toedeloe
Tot de volgende...
voor de Engelsen heeft het een andere betekenis.
dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog
toedeloeTot de volgende...
voor de Engelsen heeft het een andere betekenis.
Carlos en Discusaan het coronastrand
ga nog eens testen op doenbaarheid∇ΕΒαω komaan
proberenåβ℘♠♣♥♦
eens proberenof het beter gaat om te editeren en foto´s te plaatsen
test
KOKENETEN: lusten hottentotten matelote?
Waarschijnlijk wel. Maar de meesten hebben het nog nooit gezien of geproefd.
En de (eenvoudige) reden is dat hottentotten in zuidelijk Afrika rondlopen,
en dat matelote op de plank en op het bord komt in Bourgondië.
Je kunt trouwens goed zien op de foto dat de hottentotten (of kaffers) iets ontbreekt.
Geef ze een matelote, en ze zullen voor altijd met een lach door het leven gaan.

Maar nu serieus. Vandaag presenteer ik hier een heel simpel gerecht waarin
aardappelen of aardappels, een belangrijke rol spelen. Deze robuuste knollen,
die ikzelf soms“piepers” durf te noemen, vormen de basis van veel gerechten.
Daarom toch een snufje interessante achtergrondinfo, en wat praktische TIPS.
De aardappel is een plant die ondergronds een energievoorraad in de vorm
van zetmeel aanlegt. De knollen worden gevormd aan ondergrondse stengels
Net als rijst, pasta en brood is de aardappel een belangrijke bron van koolhydraten.
De pieper behoort tot de plantenfamilie van de nachtschade , net als de tomaat,
de paprika en de tabak. TIP: groene delen van de aardappel zijn echt giftig.
Net zoals vampieren houden aardappelen houden niet van licht!
Wanneer ze te lang worden blootgesteld, worden ze groen waardoor ze een
hoge concentratie aan giftig solanine krijgen.
In licht hebben trouwens de wortelscheuten een sterke drang om er uit te komen.
Iedereen zal wel weten dat de vrucht vanuit Zuid-Amerika naar Europa werd
gebracht door de eerste Spaanse ontdekkers. Het Azteekse woord voor
aardappel is chi-potatl; daar stammen de 'patat', 'potatoes' enz. van af.
Het woord is verwant aan een ander Azteekse woord, namelijk chi-tomatl
voor 'tomaat'.
Het lijkt lachwekkend, maar sinds juni 2008 is er een hoogoplopend conflict
tussen Chili en Peru ontstaan, over welk van de twee landen de ware
oorsprong van de aardappel mag claimen.
Eens hier beland, waren de lokale monniken verantwoordelijk voor de
verspreiding van de aardappel vanuit Spanje naar de andere Europese landen.
Zij pootten de plant overal in hun kloostertuinen.
Een ’wist-je-dat-je’: om de aardappeloogst uit de grond te halen (handmatig)
werd honderd jaar geleden het hele boerengezin ingeschakeld.
Tijdens de oogst bleven vele kinderen dan ook weg van de schoolbanken.
Dit bewoog de Belgische overheid ertoe om de herfstvakantie in te voeren.

Oorspronkelijk werd in Europa enkel het groen loof en de bessen gegeten.
In tegenstelling tot de monniken stonden de boeren aanvankelijk weigerachtig
tegenover een plant waarvan de stengels en bessen giftig bleken te zijn en ze
dachten dat de knollen ook ongezond waren. In die tijd werd de aardappel
voornamelijk gezien als varkensvoer of voedsel voor de allerarmsten.
Pas in 1727 werd de aardappelknol als voedsel erkend.
Langzamerhand kreeg de vrolijke knol toch steeds meer de rol van volksvoedsel
en in de 18e eeuw werd de aardappel in alle Europese landen verbouwd.

Een Franse apotheker, Antoine Parmentier heeft hierin een belangrijke rol gespeeld.
Als krijgsgevangene in het Pruisische leger had hij de aardappel leren waarderen.
Hij slaagde erin een groot banket te organiseren voor Louis XVI te Versailles,
waarin twintig gerechten op basis van aardappelen werden opgediend.
De knol werd door de notabelen gesmaakt en veroverde zo spoedig het hele land.
Apotheker Parmentier schreef trouwens diverse boeken over aardappelen.
Verschillende gerechten dragen zijn naam, waaronder eentje dat ik ook al
met vreugde bereid (en verorberd) heb: Hachis Parmentier. Lekker!
Vandaag is het Matelote, of “Aardappels in witte wijn”, uit de Bourgognestreek.
Dit eenvoudige recept draag ik op aan Roger D., de visser, die ik hoop hiermee
een dienst te bewijzen, want hij verdient het.
|
ingrediënten voor 2 |
bereiding |
|
150g (lange) sjalotten |
pel de sjalotten en verwijder de harde wortelaanzet |
|
boter of Alpro (soja) |
laat de boter smelten in een braadpan |
|
400g (kleine) piepers |
laat er de hele sjalotten 10’ à 15’ zachtjes in smoren, tot ze goudgeel zijn |
|
1 el bloem |
(als je ze doorsnijdt vallen ze uiteen) |
|
15 cl droge witte wijn |
schil intussen de piepers en snijd ze in plakken van ongeveer 1 cm dik |
|
15 cl water |
bestrooi de sjalotten met bloem en roer, schenk de wijn en fond erbij |
|
1 tl rundsfond |
voeg water toe, de aardappelschijfjes en kruid met tijm en pezo (en cajun) |
|
tijm |
laat alles 30’ stoven tot de piepers gaar zijn in gesloten pan op matig vuur |
|
pezo |
maak de aardappelschijfjes regelmatig los van de bodem met een spatel |
|
(wat pittige cajunkruiden) |
indien te droog, voeg dan wat water en/of wijn toe |
|
|
|
|
|
Geserveerd met varkenskoteletten en een salade |
Neem voor de sjalotjes liefst de lange, want de ronde hebben meer gaartijd nodig.

Terwijl de sjalotjes heerlijk garen, maak ik een tweepersoons slaatje aan,
met wat ik nog in de koelkast kan vinden. De dode muis laat ik liggen.
Nog iets speciaal voor de dames: zijn aardappelen dikmakers?
Een klein TIPje: een portie gekookte piepers bevat minder calorieën dan dezelfde
portie gekookte deegwaren of rijst! 150 kcal tegenover 260 kcal. Om de inname
van calorieën te beperken, kun je het best een minimum aan vet gebruiken.
Het is ten slotte de bereiding die het grote verschil maakt.
Frieten zijn 5 keer zo calorierijk als aardappelen die gekookt of gestoomd zijn.

Terwijl de piepertjes pruttelen en stoven, bak ik nog een heerlijk koteletje,
en het geheel kan op tafel. Zeer eenvoudig, maar lekker, in alle seizoenen.
Greta lust het ook, en zet al gretig haar mes in de salade.

Vooraleer afscheid te nemen vermeld ik nog enkele nuttige TIPS over de aardappel.
Vastkokende aardappelen hebben een fijne structuur en behouden hun vorm
perfect na het koken. Het zijn de aardappelen bij uitstek om gekookt of gebakken
opgediend te worden. Maar ook in een gratin of salade komen ze uitstekend
tot hun recht. De meest gekende vastkokende variëteiten zijn: Nicola en Charlotte.
Overal vlot verkrijgbaar.
Bloemige aardappelen zijn losser van structuur en vallen tijdens het koken
gemakkelijker uit elkaar. Hoe meer zetmeel een aardappel bevat, hoe bloemiger.
Ze zijn geschikt om gekookt, gebakken of gepoft te worden, of voor puree.
Maar ook voor lichtere, gezondere frieten, want ze absorberen minder frituurolie.
De meest gekende bloemige aardappel is Bintje.
Kleine (nieuwe) aardappels worden krielaardappels genoemd.
Zo, dat was het.
Smakelijk.

Bereid in België naar een recept van TimeLife, Koken in de Wereld, Wijn, pag. 78.
We raken niet verhit in Valladolid (2)
Het is warm en zonnig, maar niet te veel. Ideaal om een flinke uitstap
te doen naar het historische gedeelte van Valladolid.
Aan het bushokje nemen we bus 16, richting centrum.

We stappen af aan de op één na laatste halte.
De eindhalte zelf is op de Plaza Mayor. Op dit gezellige pleintje met
sculpturen is net een (overdekte) markt aan de gang.

We kuieren hier door de gezellige verkeersvrije wandel- en winkelstraten, en drinken
op een verhoogd terrasje in een zijstraat een sublieme koffie, met een lekker broodje
er bij ‘on the house’. Mooi gerestaureerde - van toen er nog geld was - historische
gebouwen flankeren de rustige straten. In de verte steekt
de achthoekige toren van de kathedraal zijn kopje boven.

Een korte rustpauze is altijd meegenomen, zeker als je op
iemands schoot mag zitten. Veel terrassen zijn nog dicht.
Spanjaarden komen pas los als de dag al een tijdje gerijpt heeft
(en ze houden dat dan wel vol tot ’s morgens vroeg).

De zon begint haar traditionele opwarming, maar alle straten en pleinen
langs waar we stappen zijn goed voorzien van schaduwrijke plekken,
zoals op deze Plaza del Ochavo.
Dit plein heeft een bijzondere historische waarde, en heeft heel wat meegemaakt
in de tijd dat de Spanjaarden het voor het zeggen hadden in West-Europa.
Er was ooit een gevangenis, een stierenarena, de vestiging van de gilden
en ambachten (Cofradias), die vroeger en nu nog de jaarlijkse processies
organiseren tijdens de Semana Sancta.

Het plein is een veelhoek met acht zijden, en is een centraal punt voor allerlei activiteiten.
In het midden staat een mooie achthoekige fontein die het plein verfrist
(vandaag 19 augustus 2013 is de temperatuur 33°).
De fontein heeft heel veel charme en wordt de ‘Gouden Fontein’ genoemd.
Soldaten uit de 16de eeuw staan er onder meer op, met hun karakteristieke helmen,
zoals de Spanjaarden die toen ook droegen in de Nederlanden. Er staat ook
een Inca of Azteekse leider op, met in zijn handen een scepter en een fakkel.
Die knapen waren in die tijd heel populair (om ze leeg te plunderen bijvoorbeeld).

Deze bron werd uitgerust met vier buizen, een vijver en in het centrum, een voetstuk.
Hier zie je ook nog een Inca in beeld die het niet meer ziet zitten. Blazen maar!

We komen nu op de Plazuela de Santa Maria langs de hoofdingang van de
historische universiteit, een van de oudste van Spanje en van Europa.
Vóór de eigenlijke ingang rijzen negen kolommen op, die symbool staan
voor de toenmalige faculteiten: Retorica, Geometrie, Canoniek Recht,
Burgerlijk Recht, Astrologie, Medicijnen, Filosofie, Historie en Theologie.

Vlakbij zien we de kerk van Santa Maria de la Antigua, waarvan de bouw
gestart is in de 11de eeuw, zoals meestal op grondvesten van een Romeinse tempel.
De oudste Romaanse stukken gaan terug tot de 12de eeuw, maar het grootste,
Gotische deel is gebouwd in de 14de eeuw, waarbij de kathedraal van Burgos
als model werd genomen. Op een kleinere schaal natuurlijk.

Aan de kathedraal van Valladolid zijn een paar leuke anekdotes verbonden.
Koning Filip 2 (geen familie!), zoon van Keizer Karel
(in het Spaans ‘Don Carlos’) is hier geboren, en bracht in de stad veel tijd door.
Onder zijn hoge bescherming werd een nieuwe hoofdkerk gepland,
met maar even vijf torens: een op elke hoek, plus een ronde centrale koepel.
Tijdens de realisatie verkoos Filip een heel nieuwe hoofdstad te bouwen, Madrid,
net in het midden van het land.
De koloniale fondsen versluisden dus naar ergens anders, en er waren
nog slechts Peseta’s over voor een enkele toren, links vooraan.
Ja inderdaad, je ziet hem niet (meer) op de foto.
Als troostprijs verleende Filip de titel kathedraal aan de kerk. Kostte hem niks.
In 1755 was er de fameuze aardbeving in Lissabon, die de kathedraaltoren flink
door elkaar schudde. Later kwam dan Het Verschrikkelijk Onweer van Valladolid.
Hier laat ik je genieten van de letterlijke Google vertaling naar het Nederlands
(uit het Spaans). Ikzelf neem nu een korte pauze. Je zult van dit stukje smullen!
Quote :’De maand mei 1841 begon in Valladolid in zeer slecht weer, met zware regen en zeer harde wind. Op dag 31 werden de tweede dag van het feest van Pinksteren, gehouden i de kathedraal werden voorbereiden om naar de bedevaart del Carmen, volgens gewoonte. Op 0:00 de storm woedde water, wind en hagel en burgers moesten krijgen om te schuilen in hun huizen. Op 3 uur opgehouden de storm en het leven weer in hun dagelijkse werk. Uren later, in de buurt van de 5:00 Valladolid werd geschud met een vreselijke lawaai en nabijgelegen woningen voelde grote huiver als gevolg van het instorten van de toren, dat bijna volledig was ingestort, uit het laatste lichaam, de achthoekige, waar ze werden geplaatst toeters, veel slepen van de derde en tweede lichaam, met de klok opgenomen.
Dit was de eerste en enige toren van de kathedraal, dat nooit weer werd opgeheven.
De kathedraal was geen toren, geen toeters en geen klok. De klokken en klok waren een symbool en een noodzaak voor de bevolking zo zeker over of de andere, voor religieuze evenementen en andere middelen en de verdeling van zijn tijd. De toren van de kathedraal en keek op zijn horloge van overal in Valladolid en dat verzoek is voor altijd verloren. Zo, de naburige universiteit moest een toren van zijn eigen op te bouwen in 1857 een klok op het monteren, want tot 1841 het werd bestuurd door de kathedraal klok.’
Ziedaar, nu weet je het ook.
Kortom: In plaats van de voorziene vijf torens bleef er nu geen enkele meer over.
De trotse Spanjaarden konden dat natuurlijk niet over zich heen laten gaan,
en bouwden dan maar een toren aan de rechterkant, volgens schetsen van
de vroegere linkerkant.

We gaan nu wat verkoeling zoeken in de gebouwen van de univ. Prachtige koele
marmer wacht ons op, schitterende glasramen met het invallende zonlicht en overal
azulejo’s (gebakken schilderijen zeg maar).

Het is natuurlijk niet verwonderlijk dat de azulejo’s taferelen bevatten met de
nieuwste technologieën van die tijd: karvelen bijvoorbeeld. Dank zij die wendbare
scheepjes werd Amerika ontdekt (door de Italiaan Columbus, maar dat zeggen
de Spanjaarden nooit).
Columbus stierf in Valladolid in 1506, en werd begraven in een van de kloosters.
Maar hier laat ik de Google vertaling nog even aan het woord.
Het is +/- verstaanbaar nu.
Quote: ‘Na deze eerste begrafenis in Valladolid, werden de overblijfselen van de admiraal in 1509 overgebracht naar Sevilla, totdat het midden van de zestiende eeuw reisde naar Santo Domingo in de Dominicaanse Republiek, waar ze bleef tot 1795.
In dat jaar, volgens sommige historici, werden Columbus' resten verplaatst naar Havana in 1898, terug naar Sevilla, twijfels bestonden zelfs als die in de kathedraal van Sevilla behoorde tot admiraal, in 2006 het Laboratorium team Genetische Identificatie van de Universiteit van Granada (UGR) bevestigde de dag van de eeuwfeest van zijn dood zou "zeker" Sevilla tempel botten waren de browser.‘
Ziezo.

Bijna elke azulejo is een kunstwerkje op zichzelf. Allemaal hand made.
Onbetaalbaar. Honderden zijn er hier.

We gaan verder naar de Plaza Mayor. Dit is een
marktplaats die er helemaal anders uitziet dan we gewoon zijn.
Vooral de grote open ruimte is erg aangenaam. Er staat een enorm
opzichtig beeld van Graaf Ansurez, die in de 16de eeuw als burgemeester
mee zorgde voor de ontwikkeling en de herbevolking van Valladolid.
Hij ligt ook aan de grondslag van de aanleg van dit plein en het stadhuis.
Tot dan was het politieke, economische, educatieve, sociale centrum gevestigd
op de net bezochte Plazuela de Santa Maria.

Het stadhuis heeft een bewogen en te lang uitgesponnen ‘leven’ achter
de rug. Ik laat voor de laatste maal ‘GoogleTranslate’ even aan het woord
in losse fragmentjes.
TIP: Als je op een dag toch eens opstaat met een lang gezicht,
neem dan een willekeurige tekst in een andere taal, en laat hem vertalen
door Google. Je humeur wordt top!
Quote:
‘Na de 1561 brand en de totale vernietiging van het milieu, de gemeenteraad besloten om de locatie van het stadhuis te veranderen, het bezetten van de plaats die heeft hervormd actualmentey Plaza Mayor voorzitten…’
…Een jaar later, in 1893, begon discrepanties tussen Iturralde en de stad, deze architect beschuldigd van het niet hebben van een stabiel project en fouten in de berekening van de totale kosten van de werkzaamheden. Ten slotte werd het werk stopgezet maart 1894 tot de dood van de architect in 1897 toen het contract kon ontbinden…
…De stad koos houd dan een loterij om een architect voor de voortzetting van de werken vinden, onder degenen die onlangs regisseerde de bouw van gebouwen had…
…In het centrale orgaan is meer slanke toren die hoek waar de klok is, het werk van Mozes Arroyo, en de vacht van Valladolid.
Nu weet je zoveel als ik, hoop ik.

Met al deze weetjes waarmee onze hersenen werden bijgevuld,
moeten we toch ook even aandacht hebben voor onze andere organen,
bijvoorbeeld onze maag.
We aarzelen dus geen moment en we dumpen onze stilaan vermoeide
lichamen op de terrasstoelen van een leuk restootje op de hoek
van het plein: Restaurant Otras Luces, Plaza Mayor 22.
Een licht lunchmenu met een fles water is net wat we nodig hebben.
Verduras, moussaka, tiras de ternera, en een paar
café con leches doet het hem.

Vanmiddag rijden we verder naar Salamanca, maar
eerst nog naar het hotel om de wagen te vervoegen.
We zijn rond 15u30 aan de bushalte, maar Greta wil onder
geen beding de bus op. Ze voegt een daad bij het woord en springt
gezwind op een van de Vallabici’s, zoals de stadsfietsen hier heten.

Eerst verwondert me dat, maar bij nader inzien kan ik haar begrijpen

En nu verder naar Salamanca.
Wil je meer weten over Valladolid, klik dan naar
http://vallisoletvm.blogspot.be/2012/04/la-plaza-del-ochavo.html bijvoorbeeld
(en vertaal naar het Nederlands, hihi)
Valladolid, toch via de juiste afrit (1)
We zetten onze weg voort in het noorden van Spanje, weliswaar met een klein gebrek: de GPS wil
de nieuwe kaarten van Spanje niet downloaden. Murphy heeft weer toegeslagen: na 98% van
de download komt het bericht: “te weinig geheugen”.
Hadden ze nu in Spanje intussen wat minder rotondes bijgemaakt, dan had ik geen probleem gehad.
We moeten ons dus – om het hotel te vinden - behelpen met een zelf geprinte routemap,
maar dat valt niet mee.
Valladolid heeft ten slotte meer dan 300 000 inwoners, en het verkeer zou ik niet direct rustig noemen.
Op het moment dat we onze Spaanse kluts kwijt geraken ga ik me dan maar informeren in een tankstation.
De Heilige Christoffel heeft ons blijkbaar in bescherming genomen, want hotel Foxa Valladolid
is maar 500 meter verder.

Valladolid (wat Greta na een paar glazen al eens ‘Vallalodid’ pleegt uit te spreken) is een ruime stad
in het noordwesten van Spanje. Het is de hoofdstad van de autonome regio Castilla y León en ook
van de Provincie Valladolid. Trouwens, alle Spaanse provincies zijn genoemd naar hun hoofdplaats.
De stad ligt aan de rivier Pisuerga (niet wat je denkt…), in het gebied “Ribera del Duero”, één van de
grootste wijnstreken van Europa. Een eindje uit de stad loopt de Pisuerga in de Duero.
Volgens de Spanjaarden is het accent van de inwoners van de stad, de “Vallisoletanos” (amai),
de meest zuivere uitspraak van de Spaanse taal.
Valladolid was (of course) eeuwenlang in bezit van de Moren, net als het grootste deel van Spanje.
In het jaar 1346 kreeg de stad al haar eigen universiteit. De universiteit maakt dat de stad
zeer levendig is, door de zichtbare aanwezigheid van de studenten.
In 1469 werd het politieke huwelijk van koningin Isabella van Castilië en koning Ferdinand van Aragón
in het geheim in de stad afgewikkeld, in het "Palacio de los Vivero".
Minder aangenaam was dat in 1489 de rechtbank van Valladolid werd opgericht, waar talrijke
pijnlijke rechtszaken tijdens de Spaanse Inquisitie werden afgehandeld.
In 1506 overleed Christoffel Columbus in Valladolid en werd in de stad begraven. Zijn overblijfselen
zijn echter later naar andere steden verplaatst.
Een van de promotoren van de Inquisitie was trouwens koning Filip II (1527-1598), eveneens
geboren in Valladolid. Deze zoon van Keizer Karel liet ook links en rechts wat folteractiviteiten
en dito verbrandingen in onze eigen gebieden uitvoeren.
Het hotel is op het kaartje hierboven aangeduid als “A”, onderaan, in een rood druppeltje.

Het hotel ligt niet in het centrum, eerder aan de rand van de stad, in een soort KMO-zone
en… verwarring: er zijn twee hotels Foxa naast elkaar, Foxa Norte en Foxa Sur.
Wij logeren in de Norte, en we slagen er toch maar in na wat inspanning, de ingang te vinden.

Groot is onze verrassing als we in de hotelkamer komen: ik had een doodgewone kamer besteld,
en we zitten/liggen hier in een Executive Suite, king size bed van twee meter breed inbegrepen.

Er is ook een salon aanwezig, en een kitchenette. In die laatste blijven we weg.

Het lijkt er wel op dat Napoleon in dit bed heeft geslapen.
Die is hier ook geweest, maar dan was het hotel nog niet uit de steigers.

Aan het voeteneinde van het bed staat achter een zware houten kist nog een theetafel, dan: een
reusachtig raam, dat uitgeeft op het terras, en een eind verder een apart bureau voor de wifi.

Rechts van het bed: een prachtige commode. Zie je dat kleine witte kartonnetje?
Daar staat op dat, als je drie minuten in deze spiegel kijkt, al je rimpels verdwijnen!
Als dat geen uitstekende hotel service is!

De badkamer is ook volledig uitgerust.
En dat alles voor slechts voor 55 €, garage inbegrepen.

Tijd nu om zoals de badkamer, zelf ook wat uit te rusten, en we gaan wat pinten drinken in de bar.
Pardon, in de “Lobby Sur”, om in de stijl te blijven.
Hier hangen gordijnen als watervallen.

Na een koninklijke nachtrust gaan we een ontbijtje happen, dat vooral bestaat uit zoete
dessertachtige dingen, waar enkel de Spanjaarden dol op zijn.
De volgende etappe zal ons naar het dichtbije Salamanca brengen. Dat maakt dat we hier
in Valladolid rustig nog een voettoertje kunnen maken in het historische centrum.
We laten de wagen in de ondergrondse parking, en nemen de bus, op 50 meter van het hotel.
De reclamepanelen op het bushokje getuigen duidelijk van goede smaak.
Nu zitten we dus in de bus, en moet je even wachten op het vervolg.

KOKENETEN: naar de Ardèche
Een maand geleden opende SOS Piet Huysentruyt zijn nieuw restaurant in het stadje
Les Vans in de Ardèche.
Ik ben een fan van Piet, maar als ik de prijzen bekijk die hij vraagt voor een maaltijd,
denk ik dat ik geen tijd ga hebben om even langs te gaan.
De naam van het restaurant is ‘Likoké’. Volgens Piet is dat hoe zijn vader genoemd
werd in Kongo, door de inboorlingen. Verder staat Piet er absoluut op - ikzelf van
hem gehoord op TV - dat het in zijn nieuwe stek volledig normaal is dat de gasten
hun bord uitlikken. Nu ja, elk tonglikje is dan ook vijf Euro waard.
Wil je alles zien en weten, klik dan eens naar:
http://www.likoke.com/haute-cuisine-piet-huysentruyt/menu-likoke-restaurant/
Op die website kan je meteen kennismaken met Piet’s varkenspoten.
Nochtans, als dank aan de Piet voor wat ik al van hem opgestoken heb in de keuken,
maak ik vandaag een gerechtje uit de Ardèche, maar het zal iets minder smakelijk,
en ook iets minder duur zijn.

Vooraleer het receptje zelf te bepotelen, wil ik nog iets kwijt over een bijhorend stukje
vlees dat in België en Nederland minder gekend is, maar in Frankrijk is het de normaalste
zaak van de wereld: de crepinette.
Varkensnet of crepinette is het buikvlies van het varken. Het is een met vet doorregen
vlies, dat uitstekend geschikt is om gemalen vlees bijeen te houden tijdens het braden.
En het leuke is dat je het daarna gewoon opeet.
Er worden onder meer worsten mee gemaakt. Varkensnet heeft geen of nauwelijks smaak,
maar geeft een prachtig effect aan tal van leuke gerechten.
Er zijn allerlei soorten crepinetten, van struisvogel bijvoorbeeld.
Je kan ze in de keuken creatief gebruiken. Op de foto zie je ze, als vulling van rode paprika’s.
Ik weet niets over de rest van dit land, maar hier aan de kust zijn crepinetten
gewoon verkrijgbaar in de supermarkt.

Dit zijn mijn eigen crepi’s, die liggen te wachten tot ze het gezelschap
krijgen van een fris zomerslaatje.

Het gerechtje zelf, 'aardappelschotel uit de Ardèche', zit heel eenvoudig
in elkaar, en wordt hieronder in detail uitgelegd.
Ikzelf hou van sherryazijn, maar je kunt natuurlijk je eigen voorkeurazijn gebruiken.
|
ingrediënten voor 4 |
bereiding |
|
1 kg piepers, vastkokend |
verwijder het zwoerd van het spek en snijd het in grote repen |
|
300g gerookt spek |
verwarm een niet ingevette pan op zacht vuur gedurende 2’ |
|
4 crepinetten |
laat het spek zachtjes smoren in de pan |
|
12 kleine uien, of grote in stukken |
pel de uien en snijd ze in dunne ringetjes |
|
2 looktenen |
pel de looktenen, plet ze met de vlakke kant van een groot mes |
|
1 kruidenboeket |
voeg de look bij het spek zodra dit doorschijnend wordt |
|
1 el bloem |
voeg de uiringen toe en zet het vuur hoger |
|
1 glas boeljon, of 1 tl rundsfond |
bak het een drietal minuten aan, zodat de sappen vrijkomen |
|
(sherry)azijn |
neem de uien, look en spekrepen uit de pan |
|
pezo |
voeg wat bloem aan de jus toe, en laat deze saus wat bruinen |
|
|
blus af met een scheutje (sherry)azijn |
|
alles voor een slaatje |
doe alles terug in de pan en verwarm opnieuw op zacht vuur |
|
|
goed roeren, en voeg de boeljon toe of wat water met de fond |
|
|
doe dit beetje na beetje, zodat de saus niet te dun wordt |
|
|
schil en was de piepers, snijd ze in grote dobbelstenen |
|
|
doe de piepers ook in de pan en bestrooi met pezo |
|
|
overgiet ze met de rest van de boeljon tot ze net onder staan |
|
|
voeg een kruidenboeket toe, en zet een deksel op de pan |
|
|
laat de aardappels sudderen tot ze gaar zijn, na +/- 20’ |
|
|
|
|
|
bereid met een slaatje en crepinetten |
De piepertjes zijn gaar.

Zo zou het er kunnen uitzien als het op tafel komt voor twee personen.

Met gepeperde groeten van de Piet, vanuit de Ardèche.
