Naar de inhoud

dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

m.a.w. de weblog van Greta en boB
seniorennet.beseniorennet.be

de bloemige blog die de avonturen van Greta en boB in BEELD brengt in België, Spanje, Frankrijk, enz.
De foto´s zijn meestal van Greta en de tekst van boB.
Ook eigen (makkelijk na te maken) ervaringen in het cuisineren worden neergezet,
ter streling van het virtuele gehemelte van de kijker/lezer of amateurkok.

Berichten van 1 juni 2011 tot 30 juni 2011

Noorwegen (11): op de A in Ǻlesund staat een rare punt

 

Ǻlesund, Norge. Ik weet niet hoe je die Ǻ moet uitspreken, of hoe ze daar is

 terechtgekomen, maar het zal me een worst wezen. Soms wordt de naam van de

 stad ook Aalesund geschreven. Ook vreemd. Feit is dat het een prachtige stad is,

 waar het cruiseschip probleemloos kan aanmeren vlak tegen het langgerekte

 centrum.

 

Op het wapenschild van de stad staat een vissersboot, die sterk doet denken aan

 een drakar of snek van de Vikings.

De vissen, afgebeeld onder de boot, wijzen er op dat hier een en ander om vis

 draait.

 

 

 

De stad situeert zich op een smalle strook, temidden van een wirwar van eilanden,

 schaars bevolkt, maar toch allemaal verbonden door bruggen en/of tunnels.

 

 

 

De havengeul is helemaal natuurlijk, en gaat diep in het eiland. Hierdoor kunnen 

de privé-bootjes aanmeren tot in het centrum van de stad. Cruiseschepen mogen

 aanleggen aan de zuidkant van het eiland, zoals te zien op de foto.

 

 

 

 

Je komt hier beter weg met een bootje dan met een auto, en deze foto illustreert dit

 onmiddellijk. De stad is gebouwd op de rand van de zee.

 

 

 

Een briesende ouwe motorboot, bemand door een macho, vertrekt naar het ruime

 sop en laat een spoor van opspattend schuim achter.

 

 

 

Even verder staat een bruingebrand meisje naast haar luxewagen.

De Noordkaap is hier blijkbaar al veraf.

 

 

 

Het lijkt wel (maar is het niet) een fotosessie, met de bruine speedboot al een eind

 op zee, en ook andere boten die dezelfde weg op gaan.

 

 

 

 

Deze vuurtoren, genoemd Molia Fyr, is hotelkamer 47 van hotel Brosundet,

waar je ook in 46 “normale” kamers kunt boeken.

En, als je me niet gelooft, kan je eens klikken op de volgende link: 

 

http://www.unusualhotelsoftheworld.com/MoljaLighthouse 

 

Het interieur van de hotelkamer is volledig rond en slechts drie meter in diameter.

De kamer omvat een slaapkamer boven en een badkamer beneden.

Het interieur is ontworpen door Snohetta, het meest bekende Noorse

 architectenbureau, dat ook het Ground Zero Museum mag ontwerpen in New York.

 Dat is wel iets ruimer.

Deze aparte kamer wordt bijna uitsluitend gereserveerd door pas gehuwden,

om de eerste huwelijksnacht door te brengen. Privacy verzekerd.

Mocht je ook eens willen reserveren, reken dan op een 550 € per nacht, taksen,

 parking, enzovoort niet inbegrepen. (zie de website). 

 

 

 

 

In de havengeul ligt het vol met kleurrijke bootjes.

Flanerende toeschouwers maken het straatbeeld compleet.

 

 

 

Links ligt een witte reddingsboot (voornamelijk bedoeld voor bruidegoms,

die mogelijk ’s nachts uit de vuurtoren springen), en aan de rechterkant zie je

een oranje loodsboot.

Het gebouwtje tussenin is een bushokje, maar dan voor boten.

Van hier kan je inschepen met het openbaar vervoer naar een reeks naburige

 eilanden. Anders dan bij ons.

 

 

 

 

We wandelen verder in de havengeul tussen antieke en ultramoderne boten.

Links is het Brosundet Gastehus, met 46 traditionele kamers, het moederhotel

van de vuurtoren.

 

 

 

De havengeul eindigt aan een brug, met een mooi uitzicht op de omgeving.

 

 

 

 

Alesund wordt door velen beschouwd als de mooiste stad van Noorwegen,

door zijn aparte ligging en de vele mooie gebouwen, in harmonie met elkaar.

 

 

 

 

 

Daar waar een brug beide stadsdelen verbindt, ligt een gezellig pleintje,

met zitbanken en iemand die haringen staat te pellen, veronderstel ik.

In de stad wonen ongeveer 40000 Noren. Sinds 1848 heeft Alesund stadsrechten. 

De volgende 50 jaar groeide de bevolking aan van 1200 naar 10000 zielen.

 

 

 

 

De aanwezigheid na 1860 van enorme scholen kabeljauw verklaart mede deze

 bevolkingsexplosie. De stad ontwikkelde zich tot een van de grootste 

vissershavens van Noorwegen en tot belangrijkste exporthaven van stokvis.

In 1904 zijn alle (houten) huizen verwoest door een brand.

Dat speelde zich af in de tijd van de Art Nouveau/Jugendstil.

De stad is dan helemaal in die stijl heropgebouwd.

Vandaar de unieke eenheid in bouwstijl.

 

 

 

 

Naast de al vermelde tragische gebeurtenis in Alesund 

is er nog een andere.

Het is vandaag de dag dat naar jaarlijkse gewoonte

bij mijn persoonlijke teller eentje wordt bijgezet.

Twee zessen aan elkaar is het verdict. Met mijn beperkte 

fysieke mogelijkheden kan ik voor de foto slechts één 

enkele zes aanduiden. Je kunt het resultaat trouwens al 

aan mij zien: mijn bovenste stuk is nog in orde, maar

door de hoge leeftijd zitten mijn benen al in de krimp.

Elk jaar vanaf nu meet ik één centimeter minder, 

hebben ze me gezegd.

 

 

 

 

Waarschijnlijk ga ik eindigen zoals een trol, met superkorte 

beentjes. Zoals deze hier.

Hopelijk worden mijn oren niet zo groot!

 

 

 

De wolken pakken zich samen boven Alesund.

Tijd om op te stappen.

De toeter van het schip laat zich nog eens horen, en weg zijn we.

 

 

 

 

Dit moet meteen het afscheid zijn van Noorwegen, maar als troost  wacht ons nog

 een stevig dessert: Amsterdam en omgeving.

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (10): trip tot in Giske, met Søske en zonder Wiske

 

 We varen een eind verder naar het zuiden, tussen alweer een wirwar van eilanden

 en diepe fjorden, tot in Alesund.

 Een brede baai geeft toegang tot de binnenhaven en de stad.

 Voorlopig is het weer nogal zwaar bewolkt, maar daar komt verandering in.

 

 Alesund is de grootste vissershaven van Noorwegen. De stad is gebouwd op het

 schiereiland Yksnøya en ligt ook nog verspreid over enkel andere eilanden.

 Maar daar komen we op terug, want dadelijk na het ontschepen  is al een uitstap

 voorzien met een autocar naar enkele eilandjes in de buurt.

 

 

 

 

Op de satellietfoto zit de stad met 40000 inwoners onder de rode punaise. 

We bollen eerst naar een eiland in het noorden, met de welluidende naam Valderøy.

Klinkt als een naam van een romantisch kasteel in een VTM soap.

Dank zij de petrodollars, of liever de petrokronen  van Noorwegen, is alles met alles

 verbonden door een supermodern netwerk van onderzeese tunnels en/of bruggen.

Vanuit Valderøy kan men dus nog verder op vier wielen naar het noorden via een

 brug tot op het eiland Vigra (geen tikfout!).

Daar gaan we veiligheidshalve niet naartoe, maar wel later naar het eiland Giske,

 verbonden met Valderøy door twee stevig uit de kluiten gewassen bruggen.

 

 

 

 

We vertrekken dus vanuit Alesund en de bus duikt een smalle, maar splinternieuwe

 tunnel in.

Op de wegmarkering van de foto staat een kleine, maar ernstige schreiffout,

maar dat kan iedereen overkomen.

De meeste onderzeese tunnels in Noorwegen hebben maar één enkel rijvak,

om de uitgaven te beperken waarschijnlijk. Nochtans is dit niet onlogisch:

 uiteindelijk is er in deze tunnels héél weinig verkeer, en onderweg zijn er in de

 tunnel zelf uitwijkplaatsen op vaste afstanden.

Wie in de tunnel de lichten ziet verschijnen van een tegenligger, wijkt uit en stopt

 even aan de eerste nis aan de rechterkant,  en men laat de andere automobilist

 eerst voorbijrijden. 

 

 

 

 

Valderøy is vrijwel plat. Het enige gebouw dat enigszins uitsteekt,

is de plaatselijke vuurtoren. De toren is, op het topje na, volledig

opgetrokken uit hout. Beneden rechts is er een museumpje

en een winkeltje, maar dat laten we nu beter links liggen.

 

 

 

 

Als eerste van de groep beklimmen wij de steile trappen

tussen de verschillende verdiepingen met planken vloeren, waar wat

oude rommel en gereedschap staat.

Greta, sportief als ze is, bereikt als eerste de top en mag de metalen deur openen

om te genieten van het prachtig zicht.

 

 

 

 

Het oogsten is net gebeurd, en het resultaat is verpakt in plastic balen.

In Noorwegen noemt men deze witte producten 'tractoreieren 'of ook 'trollendrollen'.

 

 

 

 

Vlak in de buurt van de vuurtoren ligt een zandstrand, maar pootjebaders

of andere zonnekloppers behoren niet tot de aanwezigen.

 

 

 

 

Schitterend weer vandaag, en de vuurtoren werpt zijn schaduw vooruit.

In de schaduw van de kop zie je ongetwijfeld een aantal rode stippen.

 

 

 

 

Het is een kunstwerk, met als titel “Running Canoes”.

Een merkwaardig stuk is het, want elke avond worden

de kunststoelen binnen genomen, en ’s morgens

opnieuw in een andere volgorde buiten gezet.

Elke dag staat er dus in feite een ander kunstwerk.

Het is te koop.

 

 

 

 

Het is trouwens een van de weinige kunstwerken

met praktisch nut, want je kunt het ook gebruiken om te genieten

van het heerlijke landschap.

 

 

 

 

 Ook onze gids Søske, doet hier zijn dagelijkse turnoefeningen, omringd door het

 prachtige landschap. Ofwel tuurt hij de zee af, op zoek naar een glimp van Wiske.

 Wie zal het weten?

 

 

 

 

Intussen tracht ik een beetje orde te scheppen in de wirwar van tractoreieren.

Het bollen met de trollendrollen lukt me niet ten volle.

 

 

 

 

Tijd nu om over te steken naar het eiland Giske. We rijden van rechts naar links

over een brug, een eiland, en nog een brug. Giske is een eilandje, waar wat

aan landbouw gedaan wordt. Dat kan je goed zien op deze satellietfoto.

 

 

 

 

Noorwegen is het land van de boten. Bijna elke Noor heeft een boot(je).

Ook op dit eiland zijn er meer bootjes dan wagens.

Niettegenstaande de zeer kleine lokale populatie zie je op de satellietfoto toch

twee jachthavens aan de zuid- en oostkant van het eiland.

 

 

 

 

Hoewel zeer klein in aantal beschikken de Giskenaren over een merkwaardig

 kerkje, het “Giske Kyrkje”. Voor degenen die hier een communietje willen vieren,

 of een andere religieuze bezigheid willen uitvoeren, laat ik meteen het

 telefoonnummer achter.

 

 

 

  

Het kerkje, van een of andere protestantse strekking, is best gezellig.

Binnen worden we vergast door de plaatselijke gids, die vanaf de preekstoel

al de merkwaardigheden van Giske ontrafelt en onthult.

 

 

  

Helemaal rondom de kerk ontplooit zich het kerkhof, of is het dé kerkhof?

Nog een weetje, voor ik het vergeet. Nu we rond rijden op deze en andere eilandjes,

 maakt Søske er ons op attent, dat alle Noorse (houten) huizen vooraan wit zijn

 geschilderd en achteraan rood, of een andere kleur.

 Verklaring: witte verf was duurder dan rode, en iedereen wil een welstellende

 indruk maken op de voorbijgangers.

 

 

 

 

Nog een merkwaardig iets. Als je de namen leest op de grafzerken

van Giske kom je tot de vreemde conclusie dat de naam

van ten minste de helft van de bewoners luidt: 'Giske'.

Raar maar waar.

 

 

 

 

 

 Voor onze gids is deze bezigheid slechts een seizoensjob.

 In de winter doet hij totaal andere dingen. Dat omvat onder meer:

 rendieren verzorgen, sponsors zoeken voor geschenken, reisplannen ontwikkelen.

 Op 24 december rijdt hij de ganse nacht rond in de rendierenslee en met zijn

 roodwitte muts, om geschenkjes te bezorgen aan de brave kindjes.

 

 

 

 

 

Een andere merkwaardigheid op het Noorse platteland: veel daken zijn bedekt

met aarde. Na een tijd begint daar dan het onkruid welig op te tieren.

Hoe geraakt men daar van af? Men zet een geit op het dak.

Op deze foto is het nog niet gelukt. De geit nam een dag vrijaf.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 15:53 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (9): Tromsøya, eiland zonder strand

 

We varen stilaan naar het zuiden, tussen een wirwar van eilanden en diepe fjorden.

Er is een stop in Tromsøya. Het is een eiland zonder strand, maar dat is 

ook niet nodig, want het ligt nog circa 350 kilometer ten noorden van de poolcirkel,

 dus zonnebaden is niet direct aan de orde.

Op de satellietfoto zit het onder de blauwe punaise.

 

 

 

Tromsø is de naam van de lokale stad, die voor een deel ook op het vasteland ligt.

 Het stadscentrum bevindt zich onder de blauwe punaise op volgende foto.

Vanuit deze stad vertrokken en vertrekken de meeste expedities naar de

 Noordpool en de Zuidpool.

Deze plaats ligt nagenoeg op 70° noorderbreedte, wat overeenkomt met de

 geografische breedte van Alaska en Siberië. Van eind november tot half januari

 heeft de stad te maken met de poolnacht, en het wordt dan nooit echt licht.

 

Tromsø is in het bezit van enkele merkwaardige records.

Het is de grootste stad van gans Scandinavië ten noorden van de poolcirkel,

en herbergt de meest noordelijke universiteit (gesticht in 1968), de meest

 noordelijke brouwerij en ook meest noordelijke kathedraal ter wereld.

De universiteit is vrij gespecialiseerd en omvat het Noorse Instituut voor

 Poolonderzoek en een instituut dat onderzoek naar het noorderlicht doet.

Aan de universiteit is een universitair ziekenhuis verbonden.

De stad leeft hoofdzakelijk van onderwijs en onderzoek, en de vangst en

export van vis en satelliettechnologie.

Tromsø is een dynamisch centrum, ingekapseld in een prachtig fjord- en

 berglandschap.

 

 

 

De tamelijk recent uitgebreide stad telt 63000 inwoners, waarvan ongeveer 50.000

 op het centrale eiland wonen. Met een oppervlakte van 2558 km²,

enerzijds gelegen op het Noorse vasteland, en daarenboven verspreid over

 meerdere eilanden, is de gemeente Tromsø een van de meest uitgestrekte

steden van Europa.

Na de oorlog groeide de stad snel. In 1960 verbond een brug Tromsø met

het vasteland.

De meer dan 1000 meter lange brug situeert zich op de foto hieronder,

direct rechts van de naamvermelding Tromsø.

Je kunt op de satellietbeelden zien dat het eiland ook nog verbonden is met

het vasteland (rechts) met een lange tunnel. Via een andere lange brug kan

je moeiteloos naar het eiland Kvaløya, aan de linkerkant. De Noren hebben

handig ingespeeld op de aanwezigheid  van de winning  petroleum op zee, en

een groot deel van de  inkomsten uitgegeven aan een fantastisch netwerk van 

bruggen en vooral tunnels over het ganse grondgebied. In Tromsø is sinds 1964

is het inwonersaantal verdubbeld, en op het eiland is ook een luchthaven gebouwd.

 

 

 

 

Met de kabelbaan kan men naar boven om te genieten van een prachtig panorama

 van de stad en de omgeving. Vanaf zeeniveau stijgt men direct naar een hoogte

 van 421 m, op de berg Storsteinen. Het panorama op de stad is fantastisch.

In de brug is in het midden een opening voorzien om supergrote schepen door te

 laten. Het witte driehoekje, net naast de brug aan de rechterkant, is de Arctische-

of IJszee kathedraal.

 

 

 

 

Boven op de toendraheuvel heb je een breed zicht op een reeks eilanden in

de buurt, die er een beetje wazig bijliggen, maar zorgen voor sfeervolle foto’s.

 

 

 

 

Honderd jaar geleden zag Tromsø er heel anders uit. Deze archieffoto toont ons

 een klassiek piepklein vissersdorpje, met een kerk en een verborgen haventje,

 midden in de prachtige natuur. Alleen enkele lokale vissers maakten de dienst uit.

Vandaag treft men in de stad meer dan honderd verschillende nationaliteiten aan.

Vooral dankzij de universiteit, die talloze uitwisselingsstudenten van over de hele

 wereld aantrekt.

Russen en Finnen zijn de belangrijkste minderheden (behalve andere

 Scandinaviërs).

 

 

 

Boven op de berg leeft nog een traditionele Lappenfamilie, en geen nep deze keer.

 De tenten zijn nog van het traditionele type, maar de materialen zijn aangepast,

en ze beschikken over gemotoriseerd vervoer.

 

 

 

 

Net als op andere plaatsen in de bergen staan overal piramiden van losse stenen,

 die wandelaars achterlaten als geluksbrenger. Dit is de laatste foto die ik hier kan

 nemen, want Greta is al tot de helft in het  Lappendrijfzand aan het verzinken,

en roept super dringend mijn hulp in voor een heldhaftige redding.

 

 

 

 

We hebben een jonge vrouwelijke Nederlandse gids ter onzer beschikking,

en een autocar om ons op het eiland rond te rijden. We bezoeken de univ,

het oude gezellige stadscentrum, en langs de kant van het vasteland gaan we een

 blik werpen, maar niet letterlijk, in de Arctic Cathedral.

 

 

 

 

Het is een prachtig maar eigenlijk sober gebouw, dat onmiddellijk alle aandacht

naar zich toe trekt als je er in de buurt komt. Ergens doet het me een beetje

denken aan het operagebouw van Sydney. Het moderne gebouw heeft

een glazen 35 meter hoge gevel, en werd in 1965 ingewijd.

 

 

 

 

Binnenin is er helemaal geen pracht en praal te zien, zoals wij

dat wel gewend zijn in de katholieke kathedralen. Alles is heel

minimalistisch, maar stijlvol opgebouwd. 

 

 

 

De structuur en lijnenspel van de orgelpijpen past perfect

bij de muren en de gewelven.

 

 

 

Aan de kant van het altaar staat een buitengewoon

gebrandschilderd glasraam. Het is 23 meter hoog

en heeft een oppervlakte van 140 m². Het bedekt de

gehele oostelijke wand van de kerk en weegt 140 ton.

 

 

 

 

We hebben een bijzonder goede gids, die het “warme” 

Nederland heeft ingeruild voor een vaste stek in Tromsø, 

en het hier best gezellig vindt.

Voor het laatste bezoek op het eiland brengt ze ons naar het 

Tromsø Museum. Dit staat onder meer in het teken van de Lappen.

In het begin van de twintigste eeuw is er een Noorwegisatie geweest van de

 Lappen, waarbij de taal en de cultuur moest verdwijnen, maar nu heeft men het

roer weer omgegooid. Een compleet overzicht van de (vorige) levenswijze en

 cultuur moet bewaard worden voor het Scandinavische nageslacht.

 

 

 

 

De Scandinavische bevolkingsgroep die bij ons bekend staat als Lappen, heet

 officieel “Saami”. Spreek uit sa-a-mi, zonder een letter “l” ergens in het midden.

Na een lange periode van verdrukking, laat deze groep zijn aanwezigheid opnieuw

 voelen. De meeste Samisch sprekende inwoners immigreerden naar Tromsø

 vanuit andere Samisch sprekende streken in het Noorden en Oosten van

 Scandinavië.

 

Het Tromsø Museum in het Volkspark houdt alle nuttige info bij over de

 natuurkundige en culturele geschiedenis van Noord-Noorwegen. Dat houdt ook in:

 uitgebreide informatie over het verleden en heden van de Saami.

Hier zie je de fameuze rode Lap, waar de stieren zo beducht voor zijn.

 

 

 

 

 

Dit is nog een ander huiselijk tafereel, met achteraan rechts een Lappenmand, en

 op de voorgrond een dronkenLap die niet meer recht geraakt. Links hangt een

 ketel aan een ketting. In Lapland krioelt het ook vandaag nog van de ketellappers.

 Senioren in onze streken kennen zeker nog de uitdrukking: “een Lap op de ketel

 zetten”. De ketel staat al klaar. Het is nu nog wachten op een Lap.

 

  

 

 

Deze transportabele Lappenwoning bevat de woonkamer, badkamer en

 slaapkamer(s). Enkel de keuken is buiten goed zichtbaar, onderaan rechts.

 

 

 

Lappen hebben geen koeien. De rendieren nemen die rol in de voedselketen over,

 maar tegelijk worden ze ook gebruikt als transportmiddel.

Vraag het maar aan de Kerstman.

 

 

 

In het museum worden ook tal van andere thema’s behandeld, zoals natuurbehoud,

 historische vondsten, religieuze aspecten enzovoort.

Teveel om op te noemen en te fotograferen.

 

 

 

 

Let nu goed op!

Op deze foto zie je rechts een gewone Lap, ditmaal in een houten tent.

De linker Lap daarentegen is een topLap.

Hoe ik dat weet? Hij werkt al met een laptop.

Ik vermoed zelfs dat de rechter Lap een zuipLap is, want hij houdt een verdachte

 container in zijn hand en hij zit daar zomaar doelloos te niksen met een warrige blik.

De linkse met zijn PC, is een uitgesproken laptop Lap.

Nochtans: het toetsenbord ziet er niet zo gesofisticeerd uit.

Hij gebruikt duidelijk nog geen top laptop.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 11:23 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

↑ Terug naar de berichten