Naar de inhoud

dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

m.a.w. de weblog van Greta en boB
seniorennet.beseniorennet.be

de bloemige blog die de avonturen van Greta en boB in BEELD brengt in België, Spanje, Frankrijk, enz.
De foto´s zijn meestal van Greta en de tekst van boB.
Ook eigen (makkelijk na te maken) ervaringen in het cuisineren worden neergezet,
ter streling van het virtuele gehemelte van de kijker/lezer of amateurkok.

Berichten van 1 juli 2011 tot 31 juli 2011

Zonder geharrewar naar Alfafar

 

 

De drang is er weer. Het is mei, en alle vogeltjes, althans de wijfjes, leggen een ei.

Maar je mag niet alles geloven wat ze zeggen, en zeker niet wat in de krant staat.

Elk jaar gaan we dus terug naar de bakermat om dat ei-leggen te controleren.

 

De dag dat we van Spanje met de wagen terugrijden naar België, is ontspannend.

De stress van het inpakken, en de afscheidskussen met de vrienden zijn volledig

 voorbij. Het laatste "we gaan toch nog eens samen eten hé" is achter de rug.

 

Deze rustige dag, deinend over de Autovia, gaat ons nu tot Valencia brengen.

We vertrekken volledig relax rond 9 uur. Op de kilometerteller staat 50050 km.

Rond 10 uur doen we een stop langs de autoweg voor een licht ontbijt.

We hebben 100 km gebold en een ‘tostada’ met verse tomatenpulp, besprenkeld

 met wat olijfolie en wat pezo gaat gemakkelijk naar binnen.

Zeker als de koffie zo lekker is als hier. Van dit soort eetstops zijn er tientallen,

en deze is niet beter of slechter dan de andere.

Ik noteer: Hotel restaurant “Rosario”, behoorlijke ontbijtstop.

 

 

 

 

Een uur of zo later rijden we langs de Sierra Nevada. De hoogste pas waarover

we rijden, ligt op ongeveer 1400 meter.

De omgeving van de Sierra heeft het lentegevoel te pakken, niettegenstaande

de hoogte.

 

 

 

 

Als je nauwkeuriger kijkt, zie je dat de Sierra Nevada nog flink onder de sneeuw zit.

De hoogste top ligt of staat ongeveer op 3400 meter, en tot begin mei kan men

hier skiën.

 

 

 

 

We tanken net voor de stad Lorca. Gelukkig zijn we hier geen tien dagen later,

want dat is het moment van een hevige aardbeving, met ernstige schade.

De kerktoren stort neer pal naast een reporter.

Deze gril van de natuur kost ook het leven aan een dozijn mensen.

 

Rond Elche kiezen we voor de autoweg naar Valencia, via het binnenland.

De kustweg via Alicante en Benidorm is mooier, maar het is een tolweg,

en Autopista, en hij is wat langer in afstand.

 

Langs deze rustige autoweg zitten we echt in het Spaanse toeristarme binnenland,

 en we rijden regelmatig langs kastelen van middeleeuwse krijgsheren.

Ook de Moren hebben hier letterlijk hun steentje bijgedragen om alle kastelen

op de heuvels te krijgen.

 

 

 

 

Stilaan worden de oude constructies gerestaureerd en toegankelijk gemaakt.

Zoals hier met het kasteel Monfort.

 

 

 

 

Voor de grotere kastelen, zoals het volgende, zal er niet veel Spaanse euro’s

meer overblijven vrees ik. Misschien kunnen ze wel een aantal kastelen verkopen,

 en ze exporteren naar het Midden Oosten of China, waar er nog geld zat is.

Let op, dit is niet zo idioot. De Engelsen hadden al het voorbeeld gegeven met

de London Bridge, die nu ergens in een verloren woestijn staat, in Arizona.

 

 

 

 

 

Na een comfortabele rit komen we aan in Alfafar, een deelgemeente van Valencia.

Alfafar is niet te verwarren met ‘farfalla’, want dat is pasta, om te eten dus.

Zeg ook nooit ‘Alfalfa’, want dat zijn ontkiemde zaden van de Luzerneplant.

Misschien komt er ooit eens iemand op het idee een recept te maken met farfalla

 én alfalfa in combinatie. Ik vind wel dat het dan moet genuttigd worden in Alfafar.

 

Valencia is de derde stad van Spanje, na Madrid en Barcelona.

De stad is enorm groot, maar zeer ruim en rustgevend. Ons hotel heet ‘Albufera’,

en ligt in het commerciële centrum ‘Albufera’. Waarschijnlijk geen toeval.

 

Vorig jaar verbleven we in hetzelfde aparthotel.

Een groot salon, keuken met goed werkende koelkast, waar we nog enkel dingen

 insteken, slaapkamer en badkamer met UV lampen, voor een prijsje. Aanbevolen.

Het is een goed adresje, want het ligt binnenin een commercieel centrum.

Greta is op zoek naar nieuwe tennispantoffels, en ze vind het ideale paar in

een reusachtige outlet winkel, hier ter plaatse.

 

 

 

 

Deze plaza is vrij groot, en alle soorten winkels zijn present.

In het centrale deel van het nieuwe complex ligt een kruispunt met fontein.

De reden dat het hier ‘Albufera’ heet is niet toevalligl.

Niet ver hiervandaan ligt het fantastische natuurpark met dezelfde naam.

Enkele tijd geleden hadden we daar een origineel bezoek met een paar vrienden.

Interessante info kan je vinden elders op deze blog.

 

Klik aan de rechterzijkant op “01-2011”. Het is op de blog gezet op 26-01-11.

Of ga naar “Zoeken in blog”, eveneens rechterzijkant blog en tik “Albufera”.

Geweldig interessant bezoek was dat! Ook gastronomisch.

 

 

 

 

We gaan (heel) stilletjes  in de richting van het uitstekende restaurant

van vorig jaar, want daar lusten we nóg pap van.

Onderweg komen we langs een shopping mall, die vorig jaar nog niet op punt stond.

De ingang doet er ons aan denken dat de nationale kleuren van Spanje rood

en geel zijn. Het is er duidelijk aan te zien.

 

 

 

 

We belanden vrijwel onmiddellijk op een kleurrijk binnenplein met twee

 verdiepingen winkels, en daarboven nog een verdieping bestemd

 voor amusement, met bioscopen en ander plezier.

 

 

 

 

Bij het ontwerp kwam duidelijk veel ijzerwerk kijken, en met de kleurige decoratie

is het hier best gezellig, en tegelijk een beetje artistiek van inslag.

Het heeft een lichte Calatrava-toets, waarvan de bekendste en authentieke

stukken op minder dan 10 km  afstand staan.

(in blog zie: “Valencia” bij de zoekfunctie)

 

 

 

Als je het van op iets verdere afstand bekijkt, vallen de witte parasols beter op.

Een terrasje op de juiste plaats, op het goede moment. Dat doet er ons aan

denken dat we toch wel recht hebben op een beetje vloeibaar genot, na de lange

rit van 660 km.

 

 

 

 

Bij mij slaat het dorstgevoel ineens toe. Greta heeft altijd dorst. Even bestellen…

 

 

 

 

En wat wordt het? “Dos…hm hm…cervezas por favor!”

Groot, en stevig gekoeld.

 

 

 

 

Het aperitiefje hebben we gehad. We stappen op en nu gaan we voor het

echte werk naar het Italiaanse restaurant “Gino’s”. We gaan vanavond niet

te laat slapen, om morgen vroeg lekker fris uit de veren te wippen (zeker Greta).

 

 

 

 

Het is 20 uur, en we zijn moederziel alleen in het restaurant.

(als we later doorgaan, om 21u30, zit het vol. Duidelijk Spaanse uren)

 

Laten we, in afwachting van de plat-de-résistance een kleinigheidje binnenwerken,

 onder de vorm van tapa’s. Scuzi, in het Italiaans zijn dat “antipasti”.

Eén schotel voor twee personen volstaat ruimschoots. Zoals men in Spanje

pleegt te zeggen: “para compartir”. Het zijn acht verschillende tapa’s.

 

 

 

 

Rechtzetting: het wáren er acht. Terwijl ik mijn fototoestel even afstel, is er al eentje

 verdwenen. Ik weet niet hoe het van de tafel is gevallen.

 

 

 

 

Het hoofdgerecht is weer subliem: ik neem een “lasagne funghi”, maar hij is

zo lekker dat ik er zelfs niet aan denk van een plaatje te nemen. Dan maar

het nagerecht op het fotootje, een citroensorbet met Bulgaarse yoghurt.

En een fles Rioja om goed te slapen.

 

 

 

 

Wanneer we voldaan terug naar het hotel wandelen is het voetpad waar we

over moeten, afgesloten door de Policia Local met roodwitte linten.

De reden zie je hier: wat zou dit kunnen zijn? Quizvraag, multiple choice.

Nieuw soort paddenstoel? Een opgesteven koeienvlaai? De pruik van Helmut Lotti?

Het is alleen maar een tijdelijk bijennest, met bijen die onderweg zijn, zoals wij.

En morgen gaan we naar Roses, een bekend kustplaatsje in Catalonië.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 23:29 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: over konijnen en hazen

 

 

 

 

Een konijn kan een hazenlip hebben, maar een haas heeft nooit

 een konijnenlip.

Nu we dat weten kunnen we er aan beginnen.

 

De potten hebben bijna geen zin meer om warm te worden,

en de pollepels vertonen beginnende tekenen van roest.

De kruiden zijn in staking.

 

Ze voelen zich neerslachtig, nu ze al zo lang niet meer aan bod zijn gekomen.

En sommige van mijn gewaardeerde lezers willen ook weer de kwijl over hun

 (hazen)lippen voelen stromen, en daarom gaan we vandaag resoluut de keuken in.

Samen met een konijn, of toch een deel ervan.

Ik ga vandaag niet proberen een wit konijn uit een hoed te laten komen, maar een

 bruin konijn uit de pot, gesmoord zelfs. Met kleurige smaakvolle zuiderse paprika’s.

 

 

 

 

Konijnen en hazen zijn merkwaardige viervoeters, die op elkaar lijken.

Toch zijn er enkele essentiële verschillen die de meeste lezers (nog) niet weten….

Bijvoorbeeld: een van de meest gekende specialiteiten van een konijn is pijpen

 graven, en holen. Een haas heeft daar helemaal geen zin in.

Wat je hieronder ziet is een wild konijn. Tamme konijnen kunnen allerlei fantasierijke

 kleuren vertonen, maar het wilde exemplaar is gekend voor zijn lichtbruine vacht.

 

Een veelgemaakte vergissing is dat konijnen knaagdieren zijn, dit is NIET het geval.

 Knaagdieren beschikken in het bovenste deel van het gebit over maar twee

 snijtanden terwijl haasachtigen er vier hebben.

Historisch kwam het konijn enkel voor in Spanje en Portugal. Spanje heeft trouwens

 zijn naam te danken aan het konijn. Toen de Phoeniciërs rond de 11e eeuw vóór

 Christus Spanje bereikten, troffen ze daar massa’s konijnen aan (die onmiddellijk

 het hazenpad kozen natuurlijk).

 

Omdat de dieren erg leken op de voor hen beter bekende klipdassen,

gaven ze de streek de naam 'i-saphan-im', het land der klipdassen.

Deze naam is later door de Romeinen verbasterd tot 'Hispania'.

 

De Romeinen verspreidden en domesticeerden het dier in het grootste deel

van het Romeinse Rijk. Eerst werd het beestje gehouden voor het vlees en de vacht,

 later ook als gezelschapsdier.

De Romeinen hielden het konijn in parkjes met hoge muren.

 

 

 

 

 

 

 

Oppervlakkig lijkt een haas veel op een konijn, maar hij is groter, en heeft in

 verhouding grotere oren met zwarte punten op het einde, en langere ledematen.

Hierdoor kan hij mooi rechtop zitten. Als een konijn wegloopt, kun je de witte

 onderkant van de staart zien wippen. Bij de haas is enkel de bovenkant van de

 staart wit maar aangezien ze hun staart omlaag houden tijdens het lopen kun je

 enkel de donkere onderkant zien.

Ook beweegt een haas zich meer met sprongen voort dan een konijn.

De haas kwam oorspronkelijk voor in een omvangrijk deel van Europa,

met uitzondering van het grootste gedeelte van Spanje. Geen hazen te vinden

in het zuiden van Spanje, terwijl de konijnen oorspronkelijk van Spanje komen!

Mijn receptjes van hazenrug kan ik in Spanje verscheuren.

Goed ook, want ik kan dat toch niet bereiden.

 

De haas is min of meer een nachtdier. Overdag is hij slechts mondjesmaat actief,

 maar op warme zomerdagen is hij ook later op de ochtend en vroeger

op de avond al bij de pinken. Ik zou zelf een prima haas kunnen zijn!

Omdat hij geen hol heeft (excuseer even de uitdrukking), moet hij geweldig

op zijn hoede zijn voor loerend gevaar.

Zijn slaapje is zo licht, dat hij door ieder geluid of trilling van de bodem wordt

 gewekt. Een slaapperiode is zeer kort, zelden meer dan een paar minuten.

Een hazenslaapje dus.

Op de foto kan je ook al zien dat het een alert knaapje is.

 

 

 

 

Voorlopig kan ik geen hazenslaapje doen, want de groenten worden nu ongeduldig.

Een mix van kleurige paprika’s zullen de malse konijnenbillen alle eer aandoen.

 

 

 

 

Met de billen bloot kan zomaar niet, en een geurig laagje zal bescherming bieden

 tegen de warmte. Dat is de eerste stap voor het “gesmoord konijn met paprika”.

Aan de ingrediënten kan je overduidelijk zien dat het een mediterraan gerecht is.

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

500g konijn in stukken

maak een mengsel van bloem, specerijen, kruiden en pezo

bloem

haal de stukken konijn hier zorgvuldig doorheen

harissa

verhit olie in een kleefpan en bak het beest aan alle kanten bruin

1 tl dijonmosterd

leg het konijn op een bord, en fruit in de pan 5’ de ui en de paprika

1 tl paprikapoeder (de la Vera)

voeg de tomaten, boeljon toe en breng aan de kook

2 lookteentjes

maak de saus op smaak af, met eventueel wat tabasco of peper

½ tl gedroogde dille

doe het konijn weer in de pan en schep de saus er over

pezo

smoor het konijn op een zacht vuur, 50 à 60’ tot het volledig gaar is

olijfolie

voeg de laatste 10’ de wijn toe

1 kleine ui in dunne ringen

 

½ kleine groene paprika

 

½ kleine gele paprika

 

½ kleine rode paprika

 

1 blik tomaten van 400g

 

1tl laurierpoeder

 

1 glaasje droge witte wijn

 

blokje kippenboeljon

 

 

 

Het vlees en de saus worden dus eerst afzonderlijk bereid, in dezefde pan.

Heel gemakkelijk en snel.

 

 

 

 

Het konijn mag nu bij de saus in de pan, en we gaan het vocht erover scheppen.

 

 

 

 

Terwijl het konijn zalig ligt te smoren, heb ik een uurtje de tijd om nog wat meer

 merkwaardige verschijnselen te lezen over konijnen en hazen.

Een eerste ding is, dat de tanden van een konijn altijd blijven groeien.

Dat zou ik voor mezelf ook wel willen. Een gekend probleem bij de tamme

konijnen is zelfs het bestaan van“olifantentanden”.

Het omgekeerde, een olifant met “konijnentanden”, is nog niet waargenomen.

 

Wat ik dan weer een minpunt vind aan een konijn is dat het zijn eigen uitwerpselen

 opeet. Echt waar, dit fenomeen heeft zelfs een Latijnse naam: coprofagie.

Gelukkig dat ik dit pas lees als het beest bijna gaar is.

Anders had ik wel tweemaal nagedacht, vooraleer deze bereiding te beginnen.

Het gesudderde beest is nu klaar voor consumptie, maar het schijnt dat een paar

 lookteentjes de mogelijke smaak van zelfverorberde keutels sterk maskeert.

 

Gelukkig zit dat al in het gerecht verwerkt.

De uitvinder van dit recept had zeker weet van dit keutelprobleem

en heeft het aroma en de smaak al aangepast.

 

 

 

 

De foto in het kookboek van dit gerecht ziet er zó uit.

 

 

 

En mijn gerechtje heeft een iets andere kleur, maar ik denk dat het verschil niet

 zozeer ligt in het kookresultaat, maar in de kwaliteit van de camera en de fotograaf.

Hoe dan ook, het is zeer lekker.

 

 

 

 

Ter afronding: in mijn woonplaats, Knokke-Heist, ter hoogte van het Zwin,

staat dit diertje opgesteld. De volksmond noemt het ‘het vliegende konijn’,

of nóg volkser in het plaatselijke dialect: 'het vliegend keun’.

Volgens mijn onbescheiden mening zien we hier een haas.

 

 

Maar wie ben ik?

Mijn naam is haas.

 

 

Bereid in België als variante op een recept van ‘Koken voor Twee’, pag.68.

 

 

Geschreven door grob om 18:06 5 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Een goede Schans behoeft geen krans

 

 

Voor de allerlaatste keer trekken we de stapschoenen aan, om even de Zaansche

 Schans te doorgronden. De naam klinkt stokoud, en alles hier is het ook.

Deze vreemde naam is ontleend aan de schans die de plaatselijke gouverneur, 

 in dienst van Willem van Oranje, in 1574 liet bouwen om zo de Spaanse troepen

 tegen te houden.

 

De Zaanse Schans behoort tot de stad Zaandam, en ligt aan de Zaan,

pal tegenover Zaandijk en naast de Julianabrug. Het is een bekende openlucht

attractie met jaarlijks ongeveer 900.000 bezoekers. Het loont zeer de moeite om

 daar eens een dag door te brengen, als je in de buurt van Amsterdam komt.

In de buurt liggen nog een aantal landelijke dorpen, met soms wel grappige namen: 

Assendelft, Koog aan de Zaan, Krommenie, West-Knollendam, Westzaan,

 Wormerveer en Zaandijk (hoofdplaats).

De Schans is een vrij groot complex, waar je vrij kan in rondwandelen. 

Een maquette aan de ingang geeft een overzicht.

 

 

 

 

 

 

 

De eurootjes die men vergaart uit toegangstickets voor parking, sommige musea

 en molens, worden opnieuw geïnvesteerd in het onderhoud van alle houten

 constructies die je op deze plaats kan bekijken en beleven.

We hebben niet de ganse dag, en maken dus een keuze.

Vermits we in Nederland zijn, lijkt het ons aangewezen om de plaatselijke

 klompenmakerij eens van dichtbij te bekijken.

Wooden Shoes for Dummies wordt het.

De kaasmakerij, tingieterij, distilleermuseum, kuiperij enzovoort is

voor de volgende keer.

 

 

 

 

 

Nederlanders maken al eeuwen klompen.

Waarom deze houten schoenen ontstaan zijn weet ik niet, maar hier zie je enkele

 voorbeelden van de antieke exemplaren, in hout natuurlijk, maar meestal met

 een lederen band om de voet goed vast te houden.

 

 

 

 

In de loop der tijden ontstonden er zelfs heel kunstzinnige exemplaren, met hier een

 paar voorbeelden. Deze hier hebben wat Oosterse invloeden, en in het midden

is er eentje met een vogelkop.

Dit waren natuurlijk klompen voor speciale gelegenheden.

 

 

 

 

 

Dit paartje hier is bedoeld voor export naar Japan.

Men is momenteel hardstikke bezig om klompen te ontwerpen, waarmee je 

op tsunamigolven kunt blijven boven drijven.

De zogenaamde TSK’s, ofte de Tsunami Surf Kickers.

 

 

 

 

Dit zijn de porklompen, met een lange scherpe punt vooraan, waarmee je iemand

efficiënt kan aanporren. Ook bekend onder de afkorting AAK, de Agressieve

 Aanporrings Klomp.

 

 

 

 

Tot de sportieve klompen behoren de RSW, de Roller Skate Woodies.

 

 

 

 

De gestroomlijnde sprint klomp, de zogezegde GSK, helpt houterige atleten

nieuwe persoonlijke records te vestigen.

 

 

 

 

Krijg je stippen over je lijf, draag dan gedurende vier dagen dag en nacht 

de MMK, de Medische Mazel Klomp, en deze houten

jongen slorpt als het ware al je stippen op.

 

 

 

 

Voor elk wat wils. De BWO, de Bonte Wandelstok

Omkeerklomp, houdt je recht tijdens je meest vermoeiende uitstappen.

De BWO zelf staat niet recht, en is de enige die ondersteboven gebruikt wordt.

 

 

 

 

Zelfs een model op statief is voorhanden, niet te harden! Beter gekend als de KMK,

 de Kitscherige Molen Klomp. Deze kan je op je kast plaatsen, al dan niet binnenin

 voorzien van een vetplant, een Lievevrouwenbeeldje of ook te gebruiken als

 containertje  voor potloden, pennen en andere kantoorartikelen.

Je kunt hem desgewenst ook aan je voet zetten zoals een klassieke klomp,

maar als je ernstige valpartijen wil voorkomen, combineer hem dan met een BWO.

 

 

 

 

Deze man toont tot in het kleinste detail hoe (vroeger) klompen werden vervaardigd.

Elke dag gebruikt hij zijn reeks machines voor aanmaak van de houten schoenen.

 

 

 

 

En het resultaat is, dat er honderden tegen de muur hangen, en allemaal te koop.

 

 

 

 

De klassieke klomp heeft zelfs de perfecte vorm om te functioneren als ligbad!

Of als reddingsboot, na het stijgen van de oceanen door de klimaatveranderingen.

 

 

 

 

We hebben geluk vandaag! Het Klompenvrouwtje kruist ons pad.

Normaal mag je dan drie wensen doen,

maar vandaag heeft ze een dagje vrij.

 

 

 

 

Er staan zoveel verschillende molens in

deze omgeving, dat het onmogelijk wordt om ze

allemaal te tonen.

Je kunt ze beter rustig bekijken, als je wil, op deze websites:

 

www.zaanseschans.nl/

 

www.leukeuitjes.nl/zaanseschans.html

 

www.cheesefarms.com/nl/catharina/de-zaanse-schans/

 

De laatste website is die van kaasmakerij Willig, die ook hier een vaste stek heeft,

 en waaraan we eerder een bezoek brachten.

 

Er staat hier wel een grappig Zaansch minimolentje. Het staat niet op de

 achtergrond, zoals je misschien zou denken.

Ik sta er pal naast, en ben bijna even groot.

 

 

 

 

De Zaansche Schans is ook een aantal typische huisjes rijk, die er allemaal

 ongeveer uitzien zoals deze. Aan de overkant van de rivier ligt Zaandijk,

met ook weer gelijkaardige schattige houten huisjes.

 

 

 

 

Hier heb je een zicht op enkele van de molens, in een oneindige rij langs de rivier.

 

 

 

 

Dit is nogal een speciale, vind ik. Het is “De Gekroonde Poelenburg”,

een houtzaag-paltrokmolen. Niet meer voor dummies natuurlijk.

Hij heeft de voor een paltrokmolen typerende open achterkant,

zeggen de specialisten.

 

Om andere molens en de omgeving eens rustig te kunnen bekijken,

klik even op de link van dit herfstig Youtube filmpje:

 

www.youtube.com/watch?v=uhEYOLDov80

 

 

 

En hiermee eindigt onze uitstap naar Noorwegen.

Nu komt even wat tijd vrij om wat potten en pannen boven te halen.

Is dát lang geleden!

Tot binnenkort dan.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 18:04 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Het ei valt niet ver van de kip*, en…

 

… het IJ ligt niet ver van het schip.

Dat is dan een dubbel doordenkertje (zie verder).

 

Dit stukje tekst gaat (nog) niet over een nieuw uitgetest eierenrecept,

maar (nog altijd) wel over de eindfase van het boottochtje naar Noorwegen.

 

*citaat van Roger Wastijn, mij verder onbekend, maar toch hoop ik dat hij dit leest.

 

Na het definitief verlaten van de Noorse wateren zetten we koers naar Amsterdam,

 altijd een leuke plaats om te verblijven. We pikken nog een schitterende

 zonsondergang mee, vanaf de boeg van de Opera.

 

 

 

Deze reddingsboei zullen we hopelijk ook niet meer nodig hebben.

 

 

 

In afwachting van de aankomst in Nederland probeer ik nog wat Euro’s te

 sprokkelen, maar de bollen willen niet voor mij rollen. 

Misschien is er teveel deining op zee, en rollen ze langs één kant.

 

 

 

 

Dan maar liever een spannend boek lezen in een malse zetel met een muziekje

op de achtergrond en een fris glas bier, in een of andere lounge. Het kan slechter.

 

 

 

 

Uiteindelijk komen we aan in Amsterdam. Het schip meert aan (op de foto) 

helemaal bovenaan rechts, naast het vierkante blokje.

Hier liggen we vlakbij de binnenstad, met alle grachtengordels binnen bereik.

 

 

 

Op de foto, genomen vanaf de Opera, is dat dan aan het grote stenen gebouw

 helemaal rechts in het midden van de foto.

 

 

 

Het schip ligt dus niet te ver van het IJ, tegen het “Muziekgebouw aan ’t IJ”.

 

 

 

 

 

Hoog tijd om de mastodont te verlaten en wat kan je beter doen, dan Amsterdam

te verkennen vanaf het water in een platte schuit?

Voor wie het nog niet gedaan heeft: het is en het blijft een aanrader.

Dertig jaar geleden heb ik hetzelfde al eens gedaan en er is intussen

hier niet veel aan veranderd. Aan mij wel daarentegen. 

 

 

 

 

Op vele plaatsen staan de statige herenhuizen nog altijd recht.

Wel zie je meer wagens dan toen, wat het stadsbeeld niet verfraait natuurlijk.

 

 

 

 

In de echte binnenstad drijven nog altijd massa’s woonboten, waarvan bij

sommigen de tuin groter is dan de woning: tuinboten als het ware.

 

 

 

We varen onder ontelbare bruggen, sommige wel breed genoeg, andere heel krap

 om het bootje er te kunnen doorwringen. Boven het water en de bruggen speelt zich

 intussen een andere wereld af.

 

 

 

Een kiekje van de prachtige Westertoren, met zijn voetjes bijna tot

in het water, mag zeker niet ontbreken.

 

 

 

Aan de kant zijn er heel wat gebouwen opgesmukt,

en de gezelligheid straalt er zo af. 

 

 

 

Er liggen natuurlijk ook grote hoeveelheden woonboten

met terras, voorzien van parasol en straatverlichting en al de andere poespas.

 

 

 

Als je in de buurt van Amsterdam komt, moet je niet alleen gaan varen

op de grachten, maar natuurlijk ook op zoek gaan naar de andere Hollandse

 typische dingen. Tulpen staan nu niet in bloei, wat blijft er dus over?

Kaas natuurlijk!

Met z’n allen met de bus op naar Edam en omstreken, de smakelijke bollen gaan

 bekijken en proeven!

We bezoeken de kaasmakerij Willig, de grote naam in de streek.

Het familiale bedrijf ligt achter het authentieke woonhuis.

 

 

 

De moederkoe “Bella”, waarmee alles begonnen is, is nu op rust gesteld,

en mag in de voortuin wat stoeien en ravotten. Bekijk even de ogen van dat beest.

Kom op zeg, zo worden je ogen pas als je een overdosis epo op hebt!

Een renner die zo in de Tour de France rondloopt, moet zelfs niet meer gaan

 plassen. Die mag zonder meer zijn valies nemen en naar huis gaan.

 

 

 

 

We gaan geen pellicule meer vuilmaken aan kaastroggen of gistingsprocessen.

Veel interessanter wordt het als we mogen poseren met

de enige echte Willige kaasvrouw, in voltooid ornaat.

 

 

 

Dit lijkt een doorsnee, niet doorgesneden Willige Hollandse kaasbol, maar in

werkelijkheid is het de achterkant van een tankwagen, al of niet gevuld met melk.

 

 

 

 

Als we terug in Amsterdam komen ligt het schip er gelukkig nog, maar niet

lang meer. Er hebben zich intussen al een paar woonbootjes definitief

tegenaan gevleid aan de zijkant. Die Hollanders zijn er wel snel bij.

Geen plaatsje blijft onbenut voor de Amsterdamse woonboten.

 

 

De zijbootjes worden met zachte hand even tot zinken gebracht,

en we verlaten definitief de haven van Amsterdam.

Nederlanders houden ontzettend veel van pontjes.

Hier zie je er twee, die onophoudelijk de rivier kruisen in de twee richtingen.

In België, zeker in Antwerpen, houdt men meer van bruggen, maar men

bouwt ze nooit. Misschien is dit een idee?

 

 

 

Voor het laatste deel van deze trip heb ik nog iets apart gehouden: een

 doordringend bezoek aan de Zaansche Schans, ook weer in de buurt van

 Amsterdam. Zeker de moeite waard, en dat is voor de volgende maal!

 Come and see next week!

 

Geschreven door grob om 16:51 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

↑ Terug naar de berichten