Naar de inhoud

dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

m.a.w. de weblog van Greta en boB
seniorennet.beseniorennet.be

de bloemige blog die de avonturen van Greta en boB in BEELD brengt in België, Spanje, Frankrijk, enz.
De foto´s zijn meestal van Greta en de tekst van boB.
Ook eigen (makkelijk na te maken) ervaringen in het cuisineren worden neergezet,
ter streling van het virtuele gehemelte van de kijker/lezer of amateurkok.

Berichten van 1 juli 2009 tot 31 juli 2009

Focus op de Crocus.

 

 

“Of we geconfronteerd zijn met een dergelijk alarm, en of we het

 overleefd hebben laat ik jullie zeer spoedig weten!”

Dat was de laatste noodkreet van het Olaba bezoek aan een mijnenjager.

Welnu, er is goed nieuws, we hebben alles nipt overleefd,

in die onheilspellende buik van de Crocus.

 

Het staat hier vol met de meest extravagante dingen.

Neem nu deze hoop cilinders, met vierkante koppen.

Wat doen ze hier? Niks. Maar wacht tot de Crocus aan het zinken is.

Het zeewater komt volgens de kenners dan waarschijnlijk van beneden.

Deze metalen klompen zet men dan schrap tegen de luiken vanwaar

het zeewater naar boven wil komen.

Door deze knotsgekke buizen uit te rekken kan men ze opspannen

en het luik dichthouden.

Een kurkentrekker in omgekeerde zin als het ware.

 

 

 

 

 

We achten het niet voor mogelijk, maar er is nóg een dieper luik om verder

naar beneden te gaan. En ditmaal is het niet voor doetjes, want onder dit luik

is er geen trap, maar een vette vertikale ladder.

We zijn onderweg naar de machinekamer, in de onderbuik van het schip.

De machinist zet op deze ladder ook altijd zijn voeten, met goed geoliede

schoenzolen natuurlijk. Vettig boeltje.

 

 

 

 

 

Niets kan Olaba afschrikken. Met ware doodsverachting dalen we toch

naar de kelder van het schip waar de machinist zijn mayonaise maakt.

Diep (letterlijk) onder de indruk aanschouwen we de krachtbron van de Crocus,

met deskundige uitleg van de Commandant. Zelfs de dames worden er stil van.

 

 

 

 

Heel merkwaardig. Tussen allerlei motoren en technische installaties

zie ik een groot houten stuur waarvan ik gisteren nog een exemplaar zag

op de TV in een film met een Caraïbisch piratenschip.

Als de andere besturingen het laten afweten, kan men hier komen aan draaien.

 

 

 

 

Dieper kunnen we nu niet meer, of we zitten aan het middelpunt van de aarde.

Allen naar boven dus, tot in de open lucht zelfs.

Aan de rand van het dok staat een reusachtige schoendoos,

(een vorm die onmiddellijk de aandacht trekt van de dames).

Het is een loods, waar de Crocus een vol jaar heeft ingelegen, voor groot onderhoud.

Het lijkt erop alsof andere marinevaartuigen in de rij staan om hun beurt te krijgen.

 

  

 

 

Op het Crociaans achterdek heerst een drukke activiteit.

Twee matrozen verslepen een zware witte cilinder. Wat is het? Een torpedo?

Een gasfles voor een tapinstallatie? Een vredespijp? Een mini flitspaal?

Een mislukte saxofoon misschien? Een wit product? We weten het nu nog niet.

 

 

 

 

Aan de andere kant van het achterdek staat het paradezeepaardje van het schip:

de nieuwe spectaculaire supersonar voor het opsporen van zeemijnen.

 

 

 

 

Marc, de enige échte Zeebruggenaar, voelt de zeekriebels opkomen door zijn aders.

Hij ziet zijn haven, de schepen, de giraffekranen en hij droomt weg, over alle oceanen.

 Zijn benen beginnen te trillen van pure drang naar de wijde zee.

Lut, zijn lieftallige echtgenote, heeft alle moeite van de wereld om hem tegen te houden

onmiddellijk een contract tekenen en toe te treden tot de marine.

Uiteindelijk kan ze hem overtuigen met de belofte dat thuis de Blonde Leffe

altijd voor hem klaar zal staan. Daar kunnen enkele golven niet tegenop.

 

  

 

 

Commandant Frederik stelt ons voor aan Oscar, die hier dag en nacht en langer in

militaire houding staat, altijd paraat om de functie van nepdrenkeling uit te oefenen.

 

 

  

 

 

Oscar, je kunt zijn naam zien op zijn borstzak, zit nogal benepen in zijn pak,

en wordt hier gelukkig wat frisse lucht toegediend.

 

 

  

 

 

De tijd van de Titanic is blijkbaar voorbij.

Een reddingssloep is een piepklein ding geworden.

Wanneer men de sloep in het water neerlaat, gaat ze even kopje onder,

komt terug naar boven, en blaast dan zichzelf op tot respectabele afmetingen.

Dat idee is waarschijnlijk afgekeken van ergens anders…

 

 

  

 

 

De volgende stap is de brug, het ultieme zenuwcentrum van het schip.

Het stuur is een ware ontgoocheling. Te minimaal zelfs voor op de foto.

Het is enkel een klein zwart rond dingetje, dat je in je broekzak kan steken.

 

  

 

 

We hebben nu ongeveer alles gehad. Voor El Grande Finale keren we terug

naar het salon van de Crocus, waar we onder het goedkeurend oog

van koning Albert en op zijn gezondheid een lekkere Leffe Blond

door onze dorstige zeemanskelen gieten.

 

  

 

 

Dit kan een mens goed doen, maar de tijd van gaan is helaas gekomen.

De Clash of the Giants kan niet langer uitblijven.

De twee hoofdmannen zijn nu vrienden voor het leven: de President van Olaba,

en Commandant Frederik van de Crocus.

Wanneer en waar zullen onze paden nog eens kruisen?

Hopelijk niet onder water.

 

  

 

 

We laten de Crocus achter zoals we hem gevonden hebben.

Hij heeft ons bezoek goed verteerd.

 

  

 

 

Terwijl we van het schip stappen zie ik plots een loens individu op de kade

uit een of ander mangat kruipen. Hoogstwaarschijnlijk een KGB-spion,

die de geheimen van de Crocus wil doorgronden.

Waarlijk een bad guy uit de 007  Bond films!

 

  

 

 

Even later merken we dat hij wordt ingerekend door het bewakingspersoneel

en achteraf vernemen we nog dat dit sinistere heerschap werd opgesloten

tussen de bezemstelen en de poetsvodden, onder strenge bewaking van Oscar.

 Terechte straf.

Einde goed, alles goed, en we wensen de Crocus en zijn bemanning een goede vaart,

met de juiste kaart.

 

  

 

 

Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: het is zomer, bak het dus maar bruin

 

 

 

Ik loop al een tijdje gefrustreerd rond.

De reden is dat ik een heleboel gerechtjes probeer te maken uit allerlei landen,

maar er is er één land waar ik nog te weinig aan denk. En dat is Nederland.

Ik ben eens naar de statistieken van mijn blogbezoeker gaan kijken,

en ik zie dat meer dan 34% van de lezers afkomstig zijn uit Nederland.

Het is dus de hoogste tijd, al was het maar uit erkentelijkheid,

om dat even recht te zetten.

Vandaar dat ik klassiek een gerecht heb gekozen, en ook bereid,

afkomstig en geïnspireerd door onze dichtste buren.

 

En ik wil nog beter doen, als extra boetedoening: woensdag 29 juli gaan

we fietsen in Nederland, meer bepaald tussen Vlissingen en Westkapelle.

Ziezo, mijn frustraties zijn weer even weggespoeld.

 

Het recept, volgens het kookboek specifiek Nederlands is gewoon oersimpel.

Een pretje om te maken, en mooi van uitzicht ook nog.

Onderschat de Nederlanders dus niet op culinair vlak.

De ingrediënten lopen niet over van originaliteit, maar zijn wel stuk per stuk

puur natuurlijk. Dit Nederlandse gerecht is Bruine bonen met spek.

De alom gebruikte “actieve voedingsdriehoek” met de onmisbare voedingsstoffen

 (koolhydraten, eiwitten, vitaminen,…) wordt perfect ingevuld.

Geen aardappelen meer nodig, want de bonen leveren voldoende koolhydraten.

Hier is het recept, straight from Holland.

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

250g bruine bonen uit blik

prepareer de salade, in een slakom, en op de 2 borden

150g gerookte spekblokjes

giet de bonen af, spoel met water en laat uitlekken

versgemalen peper

bak de spekjes uit gedurende +/- 5’, tot ze licht krokant zijn

2 el suikersiroop of honing

meng de bonen door het spek en kruid het geheel met peper

 

laat het geheel opwarmen, kruid eventueel wat bij

salade:

schep de bonen op de borden en druppel de honing erover

groene sla of andere

 

3 tomaten, middelgroot

 

een achttal kleine augurken

 

pickles

 

stukje lenteui, gesneden

 

vinaigrette voor de salade:

 

pezo

 

4 el olijfolie

 

1 el witte wijnazijn

 

kruiden naar keuze

 

 

Keurig en kleurig, en lekker.

Greta houdt van bonen, vooral de bruine.

Ik zal ze dus meer naar Nederland moeten sturen, om lokaal bonen te gaan happen.

 

 

 

 

Hier kan je het nog eens uit een andere hoek bekijken.

Laat me wel opmerken dat de wijn niet afkomstig is uit Nederland.

Ik ga nu ook weer niet overdrijven.

 

Ik wil er ook op wijzen dat er optisch gezichtsbedrog in het spel is.

Mijn duim zit niet in het wijnglas, en ik giet er geen wijn over.

 

 

 

 

Naar TimeLife, Europese Keukens, pag. 70

Smakelijk.

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Opnieuw naar de mijnen, gevaarlijke bovendien!!!

 

 

Dit is een beeld van de bekende mijnstreek in Limburg.

De lokale avonturen van Olaba(*) vorig jaar in september daar

kan je vinden in dit blogje vanaf de datum 22-03-2009.

Go and look!

 

 

 

Maar…wat velen niet weten is, dat er nog een mijnstreek in België is,

waarvan hieronder een foto.

 

 

 

Wat meer is, in dit stuk België zijn er zelfs mijnenjagers te vinden!

Zelfs buiten het jachtseizoen.

Nieuwsgierig als we zijn, moeten we daar het fijne van weten.

Marc van Olaba slaagt erin na veel lobbywerk aan de toog, een exclusief

Olaba(*) bezoek te versieren aan de mijnenjager “Crocus”,

die ligt aangemeerd in de Marinebasis van Zeebrugge. 

 

 

 

Op het marineschip worden we hartelijk verwelkomd door

Commandant Frederik, een volle neef van Olamarc.

We drinken eerst een kop koffie om de aandacht te kunnen aanscherpen,

en om een goede indruk te maken.

Onmiddellijk schiet er al een aandachtspunt naar voor:

alle Belgische mijnenjagers hebben de naam van een bloem.

En omdat er ook Franstalige Belgen onder de bemanningsleden vertoeven,

zijn deze bloemennamen bovendien hetzelfde in het Nederlands en het Frans.

De M917 heeft dus als koosnaampje “Crocus”.

Tot ontevredenheid van mijn Spelling Checker, die aandringt op Krokus.

 

 

 

 

 

Eén vierde Olaba was belet, dus heel uitzonderlijk zijn we slechts met zes.

Eigenlijk is dit nog een goede zaak, want alles is heel smal uitgemeten op

dit schip, zoals deze radiokamer bijvoorbeeld.

Geen wonder dat de Weight Watchers in Zeebrugge zoveel succes kennen. 

 

 

 

Een ander goed voorbeeld om dit te illustreren is een doorsnee kajuit.

Dit is het volledige verblijf van zes bemanningsleden en één pilaar.

 

 

 

 

 

Dit is niet het Spaanse Spook dat hier ronddwaalt, maar wel brandvrije kledij.

Aan de veiligheid wordt de meeste aandacht besteed.

Nodig ook met de talloze buizen en pijpen, gevuld met de vreselijkste vloeistoffen,

en voorzien van allerlei kranen, draaiwielen, valven, tappen enzovoort.

Een natte droom voor elke loodgieter is het hier.

Heel het schip is één grote buis.

 

 

 

 

Nog wat voor de veiligheid: in de buurt van de hoogspanningskast

hangt een dik touw met twee handgrepen.

Niet één Olaba kan raden waarvoor het dient.

Welnu, het kan gebruikt worden als er een zeeman aan de hoogspanning “plakt”.

Terwijl hij lichtjes aan het braden is, kan je het touw over hem werpen

en hem lostrekken, zonder zelf gebakken te worden.

Het touw heeft ook nog een ander doel: fitness.

Tijdens de zeldzame dagen dat men niemand moet wegsleuren

van de hoogspanningskast gebruikt men het voor touwspringen.

Het is wel enkel geschikt voor de matrozen kleiner dan 1,60 m,

door de beperkte beschikbare hoogte.

De groteren moeten zich wegens hun afmeting beperken tot hersengymnastiek.

 

 

 

In de keuken staat al het kookgerief te blinken.

De potten vallen wat groter uit dan bij mij en bij jullie, maar voor de rest

is er weinig verschil.

Ik voel me dadelijk thuis in dit kombuis.

 

 

 

À propos: het keukenpersoneel van de Crocus is helemaal mannelijk.

Er is wel één vrouw aan boord, en zij is verpleegster.

We krijgen ze niet te zien, want ze is ziek.

Ze komt dus niet in de keuken, behalve als de kok zich in de vingers snijdt.

Ook de kruidenpotjes met bieslook, Provençaalse kruiden, lookpoeder

en andere zijn van een  volwassen formaat.

 

 

 

Om te beletten dat de matrozen teveel zeelucht inademen,

is er voor iedereen een handig zuurstofmasker voorzien.

 

 

 

We slenteren verder langs de hoofdboulevard binnen het schip,

tot we alles bekeken hebben.

Alle foto’s weergeven zou me nog een dagje extra kosten.

We verlaten deze verdieping, of “dek”, om het juister te zeggen.

Onze gids neemt ons mee naar beneden via een smal trapje.

Greta voelt haar hartje kloppen.

 

 

 

Het schip lijkt één grote controlekamer.

Hopelijk wordt hier niet gecontroleerd op alcoholgebruik,

zoniet lopen sommigen onder ons kans om opgesloten te worden

in het voorruim, tussen de bezems en het Wc-papier (en de ratten?).

 

 

 

 

Sommige personeelsleden werken intussen onverstoorbaar verder

aan het ontpluizen van militaire geheimen. High Confidential.

Ons mogen ze vertrouwen. Wij zijn nu ook op de hoogte,

maar we zeggen niets, tenzij onder fysieke dwang van Al Qaeda.

 

 

 

 

Op verschillende plaatsen is er melding van hoeveel maal de alarmfluit

moet gaan bij nucleaire of chemische aanvallen op het schip.

Of we geconfronteerd zijn met een dergelijk alarm, en of we het overleefd

hebben laat ik jullie zeer spoedig weten!

 

 

 

(*) Olaba = Organisation de loisirs agréables et blabla amical.

    Voor details, zie vroegere stukjes.

 

 

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: Het Geheim van de Barbaarse Barbecue

 

 

 

 

 

Het afscheid van Spanje vieren we met een barbecue.

Dat past gewoon bij lekker weer op het terras.

De twee vorige jaren had ik telkens een barbecue of tafelgrill

moeten liquideren, wegens versleten.

De enig overblijvende BBQ, nog meegebracht uit België, doet al

jaren trouwe dienst, er is dus geen vuiltje aan de baklucht.

 

Lekkere Spaanse vleesjes, tomaatjes, paddenstoelen een uurtje

laten marineren in een Mediterraan mengsel “doet me al gauw

het water in de mond krijgen”.

Ik citeer hier Piet Huysentruyt.

 

 

 

 

 

Ik heb lang gezocht, maar gevonden! De aller-heerlijkste Spaanse

witte pensjes, gemarineerd en aan het spit geregen, wachten enkel nog

op hun krokante kruidenmengeling.

In de plantenbakken hoef ik daarvoor enkel verse tijm te knippen, laurier, en rozemarijn.

De heerlijke wespentaille-worstjes verlangen ernaar.

Hier geen recept dus, want iedereen kan een BBQ-festijn tevoorschijn toveren.

Meestal zijn het zelfs mannen die het doen (enkel het bakken natuurlijk).

 

 

 

 

De elektrische barbecue wordt erbij gehaald, en het feestje kan beginnen.

De zon is er, de salades zijn sappig, de tafel is gedekt.

Ik steek de stekker van de BBQ in en pats, het controlelampje brandt ongeveer

1/100ste seconde, en dooft onvermijdelijk.

Hoofdzekering gesprongen ook.

Barbecue in mineur. Dan bak ik al die lekkere dingen maar in de pan, in de keuken.

Het zijn toestanden die iedereen wel eens meemaakt. Volgende maal beter.

BBQ apparaat afgevoerd.

 

 

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Sterke Vrouwenverhalen in het kasteel van Male

 

 

Wat weet je over de “Malle Malefeesten” ? Niets? Even een inleiding.

 

In de stoere burcht van Male, tegen Brugge, stond de wieg van Margareta,

de rijke erfdochter van Lodewijk van Male.

Haar huwelijk met Filips de Stoute in 1369 luidde de Bourgondische periode

in de geschiedenis van Vlaanderen in.

(hoho! Het woord “Bourgondisch” klinkt mij als muziek in de oren)

In dit fotogenieke kasteel van Male bij Brugge huist ook de Trudo-abdij.

 

Maar er is meer dan dat.

 

 

 

Dit jaar is er namelijk een drieledig programma over de geschiedenis

van Vlaanderen met in de hoofdrol de Vrouwen van Vlaanderen:

de gravinnen en de gravendochters.

Welke rol speelden zij in de bewogen evolutie van Vlaanderen

van de negende tot de vroege zestiende eeuw?

Het verhaal voert ons mee in de onbekende wereld van deze adellijke dames.

 

De “Vrouwen van Vlaanderen” staan garant voor heerlijke én leerrijke verhalen

op unieke historische locaties.

 

Judith, Elftrudis, Richilde, Johanna, Margaretha, Filippina, Isabella en Maria.

Zeggen deze namen je iets? Het zijn enkele van de gravinnen en gravendochters

die het programma “Vrouwen van Vlaanderen” voor het voetlicht plaatsen.

In de loop van de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen (9de eeuw – 1529)

speelden ze een voorname rol.

 

meer op www.vrouwenvanvlaanderen.be 

 

 

 

Voldoende reden om ter plaatse rond het kasteel van Male

een kijkje te gaan nemen, op een mooie zomerdag in juni.

Vanuit Duinbergen is het een mooi ritje met de fiets

 

(mits het inbouwen van drankstops).

 

De Malle Malefeesten, een soort reusachtige braderij laat zich (dit jaar)

gemakkelijk inpassen in het concept van de Vrouwen van Vlaanderen.

De buurt van het kasteel van Male is voor mij helemaal nieuw,

en vraagt zelfs wat zoekwerk.

Het eerste historische voorwerp dat ik te zien krijg is een ijsjeskar.

De Vrouwen van Vlaanderen kochten waarschijnlijk aan dit karretje

hun eerste Dame Blanche .

 

 

 

 

 

De volgende opdracht is: mijn fiets ergens veilig achterlaten.

Blijkbaar is de buurt van het kasteel uitgebreid verkaveld, en een wirwar

van straatjes vormt hier een ware doolhof voor de niet-inboorling.

Temeer omdat 98% van de restruimte in de straatjes wordt ingepalmd

door een reusachtige rommelmarkt.

Hier heb ik voor jullie, collega’s fietsers, een goede en gratis tip: doe zoals ik,

en neem een foto van het straatnaambord waar je je tweewieler achterlaat.

Op die manier mag je zelfs de straatnaam vergeten: even een blik

 in je fototoestel, en je hebt de naam (en je fiets) terug.

 

 

 

Bij het binnenkomen van het kasteeldomein proberen enkele macho’s

een stuk metaal met een zware hamer telkens weer naar boven te meppen.

Het helpt nauwelijks, want het metaalstuk komt elke keer terug naar beneden.

 

  

 

 

Wie een voorkeur heeft om zijn overtollige krachten in horizontale richting

te testen, kan terecht bij het bollen werpen naar hoofden van clowns.

 

 

 

 

 

Een eindje verder in het park is een stand met een 20-tal verschillende roofvogels.

Zoals deze Zuid-Amerikaanse hongerige havik.

 

 

 

 

Of deze reusachtige uil van acht kilo, en klauwen, zo groot als mijn handen.

Hij kan bovendien zijn kop rond draaien als een deksel op een pot mosterd.

Een uiltje vangen is hier geen goed idee.

 

  

 

Uiteindelijk kom ik dan aan het kasteel zelf.

Mooi gerestaureerd en blakend in de zon.

 

 

  

 

Vóór de ingang is een toneelvoorstelling bezig, met middeleeuwse figuren.

De Vrouwen van Vlaanderen zijn het natuurlijk.

 

 

 

 

 

Margareta voelt zich uitstekend in haar vel en onder haar punthoed. 

   

 

Binnen in het kasteel is er een vrouw met een onewomanshow die een gevaarlijk

zwaard hanteert. Mijn hoofd gaat ze niet klieven! Vlug de andere kant op. 

 

  

 

…en op zoek naar het stemmige binnenhof met lavendelveld (en de abdij).

 

 

 

 

Ik stap terug buiten over de slotgracht in de richting van de kasteelhoeve,

nu kunstgalerij en winkel.

 

 

 

 

Na de rust van het kasteel volgt opnieuw de drukte van de rommelmarkt.

Langs alle straten staan amateur marktkramers opeen gepakt,

die van hun rommel afwillen.

 

 

 

 

Af en toe komt er een ludieke noot voorbij, zoals Wiewieke

and his Singing Puppets.

 

 

  

 

 

 

Zelfs vlaggen, shirts en alle mogelijke attributen van een kleine lokale

voetbalclub worden bijna te grabbel gegooid.

 

 

  

 

 

Echte sport, daterend van lang vóór het voetbal, kan men hier ook beproeven.

 

 

 

 

Alles vind je hier, zonhoeden, valiezen, oranje negerinnen.

Alles wat niet te heet of te zwaar is, en dan nog…

 

 

  

 

 

Wil je een sjaaltje in een kleur die niemand heeft, no problem.

 

 

 

 

Deze sjaaltjes en andere kleurige dingetjes vind je wel enkel bij

een authentieke zuidamerikaanse verkoper.

Het zijn niet allemaal amateur kramers hier.  

 

 

 

 

Een volledig weiland met tenten, springkastelen, megatapkranen never-to-stop,

hot dogs, wafels en hamburgers mag natuurlijk niet ontbreken.

 

  

 

 

Een podium met muzikanten die geen noot kunnen spelen

is ook niet weg te denken. Belangrijk is dat laatste niet.

Niemand luistert. De sfeer is er, en dat doet het.

Geef de aanwezigen een schuimende pint bier, vijf sms-jes per dag

en de Tour de France, en het leven kan niet meer stuk.

 

 

 

 

Ik heb vandaag echt mijn ogen uitgekeken, en ik was niet alleen.

 

ogenl

 

 

Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: is deze vogel wel zo struis als men beweert?

 

 

 

 

 

Lang geleden, toen de boskabouters nog spraken,

heb ik eens ergens een struisvogelfilet gegeten.

Welnu, elke keer als ik ga winkelen voor mijn wekelijkse kookbeurt,

liggen ze daar voor mij (in de Alcampo supermarkt in Spanje):

struisvogelsteaks en –filets.   

 

Het heeft trouwens lang geduurd eer ik wist dat het struisvogel was.

De Spaanse naam “Avestruz” doet me meer denken aan een

Oostenrijkse voetballer dan aan een vogel van Down Under.

Ik durfde ze nooit meenemen, want stel je voor dat ik geen geschikt recept vind.

Tot ik dan toch maar de gok waagde. Waarom niet eigenlijk?

Een struisvogel is eigenlijk maar een grote kip, waarvan de fladderende pluimen 

alleen maar wat opwinding veroorzaken in de “Moulin Rouge” en

aanverwante roze balletten in Parijs.

 

Omdat ik me de smaak niet zo goed meer kon herinneren, heb ik een recept genomen

met veel andere smaken, als mogelijke camouflage weet je wel.

Mijn vrees was volkomen onterecht.

Struisvogel is heel lekker, lijkt van smaak wat op een supermalse rundsteak,

maar heeft langere en meer uitgesproken vezels.

Ik heb de filetjes “cordon bleu” bereid, met ham en kaas, gemakkelijk haalbaar

voor een amateurkok als mezelf.

Doe daarbij nog een smeuïge kerriesaus, en laat het beestje maar komen.

We starten met snel even aanbraden en bestrooien met pezo.

 

 

 

 

 Hier is een uitgetest recept van Struisvogelfilet Cordon Bleu:

 

  

 

ingrediënten voor 2

bereiding

2 stukken van +/- 160g struisvogelfilet

kook de rijst (10’ volgens de verpakking) met wat boeljon

2 plakken ham: Serrano, Bayonne,…

de struisvogelfilets bestrooien met pezo

40g geraspte kaas voor gratineren

snel aanbakken (2 à 3’ per kant, afhankelijk van de dikte)

250g rijst (zakje Uncle Ben)

best in een mengeling van boter en olijfolie

geblancheerde fijne groenten

verse rode paprika snijden in duxelles (fijne blokjes)

(bijv. ½ rode paprika, selder, wortels…)

blancheren of een minuutje in de microwave oven zetten

20 cl kokosmelk, ongezoet (1/2 blik)

doe hetzelfde met de andere groenten

20cl kippenboeljon

de rijst uit het vocht halen en laten uitlekken

kerriepoeder naar smaak

de warme rijst mengen met de geblancheerde groenten

instant roux of maïszetmeel

de plakken ham over het vlees leggen

olijfolie en boter

de geraspte kaas over het vlees verdelen

pezo

breng de kippenboeljon en de kokosmelk aan de kook

garnituur: blaadjes sla of lookpijpjes,…

kruid op smaak met veel kerriepoeder

 

de kerriesaus binden met de roux

 

gratineer het vlees met ham en kaas onder de grill

 

doe het rijstmengsel in een vormpje, lichtjes aandrukken

 

zet het vlees en de rijst op 2 borden

 

giet de kerriesaus er rond en versier met slasnippers

 

 

 

N.B. een bokaal met gemengde groenten kan ook

 

wel eerst spoelen onder de kraan

 !!!nog een tip van het laatste moment: ik vond toevallig vandaag nog een leuk recept

voor deze vogel: kijk maar eens op www.mostaardwostyn.be, bij recepten.

 

 

Als je in staat bent kokosmelk te kopen, dan kan je zeker ook kerriesaus bereiden.

 Voor mij was het de eerste maal, en dat gaat heel vlot.

 

 

 

 

 

Ik heb voor de gelegenheid een metalen vormpje gekocht, om de rijst in te persen.

 Dit cilindertje lijkt op een groentenblik waar boven en onderkant zijn van afgehaald,

 maar veel televisiekoks gebruiken het.

Niet vergeten het metalen vormpje na persing weg te nemen.

Zoniet is de rijst moeilijk vetreerbaar.

 

 

Het resultaat oogt goed, zowel wat de vorm betreft als de kleur.

Vandaag eten we niet alleen lekker smaakvol, we eten ook kleurvol

.

 

 

 

Nu nog een flesje Tempranillo wijn erbij, en we kunnen aan de hap.

Buen apetito! Tengo hambre.

P.S. deze keer is de waskoord weer leeg.

 

 
Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Blankenberge op zijn kop

 

 

 

Op 20 juni 2009, in volle lente, werd de kustplaats Blankenberge op zijn kop gezet

door honderd Photoshoppers, die met elkaar contact houden via Seniorennet.

 

 

 

 

De organisatie was in handen van “Greenstuff”, inboorling van Blankenberge,

die hiermee even zijn handen vol had, maar niet met lege handen naar huis ging

(zie verder).

Honderd mensen willen hem intussen boven hun bed hangen (de foto).

 

  

 

 

Wijzelf kwamen met de kusttram uit Duinbergen.

We stapten af aan het station en waren waar we moesten zijn.

Greta (centraal) staat in het “milieu” bekend als “Gaviota”.

En elke Photoshopper mocht een handlanger meebrengen.

Die staat hier aan de linkerkant op de foto.

 

 

 

 

 

De organisatie was perfect.

Niet alleen had Greenstuff gezorgd voor zonnig weer en een hartige lunch,

maar bovendien had hij op het verzamelpunt een authentieke carrousel laten plaatsen.

Iedereen was er wild van en “Pensionate” (5de van links, donkerblauwe vest)

trachtte de mensen op een ordelijke manier (maar tevergeefs) in rijen van zes

te rangschikken om de carrousel te bemannen en te bevrouwen. 

 

 

 

 

 

“Bobbieke”, nog een toonaangevend en prominent lid van de Photoshoppers,

stelt zich terecht vragen bij de goede afloop van deze wilde carrouselritten.

 

 

 

 

 

De Photoshoppers werden gelukkig

In toom gehouden door Pensionate,

Limburgs kampioen in Karate.

Hij is een rasechte Italiaan

En was naar het schijnt

Ooit doelman bij AC Milaan.

 

  

 

 

 

We zitten klaar voor de lunch, en de eerste hapklare brokjes zijn al op tafel verschenen.

Samen met Lieve, “Gazel” voor de insiders, haar man Gilbert en John, marineveteraan,

keuvelen we (natuurlijk) vooral over foto’s… 

 

 

 

 

 

 

 

… net zo lang tot het hoofdgerecht is weggegeten en –gedronken,

en Gilbert dringend moet.

Omdat iedereen foto’s van iedereen wil nemen, moet hij toch nog een tijdje

op zijn stoel blijven zitten, wat het hem fysisch niet makkelijk maakt!

Op dit fotomoment heeft hij het niet comfortabel, maar er zal een einde aan komen.

 

 

 

 

 

Greenstuff wordt voor het “verwerken” van de honderd man in de bloemetjes,

of liever in de biertjes gezet.

Deze onverwachte interventie doet bij hem van ontroering tranen opwellen als

kleine watervalletjes en het personeel moet ter hulp snellen met grote handdoeken.

Niet alleen het grote aantal (gevulde) bierflessen is enorm, maar “Siska” tovert er

de bijpassende glazen bij.

Greenstuff wil toch wel van Bobbieke weten hoeveel flessen hij vandaag nog soldaat mag maken.

 

 

 

 

 

Bobbieke kijkt toe en spreidt heel discreet haar tien vingers om het aantal op te geven,

maar ze doet dit heel onopvallend, zodat niemand, en zelfs “Olly” het antwoord niet weet.

 

 

 

 

Na dit bevredigende en heuglijke antwoord

Duikt Greenstuff opgetogen in de kist

Want niemand heeft iets gehoord

En niemand die een fles mist

 

Op de tafel van Bobbieke

Telde men later acht lege Krieken

En toch waren er geen zieken.

 

  

 

 

 

Gelukkig kan een wandeling langs de zeedijk wonderen doen.

Merk op dat zowel Bobbieke als Greenstuff discreet maar kordaat worden gesteund

door de collega’s.

Merk eveneens op dat de Blankenbergse dijk stilaan de allures krijgt van een Mediterrane badplaats.

Ik tel ten minste drie palmbomen en een hut met strodak.

 

 

  

 

 

 

Mijn Greta heeft alles voorzien, zelfs een badge groot genoeg om gelezen te worden

door visueel gehandicapten.

Als je dit dus niet kan lezen, ben je voor 100% blind.

 

 

 

 

Vanaf een trap een foto nemen lijkt de enige mogelijkheid om het grootste gedeelte

 van de groep Photoshoppers in beeld te krijgen.

 

  

 

 

 

Sommige fotografen dachten er aan om een eindje verder te bollen met

de kusttram. Helaas zagen ze dit bootje voor een tramhokje aan.

Dit deed me onmiddellijk denken aan de beroemde uitspraak van de Nederlander

 Arie Onderdelinden Jr. op 23 maart 1976:

“Als fotograaf hoef je niet ontwikkeld te zijn, als je maar niet negatief overkomt.

 

 

 

 

Over Nederlanders gesproken, hier zie je er een paar prominent aanwezig,

aan de linkerkant, in het bijzonder de zussen “Tribaloma” en “Agatha”.

 

 

 

 

 

Wie waarschijnlijk de grootste afstand heeft afgelegd om aanwezig te zijn,

is de heer met de grote snor (tweede van rechts), waar ik een gesprekje mee gevoerd heb.

Hij is met de trein gekomen vanuit Leeuwarden.

Dat ligt dicht tegen de noordpool.

 

 

  

 

 

 

Voor wie hem nog niet kent: dit is Momo, de mascotte van de Photoshoppers.

Het feit dat hij zijn tong(etje) naar jou uitsteekt is niet persoonlijk bedoeld.

Het is een afwijking.

 

 

 

 

Vooraan lijkt hij nogal klein

En doet niet veel aan zijn lijn

Maar het is echt een langere hond

Met zijn buik dicht aan de grond

 

 

  

 

 

 

Blankenberge heeft nog een tweede vuurtoren. De andere zag je op de eerste foto.

Deze is de back-up.

Tot hier stappen we, en niet verder.

 

 

 

 

Toch is er nog een sportief tweetal Photoshoppers, dat zich niet laat afremmen

door enkele druppels water. De plank op en de beuk erin!

 

 

  

 

 

 

“Pippo “, mentor en goeroe van de Photoshoppers laat zich maar al te graag pamperen

door een van zijn grote fans. Ontroerend toneeltje is dit.

 

 

 

 

 

 

Het einde van een mooie dag eindigt op de Grote Markt van Blankenberge,

in een bekende drankgelegenheid.

De beelden hiervan zijn gecensureerd.

Daarna trekt iedereen huiswaarts, sommige met de kusttram,

Greenstuff te voet, sommigen met de trein of de wagen, en sommigen

gaan de andere zeerichting uit, allen beladen met blije herinneringen.

 

  

   


tot ziens

Geschreven door grob om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

↑ Terug naar de berichten