook opeten, en dat heeft de voorkeur. Ik ken zelfs iemand uit de

 Sennet Photoshop sfeer uit Antwerpen (nickname is L…S), die in Gent zijn

 cuberdons komt halen.

“Ze moeten een ietsje bruin zien, dat zijn de beste”, pleegt hij te zeggen.

 

 

 

 

Om de graffiti spuiters onder controle te houden is er in Gent door het stadsbestuur

 een (smalle) straat voorbestemd om over de ganse lengte bespoten te worden.

Hier zie je zo een artistieke spuiter aan het werk.

 

 

 

 

 

Er zijn een massa werken te zien, zoals deze kleurige

toekan bijvoorbeeld. Doordat de ruimte beperkt is, kan je

om de week teruggaan en nieuwe dingen zien.

 

 

 

 

Gent komt inderdaad met bepaalde initiatieven soms

origineel uit de hoek. Zo hebben ze ook weer dit unieke

verkeersbord. De straat waar dit bord hangt is enkel

toegankelijk voor nieuwssamengestelde gezinnen,

met in totaal ten minste twee kinderen.

De volwassenen die de straat willen gebruiken, moeten

een handje geven, de kinderen moeten een jongetje en

een meisje zijn, en het meisje moet twee vlechtjes in het haar.

Mocht je als buitenstaander naar Gent willen, let goed

op de verkeersborden!

 

 

 

In de late namiddag worden we overvallen door een korte,

maar fikse regenbui. In de bootjes hebben ze het water

ook liever uitsluitend aan de onderkant.

 

Niemand beseft op dit moment welke gevolgen het

doortrekken van dit slechte weer front zal hebben voor

Pukkelpop, waar vandaag nog een aantal doden zullen vallen.

 

 

 

 

Wanneer we de dag besluiten, en terug naar het station

gaan, blijkt dat er heel wat vertraging zit op het treinverkeer.

Ook onze directe trein van Gent Naar Knokke heeft een pak vertraging, omdat hij

 van Tongeren komt, en door Limburg rijdt, waar de tragedie zich heeft voorgedaan.

 Wij kunnen de vorige stoptrein nog nemen, maar voor een aantal mensen, vooral

uit Nederland en Limburg, zal het wellicht al bijna nacht zijn, als ze weer thuiskomen.

 

 

 

 

 

.

Geschreven door grob om 23:50 5 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Senioren heerlijk verwend in Gent

 

Naar goede jaarlijkse gewoonte verzamelt de harde kern van de Photoshoppers 

op een of andere interessante plek. De bedoeling is elkaar nog eens te zien

en (tot op zekere hoogte) te voelen, foto’s te nemen, te lunchen en kortom, 

er een leuke uitstap van te maken. Photoshop Day is 18 augustus.

Vorig jaar waren we in Antwerpen, voordien in Blankenberge, en nu in Gent.

 

We starten met een koffietje in het Groot Vleeshuis op de Groentemarkt.

Dit historische pand heeft zijn naam niet gestolen. Het herinnert aan de

 middeleeuwse functie van overdekte markt voor de verkoop van vlees.

Nu het vleeshuis door de provincie is ingericht als promotiecentrum voor

Oost-Vlaamse streekproducten, doet het pand zijn naam weer eer aan.

Deze locatie leent zich gemakkelijk voor dit evenement met een grote

groep deelnemers.

Er is vandaag met de 85 Photoshoppers in Gent trouwens

een pak groot vlees voorhanden.

Aan de ingang weten we al dat we juist zitten. Op de poster

staan enkele logo’s die ons niet helemaal onbekend zijn.

 

 

 

 

 

Het weer is (voorlopig) goed, de koffie smaakt, de sfeer

is opperbest. De ongeveer 50 leden van wat ik noem

de “bikkelharde” kern hebben mekaar onlangs al gezien

in Brugge en in Neerpelt, maar voor de “gewone” harde

kern is het laatste fysisch contact al een jaar geleden.

Genoeg nieuws om te vertellen dus.

En om wat te kletsen.

De meeste deelnemers zijn vrouwen, waar ik helemaal

niets mee wil bedoelen, wel in tegendeel.

 

 

 

 

Na de koffie gaan we terug de frisse Gentse lucht in,

en is iedereen volledig klaar, opgewarmd en afgekoeld voor het stadsbezoek.

 

 

 

 

Een superenthousiaste gids (uit de Photoshop entourage uiteraard) die de buurt

als zijn broekzak kent, maakt de Photoshoppers zo mogelijk nóg slimmer,

aan de hand van weetjes en pikante anekdotes uit heden, verleden en toekomst.

 

 

 

 

Natuurlijk worden er massa’s foto’s geschoten in deze fotogenieke buurt.

Iedereen in de groep heeft zijn toestel in aanslag, en zoekt naar dé foto van Gent.

Alle soorten toestellen worden boven gehaald. Van het eenvoudige Lumix

 apparaatje, zoals het mijne, tot de meest geavanceerde knotsen van camera’s.

Alle modellen passeren de revue. De fotografen staan op scherp.

 

 

 

 

Gent heeft veel te bieden aan de bezoeker. En als je niet weet waar naartoe,

maak dan je keuze via goed uit de kluiten gewassen wegwijzers en borden.

 

 

 

 

Voor elk wat wils. Je kan te voet rond, of je stapt in een boot bijvoorbeeld.

 

 

 

Het belfort van Gent staat er hoog en eenzaam bij. Geen Londense Big Ben,

maar toch een Small Bennetje. Het is nu kwart over elf,

er is dus nog geen haast bij voor de lunch.

 

 

 

 

Wie er óók heel eenzaam bij staat, is dit arme lammetje.

Waarschijnlijk heeft dit beestje toch wel trek in een stevige

graslunch. Van stenen kan je niet eten.

 

 

 

 

Gelukkig is de redding nabij. We zijn vlakbij de Graslei,

enkel toegankelijk voor echte graseters.

Menselijke personen mogen hier niet door. Ze moeten

naar links en zijn verplicht een andere weg te nemen.

 

 

 

 

Via die andere weg komen we aan een waterloop.

Op een van de reddingsboeien aan de kant heeft

Teleonthaal een sterke boodschap achtergelaten.

 

 

 

 

Al in de middeleeuwen dachten de Gentse vrouwen

geconcentreerd na over de grote vraagstukken des levens.

“Alles went, behalve een vent”, komt uit Gent.

 

 

 

 

Degenen die zich niet te voet of met een bootje willen verplaatsen,

kunnen opteren voor tram, bus of achter een edele viervoeter aanzitten.

 

 

 

 

Sportieve Photoshoppers blijven natuurlijk liever met beide voeten op de grond.

 

 

 

 

Gent in al zijn pracht met de drie torens op een rij. Het lijkt wel alsof ik hier

een promotieactie aan het doen ben voor de Gentse dienst van toerisme!

Niets is minder waar natuurlijk, maar het is toch fantastisch om dit te kunnen

 bekijken.

 

 

 

 

Het lijkt hier wel een decor voor een middeleeuws steekspel voor stoere ridders

en frêle jonkvrouwen. Keizer Karel is hier ergens geboren in het jaar 1500.

Grappig dat men in Spanje denkt dat het een Spanjaard is. Ik geef hem geen

 ongelijk dat hij naar daar is gaan wonen.

Hij ging daar door het leven onder de naam Don Carlos.

 

 

 

 

Nog een van die stoere ridders is de heldhaftige heilige ridder Sint Joris, met

zijn onafscheidelijke vuurspuwende draak. Persoonlijk vind ik de draak eerder een

 uit de kluiten gewassen leguaan.

Ik heb (in Hollywood films) al groter draken zien rondlopen.

 

 

 

 

Overdag stelen ze de show in een gezellig onderonsje

draak-steken en riddertje-happen, maar ’s avonds gelden

andere prioriteiten.

Gentenaars staan al sinds de middeleeuwen bekend als

gewiekste ambachtslieden en handelaars.

Dus wordt tegen het uur van het diner de draak ingeschakeld

 om met zijn vurige adem op een BBQ allerlei vlees en vis

te grillen. Wegens de hoge temperaturen loopt het personeel

er dan ook eerder licht gekleed bij.

 

 

 

 

Aan bootjes geen gebrek. Op dit ogenblik zijn er geen wolken

te zien en alles is vredig, maar dat zal nog veranderen.

 

 

 

 

De echte Photoshop sfeer zit er bij sommigen al goed in, ofwel denken ze al aan

de lunch met Oost-Vlaamse specialiteiten die ons opwacht in het Vleeshuis.

 

 

 

Wordt vervolgd.

 

Geschreven door grob om 00:00 8 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

No more stress in Cadaqués

 

 

Rosas (Roses voor de Catalanen) is een kuststad aan de Costa Brava,

in de noordelijke provincie Gerona. Het ligt op 40 km van de Franse grens en

160 km noordoost van Barcelona. Met de Cap de Creus in het noorden vormt

de golf van Rosas een 15 kilometer lange bocht met een uitgestrekt mooi strand.

Al in de 8ste eeuw vóór Christus werd de plaats door de Grieken gesticht en is

als zodanig vernoemd naar de Grieken uit Rhodos, die zich hier als eersten

in dit mooie gebied hebben gevestigd.

 

 

 

 

 

We hadden een kamer geboekt in het charmehotel Carmen.

Dit logies is moeilijker te vinden dan eerst gedacht, vooral door de vele

smalle eenrichtingsstraten in het oude centrum.

Eerst vragen we de weg aan een gevelschilder, die zolang uitleg geeft tot

zijn verfborstel uitgedroogd is. We volgen wel zijn  aangeduide richting, en rijden

wat rondjes, tot we het kantoor zien van de Policia Local.

Daar ga ik het binnen vragen aan een “jong poepeke”.

 

 Naar verluidt plakt het hotel pal aan de achterkant van het politiegebouw,

of omgekeerd. “Ga maar eens te voet kijken”, zegt ze.

Ik replikeer: “Ja, maar we mogen hier niet parkeren…” (in het Spaans, want

anders verstaat ze het niet).

“No problema”, is het antwoord. We laten de wagen (de linkse) dan maar staan.

 

 

 

.

De kamer is klein, maar perfect ingericht. We zitten op de vierde verdieping,

en hebben een terras met ligzetels, dat groter is dan de kamer.

Nu het nog licht is, gaan we de benen strekken aan de dijk

en in de smalle, gezellige winkelstraatjes van Rosas, met

een rustpauze in een bar aan de Paseo Maritimo. 

 

 

 

 

Bergen merenguetaart die zich opstapelen in de etalage

van een bakker doen er ons aan denken dat we nog iets moeten happen

voor het avondmaal.

 

 

 

We proberen het typische Spaans restaurant “La Cala (de baai) in het

oude centrum van Rosas.

Een entrecote voor Greta en een vis voor mij, gespoeld door een fles

Cune Crianza maken dat de grootste honger (en dorst) tot het verleden behoort.

 Voor mij heeft deze dag nog iets extra in petto. Ik ben helemaal geen dessertman,

 maar ik maak graag één uitzondering: Crème Catalane.

Of Crème Brulée. Let er op dat ik dit lekkere ding bewust met Hoofdletter schrijf!

Waar kan je het beter eten dan in Catalonië? Als ik nu die foto weer bekijk,

moet ik me haasten om mijn klavier te beschermen met een dunne laag plastic,

 tegen de kwijl.

 

 

 

 

Als je de Google satellietfoto bekijkt, zie je Rosas liggen onderaan links.

De havenpieren zijn goed zichtbaar. De zonsondergangen in Rosas zijn zeer mooi,

 door de uitzonderlijke ligging op het westen.

Dat levert de fraaiste kleuren op en deze overgieten de bergen landinwaarts.

Cadaqués ligt aan de rechterkant in een prachtige baai, bij de rode punaise.

Tussen Rosas en Cadaqués bedraagt de afstand ongeveer twintig kilometer,

en de weg is smal en slingerend, maar met veel natuur en mooi.

 

 

 

 

Het stadje Cadaqués (rechts in het purper) wordt omsloten door een natuurpark,

 met hoogtes tot boven de zeshonderd meter.

Cadaqués is een mooie oude vissersplaats in de provincie Girona, regio Catalonië

 in het uiterste noordoosten van Spanje. Het plaatsje is gelegen aan de Costa Brava 

en situeert zich in het zuiden van het Natuurpark Cap de Creus,

dat ongeveer 10 kilometer tot in zee uitloopt en dat het karakteristieke landschap

 van de Costa Brava duidelijk weergeeft.

 

De inwoners van het kleine dorpje leven voornamelijk van het toerisme en

de visserij. Cadaqués krijgt veelal de titel van mooiste dorp van de Costa Brava

en verdient dit ook. Het plaatsje wordt gekenmerkt door smalle

straatjes met allemaal witte huisjes, niet te veel toeristen,

en het bekende kerkje, dat het dorp domineert.

 

 

 

 

Indien je met de wagen naar Cadaqués komt, dan is het

handig om weten dat er een gemeentelijke parking is aan de rand het dorp.

Ook niet meer dan dat.

We parkeren de wagen op de ruime parkingplaats, en dalen af naar het centrum

tot op de dijk, waar mooie gevels staan te pronken. Langs de dijk staan rijhuizen

 met prachtige, schilderachtige gevels.

De plaats heeft geen mooie eigen stranden.

 

 

 

 

Maar dat wordt goedgemaakt door andere troeven. Zelfs een heuse Casino trekt

de aandacht. Het stadje telt slechts een drieduizendtal inwoners, maar het Casino

 zal waarschijnlijk voor anderen bestemd zijn.

 

 

 

 

Vanaf de dijk heeft men een mooi zicht op het strand en de baai.

Een soort Yucca bomen bakenen de dijk af.

 

 

 

 

Slimme bewoners hebben hier hun privé-haventje, dicht bij huis.

Even een visje vangen voor de BBQ, en weer terug.

 

 

 

 

 

Talrijke kunstenaars en intellectuelen hadden honderd jaar

geleden een band met Cadaqués: Picasso, Klein, Chagall, Max Ernst, Federico

 Garcia Lorca, Salvador Dalí en Joan Miró waren hier thuis en deden inspiratie op..

 

 

 

 

En dit is toch wel speciaal. Als ze dit in New York hadden, zou de stad

absoluut beter verlicht zijn. Waarschijnlijk zat een van de inwonende

kunstenaars er voor iets tussen.

 

 

 

 

Sommige gebouwen zijn heel fraai, en goed bewaard

gebleven. Gereed om vast te leggen op een  canvas.

 

 

 

 

 

Er is een fraai zicht op het kerkje en een deel van de huisjes

vanaf de andere kant van de baai. Schilders konden hier volop hun inspiratie

op botvieren.

 

 

 

 

 

Zelfs de winkeltjes zijn geïnspireerd door de beroemde inwoners van een eeuw geleden.

Men vindt hier zelfs een mierenmutant met acht in plaats van zes poten.

Ook die worden visueel vastgelegd voor de eeuwigheid.

 

 

 

 

 

Hier is nog zo een mogelijke inspiratiebron voor kunstenaars.

Greta zit al klaar tegen dat de eerste langs komt met verf en borstel.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 21:58 4 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

problemen met uploaden

Van het vorig stukje is het onmogelijk gebleken het laatste gedeelte

 up te loaden naar Seniorennet. 

Het betreft tekst en een viertal foto's.

Ik heb het vier maal geprobeerd sinds gisteren namiddag.

Het uploaden vraagt telkens een heel pak (apen)werk.

Er zijn duidelijk ergens technische problemen, buiten mijn wil. 

Hierdoor verliezen mijn gerechtje en bijhorigheden natuurlijk

veel van hun waarde. Sorry.

Indien het niet opgelost is tegen einde van deze week,

overweeg ik om definitief te stoppen. Er zijn grenzen.

 

Geschreven door grob om 18:45 Reageer op dit bericht Stuur door

Zonder geharrewar naar Alfafar

 

 

De drang is er weer. Het is mei, en alle vogeltjes, althans de wijfjes, leggen een ei.

Maar je mag niet alles geloven wat ze zeggen, en zeker niet wat in de krant staat.

Elk jaar gaan we dus terug naar de bakermat om dat ei-leggen te controleren.

 

De dag dat we van Spanje met de wagen terugrijden naar België, is ontspannend.

De stress van het inpakken, en de afscheidskussen met de vrienden zijn volledig

 voorbij. Het laatste "we gaan toch nog eens samen eten hé" is achter de rug.

 

Deze rustige dag, deinend over de Autovia, gaat ons nu tot Valencia brengen.

We vertrekken volledig relax rond 9 uur. Op de kilometerteller staat 50050 km.

Rond 10 uur doen we een stop langs de autoweg voor een licht ontbijt.

We hebben 100 km gebold en een ‘tostada’ met verse tomatenpulp, besprenkeld

 met wat olijfolie en wat pezo gaat gemakkelijk naar binnen.

Zeker als de koffie zo lekker is als hier. Van dit soort eetstops zijn er tientallen,

en deze is niet beter of slechter dan de andere.

Ik noteer: Hotel restaurant “Rosario”, behoorlijke ontbijtstop.

 

 

 

 

Een uur of zo later rijden we langs de Sierra Nevada. De hoogste pas waarover

we rijden, ligt op ongeveer 1400 meter.

De omgeving van de Sierra heeft het lentegevoel te pakken, niettegenstaande

de hoogte.

 

 

 

 

Als je nauwkeuriger kijkt, zie je dat de Sierra Nevada nog flink onder de sneeuw zit.

De hoogste top ligt of staat ongeveer op 3400 meter, en tot begin mei kan men

hier skiën.

 

 

 

 

We tanken net voor de stad Lorca. Gelukkig zijn we hier geen tien dagen later,

want dat is het moment van een hevige aardbeving, met ernstige schade.

De kerktoren stort neer pal naast een reporter.

Deze gril van de natuur kost ook het leven aan een dozijn mensen.

 

Rond Elche kiezen we voor de autoweg naar Valencia, via het binnenland.

De kustweg via Alicante en Benidorm is mooier, maar het is een tolweg,

en Autopista, en hij is wat langer in afstand.

 

Langs deze rustige autoweg zitten we echt in het Spaanse toeristarme binnenland,

 en we rijden regelmatig langs kastelen van middeleeuwse krijgsheren.

Ook de Moren hebben hier letterlijk hun steentje bijgedragen om alle kastelen

op de heuvels te krijgen.

 

 

 

 

Stilaan worden de oude constructies gerestaureerd en toegankelijk gemaakt.

Zoals hier met het kasteel Monfort.

 

 

 

 

Voor de grotere kastelen, zoals het volgende, zal er niet veel Spaanse euro’s

meer overblijven vrees ik. Misschien kunnen ze wel een aantal kastelen verkopen,

 en ze exporteren naar het Midden Oosten of China, waar er nog geld zat is.

Let op, dit is niet zo idioot. De Engelsen hadden al het voorbeeld gegeven met

de London Bridge, die nu ergens in een verloren woestijn staat, in Arizona.

 

 

 

 

 

Na een comfortabele rit komen we aan in Alfafar, een deelgemeente van Valencia.

Alfafar is niet te verwarren met ‘farfalla’, want dat is pasta, om te eten dus.

Zeg ook nooit ‘Alfalfa’, want dat zijn ontkiemde zaden van de Luzerneplant.

Misschien komt er ooit eens iemand op het idee een recept te maken met farfalla

 én alfalfa in combinatie. Ik vind wel dat het dan moet genuttigd worden in Alfafar.

 

Valencia is de derde stad van Spanje, na Madrid en Barcelona.

De stad is enorm groot, maar zeer ruim en rustgevend. Ons hotel heet ‘Albufera’,

en ligt in het commerciële centrum ‘Albufera’. Waarschijnlijk geen toeval.

 

Vorig jaar verbleven we in hetzelfde aparthotel.

Een groot salon, keuken met goed werkende koelkast, waar we nog enkel dingen

 insteken, slaapkamer en badkamer met UV lampen, voor een prijsje. Aanbevolen.

Het is een goed adresje, want het ligt binnenin een commercieel centrum.

Greta is op zoek naar nieuwe tennispantoffels, en ze vind het ideale paar in

een reusachtige outlet winkel, hier ter plaatse.

 

 

 

 

Deze plaza is vrij groot, en alle soorten winkels zijn present.

In het centrale deel van het nieuwe complex ligt een kruispunt met fontein.

De reden dat het hier ‘Albufera’ heet is niet toevalligl.

Niet ver hiervandaan ligt het fantastische natuurpark met dezelfde naam.

Enkele tijd geleden hadden we daar een origineel bezoek met een paar vrienden.

Interessante info kan je vinden elders op deze blog.

 

Klik aan de rechterzijkant op “01-2011”. Het is op de blog gezet op 26-01-11.

Of ga naar “Zoeken in blog”, eveneens rechterzijkant blog en tik “Albufera”.

Geweldig interessant bezoek was dat! Ook gastronomisch.

 

 

 

 

We gaan (heel) stilletjes  in de richting van het uitstekende restaurant

van vorig jaar, want daar lusten we nóg pap van.

Onderweg komen we langs een shopping mall, die vorig jaar nog niet op punt stond.

De ingang doet er ons aan denken dat de nationale kleuren van Spanje rood

en geel zijn. Het is er duidelijk aan te zien.

 

 

 

 

We belanden vrijwel onmiddellijk op een kleurrijk binnenplein met twee

 verdiepingen winkels, en daarboven nog een verdieping bestemd

 voor amusement, met bioscopen en ander plezier.

 

 

 

 

Bij het ontwerp kwam duidelijk veel ijzerwerk kijken, en met de kleurige decoratie

is het hier best gezellig, en tegelijk een beetje artistiek van inslag.

Het heeft een lichte Calatrava-toets, waarvan de bekendste en authentieke

stukken op minder dan 10 km  afstand staan.

(in blog zie: “Valencia” bij de zoekfunctie)

 

 

 

Als je het van op iets verdere afstand bekijkt, vallen de witte parasols beter op.

Een terrasje op de juiste plaats, op het goede moment. Dat doet er ons aan

denken dat we toch wel recht hebben op een beetje vloeibaar genot, na de lange

rit van 660 km.

 

 

 

 

Bij mij slaat het dorstgevoel ineens toe. Greta heeft altijd dorst. Even bestellen…

 

 

 

 

En wat wordt het? “Dos…hm hm…cervezas por favor!”

Groot, en stevig gekoeld.

 

 

 

 

Het aperitiefje hebben we gehad. We stappen op en nu gaan we voor het

echte werk naar het Italiaanse restaurant “Gino’s”. We gaan vanavond niet

te laat slapen, om morgen vroeg lekker fris uit de veren te wippen (zeker Greta).

 

 

 

 

Het is 20 uur, en we zijn moederziel alleen in het restaurant.

(als we later doorgaan, om 21u30, zit het vol. Duidelijk Spaanse uren)

 

Laten we, in afwachting van de plat-de-résistance een kleinigheidje binnenwerken,

 onder de vorm van tapa’s. Scuzi, in het Italiaans zijn dat “antipasti”.

Eén schotel voor twee personen volstaat ruimschoots. Zoals men in Spanje

pleegt te zeggen: “para compartir”. Het zijn acht verschillende tapa’s.

 

 

 

 

Rechtzetting: het wáren er acht. Terwijl ik mijn fototoestel even afstel, is er al eentje

 verdwenen. Ik weet niet hoe het van de tafel is gevallen.

 

 

 

 

Het hoofdgerecht is weer subliem: ik neem een “lasagne funghi”, maar hij is

zo lekker dat ik er zelfs niet aan denk van een plaatje te nemen. Dan maar

het nagerecht op het fotootje, een citroensorbet met Bulgaarse yoghurt.

En een fles Rioja om goed te slapen.

 

 

 

 

Wanneer we voldaan terug naar het hotel wandelen is het voetpad waar we

over moeten, afgesloten door de Policia Local met roodwitte linten.

De reden zie je hier: wat zou dit kunnen zijn? Quizvraag, multiple choice.

Nieuw soort paddenstoel? Een opgesteven koeienvlaai? De pruik van Helmut Lotti?

Het is alleen maar een tijdelijk bijennest, met bijen die onderweg zijn, zoals wij.

En morgen gaan we naar Roses, een bekend kustplaatsje in Catalonië.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 23:29 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: over konijnen en hazen

 

 

 

 

Een konijn kan een hazenlip hebben, maar een haas heeft nooit

 een konijnenlip.

Nu we dat weten kunnen we er aan beginnen.

 

De potten hebben bijna geen zin meer om warm te worden,

en de pollepels vertonen beginnende tekenen van roest.

De kruiden zijn in staking.

 

Ze voelen zich neerslachtig, nu ze al zo lang niet meer aan bod zijn gekomen.

En sommige van mijn gewaardeerde lezers willen ook weer de kwijl over hun

 (hazen)lippen voelen stromen, en daarom gaan we vandaag resoluut de keuken in.

Samen met een konijn, of toch een deel ervan.

Ik ga vandaag niet proberen een wit konijn uit een hoed te laten komen, maar een

 bruin konijn uit de pot, gesmoord zelfs. Met kleurige smaakvolle zuiderse paprika’s.

 

 

 

 

Konijnen en hazen zijn merkwaardige viervoeters, die op elkaar lijken.

Toch zijn er enkele essentiële verschillen die de meeste lezers (nog) niet weten….

Bijvoorbeeld: een van de meest gekende specialiteiten van een konijn is pijpen

 graven, en holen. Een haas heeft daar helemaal geen zin in.

Wat je hieronder ziet is een wild konijn. Tamme konijnen kunnen allerlei fantasierijke

 kleuren vertonen, maar het wilde exemplaar is gekend voor zijn lichtbruine vacht.

 

Een veelgemaakte vergissing is dat konijnen knaagdieren zijn, dit is NIET het geval.

 Knaagdieren beschikken in het bovenste deel van het gebit over maar twee

 snijtanden terwijl haasachtigen er vier hebben.

Historisch kwam het konijn enkel voor in Spanje en Portugal. Spanje heeft trouwens

 zijn naam te danken aan het konijn. Toen de Phoeniciërs rond de 11e eeuw vóór

 Christus Spanje bereikten, troffen ze daar massa’s konijnen aan (die onmiddellijk

 het hazenpad kozen natuurlijk).

 

Omdat de dieren erg leken op de voor hen beter bekende klipdassen,

gaven ze de streek de naam 'i-saphan-im', het land der klipdassen.

Deze naam is later door de Romeinen verbasterd tot 'Hispania'.

 

De Romeinen verspreidden en domesticeerden het dier in het grootste deel

van het Romeinse Rijk. Eerst werd het beestje gehouden voor het vlees en de vacht,

 later ook als gezelschapsdier.

De Romeinen hielden het konijn in parkjes met hoge muren.

 

 

 

 

 

 

 

Oppervlakkig lijkt een haas veel op een konijn, maar hij is groter, en heeft in

 verhouding grotere oren met zwarte punten op het einde, en langere ledematen.

Hierdoor kan hij mooi rechtop zitten. Als een konijn wegloopt, kun je de witte

 onderkant van de staart zien wippen. Bij de haas is enkel de bovenkant van de

 staart wit maar aangezien ze hun staart omlaag houden tijdens het lopen kun je

 enkel de donkere onderkant zien.

Ook beweegt een haas zich meer met sprongen voort dan een konijn.

De haas kwam oorspronkelijk voor in een omvangrijk deel van Europa,

met uitzondering van het grootste gedeelte van Spanje. Geen hazen te vinden

in het zuiden van Spanje, terwijl de konijnen oorspronkelijk van Spanje komen!

Mijn receptjes van hazenrug kan ik in Spanje verscheuren.

Goed ook, want ik kan dat toch niet bereiden.

 

De haas is min of meer een nachtdier. Overdag is hij slechts mondjesmaat actief,

 maar op warme zomerdagen is hij ook later op de ochtend en vroeger

op de avond al bij de pinken. Ik zou zelf een prima haas kunnen zijn!

Omdat hij geen hol heeft (excuseer even de uitdrukking), moet hij geweldig

op zijn hoede zijn voor loerend gevaar.

Zijn slaapje is zo licht, dat hij door ieder geluid of trilling van de bodem wordt

 gewekt. Een slaapperiode is zeer kort, zelden meer dan een paar minuten.

Een hazenslaapje dus.

Op de foto kan je ook al zien dat het een alert knaapje is.

 

 

 

 

Voorlopig kan ik geen hazenslaapje doen, want de groenten worden nu ongeduldig.

Een mix van kleurige paprika’s zullen de malse konijnenbillen alle eer aandoen.

 

 

 

 

Met de billen bloot kan zomaar niet, en een geurig laagje zal bescherming bieden

 tegen de warmte. Dat is de eerste stap voor het “gesmoord konijn met paprika”.

Aan de ingrediënten kan je overduidelijk zien dat het een mediterraan gerecht is.

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

500g konijn in stukken

maak een mengsel van bloem, specerijen, kruiden en pezo

bloem

haal de stukken konijn hier zorgvuldig doorheen

harissa

verhit olie in een kleefpan en bak het beest aan alle kanten bruin

1 tl dijonmosterd

leg het konijn op een bord, en fruit in de pan 5’ de ui en de paprika

1 tl paprikapoeder (de la Vera)

voeg de tomaten, boeljon toe en breng aan de kook

2 lookteentjes

maak de saus op smaak af, met eventueel wat tabasco of peper

½ tl gedroogde dille

doe het konijn weer in de pan en schep de saus er over

pezo

smoor het konijn op een zacht vuur, 50 à 60’ tot het volledig gaar is

olijfolie

voeg de laatste 10’ de wijn toe

1 kleine ui in dunne ringen

 

½ kleine groene paprika

 

½ kleine gele paprika

 

½ kleine rode paprika

 

1 blik tomaten van 400g

 

1tl laurierpoeder

 

1 glaasje droge witte wijn

 

blokje kippenboeljon

 

 

 

Het vlees en de saus worden dus eerst afzonderlijk bereid, in dezefde pan.

Heel gemakkelijk en snel.

 

 

 

 

Het konijn mag nu bij de saus in de pan, en we gaan het vocht erover scheppen.

 

 

 

 

Terwijl het konijn zalig ligt te smoren, heb ik een uurtje de tijd om nog wat meer

 merkwaardige verschijnselen te lezen over konijnen en hazen.

Een eerste ding is, dat de tanden van een konijn altijd blijven groeien.

Dat zou ik voor mezelf ook wel willen. Een gekend probleem bij de tamme

konijnen is zelfs het bestaan van“olifantentanden”.

Het omgekeerde, een olifant met “konijnentanden”, is nog niet waargenomen.

 

Wat ik dan weer een minpunt vind aan een konijn is dat het zijn eigen uitwerpselen

 opeet. Echt waar, dit fenomeen heeft zelfs een Latijnse naam: coprofagie.

Gelukkig dat ik dit pas lees als het beest bijna gaar is.

Anders had ik wel tweemaal nagedacht, vooraleer deze bereiding te beginnen.

Het gesudderde beest is nu klaar voor consumptie, maar het schijnt dat een paar

 lookteentjes de mogelijke smaak van zelfverorberde keutels sterk maskeert.

 

Gelukkig zit dat al in het gerecht verwerkt.

De uitvinder van dit recept had zeker weet van dit keutelprobleem

en heeft het aroma en de smaak al aangepast.

 

 

 

 

De foto in het kookboek van dit gerecht ziet er zó uit.

 

 

 

En mijn gerechtje heeft een iets andere kleur, maar ik denk dat het verschil niet

 zozeer ligt in het kookresultaat, maar in de kwaliteit van de camera en de fotograaf.

Hoe dan ook, het is zeer lekker.

 

 

 

 

Ter afronding: in mijn woonplaats, Knokke-Heist, ter hoogte van het Zwin,

staat dit diertje opgesteld. De volksmond noemt het ‘het vliegende konijn’,

of nóg volkser in het plaatselijke dialect: 'het vliegend keun’.

Volgens mijn onbescheiden mening zien we hier een haas.

 

 

Maar wie ben ik?

Mijn naam is haas.

 

 

Bereid in België als variante op een recept van ‘Koken voor Twee’, pag.68.

 

 

Geschreven door grob om 18:06 5 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

↑ Terug naar de berichten