Naar de inhoud

dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

m.a.w. de weblog van Greta en boB
seniorennet.beseniorennet.be

de bloemige blog die de avonturen van Greta en boB in BEELD brengt in België, Spanje, Frankrijk, enz.
De foto´s zijn meestal van Greta en de tekst van boB.
Ook eigen (makkelijk na te maken) ervaringen in het cuisineren worden neergezet,
ter streling van het virtuele gehemelte van de kijker/lezer of amateurkok.

Berichten van 1 januari 2011 tot 31 januari 2011

Valencia (4): El Parque Natural de Albufera

 

Als je naar Valencia rijdt langs de A7, zie je tientallen kilometers ervoor en erna

 niets anders dan bomen met citrusvruchten: sinaasappels, citroenen, mandarijnen,

 pomelo’s, clementines, limoenen, pompelmoezen enzovoort.

Valencia is ook gekend voor de Paella Valenciana, maar daar kom ik later op.

Ik kan u verzekeren dat het plaatselijk een stevige traditie inhoudt, zie foto hierbij.

 

 

 

 

De streek is heel rijk aan water, wat toelaat die miljoenen citrusbomen te irrigeren.

Het gebied grenst aan de Middellandse zee, maar er is zoveel zoet water

 voorradig, dat men al zeer vroeg hiervan gebruik maakte om massaal rijst

te kweken.

Slechts enkele kilometers ten zuiden van het Calatrava-complex zit je in een

andere wereld: rijstvelden zover je kunt zien.

Het is een van de grootste zoetwaterbekkens van Spanje. Elke winter wordt een

 massa water aangevoerd vanuit de Turia rivier, die Valencia bespoelt.

Het beschermde park is 20 000 ha groot, en is nog maar een fractie van vroeger.

 

 

 

 

In het rustige, slaperige dorpje El Palmar heb je toegang

tot het watergebied  La Albufera.

Niet te verwarren met Albufeira in de Algarve (Portugal), 

waar evenveel discoteken zijn, als hier reigers.

Het dorpje is heel eenvoudig te bereiken, met de wagen 

of het openbaar vervoer.

 

 

 

 

In El Palmar zijn enkele kanalen gegraven, 

die verbinding maken met de zee.

Langs die kanalen liggen de eenvoudige bootjes 

van de vissers.

 

 

 

Stilaan, en niet fanatiek, wordt hier een infrastructuur

uitgebouwd om inkomsten te verwerven uit het (water)toerisme.

Sommige vissers beginnen hun bootjes te gebruiken om in het gunstige

seizoen toeristen rond te varen op het meer.

 

 

 

 

Wij worden zelf benaderd door ene Luis, die een bootje heeft, en actief

naar klanten zoekt. Normaal gaan de toeristen in een iets grotere boot met

zijn twintig het meer op voor 4€ per kop. Voor die prijs mag ook het lijf mee.

Luis stelt ons voor om voor 20€ een privé-tocht te doen, met hem als gids.

Dat is maar een eurotje meer, en het garandeert een privé-rondvaart.

Het is trouwens op dit uur nog te vroeg voor de grotere boot.

In Spanje komt alles wat later op gang natuurlijk.

 

 

 

We moeten nog even wachten, want Luis moet zijn boot nog uit zijn slaap halen.

 

 

 

Even later kunnen we vertrekken, en Luis stuurt het Perello-kanaal op,

weg van de zee.

Onderweg passeren we regelmatig vissers, die ons vriendelijk toewuiven.

 

 

 

 

Waar het kanaal uitmondt in het meer, zijn visgronden, waar paling wordt gevangen.

Deze vis, de anguila, is wel dunner dan de Belgische variant.

 

 

 

De vis wordt gevangen in fuiken, en alles is heel kleinschalig. Er is in het verleden

al zoveel oppervlakte van dit gebied ingepalmd voor andere bestemmingen, dat

 de status van nationaal park nu toch garandeert dat er niet meer aan gemorreld

 wordt, en alles blijft zoals het is.

 

 

 

 

Er is een uitgebreid vogelleven in het park, zowel met residentiële vleugelaars,

 zoals reigers en ooievaars, als trekvogels.

De vertegenwoordigers van deze laatste groep kunnen hier in alle rust hun buikje

vol eten in de rijstvelden en rond het meer.

Ongeveer 250 verschillende vogelsoorten zijn al officieel geteld door het

ornithologisch centrum. Soms verblijven er 100 000 vogels tegelijk in het park.

 

 

 

 

Als we het kanaal verlaten hebben, stuurt Luis zijn boot het meer op.

De diepte van de plas varieert van één meter tot 2,5 meter.

 

 

 

 

Op sommige plaatsen staan rijen huisjes langs de oever, de zogenaamde

 barracas.

Aan het einde van de Reconquista (de herovering van Spanje op de Moren)

 hadden de verslagen moslims twee keuzes. Ofwel moesten ze zich bekeren,

ofwel moesten ze het land uit.

Toen was het wel eenvoudiger en drastischer dan vandaag.

Diegenen die wilden blijven, werden enkel nog getolereerd in de meest barre

 streken, zoals de Alpujarras in de Sierra Nevada, of hier in deze toen desolate

 moerassige streek.

Als je goed kijkt, dan zie je op de nok van elk dak een kruisje staan. Dat toonde aan

 dat het huis werd bewoond door moslims die (zogezegd) bekeerd waren.

 

 

 

Na een tocht over het meer varen we terug door het kanaal op weg naar de

 aanlegsteiger.

Luis heeft ons nu al zijn anecdotes verteld gedurende de 45’ op het meer.

 

 

 

 

Dit is weer een heel prettige ervaring die achter 

de rug is, onder de ideale omstandigheden.

Bedankt weergoden, bedankt Luis.

 

 

En de pret is nog niet over. El Palmar staat er voor bekend 

dat men er de beste paella’s van Spanje serveert. 

Het is trouwens de geboorteplaats van dit befaamde gerecht.

We informeren Luis dat we hier graag paella willen eten.

Hij wil ons begeleiden naar het beste paella resto 

van El Palmar, waar een vriend van hem chef is.

Vlak in de buurt van het resto neemt hij nog een foto 

aan een lokale barraca.

De daken van deze historische woningen zijn natuurlijk van riet, 

want daar heeft men genoeg van, en het was vroeger dus

de goedkoopste oplossing voor de arme bevolking.

 

 

 

 

We belanden in een typisch Spaans restaurant, waar alle muren bedekt zijn met 

azulejos, kleurige tegels die de rol overnemen van schilderijen,

maar wel beter afwasbaar.

Op deze azulejo staat bijvoorbeeld een antieke “trilladora” afgebeeld.

Dat is een bescheiden fabriekje, waar de rijstkorrel wordt gescheiden van de

 omhullende pel. Tegenwoordig gebeurt dat via elektrische motoren, maar vroeger

 ging dat met de hand via een draaikruk.

 

 

 

Het is bijna vanzelfsprekend dat de paella hier is ontstaan. Honderden jaren

 geleden hadden de plaatselijke bewoners niet veel om tussen de lippen te steken.

Altijd rijst natuurlijk, maar wat als garnituur?

De meesten hielden kippen voor het vlees en de eieren.

Daarenboven zaten er nogal wat eenden op het meer.

Ook heel lekker, als je ze kunt pakken.

In de duinen van de Albufarra zaten de konijnen rustig het duingras op te knabbelen.

En dan nog de slakken met hoofddeksel. Zelfs makkelijker te vangen dan konijnen.

Dat werden dan de hoofdingrediënten voor de Paella Campesina, de enige echte

 originele boerenpaella.

Echte Paella Valenciana wordt in een grote pan boven houtvuur klaargemaakt

 alleen dus met volgende ingrediënten: rijst, kip, konijn, eend, slakken (baguettes),

 jonge sperziebonen, tomaten, olie, zout, saffraan, rood paprikapoeder en water.

 

Op onze foto kan je inderdaad al deze ingrediënten terugvinden.

Opdracht: zoek de slakken.

Als voorgerecht nemen we paling, dan paella voor vier en dan nog een stuk taart.

Van de paella hebben Greta en ikzelf bereidwillig de lokale slakken afgestaan

aan onze vrienden. Je moet iets over hebben voor de vriendschap.

De meeste paella’s in Spaanse restaurants zijn “toeristenpaella’s” : slakken worden

 (voor het uitzicht) meestal vervangen door gamba’s, en eend of konijn kan al eens

 ontbreken.

Vandaag is het rustig in El Palmar, maar in het weekend komt half Valencia (derde

 stad van Spanje) hier paella eten.

 

 

 

 

Na de heerlijke lunch maken we nog een wandelstop in El Saler (zie kaartje

 bovenaan).

Parkings zijn uitgebreid, veelvuldig aanwezig, en netjes aangelegd.

 

 

 

Alle stranden zijn kraaknet, en worden vooral gebruikt door Spaanse

 vakantiegangers.

Internationaal toerisme staat nog in zijn kinderschoenen in Valencia.

Dat is wel aan het veranderen door Calatrava, door het Formule 1 circuit

en door de nieuwe jachthaven, gebouwd voor de start van de America’s Cup.

 

We kuieren helemaal rond een groot zoetwatermeer dat door een lange duinenrij

 van de Middellandse Zee gescheiden wordt.

De dames zijn niet meer te houden en gaan zelfs tot aan het strand en de zee.

Het is hier een prachtige streek.

We gaan een volgende keer zeker nog in Valencia verblijven.

We’ll be back.

En dan nu naar Marbella.

 

 

 

Ik had nog meer foto's, maar Seniorennet knipt af op 20 stuks.

Misschien verbetert dat nog wel.

 

 

Klik eens op deze link van Greta:

http://fotoalbum.seniorennet.be/gaviota-album

 

 

Geschreven door grob om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: Boeuf Miroton, uit de streek van Lyon

 

Iedereen die al ooit gekookt heeft kent vanzelfsprekend deze goudkleurige bollen.

 

 

 

Vandaag ga ik ze inbouwen in een Boeuf Miroton, een gerecht uit de streek

van Lyon, een streek in Frankrijk waar elke lekkerbek likkebaardend verblijft

of doortrekt.

 

Deze sympathieke bollen hebben misschien wel een paar geheimpjes die ik

graag even in het daglicht wil brengen.

De ultrakorte naam ui (ook wel ajuin genoemd in Zuid-Nederland en Vlaanderen, 

en siepel in Noord-Nederland) vertegenwoordigt een plant uit de lookfamilie.

 

De ui is een bolgewas en is verwant aan prei, bieslook en look.

Deze gewassen slaan voedsel op in een bol die de winter in de grond overleeft.

 Daardoor kunnen ze in de lente snel boven de aarde komen en bloemen vormen 

en zich voortplanten. Bolgewassen bevatten daarenboven veel suiker,

waardoor ze niet snel doodvriezen en lang zonder voedsel kunnen.

Uit geschriften van 3000 v.Chr. blijkt dat de ui voor het eerst in delen van Azië

werd verbouwd. Vanuit India is de ui naar Griekenland en Egypte gebracht.

De piramidebouwers kregen uien als rantsoen.Uien werden ook in graftombes 

gelegd voor in het volgende leven. Ze waren tegelijkertijd voedsel en medicijn

 tijdens de reis naar het hiernamaals. Ook zou de schil door de structuur gezien

 worden als een symbool van eeuwigheid.

Uien werden ook door Grieken en Romeinen gebruikt.

Uien hebben een sterke smaak en geur, die verminderen bij verhitting.

Ze hebben een papierachtig buitenste vel over een gelaagde kern.

Ze worden wereldwijd gebruikt in de keuken, en bestaan in allerlei 

vormen en kleuren.

 

De gele ui wordt bij ons het meest geteeld, heeft een 

goudgele huid, voelt stevig aan en is van binnen wit.

Het is de klassieker die onder koks zeer populair is 

om mee te koken, te stoven of te bakken.

 

 

 

Onderaan in het midden op de foto hangt de Franse ui,

platter dan de gele.

Hij is ook iets fijner van smaak, en gaat al naar de sjalot.

Rechts zie je de witte ui, die we veel gebruiken in Spanje: 

heel zoet en lekker, maar hij wordt vlug rot.

De rode ui, helemaal links, wordt meestal gebruikt in salades,

héél fijn gesneden in ringen of duxelle.

Uien zijn niet alleen een groente, maar ook een smaakmaker.

Meestal worden hier Spaanse uien voor gebruikt, omdat die 

een hoger drogestofgehalte hebben.

In de boeddhistische keuken worden uien vermeden, vanwege 

de geur en de vermeende lustopwekkende werking.

In de Aziatische keuken vind je hem dus minder.

 

Hoe Spaanse uien er uit zien, kan je hier bekijken op de foto.

Het zijn de kolossen onder de ajuinen.

Ze zijn perfect kogelrond en de diameter is tussen de acht 

en de negen centimeter (heb ik net gemeten).

In de Supermarkt zitten ze hier altijd in een netje van vier op een rij.

Joost of José mogen weten waarom.

 

 

 

De meeste exemplaren hebben een scherpe smaak en geur

die onze ogen bij het snijden ervan zelfs tot tranenproductie aanzet.

Bij het doorsnijden van de cellen in de ui met een keukenmes 

worden er zwavelgassen gevormd.

Wanneer dit gas in contact komt met de ogen vormt het 

met het oogvocht een zwavelzuurverbinding,

dat de zenuweinden in het oog irriteert. Hierdoor gaan de ogen tranen.

TIP: het tranen is te voorkomen door ze in de koelkast te bewaren, of door

 

ze onder water te schillen (wat me persoonlijk niet zo praktisch lijkt).

Een lekker voor- of tussengerechtje zijn gepaneerde en gebakken uienringen,

 gemaakt van Spaanse ajuinen (omdat het grote exemplaren moeten zijn).

 

 

Terug in de keuken en naar een lap rundvlees.

Ik ga dus een “Boef Miroton” maken, met “Lyonnaise saus”.

Hier is het schitterende recept voor 2 personen, uit een oud kookboek:

 

 

 

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

500g rundvlees (platte bil, rumsteak)

kook het vlees in water (altijd 1 kg = 1 uur)

2 uien

houd de boeljon bij voor de Lyonnaise saus of voor soep

20g boter of olijfolie

snijd alle uien in plakken, laat ze in het vet glazig worden

paneermeel

verwarm de oven voor op 200°

2 el gehakte verse peterselie

leg de helft van de uien in een platte vuurvaste schotel

1 el gesmolten boter

snijd het warme rundvlees in plakken van 1,5 cm dik

 

verdeel het over de uien in de ovenschotel

Lyonnaise saus:

strooi er het paneermeel en 2/3 van de peterselie over

2 uien

giet de gesmolten boter erover

30g boter (of olijfolie)

zet het nog 10’ in de oven, eventueel met grill

1 el maïzena

giet er de Lyon saus over en dien op

1 glas wijn

 

1 glas water

Lyonnaise saus:

1 schepje vaste of ¼ l kalfsboeljon

laat de rest van de uien glazig worden in de boter of olie

(of boeljon van het gekookte vlees)

doe de wijn en de boeljon erbij en breng dit aan de kook

pezo

doe er de maïzena (express) bij onder voortdurend roeren

citroensap

als de saus is ingedikt, breng op smaak met pezo en citroen

 

 

 

lekker met gekookte peterselieaardappelen (1/3 peterselie)

 

 

Wat zou er in deze pot kunnen zitten?

 

 

 

Volgens de vermeldingen in het kookboek heb ik dit receptje al eens bereid in

 1975, 1989, 2003 en misschien nog wel eens. Je kunt hier zien dat ik de

 kookboekrecepten bewerk, om te komen tot iets dat iedereen foutloos kan

 gebruiken. Grijp je kans.

 

 

 

De beginnende kok is aan het denken wat er toch nog fout kan lopen.

 

 

 

Bij de afgewerkte Boeuf Miroton horen nog wat (diepvries)groenten en

 gepersilleerde aardappelen.

Een fles rode Jacobs Creek zal alles vlot naar binnen spoelen.

 

 

 

De Miroton is geen boeufje om zonder handschoenen aan te pakken.

 

 

 

Het beestje is tot op de tafel geraakt, en het mag nu wat uitblazen…

 

 

 

…maar niet vooraleer het overgoten is met de overheerlijke Lyonnaisesaus.

 

 

 

De overgebleven uien kijken er met verstomming naar.

Hun beurt komt nog wel.

 

 

 

Bereid in België en gebaseerd op een recept van ‘Groot Fonteyn Kookboek, pag. 115.

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Valencia (3): van Calatrava naar Carmen

 

 

De volgende dag in Valencia blijven we eerst nog even 

in de buurt van Calatrava.

 

 

 

Een paleis dat nog niet volledig is afgewerkt, is het gebouw 

van de opera en de andere kunsten, gewijd aan en genoemd 

naar koningin Sofia.

Hoewel de constructie een aantal gelijkenissen vertoont met 

het kapsel van koningin Fabiola is er dat verschil: het laatste 

is al wel enige tijd definitief afgewerkt en gebetonneerd.

Als je nauwkeurig kijkt, merk je een vijftal acrobaten 

hun werk doen aan de zijkant en bovenkant van 

het impressionante gebouw.

 

 

 

Aan het Calatrava-complex is ook een dierenpark verbonden, met uitsluitend 

vliegende en zwemmende fauna. Iets met vier poten mag hier niet binnen.

Hier zitten we bij een afdeling zeekoeien. Ik denk dat er in Spanje

meer zeekoeien te vinden zijn dan gewone koeien.

Ofwel is er ergens een koeienstreek die we nog niet gevonden hebben.

 

 

 

 

Het aquarium van Valencia is het grootste van Europa. Je kunt het vergelijken met

 Sea World in San Diego. Ook enkele buitenmaten van vissen drijven hier rond.

Wat je hier ziet is geen paddenstoel of een ontplofte binnenband van een

 vrachtwagen, maar wel degelijk een vis, van ongeveer anderhalve meter lengte.

Alleen te bakken in een speciale XXL paellapan.

Niet echt moeders mooiste, maar misschien wel lekker.

 

 

 

In de tentoonstellingsruimte liggen een hoop fossiele haaientanden, van een 

reusachtig kaliber. De grootste zou je kunnen gebruiken als gevaarsdriehoek.

 

 

 

Hier lopen we onder de eigenaar van zo een stel. Wel griezelig.

 

 

 

Er zitten massa’s haaien in de aquaria. Zoals in Sea World kan je 

er onderdoor lopen door glazen gangen.

Hier heb je er eentje in profiel, op zoek naar een hapje.

 

 

 

 

De grootste van allemaal heeft uiteindelijk

zijn hapje gevonden.

 

 

 

 

Het loopt tegen de middag, en we stillen de honger in het plaatselijke restaurant

 “Madriles”. Een toeristenval, zonder meer. Nooit doen.

In de namiddag gaan we het vogelpark bezoeken.

Bij het verlaten van het restaurant zien we een witte Calatravabol,

die dienst doet als een spectaculaire volière.

 

 

 

Midden in een waterplas zitten twee aalscholvers te nestelen.

Zelfs in oktober worden de eitjes uitgebroed.

 

 

 

Binnen in de witte bol zitten tientallen soorten vogels door elkaar.

Hier komen een lepelaar en twee rode, mij onbekende vogels, in close up.

 

 

 

In de witte bol, waarvan je bovenaan de driehoekige steunelementen ziet,

worden vogelvriendelijke biotopen nagebootst.

 

 

 

De gevederde vrienden, die geen natte poten willen, of die het operagebouw 

willen bestuderen, vliegen omhoog en nemen plaats op boomtakken.

 

 

 

 

Na het bezoek aan de dieren, gaan we met een taxi naar de oude stad,

opnieuw tussen de mensen.

Het uitgekozen doel is de wijk El Carmen, het historische centrum.

Waar een lege muur is, wordt die gebruikt door artistiek verantwoorde graffiti.

Helemaal wat anders dan de vunzige boel die je vaak in Belgische steden ziet.

 

 

 

 

Zelfs Kamagurka heeft hier uitstekend muurwerk gepresteerd,

waarbij hij knipogend zijn vriendin een poepje laat ruiken.

 

 

 

Schouder aan schouder zitten twee bekende personen in de warme herfstavond 

elkaar in evenwicht te houden, onder toezicht van twee bruingebakken puti’s.

 

 

 

Het lijkt er nu rustig en vredevol aan toe te gaan in het centrum van Valencia, maar

 niets is minder waar. Probleem nr. 1: terwijl we met de taxi rondrijden merken we

 dat er links en rechts enkele autofiles gevormd worden. De taxichauffeur informeert

 ons dat er een betoging aan de gang is. Even later vermeldt hij terloops het tweede

 verkeersprobleem: vanavond is er toevallig de voetbalwedstrijd Valencia -

 Barcelona, twee toonaangevende clubs in de eerste divisie van Spanje.

En als je weet, wat voetbal in Spanje betekent, kan je je wel voorstellen dat het

 verkeer niet honderd percent op rolletjes loopt.

 

 

  

Uiteindelijk komen we door de praktische stratenkennis van de chauffeur toch in het

 centrum van de derde stad van Spanje.

De plaza de la Reina is een gezellig plein, met de juiste sfeer voor een herfstavond.

 

 

 

De Plaza de la Virgen is dan nog sfeervoller. We drinken een “Agua de Valencia”,

 met zicht op de kathedraal. Agua de Valencia is Cava met een geutje vers geperst

  sinaasappelsap, waar ze in Valencia genoeg van hebben.

 

 

 

Door een tijdelijk effect aan ons fototoestel kunnen we op dit plein de echte sfeer

 niet weergeven. Er zijn een aantal echtparen, net gehuwd, met de dames in het wit.

Allemaal nog maagd, daarom komen ze natuurlijk naar de Plaza de la Virgen,

 waarbij elk paar zijn eigen gevolg bij zich heeft van fotografen, videofilmers,

met complete uitrusting.

Ik heb een foto te pakken gekregen van mijn vriend Fernando Vanhoeke,

met slechts twee van die paren, maar er zijn er zeker twintig. Ze lopen mekaar voor

 de voeten. Onvergetelijke sfeer is dit. We genieten op het terras met onze Agua.

 

 

En vermits Seniorennet momenteel niet meer dan 20 foto’s laat opladen,

kan ik er maar beter mee ophouden.

Volgende keer gaan we naar het natuurpark Albufera.

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: Californische droom, groeiend aan een boom

 

 

Vorig gerecht was een “koolvis op Russische wijze”.

Het kookboek dat ik daarvoor gebruikte stamt trouwens nog uit de communistisch 

Stalinistische periode.

Om de politieke stabiliteit in de wereld een beetje in evenwicht te houden,

voel ik me verplicht om ook, en snel, een gerecht te produceren uit de

 kapitalistische wereld.

 

Mijn keuze is gevallen op “kip op Californische manier”.

Californië is in de eerste plaats het summum van het kapitalisme.

Op zichzelf is/was deze USA-staat de achtste economische grootmacht

in de wereld!

Filmacteur Arnold Schwarzenegger, een lang geleden aangespoelde Oostenrijker,

is er nu al een heel aantal jaren de gouverneur, met dank aan de filmstudio’s.

 

Gevolg: Californië is nu virtueel failliet.

Maar ja, Arnie is toch de Terminator voor iets.

Hij moet toch ook in de gouverneurszetel zijn naam waar maken zeker.

Voor hemzelf is er niets aan de hand.

Hij kan gewoonterug naar de Hollywoodfilm, en mits een pondje plaasterig

 oplapwerk en een dikke dosis make-up mogen we binnenkort

“Terminator 4” verwachten.

 

 

 

 

Zoveel koolvissen ze in Rusland hebben, zoveel perziken vind je in Californie, en ze

 zijn wel gemakkelijker te vangen. Meestal worden ze gevangen gezet in een blik.

 Jammer dat je de perzik bloem nooit te zien krijgt, want die is prachtig (zie boven). 

De populaire ronde vrucht met veel vrouwelijke vormen kent natuurlijk iedereen.

Ze bevat een harde houten pit net als de abrikoos, de pruim en de kers.

Technisch zijn dit alle steenvruchten.

De perzik is “zelf fertiel”, wat zoveel wil zeggen als dat ze zichzelf kan bevruchten.

 Daar zie je nog maar eens hoe mensen toch wel heel beperkt zijn in hun

 mogelijkheden.

 

 

 

De perzik wordt voornamelijk gekweekt in Iran en de omgeving van de

 Middellandse Zee, zoals de meeste lekkere dingen.

De naam perzik betekent Perzisch (Prunus persica). Perziken komen

 oorspronkelijk uit China, maar zijn via Perzië (nu Iran) in Europa terecht gekomen.

 De moeilijk eetbare stenen in het midden van het fruit heeft de Iranezen ertoe

 aangezet om het stenigen (van meestal vrouwelijke slachtoffers) op punt te krijgen.

De schil voelt een beetje pluizig of wollig aan. Soms, als ik een perzik aanraak,

krijg ik een rilling over mijn rug, maar dat zal aan mij liggen. Vers moet ik ze niet.

Een vorm zonder deze pluizige schil heet nectarine. Behalve de schil bestaat

 er geen wezenlijk verschil tussen perziken en nectarines. Een nectarine is dus geen 

kruising tussen een perzik en een pruim, zoals soms wordt verondersteld.

 Hieronder zie je duidelijk de groeifasen van een nectarine, van knop tot volwaardig 

stuk fruit.

  

  

Binnen de rassen wordt wel onderscheid gemaakt naar de kleur van het vruchtvlees:

 wit, geel of rood. Veel witvlezige rassen staan er om bekend dat ze beter smaken

 dan de geelvlezigen, maar een nadeel is dat ze slechter tegen transport kunnen.

Tenzij de witte perzikjes heel traag vervoerd worden, zoals op deze foto van 1939.

De foto is zó oud dat er zelfs geen copyright meer op zit. Goed voor mij.

 

 

 

Terug naar de keuken en naar de kip en de perziken.

Ik ga dus een “kip op Californische wijze” van maken.

Hier is het schitterende recept, uit een versleten kookboek:

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

2 kipfilets

de kip bestrooien aan beide kanten met pezo

pezo

de filets door de bloem wentelen en het teveel er af kloppen

bloem

in de olie de stukjes kip aan alle kanten aanbraden

olijfolie

suiker door de azijn roeren, nootmuskaat en chilipeper toevoegen

1 el suiker

met het grootste deel van het perziksap tot ¼ l vloeistof maken

1 tl wijnazijn

de geschilde wortel in heel dunne plakjes snijden

1 tl hot chilipeper

verdeel de wortelschijfjes over de bodem van een niet-kleefpan

mespunt nootmuskaat

leg de stukjes kip daarop

1 blik perziken op sap (+-250g)

kook het braadvet van de kip op met de rest van het perziksap

1 dikke winterwortel

blijf hierin roeren en giet het vocht dan over de kip

nogal veel rozemarijnblaadjes

doe ook de gekruide azijn en de rozemarijnblaadjes hierop

 

dik de saus eventueel wat met maïzena express

 

zet het deksel op de pan en laat 15’ op een zacht vuur staan

 

laat de laatste 10’ de in partjes gesneden perziken meestoven

 

neem 5’ voor het einde het deksel er af

 

 

 

lekker met aardappelpuree en een gemengde salade

 

 

 

 

 

 

Een winterwortel vinden kan met dit weer geen probleem zijn.

 

De bebloemde kipfilets laten zich keurig aanbraden,

zonder veel weerwerk.

 

 

 

Het resultaat oogt bijzonder lekker, met slechts enkele eenvoudige ingrediënten.

De kippetjes liggen op een heerlijk zacht bedje te genieten.

 

 

 

Een potje aardappelpuree, en een gemengde salade doen me de traditionele

 kwijlsappen in de mond komen.

 

 

 

Op het bord ermee, en het feest kan weer beginnen. Smullie smullie!!

 

 

 

Een lekker flesje uit Californie erbij van een Shiraz druifje,

en de wereld kan niet meer stuk.

 

 

 

“Hasta la vista, baby.”

“I’ll Be back.” A.S.

 

 

 

Bereid in België en gebaseerd op een recept van ‘Groot Fonteyn Kookboek, pag. 88.

Groetjes uit Marbella.

 

Geschreven door grob om 22:42 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

↑ Terug naar de berichten